TRIER, metropool aan de Moezel.
Toppers: De Romeinse gebouwen - Porta Nigra, Basilica, Keizerthermen en Amfitheater - Dom en Liebfrauenkirche - Rheinisches Landesmuseum - Benedictijen abdij.
Naar  deelstaat Rijnland-Palts. Naar kaart met de deelstaten. Naar stedenlijst Duitsland. Naar uw accommodatie.
    

Trier, het centrum van het wijnbouwgebied langs de rivieren Moezel, Saar en Ruwer, is de oudste stad van Duitsland, maar ook een jonggebleven cultuur- en universiteitsstad in de drielandenhoek met Luxemburg en Frankrijk.
De geschiedenis van Trier begint met de Romeinen omstreeks 16 v.Chr. als 'Augusta Treverorum', en de stad koestert tegenwoordig vol trots haar erfgoed uit twee millennia. Romeinse keizers, bisschoppen, keurvorsten en nijvere burgers hebben hun stempel op de stad gedrukt Daarvan getuigen de historische kunstschatten en de onvergelijkelijk mooie historische gebouwen - het bekendste is de Porto Nigra, de imposante Romeinse stadspoort.

Porta Nigra in TrierTrier is de oudste stad van Duitsland.  
Een inscriptie aan het Rode Huis gewaagt ervan dat de stad 1300 jaar ouder zou zijn dan Rome. In werkelijkheid is Trier in het jaar 16 v.C. door de Romeinen gesticht. In 117 n.C. werd het de hoofdstad van de provincie Belgica Prima en later keizerresidentie. In Trier resideerden de keizers Maximianus, Constantius Chlorus en vooral Constantijn de Grote (306-312). De stad beleefde een culturele bloeiperiode en werd, ondanks herhaalde verwoestingen door de Germanen, driemaal zo groot als Keulen en een wereldstad van het imperium. Haar kooplieden dreven handel met Marseille, Italië, Griekenland en Syrië. Met de verdrijving van de Romeinen eindigde ook de macht van de stad aan de Moezel. Een nieuwe opgang begon pas toen Trier - tot heilige stad verheven - de eerste bisschopszetel ten noorden van de Alpen werd. Tegenwoordig heeft Trier een universiteit en een filosofischtheologische hogeschool binnen zijn muren. Het is een belangrijke industriestad geworden en nog steeds een centrum van de wijnhandel. Een van de bekendste zonen van de stad is Karl Marx.

Bezienswaardigheden 
Toppers: De Romeinse gebouwen Porta Nigra, Basilica, Keizerthermen en Amfitheater - Dom en Liebfrauenkirche - Rheinisches Landesmuseum

Het harmonische samenspel  
van historische charme, geschiedenis en modern leven met de levenslustige en cultureel geïnteresseerde jonge scène maken de stad bijzonder aantrekkelijk. De meeste bezienswaardigheden, bijvoorbeeld de kernstukken van het UNESCO-Werelderfgoed - de Porta Nigra, indrukwekkend vanwege z'n hoogte en de Kolossale zwarte zandsteenblokken, de Romeinse paleisaula, de Basilica, de grootste vrijstaande zaal die de Oudheid heeft overleefd, gesitueerd vlak naast het keurvorstelijk paleis - zijn quasi en passant bij een wandeling door de stadskern te bezichtigen. Misschien kunt u de stadswandeling even onderbreken voor een winkelpauze of voor een glaasje wijn op de middeleeuwse Marktplatz met de fontein Petrusbrunnen. Een zijstraat verder bevindt zich het Domkwartier met nauwe steegjes en hoge muren - en daarbinnen het buitengewone ensemble van de op Romeinse grondvesten gestichte Dom en de gotische Liebfrauenkirche. Een wandeling door de betoverend mooie, in barokstijl aangelegde paleistuin leidt u naar de Keizerthermen, een fascinerende getuigenis var de hoge 'wellness-' en badcultuur van de Romeinen en een van de grootste badpaleizen van het Romeinse Rijk. Op ca. 500 m hiervandaan ligt het Amfitheater, de spannende ruïne van een arena voor gladiatoren- en dierengevechten. Tegenwoordig worden hier de vreedzame 'Antikenfestspiele' gehouden. Aan de oever van de Moezel, vlak bij de Kaiser-Withelm-Brücke, kunt u een schattig straatje bezichtigen: Zurlaubener Ufer. Een groot deel van de huizen werd er reeds omstreeks 11000 gebouwd en vormde een klein dorpje voor de vissersfamilies. Zijn authentieke karakter heeft de Zurlaubener Ufer tot op de dag van vandaag weten te behouden.

