| TONIJN en Majoma,
naar overzicht
Mediterrane Culinaria Maak uw keuze
Tonijn in Spanje
In de tijd van de Feniciërs, de Romeinen en de Arabieren was tonijn van de
Atlantische kust van Andalusië al zeer gezocht en winstgevend. Onder de
Arabische heerschappij meldden mannen vanuit wachttorens (atalayas) de
komst van grote scholen tonijn, zodat de vissers wisten in welke richting
ze de netten moesten uitzetten. De schepen voeren naar de scholen toe,
gingen er tegenover liggen en vormden met hun netten een almadraba, een
val voor tonijn. De dieren raakten verstrikt in de mazen en werden met
stokken doodgeslagen. Aan land maakte men de vissen schoon, waarna ze gezouten
en in houten kuipen naar de markt gebracht werden. Tegenwoordig opereert
de Spaanse vloot in alle zeeën. Spanjaarden waarderen witte tonijn
(Thunnus alalunga) het meest. Ze noemen hem atúin blanco of bonito del
norte. Op deze tonijn, die meer dan 10 kg kan wegen, vist men in de zomer
voor de kust van Cantabrië. Het vlees is bijna wit, mals, stevig en zeer
geurig. Vooral de filets van de buik (ventrecha, Baskisch: mendreska) zijn
gewild. De lichte tonijn (Thunnus albacares), die in Spanje atún claro of
rabil heet, wordt meestal in tropische zeeën gevangen, veelal voor de kust
van Ecuador. Hij is groter en zwaarder dan de witte tonijn. Het vlees is
min of meer roze en iets minder geurig, stevig en mals dan dat van de
witte tonijn. De rode tonijn (Thunnus thynnus) wordt in Spanje simpelweg
atún genoemd. Hij komt vooral voor in de Stille Oceaan en in andere
tropische zeeën en kan wel 20 kg wegen. Het roodachtige vlees is nogal vet
en minder gespierd dan dat van andere soorten. In geur en malsheid
bereikt het bij lange na niet het niveau van de witte of de lichte tonijn.
Meestal wordt het tot mojama verwerkt of als conserven verkocht.
Majoma
▲
Aan de zuidwestkust van Spanje is het warm, winderig en droog. Voor de
vissers heeft dit twee gevolgen: verse vis bederft snel, maar kan
eenvoudig gedroogd worden in de zon. Wat ligt dan meer voor de hand dan
vis uit de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan met zeezout in te
wrijven en te drogen te hangen? De Arabieren conserveerden tonijn al op
deze manier en het resultaat noemden ze musama. Tegenwoordig heet deze
specialiteit mojama en wordt ze vooral aan de Andalusische kust in de
omgeving van Huelya, Cádiz en Almeria en ook in Murcia en Valencia
vervaardigd. "In principe kan mojama van elke soort tonijn gemaakt
worden", zegt men. Ook de kleinere bonito is er geschikt voor en zelfs de
makreel. Maar de beste en grootste filets geeft de rode tonijn. Bovendien
moet je voor mojama uiteraard het juiste klimaat hebben, zodat de filets
door en door droog worden." Aan de Atlantische kust van Huelva zijn de
omstandigheden ideaal, want hier staat bijna het hele jaar veel wind. Met
een groot, scherp mes snijdt de vakman de verse tonijn. In een handomdraai
zijn de eerste exemplaren keurig schoongemaakt en de felrode filets eruit
gehaald. Dan spoelt Carmelo ze af met water en bestrooit ze niet zout, dat
hij enkele dagen laat intrekken. Daarna worden de filets grondig gewassen
en te drogen gehangen. "En wanneer ze dan langzaam drogen in de frisse
wind", legt de mojama-man uit, "krimpen ze en worden ze steeds donkerder -
tot ze roodbruin, stevig en door en door droog zijn." Om ons te laten
proeven heeft Carmelo al enkele plakken mojama voorbereid - zo dun
gesneden dat we er bijna doorheen kunnen kijken. Hij heeft de plakken een
uur in olijfolie gelegd, waardoor ze nog malser zijn geworden. Op het
fornuis roostert de gastheer een paar gehakte amandelen en ten slotte zet
hij ons een groot bord mojama voor, waarbij hij een lichte, fruitige witte
wijn uit de Condado de Huelva schenkt. In Alicante en Murcia snijdt men
mojama vaak in stukjes, die door de salade gaan. Voor de liefhebbers is
dit nog net acceptabel, want de zachte, zilte smaak van de tonijn
verdraagt niet veel. Combinaties met mayonaise of knoflooksaus (aioli)
beschouwen de kenners als heiligschennis. Een druppeltje koudgeperste
olijfolie is toe gestaan, omdat de gezouten vis er nog lekkerder van
wordt.
De Mattanza
▲
De mattanza is de traditionele Siciliaanse tonijnvangst, is een tamelijk
bloedig spektakel en beslist niet geschikt voor teerhartige toeschouwers. Het
oeroude eilandritueel gaat terug op de tijd van de Spaanse overheersers en is
belangrijk voor de cultuur en de identiteit van Sicilië. Vooral de zuidelijke
kustgebieden van het eiland, waar sterke stromingen zijn, schenken de bewoners
vis in overvloed: garnalen, langoest, calamari, zeebaars en rog.Vooral het
gebied rond Siracusa en de wateren rond de Egadische eilanden bij de westpunt
van Sicilië trekken in voorjaar en zomer grote scholen tonijn aan, die -uit de
noordelijke zeeën komend- in de warme wateren kuit schieten. Sinds jaren hebben
de vissers hier een uitgekiend systeem van netten uitgezet, waarin de dieren
verward raken en zo gevangen kunnen worden. Een archaïsche vangstmethode
overigens, waar geen moderne techniek aan te pas komt. Ondertussen brengt de
mattanza steeds minder tonijn op. Tegelijkertijd is de mattanza ook een
folkloristisch feest voor het hele dorp. Het spektakel begint met een
ochtendmis, waarbij de vissersboten gezegend worden waarmee de mannen later de rizza, de vangnetten, gaan uitzetten. Begeleid door oude gezangen
beginnen de vissers met het opbouwen van de verschillende 'vangkamers', waar er
voor de vissen geen ontkomen meer aan is. De kamers worden met behulp van zware
stenen op de bodem van de zee verankerd. Dan begint het wachten. Het is de
eervolle opgave van de raìs, de meest ervaren vissers, het startsignaal voor het
daadwerkelijke begin van de mattanza te geven.Wanneer de eerste scholen in zicht
komen, varen de vissers in alle vroegte met hun boten uit om de netten waarin de
vissen binnenzwemmen, steeds verder te sluiten. Ten slotte bevindt de hele
school zich in de camera delta morte. Het zijn opnieuw de raìs die bepalen
wanneer de dieren geharpoeneerd moeten worden. De zee kleurt bloedrood en de
vissen worden met behulp van de netten aan boord gehesen. Als in een processie
varen de boten naar de kust terug, waar de vissen gewogen, schoongemaakt en van
hun ingewanden ontdaan worden. Tonijn moet snel verwerkt worden, want hij
bederft snel. Naast Favignana houden ook een paar dorpen bij Siracusa,
Marzameni, Porto Palo, Sampieri en Donnalucata deze traditie in ere.
Tonijn en Sicilië
▲
Een oud visserslied bezingt de kustwateren van Scopello, Castellammare en
Magazzinacci als de rijkste van Sicilië en bespot de armzalige vangplekken bij
Sicciara, waar tevergeefs op de vis wordt gewacht. Maar inmiddels zijn ook voor
de voormalige centra van de tonijnvangst harde tijden aangebroken en het lachen
is de paar overgebleven vissers bijna vergaan. De groeiende milieuvervuiling
langs de kust en de technisch zeer hoogstaande Japanse vissersvloot, die altijd
aan de rand van de territoriale wateren op de loer ligt, laat nauwelijks nog
tonijn naar de warmere gebieden langs de Siciliaanse kust afdwalen. Alleen op
Favignano, de belangrijkste van de Egeïsche eilanden, draait alles nog om de
visvangst, ook nu dat in duidelijk mindere mate gebeurt. Zo sterft langzaam maar
zeker een van de oudste beroepstakken van deze eilanden uit, die vroeger aan
veel mensen een bescheiden maar zeker bestaan boden: netten moesten worden
geboet, verbeterd en ten slotte in de vangstgebieden uitgezet worden, gevangen
vis moest worden schoongemaakt, van de ingewanden worden ontdaan en talrijke
fabrieksarbeiders produceerden de vele heerlijke visspecialiteiten die over de
hele wereld geëxporteerd werden. Ondanks de crisis wordt er nog altijd met de
oude methoden gevist. Tonijn is zeer geschikt voor het inleggen in zout of olie,
maar kan ook heel goed vers gegeten worden. Bovendien is tonno een
geliefde conservenvis.Vroeger werd hij in reusachtige vaten in zout ingelegd,
als wintervoorraad.
Tonijn kan heel goed vers bereid worden, bijvoorbeeld als rauwe visfilet in een
carpaccio, waarbij hij in dunne schijven wordt gesneden.
Andere tonijndelicatessen zijn
▲
Bettarga di tonno
Deze ook wel Siciliaanse kaviaar genoemde specialiteit bestaat uit
zorgvuldig samengeperst gezouten eieren van tonijnvrouwtjes. Bottarga wordt in
schijven gesneden en kan rauw, gefrituurd of gestoomd gegeten worden.Voor het op
smaak brengen van de overigens al wat zoute delicatesse worden olie, peterselie,
knoflook en peperoncino aanbevolen.
Musciuma
Musciuma, in zout ingelegde tonijnfilet, moet dertig dagen rijpen voordat
hij als ingrediënt in salade gebruikt kan worden.
Occhi rassi
Met de 'vette oogringen' worden de stevige, blauwe oogbeenderen bedoeld,
waaraan vlees zit. De occhi rassi worden ingelegd en passen met een beetje peper
heel goed bij wilde venkel.
Curri, surra, vintrisca, ventresca
Het buikspek van de tonijn, dat verschillende benamingen heeft, wordt in
lange repen gesneden en samengeperst.
Bron CULINARIA ESPAÑA, Könemann. ISBN: 3-8290-1964-5. U
vindt hier ook een keur van recepten behorend bij bovengenoemde
producten. Prachtig geillustreerd werk! Van Uitgeverij Könemann
is ons geen URL, WAP of EMAIL bekend
** Zie hier
voor: "Hoe maak ik een printversie van de pagina"?
|