REIS DOOR KUNST EN GESCHIEDENIS van Meuse. Voor de basiliek in Avioth staat een opmerkelijk klein laatgotisch bouwwerk dat uniek is in Frankrijk. Het gaat om de "Recevresse", een echt stenen stuk kant, in laatgotische stijl, dat erg lijkt op de relikwiehouders van de edelsmeden van de Middeleeuwen. Het werk is zeshoekig, delicaat opengewerkt en was er voor om de pelgrims op te vangen. De "Recevresse" die aan één kant open is, was er zeker voor bestemd om hun offers in ontvangst.
Naar overzicht dep. Meuse, - naar regio
Lorraine.
  Naar stedenlijst Frankrijk. Naar regiokaart Frankrijk. Naar uw accommodatie!

    

Pijl & boog   
Een Romaanse boog, een gotische pijl, enkele centra van volkse vrome toewijding
Op een dag, ongetwijfeld vóór het jaar duizend, horen een paar geïntrigeerde houthakkers hemelse muziek. In het bos zien ze een omgehakte boom. Tussen de wortels van de uitgerukte boomstronk ontdekken ze een beeld van de Maria met Kind.
Het nieuwtje gaat snel rond
en de plek Benoîte-Vaux wordt een tijdens de Middeleeuwen en ook tegenwoordig nog veel bereisd pelgrimsoord. De zigeuners van Lotharingen treffen elkaar hier gewoonlijk ieder jaar begin juni.
Van het kostbare beeld is vrijwel niets meer over: alleen maar een hand die in recenter kunstwerk is gezet.

Avioth
 

Hier zijn het herders die begin 12e eeuw een beeld van Maria met Kind ontdekken. Ook deze plek wordt een pelgrimsoord, zelfs één van de belangrijkste centra van de volkse vrome toewijding. Op deze plek verrijst een prachtige basiliek, wat verrassend is op deze afgelegen plaats. Deze kerk met een zeer ranke architectuur werd gebouwd tussen de 13e  en de 16e eeuw. Het is een meesterwerk van de gotiek.
De "Recevresse","ontvangster", daarentegen,
een regelrecht "stenen stuk kant" werd in laatgotische stijl gebouwd. De binnenkant is echt heel bijzonder en van een zeldzame elegantie. Opmerkelijk is een deambulatorium dat om het koor heen gaat en waarlangs men in de kapellen komt. Hij is in stijl uit de Champagne, dat wil zeggen gebouwd volgens modellen van gotische architectuur die men ook ziet in de kerken en kathedralen in de Champagne.
De pelgrimstocht vindt elk jaar plaats op 16 juli.

Notre Dame basiliek in Avioth
was een "Kerk voor Uitstel":
 

men kwam hier bidden voor doodgeboren kinderen in de hoop op een wonder...
Voor  de basiliek staat een opmerkelijk klein laatgotisch bouwwerk dat uniek is in Frankrijk. Het gaat om de "Recevresse", een echt stenen stuk kant, in laatgotische stijl, dat erg lijkt op de relikwiehouders van de edelsmeden van de Middeleeuwen. Het werk is zeshoekig, delicaat opengewerkt en was er voor om de pelgrims op te vangen. De "Recevresse" die aan één kant open is, was er zeker voor bestemd om hun offers in ontvangst

Mont-devant-Sassey
 

Op een helling aan de oevers van de Maas ligt Mont-devant-Sassey. Het uitzicht is prachtig. De elegante spitsen bovenop de torens van deze kerk geven de plek aan van één van de mooiste monumenten van Romaanse kunst in de Meuse, samen met de kathedraal van Verdun. De Hemelvaartskerk is gebouwd in de 11e en 12e  eeuw in blokken natuursteen. Binnen komt de enorme spiritualiteit van dit tijdperk tot uiting. De Romaanse crypte met drie gewelfde schepen wordt ondersteund door zuilen. Hierin staat een elegant beeld van Maria uit de 12e eeuw.
De Romaanse en gedeeltelijk gotische kerk
van Montdevant-Sassey heeft aan de voorkant een bijzonder voorportaal, met een poort die wordt opgeluisterd door een groep zeer expressieve personages die zijn uitgehakt in veelkleurig steen.

Jeanne d'Arc & blokhuizen    
De heldendaden van Jeanne d’Arc, versterkte kerken, burchten
Een jong herderinnetje van 16 jaar pakt bezittingen en verlaat Domremy in de Vogezen. Het is 15 mei 1428. Zodra ze in Vaucouleurs aankomt bij Robert de Baudricourt, om hem op de hoogte te stellen van haar plannen: de koning van Frankrijk zijn legitimiteit en macht teruggeven. Daarvoor vraagt ze zijn hulp. Als antwoord stuurt de trotse heer haar terug naar haar schapen en geeft haar nog een oorvijg na! Maar Jeanne is dapper et vastberaden. Ze zet door en vindt uiteindelijk met de hulp van de dappere mensen in haar dorp een paard en een zwaard.
Het grote avontuur,
de missie en de heldendaden van de Maagd van Orléans zijn daarmee begonnen...
Ze begeeft zich naar Chinon en Reims, wordt de heldin in de veldslagen aan de zijde van de verschrikkelijke Gilles de Rais, bevrijdt Orléans en wordt martelares in een proces in Rouen waarvan de uitspraak van tevoren vaststond. Ze eindigt op de brandstapel.

Het Jeanne d'Arcmuseum
 

Alles in het schattige kleine stadje Vaucouleurs herinnert aan Jeanne d 'Arc. Zo ook rond het museum dat is gewijd aan afbeeldingen van Jeanne d'Arc, krijgsmaagd en martelares, wier tragische lot al meer dan twee eeuwen lang een inspiratiebron vormt voor schrijvers, artiesten en historici, In dit museum komen beurtelings aan bod de biografie, de mythe en de afbeeldingen van Jeanne d'Arc (glas in lood, beelden, posters, reclame).
Het bezoek aan het museum
is de eerste etappe van een rondrit ter ontdekking van het erfgoed van de stad. Andere onderdelen hiervan zijn vooral de plekken die herinneren aan de heldendaden van Jeanne d'Arc: de Porte de France (poort van Frankrijk), de grafkelder van de Chapelle Castrale.

De oorlog tussen de Armagnacs  

en de door de Engelsen ondersteunde Bourguignons duurt al bijna honderd jaar. Hij vormt een afsluiting van de vooral in de Meuse bijzonder gewelddadige Middeleeuwen, Deze streek werd namelijk begeerd door zowel de legers van de Franse koning als die van het Duitse Keizerrijk.
In feite verlieten de krijgsheren
door de hele Middeleeuwen heen de muren van hun burchten zodra de lente terugkeerde om tot de herfst oorlog te voeren. Tegenover deze voortdurende gevaren bleef er voor de dorpsbewoners niet veel anders over dan hun toevlucht te zoeken in de kerken. Ze versterkten ze met een toren met dikke muren, waar het licht alleen door de schietgaten heen naar binnenviel, met daar bovenop een rij kantelen en machicoulis. Gombervaux, Gondrecourt-le-Chàteau, Morlaincourt en de Tour Valéran in Ligny­en-Barrois, waar de beroemde ridder Bayard page zou zijn geweest.
Ook Buzy
is een bezoekje waard. Hier is in de kerk nog een liggend beeld bewaard gebleven van de ridder van Lenoncourt dat dateert uit de 16e eeuw.

Versterkte kerken
 

De versterkte kerken zorgen constant voor verrassingen. Zo is er bijvoorbeeld de kerk in Vertuzey waar een machtige vierkante toren de helft van het schip bedekt! En de kerk in Dagonville is gebouwd met stenen die de wapenen van de Tempeliers dragen. In Ribeaucourt is de klokkentoren voorzien van een machicoulis en een trappentoren met kantelen. Saint-Pierreyillers werd versterkt in 1540. Opvallend is daar de demonteerbare wenteltrap. De versterkte kerk in Génicourt-sur-Meuse bezit fresco's uit de 16' eeuw, glas in loodramen en een door Ligier Richier gebeeldhouwde "Kruisiging".

