AMANDELBOOM, Prunus amygdalus
L.., naar overzicht
Mediterrane Flora en Fauna
Maak uw keuze
Kleine bomen of heesters met licht roze bloemen. Bladeren zijn lancetvormig,
kaal en gesteeld. De bloemen zijn vijf cm in doorsnede, alleenstaand
of in paren. Ze bloeien vroeg in het voorjaar. Binnen de behaarde steenvrucht
ligt meestal maar één zaad. De zaden, amandelen genoemd, worden als noten
gegeten. Ze bevatten amygdalin, een glycoside waar onder anderen blauwzuur uit
vrijkomt. Van de zaden wordt amandelolie, een etherische olie, gemaakt. De
bittere (var. amara) wordt gebruikt voor het parfumeren van zepen en cosmetica.
Voor gebruik als smaakstof, aroma voor bitterkoekjes en likeur, wordt de olie
blauwzuur vrijgemaakt. De zoete olie (var. fragilis) of amandelolie wordt
gebruikt in de farmacie. De boom is gevoelig voor vorst. Uit Azië stamt de
abrikoos, Prunus armeniaca L., is door zijn witte bloesem te onderscheiden van
de rood bloeiende perzik, Prunus persica L., afkomstig uit China.
Door kruisingen met de perzik zijn sierheesters ontstaan als het amandelboompje
en de dwergamandel. Behoort tot de familie van de Rosaceae. Hier behoren verder
toe: rozen, krentenboompje, cotoneaster, meidoorn, kweeën, appels, sierappels,
Japanse sierkersen, kersen, perziken, pruimen, laurierkersen, peren en
lijsterbessen.
Amandelen in de regio
Valencia, Spanje
In januari bloeien de amandelbomen in de Sierra Espadán ten noorden van
Valencia en hangt er een waas van wit en roze om de bergen. Een vergelijkbare
aanblik bieden in dit jaargetijde veel streken langs de Spaanse
Middellandse Zeekust, want tussen Tarragona en Máiaga groeien de meeste Spaanse
amandelen (almendras). Verder worden er amandelen verbouwd bij Granada en
Almeria, in het achterland van Andalusië, en op de Balearen. Per jaar oogsten de
Spanjaarden gemiddeld 30.000 ton amandelen, waarvan een groot deel voor de
export bestemd is.
De amandelboom is een sterke plant met een lange levensduur, die elk jaar
bloeit. De Romeinse agronoom Columcla zei dat deze boom niets anders dan harde,
droge aarde behoeft. In Valencia kweekt men de amandelen inderdaad op zo'n
karige bodem. Anders dan de sinaasappelboom, die geregeld besproeid moet worden,
is de amandelboom met weinig tevreden. Zijn wortels gaan diep de grond in en
halen daar het benodigde vocht.
Een amandelboom kan het best opgekweekt worden uit een bittere amandel. jonge
bomen hebben een gladde lichtbruine stam, die in de loop der jaren donker en
gegroefd wordt. Om nieuwe soorten te ontwikkelen en ten behoeve van een goede
kwaliteit veredelt men de bomen. Als onderstam gebruikt men vaak een wilde
amandel, maar soms ook een perzik of een abrikoos.
Als de vrucht rijp is, in augustus of september, barst de buitenste,
fijnbehaarde laag van de vrucht open en komt de pit tevoorschijn. Voordat de
vruchten afvallen, leggen de boeren grote doeken onder de bomen om het
verzamelen te vergemakkelijken. Na de oogst worden de vruchten gekraakt. Vroeger
deed men dit zware werk met de hand, maar tegenwoordig zijn er speciale machines
voor.
Als de amandelbomen bloeien, is de Middellandse Zeekust bedekt met een witroze
sluier. Als de amandelen rijp zijn, barst de dop open en komt de pit
tevoorschijn. In enorme doeken, die onder de amandelbomen gespannen zijn,
verzamelt men de vruchten. Met een stok haalt men de laatste amandelen uit de
boom. Er mag er niet een verloren gaan. De amandelen gaan in grote manden.
Natuurlijk zitten er ook steeltjes en blaadjes tussen. De takjes en blaadjes
worden gescheiden van de kostbare amandelen door een machine. Er blijven alleen
amandelen over in de dop. Die moet ook weg. Machinaal worden de amandelen
gesorteerd op grootte en vervolgens gekraakt. Een deel komt ongepeld in de
handel, de rest wordt volautomatisch gepeld. Tot slot sorteert men de amandelen
met de hand, zodat alleen de beste waar wordt verpakt.
Er zijn talloze soorten amandelen in Spanje, met welluidende namen als
larguetas, marconas , planetas en valecias. Sommige, zoals de langwerpige
largueta en de hartvormige planeta, groeien in het hele land andere zijn alleen
van regionale betekenis.
Tegenwoordig komen amandelen meestal als borrelhapje of tussendoortje op tafel,
maar voor de plattelandsbevolking waren ze lange tijd een belangrijke bron van
eiwitten. De moderne voedingsleer kent je afhandel een hoge voedingswaarde toe:
hij bestaat voor 54% uit vet en bevat ijzer, calcium, fosfor en vitamine B. In
twee amandelen zit evenveel linolzuur als in 1,25 liter melk Dit meervoudig
onverzadigde vetzuur is goed voor het hart en de bloedvaten. Amandelen eet men
geroosterd, gezouten of met een laagje suiker. Verder maakt men er van oudsher
turrón, marsepein en gebak van. Daarnaast kan men er visgerechten en sausen mee
verfijnen. Zoete amandelolie wordt in de cosmetica-industrie gebruikt voor de
vervaardiging van zeep en parfum. Bittere amandelen zijn niet eetbaar, want die
bevatten het glycoside amygdaline, dat,bij de spijsvertering het giftige
blauwzuur afscheidt. De olie wordt in de cosmetica- en geneesmiddelenindustrie
en, in heel kleine hoeveelheden, voor het bakken gebruikt.
Turrón
In Catalonië beweert men dat een banketbakker genaamd Pabio Turron aan het
eind van de 18e eeuw, ten tijde van de Spaanse Successieoorlog, de turrón
uitvond in Barcelona. Van amandelen en honing, de enige levensmiddelen die er
nog waren in de belegerde stad, zou hij een soort nougat gemaakt hebben die als
noodrantsoen diende. Het is echter waarschijnlijker dat de lekkernij door de
Arabische veroveraars in Spanje is geďntroduceerd. In Jijona bij Alicante
maakten joden en Arabieren lang voordat Pabio Turron geboren was al een soort
nougat, die halve werd genoemd. In Turkije en het Nabije Oosten is nog steeds
een zoete spijs te vinden die halva heet.
In Valencia werd turrón al vroeg als delicatesse beschouwd. In de 16e eeuw
zetten de raadsleden van Alicante hoog bezoek turrón en vijgenbrood (pan de
higos) voor. Ze schijnen erg gul te zijn geweest, want in 1595 maande koning
Filips 11 de stadsbestuurders in een brief tot matigen bij het aanbieden van
deze kostelijke geschenken. Hoewel turrón tegenwoordig in heel Spanje bekend is
en men er vooral met Kerst overal van smult, geldt de Valenciaanse plaats Jijona
nog steeds als het centrum van de turrónproduktie. Door de eeuwen heen is de
ambachtelijke bereiding blijven bestaan, waar de turronero kritisch op toeziet.
Amandelen en honing zijn nog steeds de basisingrediënten voor echte turrón,
waarvan puristen slechts twee soorten erkennen:
• zachte Jijona-turrón (turrón blando) en
• harde Alicante-turrón (turrón duro).
Voor de harde turrón worden de amandelen eerst geroosterd en in stukjes gehakt.
Daarna mengt men ze met honing en laat men de massa pruttelen bij een constante
temperatuur, terwijl men roert met grote houten lepels. Tot slot voegt men wat
eiwit toe als bindmiddel, waarna men het mengsel af laat koelen, vervolgens in
stukken snijdt en dan, machinaal meestal, verpakt.
Voor de zachte turrón worden de afgekoelde blokken met amandelolie tot een taaie
pasta vermalen, opnieuw verhit, urenlang tot een zacht, homogeen mengsel geklopt
en tot slot met eiwit gebonden. Naast de klassieke soorten, die uitsluitend uit
amandelen, honing en eiwit bestaan, zijn er allerlei moderne varianten op de
markt, met ingrediënten als eidooier, suiker, hazelnoten, pijnboompitten, kokos,
gekonfijte vruchtjes en chocola. Vaak rekent men ook guirlache, een nougat die
bestaat uit gekaramelliseerde suiker en ongeroosterde amandelen, tot de turrón.
Bron CULINARIA ESPAŃA, Könemann. ISBN: 3-8290-1964-5. U vindt
hier ook een keur van recepten behorend bij bovengenoemde producten. Prachtig
geillustreerd werk! Van Uitgeverij Könemann is ons geen URL, WAP of
EMAIL bekend
** Een accommodatie in Nederland kunt u goed vinden via
Hotels/Appartementen/NL (1664).
** Via
Hotels/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een juiste accommodatie in 71
landen.
|