Waterverontreiniging - Hoe het uitwonen van de aarde te voorkomen - naar overzicht Uitwonen van de aarde

Waterverontreiniging
- Inleiding -
Bij de verontreiniging van water maken we onderscheid tussen verontreiniging van het zoete water en verontreiniging van de zee. De verontreiniging van het zoete water wordt al tegengegaan door wetten. Er zijn maatregelen genomen om verontreiniging te voorkomen of te verminderen.
De zee wordt nog steeds ernstig vervuild en het wordt nog te weinig ingezien dat een vervuilde zee tot een ramp leidt. Nog lang niet alle landen rondom de Noordzee hebben wetten die het vervuilen van de zee verbiedt.
Het wordt in sommige landen nog volkomen normaal gevonden dat schepen enige mijlen buiten de kust zeer giftig afval in zee lozen. Zo
is Engeland ondanks grote aandrang van andere Europese landen lang doorgegaan met het lozen van afval in zee.
Ook Nederland is schuldig aan vervuiling. In het Botlekgebied lo
osden lang diverse grote industrieŽn hun afvalwater op de Nieuwe Waterweg en de Groningse aardappelmeelindustrie loosde organisch afval via de zogenaamde 'smeerpijp' op de Waddenzee.

- Het zoete water -
Nederland is, wat de zoetwatervoorziening betreft, voor circa 65% aangewezen op de Rijn. Het overige gedeelte is afkomstig van andere rivieren en van regen. Zoet water is nodig voor de drinkwatervoorziening, de industrie en irrigatie. Men maakt gebruik van oppervlaktewater (kanalen, rivieren, plassen) of van grond≠water, dat door waterleidingmaatschappijen uit de bodem wordt gepompt. Na zuivering komt het water in een leidingwaternet terecht.
ē Zelfreiniging ē
In het oppervlaktewater leven eencellige organismen die organische stoffen die in het water zitten, afbreken. Voor deze bacteriŽn zijn de organische stoffen voedsel. Tijdens de afbraak ontstaan water, koolstofdioxide en minerale zouten. BacteriŽn zetten dus organische stoffen om in anorganische stoffen. Zij zuiveren het water op een natuurlijke manier. Dit proces wordt de bio
logische reiniging van het water genoemd. Water bezit door bacteriŽn een zelfreinigend vermogen. Voorwaarde hiervoor is uiteraard de aanwezigheid van bacteriŽn in het water. De bacteriŽn die aan dit proces meedoen, hebben zuurstof nodig.
De meeste anorganische stoffen kunnen niet worden afgebroken. Sommige zijn voedsel voor plantaardige organismen. Andere bezinken in het slib waar ze zich eventueel binden aan bodemdeeltjes. Met het stromende water komen ze uiteindelijk allemaal in zee terecht.
ē Verontreiniging ē
Op de plaats waar de Rijn ontspringt, is het water zuiver. Als het Rijnwater ons land binnenstroomt, zitten er veel giftige stoffen in. Dit komt doordat de Rijn door een gebied stroomt waar
veel mensen wonen. Deze produceren samen met hun industrieŽn en hun mijnen een grote hoeveelheid afvalstoffen. Veel van deze stoffen worden op de Rijn geloosd. Soms bevat het Rijnwater zoveel gif dat het onbruikbaar is om als 'grondstof te dienen voor drinkwater.
Er wordt dan voor gezorgd dat het vervuilde water niet terechtkomt in de zoetwaterbekkens waarin de Nederlandse zoetwatervoorraad wordt bewaard. Zulke bekkens zijn bijvoorbeeld het IJsselmeer, bepaalde delen van de Loosdrechtse plassen.
Onder die omstandigheden wordt ook geen water uit de rivieren naar de duinen getransporteerd, om daar (door natuurlijke filtering) te worden ingelaten om tot drinkwater te worden omgevormd.

RioolwaterzuiveringsinstallatieRioo
lwater
In Nederland wordt er nog maar weinig rioolwater rechtstreeks op open water geloosd. Het rioolwater wordt eerst voorgezuiverd in rioolwaterzuiveringsinstallaties
, zie afbeelding. Het water wordt in grote bassins gelaten, waar het vuil dat in het water zit voor een groot deel kan bezinken.
Door het water door sproeikoppen te laten stromen, wordt er zuurstof in het water gebracht. Hierdoor wordt de bacteriŽle werking verbeterd.
Door biologische reiniging ontstaat water dat geloosd kan worden op het oppervlaktewater.
Eťn van de problemen bij de zuivering van rioolwater wordt gevormd door de fosfaten. Fosfaten worden aan wasmiddelen toegevoegd om de reinigende werking van een wasmiddel te verbeteren. Met het waswater komen daardoor grote hoeveelheden fosfaat in het rioolwater.
Fosfaten kunnen uit het water worden 'weggezuiverd', maar dat is zo duur dat het drinkwater er onbetaalbaar van zou worden.
Als het rioolwater de zuiveringsinstallatie verlaat, zitten de fosfaten er dus nog in.
Fosfaten zijn uitstekende mest voor bepaalde waterplanten. In water met veel fosfaten gaan bepaalde wieren onstuimig groeien. Men spreekt van 'algenbloei'. Het water krijgt een groene kleur. Wat leeft, gaat na verloop van tijd dood.
Ook de wieren gaan dood. Zij zinken naar de bodem. Normaal worden de dode wie≠ren 'opgeruimd' door de bacteriŽn die voor de biologische reiniging zorgen. Maar als er zoveel dode wieren zijn, kunnen de bacteriŽn het niet 'bij-eten'. De dode wieren gaan rotten. Daarbij komt het gas methaan vrij. Dit gas lost gedeeltelijk op in het water. Door het methaan wordt alle zuurstof uit het water verdreven. In water zonder zuurstof kan geen leven voorkomen. Het water is nu 'dood'. Het gaat stinken en het gaat er zwart uitzien. In veel stadsgrachten zit dood water.
Er komen hoe langer hoe meer fosfaatvrije wasmiddelen op de markt,
maar de verkoop van wasmiddelen met fosfaat is niet verboden en ze worden dan ook nog volop gemaakt en verkocht.
Om aan het probleem van de fosfaten wat te doen, hebben de wasmiddelenfabrikanten, onder druk van onder andere milieugroeperingen, wasmiddelen zonder fosfaten op de markt gebracht. Om ze minstens net zo goed te laten wassen als de middelen met fosfaat, worden er zeer sterke oplosmiddelen (TAED, Zeoliet A) aan toegevoegd.

Deze zijn niet biologisch afbreekbaar en komen dus via de rioolwaterzuivering in het oppervlaktewater terecht.
Er treedt nu geen 'algenbloei' op, maar er gebeurt iets anders. Uit het slik op de bodem van het water worden zware metalen losgemaakt van de bodemdeeltjes waaraan zij zich gehecht hadden. De zware metalen komen nu opgelost in het water terecht. Het verwijderen van zware metalen uit het drinkwater is een kostbare zaak.
Een groot deel van de metalen gaat via de rivieren naar zee. Via voedselketens komt het gif dan eveneens terecht bij de mens. Zware metalen vormen dus een bedreiging voor de volksgezondheid.
Ook olie en olieproducten (benzine, terpentine) vormen een probleem bij de zuivering van het rioolwater. Het lozen van deze stoffen via het rioleringsstelsel is dan ook verboden. Eťn liter olie maakt 1000000 liter water ongeschikt om als drinkwater te gebruiken.

Industrieel afvalwater
Om in Nederland industrieel afvalwater te mogen lozen op het oppervlaktewater, is een vergunning van de overheid nodig. Daartoe zijn bij veel fabrieken installaties gebouwd waarin het industriŽle afvalwater van schadelijke stoffen wordt gezuiverd. Onder economische druk worden toch nog lozingsvergunningen gegeven, terwijl dat uit oogpunt van waterbeheer ongewenst is. Fabrieken zouden anders de productie moeten stopzetten of men zou dusdanige investeringen moeten plegen dat de concurrentiepositie verslechtert, wat weer kan leiden tot bedrijfssluiting en werkloosheid. De wetgeving wordt ook ontdoken. Er wordt illegaal geloosd of er wordt met een 'handigheidje' aan de wet voldaan. Als een bedrijf bijvoorbeeld water mag lozen waarin niet meer dan een bepaald percentage van een bepaalde stof mag zitten, wordt het afvalwater met drinkwater (!) verdund, zodat het afvalwater binnen de norm komt en vervolgens kan worden geloosd.
In Nederland is in 1920 het Rijksinstituut voor de Zuivering van Afvalwater (RIZA) gesticht. Dit instituut oefent controle uit op het Nederlandse water en tracht verdergaande verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen.

Water met industriŽle afvalstoffen bevat weinig zuurstof.
Het gevolg daarvan is, dat het water arm is aan bacteriŽn, zodat organische stoffen niet worden afgebroken. Van biologische reiniging is dus geen sprake.
De anorganische stoffen, die vaak kwik, lood of zink bevatten, kunnen nooit door bacteriŽn worden afgebroken. Ze blijven in het water aanwezig en maken alle plantaardig en dierlijk leven onmogelijk.
Als veel van het industriŽle afvalwater wordt geloosd op het oppervlaktewater, kan dit dood water tot gevolg hebben.
Met het rivierwater worden de afvalstoffen afgevoerd naar zee, waar hun schadelijke werking merkbaar wordt. Zo is de zeehon≠densterfte in de Waddenzee te wijten aan kwikvergiftiging.
Soms worden giftige stoffen geloosd die een massale vissterfte veroorzaken. Meestal is dat het gevolg van een ongeluk (bijvoorbeeld brand bij een chemische fabriek aan de Rijn, waardoor met het bluswater veel zwaar giftige stoffen in het water terechtkomen).

Uitspoelen van afval
Op veel voormalige vuilnisbelten door heel Nederland ligt afval dat langzaam maar zeker het water in de omgeving vergiftigt. Een deel van het afval is afkomstig van de industrie, die al dan niet illegaal afval heeft gestort op vuilnisbelten.
Berucht is de Vogelmeerpolder bij Broek in Waterland, ten noorden van Amsterdam. Daar liggen lekkende vaten die dioxine bevatten, een zeer zwaar gif. Het vormt een bedreiging voor het leven in het water rond de Vogelmeerpolder.
Ook op diverse plaatsen 'in het wild' is illegaal industrieel afval geloosd dat erg giftig is.
Doordat het gif in contact komt met het grondwater, maar ook doordat regenwater in de bodem dringt, lost er steeds wat van het gif op. Met het water komt het in het milieu terecht.

Uitspoelen van mest
In grote delen van Brabant, Limburg en Gelderland vormen mestoverschotten een groot probleem. Door overbemesting kan er een ernstige verontreiniging van het milieu optreden. In genoemde provincies bevindt zich 80% van de totale Nederlandse veestapel (pluimvee, varkens, runderen). Deze dieren produceren meer mest dan de boeren nodig hebben voor de bemesting van hun eigen land.
Een gedeelte van het overschot wordt via mestbanken (verzamelplaatsen van mest) getransporteerd naar de rest van Nederland. Van het Brabantse overschot gaat slechts ongeveer 10% naar gebieden met een gebrek aan mest.
Een ander deel wordt opgeslagen op braakliggend terrein, maar de boeren proberen zoveel mogelijk te verspreiden over de akkers. Door dit laatste treedt gemakkelijk overbemesting op. Landbouwkundig gezien hoeven dan nog geen problemen op te treden. Maar door zowel mestopslag als overbemesting komen te hoge concentraties nitraten, fosfaten, koper en calcium in het grondwater terecht. Deze stoffen bevinden zich in de mest en spoelen uit. Op veel plaatsen is de bodem al zeer ernstig verontreinigd. Door het regenwater zal verdere uitspoeling optreden. Zulk grondwater is niet meer bruikbaar voor de drinkwatervoorziening. Het grondwater en later ook het oppervlaktewater zullen nog jaren worden vervuild.
Ook de amoniak die vrijkomt uit de mest en uit de ventilatielucht van de bio-industrie is een milieuvervuilende stof. Via chemische processen draagt de ammoniakuitstoot bij aan het ontstaan van zure regen.

Thermische vervuiling
Sommige industrieŽn hebben veel koelwater nodig. Men pompt water uit een rivier op, gebruikt het om te koelen en laat het dan weer in de rivier stromen. Het water wordt niet vervuild, dus schijnbaar is er niets aan de hand.
Tijdens het koelproces wordt echter meestal veel warmte aan het water afgegeven.
Als dit water later terugstroomt in de rivier, zal daardoor de temperatuur van het totale rivierwater stijgen. Hierdoor verandert het milieu in de rivier. Het kan tot gevolg heb≠ben dat het zelfreinigend vermogen geheel verloren gaat.

ē Verzilting ē
Naast de genoemde verontreinigingen (organische en anorganische afvalstoffen) wordt ons water, en daarmee de planten en dieren die daarin leven, nog bedreigd door een geheel ander gevaar. Dit is de steeds verdergaande verzilting.
Door het onttrekken van drinkwater aan onze duinen wordt de zoutwaterstand hierin steeds hoger.
Daardoor kan de helmgrasbegroeiing in gevaar komen. Om dit tegen te gaan, wordt water uit de rivieren via persleidingen in bepaalde duingebieden ingelaten. Het duinzand doet dienst als filter. Later wordt het gefilterde water opgepompt en kan het worden gebruikt als drinkwater.

Ook door eb- en vloedbewegingen van het zeewater komen via de rivieren enorme hoeveelheden zout water ons land binnen.
Deze beweging is bijvoorbeeld tot in de Hollandse IJssel en tot voorbij Wijk bij Duurstede merkbaar. Daar zout water soortelijk zwaarder is dan zoet water, kruipt het zoute water langs de rivierbodem diep landinwaarts. Van daaruit dringt het als grondwater polders en landerijen binnen.
Veel zout komt binnen via de sluizen in het Noordzeekanaal. Telkens als deze sluizen worden geopend, dringt een zeer grote hoeveelheid zout water het kanaal binnen. Je zou een goederentrein van 40 wagons nodig hebben om het zout te vervoeren dat bij ťťn keer schutten binnenkomt.

- Het zoute water -
Ook de zee vervuilt door tal van oorzaken steeds verder.

ē Olie ē
Olie wordt onder meer per schip vervoerd. Bij aanvaringen of andere ongevallen komen meestal grote hoeveelheden olie in zee terecht.
Ook het schoonspoelen van scheepstanks op zee veroorzaakt olievervuiling. Voor deze schoonmaak zijn speciale havens, maar het gebruik van havenfaciliteiten kost vaak vele honderdduizenden guldens per dag. Schoonspoelen in zee kost de reder niets. Controle op buitengaats schoonmaken is buitengewoon moeilijk.
Olie die in zee terechtgekomen is, vormt een bedreiging voor alle dieren en planten die in zee leven. De meeste (stook)oliesachtoffers zijn echter vogels. De olie vormt op zee een drijvende vlek. Op de plaats van de olievlek wordt de golfslag minder. Watervogels 'landen' bij voorkeur in dit kalmere water. De olievlek werkt als een vogelval. Vogels die in stookolie terechtkomen, gaan dood.
Als ze niet sterven aan vergiftiging gaan ze dood door longontsteking of door verdrinking. Als een olievlek op een strand aanspoelt, spoelen er altijd vogels mee aan.
ē Industrieel afval ē
Het is jarenlang gebruikelijk geweest dat industrieel afval in zee werd gestort. Ook alle afvallozingen op de rivieren waren in wezen afvallozingen op de zee.
Veel van de vervuiling komt op rekening van de chemische industrie. Die wordt geleid door economische giganten, multi≠nationals, als ICI, Hoechst, Bayer en BASF. De Europese landen brengen miljoenen tonnen chemische stoffen per jaar voort. Een groot gedeelte daarvan is schadelijk voor het milieu.
De rivieren die op de Noordzee uitmonden, de Rijn, de Theems, de Schelde en de Maas zijn
nog steeds vervuild. Ze voeren nog steeds hoeveelheden chemicaliŽn naar zee die allang niet meer worden gebruikt. Deze stoffen hebben zich opgehoopt in de bodem van de rivieren en in de grond langs de rivieren. Ze komen druppelsgewijs vrij en het zal dus nog heel erg lang duren voordat de genoemde rivieren helemaal schoon zijn.
De fosfaatvervuiling van de Noordzee, de Waddenzee, de Oostzee en de Middellandse zee is ernstig. De fosfaten, afkomstig uit industriŽle wasmiddelen (
deel), van huishoudens ( deel) en van de fosfaatindustrie (⅓ deel), zijn via de rivieren in zee terechtgekomen en veroorzaken nu ook in zee algenbloei. Door het daardoor ontstane zuurstoftekort treedt vissterfte op.
De fosfaatvervuiling is een ernstige bedrei≠ging voor alle leven in zee. Het is moeilijk fosfaatlozingen een halt toe te roepen, om≠dat er geen internationaal orgaan is dat zo'n wet kan uitvaardigen en vervolgens ook handhaven.

Het dringt langzamerhand in West-Europa door dat een verdere vervuiling van de Noordzee moet worden voorkomen. Er komen hoe langer hoe meer wetten die de chemische industrie tot milieubewuster handelen dwingen.

Hoe het uitwonen van de aarde te voorkomen   

- Concrete maatregelen -
Er zullen vergaande maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat de aarde nog verder wordt uitgewoond. Deze maatregelen moeten onder meer gericht zijn op de volgende punten.

ē Tegengaan van luchtverontreiniging ē
Maatregelen:
- het kiezen van een goede brandstof voor verwarming van woonhuizen en voor industriŽle doeleinden. Een brandstof is goed, als er weinig schadelijke verbrandingsproducten ontstaan. Aardgas is wat dit betreft een goede brandstof;
- voorzieningen in de industrie om de uitstoot van schadelijke stoffen zoveel mogelijk te beperken. Stofvangers en gasreinigingsinstallaties, gewijzigde productieprocessen en gebruik van alternatieve grondstoffen kunnen verbetering brengen;
- verbetering van benzinemotoren waardoor minder schadelijke uitlaatgassen ontstaan;
- drastische energiebesparing. Berekeningen hebben uitgewezen dat het brandstofverbruik gehalveerd kan worden en dat toch hetzelfde kan worden gedaan. Het broeikaseffect en de verzuring worden ermee bestreden;
- we zullen ons ook af moeten vragen of we niet moeten afzien van allerlei zaken die we nu heel normaal vinden.
Om er een paar te noemen: vakantievliegverkeer (zeer milieuvervuilend en energieverslindend), niet noodzakelijk autogebruik, gebruik van bromfiets, verwarming van alle vertrekken in huis.
Om het particulier autogebruik af te remmen, zal het openbaar vervoer verbeterd moeten worden en zullen auto-onvriendelijke maatregelen genomen moeten worden, zoals het afsluiten van steden voor autoverkeer, het niet oplossen van knelpunten of deze zelfs aanbrengen, waardoor flinke vertragingen gaan optreden op korte trajecten.

ē Tegengaan van bodem- en/of water≠verontreiniging ē
Maatregelen:
- zuiveringsinstallaties voor rioolwater en fabriekswater;
- bestrijding van toenemende verzilting;
- tegengaan van de olieverontreiniging op zee;
- strijd tegen het overmatig gebruik van insecten- en onkruid bestrijdingsmiddelen;
- verbod op het lozen van sterke oplosmiddelen. Hierdoor lossen zware metalen op die in het slik zitten op de bodem van de rivieren. Dit dreigt een ramp te worden. Er is geen oplossing voor. Die zware metalen komen ook vrij als vaargeulen worden uitgebaggerd;
- voorkomen van overbemesting en mestopslag. Dit kan worden bereikt door een betere mestdistributie vanuit overschotgebieden naar gebieden met een tekort.
ē Beperken van intensieve jacht en visserij ē
- Er zijn regelingen getroffen die over≠bevissing van de Noordzee moeten tegen≠gaan en voorkomen.
- Een groot aantal landen maakt volgens afspraak geen jacht meer op diersoorten die met uitsterven bedreigd worden, zoals walvissen.

ē Recreatie in goede banen leiden ē
Door goede voorlichting te geven aan het publiek, kan schade aan wegbermen, bossen, duinen, dijken en rietkragen beperkt worden.

ē Algemene maatregelen ē
Er zullen forse heffingen op milieuvervuilende activiteiten moeten komen. In Zweden is gebleken dat zulke heffingen heel doelmatig zijn. De bedoeling van zulke heffingen is in de eerste plaats bedrijven en burgers er toe te brengen hun gedrag te veranderen. Bij goed gedrag hoeven de heffingen niet betaald te worden.
Dat heffingen succesvol kunnen zijn, blijkt bij ons bijvoorbeeld uit de heffing op gelode benzine. Die soort wordt niet meer gebruikt.
Groot succes is de afvalwaterheffing. Bedrijven moeten als ze afvalwater lozen, betalen. Hoe meer ze lozen, hoe meer ze betalen. Dank zij deze heffing hebben vooral de chemische en de voedsel- en drankindustrie hun watervervuilende activiteiten aanmerkelijk teruggebracht. Tussen 1969 en 1975 werd de helft minder geloosd en daarna werd nog 30% vermindering bereikt.
Er moeten ook heffingen komen op alle niet door de natuur afbreekbare of
voor de natuur schadelijke stoffen (kunstmest, batterijen, dranken verpakkingen, lampen die veel energie gebruiken, spuitbussen en bestrijdingsmiddelen) .

- Theoretische maatregelen -
Men kan zich afvragen wat de mensheid in theorie zou moeten doen om te voorkomen dat er door toedoen van de mens een ecologische ramp ontstaat. In theorie, want zulke maatregelen zullen niet altijd haalbaar zijn.
- Beperking van de wereldbevolking -
Een groeiend aantal mensen heeft een steeds groter gebied nodig. Door ontbossing, drooglegging, toenemende verstedelijking, aanleg van wegen, dijken, vliegvelden, militaire oefenterreinen vermindert de oppervlakte woeste grond. Het Chinese streven naar bevolkingsbeperking door een verbod op het hebben van meer dan twee kinderen, is in het westen bijna algemeen als 'onaanvaardbaar' aangemerkt.
- Opwekken van atoomenergie -
Atomair afval is wel gevaarlijk, maar de hoeveelheden zijn beperkt. Atomair opgewekte energie is de minst vervuilende van de opgewekte energieŽn. Het risico dat er een ongeluk gebeurt, is klein, maar de g
evolgen van zulke ongelukken kunnen zeer ernstig zijn.
- Stoppen met gebruik van fossiele brandstoffen -
Het transportmiddel bij uitstek, de auto, wordt momenteel voortbewogen door een verbrandingsmotor. Verbieden van zulke motoren is welhaast ondenkbaar. Overschakeling op elektrocars zal een
oplossing kunnen bieden.
- Gebruik van zonne-, wind- en water≠krachtenergie -
Door een andere levensstijl zal de mens met veel minder energie toekunnen; onder die omstandigheden zullen bovenstaande drie energiebronnen een procentueel grote bijdrage kunnen leveren. Er zal dan echter slechts beperkt energie beschikbaar zijn, die bovendien niet via een netwerk gedistribueerd kan worden.
- Stoppen met productie van alle niet noodzakelijke artikelen -
Door het schrappen van alle 'luxe' kan een zeer grote bezuiniging worden bereikt voor wat betreft het gebruik van grondstoffen en energie.
- Het dragen van verantwoordelijkheid door de chemische industrie voor alle geproduceerde stoffen -
Er moet een wetgeving komen die regelt dat bedrijven uitsluitend afbreekbare producten op de markt brengen en dat zij zorg dragen voor een veilige afbraak of opslag van het afval.
Voor een groot aantal producten betekent dit dat ze onder strenge controle zullen moeten worden opgeslagen tot er een manier is gevonden om ze op een veilige manier te vernietigen.
- Het invoeren van een uitgebreide statiegeldregeling -
Alle niet biologisch afbreekbare producten
zullen slechts worden geleverd tegen een hoog statiegeld. Zo wordt voorkomen dat producten als batterijen, plastic flessen, auto's, landbouwplastic, als afval in het milieu terechtkomen.

- Conclusie -

Als we nu direct stoppen met alle vervuiling, worden we nog zeer lange tijd geconfronteerd met de gevolgen van de vervuiling die er nu al is.
Het ziet er echter niet naar uit dat we op korte termijn zullen stoppen met het milieu verder te vervuilen.
Toch zullen we maatregelen moeten nemen
en zal de mentaliteit van veel mensen, vooral van bestuurders,  veranderd moeten worden.

Hieronder volgen een aantal stellingen. Geef steeds jouw mening over elke stelling.

a  Het zou goed zijn als ze nieuwe auto's twee keer zo duur zouden maken door een extra belasting te heffen op de aanschafprijs.
b
 De wegenbelasting zou flink omhoog moeten.
c
 De benzineprijs zou moeten worden verdubbeld.
d
 Het geld dat binnenkomt van de wegenbelasting zou niet in de algemene middelenpot moeten, maar zou uitsluitend moeten worden besteed aan wegenbouw en aan aanleg van tunnels, bruggen en viaducten. Dan waren de files zo opgelost.
e
 Autogebruikers hebben recht op onbeperkt gebruik van hun auto.
f
 Het instellen van een snelheidsbeperking van 90 km/uur op alle Nederlandse wegen zou een goede zaak zijn.
g
 Het beste kunnen ze het particulier autogebruik maar gewoon verbieden.
h
 Het zou voor een aantal autobezitters aantrekkelijk zijn om hun auto in te leveren en zich contractueel te verplichten nooit meer een auto te kopen, als de staat daarvoor een premie van Ä 20 000 beschikbaar zou stellen.
i
 Om het autogebruik terug te dringen, moet het volgende worden ingevoerd: alle mensen die hun auto inleveren en er nooit meer ťťn kopen, hebben voor de rest van hun leven recht op gratis openbaar vervoer, wat ook geldt voor hun gezinsleden.
j
 Auto's moeten op de bon. Alleen wie er echt ťťn nodig heeft, mag er ťťn kopen.
k De invoering van minimaal 12 autoloze zondagen is een goede oplossing om luchtvervuiling tegen te gaan.
l  Door het gebruik van katalysatoren worden platinadeeltjes in de atmosfeer verspreid. Dit is het paard achter de wagen spannen.   

  **Terug naar Relaties en Gedrag, naar overzicht Mediterrane Flora en Fauna
  ** Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 102 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!

Bron: ©  "Leven en laten leven", deel 4CD; oorspronkelijk bedoeld voor lbo/mavo/havo. Auteurs: J. van den Hengel/G.Th van Kempen/C.F. Koning. Het is niet geheel uitgesloten dat door tijdsverloop en/of door andere oorzaken de geboden informatie niet meer geheel juist is.