HET ROMEINSE TRIER  
Basilica/Aula palatina, Konstantinplatz
De vermoedelijk in opdracht van keizer Constantijn omstreeks 300 gebouwde basilica doet thans dienst als evangelische gemeentekerk.  
De geweldige afmetingen van het rechthoekige bakstenen gebouw getuigen van de weergaloze kundigheid van de Romeinse architectuur. Het bouwen van een dergelijke hal van 73 m lengte, 28,50 m breedte en 33 m hoogte zonder zuilen zou ook nu nog geen geringe opgave zijn. Naast het Pantheon in Rome is deze basilica de grootste en meest grandioze binnenruimte uit de Romeinse tijd die er nog is; zij is dan ook, monumentaal als zij is, een indrukwekkend voorbeeld van grote Romeinse bouwkunst. Er zijn vaak ingrepen op het klassieke bouwwerk uitgevoerd, en dat het er nu bijna in oorspronkelijke toestand bijstaat is in de eerste plaats te danken aan Priedrich Wilhelm IV van Pruisen, die opdracht gaf de basilica weer in haar 'oorspronkelijke grootsheid en stijl, met gebruikmaking van de zeer belangrijke resten te herstellen. In het kader van deze onderneming verdwenen de vele aan- en bij­bouwsels die in de loop der eeuwen waren toegevoegd en de grootse aanblik van het bouwwerk hadden aangetast. Een tweede grote fase van wederopbouw begon na de Tweede Wereldoorlog; bij het herstel van de oorlogsschade was ook een grootscheepse restauratie inbegrepen. Het interieur van het bouwwerk bestaat uit een indrukwekkende hal met een monumentaal cassettenplafond.

Porta Nigra, Porta-Nigra-Platz  
Aan de zwartverweerde zandsteen heeft de poort haar naam te danken. Eens was deze noordelijke poort van de Romeinse stadsversterkingen de machtigste stadspoort van het Romeinse wereldrijk. Ze dateert vermoedelijk uit de vierde eeuw, toen de stadsuitbreiding noodzakelijk was geworden. De poort, 36 m lang, 21,50 m breed en 30 m hoog, is een van de elementen die het stadsbeeld van het huidige Trier beheersen. De middenbouw met dubbele doorgang wordt begrensd door twee halfronde torens. De grote zandstenen blokken waren oorspronkelijk niet met mortel maar met grote smeedijzeren klampen aan elkaar bevestigd. Veel van deze klampen zijn er in latere tijden uitgebroken. Verscheidene in de loop van de tijd toegevoegde bijgebouwen zijn, tegelijk met het herstel in oude toestand van de basilica, verwijderd. Daartoe behoorde ook de Simeonskerk die aartsbisschop Poppo ter ere van zijn vriend Simeon, die zich in 1028 in een cel van de Porta Nigra had laten inkerkeren en zo zeven jaar als kluizenaar heeft geleefd, had laten bouwen. Van deze kerk is alleen het koor behouden. Een deel van het vroegere Simeonsklooster doet thans dienst als stedelijk museum. De twee verdiepingen hoge kruisgang is de oudste van dit type in Duitsland.

Keizerthermen, Ostallee  
In het oosten van de stad ligt de eens reusachtige badgelegenheid met een rechthoekig oppervlak van 250 x 150 m. Met het bouwen werd in de 3de eeuw begonnen, onder Constantijn de Grote werd het werk voltooid. Onder keizer Gratianus (375-383) werd het geheel tot een forum, naast het forum van Constantijn, verbouwd en uitgebreid. Na de Romeinse tijd diende ze afwisselend als kasteel, kerk en ten slotte als onderdeel van de stadsversterkingen. De bewaard gebleven resten geven nu nog een goed beeld van het oude complex.



Andere Romeinse bouwwerken  

Amfitheater, Olewiger Strasse. Van dit uit de 2de eeuw daterende bouwwerk is slechts weinig over. In het theater werden eens wedkampen gehouden. Daarbij deed het ook dienst als verdedigingswerk. Barbarathermen, Südallee. Koud- en warmwaterbad en twee verwarmde zwembaden uit de 2de eeuw; alleen de fundamenten zijn nog over. Römerbrücke. Van de Romeinse brug uit de 4de eeuw zijn alleen nog de pijlers over.

KERKEN
Trier, Dom en Onze-Lieve-Vrouwekerk Dom, Domfreihof   
De geschiedenis van de dom is pas tot in details duidelijk geworden toen opgravingen sinds 1944 veel gegevens aan het licht brachten over eerdere kerken die op deze plek hebben gestaan. Hiermee wonnen de overleveringen volgens welke hier eerst een paleis van keizerin Helena, de moeder van Constantijn de Grote, zou hebben gestaan, aan geloofwaardigheid. Van dit bouwwerk getuigen de resten van plafondschilderingen die uit 50 000 gevonden stukjes gereconstrueerd konden worden. Op de plek waar het paleis van zijn moeder stond liet Constantijn in 326 een grote dubbele kerk bouwen, die - vermoedelijk na een brand - in 336-383 door een nieuwe werd vervangen (delen hiervan zijn in het oostelijke deel van de huidige dom bewaard gebleven). Met de bouw van deze dom, die vele veranderingen, uitbreidingen en vernieuwingen onderging, werd in 1035 begonnen; het werk duurde bijna 200 jaar. Binnen domineert het gotische ribgewelf.

De inrichting van de dom  

weerspiegelt de vele perioden van de lange bouwtijd en de verschillende veranderingen. Het belangrijkste zijn de romaanse koorafsluitingen (12de eeuw) met daarin opgenomen delen van het oksaal. Wat is overgebleven van de waardevolle sculpturale versiering van de koorbanken - Christus met Maria en Johannes de Doper en de twaalf apostelen - is thans tussen kapittel- en hoogkoor opgesteld. Van de belangrijke grafmonumenten vallen vooral dat voor kardinaal Ivo (†1144), de tombe van aartsbisschop Balduin van Luxemburg (†1354), het monument voor aartsbisschop Richard von Greiffenklau (1527) en voor Johann von Metzenhausen (1542) op. De preekstoel is een van de eerste grote creaties van de beeldhouwer H.R. Hoffmann (1570-1572), die ook enige grafaltaren heeft gemaakt (o.a. het Allerheiligenaltaar voor aartsbisschop Lothar von Metternich, 1614, aan de laatste zuidpijler). Belangrijkste reliekschat van de dom is de Heilige Rock in de Heiltumskammer (1702-1708) bij het oostkoor, het gewaad uit één stuk dat het opperkleed van Christus zou zijn waarom de soldaten hebben gedobbeld. Het is gemaakt van een bruine stof, die ter bescherming van een Byzantijnse zijden stof (9de eeuw) is voorzien. De Heilige Rok wordt in de 'Gesta Treverorum' beschreven als het werkelijke kleed van Christus. De dom heeft enige aanbouwen waarvan de kruisgang de belangrijkste is. In dit bouwwerk met een stenen madonna (uit de omgeving van N. Gerhaert, l5de eeuw) en enige mooie grafmonumenten als bezienswaardige schatten, is de vroege gotiek tot volle wasdom gekomen. In de zogenoemde Badische Bau (1470), tussen koor en noordvleugel van de kruisgang, is de domschat met al zijn rijkdommen ondergebracht. Belangrijkste stuk is het draagbare Andreasaltaar, in de 10de eeuw gemaakt door goudsmeden in Trier.

