|
MONS / Bergen, provincie
Henegouwen
Mons is de hoofdstad van de provincie Henegouwen en
was dat eertijds ook van het graafschap Henegouwen, dat tot de 16de eeuw
tot het Heilige Roomse Rijk behoorde. In de Merovingische periode bouwde
Sainte-Waudru, Sinte-Waldetrudis, echtgenote van Vincent Madalgar, die het
klooster in Soignies stichtte, hier een klooster, ca. 650, waar zich een
kleine nederzetting bij aansloot. In de 9de eeuw bouwden de graven van
Henegouwen een versterkte burcht op de top van de heuvel, 78 m. In het
midden van de 12de eeuw liet Boudewijn IV rondom klooster en burcht een
vestingmuur optrekken. Buiten de muren nam de bevolking snel toe en er
ontstond een bloeiende handel in wijn, granen en vis. Tussen 1290 en 1395
werd een nieuwe omwalling opgetrokken en versmolten de nieuwe vestigingen
met de oude. Tot de 19de eeuw zou Mons binnen deze middeleeuwse muren
blijven. Toen werden de versterkingen gesloopt en kon de bevolking zich
bevrijden uit een te klein keurslijf. Ondertussen hadden industrieën zich
gevestigd in de randgemeenten.
Sainte-Waudru
Deze collegiale kerk is onvoltooid en onvolprezen, 1450- 169. Ze is in
Brabantse gotiek opgetrokken onder leiding van de Leuvense bouwmeester
Matthijs de Layens. De kerk vertoont dan ook enige gelijkenis met de
Sint-Pieter in Leuven. Er zijn geen pijlers, maar schalken die tot in het
gewelf schieten en daar de kruisribgewelven opvangen; drieledige opstand
met open triforium en grote lichtvensters. De kerk telt 7 traveeën, drie
beuken, een nauwelijks geprofileerd dwarsschip, een breed koor met 4
traveeën, een complete omgang en een kapellenkrans. Er was een plan voor
een westtoren, dat nog hoger moest worden dan die van Keldermans voor de
Mechelse Sint-Rombout. In Mons kwam men niet hoger dan het gewelf van de
middenbeuk. Het koor werd eens van het transept gescheiden door een
renaissancedoksaal van de Bergense meester Jacques Dubroeucq, 1535- 1538.
Dit doksaal is om liturgische redenen in 1809 afgebroken. Er zijn nog
onderdelen bewaard, zoals 7 albasten beelden van de Hoofddeugden van
Dubroeucq, in het koor, en reliëfs aan de wanden van het transept en in de
zijkapellen van het koor. Deze 'kleine kathedraal' heeft ook zeven
wandtapijten uit Bedingen, begin 17de eeuw, stenen retabels, 16de eeuw,
een koorgestoelte uit 1708 en schilderijen uit diverse Vlaamse Scholen,
16de-18de eeuw. In de kerk wordt de 'Car d'Or' bewaard, een praalwagen uit
1780, gebruikt in de jaarlijkse ommegang.
Andere kerkelijke gebouwen
Van de eertijds bestaande kerken, kapellen, kloosters, refugiéhuizen van
abdijen, ziekenhuizen en onderwijsinstellingen is heel wat bewaard
gebleven, veel is ook verbouwd en heeft andere bestemmingen gekregen. In
de Romaanse kapel Sainte-Marguerite is een deel van de collectie
van kanunnik Puissant ondergebracht. Deze 19de-eeuwse kunstkenner heeft
vele gebouwen en inrichtingsstukken van vernietiging gered.
Saint-Nicolas-en-Havré, 15de eeuw
Werd op de toren na in 1664 door een brand geteisterd en in 1664-1701
herbouwd. Er is interessant 18de-eeuws meubilair en houtsnijwerk te zien.
De kerk Sainte-Elisabeth, 16de eeuw
Is in Brabantse gotiek opgetrokken; zij werd in 1716 vernield en in de
18de eeuw opnieuw opgebouwd.
Van het door Margaretha van Constantinopel in 1248 opgericht begijnhof
rest nog slechts de kapel uit 1550.
Kerkelijke gebouwen, die thans een civiele bestemming hebben
gekregen, zijn o.m. de volgende:
De Ancien refuge de l'abbaye de Saint-Ghislain, rue Fétis, is een
fraai classicistisch complex waarin het Kon. Atheneum is gevestigd.
In de rue d'Havré staan o.m. de Ancien refuge de l'abbaye d'Aulne,
een huis dat toebehoorde aan de johannieterorde, begin 18de eeuw, en de
Ancien refuge de l'abbaye de Bélian, 1775.
In de rue Houdain vindt men het Ancien Collège de Houdain, een
humanistisch college uit 1545; het huidige gebouw is uit 1730-1739 en her
bergt thans de befaamde Acute polytechnique de Mons.
In dezelfde straat bevindt zich ook de Ancien refuge de l'abbaye de
Saint-Denis-en-Broquerie, met een prachtige gevel uit de 18de eeuw.
In de rue Lamir staat het Bonne Maison de Bouzanton, een oud
ziekenhuis voor wezen, opgericht in 1562.
Stadhuis, Hótel de Ville
Dit complex bestaat uit een reeks gebouwen rond een binnenplaats. Hier
zijn ook de belangrijkste musea van Mons ondergebracht. De gevel van het
stadhuis aan de Grote Markt is gotisch herbouwd door Matthijs de Layens.
Links van het stadhuis staat de Chapelle Saint-Georges en rechts
het Maison de la Toison d'Or .
Jardín du Mayeur
Via de hof van het stadhuis komt men in deze binnenhof. Daar bevinden zich
de conciergerie uit de 17de eeuw en andere fraaie gebouwen.
Belfort
Dit 87 m hoge bouwwerk staat op een heuvel die Mons domineert. Louis
Ledoux begon met de bouw in 1661 en voltooide de toren in 1669. Het is het
enige belfort in België dat in barokstijl is opgetrokken. Het heeft thans
een beiaard van 47 klokken. Vlakbij op de heuvel stond de burcht van
gravin Richildis, die hier een voor haar tijd schitterende hofhouding
placht te houden.
Overgebleven zijn: de Chapelle Saint-Callixte, circa 1050,
ingericht als museum, en de aangebouwde conciergerie, 15de eeuw, sterk
verbouwd. In het souterrain zijn karakteristieke middeleeuwse gangen en
twee grote zalen, gebouwd onder Boudewijn IV, 13de eeuw.
Andere bezienswaardigheden
Aan de Grote Markt staan nog de huizen: Au plan levrie, Maison
Saint-Christophe, Ancien Hôtel de I'Impératrice, Ancien
Hótel du Miroir, 16de eeuw.
In de rue de la Halle is er de Grande Boucherie, een schitterend
voorbeeld van neoclassicistische stijl uit 1837-1838 van de architecten J.
van Gierdegom en Ch. Sury.
Van de tweede versterking van de stad is er nog maar één getuige, de
Tour Valenciennoise. 1340; deze was eertijds een derde hoger.
Mons heeft zijn Berg van Barmhartigheid, in 1625 door Wenzel
Coebergher ontworpen; het herbergt thans het Musée du Centenaire.
Er is ook een Musée du Folklore Jean Lescarts, achter het stadhuis.
Evenementen
Op Drievuldigheidszondag, eerste zondag na Pinksteren, heeft de ommegang
plaats met de Car d'Or, gevolgd door het legendarische
Lumeçon-gevecht, le Combat di Lumeçon, tussen Sint Joris en de draak.
Omgeving
Cuesmes, 3,5 km ZW
Van december 1878 tot zomer 1880 was Vincent van Gogh hier werkzaam als
dominee. Hij leefde er als een der armste mijnwerkers. Zijn kamer werd
gereconstrueerd; er bevindt zich een zaaltje niet documenten.
Hornu, 10 km ZW
De plaats midden in het steenkoolgebied Borinage, een begrip voor vroege
industrialisatie in Europa, bezit het industrieel archeologische complex
Le Grand Hornu. Dit werd in 1814-1832 gebouwd door architect Bruno Renard
voor de Franse mijneigenaar Henri de Gorge en omvat een der eerste
Europese complexen van fabrieken en woonhuizen binnen één urbanistische
opzet. Le Grand Hornu was een combinatie van een steenkoolmijn met
ijzergieterij en constructieatelier. Dat is een zeer vroege toepassing van
de 20ste-eeuwse visie op industrialisatie. Via een afgesloten binnenplein,
Basse-Cour, bereikt men de ovale ommuring met arcaden, waar de
werkplaatsen waren. Links daarvan zijn de vroegere stallen, thans
kunstgalerie. Aan weerszijden van de fabriek liggen de straten met meer
dan 400 arbeiderswoningen. In 1829 telde Le Grand Hornu 2500 bewoners en
beschikte het over een school en een consultatiebureau. Het complex is
gerestaureerd.
** Internet:
http://www.monsregion.be -
quentin.dardenne@ville.mons.be
** Zie hier voor:
"Hoe maak ik een printversie van de pagina"? |