| KAAS ,
naar overzicht
Mediterrane Culinaria
Maak uw keuze
|
Castelmagno, Piëmonte |
Gorgonzola,Piëmonte |
| Mozarella,
Campanië |
Bitto en Casere,
Lombardije |
| Casumarzu
en Macomer, Sardinië |
Pecorino,
Toscane |
| Manchego,
La Mancha |
Montsec, Catalonië |
|
Schapenkaas Roncal, Navarra |
Idiazábal,
Baskische bergen |
|
Kaas uit Abruzzo en Molise |
|
Castelmagno uit
Piëmonte
De castelmagno is op en top Piëmontees. Deze blauwschimmelkaas met
wettelijk beschermde herkomstaanduiding (DOC) wordt uitsluitend in de
plaatsen Castelmagno, Pradleves en Monterosso Grana in de provincie Cuneo
geproduceerd. De ware castelmagno is gemakkelijk aan zijn handelsmerk te
herkennen: de bovenzijde draagt een kleine driehoek met daarin de
gestileerde letter C. Net als zijn veel bekendere verwant gorgonzola, kan
ook de castelmagno terugkijken op een indrukwekkend verleden, want de kaas
wordt al uitdrukkelijk vermeld in het protocol van een rechtszitting uit
1277. Het oordeel luidde toen dat voor het gebruik van weideland dat de
gemeenten Castelmagno en Celle di Macra elkaar betwistten, een jaarlijkse
vergoeding gegeven moest worden aan de markgraaf van Saluzzo - in de vorm
van kaas uit Castelmagno. Dankzij de zin voor traditie van de kaasmakers
smaakt de castelmagno nog bijna precies zo als in de 13e eeuw. Het is een
houdbare kaas met slechts 34% vet in droge stof, meestal uitsluitend
gemaakt van koemelk, al kan hij ook kleine hoeveelheden gedeeltelijk
ontroomde schapen- of geitenmelk bevatten. Men stremt de kaasmelk eerst en
hangt hem op in doeken om de wei weg te laten lopen. Daarna rust de
wrongel enkele dagen in houten vaten en wordt vervolgens in vormen
geperst. Daarna moeten de kazen nog twee tot vijf maanden in goed geluchte
grotten doorbrengen.
Een jonge castelmagno heeft een wat rode korst en een ivoorkleurig
binnenste. Hij smaakt licht zout met een zweempje noot. Een rijpe
castelmagno heeft een donkerrode tot grijze korst en zijn okergele
binnenste is duidelijk van blauwgroene schimmeladeren doortrokken. De
smaak is uitgesproken en pikant. Welke graad van rijpheid de kaas ook
heeft, de castelmagno is een uitstekende kaas voor aan tafel, die het best
met acaciahoning en een versterkte wijn geserveerd kan worden.
Gorgonzola ook
uit Piëmonte
▲
Is een van ltaliës bekendste exportartikelen. De kleine, meestal in
zilverpapier gewikkelde punten gaan in het hele westelijk halfrond bij
kaasboeren over de toonbank. Net als vele andere kazen is gorgonzola een
DOC-product, maar zijn stamland is wel vele raden groter dan van
bijvoorbeeld de castelmagno. Gorgonzola mag komen uit provincies die deels
in Lombardije, deels in Piëmonte liggen: Bergamo, Brescia, Como, Cremona,
Cuneo, Milaan, Novara, Pavia en Vercelli. Tegenwoordig is een groot deel
van de kaasmakers in het Piëmontese Novara gevestigd.
Met zijn 48% vet in droge stof is de gorgonzola een volvette koemelkkaas.
Vroeger werd hij gemaakt van ongepasteuriseerde melk, maar daar is men
omwille van de hygiëne van afgestapt. Aan de melk worden
fermentatiebevorderende stoffen en, de schimmel Penicillium glaucum
toegevoegd. Om de schimmel gelijkmatig in de kaas te laten trekken helpt
men de sporen een handje door eerst aan de ene kant en een week later aan
de andere kant met lange roestvrijstalen pennen in de kazen te prikken. De
gorgonzola rijpt twee á drie maanden in grotten met een
temperatuurregulering of in daarmee overeenkomende opslagruimten.
Gorgonzola doet het uitstekend als tafelkaas. Geef hem als voorafje of,
samen met wat brood en een krachtige rode wijn, als nagerecht. Ook in de
keuken bewijst hij goede diensten. Risotto, sauzen, vullingen en farces
krijgen een prachtig aroma als u er wat gorgonzola door kruimelt.
Mozarella
uit Campania
▲
Verse mozzarella is een extreem snel bedervend product. Hij smaakt het beste
wanneer hij di giornata, dus dagvers gegeten wordt. In wei ingelegd is hij bij
goede koeling enige dagen houdbaar. Als hij langer te gebruiken moet zijn of als
hij vervoerd moet worden naar noordelijke delen van het land of de andere kant
van de Alpen, is er eigenlijk geen andere mogelijkheid dan de witte boontjes
in een met pekel gevuld plastic zakje te verpakken. Maar voor de
levensmiddelentechnologie dergelijke middelen ter beschikking stonden, was
mozzarella inderdaad een regionaal genoegen voor de lekkerbekken in Campanië en
Puglia. Geen wonder dat de zachte kaas een paar van de nationale gerechten van
deze streek hun niet te verwisselen karakter heeft verleend. De Napolitaanse
pizza zou zonder de heerlijke zachte smeltende kaas niet denkbaar zijn - net als
Capri's optisch ook zeer Italiaans aandoende combinatie van groen basilicum,
witte kaas en rode tomaten. Net als bij de productie van andere kaasproducten
wordt bij de bereiding van mozzarella allereerst de melk met behulp van stremsel
tot stremmen gebracht. Dan wordt de ontstane wrongel in grote stukken verdeeld
en aansluitend tot 80-90 'C verhit. Vervolgens roert en kneedt de kaasmeester de
dampende massa net zo lang tot hij een elastisch, lange draden trekkend deeg
krijgt, dat hij in gelijke stukken verdeelt. Dit proces heet mozzarella
(afsnijden, afbreken) en heeft de kaas zijn naam gegeven. De afzonderlijke
porties worden tot bollen, vlechten of andere maaksels gevormd. Vanwege de grote
vraag naar mozzarella wordt de verse kaas nu ook van koeienmelk bereid en zou
dan strikt genomen niet mozzarella, maar fior di latte of fiordelatte
(melkbloem) genoemd moeten worden. De echte en traditionele Campanische variant
wordt van melk van de zwarte waterbuffels gemaakt die in grote kudden
hoofdzakelijk op de vruchtbare vlakten bij de rivier de Volturno, ten
noordwesten van Napels, en in de driehoek tussen Salerno, Eboli en Paestum
worden gehouden. In 1993 werd de benaming mozzarella di bufala campana wettelijk
erkend en van een DOC- predicaat voorzien. De productiegebieden liggen niet
alleen in Campanië, maar sluiten ook delen van Latium en het gebied rond Foggia
in Puglia in. De authentieke mozzarella is te herkennen aan het kwaliteitszegel
van het consortium. Vanwege het dradentrekkende deeg wordt mozzarella ook wel
pasta filata-kaas genoemd. In deze categorie horen ook specialiteiten thuis als
provola en caciocavallo, die volgens hetzelfde proces als mozarellla bereid
worden. Provola wordt gemaakt van een mozzarellamassa die gerookt wordt en
daarna enige tijd moet rijpen. De taaie, bruinachtige korst heeft een heerlijk
rookaroma. Caciocavallo is een koeienmelkkaas die heel jong gegeten kan worden
of ongeveer een jaar kan worden bewaard. De oudere versie wordt in Zuid-Italië
graag geraspt gebruikt in plaats van pecorino romano of parmezaanse kaas.
Bitto en Casere uit Valtellina,
Lombardije
▲
Deze kaas is naar de rivier de Bitto genoemd, een zijrivier van de Adda.
Hij wordt bijna uitsluitend in de provincie Sondrio gemaakt. De
cilindervormige kaas is 8 tot 12 cm lang en heeft een gewicht van 15 tot
24 kg. De kaas wordt verhit, geperst, gezouten en rijpt dan drie tot zes
maanden in een koele ruimte. Als de bitto als geraspte kaas gebruikt
moet worden, kan de rijpingstijd zelfs wel een jaar zijn. De
aanvankelijk zachte kaas wordt compacter, brosser en geuriger wanneer
hij ouder wordt. Bitto wordt niet alleen als traditionele afsluiting van
een etentje met een goed glas sassella, grunello, inferno of valtellina
gebruikt, maar is ook een niet te onderschatten ingrediënt van de
polenta taragna of van sciatt (gebakken kaaskoekjes).
Casera
De casera is een kaas die in heel Valtellina uit halfafgeroomde kaas
wordt gemaakt. Na toevoeging van stremsel en verhitting moet de kaas een
poos rusten. Daarna wordt de kaas gevormd, die dan of direct wordt
gezouten of in een pekelbad wordt gelegd. De kaas rijpt dertig dagen.
Casumarzu en Macomer
uit Sardinië
▲
De madenkaas casamarzu is een Sardische specialiteit die
beslist niet geschikt is voor vegetariërs. In principe gaat het hier om
een onschuldige, licht gerijpte pecorino. Een object van twijfel wordt
de kaas door de bewoners die hem gaan bewerken. Aan de bovenkant wordt
namelijk een gat in de kaas geboord, waar kleine witte maden ingestopt
worden. Om de nieuwkomers fit te houden krijgen ze in het begin steeds
een druppelde melk. Na een paar dagen zijn de maden aan hun --tenslotte
niet onappetijtelijke- omgeving gewend en beginnen de pecorino van
binnenuit op te eten. Wanneer de kaas helemaal door maden is ingenomen,
breekt de casumarzu-liefhebber hem open en krabt met een stuk brood het
mengsel van kaas en maden eruit. Voor de liefhebber!
Macomer
▲
Iedereen Sardijn kent het kleine stadje Macorner dat halverwege
tussen Oristano en Sassari ligt. Het is zoiets als het Tilsit van het
eiland in de Middellandse Zee - niet dit verschil dat Macorner veel
verschillende kaasspecialiteiten te bieden heeft. omdat hier al in 1907
het eerste kaasproductiegenootschap werd opgericht, kan deze tak van
economie op een relatief lange geschiedenis terugkijken. Relatief, omdat
Macomer als stad een veel langere geschiedenis kent. Zo stamt de
parochiekerk San Pantalco uit de 16e eeuw. Het is niet bekend of de
gemeenschap van dit godshuis toen kaas uit plaatselijke producten
vervaardigde, maar waarschijnlijk is het wel. En ook een paar honderd
jaar eerder, in het midden van de 12e eeuw, toen Bernard van Clairvaux
cisterciënzermonniken naar Sardinië zond om ongeveer 10 km ten westen
van de stad de kaasproductie van de abdij Santa di Corte te starten, zal
er ongetwijfeld kaas op tafel zijn gekomen. Met het oog op een dergelijk
belangrijk verleden lijkt het ruim honderdjarige genootschap relatief
jong. Maar gebruiken we menselijke maatstaven, dan hebben sinds 1907 al
vier generaties van kaas uit Macomer genoten. Het aanhoudende succes bij
de klanten is het beste bewijs voor de kwaliteit die in Macomer geleverd
wordt. Het stadje is echter niet alleen gespecialiseerd in kaas. Wie aan
de lucht gedroogde salami of andere authentieke worstsoorten van
Sardinië wil proberen, moet ook naar Macomer komen, want hier worden ze
gemaakt.
Pecorino uit
Toscane
▲
Bij pecorino denken we allereerst aan de zuidelijkste streken van
Italië, maar deze geurige schapenkaas is net zo typerend voor
Midden-Italië en Toscane. De cacao, zoals hij hier genoemd wordt,
ontbreekt in geen enkele provisiekamer. Vroeger gold hij als stevige
boerenkaas die graag met een stuk brood en een krachtige Toscaanse wijn
als tussendoortje werd genuttigd. Intussen vinden we hem nu in de
verfijnste keuken. De bekende soorten van de Toscaanse pecorino worden
in het hart van de regio, in Chianti, bij Cortona en Casentino, bij
Pietrasanta en Lucardo, bij Siena of in de Maremma geproduceerd.
