i• Dierlijk leven •

Als we, komend vanuit de Waddenzee, de laagwaterlijn voorbij zijn, zijn we in de getijdenzone.

De bodem is hier kaal en schijnbaar zonder leven. In werkelijkheid is er een overvloed van leven (afb. 7.23) aanwezig, maar het speelt zich onder het oppervlak af. In de bodem zitten schelpdieren. Het diepst zit de grote strandgaper. Wat hoger zitten kokkels. Mossels zitten vaak met zo velen vlak op elkaar dat men van een mosselbank spreekt. Slijkschelpen, nonnetjes en platschelpen komen alleen verspreid voor. Dit is ook het geval met de U-vormige buisjes waarin de zeepieren leven.

Dierlijk leven in het Waddengebied
Dierlijk leven
 in het Waddengebied: Afb. 7.23
a grote strandgaper;
b kokkel;
c mossels;
d slijkschelp met adembuizen van slijkgaper;
e nonnetjes; één graaft zich in (links);
f buisjes van zeepieren.

Terug naar Ecosystemen

Vogels in het Waddengebied
Vogels in het Waddengebied: Afb. 7.24
a kluut;
b wulp
c bonte strandloper;
d bontbekplevier.

Terug naar Ecosystemen

Zeekraal in zilte gebieden
Zeekraal,  Afb. 7.25,
kan zich goed handhaven in sterk zilte gebieden. De plant wordt in Zeeland wel als groente gegeten
. De zeekraal draagt eveneens bij tot het vastleggen van slib. Om in het zoute milieu te kunnen leven, slaat zeekraal zoveel zouten via de wortels in de weefsels op, dat de zoutconcentratie hoger is dan die van het omringende water. Daardoor kan zeekraal toch nog water uit het zoute bodemwater opnemen.
 
Terug naar Relaties en Gedrag, naar overzicht Mediterrane Flora en Fauna
Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in
102 landen.