Blokhuizen
 

In oorlogstijd waren kantelen en machicoulis niet voldoende. Op de klokkentorens werden dan houten verdedigingswerken gebouwd. Deze noemde men blokhuizen. Ze dienden ertoe om de verdedigers van de toren een schuilplaats te verstrekken, door hun bewegingen onzichtbaar te maken voor de belegeraars. Deze verdedigingswerken waren uiteraard kwetsbaar en slecht bestand tegen vuur. Er zijn er maar weinig tot vandaag de dag overgebleven.
De kerk van Dugny-sur-Meuse,
dat een prachtig voorbeeld is van Romaanse archi­tectuur, heeft nog steeds zijn blokhuis. Er zijn er ook nog in Woël en Pareid.
Onder het dak van de kerk van Saint-Pierrevillers is een permanente tentoonstelling te bezichtigen met als thema versterkte kerken, opgezet door het Departementale behoud van de Musea van de Meuse.

Ligier Richier & de Spaanse Renaissance    
Het werk van de beeldhouwer Ligier Richier en de Spaanse stad in Marville
Michelangelo, de beroemdste van alle kunstenaars uit de Renaissance, kwam op weg naar Parijs langs de Maasoevers, waar hij even uitrustte. In een nabij gelegen weiland zag hij opeens een jonge koeienherder, die, gewapend met een zakmes, helemaal opging in het beeldhouwen vaneen simpel stuk hout. De grote meester werd enthou­siast van de handigheid van de jonge herder. Hij voorspelde hem een grote toekomst en vroeg hem naar zijn naam: Ligier Richier...
Dit is maar een legende.
In werkelijkheid ondernam Ligier Richier een reis van een paar jaar naar Italië om zijn vak te leren. Teruggekomen in Saint-Mihiel, waar hij rond 1500 was geboren, richtte hij zijn atelier op en profiteerde van opdrachten van rijke kooplui en vaklieden uit deze welvarende stad. In Saint-Mihiel zijn overigens de belangrijkste bouwwerken uit de Renaissance bewaard gebleven. Men vindt hier twee werken uit de latere periode van de kunstenaar, namelijk "de Onmacht van Maria" en "het Skelet", dat rijk is aan levensgrote personages die ons laten delen in hun emo­ties. Het diep menselijke wezen van het werk van Ligier Richier komt hier op zijn mooist tot uitdrukking.

In Bar-Je-Duc
,  

waar in de hooggelegen stad een prachtig geheel van gebouwen in Renaissancestijl bewaard is gebleven, net als in Saint-Mihiel, vond Ligier Richier de mecenassen die hem in staat stelden zich te laten gelden als een van de belangrijkste beeldhouwers van de Franse Renaissance. De opdrachten stroomden vanuit de hele Meuse toe. Zijn werken kunnen worden bewonderd in Hattonchatel, Etain en Génicourt-sur-Meuse.
Bij gebrek aan marmer,
dat niet in de regio voorkwam, gebruikte Ligier Richier steen, namelijk het befaamde fijnkorrelige kalk­steen, zoals dat voorkwam in de groeven van Euville; dit is in het bijzonder gebruikt voor de bouw van de Parijse Opera.

Ligier Richier bewerkte ook hout.  

"Christus en de twee moordenaars" in Bar-le-Duc getuigt hiervan, hoewel dit polychroom is, dat wil zeggen dat het met kleuren is ingesmeerd. Om marmer te imiteren, begon Ligier Richier met het maken van het beeld in fijnkorrelig steen. Dit bedekte hij vervolgens met een waslaag, waardoor het beeld er glad en glanzend uit ging zien.
Het beroemde "Skelet"
in Bar-le-Duc is het meest indrukwekkende voorbeeld van de toepassing van deze techniek. Het stelt het half vergane skelet van René de Chalon voor, drie jaar na diens dood.
De 16e eeuw was het tijdperk van Karel V, de formidabele stichter van een heel rijk: "Een rijk waarin de zon nooit ondergaat..."
In heel Europa hebben de Spaanse legers bijgedragen aan zijn veroveringen, hier en daar gevolgd door kolonisten. Zo hebben zich Spanjaarden gevestigd in

Marville

U moet absoluut gaan slenteren door de straten van Marville om de sfeer uit die perioden terug te vinden. Op elke straathoek, op elke deurdrempel valt er wel weer iets verrassends en spannends te ontdekken. De woonhuizen uit de Spaanse Renaissance die in de stad bewaard zijn gebleven zijn geweldig, rijk gedecoreerd met beelden en basreliëfs waarin een hele menigte pittoreske personages, vaak afkomstig uit de Griekse of Romeinse mythologie, voor leven zorgt.
De Saint-Hilairekerk
en het kerkhof hebben nog andere verrassingen voor ons in petto, en niet de minste! Ze vormen een fabelachtig museum van graven met daarop verbazingwekkende en ontroerende beeldhouwkunst. Dit draagt bij aan het begrip van de dodencultus vanaf de Middeleeuwen tot aan de periode van de barok. 

Montmédy & Commercy   
Een citadel van Vauban,de pracht en praal van de goede koning Stanislas
Paul-Emile Debraux, de auteur van "Fanfan, la Tulipe", werd geboren in Ancerville. In de tijd van "oorlog in kant" weerspiegelde deze schelmse en geestige romanheld goed hoe het was in de 17e eeuwen de Verlichting, toen men heen en weer werd geslingerd tussen kracht en genoegens, de wreedheid van de oorlog en de pracht en praal van het kasteelleven.

De citadel van Montmédy
 

De door Karel V gebouwde en verdedigde citadel van Montmédy is omgebouwd door Vauban. Het indrukwekkende en geheel bewaard gebleven bouwwerk toont de doeltreffendheid van een grote militaire ingenieur en architect. In de 19e eeuw werd het nog verder verbeterd door Serré de Rivières.
In het Museum voor militaire architectuur in Montmédy is er een verzameling documentatie en vooral maquettes, van meer dan 200 locaties en vestingen. Deze reis door de eeuwen heen levert een grote bijdrage aan het begrijpen van de ontwikkelingen in de krijgskunst en kunst van het bouwen van verdedigingswerken.

Kasteel van VommercyHet kasteel Commercy
 

Van de oorspronkelijke vesting van de jonkers van Commercy resten slechts de onderdelen van de buitenmuur, die aan het eind van de 17e eeuw opnieuw werden gebruikt als grondmuur van een prinselijke woning. De werkzaamheden werden gestart door de laatste jonker, de Kardinaal van Retz, die door Lodewijk XIV naar zijn landerijen was verbannen. Hier heeft hij zijn "Mémoires" geschreven die hem beroemd hebben gemaakt.
De Prins van Vaudémont
is de ware stichter van het kasteel van Commercy. Hij kende de Hertog van Orléans goed, en gaf opdracht aan diens architecten Germain Boffrand en Nicolas Dorbay, die het kasteel zijn hui­dig uiterlijk hebben gegeven. Ook bedacht hij dat hij het kasteel in de stad kon laten overlopen, met het "Fer-à-Cheval" (hoefijzer) en de Avenue Stanislas. De koning van Polen heeft hier de twee zijvleugels aan laten toevoegen.

De gevel van het Keramiek- en Ivoormuseum,
is geïnspireerd op de door Héré voor Stanislas ontworpen "Watervlinder". Deze roept de pracht en praal van het prinselijk leven in Commercy terug in herinnering. Het Museum toont één van de grootste openbare collecties Europees en Aziatisch ivoor uit de 19e eeuw (gebruiks- en cultuurvoorwerpen, decoratieve beelden) en aardewerk en porselein uit de 18e en 19e eeuw.

Lodewijk XVI & Varennes   
Een cruciale gebeurtenis midden in de Franse revolutie
Op 21 juni 1791 wist de Franse koning Lodewijk XVI zich geen raad meer. Hoewel hij lange tijd als een goede koning en een handige slotenmaker was beschouwd en op aanraden van Parmentier stuwende kracht achter de aardappel was geweest, werd hij al twee jaar in de greep gehouden door gebeurtenissen die hij niet bevatte: de Franse Revolutie...
De koning is gevlucht!
Na een onprettige en angstige reis komt hij in Sainte-Ménéhould, aan de drempel van de Argonne. Tot op dat moment heeft niemand hem herkend, hoewel zijn profiel, dat zo kenmerkend is voor de Bourbons, toch op alle munten van het koninkrijk staat gegraveerd...

De stop in Sainte-Ménéhould wordt hem dus fataal...
 

De burger Drouet heeft de koning herkend: spoorslags steekt hij via afstekertjes de Argonne over. Als hij rond elf uur 's avonds in de stad aankomt, slaat hij alarm.
Drouet, die,wordt vergezeld door Guillaume,
een districtsambtenaar, vier man van de nationale garde en vreemd genoeg twee buitenlanders, wacht vastberaden op Lodewijk XVI De koets van de koning wordt aangehouden, precies voor de Tour de I'Horloge.

Controle van de valse paspoorten,
 

verhoor, de koninklijke familie wordt kort daarop meegenomen naar het huis van kruidenier Sauce, officier van justitie van de gemeente. Zij brengt hier een moeilijke nacht door. De enige hoop van de koning zijn de troepen van Bouillé, die hem zouden kunnen komen bevrijden...
De inwoners van Varennes
bewaken hem echter goed, een bewijs van moed en vastberadenheid. Na het luiden van de alarmklok komen de mannen van de nationale garde om hun versterking te bieden.
De volgende dag is het 22 juni 1791, en het decreet van het parlement, de Assemblée Nationale, dat de arrestatie van de koning en zijn terugkeer naar Parijs beveelt, komt aan in Varennes. Lodewijk XVI heeft alle geloofwaardigheid verloren.
De overheersing van de Terreur
is nabij en de koning wordt onthoofd. Dit is het einde van de monarchie.
In het bos rond Varennes is er echter nog een koning over: de Koning van de Argonne.
Dit is een eerbiedwaardige en indrukwekkende eik, waarvan de stam een omvang van bijna vijf meter heeft...

Kastelen & Sprookjes   

Dromen van herenhuizen, weelderige kastelen
Doornroosje heeft in de Meuse haar prins gevonden. In Thillombois om precies te zijn!
Dit wonderschone kasteel is gebouwd in de 16e eeuw. Na uitbreiding in de 17e eeuw wordt het in 1825 en dan nog eens in 1875 gerestaureerd en verbouwd. Het bestaat uit een centraal hoofdgebouw dat wordt verlevendigd door een vierkante toren en veraangenaamd door bordessen met balustrades die uittorenen boven een prachtig park. Een monumentale poort, waar op het fronton een gebeeldhouwd paard te zien is, leidt naar het voorplein, dat een krachtige indruk achterlaat.

Het kasteel van Jeand'Heurs 

Zie hier het kasteel van Jeand'Heurs, in het gebied van Lisle-en-Rigault.
Oorspronkelijk was dit een abdij van de Premonstratenzers, Hiervan zijn de grote kloostergang, de cellen van de monniken en de kapittelzaal nog over.
In de 18e eeuw
wordt het een fonkelende woning, naar evenbeeld van het hek van de grote eretrap die wordt toegeschreven aan Jean Lamour, de smid van het Stanislasplein in Nancy. Het kasteel van Jeand'Heurs is een luxe verblijf, dat beschikt over opvallende bijgebouwen: monumentale paardenstallen, kassen en een oranjerie.

Renaissancekasteel de la Varenne in Haironville
 

Dit is een elegant landgoed in een groot park waar de Saulx doorheen stroomt en dat is ont­worpen met terrassen voor beter uitzicht over het omliggende platteland.
De opzet ervan werd tijdens de klassieke periode veranderd door het doorbreken van de gevel en verbouwingen.
Binnen een mooi Renaissance cassetteplafond, een trap in Franse stijl en een opeenvolging van vertrekken met lambrisering.

Het kasteel van Hattonchátel
 

De bisschop Hatton (847 - 870) liet een vesting bouwen op het voorgebergte boven de v/akte van Woevre tussen Verdun en Pont-à-Mousson, waar al sinds het Karolingische tijdperk een bisschoppelijke residentie was.
Het middeleeuwse kasteel werd in WO I verwoest. Een Amerikaanse liet toen een groot landgoed herbouwen: een gotisch fantasiekasteel waarin nieuwe elementen worden gepaard aan het hergebruik van de bestaande architectuur.
De overblijfselen van de voormalige vestingwerken kunnen nog worden bezichtigd.

Renaissancekasteel van Montbras
 

Een groot en origineel verblijf dat in bezit was van de fami­lie des Salles. Zijn hoofdgevel, die bestaat uit ritmische traveeën die zorgen voor een afwisseling van ramen en nissen tussen boven elkaar geplaatste pilasters, doet ondubbelzinnig denken aan de architectuur van het beroemde Franse renaissancekasteel van Ancy-le-Franc. Van het zeer originele huis zijn het ontwerp en de twee versterkte paviljoenen bewaard gebleven.

Thillombois, Jeand'Heurs en Montbras zijn ware sprookjes­ kastelen.
 

In de Meuse vallen er nog veel andere, minder kostbare en meer bescheiden landhuizen te ontdekken, die echter zijn voorzien van een schat aan kunst en geschiedenis.
Zo is het er het kasteel van Ville-sur-Saulx,
dat uit 1533 stamt en in de 18' eeuw ingrij­pend werd verbouwd. Verder ook het kasteel van Bazincourt, waar de overgang van Middeleeuwen naar Renaissance in een mooie har­monie gestalte heeft gekregen.
Deze prachtige landhuizen zijn niet regelmatig voor publiek geopend Het is wenselijk eerst contact op te nemen met de plaatselijke VVV om te informeren naar de bezoekmogelijkheden.

Herinneren & gedenken Het Nationaal Kerkhof Forestière in Lachalande  
Citadellen van herinnering en plekken van stilte
De Franse soldaat van WO I heeft met zijn hemelsblauwe uniform, helm en baard en pijp in de mond, gewapend met geweer en bajonet, de voeten gehuld in beenwindsels en 'baggerend door de modder van de loopgraven met de blik op de blauwe lijn van de Vogezen gericht, de nostalgie van een duidelijk sympathieke persoonlijkheid in ons geheugen geprent en een pijnlijke herinnering achtergelaten van enorme opoffering,

Deze heldhaftige frontsoldaat,  

bekleed met brons of steen, siert de monumenten voor de doden van alle dorpen en steden door heel Frankrijk.
In de Argonne, in Verdun en overal in het gebied van de Meuse heerst er bij de monumenten een respect­volle stilte te zijner nagedachtenis.
Ze bewaren de herinnering aan de honderdduizenden mannen die hier hebben gevochten en vreselijk hebben geleden ter verdediging van hun land, hun idealen en hun vrijheid, ongeacht of ze nu Frans, Amerikaans of Duits waren.
In Douaumont, op de heuvels van Monifaucon en Montsec, in Vauquois en Les Eparges bewijzen indruk­wekkende monumenten, stil en ontroerend, hen de laatste eer.

Vaderlandslievende glas in loodramen
 

In de jaren die volgden op de Eerste Wereldoorlog ontwikkelt zich een cultus van souvenirs. Dit voornamelijk burgerlijke eerbetoon komt tot uiting in de creatie van glas in loodramen in veel kerken ter nagedachtenis aan de opoffering van de voor Frankrijk gevallen soldaten. Op directe wijze of meer in een toespeling wordt de opoffering voor het vaderland gepresenteerd als een garantie op een toegang naar de eeuwigheid. Jezus Christus, de Maagd Maria, heiligen en engelen staan naast een stervende soldaat ten bewijze van deze fundamentele zekerheid. Deze glas in loodramen hebben veel artiesten op de been gebracht, waaronder enkele zeer beroemde, zoals Jacques Grüber en de schilder Georges Desvallières, maker van de glas in lood­ramen van de militaire grafkelder van Douaumont, en andere die minder bekend waren, voornamelijk meesterglasmakers uit de streek.

Deze glas in lood ramen ter nagedachtenis  

werden in hoog tempo gemaakt, wat soms een zekere uni­formiteit of de toevlucht tot industriële series tot gevolg had. Ze getuigen van het diepe trauma dat de oorlog heeft achtergelaten op alle gebieden van de collectieve psychologie.
Het Amerikaanse  kerkhof van Romagne-sous­Montfaucon
Dit Amerikaanse kerkhof is het grootste in heel Europa. Deze indrukwekkende dodenakker van 52 ha is in bezit van de USA en bevat 14 256 graven met een wit marmeren kruis.

Wasplaatsen & fonteinen  
De Meuse heeft als weinig andere departementen in Frankrijk in de 19e eeuw een grote golf meegemaakt in het installeren van voorzieningen op het platteland.
Ook tegenwoordig nog zijn er wasplaatsen, fonteinen, speciale bekkens voor het wassen van werkpaarden en bruggen die cultuurhistorisch gezien erg interessant zijn.
De openbare wasplaatsen
De architectonische en technische verscheidenheid van de wasplaatsen die in de meeste dorpen in de Meuse voorkomen, getuigen van de verbeeldingskracht van de ontwerpers en de kennis van de toenmalige vaklieden, die tegemoet moesten komen aan de eisen van een innoverende architectuur, waarin natuursteen, hout en metaal uit de in Lotharingen opkomende metaalindustrie samenkwamen.
Deze kleine gebouwen onderscheiden zich duidelijk van de plaatselijke boerenarchitectuur en ontlenen hun vorm en ornamenten aan de antieke terminologie (Grieks, Romeins, Egyptisch) dat in de 19e eeuw in Parijs in de mode was.

Ze zijn neergezet langs waterlopen,  

met afneembare onderkant of trapsgewijs om zich aan het  waterpeil van de rivier aan te passen, of worden gevoed door het aftappen van een soms ver weggelegen bron. Ze zijn af en toe uitgerust met elementen voor meer comfort van de wasvrouwen zoals bankjes, afdruiprekken, luiken, schoorstenen, latrines en zelfs in bepaalde gevallen een kleine kapel.
Het frisse klaterende water
van de wasplaatsen en fonteinen geeft veel extra charme aan het pitto­reske karakter van de dorpen in de Meuse. Sommige bronnen fonteinen zijn echt heel bijzonder, met hun monumentale beeldhouwwerken:
* de Déo in Mauvages,
  een extravagante fontein met zuilen en zijn Egyptische god;
* de wasplaats met fontein
  in Houdelaincourt met zuilen, dolfijnen en gebeeldhouwde koordwerken;
* de fontein van
  Villotte-devant-Louppy met zijn levensgrote stenen rund;
* het washuis
  van Sauvigny met zijn liggende nimfen;
* de fontein
  van Lacroix-sur-Meuse met zijn kariatiden, zuilen in menselijke vorm ;
* Andernay en zijn Neptunusfontein.

Typische huizen   
De geest van de dorpen van de Meuse
De dorpen in de Meuse zijn, zoals het merendeel van de dorpen in Lotharingen, lintdorpen. De gevels langs de straat volgen elkaar op, regelmatig geaccentueerd door de grote schuurpoorten die zo typisch Lotharings zijn.
De massa van de zwak aflopende daken,
 - bedekt met holle dakpannen die ook wel "laarsschacht" worden genoemd, gaat tot heel laag aan de achterkant van de huizen door, waardoor de dorpen in het landschap een heel compact beeld krijgen, Tussen de straat en de huizen was een stuk onbebouwd gelaten, de "usoir".
Dit was uitsluitend bestemd voor de opslag van mest en zo een echte barometer voor de landbouwactiviteit.
Tegenwoordig bestaat het nog steeds in de vorm van een groenstrook.

De huizen op het platteland 

De traditionele huizen in de Meuse zijn heel diep en opgedeeld in drie gedeelten (woonhuis, stal, schuur). Ze werden gebouwd voor een exploitatie met enkele paarden en zo ongeveer een dozijn koeien. De kozijnen en deurposten van kalksteen benadrukken ramen en deuren en vooral de schuurdeuren die ook wel karrenpoort werden genoemd, met een gewelfde of rechte bovendrempel.
De openingen aan de voorkant
hebben geen versiering, aangezien de boer niet hield van uiterlijk vertoon en daar ook nauwelijks het geld voor had. De dorpen krijgen door de doorlopende maar door inhammen en uitsteeksels opgeluisterde rijen, de regelmaat van de dakgoten en de welvingen van de grote poorten een indrukwekkende samenhang.  

** Uw accommodatie in Frankrijk kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Frankrijk. Er zijn meer dan 11.000 hotels/appartementen online boekbaar. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, uw taal wordt altijd gesproken!

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”! 
** U vindt er o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets