|
TIELT, provincie
West-Vlaanderen
Tielt is waarschijnlijk ontstaan als gevolg van de
stelselmatige ontsluiting en de bevolkingsaanwas van Binnen-Vlaanderen in
de 11 de en 12de eeuw. In 1128 kreeg de plaats stadsrechten en tevens een
versterking. In 1220 schonk gravin Johanna van Constantinopel Tielt het
recht op den markt; in 1393 werd dat een jaarmarkt. Begin 16de eeuw
schakelde men over van laken op lijnwaad.
Sint-Pieterskerk of hoofdkerk
De gotische hallenkerk met achthoekige spitse toren, 62 m hoog, werd, na
door de Fransen te zijn verwoest, herbouwd. De kerk heeft fraai
rococomeubilair, o.m. een communiebank. Voorts zijn er glasramen uit de
19de en 20ste eeuw en Brugs edelsmeedwerk uit de 17de eeuw.
Minderbroederkerk
De eenschepige kerk werd in de 18de eeuw opgetrokken en heeft een
interieur uit dezelfde periode. De schilderijen zijn van broeder Lucas de
Meyere. Het nabijgelegen klooster is hersteld in de oorspronkelijke
toestand van 1624.
Lakenhalle en belfort
Beide werden in 1275 opgetrokken, maar werden herhaaldelijk verbouwd. Het
huidige aanzicht van het belfort is 15de-eeuws; de halle zelf werd in de
17de en 19de eeuw herbouwd. Er is een beiaard.
Andere bezienswaardigheden
Het stadhuis is sinds 1954 deels ondergebracht in het voormalige
kloostergasthuis van de Alexianen, in 1220 gesticht door Johanna van
Constantinopel.
Verder zijn te noemen: verscheidene kapellen, oudere en moderne, de
Onze-Lieve-Vrouwkerk, grote hoeven, o.m. Klein-Viggezele, de houten
Poelbergmolen.
Internet: http://www.tielt.be/
** Zie hier voor:
"Hoe maak ik een printversie van de pagina"? |