AVIGNON, naar overzicht regio
Provence
Maak uw keuze
Is de hoofdstad van het departement
Vaucluse, , aan de Rhône.
Geschiedenis
De stad, die reeds bij de oude Galliërs bestond (als Avenio), werd in
48 v.C. door de Romeinen veroverd. Na de val van het Romeinse Rijk
behoorde zij achtereenvolgens tot het gebied van de graven van Toulouse,
van Provence en van Anjou. In 1309 werd ze residentie der pausen. Clemens
V was de eerste paus die er, als gevolg van de hevige strijd in Italië,
zijn intrek nam. Gregorius XI (zie Gregorius [pausen]) keerde ten slotte
(1377) naar Rome terug, doch tegenpausen bleven tot 1403 te Avignon
gevestigd. De stad bleef pauselijk bezit, totdat zij in 1791 bij Frankrijk
werd gevoegd. De koningsgezinde bevolking had veel te lijden van de
Terreur tijdens de revolutie. In 1815 volgde als reactie een heftige
‘Witte Terreur’
Pas in de 20e eeuw
▲
groeide de stad uit tot bestuurscentrum van het departement Vaucluse.
Hiermee werd de stad weer een belangrijk handelscentrum. jaarlijks wordt
er hier in de zomer een internationaal theaterfestival georganiseerd in
het pauselijk paleis en op andere historische plaatsen in de stad en de
omgeving. Het festival werd in 1947 georganiseerd door Jean Vilar, die
aanvankelijk alleen van plan was hier drie premières op te voeren. Het
festival trekt tegenwoordig bezoekers uit de hele wereld. Wie niet zo veel
tijd heeft, kan zich beperken tot het beroemde ensemble in het pauselijk
paleis, vooral ook omdat het stedenbouwkundige en toeristische middelpunt,
de Rue de la République, via het Place de l'Horloge direct naar het paleis
voert. Iets buiten het centrum af zijn er talrijke winkels en straten met
indrukwekkende monumenten, zoals in de Rue des Teinturiers, de Rue du
Vieux-Sextier, de Rue du Roi-René en de Place du Change. Avignon Uitzicht
op de Rocher des Doms aan de overkant van de Rhône
Belangrijke musea
▲
Het Musée Calvet (o.m. vroege Italiaanse schilderkunst; werken van de
zgn. School van Avignon, 14de en 15de eeuw; Franse schilderkunst van de
16de tot de 20ste eeuw; smeedwerk uit de 15de en de 16de eeuw) en het
Musée lapidaire (Gallische sculpturen, Romaanse kapitelen,
grafmonumenten). Delen van de beide collecties zijn sinds 1967 te zien in
het voormalige aartsbisschoppelijk paleis, het zgn. Petit Palais, waar ook
is ondergebracht een deel van de collectie van de markies van Campana, die
tussen 1840 en 1858 directeur was van de bank van lening van het Vaticaan
en in die tijd een immense verzameling schilderijen (vooral vroege
Italiaanse renaissance) bijeenbracht, die tot dan toe over tal van musea
in Frankrijk waren verspreid.
Het Musée Théodore Aubanel herbergt herinneringen aan de schrijver,
documenten en boeken van de 13de eeuw tot heden en schilderijen; het Musée
Requien een belangrijke natuurhistorische bibliotheek en een
kruidenverzameling.
Het pauselijk paleis
▲
De residentie die de pausen in de 14e eeuw in de Zuid-Franse stad
bouwden, behoorde in die tijd tot een van de grootste burchten. Nu is het
een labyrint met veel lege ruimten, waarvan de functie vaak niet meteen
duidelijk wordt. Paus Johannes XXII (1316-1334), bisschop van Avignon,
vestigde zijn regeringszetel in Avignon. Hij gebruikte het oude, zuidelijk
van de Notre-Dame-des-Doms gelegen bisschoppelijk paleis als zijn
residentie. Pas onder Benedictus XII (1334- 1342) werd er op de huidige
plaats begonnen met de bouw van de nieuwe, imposante pauselijke vesting
van het noordelijk gelegen Palais Vieux. Dit trapeziumvormige complex werd
rond een binnenhof aangelegd en bestond uit vier vleugels. In de
zuidoosthoek grensde een andere, vrijstaande vleugel en de engelentoren
sloot het complex af. Clemens VI (1342-1352) breidde het complex uit. Hij
liet aan de vrijstaande vleugel van Benedictus twee grote vleugels bouwen,
zodat er een tweede hof ontstond aan de zuidkant van het paleis, de Grande
Cour.
Later gaf Urbanus V (1362-1370) opdracht om aan de oostkant grote tuinen
aan te leggen. De tuinen werden verwoest en zijn nooit meer hersteld.
Na de terugkeer van de pausen naar Rome in 1377 werd de residentie
gebruikt door de tegenpausen van het Grote Schisma; vanaf de 15e eeuw
verbleven hier pauselijke gezanten. Tijdens de Franse Revolutie werd het
interieur geplunderd, maar de Bastille du Midi bleef verder onbeschadigd.
In de 19e eeuw werd het complex als gevangenis en archief gebruikt.
Hierdoor raakten de gebouwen zwaar beschadigd. Pas in 1906 werd begonnen
met de restauratie.
De financiering van het paleis
is terug te vinden in talloze documenten,
waarin ook de betrokken ambachtslieden genoemd worden - en dat waren er
veel. Voor het oude paleis werd Pierre Poisson uit Mirepoix bij
Carcassonne aangetrokken. De andere uitbreidingen vonden plaats onder
leiding van Clemens Jean de Louvres, die vermoedelijk uit Noord-Frankrijk
kwam. Hieruit is het vermoeden ontstaan dat de Zuid-Franse tradities
gescheiden werden van de Noord-Franse tradities. Inderdaad zijn er veel
Noord-Franse invloeden in het paleis zichtbaar, maar uit de namen van de
bouwmeesters kunnen weinig conclusies worden getrokken over de functie en
de geschiedkundige betekenis van het bouwwerk. Het paleis vertoonde met
zijn enorme muren en toren aan de ene kant overeenkomsten met een bastion,
want als wereldlijk heerser had de paus ook passende militaire bescherming
nodig. Maar de omvangrijke vesting werd tegelijk een middel voor de paus
om zich naar de buitenwereld te manifesteren. De pauselijke vesting in
Villandraut in het zuidwesten van Frankrijk, het stadspaleis van Johannes
XXII in Cahors en het aartsbisschoppelijk paleis in Narbonne zijn hier ook
duidelijke voorbeelden van. Net als veel andere residenties van
kerkvorsten vertoont het paleis van Benedictus geen regelmatige bouw,
zoals dit vaak bij de burchten van de Franse koning wel het geval is
(Louvres, Vincennes en Carcassonne). Het uiterlijke karakter van de
residentie in Avignon veranderde vooral door de aanbouw die onder Clemens
VI werd uitgevoerd. Dit is goed zichtbaar in de gevel aan het grote plein,
die op het westen uitkijkt (afb. blz. 54): de blinde bogen met werpsleuven
in het onderste gedeelte zijn gecombineerd met vorstelijke motieven. De
halverwege afgekante torentjes met spitse helmen accentueren de
hoofdingang. Dergelijke torentjes aan de hoofdingang komen in deze
periode' in Frankrijk ook voor bij de kastelen van wereldlijke
machthebbers. De bouwkundige veranderingen die onder Clemens VI
plaatsvonden, brachten ook meer eenheid in het paleis. Het complex bevindt
zich nu rond twee grote binnenhoven.
De architectuur van het pauselijk paleis
is in haar geheel fantasieloos en
getuigt op slechts enkele plaatsen van wat meer verfijning. Ofschoon de
kolossale ruimten technische meesterstukjes van gewelfde kunst zijn, zoals
de 16 m grote kapel van Clemens VI in de zuidvleugel, blijven de
afzonderlijke vormen van de muren en het maatwerk van de profielen meestal
grof en rond. Dit is heel verrassend omdat aan het eind van de 13e eeuw de
scherpe, hoekige pilaarvormen en het rijke maaswerk juist in
Zuid-Frankrijk populair werden. Het pauselijk paleis is primair een
functioneel bouwwerk, waarin snel een ruimte gecreëerd kon worden voor de
pauselijke ceremonieën die regelmatig plaatsvonden. Dat was eigenlijk de
belangrijkste vernieuwing die dit ontwerp in de bouwkunst introduceerde.
Toen de pausen
aan het eind van de 14e eeuw weer terugkeerden naar Italië
gebruikten ze Avignon als voorbeeld voor de bouw van een nieuwe
residentie, zelfs voor de uitbreiding van het Vaticaan. In het oude paleis
van Benedictus XII bevinden zich rondom de binnenhof met open loggia's de
belangrijkste openbare ruimten: de conclaafvleugel in het zuiden, de
woonvertrekken van het pauselijk gevolg in het westen en de pauselijke
kapel in de noordvleugel. Op het hoogste punt staat de trouillas toren.
Hier werden in het verleden de voorraden opgeslagen. Er was een
kolenkelder en de wapenkamer bevond zich hier. Van hieruit werd ook de
grote keuken bevoorraad, die bij de belangrijkste vertrekken van het
paleis in de oostelijke vleugel hoorde, inclusief de grote
consistoriekamer met de grote eetzaal daarboven. In de consistoriekamer
vergaderde de curie en in de eetzaal vonden de grote ontvangsten plaats.
Maar waar waren de privévertrekken
van de paus ondergebracht? Ze bevonden
zich in een naar het zuiden gerichte aanbouw, die grensde aan de grote
eetzaal. Er waren twee kleine vergaderkamers, de paramentkarner en de
kleine eetzaal. In het zuiden in de engelentoren bevonden zich de echte
privévertrekken. Hier bevond zich het slaapvertrek van de paus en
helemaal achterin lag de privéwerkkamer, zijn studium.
De pauselijke toren was weliswaar een zelfstandig gebouw, maar het werd
door de verdiepingen van de speciale schatkamer en bibliotheek verticaal
met de rest verbonden. Vanuit deze aan de buitenkant van het hoofdgebouw
gelegen privévertrekken vertakten zich de steeds groter wordende
vertrekken die uiteindelijk culmineerden in de grote eetzaal. Deze enorme
ruimte was een vernieuwing en getuigt van een sterk gedifferentieerd,
hoofs ceremonieel aan het pauselijk hof. Nieuw in de Franse bouw van
kastelen waren ook de loggia's rond de binnenhof. Er loopt een platte,
fraai bewerkte, losse trap naar de binnenhof. Onder Clemens VI werd er
meer rekening gehouden met de nieuwe ceremoniële behoeften: hij breidde de
pauselijke privévertrekken uit met een kolossale audiëntiehal, waar de
geestelijke rechtbank rondom een grote ronde tafel (rota) kon vergaderen.
Tevens liet hij in de zuidvleugel een nieuwe pauselijke kapel bouwen. Het
nieuwe vertrek bestond uit een prachtig beschilderde werkkamer, de
beroemde Chambre du Cerf (hertenkamer). Vanuit de grote kapel op de
bovenverdieping liep een overloop naar de binnenhof, waar zich het
grootste en luxueust uitgevoerde raam bevindt, het aflaatraam. In de
benedictieloggia, het voorvertrek naar de grote kapel, werd de paus
gekroond. Vanuit deze plek kondigde hij de aflaat af en sprak hij zijn
zegen uit over de bijeengekomen mensen in de hof. Vanuit de loggia loopt
een brede ceremonietrap naar de hof. De kolossale kapelruimte behoort tot
een van de volmaaktste bouwwerken in Zuid-Frankrijk. De brede zaal bestaat
uit één schip en heeft verhoudingsgewijs kleine ramen. De stuwkrachten
vernietigden al snel het naar de loggia voerende portaal, dat in 1359
moest worden vernieuwd. Ooit stonden hier prachtige beeldhouwwerken met
figuren uit het Laatste Oordeel, maar zij werden zwaar beschadigd.
Het pauselijk paleis
beschikte over een rijk interieur, waarvan maar een
paar fragmenten bewaard zijn gebleven. De fresco's van Matteo Giovannetti
behoren beslist tot de belangrijkste. De kunstenaar werd waarschijnlijk al
onder Benedictus XII vanuit Viterbo naar Avignon gehaald; tussen 1336 en
1368 gaf hij als pauselijk hofschilder leiding aan de
schilderwerkzaamheden. Het feit dat een Italiaanse schilder, weliswaar uit
de school van Siëna, voor deze omvangrijke klus werd aangesteld, is
kenmerkend voor de nieuwe internationale beweging in de kunst. Helaas
werden de enorme fresco's van Matteo en zijn medewerkers in de
consistoriekamer en in de grote eetzaal in de Middeleeuwen verwoest.
Alleen de schilderingen in de ernaast gelegen Johannes- en Martialiskapel,
en de schilderingen in de pauselijke vertrekken zijn bewaard gebleven. De
beschilderingen in de grote audiëntie werd niet voltooid; op twee gewelven
staan afbeeldingen van profeten en van de Sibille van Erythreia. Bovendien
is er tussen de ramen in de oostwand een schets bewaard gebleven van een
kruisiging; op de noordwand van de eerste travee staan enkele afbeeldingen
van het Laatste Oordeel. In de twee genoemde kapellen staan op de muren de
levens geschilderd van de twee heiligen Johannes en Martialis. Matteo
heeft de onregelmatige wandvlakken steeds van een geschilderde omlijsting
voorzien. Deze omlijsting suggereert dat daarachter een in perspectief
aangebracht raam zou kunnen opengaan; over de plek doen veel anekdotes de
ronde. In de Martialiskapel zijn gotische bouwwerken afgebeeld, die in
opdracht van de heiligen gebouwd werden. Zij worden steeds afgebeeld in
een landschap met bomen: in de fantasiegebouwen zijn 'duidelijk invloeden
van de Zuid-Franse gotische architectuur zichtbaar.
Nog beroemder zijn de fresco's
in de hertenkamer, die waarschijnlijk met
de hulp van Franse schilders werden gemaakt. De schilderingen verbeelden
de hoofse genoegens. Er zijn valken- en hertenjachten en er wordt vis uit
een kweekvijver gevangen. Alle gebeurtenissen vinden plaats in een
sprookjesachtig bos dat uit verschillende soorten bomen bestaat. Het is
net of de toeschouwer zelf aan de taferelen deelneemt. Een vergelijkbaar
illusionisme doet zich voor in de beschildering in het slaapvertrek: boven een geschilderde toog waarover draperieën zijn gespannen,
zijn prachtige ranken en bladeren, en talrijke vogels afgebeeld. In de
raamnissen zijn geschilderde vogelkooien te zien. De meeste vogelkooien
zijn leeg, alsof ze wachten op de terugkeer van hun bewoners die
rondvliegen in de paleistuinen.
De Notre-Dame-des-Doms
▲
De bisschopskerk van Avignon ligt op het hoogste punt van de stad
naast het pauselijk paleis en lijkt op een bijgebouw van het paleis. Dat
komt doordat de pausen aanvankelijk op deze plek waren ingekwartierd en
van hieruit met de bouw van hun residentie begonnen. Toch is de kathedraal
het enige overgebleven Romaanse gebouw in de stad. De kathedraal stamt uit
de 10e en l le eeuw en bestond waarschijnlijk uit een naar het noorden toe
trapsgewijs oplopende groep bouwwerken. De parochiekerk, de St-Etienne, is
in het pauselijk paleis opgegaan en het baptisterium verdween in het
kerkgebouw zelf. De kathedraal werd in de 12e eeuw in drie etappes
vernieuwd: aan het begin van de 12e eeuw werd er een langschip aangebouwd,
dat rond 1130-1140 een koepel kreeg. In de tweede helft van de 12e eeuw
kreeg de kerk een voorhal. De westelijke toren werd in 1405 bij de
belegering van het pauselijk paleis verwoest, maar kort daarop weer
opgebouwd. Tussen de 14e en 16e eeuw kwamen er zijkapellen aan. Louis
Frangois de Royers de La Valfrenière vernieuwde aan het eind van de 17e
eeuw de apsis. In 1859 werd de toren voltooid met een enorm Mariabeeld.
In het portaal met ronde bogen
begint de voorhal, die door een
driehoeksgevel overspannen wordt. De prachtige voorhal is geïnspireerd op
de architectuur uit de Romeinse Oudheid. Daardoor dachten veel mensen dat
dit werk uit die periode stamde. Veel details van de bogen komen exact
overeen met de Romeinse triomfboog van Orange. Ook de proporties van de
hoekzuilen boven de piëdestals, de vorm van de Korintische
kapitalen en
de indeling van het gebint lijken zo uit de'Oudheid te komen. Tussen 1340
en 1344 beschilderde Simone Martini de voorhal met fresco's. Tegenwoordig
is er alleen een voortekening te zien. De fresco's zijn uit
veiligheidsoverwegingen verwijderd en kunnen tegenwoordig in de
consitoriekamer van het paleis bezichtigd worden.
Het interieur
werd door barokke galerijen ingrijpend veranderd. In de 12e
eeuw bestond de kerk uit één schip en vijf traveeën. Naar het midden toe
liep er een koortravee waaraan een apsis grensde. Kenmerkend zijn de
steile belijning en het door gordelbogen verstevigde spitstongewelf.
Rijkversierde zuilen lopen door tot de impost van de blinde bogen en
verfraaien de muren. De koepel bestaat uit een technisch uitgekiende
constructie (afb. linksboven): om de vierkante voet op de rechthoekige
travee te kunnen plaatsen, heeft de bouwmeester aan de zijkant telkens
vier naar boven gekeerde, trapsgewijs aangelegde bogen gemetseld. In de
bogen lopen diagonaal vier trompen met trechtervormige gewelven, zodat de
achthoek ontstaat.
Het hoogaltaar
uit de 12e eeuw heeft aan de voorkant pilasters in Korintische
stijl. Een bewijs van de internationale smaak van de pausen
van Avignon is het grafmonument van Johannes XXII in de laatste zuidelijke
kapel. Een grote, in filigraan uitgevoerde en van een baldakijn voorziene
constructie omsluit de rijk gebeeldhouwde sarcofaag. Ondanks de onhandige
restauratie vertoont dit grafmonument wat betreft het type en de details
(kielbogen) een direct verband met Engelse grafmonumenten uit diezelfde
periode. Dat geldt ook voor het grafmonument van Benedictus XII, dat in de
noordkapel staat en in de 19e eeuw uit verschillende losse delen werd
samengesteld.
Aan de noordkant van de kathedraal bevindt zich de Rocher des Doms. Vanuit
het bijbehorende park is er een prachtig uitzicht over de stad en de
Rhône.
De stadskerk St-Agricol
▲
Werd tussen 1321 en 1326 gebouwd met aanzienlijke financiële
ondersteuning van Johannes XXII. Tegen het einde van de 15e eeuw werd het
gebouw met een travee verlengd en opnieuw gewelfd. Opmerkelijk is het
westfront met een kolossale kielboog boven het portaal. Tussen het Hótel
de Ville en de kerk zijn overblijfselen van de Romeinse stad opgegraven.
Bij de opgravingen zijn drie evenwijdige naast el- kaar lopende muren
tevoorschijn gekomen die dateren uit het Augustijnse tijdperk. Zij
behoorden tot de onderbouw van een zuilenhal die uit twee trappen bestond
en rondom het forumplein liep.
Van de vele overige kerken dienen genoemd de Église des Célestins
(1396–1425) met een gotische kloostergang, de St-Pierre (ca. 1358–1525),
een fraai voorbeeld van Zuid-Franse laatgotiek, de goed geconserveerde
St-Didier (14de eeuw) met 15de-eeuws retabel en 14de-eeuwse
muurschilderingen en de St-Symphorien met 15de-eeuwse façade.
Van het voormalige stadhuis bestaat alleen nog het belfort ( ‘Tour de
l’Horloge’, 1354 – 15de eeuw), thans naast een 19de-eeuws stadhuis.
Het Petit Palais
▲
Aan een groot plein ligt het massieve pauselijk paleis met aan de
noordkant nog een elegant paleis, het Petit Palais. In 1317 liet kardinaal
Bérenger de Frédol hier zijn residentie bouwen; in 1323 kwam het complex
in het bezit van kardinaal Arnaud de Via, de neef van Johannes XXII. Hij
liet de residentie ingrijpend veranderen. Na diens dood werd het gebouw
het nieuwe bisschoppelijk paleis (het oude was opgegaan in het pauselijk
paleis). De hoofdgebouwen zijn rond twee binnenhoven gebouwd en werden in
1364- 1365 voltooid. Tijdens een gevecht met de tegenpaus Benedictus XIII
werd het paleis zwaar beschadigd. Het gebouw werd gerestaureerd en op
sommige plaatsen kwam er een verdieping op. Bisschop Giuliano della Rovere
(1474-1503), de latere paus Julius 11 (1503-1513), liet een nieuwe
zuidfaçade bouwen, die tegenwoordig nog steeds de mooie voorkant van het
paleis siert. Halverwege de 18e eeuw werden aan de oostkant van de
zuidvleugel twee gebouwen toegevoegd. De kantelen en de hoektorens werden
gebouwd volgens de stijl van middeleeuwse paleizen. Op de grote ramen na,
geeft de regelmatige indeling van de vensters en de gelijke hoogte van de
verdiepingen aan, dat de façade vooral evenwicht moest uitstralen ter
afronding van het paleis.
Vanaf 1976
is er een van de opmerkelijkste musea van Frankrijk in het
paleis ondergebracht. Het museum beschikt over twee bijzondere collecties:
een collectie kunststukken uit Avignon uit de Middeleeuwen, voornamelijk
eigendom van het Musée Calvet, en een collectie Italiaanse schilderstukken
uit de 13e tot de vroege 16e eeuw. Bijna alle schilderijen zijn afkomstig
uit de verzameling van de Vaticaanse belastingambtenaar markies Giampietro
Campana di Cavelli. De markies verzamelde de stukken tot 1857. Door een
malafide financieel beleid werd hij gedwongen zijn collectie af te staan
aan Napoleon III. De werken werden vervolgens over 67 Franse musea
verdeeld. Pas na veel pogingen kon het grootste deel van de vroeg
Italiaanse collectie (o.a. Carpaccio, Ghirlandaio, Botticelli, Gaddi en Di
Bicci) weer worden verenigd met de belangrijke werken uit de middeleeuwse
Provençaalse schilderkunst.
Pont St-Bénézet
▲
Naar men beweert, is de heilige Bénézet (verkleinwoord van Benedictus)
als jong herder in 1177 door een ingeving van God en onder het hoongeroep
van de inwoners van Avignon begonnen met de bouw van de brug, die door de
rei Sur Ie pont d'Avignon het symbool van de stad werd. In werkelijkheid
dateren de fundamenten van enkele brugpijlers al uit de Oudheid. Aan het
eind van de 12e eeuw werd de houten brug bij de belegering van de stad in
1226 zwaar beschadigd en weer gerestaureerd. In de 13e eeuw probeerden de
inwoners van de stad de oversteekplaats over de Rhóne in steen uit te
voeren. In die periode liet koning Filips de Schone aan de overkant een
toren bouwen, die naar hem vernoemd werd. Diverse restauraties volgden. Na
grote beschadigingen rond 1660 raakte de brug in verval, tot de laatste
vier bogen samen met de St-Nicolas-kapel in de 19e eeuw als monument
werden opgeknapt. De ongeveer 900 m lange brug werd voornamelijk door
voetgangers en paarden gebruikt en bestond uit 22 bogen. De brug liep over
een zijtak van de Rhóne naar het eiland Barthelasse, waar vroeger de
volksfeesten plaatsvonden, zoals die in de rei bezongen worden. De vier
oostelijke bogen dateren van 1345 en waren oorspronkelijk rond. Daarom lag
het niveau van de straat vroeger hoger. De kleine Nicolaaskapel dateert
van de 12e eeuw, maar werd in de 13e eeuw in tweeën verdeeld, toen het
niveau van de brug verhoogd werd.
Hótel des Monnaies
Tegenover de ingang van het pauselijk paleis staat het statige Hótel des
Monnaies, dat vermoedelijk in 1619 door een architect uit Bologna in
opdracht van kardinaal Borghese voor de vertegenwoordigers van de
pauselijk gezant in Rome werd gebouwd. De gevel bestaat uit drie
verdiepingen. De onderbouw is opgetrokken uit ruwe stenen. De twee
bovenliggende etages zijn voorzien van enorme reliëfs waarop slingers,
adelaars en draken staan afgebeeld: de symbolen van het familiewapen van
Borghese.
Bron: Het schitterende boek Provence, Kunst .
Architectuur . Landschap - Uitgave van Könemann ISBN 3-8290-2713-3
Welcome to Avignon,
regio Provence! Center of Christianity in the XIV.
C., its monuments are part of UNESCO World Heritage.
Because of the outstanding richness of its patrimony,
its theater festival, its intense cultural life Avignon
has been named European city of culture for the year
2000.Discover with us the art of living in Provence !
Office de Tourisme: 41, Cours Jean Jaurès
- B.P. 8 - 84004 AVIGNON Cedex 1
- Tel: 33 (0) 4 32
74 32 74 - Fax: 33 (0) 4 90 82 95 03
Internet: http://www.ot-avignon.fr |
http://www.provenceweb.fr/e/vaucluse/avignon/avignon.htm
E-mail: information@ot-avignon.fr
**
Uw accommodatie in Frankrijk
kunt U goed boeken via
Hotels/Appartementen/Frankrijk. Er zijn meer dan 11.000
hotels/appartementen online boekbaar. Laagste prijsgarantie, maximale
keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, uw taal wordt
altijd gesproken!
** Via
Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een
accommodatie in 92 landen.
** Hoe kunnen we werken met
"Google Aangepast Zoeken"?
** Hoe we met
Google naar afbeeldingen van Toulouse Lautrec zochten.
▲
|