|
FLORA GRIEKENLAND,
naar overzicht Mediterrane Flora en Fauna
Met
die van Spanje is de Griekse flora het soortenrijkst van Europa. De vegetatie
hier moet zich aanpassen aan droge zomers, sterke straling van de zon, zachte en
vochtige winters. Op zich zijn deze factoren niet gunstig voor veel planten en
daarom moeten ze zich sterk aanpassen. Aanpassingen zijn: altijdgroene,
leerachtige bladeren die elk
gunstig moment kunnen benutten en die de water afgifte kunnen beperken. De diep
liggen huidmondjes, waslagen, haren en verdikte wanden verhinderen onnodig
waterverlies. Erica en rozemarijn hebben omgerolde randen
en daardoor beperken ze vochtverlies. Brem heeft verschrompelde bladeren
maar de takken bezitten bladgroen en daarmee kunnen ze fotosynthetiseren. Bij
toenemende droogte laten sommige planten hun bladeren vallen. Anderen ontwijken
helemaal droogteperioden door zaden te vormen. Bol- en knolgewassen brengen de
moeilijkste periode door met ondergrondse organen. In de herfst maar vooral in
het voorjaar bloeien de planten.
Hardloofzone
Is beperkt tot het laagland en tot een hoogt van 1000 m.
De olijfboom is hier een dominerende boom in de vegetatie. Waar de boom zeldzaam
wordt ligt de verbreidingsgrens voor veel andere planten. Bij het verdwijnen van
de bossen is de taak daarvan enigszins overgenomen door de olijfboom.
Vertegenwoordigers van het altijdgroene hardloofgewas zijn steeneik en
kermeseik. In het droge zuidoosten zijn typische begeleiders johannesbroodboom,
wilde olijf en boomwolfsmelk. Bij de kusten zien we de aleppoden, Calabrische
den en de parasolden. Deze laatste vangt in de nacht met zijn geopende parasol
de afkoelende lucht op, om de naalden komen dan de dauwdruppels.
Maquis
Is struikgewas van 1.5-5 m hoog, bedekt vooral in westelijk Griekenland de
bergen. Het zijn resten van vroegere bossen. De planten leveren hout, hars,
looistoffen en vezels. In de hoge maquis komen steeneik en kermeseik voor.
Verder pistache soorten, mastiek- en terpentijnboom, judasboom, vuilboom,
steenlinde en boomheide. Veel voorkomende soorten in de lage maquis zijn: erica,
cistus, brem, brandkruid en de gele cistusparasiet, een wortelparasiet.
Door
beweiding wijkt de maquis voor de garrigue, die bestaat uit schrale
maquisstruiken, tijm, lavendel, rozemarijn, bol en knolgewassen. Doornige,
bolvormige bosjes, in het Grieks phrygana, bestaan uit pimpernel, brem en
wolfsmelk.
Loofboszone
Wordt gekenmerkt door winterkale loofbomen als donzige eik, hopbeuk,
pluimes
en oosterse haagbeuk.
Eikenboszone
In deze zone zijn de winterskoud en er ligt gedurende enkele maanden sneeuw.
Eiken en op schrale gronden dennen zijn hier kenmerkend.
Bergzone
Ligt hier boven, we treffen hier Griekse zilverdennen en krimdennen.
** Een accommodatie in Nederland kunt u goed vinden via
Hotels/Appartementen/NL (1664).
** Via
Hotels/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een juiste accommodatie in 71
landen
|