DILLENBURG met Villa Grün ­ museum voor economische geschiedenis - Evangelische stadskerk - Hessische Staatsstoeterij - vakwerk in de stad en Wilhelmslinde - Schlossberg.
Naar
plattegrond. Naar deelstaat Noordrijn-Westfalen. Naar kaart met de deelstaten. Naar stedenlijst Duitsland. Naar uw accommodatie.

    

Vakwerk huizen in DillenburgStadsgeschiedenis:
de nieuwere geschiedschrijving plaatst de bouw van de oude burcht in de eerste helft van de 12e eeuw. De graven van Laurenburg-Nassau wilden met deze burcht op de top van de 295 m hoge berg hun landerijen beveiligen, die van het Siegerland tot aan de Mainmonding reikten. In talrijke twisten met de vanouds gevestigde landadel moesten de graven van Nassau moeizaam om hun nieuwe bezittingen vechten en het was dan ook niet verwonderlijk dat de Dillenburg in 1325 door de heren van Dernbach in de as werd gelegd. De burcht werd snel herbouwd en uitgebreid.

In het jaar 1344 werd Dillenburg door keizer Lodewijk de Beier 

het stadsrecht verleend. De nederzetting in het 'Thal', die al voor 1200 was ontstaan, ontwikkelde zich maar langzaam. In 1447 horen we van 85, en in 1479 van slechts 95 belastingplichtige huishoudens te Dillenburg. In het jaar 1524 werden talrijke huizen van de kleine stad door een enorme brand verwoest.

Onder graaf Willem de Rijke werd het slot uitgebreid en van verdere sterke fortificaties voorzien.  

Zo werd in de jaren 1525 tot 1535 ook de 'hoge muur' gebouwd, die de slotberg nog heden zijn imposante karakter verleent. De belangrijkste gebeurtenis was zeker de geboorte van de eerste zoon van Willem de Rijke: in 1533 kwam op het Dillenburgse slot Willem van Nassau, de latere Prins van Oranje ter wereld. Op grond van zijn successen als diplomaat en legerleider werd hij tot aanvoerder van de Nederlandse adel benoemd. Met zijn broers initieerde hij in 1568 vanuit Dillenburg de bevrijding van de Nederlanden van de Spaanse onderdrukking.

In de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) werden Dillenburg  

en de verdere omgeving door een wild soldatenvolk gebrandschat. Ook het slot werd belegerd, het kon echter dankzij de sterke verdedigingswerken niet worden ingenomen.

In het jaar 1723 zette een kindermoordenares  

die in de Hintergasse (Achtersteeg) gevangen zat, het dak van een huis in brand. Het vuur breidde zich snel uit en verwoestte meer dan 200 gebouwen in de stad.

In de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) werd het tot dan toe droevigste hoofdstuk  

van de Dillenburgse geschiedenis geschreven. Het slot werd na 14 dagen belegering op 13 juli 1760 door de Fransen met gloeiende kogels beschoten en verwoest.

Na het overlijden van de laatste vorst Christiaan in 1739
was onze stad weliswaar niet langer residentie, zij bleef echter tot 1806 en van 1813 tot 1815 regeringszetel van het vorstendom Oranje-Nassau, onder supervisie van de regering, het 'Duitse kabinet' in Den Haag. In de tussenliggende zeven jaar (1806-1813) was Dillenburg de hoofdstad van het Siegdepartement, het zuidelijk deel van het door de Fransen beheerde groothertogdom Berg met als hoofdstad Düsseldorf.

Tot 1815, maar ook nog in de tijd dat het bij het hertogdom Nassau behoorde (1815-1866), 

was Dillenburg vooral een ambtenarenstad en administratief centrum. Daarna ontwikkelden zich in toenemende mate de mijnbouw en het hoogovenbedrijf, de tabaks- en de leerindustrie, handwerk, handel en nijverheid.

Hoewel de stad in de Tweede Wereldoorlog vrijwel geen schade heeft geleden  

door bombardementen, zijn de gevolgen van deze rampzalige oorlog ook in de voormalige districtshoofdstad (1867-1976) te merken geweest. Ongeveer 3000 vluchtelingen en ontheemden hebben na de oorlog in de Oranjestad een nieuw thuis gevonden.

Tegenwoordig telt Dillenburg 

met de deelgemeenten Eibach, Manderbach, Nanzenbach, Donsbach, Frohnhausen, Niederscheld en Oberscheld ongeveer 25.000 inwoners.
In het jaar 1971 werd de autosnelweg A45 geopend, die de regio rondom Dillenburg met de economische centra Rijn-Main en Ruhrgebied verbindt.

Een gemeenteraadsbesluit van historisch belang  

was de toestemming tot de bouw van de Schlossbergtunnel in 1985, die het stedelijk en doorgaand verkeer in belangrijke mate ontlast. Met de werkzaamheden aan dit project werd in het jaar 2003 begonnen en zij werden in 2007 voltooid.

Willemstoren 

Van het slot Dillenburg, dat omstreeks 1130 werd gebouwd en in 1760 tijdens de Zevenjarige Oorlog werd verwoest, bestaan behalve de oude kerker (de vroegere gevangenis) alleen nog maar ruïnes.

De Willemstoren, het symbool van de stad Dillenburg,  

werd in de jaren 1872-1875 ter herinnering aan Willem van Oranje op de historische slotberg gebouwd. Deze had in de 16e eeuw vanuit Dillenburg de bevrijding van de Nederlanden van de Spaanse onderdrukking ingeluid. In de toren bevindt zich tegenwoordig het Oranje-Nassau Museum met talrijke tentoonstellingsstukken over de geschiedenis van Willem van Oranje, die in 1533 in het slot Dillenburg werd geboren.

De museumvertrekken tonen thema's zoals:

* het leven van Willem I van Oranje
* Beroemde leden van het geslacht Nassau in de Europese geschiedenis
* de verbinding van Nassau-Dillenburg met het Nederlandse koningshuis
* vestingbouw in het begin van de nieuwe tijd naar het voorbeeld van de 'Dillenburg'
De documentatie wordt onder andere door de volgende stukken geïllustreerd:
* stambomen, olieverfschilderijen, kopergravures, tekeningen en documenten
* maquettes van het oude kasteel- en vestingcomplex met een virtuele rondgang
* slag-, steek- en vuurwapens
Openingstijden en entreeprijzen op aanvraag.
www.museumsverein-dillenburg.de



Kazematten

In de loop van de Zevenjarige Oorlog hebben Franse troepen het slot in 1760 in brand gestoken. Na het sluiten van de vrede (1763) werden de bovengrondse gebouwen op aanraden van de regering van Nassau geslecht (afgebroken). De stenen van de oude vesting dienden als bouwmateriaal en werden onder andere gebruikt voor de bouw van de huizen in de Wilhelmstrasse.

De Dillenburgse kazematten behoren tot de grootste onderaardse verdedigingswerken 

in Europa uit het begin van de nieuwe geschiedenis (15e/16e eeuw). Met bastions, kazematten en weergangen werd er een verdedigingsstelsel geschapen, dat de 'Dillenburg' onneembaar maakte.

Tijdens een rondleiding van ongeveer drie kwartier krijgt  

u een goede kijk op een historische bezienswaardigheid die uniek is in Duitsland.
Het hoogtepunt en sluitstuk van de rondgang is een bezoek aan de 'Löwengrube' (leeuwenkuil) en de 'Rubensgevangenis'.

De verdedigingswerken werden uit vrees voor een verdere belegering  

ten dele opgeblazen of met puin en aarde opgevuld. Pas in de jaren dertig en zestig van de 20e eeuw is het ondergrondse complex gedeeltelijk weer blootgelegd en voor het publiek toegankelijk gemaakt.
Ga de historische stadskern van Dillenburg te voet verkennen. Op aanvraag worden er ook rondleidingen gehouden.

Villa Grün ­ museum voor economische geschiedenis, Schlossberg 3 

Met de kleur groen zou weliswaar de ligging van de villa in het groen van het slotpark treffend zijn beschreven, maar 'Grün' was de achternaam van de bouwheer en eerste eigenaar van dit huis. De mijn- en hoogoveneigenaar Carl Grün heeft het in de jaren 1914/15 in neoclassicistische stijl laten bouwen. Het gebouw werd in 1979 door de stad Dillenburg gekocht en aan de museumvereniging overgedragen, die er in 1983 het museum voor economische geschiedenis heeft geopend.

In meer dan 20 tentoonstellingsvertrekken  

wordt de geschiedenis en de buitengewone diversiteit van de economie in het Dillengebied getoond. Deze reikt onder andere van de bouw van reusachtige verwarmingsketels tot de vervaardiging van ragfijne metaaldraden, van de mijnbouw of het klokgieten tot het hakhoutbedrijf, een coöperatief stelsel dat uniek is in Duitsland.

Terwijl op de benedenverdieping de zogenaamde basisindustrie  

zoals de mijnbouw en het hoogovenbedrijf, de ijzergieterij- en walserijindustrie en de mijnbouwtechnologie worden getoond, zijn op de bovenverdieping onder andere producten en documenten van plaatselijke bedrijven te zien, met name oude gietijzeren kachels, fornuizen, haard- en kachelplaten en artistiek vormgegeven gietijzeren stukken.
Bovendien worden er diverse oude ambachten getoond, die eertijds in het Dillengebied werden uitgeoefend.

Bijzonder bezienswaardig zijn de in de tentoonstelling 

opgebouwde keukens, die de ontwikkeling tonen van de keuken uit het begin van de nieuwe geschiedenis tot de moderne vliegtuigkeuken.
Een bezoek aan de Villa Grün is ook vanwege de wisselende speciale tentoonstellingen altijd de moeite waard. De museumvereniging heeft al werken van gerenommeerde kunstenaars naar Dillenburg weten te halen. Ook in de toekomst zullen er exposities met werken van Chagall, Dalí, Matisse, Miró, Picasso en andere beroemde schilders in het museum te zien zijn.

Evangelische stadskerk

Meer dan 500 jaar geleden, in juni 1491, werd de Johanniskerk ingewijd. In de klokkentoren vervult de oude 'Walpurgisklok' uit het jaar 1510 nog steeds z'n dienst. Onder het koor van de kerk bevindt zich de graftombe van het huis Nassau-Dillenburg, het geslacht waaruit het Nederlandse koninklijk huis is voortgekomen. In een aparte grafkelder ernaast rust het laatste grafelijke gezin van het slot Dillenburg in vier machtige loden kisten.

In 1990 werd de grootscheepse renovatie  

van het kerkinterieur met het herstel van de barokke beschildering afgesloten.
Bijzonder het bekijken en beluisteren waard is het nieuwe orgel met zijn 46 registers, dat in de barokke orgelbehuizing is ingebouwd.
Openingstijden op aanvraag.

Hessische Staatsstoeterij Dillenburg

Het al sinds 1769 bestaande stoeterij complex aan de Wilhelmstrasse in Dillenburg wordt tegenwoordig in moderne vorm als een zelfstandig staatsbedrijf geleid en zet de traditionele hengstenhouderij voort. Met een nieuw management en hoog gekwalificeerde medewerkers heeft de Hessische Staatsstoeterij zich tot een competentiecentrum voor paardenfokkers en paardensporters in Hessen ontwikkeld. Daarmee verlegt het bedrijf de grenzen op het gebied van opleiding en bijscholing van ruiters en rijders.

Met grote paardensportmanifestaties en culturele evenementen 

lokt de Hessische Staatsstoeterij ieder jaar duizenden bezoekers naar de Oranjestad. De 'hengstenparade' en de 'open dag' die jaarlijks afwisselend plaatsvinden, wekken niet alleen het enthousiasme van paardenkenners. Op sportgebied is de stoeterij naast de stad Dillenburg en de rijvereniging 'Reit- und Fahrverein Dillenburg' medeorganisator van 's werelds belangrijkste toernooi voor eenspannen. De stoeterij is principieel geopend voor bezoekers. Groepen kunnen na voorafgaande aanmelding deelnemen aan begeleide tochten met vakkundige en historische informatie.

Vakwerk in de Stad Dillenburg

Wie met open ogen door de stad wandelt, zal in Dillenburg een hele reeks fraaie, met veel liefde gerestaureerde vakwerkhuizen ontdekken. Het zijn zowel afzonderlijke huizen als ook hele huizenrijen die een intact ensemble vormen. Elk van deze objecten heeft z'n eigen geschiedenis, die de eigenaar u graag vertelt. Liefhebbers van vakwerkarchitectuur komen hier volop aan hun trekken.

Stockhaus - Schlossberg   

Op de slotberg bevindt zich het enige behouden gebouw van de oude Dillenburgse vestingwerken, het 'Stockhaus', dat reeds op de oudste afbeelding van de stad uit 1575 te zien is. Dit gebouw diende eeuwenlang als gevangenis. In het onderste gedeelte stond de 'stok', een groot uitgehold houtblok, waarin de voeten van de gevangenen werden vastgemaakt. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hier ook de vader van de beroemde schilder Peter Paul Rubens, Jan Rubens gevangen gezeten, die een buitenechtelijk kind had met Anna van Saksen, de tweede vrouw van de Prins van Oranje.

Wilhelmslinde - Schlossberg 

De Willemslinde is wellicht de boom die het meest wordt bezocht, vooral door de vele Nederlandse bezoekers van de Oranjestad. Onder deze linde die vroeger voor het hoofdportaal van het oude slot stond, zou Willem I van Oranje op 14 april 1568 een Nederlandse delegatie hebben ontvangen, die hem verzocht zich aan het hoofd van het volk te stellen om de moeilijke situatie in het land op te lossen. De machtige boom van nu is evenwel een 'stek' van de oude linde.

Hof Feldbach-Ruïne - Rolfesstrasse
 

Onder graaf Otto van Nassau-Dillenburg (1247-1289) werd in het dorp 'Veltpach' de eerste kerk, een klein rechthoekig gebouw met een vierkant koor gebouwd.

Tot 1491 was het de parochiekerk van Dillenburg, 

waar nog tot aan de Reformatie de zondagsmis werd gelezen.
De behouden gebleven restanten van het koor dateren uit het midden van de 15e eeuw, toen men met de uitbreiding van de kerk begon. Na voltooiing van de werkzaamheden werd de Nikolauskerk in 1481 opnieuw gewijd.

Reithalle en Marstall - Wilhelmstrasse 26, (manege en vorstelijke stallen) 

Na de verwoesting van het Dillenburgse slot in 1760 tijdens de Zevenjarige Oorlog moesten voor de vroegere bewoners, de Oranje-Nassause regeringsambtenaren met hun gezinnen, dringend nieuwe woningen beschikbaar worden gesteld. Met de stenen van de oude vestingwerken werden daarom vanaf 1769 de huizen aan de huidige Wilhelmstrasse gebouwd. Ook de vorstelijke stallen die zich voordien in het oude slot bevonden, zijn in 1771 in deze straat ontstaan.

Samen met de manege (1789/90) behoren zij tot het kernstuk van het huidige stoeterijcomplex.  

De Hessische Staatsstoeterij die in 1869 werd heropgericht, was oorspronkelijk gesticht door Prins Maurits van Oranje die in Dillenburg geboren en in de stadskerk ten doop was gehouden.

Prinzenhaus - Wilhelmstrasse 24 

Het in 1772 in laatbarokke stijl gebouwde huis Wilhelmstrasse 24 werd in 1803 aan prins Willem V van Oranje verkocht en kreeg zo in de volksmond de naam 'Prinsenhuis'. Telkens wanneer de regerend vorst van Oranje of later van Nassau naar Dillenburg kwam, nam hij zijn intrek in dit huis. In het huidige administratiegebouw van de staatsstoeterij heeft ook de hoogste stalmeester zijn woning.

Orangerie - Am Hofgarten

De oude Oranjerie werd In 1 719 door vorst Willem de Goede van Nassau-Dillenburg gebouwd en diende oorspronkelijk als broeikas voor exotische planten. In de loop der tijden heeft het gebouw de meest uiteenlopende bestemmingen gehad. Zo werd de Oranjerie tijdelijk door de kleine lutherse gemeente en (van 1806-1893) door de katholieke gemeente als godshuis gebruikt. Later diende het gebouw als turnzaal en daarna als voeropslagplaats van de stoeterij. Sinds 1970 is in het voormalige oranjeriegebouw het koetsenmuseum gevestigd.

Hofgarten (Hoftuin)

Onder de stad, naar het zuiden gericht of des middags voor het slot, ligt de hof tuin, groot en wijd, waarin verschillende tuinhuizen en paden, deels gebouwd en geplant, ook allerlei soorten fruitbomen, vele soorten kruiden, rozen en bloeiende planten (enz.) te zien zijn.)
Helaas bestaat de hoftuin die al in 1489 voor het eerst werd genoemd, tegenwoordig alleen nog in naam. Vroeger waren er de edelste fruitsoorten en de zeldzaamste bomen en struiken te vinden. In zijn vroegere grootte besloeg hij het gebied tussen de huidige Rehgartenstrasse, de Wilhelmsplatz, de Frankfurter Strasse en de muur langs het nog bestaande, hoger gelegen oranjeriegebouw

Archivgebäude - Europaplatz

Met stenen van het verwoeste slot werd vanaf 1763 het oude archiefgebouw op de voormalige 'Paradeplatz' gebouwd en in 1766 als eerste Nassause archief betrokken. In de napoleontische tijd (1806-1813) werd het gebouw volledig verbouwd en als paleis van justitie ingericht. Later was hier lange tijd het kantongerecht gevestigd, voordat van 1971 tot 2004 het commissariaat van recherche in het oude archiefgebouw zijn onderkomen vond.

Een episode uit de tijd dat dit gebouw nog dienst deed als archief  

dient hier even te worden vermeld: in het jaar 1785 werd bij een controle door de toenmalige directeur van het archief, Von Rauschard, ontdekt dat de dienstdoende archivaris, die als alcoholist bekend stond, originele archiefstukken uit het archiefbestand onder zijn brandhout had opgestapeld. Hoeveel van deze waardevolle schriftelijke 'brandstof al via de schoorsteen in rook was opgegaan, kon toen natuurlijk niet meer worden vastgesteld. Bovendien had de archivaris vermoedelijk ook dossiers aan kinderen meegegeven, die met het papier onder meer vogelnestjes
hadden gebouwd. .

Untertor-Gebäude - Am Untertor 

Door de 'Obertor' (bovenpoort) in het noorden en de
'Untertor' (beneden poort) in het zuiden van Dillenburg werd vermoedelijk reeds vanaf de verlening van het stadsrecht (1344) de oude verkeersweg tussen de beurssteden Keulen en Frankfurt het stadsgebied binnen- en uitgeleid. De eerste grotere verbouwingswerkzaamheden vonden plaats in 1594. Vorstin Isabella, de echtgenote van de laatste Dillenburgse vorst Christiaan, liet in het jaar 1737 de 'Untertor' door diverse verbouwingen en aanbouwsels in zijn huidige staat veranderen. In dit 'stadsslot' woonde de vorstin die met haar man ruzie had gekregen, tot aan haar overlijden. Daarom werd dit gebouw ook wel het 'vorstinnenhuis' genoemd. Nadat diverse overheidsinstanties er hun intrek hadden genomen, diende het als 'ambtenarengebouw'. Het gebied rondom de Untertor was in de eerste helft van de 18e eeuw het woongebied van de gegoede burgerij.

Haus Stremmel - Hüttenplatz 12 

Volgens recente onderzoeksresultaten vormde het gebied tussen de Hüttenplatz en de Kirchberg, dat reeds vóór 1200 was bewoond, de oorsprong van de latere stad Dillenburg. De Hüttenplatz heeft zijn naam aan een ijzergieterij (Eisenhütte) te danken, die voor het eerst in 1444 werd genoemd, maar beslist al vroeger hier heeft bestaan. Plaatsvervangend voor de vakwerkhuizen op de Hüttenplatz, die in de afgelopen jaren met grote financiële inspanningen werden gerestaureerd, moeten we hier even nader ingaan op het drie verdiepingen tellende vakwerkhuis van de familie Stremmei, dat het plein domineert.

Dit huis werd omstreeks 1650 gebouwd  

en behoort tot de uit artistiek oogpunt belangrijkste gebouwen van de oude Oranjestad uit de baroktijd. Oorspronkelijk was het gebouw nog omgeven door een dienstbodenhuis en vijf schuren. In de 18e eeuw was het een bekend restaurant ('Schwarzer Adler').

Dillturm van 1597 - Im Zwingel

Samen met de totorens Grabenturm en Köppelturm, in het noordwesten van de stad, behoorde ook de verdedigingstoren aan de Dill tot de vroegere versterkingswerken. Nog heden ziet men in de omgeving restanten van de oude stadsmuur, waarvan de bouw weliswaar al in 1580 was begonnen, echter na vele onderbrekingen wegens geldgebrek pas in 1620 kon worden voltooid.

Alter Friedhof - Frohnhäuser Strasse 

Het oude kerkhof 'Alter Friedhof was al in de 16e eeuw in gebruik en diende tot 1908 (ten dele zelfs nog langer) als begraafplaats. De wellicht bekendste grafstede bevindt zich in het zuidwestelijke deel van het oude kerkhof. Hier heeft de staatsman, archivaris en historicus Dr. Johannes von Arnoldi (1751 - 1827) zijn laatste rustplaats gevonden.

Altes Rathaus - Hauptstrasse 19

Na de grote stadsbrand in 1723, waaraan ook het stadhuis ten prooi viel, werd al een jaar later op dezelfde plek een nieuw stadhuis gebouwd, dat tot 1930 als zodanig in gebruik is geweest. Nog in het jaar 1909 behoorden behalve de burgemeester slechts tien andere personen tot het stadsbestuur. Hierbij kwamen nog twee politieagenten en twee nachtwachten. Omdat er in Dillenburg lange tijd geen passende locaties beschikbaar waren, werden in het stadhuis ook concerten en bals, theatervoorstellingen en politieke discussieavonden gehouden. Zelfs de leden van de turnvereniging deden hier hun oefeningen.

Hartig-Haus - Marbachstrasse 18

Dit twee verdiepingen tellende vakwerkhuis, vernoemd naar de 'Oberforstrat' (leidinggevend bosbouwkundig ambtenaar) Georg Ludwig Hartig, is vermoedelijk kort na de grote stadsbrand (1723) ontstaan. Tijdens zijn ambtstijd in Dillenburg (1797 -1806) stichtte Hartig in dit huis een van de eerste Duitse bosbouwscholen, waar toekomstige bosbouwambtenaren uit het binnen- en buitenland werden opgeleid. Bijzondere verdiensten heeft Hartig zich verworven met de planmatige herbebossing, nadat destijds in de bossen veel roofbouw was gepleegd. Op veel plaatsen waren de bossen nauwelijks nog in staat het houtverbruik van de snel groeiende bevolking en de sterk toenemende industrie te dekken. Onder Hartig werden de volledig overbelaste bossen binnen korte tijd hersteld en werd de huidige productiviteit bereikt, tot welzijn van de mensen en tot nut van de industrie. Een opmerking van Hartig, die tegenwoordig actueler is dan ooit: 'Ieder wijs bosbeheer moet de bossen weliswaar zoveel mogelijk, maar toch zó proberen te benutten, dat het nageslacht evenveel voordeel daaruit kan trekken als de thans levende generatie zich toe-eigent.
In 1979 werd het Hartig-Haus met grote financiële inspanningen gerestaureerd. Tegenwoordig is het een van de pronkstukken van de Oranjestad.

Altes Pfarrhaus - Kirchberg 16

In de jaren 1531-1533 werd voor de eerste protestants dominee, Heilmann Bruchhausen von Krombach, naast de stads kerk de 'oude pastorie' gebouwd. Met de bouw van dit huis werd aan de voorwaarde voldaan, die in de verplaatsingsoorkonde van de kerk van Feldbach naar Dillenburg was vastgelegd: voor de geestelijke moest een waardig onderkomen beschikbaar worden gesteld. Bouwheer was de vader van Willem van Oranje, graaf Willem de Rijke, die vanaf 1530 de Reformatie in de Nassau-Dillenburgse landen had ingevoerd. Vermoedelijk heeft ook Johann Bernhard Gottsleben in dit huis gewoond; hij was van 1634­1635 eerste dominee in de stadskerk. In de grote pestperiode (1635/36) stierven binnen slechts drie weken zijn vrouwen al zijn kinderen, en ook de dominee zelf werd in november 1635 het slachtoffer van de ziekte.

Stadtkirche - Kirchberg

Behalve de slotkapel bestond er sinds minstens 1454 ook een kapel in het dal, die echter een filiaalkerk van de moederkerk in Feldbach was. Telkens wanneer de burgers afwezig waren, omdat zij de kerkdiensten in Feldbach bijwoonden, was het stadje Dillenburg hulpeloos aan overvallen blootgesteld en niet tegen brand beschermd. Door een overeenkomstig verzoek bij de aartsbisschop van Trier, tot wiens diocees onze kerkgemeente behoorde, kreeg de Dillenburgse graaf Johan V het voor elkaar dat vanaf 1490 de kerkdienst met alle sacramenten definitief in de kerk van Dillenburg mocht worden gehouden. Op dat moment was men al bezig op de plaats van de oude kapel op de Kirchberg een veel groter nieuw kerkgebouw te bouwen. Op 3 juni 1491 werd de Johanniskerk', vernoemd naar Johannes de Doper, ingewijd. Behalve drie nieuwere klokken wordt tegenwoordig ook nog de oude 'Walpurgisklok' uit het jaar 1510 geluid. In het godshuis bevindt zich de graftombe van de voorvaderen van het huis Oranje-Nassau.

Hier zijn onder andere ook de ouders van prins Willem I van Oranje

Willem de Rijke en Juliana van Stolberg, evenals de broer van Oranje, graaf Johan VI van Nassau-Dillenburg begraven. In een apart zijgewelf staan vier kolossale loden grafkisten, waarin het laatste vorstelijk gezin van het Dillenburgse slot is bijgezet. Nadat vanaf 1530 in het graafschap Nassau-Dillenburg de Reformatie was ingevoerd, kreeg het godshuis aan het eind van de 16e eeuw twee galerijen, zodat de kerk tegenwoordig plaats biedt aan ca. 1000 gelovigen. Na zeven jaar planningstijd kon nog net een jaar voor het 500-jarig jubileum van de kerk in 1991 het nieuwe orgel met 30 registers in gebruik worden genomen. De oude barokke orgelbehuizing die al van 1719 tot 1880 op de orgelgalerij stond, heeft nu weer zijn oude plaats in de stadskerk gekregen.

Altes Amtshaus - Kirchberg 24

Het oudste deel van het huizenblok Kirchberg 24 dat na 4 jaar planning en bouwtijd in 1989 zijn huidige gedaante heeft gekregen, is al in 1499 ontstaan. Het middelste deel van het woonhuis werd in 1528 aangebouwd, terwijl het zuidoostelijke deel in 1595 werd voltooid. Waarschijnlijk hebben in dit huis al van oudsher de bedienden van de graven en latere vorsten van Nassau-Dillenburg gewoond. Dit vermoeden wordt mede gesteund door een aantekening in het brandregister van 1775, waarin het gebouw als 'ambtshuis' en 'herenhuis' wordt beschreven.

Tourist-Info Stadt Dillenburg

Hauptstrasse 19, 35683 Dillenburg - Telefoon +49(0)27 71 896 151 Telefax +49(0)27 71 896 159 -
touristinfo@dillenburg.de   -   www.dillenburg.de 

** Uw accommodatie in geheel Duitsland  kunt U goed boeken via Hotels/Booking/Duitsland.

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes” of kies direct:
 
Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets