Het uitsterven van planten en dieren - Luchtverontreiniging - Bodemverontreiniging -  naar overzicht Uitwonen van de aarde

Het uitsterven van planten en dieren
- Landbouw -
Waar mensen wonen, bestaat behoefte aan cultuurgrond voor akkerbouw, veeteelt, tuinbouw en bosbouw. Om in deze behoefte te voorzien, werd en wordt aan woeste gronden, met de daarop voorkomende levensgemeenschappen, door het toepassen van verkeerde methoden, onherstelbare schade aangericht.

Bodemerosie door activiteiten van de mensBodemerosie.
a Activiteiten van de mens, zoals het laten grazen van te veel vee of het kappen van bomen verstoren het planten dek.
b Regen kan daardoor vruchtbare aarde wegspoelen.
c Dit kan zo lang doorgaan totdat kale rots overblijft.

Houtkap en afbranding
Planloos kappen of afbranden van bossen, op vlakten en in bergland heeft grote gevolgen . Door het verdwijnen van de bomen verandert het milieu van de levensgemeenschap.
Door de wijzigingen in het milieu gaan planten dood. Doordat de plantenwortels de bodem niet meer vasthouden en doordat regenwater niet meer wordt opgenomen maar wegstroomt, ontstaat erosie .
De vruchtbare toplaag wordt door de wind weggevoerd, of door het water weggespoeld. Er ontstaan kale, veelal dode vlakten, zoals steppen en woestijnen en kale rotshellingen. Als het kappen op grote schaal heeft plaatsgevonden, kan er zelfs sprake zijn van klimaatverandering.

    
Bevloeiing
Verkeerde bevloeiing veroorzaakt verzilting van de bodem.
Door verhoging van de grondwaterstand maakt men gebieden geschikt voor de teelt van bepaalde gewassen. Door de groei van deze gewassen treedt er een grote verdamping op. Er wordt grondwater omhoog gebracht. In dit grondwater zitten allerlei zouten. Doordat deze omhoog komen, wordt plantengroei onmogelijk. Alle planten sterven en er ontstaat erosie.
Beweiding
Door eenzijdige beweidingsystemen (schapen, geiten) en door overbeweiding, wordt de oorspronkelijke plantengroei vernietigd. Ook hierdoor treedt erosie op.
Aanplant van schadelijke gewassen
Lees onderstaand krantenartikel en beantwoord daarna kort de daaronder staande vragen. Vermeld tussen haakjes eventueel de regelnummers waarop je je antwoord baseert.

Nieuw koolzaadras dodelijk voor reewild en hazen
Koolzaad wordt vooral geteeld om er olie uit te winnen voor de margarine-industrie.
Jaren geleden verschenen de eerste 5 niet-bittere rassen op de markt.
Groot voordeel is, dat de eiwitrijke perskoek die na de oliebereiding overblijft, heel geschikt is als veevoer, omdat hij niet bitter smaakt. Maar om diezelfde reden zijn de nieuwe rassen voor reeën, hazen en ander wild juist levensgevaarlijk. Vooral 's winters, als er weinig anders op het veld staat, vreten de dieren zich nu vol met koolzaad om vervolgens een afschuwelijke dood te sterven.
In West-Duitsland en Oostenrijk zijn rond de velden met de nieuwe rassen veel reeën aangetroffen, die hun schuwheid voor mensen hebben verloren en zich zomaar laten vangen.
Ze blijken praktisch blind te zijn en reageren niet meer op geluiden. De meeste gevangen dieren sterven spoedig. Sectie wijst uit dat hier sprake is van ernstige spijsverteringsstoornissen, waarbij de pens soms tot 95% koolzaad bevat. Dat blijkt uit rapporten van het Forschungsinstitut für Wildtierkunde in Wenen. Over de precieze doodsoorzaak tast men vooralsnog in het duister. Mogelijk krijgt in het maag-darmkanaal van de zieke dieren de bacterieziekte coc
cidiose de overhand.
Volgens andere theorieën zou de overmaat aan eiwitrijk voedsel leiden tot het ophopen van het giftige nitriet dat voor dodelijke bloedarmoede kan zorgen.
Niet alleen reeën, maar ook andere herkauwers zouden daarvoor gevoelig zijn. Koolzaad wordt in de EG - afhankelijk van de wereldmarkt prijzen - met 50 tot 70% gesubsidieerd. Vanaf 1991 geldt die subsidie alleen nog voor de nieuwe, zogenaamde dubbelnul rassen. Zij ontlenen hun naam aan het ontbreken van twee schadelijke stoffen. Ten eerste het bittere glucosinolaat, dat remmend werkt op de spijsvertering en daarom in de veevoerbranche wordt aangeduid als anti-nutritionele factor. Ten tweede, maar dat geldt al een jaar of tien voor de meeste koolzaad rassen , is de olie vrij van het voor het hart- en bloedvaten schadelijke erucazuur.
In West-Duitsland, waar inmiddels zo'n twintig dubbel-nul
-rassen op de markt zijn en het totale koolzaadareaal zo'n 400.000 hectare bedraagt, is de reeën­sterfte omvangrijk. De hoop is gevestigd op natuurlijke selectie­mechanismen in de getroffen populaties.
In ons land wordt het gewas vrijwel uitsluitend verbouwd als afwisseling voor granen op de zware Groningse klei en verder als 0 bodemverbeteraar in de nieuwe polders.
In antwoord op vragen van Kamerlid Ria Beckers (PPR) heeft minister Braks van landbouw onlangs laten weten de resultaten van nader buitenlands onderzoek af te wachten en voorlopig geen maatregelen te treffen. De minister ontkende dat behalve reeën ook andere dieren zoals hazen gevaar zouden lopen. Toch wordt in buitenlandse bladen, onder meer in het West-Duitse koolzaadvakblad 'Raps', weldegelijk melding gemaakt van hazensterfte. Maar goedkoop varkensvoer is ook wat waard.
Marion de Boo, NRC 2 mei 1989

la Waarom wordt koolzaad vooral geteeld?
b Wat is de 'perskoek' ?
c Waarvoor wordt de perskoek gebruikt?
d Welke belangrijke voedingsstof zit er in de perskoek?
e De nieuwe koolzaadrassen zijn levensgevaarlijk gebleken voor bepaalde in het wild levende dieren. Welke twee mogelijke oorzaken worden genoemd voor het optreden van de sterfte?
f Waarom wordt koolzaad door de Euro­pese Gemeenschap (EG) gesubsidieerd?
g Waarom spreekt men van 'dubbel-nul­rassen'?
h Waarom is een 'spijsverteringsremmer' in veevoer een minder gewenste stof?
i Waarom zal een minister die onder meer natuurbeheer in zijn portefeuille heeft, de verbouw van deze voor het wild schadelij­ke stoffen niet gauw verbieden? (twee antwoorden)

- Jacht en visserij -
Het bestaan van bepaalde diersoorten wordt bedreigd door jacht en visserij voor het verkrijgen van vlees, huiden, veren, traan en ivoor.

- Welvaartsmaatschappij -
Door de uitbreiding van de bevolking en doordat de mens steeds hogere eisen stelt, wordt overal ter wereld nog steeds onontgonnen (woeste) grond afgegraven.
Er is bijvoorbeeld grond nodig voor de aanleg van wegen, dijken, industrieterreinen, steden, vliegvelden.
Ook militaire terreinen en vuilstortplaatsen legden beslag op onontgonnen grond. De vervuiling van lucht, water en bodem door onder meer afvallozingen door de industrie en het verkeer, vormt een bedreiging voor het leven op aarde.
 
Enkele bedreigde diersoorten- Gevolgen -
Door bovengenoemde oorzaken wordt het bestaan van planten en dieren bedreigd. Op een groot aantal plaatsen zijn woestijnen en steppen ontstaan door toedoen van de mens. Tegenwoordig ziet men het gevaar hiervan in, maar op plaatsen waar de humuslaag is verdwenen, is herbebossing heel moeilijk. Verscheidene soorten planten en dieren zijn al uitgestorven. Dit betekent dat er een vermindering heeft plaatsgehad in de 'genen-pool' waarover de wereld beschikt. Zoiets is onherstelbaar.
Van de circa 1400 plantensoorten die Nederland rijk was,
is momenteel meer dan de helft in ons land uitgestorven of bedreigd. Over de hele wereld worden nu totaal bijna 800 diersoorten bedreigd, waarvan ongeveer 200 soorten zoogdieren en bijna evenveel soorten vogels. Per jaar sterft één diersoort uit, meestal door menselijk toedoen. In Nederland zijn de wolf en de bever al lang verdwenen. In de Biesbos worden nu geïmporteerde bevers uitgezet. Dieren als boommarter, otter, das, havik en raaf komen in Nederland nog maar zeer zelden voor
zie afb..

 Echt op uitsterven, dus mondiaal, staan
: de wisent, de steenbok, de Indische en Javaanse neushoorn en de Groenlandse walvis. Reeds uitgestorven zijn de dodo (kwam voor op Mauritius), de trekduif (Amerika), de blauwbok (een Afrikaanse antilopensoort) en de Balitijger (door jacht).

Luchtverontreiniging    
- Inleiding - Sinds het eind van de jaren veertig komt ernstige luchtverontreiniging steeds meer voor in veel bevolkingscentra in Amerika en Europa. Oorzaken zijn de snelle industriële groei en de zeer snelle toename van het gemotoriseerde verkeer na de Tweede Wereldoorlog. Plaatsen als Mexico-City, Los Angeles, Athene en steden in het Ruhrgebied
waren berucht.

- Gezondheid -
Luchtverontreiniging kan schade toebrengen aan de gezondheid van plant, dier en mens.
Niet alleen in de lucht voorkomende deeltjes, gassen en dampen kunnen schadelijk zijn. Ook stoffen die op voedingsgewassen terecht zijn gekomen, of die er via het bodemwater in terechtkomen, kunnen de gezondheid bedreigen.
Gras van wegbermen bijvoorbeeld bevat
te veel lood uit uitlaatgassen.
Als koeien dit gras
aten, bevatte de melk loodverbindingen. Als je deze melk dronk, kreeg je loodverbindingen binnen. Die zijn niet afbreekbaar in en door het menselijk lichaam. Ze worden opgeslagen in het lichaam, o.a. in het beenderstelsel. Ze leiden tot ernstige ziekten (verlammingen, storing in de aanmaak van bloedcellen, verminderde geestelijke ontwikkeling bij kinderen).

- 'Graadmeter' -
Organismen die het eerst reageren op luchtverontreiniging zijn korstmossen. Bepaalde korstmossen zijn zeer gevoelig voor luchtverontreiniging. Als deze in een gebied niet (meer) voorkomen, is de atmosfeer daar sterk verontreinigd. Korstmossen geven dus een waarschuwingssignaal af.

- Invloedsfactoren -
De mate van luchtverontreiniging is onder meer afhankelijk van:
- de omvang van de verstedelijking (aantal huishoudens en hun energieverbruik, maar ook de hele stedelijke structuur daaromheen met openbare gebouwen, ziekenhuizen, kantoren en winkels die verwarmd en verlicht worden);
- de industrialisatie (fabrieken gebruiken veel energie en veroorzaken bovendien soms erg veel luchtverontreiniging);
- de bio-industrie (als medeveroorzaker van zure regen);
- het verkeer (bromfietsen, scooters, motoren, auto's, vliegtuigen, schepen, trams, metro's).

De luchtverontreiniging binnenshuis is vaak ook aanzienlijk.
Doordat de huizen goed worden geïsoleerd, is er veel minder ongewilde ventilatie dan vroeger. Bij koken op gas ontstaan allerlei ongewenste gassen. De lucht in de keuken is in veel gevallen meer en gevaarlijker verontreinigd dan de lucht in uitgesproken industriegebieden. Daar
kan de aanwezigheid van tabaksrook dan nog bij komen.
Om luchtverontreiniging binnenshuis tegen te gaan, moet men regelmatig voldoende ventileren. Bij koken op gas moet er altijd een raam worden geopend. Uiteraard komt het de atmosfeer ook ten goede als er binnenshuis niet gerookt zou worden. In openbare gebouwen geldt weliswaar een rookverbod, maar  overtreding ervan
komt nog maar al te vaak voor.

- Schadelijke stoffen -

Bestanddelen die in de lucht voorkomen en die schadelijk zijn, zijn vliegas, roet, zwaveldioxide, stikstofdioxide, koolstofmonoxide, aldehyden (een bepaald oxidatieprodukt), lood, koolwaterstoffen en fluoriden.
Freon
Het drijfgas uit spuitbussen, freon, tast de ozonlaag aan. Deze laag van gemiddeld 15 km dikte, die zich op een hoogte bevindt van 15 tot 30 km, houdt een groot gedeelte van de ultraviolette straling, afkomstig van de zon, tegen.
Ultraviolette stralen zijn gevaarlijk voor alle levensvormen. Zij veroorzaken bijvoorbeeld verbranding van de huid en bepaalde vormen van huidkanker. Bij een verdere afbraak van de ozonlaag wordt gevreesd voor een aanzienlijke toename van het aantal huidkankerpatiënten in de toekomst. Freon w
erd ook gebruikt als koelvloeistof in koelkasten. Bij de sloop van oude koelkasten komt freon vrij. Er is een bedrijf in Nederland dat zich bezighoudt met het slopen van koelkasten zonder dat daarbij freon vrijkomt.
Radioactieve deeltjes
In de atmosfeer komen radioactieve deeltjes voor. Ze zijn afkomstig van vroegere atoombomproeven en van lekkages en ongelukken bij atoomcentrales. Ze zijn in wat grotere concentraties levensgevaarlijk, mede doordat ze onzichtbaar zijn. Ze veroorzaken kanker. Voorwerpen die ermee in aanraking zijn geweest en ook voedsel dat radioactief is besmet, moet worden vernietigd. Het afval moet op een veilige plaats worden opgeslagen, omdat ook dit radioactief is.
Zwaveldioxide en stikstofoxide
Door de aanwezigheid van zwaveldioxide en stikstofoxide in de atmosfeer, ontstaat zure regen. Bij het gebruik van fossiele brandstoffen (stookolie, kolen), komen deze stoffen vrij. Fossiele brandstoffen worden gebruikt voor krachtopwekking bij de industrie, bij de opwekking van elektriciteit, door het verkeer en bij de verwarming van woonhuizen.



In de lucht worden zwaveligzuur en salpeterigzuur gevormd.
Met de regen komen deze stoffen in de bodem. De verzuring leidt tot het oplossen van bepaalde metalen die, als het gehalte ervan hoog is, giftig zijn voor plant, dier en mens. Vooral aluminium lost op. Deze stof blijkt van grote invloed te zijn op het ontstaan van de ziekte van Alzheimer (het voortijdig optreden van dementie bij ouderen).
Bomen en struiken worden ziek doordat de opname van normale voedingsstoffen uit de bodem wordt verstoord. Het eerst worden de haarwortels aangetast en de schimmels die in symbiose leven met de bomen. Het voortijdig verlies van de naalden of de bladeren is een eerste teken.
Door zure regen aangetast bosVooral de zilverspar is gevoelig voor de verzuring. Dan volgen de fijnspar, Douglas en grove den, ten slotte eik en beuk.

In grote delen van Europa sterven de bossen.
Door zure regen is momenteel 60% van de bossen in Nederland aangetast
, zie afbeelding. In Duitsland en Zwitserland respectievelijk 53% en 52%. Nederland neemt van de Europese landen de eerste plaats in voor wat betreft aangetast bos.
Van de 70000 meren in Zweden zijn er door zure regen 5000 biologisch dood. Er komt geen plantaardig of dierlijk leven meer in voor. Ongeveer 20000 meren worden ernstig bedreigd. Vennen in Brabant en Drenthe hebben een veel te hoge zuurgraad.

- Energievoorziening en milieu -
Omdat de voorraad aardgas niet onuitputtelijk is, gebruikt men ook
nog steenkool voor de opwekking van elektriciteit. Daardoor zal er langer aardgas beschikbaar zijn voor huisverwarming, waardoor het gebruik van steenkool door particulieren zolang mogelijk wordt voorkomen. Dit is van belang, omdat centrales voor elektriciteitsopwekking wèl, en particulieren niet in staat zijn iets te doen aan milieubescherming bij het gebruik van steenkool. Desondanks ontstaan problemen.
Bij verbranding van steenkool komen veel stoffen vrij die in het milieu terechtkomen.
Dit kan direct bij de verbranding gebeuren, of later als de stoffen uit het afval vrijkomen.
Stoffen die in zeer grote hoeveelheden vrijkomen, zijn koolstofdioxide, water en sintels. Daarnaast komen grote hoeveelheden stikstofdioxide, zwaveldioxide en vliegas vrij. Andere stoffen komen in kleinere hoeveelheden vrij, maar door hun giftigheid kunnen ze toch een gevaar opleveren voor het milieu. Enige voorbeelden: fluorverbindingen, seleen, zware metalen als kwik en lood en radioactieve stoffen.
Sintels
Van de steenkool blijft na verbranding 20 à 25% over in de vorm van sintels. Een gedeelte daarvan is bruikbaar voor o.a. wegenaanleg. Wel moet ervoor worden gezorgd dat bijvoorbeeld zure regen niet de kans krijgt de in de sintels aanwezige zware metalen uit te wassen, daar die anders in het grondwater terechtkomen. Gebruik van sintels is een gevaarlijke zaak. Wat er met de rest van de sintels moet worden gedaan, is onbekend. Ze moeten in ieder geval ergens veilig worden opgeslagen.
Vliegas
Uit de hoge schoorstenen van de centrales komt vliegas vrij, bestaande uit onbrandbare stoffen die in steenkool aanwezig zijn. De schoorstenen zijn zo hoog gemaakt om ervoor te zorgen dat de vliegas en ook de andere stoffen uit de schoorsteen, zo ver mogelijk uit de buurt van de centrale worden gebracht. Het lijkt op het gooien van afval in buurmans tuin.
Met behulp van filters kan meer dan 99% van de vliegas worden opgevangen. De kleinste stukjes vliegas komen echter vrij en juist daaraan hechten zich gemakkelijk de andere in steenkool aanwezige gevaarlijke stoffen. De kleine en daardoor lichte stukjes vliegas blijven lang zweven en worden ingeademd.
Gips
Om zure regen zoveel mogelijk te voorkomen, worden de zuurvormende oxiden met behulp van kalk uit de rookgassen verwijderd. Daarbij ontstaat gips. Ook dat moet voor een deel worden opgeslagen, omdat het niet allemaal kan worden gebruikt. Bovendien zijn sommige van de gevormde gipssoorten radioactief.
Koolstofdioxide
Een ander belangrijk probleem is het ontstaan van koolstofdioxide, het gas dat bij elke verbranding vrijkomt, dus ook bij de verbranding van steenkool, aardgas, benzine en aardolie.
Sinds 1800 is de concentratie van CO
² in de lucht met ongeveer 14% toegenomen. Gerekend over de periode 1958-1988, dus in een periode van 30 jaar, is er sprake van een toename van 9%.
Planten hebben koolstofdioxide nodig voor de fotosynthese, maar ze zijn kennelijk niet in staat alle door verbranding ontstane koolstofdioxide vast te leggen. Daarbij komt nog dat door het kappen van de tropische regenwouden het verbruik van CO
²  bij de fotosynthese steeds minder wordt en dat door het stijgende energieverbruik de hoeveelheid CO²  in de atmosfeer nog verder zal toenemen.
De CO
²-kringloop is een dynamisch proces dat door het optreden van de mens dreigt te worden verstoord.

Broeikaseffect
Hoewel koolstofdioxide niet giftig is en de planten er goed van groeien, is de CO
²­toename gevaarlijk. Hierdoor ontstaat namelijk het zogenaamde broeikaseffect. CO² heeft evenals waterdamp de eigenschap om uitstraling van warmte door de aarde tegen te houden. Het aardoppervlak en de onderste luchtlagen zullen daardoor warmer worden.
Volgens berekeningen zal een verdubbeling van de hoeveelheid CO
² in de atmosfeer een stijging van de atmosfeertemperatuur van 3°C veroorzaken.
Daardoor zal er ijs op de polen smelten. Dit heeft tot gevolg dat er dan minder van de in stralende zonnewarmte door de sneeuw­en ijsvelden zal worden teruggekaatst. Op de polen zal de temperatuurstijging dan veel meer gaan bedragen dan 3°C.
Door het smeltende ijs zal het zeeniveau stijgen, waardoor grote gebieden, nu juist zeer dichtbevolkt omdat de grond er vruchtbaar is, permanent onder water komen te staan.
Er zullen miljoenen mensen
moeten verhuizen en er zal zeer veel productieve grond verloren gaan.
Lang voordat op grote schaal poolijs zal smelten, gebeurt er al iets anders. Doordat de temperatuurverschillen tussen de polen en de tropen kleiner worden, zal de luchtirculatie op aarde anders worden. Gebieden waar voorheen voldoende regen viel voor de landbouw, zullen dan misschien te droog worden. Op andere plaatsen zal juist veel meer regen vallen dan voorheen. daardoor zullen er mondiaal voedsel­tekorten ontstaan.

Er speelt nog een andere factor mee in het broeikaseffect
en dat zijn de termieten die
de aarde bevolken. Men heeft berekend dat er tegenover elke mens op aarde 750 kilogram termieten leven. Men heeft zich deze norme aantallen nooit gerealiseerd, maar in het kader van het onderzoek naar het broeikaseffect is men op dit feit gestuit. Door de verstoring van het evenwicht als gevolg van het kappen van tropische regenwouden neemt de wereldbevolking aan termieten explosief toe.

Termieten eten hout, cellulose dus.
Dat
kunnen ze zelf niet verteren, maar de bacteriën waarmee ze in symbiose leven, wel. Deze komen voor in het verteringsstelsel van de termieten en produceren cellulase, een enzym waarmee cellulose kan worden omgezet in suiker. De bacteriën gebruiken en deel van de suiker zelf. Van de rest profiteren de termieten.
Tijdens de omzetting van cellulose ontstaat er methaan, het rottingsgas. Methaan houdt even als CO² warmte vast. Door alle termieten samen wordt er zeer veel methaan geproduceerd.
Ook door de gestegen wereldrijstproductie en wereldveepopulatie, neemt de hoeveelheid methaan voortdurend toe. Methaan wordt niet, zoals CO², door organismen gebruikt.

Het toenemen van de hoeveelheden CO² en methaan maken het zeer duidelijk dat biofactoren in staat zijn een heel ander klimaat op aarde te laten ontstaan.
De smog
in London, de zure regen van de laatste twintig jaar, waren problemen van plaatselijke aard, ook al troffen ze soms grote gebieden. De gevolgen van het broeikaseffect zullen wereldwijd zijn.

- Een internationaal probleem -
Luchtverontreiniging is zo moeilijk te bestrijden doordat deze niet bij de grenzen ophoudt. De verzuring van Scandinavië wordt voor een groot deel veroorzaakt door de Engelse industrie en veel zure regen in Nederland bevat de afvalstoffen van het industriegebied rondom Antwerpen.
Wettelijke verplichtingen op wereldniveau zouden in de nabije toekomst uitkomst moeten brengen. Het is echter vrijwel onmogelijk wetten te maken die voor de hele wereld gelden, om over de naleving ervan nog maar te zwijgen.

Bodemverontreiniging    
Als de bodem stoffen opneemt die er niet in thuishoren, dan wordt het natuurlijk evenwicht verstoord. We zeggen dan dat de bodem verontreinigd is. Bodemverontreiniging kan op verschillende manieren ontstaan. Het strooizout dat we 's winters op de wegen gooien, komt uiteindelijk in de grond in de berm van de weg terecht; zo raakt de berm van de weg verontreinigd. Omdat boeren vaak meer kunstmest op het land strooien dan nodig is, raakt het land door de kunstmest verontreinigd. Als er een gaslek ontstaat in een gasleiding, dan wordt de bodem door het gas verontreinigd en kunnen bomen en struiken in de buurt sterven. Door lozing van chemische stoffen is de bodem op veel plaatsen in ons land ernstig vervuild. Indirect wordt de bodem verontreinigd door neerslag van stoffen die afkomstig zijn van industrie, verkeer en verwarmingsinstallaties.

De beruchtste bodemvervuilers
waren de bestrijdingsmiddelen en de bijproducten die daarbij ontstonden.
Vooral de moeilijk afbreekbare gechloreerde koolwaterstoffen (DDT), de chloorbevattende PCB's (poly­chloorbifenyl), kwikhoudende bestrijdingsmiddelen, en het bijproduct dioxine
waren en zijn berucht. PCB's kunnen afwijkingen in de voortplanting en kanker veroorzaken. Ze hopen zich op in de voedselketens. Aan het eind van de voedselketen staan bijvoorbeeld zeehonden en de mens. Dat de bodemvervuiling zeer ernstig is, bewijzen de bijna dagelijkse berichten in de krant. Waar de bodem erg vervuild is, loopt ook het grondwater groot gevaar.

- Huisvuil -

In de jaren '50 en '60 zijn er op veel plaatsen in Nederland vuilnisbelten ontstaan. Dit ging ten koste van woeste grond.
De bedoeling was dat op die plaatsen uitsluitend huisvuil zou worden gestort, maar op veel plaatsen is ook industrieel afval gestort, al of niet clandestien. Tussen dat afval zitten soms zeer gevaarlijke stoffen die de bodem ernstig verontreinigen. Op een aantal voormalige stortplaatsen zijn later woonwijken aangelegd. Vaak ontstonden er bij de bewoners problemen met de gezondheid.
Lekkerkerk bijvoorbeeld is daardoor een begrip in Nederland geworden. Ook langs indirecte weg wordt de bodem door huisvuil verontreinigd. Een deel van het huisvuil wordt verbrand in verbrandingsovens. Bij het verbranden van huisvuil komen schadelijke stoffen die in de rook zitten (o.a. dioxine), in de directe omgeving van de ovens terecht. Zo vervuilen weilanden en akkers.
Sommigen pleiten daarom voor sluiting van de ovens.
Maar daarmee is het probleem van de grote hoeveelheid huisvuil niet opgelost.
We kunnen zelf een steentje bijdragen door verstandig om te gaan met het gebruik van plastic en het huisvuil gescheiden in te leveren. Het is vooral belangrijk chemische stoffen apart te houden van ander huisvuil. Nederlandse gezinnen gooien jaarlijks in totaal meer dan 18250000 kilo chemisch afval weg.

3
a Noteer vier gebieden in Nederland waarvan je weet dat de bodem daar ernstig verontreinigd is.
b Welke stof(fen) zit(ten) daar in de grond?
c Wie is voor de verontreiniging verantwoordelijk?

4 Hoeveel afval zetten jullie thuis iedere week klaar voor de vuilnisman?

5 Waaruit bestaat dat afval voor het grootste deel?

6 Noem enkele stoffen die tot het 'klein chemisch afval' behoren.

7 Waar blijft het chemisch afval: a bij jullie thuis? b op school?
 
8 Waar laat je leraar het chemisch afval van een practicum?

9a Waar kun je bij jullie in de buurt chemisch afval kwijt?
- b Wat zijn de openingstijden? - c Aan welke regels moet je je houden om er chemisch afval te mogen afgeven?

Terug naar Relaties en Gedrag, naar overzicht Mediterrane Flora en Fauna
Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 102 landen.

Bron: ©  "Leven en laten leven", deel 4CD; oorspronkelijk bedoeld voor lbo/mavo/havo. Auteurs: J. van den Hengel/G.Th van Kempen/C.F. Koning. Het is niet geheel uitgesloten dat door tijdsverloop en/of door andere oorzaken de geboden informatie niet meer geheel juist is.