|
NAMEN, provincie
Namen
Namen ligt aan de samenvloeiing van Samber en Maas en
is hoofdplaats van de provincie Namen, eertijds van het graafschap, en
zetel van een bisdom.
Geschiedenis
De heuvel tussen Samber en Maas, Champeau, was al een nederzetting in het
Neolithicum. Ten tijde van Caesar bevond zich hier een oppidum. Aan de
voet van de heuvel en op de linkeroever van de Samber ontwikkelde zich een
belangrijke vicus, wijk. Bij de invallen van de Germanen verliet men de
linker-Samberoever maar men bleef in de schaduw van Champeau. In de 10de
eeuw vestigde graat Berengarius zich op Champeau en spoorde de bevolking
aan zich weer op de linkeroever van de Samber te vestigen. Namen was dus
toen eerder een Samber- dan een Maasstad.
Strategisch
Speelde Namen een kapitale rol in de oorlogvoering van de 15de tot het
begin van de 20ste eeuw. De citadel moest meermalen verbouwd worden; voor
het laatst werd dat gedaan door Willem I, 1815-1830. In 1893 werd de
citadel buiten gebruik gesteld.
Citadel
Het uitgebreide complex is bereikbaar via een kabelbaan of via de 'route
Merveilleuse'. Er zijn overblijfselen van het Gallische oppidum, van de
grafelijke burcht, 12de-13de eeuw, de Donjon genoemd en gebouwd in bruin
ijzersteen met o.m. de Tour Joyeuse en de Tour César, die de brug over de
Maas naar Jambes beschermen. In de 14de en 16de eeuw werd een nieuwe
vesting gebouwd, La Médiane, niet o.m. het nog resterende kerkje
Saint-Pierre. In 1640 kwam op het hoogste punt van Champeau een nieuwe
vesting tot stand, Terra Nova. In de loop van de 17de eeuw werkte zowel
Coehoorn, Oranje-fort, als Vauban aan de versterking hiervan. De vesting
is grotendeels voorzien van onderaardse gangen.
Bij het recreatiepark 'Koningin Fabiola' op de citadel bevindt zich het
Musée provincial de la Forêt.
In de benedenstad, aan de Maas, staat de Halle á la Chair, Vleeshalle, een
prachtig renaissancegebouw, 1588- 1590, waarin het Musée archéologique is
ondergebracht.
Hôtel de Gaiffier d'Hestroy, rue de Fer
In dit gebouw uit de 18de eeuw, met een groot portaal en afsluitingsmuur,
bevindt zich het Musée des arts anciens des Namurois, zie daar.
Eglise Saint-Jean-Baptiste, Marché-aux-Légumes
De oudste Naamse kerk is laatgotisch, begin 16de eeuw, maar heeft een
baroktoren en een eigenaardig grondplan: het is bijna vierkant. In de 18de
eeuw werd ze verbouwd. Er zijn fraaie barokaltaren.
Eglise Saint-Loup, rue du Collège
De vroegere jezuïetenkerk, Saint-Ignace, werd gebouwd in barokstijl door,
de bekende jezuïet Pieter Huyssens in 1621-1645. Het is een krachtig
bouwwerk met een imposante triomfantelijke drieledige voorgevel. Het
interieur is in rood en zwart marmer opgetrokken. De tongewelven hebben
zeldzame sculpturen. Het meubilair, 17de eeuw, is, zoals gebruikelijk in
goede barok, geïntegreerd in de architectuur en dat maakt van deze kerk
een der mooiste in Namen en omgeving.
Eglise Notre-Dame, rue Saint-Nicolas
De vroegere conventkerk van de minderbroeders thans Parochiekerk is in
classicistische stijl door de Naamse architect J.F. Malican in 1749-1753
opgetrokken. Het interieur is 18de- eeuwse en voor het grootste deel door
Naamse kunstenaars verzorgd. Ten zuiden van de kerk ligt het Maison
Harscamp, een deel van het vroegere klooster, later ziekenhuis, 18de en
19de eeuw, in 1974 grotendeels gesloopt.
Musea
Etablissement des Soeurs de Notre-Dame, rue Julie Billiart
Hier bevindt zich het mooiste wat er in Namen te bezichtigen is: de Schat
van Hugo d'Oignies, begin 13de eeuw. Broeder Hugo was een edelsmid die de
veertig hier bewaarde pronkstukken zelf vervaardigde. De schat is een van
de Zeven Wonderen van België. Hij bestaat uit evangeliaria en
reliekhouders in Maaslandse edelsmeedwerk, met virtuoos filigraanwerk en
niëllo-versieringen. In de laatromaanse tijd verstrekte de Kerk veelvuldig
opdrachten aan kunstenaars die hun kunstenaarschap in kleine,
geminiaturiseerde godsdienstige voorwerpen tot uitdrukking brachten;
relieken van heiligen werden als uiterst kostbaar beschouwd en daarom in
edelsmeedwerk werden gezet.
Musée archéologique, in de Vleeshalle
De collecties zijn ondergebracht in het prachtige renaissancegebouw Halle
le à la Chair en zijn vooral gewijd aan Romeinse en Merovingische
sieraden, glaswerk.
Musée Groesbeeck de Croix, rue J. Saintraint
Het museum bevindt zich in de Ancien refuge de l'abbaye de Villers en
Brabant, een prachtig herenhuis in Louis XV-stijl, en bevat eiken
meubilair met inlegwerk, een vestibule met stucwerk in rococostijl,
Delftse tegels enz.
Musée des arts anciens du Namurois, rue de Fer
Collectie voorwerpen en kunstwerken uit de middeleeuwen en de renaissance
van het Naamse. Dat behelst o.a. edelsmeedwerk, 12de- 13de eeuw, houten en
stenen sculpturen, geelkoperwerk, schilderijen, van o.a. Henri met de
Bies.
Musée diocésain et trésor de la cathédrale, rue du Séminaire
Een uit 1735 daterend gebouw herbergt een fraaie collectie religieuze
voorwerpen, voornamelijk uit de bloeiperiode van de Maaskunst, 1I de,
12de, 13de eeuw, vooral edelsmeedwerk.
Musée Félicien Rops, naast het Musée des arts anciens
Gewijd aan het werk van deze Naamse beeldend kunstenaar, 1833-1898:
lithografieën, etsen, tekeningen en schilderijen, o.m. de Pornokrates,
1878; reconstructie van het gravure-atelier.
Omgeving
Marche-les-Dames, 12 km 0
Hier verongelukte op 17 februari 1934 koning Albert I na een val van de
rotsen, Rocher Royal. Een kruisbeeld duidt de plaats aan waar zijn lijk
werd gevonden.
De abdij Notre-Dame-du-Vivier is een cisterciënzerstichting uit
1236. Thans is er het Institut des Arts et Techniques
Artisanales de Namur gevestigd. Het grote complex heeft mooie
gotische delen bewaard, voorts 17de- en 18de-eeuwse constructies.
** Zie hier voor:
"Hoe maak ik een printversie van de pagina"? |