| MÂCON,
naar regio overzicht Bourgondië
Hoofdstad van het departement
Saône-et-Loire,
regio Bourgondië, gelegen aan de Saône.
Mâcon, een oude Gallische stad, Matisco, gelegen op de rechteroever van
de Saöne, die hier zeer breed is, is de hoofdplaats van de vruchtbare
wijnstreek La Máconnais. Jaarlijks wordt hier de Foire
International des Vins de France, internationale jaarmarkt van
Franse wijnen, gehouden. Grote historische monumenten ontbreken.
Vieux Saint-Vincent is het restant van de voormalige kathedraal, die
tijdens de Revolutie werd verwoest: portaal, twee achthoekige torens en
de travee ertussen bleven bewaard. Op het timpaan zijn taferelen van
het laatste oordeel afgebeeld.
Ontdek Mâcon
De beste manier om een stad te leren kennen, is vooral de tijd te nemen
om indrukken op te doen, stap na stap, straat na straat.
Het oude Mâcon is een mozaïek waar de geschiedenis en de mensen
bescheiden maar levendige sporen hebben achtergelaten, sporen die men
ontdekt door in de stad rond te slenteren
Een wandeling die kan beginnen bij het Office de Tourisme, met het
Stadhuis uit de 18e eeuw met de indrukwekkende gevel aan de kade van de
Saone. In de rue (amot, tegenover het Stadhuis, ligt de kerk
Saint-Pierre uit de 1ge eeuw, die talrijke kenmerken van de Romaanse
bouwkunst vertoont. Iets verder ligt de Residentie van Soufflot, met de
kapel van Saint.Vincent.de.Paul en de "draaikast" voor te vondeling
gelegde kinderen.
Terugkerend langs de noordkant komt men langs via de schilderachtige
Place aux Herbes met het Houten Huis, dat met nogal gewaagd
beeldhouwwerk is versierd. Als u doorloopt in de richting van de Saone,
komt u bij de brug van Saint.laurent uit de 11 e eeuw, de trekpleister
van de stad.
De brug
is door de eeuwen heen talrijke mal en verbouwd. Op enkele
minuten liggen de ongelijke torens van de oude Saint.Vincent, de resten
van de oude kerkkathedraal.
Kleine straatjes voeren de wandelaar naar het museum van de Ursulinen,
een oudenvrouwenklooster met talrijke getuigen van de geschiedenis van
de stad, langs de residentie van de familie de Lamartine, rue Beauderon
de Senecé, en vervolgens naar de square de la Paix, met aan de ene zijde
de kerk van Saint.Vincent, die onder Napoleon Bonaparte is gebouwd, en
aan de andere zijde het Hotel.Dieu, met de koepel van Soufflot. Als u
weer in de richting van de Saone loopt, kunt u een bezoek aan het in
régencestijl opgetrokken Hotel Senecé brengen, waar het museum Lamartine
is ondergebracht.
Tijdens de wandeling zal de bezoeker zeker oog hebben voor de kleine en
grote dingen die van Mâcon een boeiende en levendige stad maken.
Residentie Soufflot (Oude Armenhuis)
Saint-Vincent-de-Paul, pastoor van Chatillon-sur-Chalaronne, staat aan
het begin van de Liefdadigheidsinstelling, een van de eerste in
Frankrijk. De erbarmelijke staat van het gebouw heeft in 1750 de afbraak
van de noordelijke vleugel tot gevolg. Het nieuwe gebouw werd ontworpen
door Soufflot en door de architect Minoya tussen 1752 en 1762 gebouwd.
Het gebouw werd in 1981 gerestaureerd en tot Residentie Soufflot
omgedoopt, en huisvest nu een bejaardentehuis. Heel apart is de kapel
met de ovale vorm, die zo ontworpen is dat de zieken de dienst konden
bijwonen zonder naar de begane grond te hoeven gaan. Een andere
bezienswaardigheid is de "draaikast", rechts van de toegangsdeur, een
van de zeldzame die in Frankrijk bewaard zijn gebleven. In deze soort
draaibare kuip konden in vroeger tijden kinderen te vondeling worden
gelegd, in de grootst mogelijke anonimiteit.
Houten Huis, Maison de bois, (Op afb. rechts van
apotheek)
Het Houten Huis werd tussen 1490 en 1510 gebouwd en is ongetwijfeld het
oudste huis van Mâcon, en ontegenzeglijk het beroemdste. De voorgevel is
volledig van hout en versierd met talrijke beelden, die vaak van
bedenkelijk allooi zijn. Personages met mensen maskers en apen met
verwrongen gezichten, staand, zittend, gevleugeld, naakt of juist
gekleed, ook al is dit soms alleen maar met een das of muts. Sommige
figuren houden met gespreide armen afwisselend de kop en de staart van
een denkbeeldig of werkelijk bestaand dier vast. Het Houten Huis werd
door de gebroeders Goncourt vergeleken met een gigantische houten kast,
die de inwoners van Mâcon alleen vanuit de ooghoeken mochten bekijken
vanwege het gewaagde beeldhouwwerk aan de muren.
Brug van Saint-Laurent
Voor de stad Mâcon ook maar bestond, werden de beide oevers van de Saone
hier al door een doorwaadbare plaats verbonden. De Romeinse legers
bouwden een houten brug tijdens de veroveringscampagne in Gallië, en pas
in de 11' eeuw werd een stenen brug gebouwd, met slechts zes bogen, die
reeds in 1221 werd versterkt. Tot 1550 ondergaat de brug regelmatig
ingrijpende verbouwingen. De verlenging van de brug schijnt ook uit deze
tijd te stammen, maar het exacte aantal bogen in de 16' eeuw is
onbekend. Tijdens de godsdienstoorlogen was de brug getuige van een
tragische gebeurtenis, toen Guillaume de Saint-Point, gouverneur van
Mâcon, de gevangen genomen Hugenoten in de Saone wierp. De brug van
Saint-Laurent is een van de weinige bruggen uit de streek die niet
tijdens de tweede wereldoorlog is verwoest. Sinds deze tijd is de brug
niet meer veranderd, en telt voortaan twaalf bogen.
Musee des Ursulines
Dit oude vrouwenklooster is in de tweede helft van de 17' eeuw gebouwd
op de vlakte van de Baille en heeft een woelige geschiedenis achter
zich. Eerst een kostschool Voor de jonge meisjes van adel en gegoede
burgerij, vervolgens een gevangenis tijdens de Revolutie en tenslotte
een kazerne tot de tijd tussen de beide wereldoorlogen, alvorens te
worden gerestaureerd door de stad Mâcon die er in 1968 het museum
onderbrengt.
Voor het publiek geopend: van dinsdag tot zaterdag, van 10 tot 12
uur en van 14 tot 18 uur (betalende toegang).
Zon- en feestdagen van- 14 tot 18 uur. Gesloten op 1 januari, 1 mei, 14
juli, 1 november, 25 december.
Museum van de Ursulinen, allée de Matisco - Tel. : 03.85.39.90.38 - Fax.
: 03.85.38.20.60
Oude Saint-Vincent
Vanaf de 6' eeuw had Mâcon al een kerkkathedraal, die tussen de 7' en
13' eeuw talrijke malen werd herbouwd. Na talrijke vernielingen in de
16' eeuw werden de restauratiewerkzaamheden, met name aan de
klokkentorens, pas in het begin van de 17' eeuw begonnen. De ruwbouw,
die door de talrijke vernielingen en verbouwingen danig was verzwakt,
baarde echter ernstige zorgen. Ondanks de aanzienlijke werkzaamheden die
al waren verricht, werd in maart 1799 met de afbraak begonnen. Alleen
het voorportaal, de twee torens en de travee die deze verbindt, werden
behouden. Het zijn de oudste delen van de kerk en tevens de enige resten
die nog zichtbaar zijn. Het fundament van de torens, met de vierkante
vorm, schijnt terug te gaan tot de 11' eeuw, terwijl het bovenste
gedeelte, met achthoekige vorm, kan worden gedateerd uit de 13' eeuw.
Het voorportaal, dat los voor de klokkentorens is gebouwd, stamt uit het
midden van de 12' eeuw. Het timpaan van de toegangsdeur is versierd met
beeldhouwwerk dat in vijf horizontale lagen is verdeeld en scènes uit
het laatste oordeel afbeeldt. Dankzij de restauratie van het bouwwerk
biedt de zuidtoren een uniek zicht over Mâcon en het dal van de Saone.
Voor het publiek geopend: Van 1 juni tot 30 september, van dinsdag tot
zaterdag, van 10 tot 12 uur en van 14 tot 18 uur. Zon- en feestdagen van
14 tot 18 uur. Gesloten op 14 juli. Van 1 oktober t/m 31 mei alleen
geopend voor groepen (volgens afspraak). 1 maand van tevoren aanvragen
bij het "Musée des Ursulines". Inlichtingen tel. : 03.85.39.90.38.
Hôtel Montrevel
In 1792 betrekt de gemeente van Mâcon het huidige Stadhuis. Het was in
die tijd de meest luxueuze particuliere woning van de stad. Het
middengedeelte van het gebouw is tegen 1750 gebouwd. De Graaf van
Montrevel, de eigenaar in 1767, liet twee vleugels aanbouwen en in 1880
gaf Francois Martin, burgemeester van de stad, opdracht tot de bouw van
twee andere vleugels, die naar de rue Carnot terugbuigen. Ondanks de
talrijke verbouwingen die het Stadhuis in de loop der eeuwen heeft
ondergaan, zijn toch talrijke sporen uit het begin bewaard gebleven: het
houtwerk van de huwelijkszaal, de medaillonportretten van de grote
filosofen uit de Oudheid in de oude bibliotheek, de wapens van steden
uit het departement in de erezaal, de schitterende trap met de
smeedijzeren leuning die de entreehal domineert.
Kerk
van Saint Pierre (Afb. links boven; orgel onderaan)
In de 19" eeuw overweegt de stad Mâcon een nieuwe kerk te bouwen. In de
jaren 1860 verrijst in de wijk van het Stadhuis de kerk van Saint-Pierre,
naar het ontwerp van de architect Berthier, leerling van Viollet le Duc.
Het gebouw wordt in Romaanse stijl opgetrokken en heeft een gevel met
drie verdiepingen. De kerk wordt betreden via drie portalen met
verhoogde rondbogen (een kenmerk van het monument, dat in alle
booggewelven en muuropeningen kan worden teruggevonden) en timpanen met
stenen bas-reliëfs. De twee sierlijke klokkentorens met de stenen
spitsen geven het bouwwerk een uitzonderlijke allure.
Interieur:
- Talrijke kapel/en, fresco's, communiebank, hoofdaltaar, kansel met
vijf zijden en twee trappen, rozetvenster, orgels. Drie kunstwerken zijn
op de monumentenlijst geplaatst.
- Wit marmeren basreliëf van het altaar in de kapel
Notre-Dame-deLorette, gebeeldhouwd door Perrache, een kunstenaar uit
Lyon tegen het einde van de 1 ff eeuw.
- Marmeren grafkunst uit de Renaissance van het graf van de familie
Beauderon de Senecé.
-Kerkorgel van de beroemde orgelbouwer Aristide Cavaille-Col/ (1866).
Kathedraal van Saint-Vincent (Op afb. rechts boven)
De bouw van de kerk van Saint-Vincent is te danken aan Napoleon
Bonaparte. De tekeningen werden gemaakt door Guy de Gisors, architect
van het Palais Bourbon en de kerk van de Madeleine in Parijs. De kerk
heette aanvankelijk de kerk van Saint-Napoléon, maar deze naam werd na
het aftreden van de keizer veranderd in de kerk van Saint-Louis, ter ere
van Lodewijk XVIII. Na de terugkeer van Napoleon uit Elba veranderde de
kerk nogmaals van naam en heet sindsdien de kerk van Saint-Vincent. In
deze kerk werd op 4 maart 1869 de begrafenisplechtigheid voor Alphonse
de Lamartine gehouden.
Hôtel-Dieu (Afb. apotheek)
Het Hôtel-Dieu werd vanaf 1761 naar de tekeningen van Soufflot gebouwd
door diens leerling Melchior Munet en wordt gekenmerkt door een koepel
van uitzonderlijke omvang, lijn en hoogte. Alle zalen van het gebouw
komen bij de koepel uit, waar de kapel was gebouwd. Op de begane grond
vindt u een apotheek met houtwerk uit de tijd van Lodewijk XV, met een
schitterende collectie apothekerspotten.
Van 1 juni tot 30 september, van dinsdag tot zaterdag, van 14 tot 18
uur. Gesloten op 14 ju/i. Andere dagen op verzoek, Museum van de
Ursulines, tel. : 03.85.39.90.38
Hôtel
Senecé
Het Hôtel Senecé, Zetel van de Academie voor kunsten, Wetenschappen en
Schone letteren van Mâcon waarvan de beroemde Lamartine eens Voorzitter
was, huisvest nu een museum met talrijke documenten en getuigenissen
over het leven van de bekende staatsman en dichter.
.Voor het publiek geopend: dinsdag tot zaterdag, van 10 tot 12 uur en
van 14 tot 18 uur. Zon- en feestdagen van 14 tot 18 uur. Gesloten op 1
januari, 1 mei, 14 juli, 1 november en 25 december. Museum
Lamartine: 41, rue Sigorgne, tel. : 03.85.39.90.38.
In de voetsporen van Lamartine
Op elk moment in het leven van Alphonse de Lamartine (1790-1869), zowel
in dat van de dichter als dat van de politicus, vinden we sporen terug
van de stad Màcon en de omliggende regio.
Hij is geboren in een rijke, koningsgezinde familie in Màcon maar brengt
zijn kindertijd door in het dorp Milly. Op het platteland rond de
nabijgelegen dorpen, Bussières en Pierreclos, leidt hij een zorgeloos en
gelukkig leven, dat veel bijdraagt aan zijn poëtische inspiratie.
In Bussières volgt hij het onderwijs van de abt Dumont. Vervolgens gaat
hij in pension in Lyon en later in Belley. In 1808 keert hij terug in
Milly.
Op 20-jarige leeftijd hervindt Lamartine in Busslères de abt Dumont, met
wie hij een hechte vriendschap aangaat.
Na zijn lichtzinnige bestaan in Lyon, en een kortstondige
liefdesgeschiedenis in Italië, verveelt Lamartine zich in Milly. Hij
raakt bevriend met de ridder De Pierreclau, wiens echtgenote. de mooie
Nina de Pierreclau, algauw de minnares van Lamartine wordt. Dankzij haar
verneemt de dichter het verhaal van de geheime liefdesgeschiedenis
tussen de abt Dumont en de "Mademoiselle de Milly" tijdens de revolutie,
Deze geschiedenis vormt de basis voor het beroemde gedicht ''Jocelyn ".
gepubliceerd in 1836.
In 1823 vestigt Lamartine zich met zijn echtgenote Mary Ann en zijn
dochter ]uJia in Saint-Point.
Vaak verlaat hij zijn kasteel in de Màcon-regio om te reizen,
kuuroorden te bezoeken, met name Aix-les-Bains, of om zich enige tijd
als zaakgelastigde in Florence te vestigen. In 1832 realiseert hij een
van zijn dromen: met zijn gezin vertrekt hij naar het Verre Oosten.
Na zijn terugkomst in 1833, woont hij in zijn kasteel Monceau. Hij wil
zijn echtgenote niet dwingen tot een terugkeer naar Saint-Point,
aangezien zijn tijdens de reis naar het Oosten overleden dochter daar is
begraven.
In hetzelfde jaar maakt hij ook zijn entree in de politiek met een
dubbele verkiezing zowel lokaal als nationaal.
Als gedeputeerde van Mâcon in 1837, verwijdert Lamartine zich gaandeweg
van de koninklijke macht en zet zich in voor de situatie van het volk.
In 1848 staat hij aan de top van zijn politieke loopbaan en wordt chef
en minister van buitenlandse zaken in de provisorische regering.
Na de staatsgreep in 1851 en het herstel van het keizerrijk, trekt
Lamartine zich terug van het politieke strijdtoneel.
Hij ondervindt grote financiële moeilijkheden en sterft uiteindelijk
geruïneerd in Parijs op 18 februari 1869.
Musée Lamartine, Rue Sigorne
Het museum is ondergebracht in het Hôtel Sénecé, zetel van de
Académie van Mácon, opgericht in 1805. Het is een fraai pand, in de
stijl van de Régence gebouwd en ook in die stijl gemeubileerd en
gedecoreerd (schilderijen, wandtapijten). Hier worden documenten en
herinneringen bewaard betreffende de schrijver en politicus Alphonse
de Lamartine, grondlegger van de Franse romantische lyriek, in 1790
in Mácon, Rue de la Barre 5, geboren en in 1869 in Parijs gestorven.
Omgeving
Nabij Mácon, in het door Alphonse de Lamartine zo geliefde landschap,
liggen enkele plaatsen waarmee de naam van de dichter nauw verbonden is.
Het Cháteau de Mäcon Monceau, 7 km ten noordwesten van Mäcon, was
een van zijn favoriete verblijfplaatsen. In het tuinhuis La Solitude
schreef hij de Histoire des Girondins, 1847, waarin hij zijn
ideeën over vrijheid en vooruitgang heeft neergelegd.
In Bussières, 11 km ten westen van Mäcon, kreeg de dichter zijn
eerste onderricht van de abbé Dumont, die model stond voor de
hoofdpersoon van het epische gedicht Jocelyn, 1836; de geestelijke ligt
naast het kerkje begraven.
In Milly-Lamartine, 12 km ten westen van Mâcon, staat het huis
van Lamartines grootvader, waar hij zijn kinderjaren doorbracht. Voor
het Raadhuis staat een bronzen buste van Lamartine, die hier zijn eerste
'méditation' L 'Isolement, opgenomen in de bundel natuurlyriek Les
méditations poétiques, 1820 schreef.
In het tussen 1833 en 1855 verbouwde kasteel van Saint-Point (25
km ten westen van Mäcon), waar Lamartine bij voorkeur woonde, kan men
zijn werkkamer, woonkamer en salon bezoeken, waarin tal van
herinneringen aan hem worden bewaard. In het kerkje van Saint-Point
hangen twee schilderijen gemaakt door mevrouw Lamartine, die naast haar
man en andere familieleden begraven ligt in het aangrenzende kapelletje.
Het landschap in de omgeving beschreef Lamartine in Le tailleur de
pierres de Saint-Point (I 851).
Informatie: Brochure: Sur les pas de Lamartine
Office de Tourisme:
1, place Saint-Pierre, 71000 MACON , tél.
03.85.21.07.07, télécopie : 03.85.40.96.00. - * Informatieve folder is Mâcon
to discover Eng.
*
In de folder Route des Vins mâcons-beaujolais
vindt u twaalf circuits tourisques. Fr.
Departement Saône et Loire
▲
Steden: Autun, Chalon-sur-Saône,
Cluny, Mâcon,
Taizé en
Tournus.
Wie geporteerd is voor romaanse bouw- en beeldhouwkunst moet deze
heuvelachtige streek, in het zuiden van Bourgondië tussen Loire (westen)
en Saóne (oosten), zeker bezoeken. Cluny - de middeleeuwse bakermat van
het kloosterwezen - mag dan door de tand des tijds en sloopwerkzaamheden
van de mens niet meer zo volledig tot de verbeelding spreken, dat geldt
niet voor de imposante kerken van Tournus en Paray-le-Monial Daarnaast
is de streek rijk bezaaid met primitieve romaanse kerkjes die juist
door hun eenvoud bekoren.
Wijnranken en wijnbouwdorpjes vormen de charme van de gaarden rondom
Chalon-sur-Saóne en Macon, die beide ook als stad aandacht verdienen.
Landschappelijke rust, weidegronden en akkers zijn de kenmerken van de
Bresse (ten oosten van de Saóne), de Charolais en de Brionnais in het
zuiden. Liefhebbers van industriële archeologie kunnen terecht in Le
Creusot en Montceau-les-Mines (in de Autunois in het westen van de
regio).
Comité Départemental du
Tourisme
Maison de la Saône et Loire - 389 Av. de Lattre de Tassigny
- 71000 MÂCON - Tel: 33
(0) 3 85 21 02 20 - Fax: 33 (0) 3 85 38 94 36
Informatie
* Een prima kaart is Tourist map Southern Burgundy Saône&Loire of
Bourgogne du sud. Op de achterzijde interessante info, Eng..
* Bent u professioneel
geïnteresseerd in deze streek vraag dan aan
Professional's Tourism Handbook, Bourgogne du sud, 148 pag. Du. en
Eng..
**
Uw accommodatie in Frankrijk
kunt U goed boeken via
Hotels/Appartementen/Frankrijk. Er zijn meer dan 11.000
hotels/appartementen online boekbaar. Laagste prijsgarantie, maximale
keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, uw taal wordt
altijd gesproken!
** Via
Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een
accommodatie in 92 landen.
** Hoe maak ik een
printversie van de pagina"?
** Door Tekengrootte
te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst
sterk verbeteren.
** Naar
richtlijnen en afspraken voor auto-, camper- en caravanrijders.
** Hoe kunnen we werken met
"Google Aangepast Zoeken"?
▲
|