Liebfrauenkirche, naast de dom  
Met de bouw van deze kerk nam men het idee van de dubbelkerk, zoals dit door Constantijn de Grote op dezelfde plek verwezenlijkt was (zie inleiding beschrijving dom), weer op. Met het werk werd omstreeks 1235 begonnen, toch zijn de vormen geheel gotisch. De kerk is met de Elisabethkerk in Marburg de oudste gotische kerk in Duitsland en zij was het uitgangspunt van de Trierse school. De plattegrond van de Liebfrauenkirche wijkt echter af van die van andere bouwwerken die op de voortbrengselen van de Trierse architecten zijn geïnspireerd: het is een centraalbouw met een bijna cirkelvormige plattegrond, waarbij de viering het absolute middelpunt is. Tot de opmerkelijkste delen van dit - een nieuw tijdperk inluidende - bouwwerk behoort het westportaal dat voor het eerst als beeldenportaal is uitgevoerd (originele beelden thans in het Diocesaanmuseum). In de kerk verdienen de grafmonumenten voor domheer Karl von Metternich (tl636) en domcantor Johann Segensis († l564) bijzondere aandacht. Het eerste is gemaakt door M. Rauchmiller (1675), dat voor Segensis is een van de beste grafmonumenten in renaissancestijl. Op de pijlers om de ronde zuilen van de viering zijn de twaalf apostelen afgebeeld (l5de-eeuwse beschildering). De beglazing is nieuw (1954 en 1974).

Benedictijnenabdij en parochiekerk St. Matthias  
De in 1148 gewijde kerk, waaraan sinds de 4de eeuw eerdere kerken voorafgingen, is in de loop der eeuwen vaak veranderd. De laatste ingrijpende verbouwingen werden na de brand in 1783 en tijdens de restauratie in 1964-1967 uitgevoerd. Aanleiding tot het bouwen van het klooster was het graf van de eerste bisschop van Trier, St. Eucharius (4de eeuw). Van belang voor de kerk was de herontdekking van de relikwieën van de apostel Matthias, waardoor het klooster tot bloei kwam en de kerk het doel werd van talloze bedevaarten. Het laatgotische netgewelf is het werk van meester Bernhard van Trier, aangebracht in 1496-1504. Het overhuift het hele middenschip. Dwarsschip en koor zijn in 1505­1510 overwelfd. Het koor was door een hoge afscheiding van de rest van de kerk afgesloten (tegenwoordig door een balustrade in barokstijl). De crypte onder het koor da­teert van omstreeks 9100 (later naar het oosten verlengd). Hierin staan de laat-Romeinse sarcofagen van de heiligen Eucharius en Valerius. De aan de kerk aansluitende vroeggotische kloostergebouwen (de parel van het Rijnland) dateren uit de 13de eeuw. Op het kerkhof staat de Quirinuskapel met daaronder de ondergrondse grafkamers uit vroegchristelijke tijd met een bezienswaardige sarcofaag met reliëfs (3de eeuw).

Kerk St. Maximin/voormalige benedictijnenabdij, In der Reichsabtei  
De abdijkerk is in 1240 gebouwd op de fundamenten van een oudere. Tussen 1581-1613 verbouwd, in 1674 verwoest en in 16100-1698 in de huidige vorm opnieuw gebouwd. Later deed het gebouw als ambachtsschool, kazerne en garnizoenskerk dienst. De westfaçade is in barokstijl gebouwd, in het interieur daarentegen leeft de gotiek voort. Belangrijkste deel van de kerk is de crypte (10de eeuw) die in 1936 is uitgegraven. De hieruit afkomstige wandschilderingen, de enige belangrijke overblijfselen van monumentale Karolingische schilderkunst in het Rijnland, zijn te zien in het Bisschoppelijk Museum.

Voormalige kapittelkerk/parochiekerk St. Paulin, Palmatiusstrasse  
De in 1734-1747 gebouwde kerk is ontworpen door B. Neumann. Het bouwwerk kwam in de plaats van een romaanse kerk en geldt als een van de belangrijkste werken van de barok in het Rijnland. Het in verhouding strenge exte­rieur staat in schrille tegenstelling tot het kleurrijke interieur. Aan de inrichting hebben kunstenaars van naam hun medewerking verleend: J. Arnold (stucwerk), F. Dietz (putti), C.T. Scheffler (plafondschildering, 1734), J. Eberle (koorhek, 1767). Het hoogaltaar is ontworpen door Neumann zelf, de uitvoering is van F. Dietz (1755).

Andere bezienswaardige kerken in Trier  
Hospitaalkerk

St. Irminenlvoormalige abdijkerk van de adellijke benedictinessen (boven Katharinenufer). Essentiële onderdelen van deze uit de 17de en 18de eeuw stammende kerk zijn afkomstig van een bouwwerk uit de 12de eeuw dat hier heeft gestaan. Na verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog is de kerk weer opgebouwd.
Dreifaltichkeitskerk.
De in de 13de eeuw begonnen bouw was in de 18de eeuw voltooid. Bezienswaardig is het wapenepitaaf voor Elisabeth von Görlitz (1451). Graf van Friedrich Spee, bestrijder van de heksenvervolgingen (1635).

Katholieke parochiekerk St. Gangolf, Hauptmarkt.  
De kerk dateert uit 1410-1460, de machtige toren uit 1507. Binnen is een stenen altaartafel (omstreeks 1475) gedeeltelijk behouden gebleven. Aan het oostelijke eind van het zijschip staat een Maria-altaar van H.R. Hoffmann (1602). Katholieke parochiekerk St. Antonius. De 15de-eeuwse kerk is in de 18de-19de eeuw voorzien van een nieuwe inrichting waarvan de preekstoel van F. Dietz wel bijzonder kostbaar is. Het grotaltaar dateert uit de 18de eeuw.

Voormalig keurvorstelijk slot, Konstantinplatz
Het slot is gebouwd in de 17de-18de eeuw. Bezienswaardig is vooral het grootse trappenhuis waarvoor F. Dietz het beeldhouwwerk vervaardigde. De fresco's op het plafond heeft Otto Frankfurter in 1976 aangebracht. Barok tuincomplex met trap aan de

Hauptmarkt met PetrusbronHauptmarkt  
Ter gelegenheid van de verwerving van het marktrecht in 958 werd het marktkruis opgesteld. De marktfontein, gewijd aan de stadspatroon (de heilige Petrus), dateert uit 1595. Voorgesteld zijn de vier deugden: wijsheid, gerechtigheid, voorzichtigheid en moed. Aan de zuidzijde staat de marktkerk St. Gangolf. Aan de westkant de na de Tweede Wereldoorlog weer opgebouwde Steipe, een 15de-eeuws gebouw met een door zuilen gedragen open gaanderij waarin eens het marktgerecht zetelde. Het huis zelf diende als feestgebouw van de Trierse raadsheren. Ernaast het Rote Haus (1684).

Palais Kesselstatt, an der Liebfrauenkirche  
Dit schuin tegenover de Liebfrauenkirche gelegen Palais is het belangrijkste van de vroegere Domherrenhöfe die behouden zijn gebleven. Het dateert uit 1745.

Woonhuizen 
Tot de weinige behouden gebleven, karakteristieke middeleeuwse woonhuizen behoren het gotische Dreikönigshaus (l3de eeuw, Simeonstrasse) en de Frankenturm (11de eeuw, Dietrichstrasse).

Musea
Rheinisches Landesmuseum Trier Rheinisches  Landesmuseum Trier, Weimarer Allee 44.   
Het in 1874 gestichte museum heeft belangrijke collecties gewijd aan prehistorie, vroege geschiedenis, Romeinse tijd, middeleeuwen en kunstgeschiedenis van de nieuwere tijd. In Duitsland bestaat verder geen vergelijkbare documentatie betreffende de Romeinse kunst.
Het Rheinische Landesmuseum veraanschouwelijkt zo uitvoerig als wellicht geen enkel ander museum in Duitsland alle facetten van het leven gedurende de eerste vier eeuwen na Christus. Veelkleurige mozaïeken en reliëfs, de grootste verzameling van gouden munten ten noorden van de Alpen, maar ook een maquette van de stad Trier omstreeks de jaren 360/370 geven een uitstekend beeld van deze lang vervlogen epoche
Städtisches Museum, Simeonsklooster
In de voormalige kruisgang, een 11de-eeuwse uitbreiding van de Porta Nigra, worden tegenwoordig de verzamelingen van het Städtisches Museum getoond: schilderijen en beelden van middeleeuwen tot nu, Nederlandse en Rijnlandse schilderkunst (vooral 19de eeuw) en topografie en kunstgeschiedenis van Trier.

Bisschöfliches Museum und Diözesanmuseum, Banthusstr. 6.
Sacrale kunst uit het diocees Trier, vroegchristelijke kunst, bouwplastieken van de dom en de Liebfrauenkirche, wandschilderingen. De belangrijkste thema's in het Bisschoppelijk Dom- en Diocesaanmuseum Trier zijn het vroege christendom, de Middeleeuwen en de moderne tijd. Het pronkstuk van de collectie is het uit talloze fragmenten samengestelde plafondfresco van een vertrek uit de 4e eeuw, dat als een van de belangrijkste monumenten van de laatantieke schilderkunst wordt beschouwd
Schatkamer van de dom, Domfreihof. Zie beschrijving dom.

Karl-Marx­Haus, Brückenstrasse 10.   
De hier getoonde verzamelingen omvatten documenten over leven en werk van de grondlegger van het wetenschappelijke socialisme. Karl Marx - een zoon van de stad Trier, filosoof, sociaalwetenschapper en grondlegger van het moderne socialisme - is hier geboren. In zijn geboortehuis, het Karl-Marx-Huis, informeert een permanente expositie over zijn leven en zijn werk.

Stedelijke museum Simeonstift, vlak naast de Porta Nigra,   
rondom de romantische Romaanse Brunnenhof gelegen, is ontstaan op grond van beduidende legaten en is met documenten over de stadsgeschiedenis, sculpturen en schilderijen van de Middeleeuwen tot de 19e eeuw uit Trier en omgeving een bewijs voor de burgerzin van de stadsbewoners.

Parken en plantsoenen  
Voor de rococofaçade van het keurvorstelijke paleis ontvouwt de paleistuin barokke tuinkunst. Hier kunt u in gelijke mate het stenen verleden en het bloeiende heden beleven. Beginnend in de directe nabijheid van het Romeinse Amfitheater komt u op het wijnleerpad overeen afstand van 1600 m allerlei bezienswaardigheden en merkwaardigheden over de cultuur en het leven van de wijnstok aan de weet. In het noorden van de stad ligt het historische Nell's Park in voegromantische Engels-Hollandse stijl. Op de Petrisberg bevind zich op het terrein van de tuinbouwmanifestatie Landesgartenschau 2004 een recreatiegebied met schitterend panorama.

Shopping  
In de royale voetgangerszone in de oude stadskern staat u een waar shoppingparadijs te wachten met boetieks voor designermode, gevarieerde speciaalzaken en antiekwinkels.

Eten en drinken  
Van regionale specialiteiten kunt u in Trier het beste genieten in combinatie met een eersteklas wijn uit het wijnbouwgebied langs de Moezel, Saar en Ruwer: in een knus wijnlokaal bij de plaatselijke wijnboeren , in gezellige eetgelegenheden of in toprestaurants.

Aanrijroute 
Per trein: Trier Hauptbahnhof (CS), IC-aanslulilngen  - Autosnelwegen: Al, A48, A64  =  Luchthavens: Luxemburg, Frankfurt-Hahn, Saarbrücken, Frankfurt, Keulen/Bonn

Tourist-Information Trier Stadt und Land e.V.

An der Porta Nigra, 54290 Trier - Tel.: +49 (0) 6 51 / 9 78 08-0  - Fax: +49 (0) 6 51 / 9 78 08-88
E-mail: info@tit.de   -  Internet: www.trier.de/tourismus

** Naar uw accommodatie. Die kunt U goed via  Booking.Trier boeken. Er zijn 65 hotels/appartementen/Gust accommodation en Bed en Breakfest online boekbaar. U kunt de ligging van de hotels via Google Earth bekijken! Aanbvolen: bijv.
Nells Park Hotel
Erg goed 8,3  Goed hotel , ook het eten en drinken . Goed verzorgd ontbijt Alles netjes en schoon Komen zeker nog keertje terug
Arcadia Hotel Trier
Goed 7,3  Zeer mooi, zeer goede atmosfeer, vriendelijk personeel, verzorgd
Zur schönen Aussicht
Goed 7,8  Zeer vriendelijk personeel, kamers klein maar heel gezellig. Ontbijt dik in orde en zeker de oudejaarsavondmenu was 5 sterren waard. Wij komen zeker terug! Zeer goede ligging, goed zicht over Trier, het vuurwerk was de max !

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes” óf kies direct:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets