| AGEN,
naar
regio Aquitane Ligt aan de aan de Garonne, hoofdstad van het departement Lot-et-Garonne,. In de vruchtbare omgeving van deze moderne stad aan de Garonne worden vooral groente en fruit verbouwd. De pruimen van Agen zijn beroemd. Tijdens de renaissance was de stad een centrum van kunstenaars en geleerden. De grotendeels uit de 11de en 12de eeuw stammende collegiale kerk Saint-Caprais werd na de revolutie tot kathedraal verheven. Het interieur is in de 19de eeuw geheel gerestaureerd. Opmerkelijk is de 12de-eeuwse apsis met drie absidiolen, verkleiningsvorm van absiden. Het zeer korte schip is vermoedelijk onvoltooid. Daar waar het het dwarsschip kruist, was in het oorspronkelijke plan een koepel voorzien. Het
museum, dat een aanzienlijke verzameling herbergt, is ondergebracht in
renaissancegebouwen. Het omvat o.a. een collectie Europese en Chinese
keramiek, waaronder werk van de 16de eeuwse pottenbakker en
geleerde Bernard Palissy, die in deze omgeving geboren werd. Van hem
bezit het museum geëmailleerd aardewerk, vervaardigd volgens een procedé
dat Palissy na jarenlange studie herontdekte. Vermelding verdienen ten
slotte de opvallende collectie schilderijen van Goya, een aantal
schilderijen van impressionisten en een zeer fraai marmeren beeld uit de
oudheid, de Vénus du Mas, zie afb., in 1876 door een boer in de
buurt van Agen ontdekt.Het in de nabijheid van de Garonne gelegen kanaal wordt door de in de 19de eeuw gebouwde 600 m lange Pont-Canal over de rivier gevoerd. Omgeving Moirax (9 km ten zuiden van Agen): de romaanse kerk Nôtre Dame de Moirax (eind 11de eeuw) is weliswaar sterk verbouwd, maar heeft een interessante gevel met romaanse kapitelen. Aubiac (9 km ten zuidwesten van Agen): de kleine, harmonische kerk Sainte-Marie voegt zich fraai in het dorps beeld en bij de huizen met hun ronde dakpannen. De romaanse kerk (met voorromaanse bestanddelen in het koor} dateert uit de 12de eeuw. De toren boven het koor toont Karolingische invloeden. Pruneaux d'Agen Gedroogde pruimen zijn een gezonde versnapering die in twee op de drie Franse huishoudens te vinden is, door twee op de drie Fransen zelf wordt gedroogd en eveneens in twee op de drie gevallen zo uit het zakje wordt gegeten. Met het resterende derde gedeelte doen boeren en handelaars, bakkers en patissiers, koks en kokkinnen van alles. Zo wordt er moes en jam, sap, siroop en likeur van gemaakt, worden ze ingelegd in armagnac of een andere sterke drank, vult men ze of dienen ze zelf als vulling, worden ze bij eend, konijn, varkens- of lamsvlees gegeven en verwerkt men ze in allerlei nagerechten. Vanuit hun vaderland in Voor-Azië waren pruimenbomen in de bagage van de kruisridders naar de Garonne terechtgekomen. Monniken zorgden daarna voor hun verdere verbreiding. Vanuit Agen, de hoofdstad van de pruimedant, gingen de gedroogde vruchten per schip de Garonne af naar Bordeaux, vanwaar ze naar Parijs, Londen, Rotterdam en de Nieuwe Wereld vervoerd werden. Het belangrijkste teeltgebied is Lot-etGaronne en het strekt zich uit tot Bergerac. De circa 2,9 miljoen pruimenbomen die nu in het zuidwesten staan, brengen in goede jaren zo'n 70.000 ton vruchten voort. Dat maakt Frankrijk na Californië tot de grootste producent van pruimedanten ter wereld. Er
wordt tegenwoordig maar een soort aangeplant. Deze soort is uitstekend
geschikt om te drogen en heeft daardoor in de loop der jaren alle andere
soorten verdrongen. De paarse, deels rossig, deels roze getinte prune
d'Ente toont zijn bijzondere kwaliteiten pas in gedroogde toestand.
Dan is hij van buiten bijna zwart en glanzend en van binnen donkergeel
tot barnsteenkleurig. Hij is zacht en zeer geurig. Deze zuidelijke pruim
houdt van zonnige hellingen, verdraagt geen late nachtvorst en is
gevoelig voor wind. Hij geeft de voorkeur aan een diepe, niet te natte
of zanderige bodemlaag die klei en kalk bevat. Lange perioden met regen
doorstaat hij even slecht als te grote droogte. Men plant de bomen, die
4 à 5 m hoog kunnen worden, in goed voorbereide grond, in de regel op 7
m van elkaar. Van groot belang is de manier van opkweken, waarbij men de
stam niet hoger laat worden dan 1,10 m. Tot het zesde jaar, wanneer de
bomen vrucht beginnen te dragen, geeft de pruimenteler hun kronen door
zorgvuldig te snoeien een piramidevorm. Het snoeien bevordert de
doorstroming van lucht en is van wezenlijke invloed op de gezondheid van
de bomen en de gaafheid van de vruchten, want de prune d'Ente is
bevattelijk voor ziekten en plagen. Wie onbezorgd wil genieten van de
gedroogde vruchten, die zo gezond zijn omdat ze veel vitaminen,
mineralen en ballaststoffen bevatten, zou echter de biologisch geteelde
vruchten moeten nemen. Voor de verwerking tot pruimedanten is de
optimale rijpheid van de vruchten van het grootste belang. Daarvoor is
het noodzakelijk dat het gebladerte gezond en weelderig is en de
opbrengst laag is gehouden doordat tijdig een deel van de vruchten is
weggehaald. Er zijn verschillende tekenen die erop wijzen dat de
vruchten rijp worden: de schil kleurt dieper, het vruchtvlees wordt
zachter, zoeter en minder zuur en sommige vruchten vallen af, zonder
steel. De oogsttijd begint in de tweede helft van augustus en duurt tot
begin oktober. Terwijl grote bedrijven de bomen laten schudden door
speciale machines wordt er in kleine en biologische bedrijven nog met de
hand gewerkt. Maar ook daar worden de pruimen niet geplukt, maar door
ervaren helpers op traditionele wijze met stokken van de takken
geslagen. Aangezien de rijpe pruimen maar een klein tikje nodig hebben
om van te tak te vallen, hebben de bomen hier niet onder te lijden.
Onrijpe vruchten blijven hangen, wat de kwaliteit ten goede komt. Op de
grond spreidt men in plaats van stro, zoals vroeger gebruikelijk was,
netten uit en de afgevallen vruchten raapt men op. De verse pruimen worden gewassen en in een enkele laag op roosters gelegd. Vroeger liet men ze in de zon of in bakkersovens drogen, maar tegenwoordig schuift men de op karren gestapelde roosters in grote droogkamers of -tunnels. In de ruimte wordt hete lucht geblazen en vochtige lucht afgezogen. Tussen het voordrogen bij 60 °C en de finition, het nadrogen bij 75°C, verstrijkt 18 tot 24 uur. Het is de bedoeling het vochtigheidsgehalte van de pruimen te verlagen tot 21 % à 23%, waarbij de geur behouden blijft en zo mogelijk nog versterkt wordt doordat ze beginnen te gisten. Vermeden moet worden dat ze karameliseren, want dat gaat ten koste van de smaak en geeft de pruimen een lelijke bruine kleur. Daarom mag de temperatuur binnenin de vruchten niet hoger worden dan 75°C. Afhankelijk van de graad van rijpheid en de grootte is er 2,5 tot 3,5 kg verse vruchten nodig voor 1 kg pruimedanten. Na het drogen, wat onmiddellijk na de oogst moet gebeuren, worden de pruimen voorlopig in houten kisten opgeslagen in donkere, koele ruimten. Voordat ze op de markt komen, krijgen de pruneaux d'Agen een heet bad, waardoor het vochtigheidsgehalte tot zo'n 30% stijgt. Ze gaan dan mooi glanzen en worden heerlijk zacht, zodat de consument ze meteen kan eten. Office de Tourisme: 4, rue André Chénier - B.P. 158 - 47005 AGEN - Tel: 33 (0) 5 53 66 14 14 - Fax: 33 (0) 5 53 68 25 42 - E-mail: cdt@wanadoo.fr http://www.agen.fr/
** Er zijn 10 hotels in
Agen en Boe online boekbaar Op basis van beoordelingen van
gasten zijn
2 budgethotels in Agen de populairste.
|