Pecorino is er in verschillende rijpingsstadia. Als heel jonge kaas
wordt hij na twee tot vier weken verkocht, de belegen pecorino rijpt
twee maanden en oude pecorino, die in plaats van parmezaanse kaas als
geraspte kaas wordt verkocht, heeft zes maanden nodig, maar wordt vaak
nog langer opgeslagen. De Toscanen beweren dat de geurige kruiden waar
het gebied om beroemd is, de schapenkaas het onvergelijkbare aroma
verlenen. Daarom letten de kaasmakers erop dat de schapen op zeer
verschillende weidegronden ongestoord kunnen grazen. Pecorino wordt van
december tot augustus geproduceerd. Allereerst wordt de vette
schapenmelk met kalverstremsel gemengd. Na een halfuur is het stremmen
klaar en kan de wrongel geperst worden. De kwarkachtige massa moet nu op
een warme plaats bewaard worden voordat hij in vormen wordt gedaan. De
jonge kaas moet iedere dag zorgvuldig met de hand gezouten en gedraaid
worden zodat er een korst gevormd kan worden. In veel streken behandeld
men de korst met tomatenextract om hem een oranje kleur te geven.
Anderen verven hem met een kleurstof grijs of laten de kaas op
notenbladeren rijpen zodat de korst een bruinachtige kleur aanneemt. Een
bijzondere specialiteit is de marzolino, een kleine, eivormige pecorino
die van de eerste melk in het voorjaar -meestal in maart, vandaar de
naam- wordt geproduceerd. Hij smaakt het best wanneer hij nog erg jong
is. Pecorino is er in zo veel varianten dat er in de Toscaanse keuken
nauwelijks vraag naar een andere soort kaas is. Zo nu en dan wordt er
echter raveggiolo geserveerd, een fijne, milde kaas, die heel jong en
met een beetje olijfolie het beste smaakt.Voor hartige taarten,
krachtige vullingen van allerlei aard, maar ook in zoete gerechten en
desserts gebruiken de Toscaanse koks -net als hun collega's in de rest
van Italië- de van wei gemaakte, op kwark lijkende ricotta.
Manchego, kaas uit La Mancha
▲
Archeologische vondsten als schapenbotten en kaasvormen tonen aan dat
er in de IJzertijd al schapen gehouden werden in La Mancha en dat men er
ook kaas maakte. Later roemden Grieken en Romeinen de pittige Spaanse
schapenkaas. Toch was dit melkproduct lange tijd slechts een
bijverschijnsel van de schapenteelt. De dieren werden gehouden voor hun
wol, een belangrijke bron van inkomsten voor de vorst. De Arabieren hadden
tijdens hun verovering van Spanje schapen van een sterk ras, die ook in de
woestijn konden overleven, meegebracht uit Noord-Afrika. In het ruige
landschap van La Mancha, het grensgebied tussen het christelijk koninkrijk
en het kalifaat van de muzelmannen, gedijden de kudden van weerszijden van
de grens en vermengden zich.
Kaas diende aanvankelijk slechts als proviand voor de herders, die, op
zoek naar weidegrond of op de vlucht voor de Saracenen, altijd mobiel
moesten zijn. Net als pan candeal, het typische tarwebrood, was
schapenkaas smakelijk en lang houdbaar. Pas in de 19e eeuw werd
manchego-kaas van economisch belang. Na de ontbinding van de
'achtenswaardige raad van de fokkers' verving de moderne veeteelt de
nomadische. Vanaf dat moment nam ook de economische betekenis van de
melkproducten snel toe. In veel kleine bedrijven werden talloze
kaassoorten gemaakt. De meesterkok Xavier Domingo betreurt echter het
restrictieve beleid van de overheid, die lange tijd de plaatselijke
producenten sterk veronachtzaamde.- 120 Spaanse kaassoorten
zouden,bedreigd worden door de onbelemmerde invoer van goedkope
massaproducten. Maar de Queso Manchego wist zich te handhaven en sinds
1984 draagt deze kaas het stempel van de beschermde herkomstaanduiding
Denominación de Origen (D. O.). Van de dertien Spaanse kaassoorten met een
D.O. is manchego wereldwijd de bekendste. Het genot van verfijnde
manchego's heeft in Spanje een nieuwe kaascultuur doen ontstaan. Men heeft
leren proeven en de vraag is sterk gestegen, zodat ook andere kaassoorten
van schapen-,geiten- of koemelk nu meer kans op overleven hebben. De basis
voor een echte manchego vormt de zuivere melk van het Manchego-schaap, een
sterk ras, dat ook op schrale weiden en bij zeer grote droogte overleeft.
500.000 dieren geven per jaar 25 miljoen liter zeer vette, geurige, weinig
zuur bevattende melk, waarvan ongeveer tweederde naar de productie van
manchego vloeit.
Het maken van de kaas
De kaasmaker verwarmt de melk en voegt er stremsel aan toe. Vroeger
werd een plantaardig middel gebruikt om de melk te laten stremmen, i maar
tegenwoordig gebeurt het vaak met leb, een dierlijk enzym. Na het
uitlekken wordt de kaasmassa gevormd en geperst tot de wei eruit gelopen
is. De wrongel wordt in cilindrische vormen gedaan en krijgt een pekelbad
van 48 uur, waarna de kaas minstens zestig dagen rijpt bij een temperatuur
van 8 tot 12 'C en een luchtvochtigheid van 80 tot 85%. Ongeveer 15% van
de productie van manchego komt van ambachtelijke kaasmakerijen. Om het
etiket artesanal te mogen voeren, mag de kaasmaker alleen rauwe melk
gebruiken. Het merendeel van de manchego-kazen wordt tegenwoordig echter
van gepasteuriseerde melk gemaakt in moderne bedrijven, waar staal en
kunststof de oude kuipen hebben verdrongen. Alle manchego draagt als
merkteken een bloem en vertoont rondom visgraatachtige motieven. Vroeger
veroorzaakte het espartogras dat voor het persen werd gebruikt dit patroon
en nu bootsen de vormen het na.
Een manchegokaas weegt 2 tot 3,5 kg en heeft een vetgehalte van circa
50%. Manchego heeft een zeer harde, lichtgele tot groenig zwarte korst en
is te koop in drie graden van rijpheid:
• Fresco: zo duidt men de heel jonge kaas aan, die na zestig dagen
rijpen in de handel komt. Van binnen is hij ivoorkleurig en nog zeer zacht
en smeuïg.
• Semicurado: deze kaas is bij ambachtelijke bereiding maximaal
zes maanden en in industriële bedrijven twee tot vier maanden gerijpt. Hij
is al vrij compact.
• Curado: deze kaas heeft meer dan zes maanden gerijpt, waarna het
een stevige, snijdbare kaas is. Voor de duur van het rijpingsproces hoeven
de kaasmakerijen zich uiteraard alleen aan de ondergrens te houden en dus
bieden de producenten een grote verscheidenheid aan manchego's aan. Het is
een kostelijk avontuur deze kazen te ontdekken. Añejo (Spaans voor
'oeroud') heet een kaas die 7, 12 of zelfs 24 maanden gerijpt heeft. De
ivoorkleurige tot gelige schapenkaas smaakt rins en kruidig en,
afhankelijk van de rijpingsduur, enigszins scherp. Spanjaarden eten hem
als tapa het liefst zó, want behalve een volle rode wijn of een droge
sherry heeft manchego geen begeleiding nodig. Als nagerecht laten ze hem
echter graag vergezeld gaan van carne de membtillo (kweeperenpulp),
vijgen, druiven of appels.
Montsec uit Catalonië
▲
Als u paar op uw ervaringen in restaurants afgaat of de magere
sortering in de supermarkten bekijkt, zult u Catalonië niet gauw zien als
een kaasland. Dat is jammer, want deze streek heeft heel wat te bieden en
er worden steeds meer kazen, bereid volgens oude tradities, op de markt
gebracht. De geit is nog altijd de belangrijkste melkleverancier voor de
kaasproductie in Catalonië. Hoe de traditie wordt beleefd en vernieuwd,
bewees in 1978 een groep jonge mensen uit de stad die naar het dorp Clúa
(provincie Lleida) trokken: ze produceren daar een verblindend witte,
romige geitenkaas, de Montsec. Deze kaas wordt ook wel cendrat ('met as')
genoemd, omdat hij tijdens het rijpingsproces met as wordt ingewreven. In
het Cerdanya-dal lokt de kruidige geitenkaas Formatge d óli amb herbes de
musser, ingelegd in olie met kruiden, en in Bergueda de Bauma bereid van
geitenmelk. Onder een blauwgrijze schimmelkorst (Penicillium glaucum) gaat
de sneeuwwitte Garrotxa schuil gelijknamige streek in aardewerken vormen
werd genaakt. Deze kaas is zacht als boter, smelt in de mond en laat een
aangename hazelnootsmaak na op de tong. Enigszins sterk van smaak is de
Tupi een smeerkaas in een stenen (tegenwoordig vaak een plastic) pot uit
de Pyreneeën. De Tupi a la Ratafia de Muntanyola van geitenkaas is
verrijkt met een verfijnde vruchtenlikeur en is vooral erg lekker op
toastjes. Meestal wordt Tupi bereid van schapenmelk, net als de grote
Catalaanse kaas die overal in de Pyreneeën gemaakt wordt - de Serrat is
compact, wit tot roomkleurig, heeft een felgele korst en is duidelijk
herkenbaar niet zijn smaak van schapenmelk. De vette, compacte en licht
gerookte Vall d’Aran uit het gelijknamige dal wordt van rauwe koemelk
bereid. Kaassoorten die vroeger alleen van schapen- of geitenmelk bereid
werden, zoals Garrotxa en Serrat, worden tegenwoordig ook van koemelk
gemaakt. Tou dels tilders en Serrat Roi komen uit de buurt van Pallars; in
Garrotxa heet het product van koemelk La Dame Blanca en in Cabrerès Moli
di l’Alzine
De schapenkaas Roncal uit
Navarra
▲
Eeuwenlang leidden de bewoners van de afgelegen Pyreneeën-dalen een
kommervol bestaan. Schaapskudden waren voor hen de enige bron van
inkomsten en ooit liepen er wel 150.000 schapen over de bergpaden achter
de rondtrekkende herders aan. Om onenigheid en overbegrazing te voorkomen
besloten de dorpen al snel de schapenhouderij te reguleren. In het
Roncaldal sloten de zeven grote gemeenten zich in de Middeleeuwen aaneen.
Deze 'Vereniging van de zeven dorpen van het Roncal-dal' (Universidad de
los siete pueblos de la val de Roncal bepaalde wanneer de kudde naar de
lager gelegen weidegronden van Zuid- Navarra gedreven werd en wanneer de
kudde n .aar de dorpen terugkeerde. De zomerweiden werden evenredig
verdeeld en door de gereguleerde begrazing konden ze sneller herstellen.
Dit staaltje organisatietalent zorgde niet alleen voor een rendabel
gebruik van weidegronden, het betekende ook een oplossing voor belangrijke
sociale en ecologische problemen van een hele regio.
Tot op de dag van vandaag maken de boeren in alle Navarese Pyreneeëndalen
op traditionele Wijze kaas van rauwe schapenmelk. De beroemdste bergkaas
van de streek, de roncal, wordt tussen december en juli gemaakt. Dan
werpen de schapen en geven ze voldoende melk. De echte roncal is van pure,
rauwe melk van lacha- en rasa-schapen, waaraan dierlijk stremsel is
toegevoegd. De kazen rijpen ten minste vier maanden. Jonge roncal heeft
een zacht kruidige smaak en is erg romig voor een schapenkaas. Door te
rijpen krijgt hij zijn volle, pikante karakter. In 1981 onderscheidde de
Spaanse staat deze hoge kwaliteit met de eerste wettelijk beschermde
plaatsaanduiding, Denominación de Origen (D.O.), voor kaas.
Elk jaar in augustus presenteren de plaatselijke kaasboeren hun producten
op het kaasfeest van Roncal. Een van die producten is steevast de dikke
schapenmelk. Deze cuajada of gaztanbera wordt op heel wat boerderijen,
thuis en in restaurants nog handmatig bereid, vaak zelfs nog in de
traditionele kaiku, een tonnetje van berkenhout met handvatten. Omdat de
ton niet op het fornuis kan staan, legt men stenen in een vuur en dompelt
die vervolgens met een tang in de melk. Zodra de melk een temperatuur van
circa 38 °C heeft bereikt, voegt men leb toe - een spijsverteringsenzym
uit de magen van jonge lammeren, dat tegenwoordig meestal door een
kunstmatig stremsel wordt vervangen. Daarna giet men de melk in
aardewerken kommen om af te koelen. De veelgemaakte vergelijking tussen
cuajada en yoghurt is niet helemaal op zijn plaats. De twee
zuivelproducten hebben weliswaar dezelfde consistentie, maar cuajada
smaakt niet zuur maar eerder mild en toch duidelijk naar schaap. Als aan
de bereiding gloeiende stenen te pas zijn gekomen, heeft de melk een
lichte rooksmaak. Puristen eten hun cuajada zonder enige
toevoeging, maar de dikke schapenmelk vormt met wat suiker of honing een
heerlijk toetje. Het kan dan afgemaakt worden met wat geroosterde
amandelen of walnoten.
Idiazábal uit
Baskenland
▲
De schapen in de Baskische bergen zien er op zijn zachtst gezegd
opvallend uit: de meeste behoren tot het robuuste en zeer langharige ras
Lacha (Baskisch: Laxta). Bijna 150.000 van deze voddenbalen trekken door
de Baskische weiden. Hun vriendelijke aard maakt hen zeer geschikt voor
grote kudden en bovendien hebben ze zich totaal aangepast aan het koele en
vochtige bergklimaat. Ze geven hoogwaardige, zeer vette melk, waarvan veel
boeren nog op ambachtelijke wijze idiazábal maken. Een groot deel van de
verse schapenmelk gaat echter naar grote kaasmakerijen, waarvan 37 staan
ingeschreven bij de autoriteiten. jaarlijks verwerken zij 6,5 miljoen
liter schapenmelk tot ongeveer 1000 ton idiazábal. Idiazábal is een
lebkaas die twee tot vijf maanden dient te rijpen. Bij toeval ontdekten
Baskische herders dat hij ook heel goed te roken viel: vroeger sloegen ze
de gerijpte kazen in hun hutten op tot ze naar de markt gingen. Als ze een
vuur in de haard stookten, trok de rook door de hele hut. Op den duur
ontdekte men dat deze rook de kaas alleen maar ten goede kwam en zijn geur
en smaak nog interessanter maakte. Later hing men de kazen direct in de
rookkamer. De herders en de kleine familiebedrijven stookten in zo'n kamer
traditioneel meidoorn- en kersenhout, maar de grote kaasmakerijen kiezen
steeds vaker voor eiken- of beukenhout. Het geeft de kaas een duidelijk
donkerder kleur. Idiazábal heeft een zachte, bijna boterachtige
consistentie. De pikante smaak is enigszins zurig, maar zeker niet scherp.
Het rookaroma zorgt voor een interessant accent en het vetgehalte is ten
minste 45%.
De meeste Baskische kaas wordt gemaakt van schapenmelk. Schapen zijn er
tenslotte in overvloed. De meeste kaassoorten, behalve de idiazábal,
worden niet gerookt.
Idiazábal wordt door 37 kaasmakerijen geproduceerd. Zij zijn wettelijk
verplicht melk van Lacha-schapen te gebruiken. Voor het roken heeft iedere
kaasmaker echter een eigen geheim recept.
Bron: Culinaria Italia,
Könemann en Culinaria Espana, Könemann
** Een accommodatie in Nederland kunt u goed vinden via
Hotels/Appartementen/NL (1664).
** Via
Hotels/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een juiste accommodatie in
71 landen.
▲
|