LES BAUX-DE-PROVENCE. Nu is Les Baux, gelegen in het departement Bouches-du-Rhône, een klein, half vervallen bergdorp, gedomineerd door een machtige burcht,  maar in de middeleeuwen was het een onafhankelijke, zelfbewuste stad met de Saint-Vincent, die zelfs koningen trotseerde.
Naar overzicht
Provence-Alpes-Côte-d'Azur.   Naar stedenlijst Frankrijk. Naar regiokaart Frankrijk. Naar uw accommodatie!

    

Les Baux-de-Provence, Place St.-VincentDe grondslag  
daarvoor werd gelegd door de graven van Les Baux, een belangrijk Provençaals adellijk geslacht. In de 10de eeuw kozen zij de 900 m lange en 200 m brede steile rotspunt, Les Baux genaamd, als hoofdresidentie.
Het Franse' bau' , Provençaals' baou' ,
dat in het zuiden ook in andere plaatsnamen voorkomt, betekent een steile, overhangende rotspunt, in dit geval van de Alpilles. Daarmee begon de geschiedenis van de rots, die ten tijde v an de Kelten, en zelfs gedurende de nieuwe steentijd al bewoond was. Dat betekende oorlogen, maar ook welvaart.

Reeds in het begin van de 12de eeuw  

werd de plaats in een meer dan honderd jaar durende oorlog tegen de Catalaanse graaf van Barcelona verwikkeld. Geschilpunt was de Provence, die de laatste mannelijke nakomeling van het geslacht, Gilbert, graaf van de Provence, aan zijn met de graaf van Barcelona gehuwde dochter had nagelaten. Een met Raymond des Baux gehuwde dochter had geen erfenis ontvangen.
Ondanks deze oorlog
beleefde de plaats in de 12de en 13de eeuw een economische en culturele bloeitijd. Troubadours bezongen de schoonheid van de jonkvrouwen en de plaats bereikte het forse aantal van 4000 inwoners.

Guillaume des Baux,
 

onder wie de Provence definitief voor de familie verloren ging, werd schadeloos gesteld met de titel Koning van Arles. In 1399 viel Les Baux op zijn beurt, samen met de 'Terres Baussenques', de andere landerijen en bijna 80 burchten van de graven van Les Baux , aan de Provence.
De laatste graaf des Baux,
die zich als roofridder, struikrover en afperser misdragen had, werd met schande overladen weggejaagd. In 1481 kwam de stad met de Provence aan Frankrijk. Door haar verzet daartegen werd de burcht geslecht en werd de plaats tot een kleine baronie gedegradeerd. Reeds vijftig jaar later begon een nieuwe bloeiperiode onder

connétable A. de Montmorency:  

de burcht werd weer opgetrokken, kerken werden gebouwd en mooie stadspaleizen en woonhuizen in renaissance- en Frans­classicistische stijl neergezet. Aan die nieuwe bloeitijd kwam in 1631 een eind toen de stad aan de zijde van Gaston van Orléans tegen Richelieu vocht.
Het kasteel werd definitief vernietigd,
en de inwoners begonnen de stad te verlaten. Pas het 20ste-eeuwse vreemdelingenverkeer betekende een heropleving van de stad. Een andere inkomstenbron vormen de steengroeven in de omgeving. Daar wordt niet zoals eertijds kalksteen gewonnen, maar bauxiet, de grondstof voor aluminium. Het werd naar Les Baux-de-Provence genoemd.

Burcht
 

Van het eertijds grote complex zijn de Tour Sarrazine, de Chapelle Sainte-Catherine, de donjon en de Tour ParaveIle in vervallen staat overgebleven. De tegen de westmuur van de donjon gelegen woonvleugel, de hoofdvleugel tussen de donjon en de Catherinakapel alsmede de versterkte muur met kantelen tussen de donjon en de Tour Sarrazine zijn nagenoeg geheel verdwenen.

Slechts één travee met laatgotisch kruisribgewelf  

resteert van de oorspronkelijke romaanse, in de 16de eeuw ingrijpend gerestaureerde slotkapel Sainte-Catherine. De massieve, vierkante donjon uit de 13de eeuw is het minst beschadigd. Aan twee kanten valt deze samen met de uiteinden van de rots. Hij heeft een in de rots uitgehouwen waterreservoir.
Oorspronkelijk

was deze voor zijn soort tamelijk brede toren door twee scheiwanden in drie traveeën verdeeld en aan de steile, ontoegankelijke oostzijde van brede vensters voorzien. In de onderste zaal is nog de aanzet van een ribgewelf te zien. Op de rots die de toren draagt staat een bas-reliëf met drie levensgrote figuren, de drie Maria's of Trémaié. Bezienswaardig is eveneens de grote duiventil aan de noordwestzijde van de burcht.
 

Les Beaux-de-Provence, uitzicht op het dorp, rechts de Saint-VincentSaint-Vincent, sedert 1481 parochiekerk 
Dit oorspronkelijk twee traveeën diepe, tweebeukige romaanse gebouw uit de tweede helft van de 12de eeuw is aan de zuidkant ten dele in de rotsen uitgehouwen en werd in de 16de eeuw aan de noordkant met gotische kapellen vergroot. Doordat de kapellen onderling zijn verbonden lijken ze op een zijschip. Eveneens 16de-eeuws zijn de galerijen alsmede de 'dodenlantaarn': een slank, overkoepeld torentje met vier vensters. In de 17de eeuw werd een travee aan het gebouw toegevoegd. Het glasvenster in de koorafsluiting, een schenking van de vorst van Monaco wiens zoon de titel Marquis des Baux draagt, is van M. Ingrand.
Opmerkelijk zijn voorts het wijwatervat
uit 1586, de preromaanse doopvont in de tweede kapel en de derde kapel van de wijnbouwers en schapenscheerders, herkenbaar aan de kraagstenen met wingerdbladeren en schapenscharen.

Chapelle des Pénitents Blancs
 

Eenvoudig gebouw met weelderig barok portaal uit het midden van de 17de eeuw. Bij een restauratie in 1974 werd de kapel door Y. Brayer van fresco's voorzien.

Chapelle Saint-Blaise

Van deze romaanse kapel staan alleen de buitenmuren en het rondbogige westportaal nog overeind.



Musea
 

Musée d' Art Moderne
,
Hôtel de Manville; Rue du Chäteau.  Achter de mooie renaissancefaçade uit 1572 worden ieder jaar in samenwerking met de directie der Musées de France of met het Centre Pompidou kunstwerken van grote, eigentijdse schilders tentoongesteld.
Musée d' Archéologie Régionale

bevindt zich in het Hôtel des Porcelet, een charmant huis uit 1569. Op de gewelven van de begane grond zijn 17de-eeuwse fresco's aangebracht.

Musée Lapidaire et d' Archéologie
,  

in de elegante Manoir de la Tour de Brau, 14de/15deeeuw. In de mooie grote zaal met gotische spitsbooggewelven worden vooral restanten van de burcht getoond; op de archeologische afdeling zijn o.a. een reconstructie van voorchristelijke urnengraven alsmede grafgiften uit de 2de en 1ste eeuw v.C. te zien.
Het interessantste museum is het dorp zelf,
met zijn vele, ten dele in de rotsen uitgehouwen huizen uit de 15de, 16de en 17de eeuw, de oude stadspoort Porte Eyguière met de weergang op het bovenste niveau, het grote met stenen platen beklede waterverzamelpunt, het reusachtige in de rotsen uitgehouwen reservoir; de restanten van een oude windmolen en het slechts ten dele bewaard gebleven burchtkerkhof met rotsgraven.

Omgeving
 

Alpilles
.
Het 25 km lange en 6 tot 8 km brede kalkmassief met onregelmatig getande toppen en diep ingesneden ravijnen is vanwege zijn landschappelijke schoonheid veel bezongen.
Aupilho
,
abusievelijk in het Frans Opiés genoemd. Met zijn 493 m is dit het hoogste punt van de Alpilles.

Carrières
.  

Talrijke, ten dele niet meer als zodanig maar als wijnkelders gebruikte steengroeven.
Cathédrale d'Images
.
Een serie enorme, 10-12 m hoge onderaardse zalen, die als coulissen voor een uniek 'son et lumière' dienen. Met behulp van 30 projectoren wordt hier volgens een idee van A. Plécy het Image Totale geschapen, een voorstelling die de grenzen van het medium overschrijdt en waarbij de toeschouwer intensief wordt betrokken.

Grottes des Fées
.  

Meer dan 200 m lange onderaardse gang door een grot, waarin menselijke beenderen en werktuigen uit de prehistorie werden gevonden.
Mouriès
, l0 km Z.O..
Met een jaarlijkse productie tussen 60 000 en 250000 liter het belangrijkste olie producerende dorp van Frankrijk. Vlak voor het dorp ligt de Mas de Brau, een typisch Provençaalse boerderij.

Pavillon de la Reine Jeanne
,  

Vallon de la Fontaine. Dooreen barones des Baux gebouwd klein renaissancepaviljoen, 1566-1581, dat rijk gedecoreerd is. F. Mistral liet dit op zijn graf nabouwen.
Plateau des Bringasses
.
Keltisch-Ligurisch oppidum met een dubbele versterkte muur, omgeven door een in de rotsen gehouwen gracht.

Quartier de la Vayède.
 

Restanten van een Keltisch-Ligurische muur en twee kerkhoven, het ene met urnen uit pre­Romeinse tijd, het andere uit de Gallo­Romeinse periode met in steen gehouwen graven.
Val d 'Enfer
.
Grillige rotskloof met vele grotten, waarin de prehistorische mens zijn toevlucht zocht.

Office Municipal de Tourisme
des Baux de Provence
 

Maison du Roy  -  Rue Porte Mage  -  13520 les Baux de Provence -  Tél. 04 90 54 34 39  -  Fax . 04 90 54 51 15  -
 Site : www.lesbauxdeprovence.com 

** Uw accommodatie in Frankrijk kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Frankrijk. Er zijn meer dan 20.000 accommodaties online boekbaar. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, uw taal wordt altijd gesproken!

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”! 
** U vindt er o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets