|
ZOUTLEEUW, provincie
Vlaams Brabant
Zoutleeuw is een van de merkwaardigste stadjes van
Vlaanderen: het heeft een zeer uitzonderlijk kunstpatrimonium, haast
ongeschonden, en de plaats heeft nauwelijks de allure van een stad. Aan de
westelijke kant van Vlaanderen is dat ook niet Damme het geval, maar
Zoutleeuw heeft veel meer te bieden. Deze Brabantse stad , reeds in de 6de
eeuw ontstaan en in 1106 met stadsrechten begiftigd, lag indertijd op de
handelsroute Brugge-Keulen; er was een jaarmarkt en een kleine maar
bloeiende wol- en lakennijverheid. In de 14de eeuw was Zoutleeuw een van
de zeven grote steden van het hertogdom. Vanaf de 16de eeuw leidden de
economische stagnatie en gebrek aan omschakeling tot verarming en
terugkeer tot de land- bouw. Maar de plaats bleef gespaard van
oorlogsrampen in de 17de en 18de eeuw, daar ze niet meer aan hoofdwegen
lag. Men was Zoutleeuw vergeten! Nu kan men zich hier een uitstekend beeld
vormen van de materiële rijkdom van sommige middeleeuwse steden.
Sint-Leonarduskerk
De bouw werd begonnen in 1231 met een vroeg-gotisch vierledig koor
onder Rijnlandse invloed en met de twee westtorens, kwartsiet van
Overlaar, overgang van Romaans naar gotisch, en onder invloed van het
Maasromaans. De drie beuken kwamen in de 14de eeuw tot stand, de
zijkapellen in de 15de eeuw. In 1455 leverde Matthijs de Layens het
ontwerp voor de doopkapel. Het interieur is gewoonweg schitterend. De kerk
omvat o.m. een 18 m hoge sacramentstoren van Cornelis II Floris de
Vriendt, een 6 m hoge geelkoperen paaskandelaar, een houten
Sint-Leonardusretabel, alsmede een aantal 16de-eeuwse kerkgewaden; voorts
diverse Romaanse, gotische en renaissancekunstwerken. Het is een echte
museumkerk; niet in de winter te bezichtigen.
Stadhuis
Het laatgotische gebouw, heeft een renaissanceboogveld met nissen
boven de ingang; de zeer fraaie renaissancepui is van J. Casseloy.
Lakenhalle
In het 14de-eeuwse gotische bouwwerk is thans de Rijkswacht
ondergebracht. Op de façade ziet men de wapens van Brabant en van de
gilden van Zoutleeuw.
Andere bezienswaardigheden
Op de Grote Markt staan nog het Spiegelhuis met renaissancegevel, en
verscheidene huizen in traditionele kalk- steen- en zandsteenarchitectuur,
in de 17de en 18de eeuw opgetrokken. In de gehele dorpskom van Zoutleeuw
is een groot aantal 16de- tot 18de-eeuwse panden bewaard gebleven. De
laatgotische Onze-Lieve-Vrouwekapel aan de Ossenweg heeft een 18de- eeuws
interieur; het doksaal is bekleed met een veertiental beschilderde
panelen.
Internet:
http://www.zoutleeuw.be/ ; e-mail:
toerisme@zoutleeuw.be -
Toerisme.Zoutleeuw@skynet.be
Informatie
We ontvingen van de
Stedelijke Toeristische Dienst, Grote Markt, 3440 Zoutleeuw -
011-781288:
* Stadsgids Zoutleeuw, veel gegevens en prachtige foto's
* Brochure Zoutleeuw, Vlaams-Brabant - Hageland, in vier talen.
* Diverse folders, hieronder volgen er twee:
Zoutleeuw, Parel van Brabant
Zoutleeuw, eens een belangrijk handelscentrum en zwaar versterkte
burcht, is nu alleen nog een klein, rustig en schilderachtig stadje in
het heuvelend landschap van het Hageland.
Het bestond reeds in de VIIde eeuw, want de geschiedenis leert ons dat
bisschop Remaclius er omstreeks 637 een kerk oprichtte. Hoewel de
bisschop van Luik dus heer was van Leeuw, schonk Hendrik 1I, keizer van
Duitsland, deze heerlijkheid in 1106 aan de Graaf van Leuven; toen
Hendrik I van Brabant in 1179 in het huwelijk trad met Mathilde van
Boulogne, verkreeg hij van zijn vader dit gebied en de stad Leeuw als
bruidschat. Zij bleven sinds toen deel uitmaken van het hertogdom: alzo
loopt de geschiedenis van Leeuw ook samen met deze van de Graven van
Leuven en de Hertogen van Brabant.
Gelegen op de rechteroever van de Kleine Gete, te midden van
uitgestrekte drassige beemden en moerassen was Leeuw ideaal geschikt
voor en daardoor ook omgebouwd tot een strategische sleutelpositie in de
Brabantse verdedigingswerken.
Het was eveneens gunstig gelegen op de grote handelsweg Brugge-Keulen,
wat vele kooplieden en nijveraars aanzette om zich in deze stad te komen
vestigen.
Nijverheid en handel brachten grote welvaart en rijkdom en maakte van
Leeuw één der zeven hoofdsteden van het hertogdom (:t1312). De welvaart
blijft toenemen en bereikte een hoogtepunt omstreeks het midden van de
XVlde eeuw.
Maar dan begint het verval: het bevaarbaar maken van de Grote Gete,
waardoor Tienen als handelscentrum aan belangrijkheid gaat winnen, is
een eerste oorzaak van de tranen van de Leeuwse glorieperiode. Latere
veldslagen, belegeringen en plunderingen - waaronder de inname in 1678
door de Franse troepen onder aanvoering van Lodewijk XIV en deze van de
geallieerde legers in 1705 - en nadien de zware lasten voor het
onderhoud van het Spaans Legioen, blijven de stad teisteren en liggen
aan de grondslag van het definitieve verval.
Dankzij zijn groots verleden blijft Zoutleeuw echter tot op onze dagen
nog steeds een belangrijk kunsthistorisch centrum waar enkele prachtige
geklasseerde monumenten nog altijd de aandacht van de vele bezoekers
blijven trekken. Naast de lakenhalle (1316-1317), het
Spiegelhuis (1571) en de stenen pomp (1762) verdient het
elegant stadhuis (1530-1538), door R. Keldermans gepland ten
tijde van Keizer Karel volledig in witte Gubertingersteen opgetrokken,
ons aller aandacht.
Het monument bij uitstek is en blijft evenwel de beroemde
Sint-Leonarduskerk uit de VIIIde eeuw, niet alleen omwille van de
stijl van het gebouw zelf, maar dan vooral om de rijkdom van de vele
beelden, retabels, kunstvoorwerpen (Sacramentstoren, Paaskandelaar enz.)
en schatten allerhande, die aan de vernieling van de beeldenstorm van de
XVIde eeuwen aan de revolutie van de XVIIIde eeuw konden ontsnappen.
Zoutleeuw voert sinds 1985 terug de titel van stad die zij verloor in
1830. Door de fusie met Helen-Bos, Halle-Booienhoven, Dormaal en
Budingen heeft de gemeente een oppervlakte van 4760 ha en telt zij
bijna 8000 inwoners.
Een bezoek aan dit rustig stadje blijft bekoren.
Sint-Leonarduskerk in Zoutleeuw
Het sfeervolle middeleeuwse Brabantse stadje Zoutleeuw ligt op de
rechteroever van de Kleine Gete, tussen Tienen en Sint- Truiden, op een
boogscheut van de provincie Limburg. Reeds in de 11de eeuw ontstond er
een nederzetting van kooplieden die spoedig tot stad zou uitgroeien en
in 1307 als één van de zeven vriie steden van het hertoqdom Brabant zou
erkend worden. Het marktplein wordt als het ware gedomineerd door de
gotische Sint-Leonarduskerk waarvan de bouw werd aangevangen in 1231 en
zou uitlopen tot in 1551 toen het voorportaal aan de kerk werd
toegevoegd.
De bezoeker wordt verwelkomd door een prachtig Marianum, een
gepolychromeerd eikenhouten dubbel Onze-Lieve-Vrouwbeeld uit
1533. Maria, gevat in een krans van stralen en vlammen, wordt omgeven
door zes zwevende engeltjes die met hun handjes de rozenkrans beroeren.
Via een 16de-eeuwse preekstoel bereikt hij het imposante hoofdkoor met
aan de ingang een monumentaal triomfkruis en links en rechts beelden van
Maria en Johannes, het werk van de Antwerpse kunstenaar Willem van
Goelen. Het koperen hoofdaltaar en het ciborium dateren van het einde
van de 19de en het begin van de 20ste eeuw. In 1909 werd het orgel in
het open triforium ingebouwd.
In de noordelijke dwarsbeuk bevindt zich het mooiste en beroemdste
kunstwerk uit de kerk: de sacramentstoren, het werk van de
Antwerpse renaissancemeester Cornelis Floris de Vriendt. Dit kantwerk
van steen, dat Christus' verlossingswerk en zijn blijvende aanwezigheid
in de Heilige Eucharistie visueel weergeeft, is uitgewerkt als een
gotische remonstrans met voet, greep, glas en toren. Het telt negen
verdiepingen, heeft een hoogte van 18 m en mag met zijn ongeveer 200
beeldjes, zijn friezen, bloemmotieven en zuilen werkelijk een unicum in
de westerse christenheid genoemd worden.
Vooraleer de kooromgang te betreden wordt de bezoeker getroffen door een
ongeveer 6 meter hoge geelkoperen Paaskandelaar, een 15de-eeuws
werk van de Brusselaar Renier van Thienen, die zich liet inspireren door
een gelijkaardig model dat eens de SintPieterskerk te Leuven sierde. In
de kooromgang zelf bevinden zich tal van middeleeuwse devotiebeelden. We
vermelden slechts een lindehouten Sedes Sapientiae uit de 12de
eeuw, een 13de-eeuwse eikenhouten beeld van de heiliqe Catharina van
Alexandrië en een gepolychromeerd notelaren beeld van de heiliqe Lucia
uit 1473.
De Sint-Leonarduskerk bezit eveneens een ongeëvenaarde schat aan
laatgotische Brabantse retabels. Het Sint-Annaretabel uit de
tweede helft van de 16de eeuw, met zijn beschilderde predella, beeldt
levensecht, maar ietwat werelds, allerlei taferelen uit het leven van de
heilige Anna en de Moeder Gods uit. Het eikenhouten retabel der Zeven
Smarten van Maria (1520) daarentegen ademt nog geheel de serene
middeleeuwse vroomheid uit. Om het geheel zo realistisch mogelijk weer
te geven vervolledigden de stoffeerders de gesneden composities en
schilderden ze rozige inkarnaten, de haartjes van snorren en baarden"
verlevendigden ze de ogen of omrandden ze de nagels van de handen.
In de rechter dwarsbeuk bevindt zich een 15de-eeuws retabel, gewijd aan
zes episoden uit het leven van de patroonheilige van deze kerk. Deze
altaarkast met zijn waardige figuren, uitgebeeld in meesterlijke
draperingen en stijlvolle houdingen, getuigt van een waa meesterschap in
de beeldsnijkunst. De slanke gestalten met hun diverse handelingen zijn
vol leven en innerlijke bezieling. In deze altaarkast staat ook het
mirakuleuze beeld van de heiliqe Leonardus uit 1300.
Langs de dubbele deur, met erboven een Laatste Oordeel secco uit de 15de
eeuw, bereikt de bezoeker de huidige schatkamer met zijn heiligenbeelden
en religieuze voorwerpen allerhande, die in toonkasten tentoongesteld
zijn. Deze vroegere devotie- en bedevaartskapel van de Heilige
Leonardus, een juweeltje van hooggotiek, werd in 1983 door een
schaamteloze inbraak ontheiligd.
Vermelden we tenslotte in dit bondig overzicht dat de beiaard, na
restauratie weer een bespeelbaar instrument, de inwoners van Zoutleeuw
en de talrijke bezoekers intens betrekt bij het historisch kunst
patrimonium van deze kerk, die de trots is van elke Leeuwenaar.
** Zie hier
voor: "Hoe maak ik een printversie van de pagina"?
|