|
MONTMAJOUR, imposante abdij, naar overzicht regio Provence-Alpes.
Een paar kilometer ten noordoosten van
Arles ligt aan de weg
naar Les Baux op een kalksteenrots het imposante gebouwencomplex van de
voormalige abdij. Zie de afb. abdij van
Montmajour. Tot in de Middeleeuwen was dit een soort eiland omringd
door moerassen. Het kerkhof dat hier lag, werd door kluizenaars
onderhouden. In 949 kocht de Provençaalse edelman Teucinde het aan het
domkapittel van Arles toebehorende eiland en schonk het aan de monniken
voor de stichting van een klooster. De nieuwe gemeenschap leefde volgens
strenge regels en stond direct onder de leiding van de paus. Hierdoor
ontving het klooster veel vrome schenkingen die ervoor moesten zorgen
dat de monnikengemeenschap intensief voor het zielenheil van de overledenen
zouden bidden. Verscheidene graven uit de Provence lieten zich hier
begraven. Pardon de Montmajour Een speciale aflaat van zonden, de Pardon de Montmajour, die de
paus in 1030 voor het bezoek van het klooster had verleend, veroorzaakte
een grote stroom pelgrims. Bouwgeschiedenis De eerste kerk ontstond in de11e eeuw. Deze werd al snel vervangen
door een Romaans bouwwerk tussen 1130-1140 en 1170- 1180. Vanaf de 13e
eeuw verloor het klooster zijn onafhankelijkheid. Een ruzie met de
vroegere priorij St-Antoine-en-Viennois om het bezit van de echte
Antonius-relikwieën verzwakte de positie van Montmajour nog meer. Het
klooster werd overgenomen door de benedictijnse hervormingscongregatie van
St-Maur, maar ook dit kon het verval niet tegenhouden. Tussen 1703 en 1736
kreeg de kerk een grote barokke uitbreiding, die door de architecten
Pierre Mignard en Jean-Baptiste Franque uit Avignon werd gerealiseerd. De
sluiting van het klooster in 1790 kwam na de gedeeltelijke sloop van het
gebouw dat kort daarvoor tot stand was gekomen. In 1872 begon Henri Révoil
met de eerste restauraties. Dit voorkwam een verdere afbraak van de
Romaanse kapitalen en zuilen. Daardoor is Montmajour tegenwoordig een
imposant gebouwencomplex. De onvoltooide Romaanse kerk wordt omgeven door
immense barokke ruines. Aan de zuidkant aan de rand van de rotsen staat de
St-Pierre-kapel in de rotsen uitgehouwen. Ten oosten daarvan rijst een
imposante donjon op en 240 m verder naar het oosten staat de kleine
Saint-Croix-kapel. Abdijkerk De abdijkerk werd op het hoogste punt van de rotsen gebouwd. De kerk
voldoet ondanks het onvoltooide langschip aan hoogwaardige bouwkundige
eisen. Het gebouw bestaat uit een langschip met twee traveeën, een ver
uitstekend dwarsschip en een veelhoekig koor dat aan de buitenkant
uitsteekt. Het koor steekt uit boven een crypte, waarvan de stervormige
kapellen de indruk wekken dat het basement van de muur omhoog komt. Alle
openingen in de muren zijn klein en versieringen komen alleen in de
raamwangen voor. De geometrische vormen zijn bepalend voor het uiterlijk
van de kerk. De kwaliteit van de zorgvuldig gebouwde muur krijgt daardoor
een eigen waarde.
De crypte De crypte of benedenkerk strekt zich uit onder het langschip,
dwarsschip en koor. De apsis heeft een gewelfde koepel. Hij bestaat uit
een centrale ruimte die in verbinding staat met de omloop. De openingen
zijn van ronde bogen voorzien (afb. rechts en onder). Op de consoles
rusten de formelen voor het optrekken van het ribtongewelf. De gehouwen
rechthoekige blokken werden door de steenhouwers van grote tekens
voorzien, meestal letters. Deze steenhouwersymbolen maakte de afrekening na
afloop gemakkelijker. Bouw van de crypte Het uiterlijk van de crypte doet denken aan kooromlopen met
kapelkransen. Deze bouwstijl werd aan het eind van de 11e de eeuw in veel
indrukwekkende kloosterkerken in Frankrijk en Spanje toegepast. De stijl
werd later ook in de Provence in de abdijkerk in St-Gilles toegepast. De
exacte functie van de omloopcrypte in Montmajour is niet duidelijk. In
technisch opzicht leverde het een doordachte nivellering van de ondergrond
voor de kerk op. De centrale ronde hal zou de relikwieën van het Heilige
Kruis bevat kunnen hebben, waar de pelgrims via de westelijke galerij
langs kwamen. De stervormige kapellen waren waarschijnlijk voorname graf-
en altaarplaatsen, die in de directe nabijheid van de belangrijkste
relikwieën lagen. Waarschijnlijk werden zij gebouwd in opdracht van de
graven van de Provence. Interieur Binnen wordt de bezoeker verrast door de hoogte van de bovenkerk, een
indruk die nog wordt versterkt door het ontbreken van versieringen aan de
muur. De viering ligt lager dan de travee van het langschip. Voordat in de
13e eeuw ribgewelven werden aanbracht, hadden de bouwmeesters
waarschijnlijk een Provençaalse trompenkoepel voor ogen. Ook in het gewelf
van de apsis bevinden zich ribachtige stroken. Het kapiteel van de halve
zuilen bij de koortoegang vertoont al gotische invloeden. In de bijzonder
dikke oostelijke muren van het dwarsschip zijn ronde kapellen aangebracht.
Omdat het koor van binnen rond is maar aan de buitenkant uit meerdere
hoeken bestaat, worden op andere plaatsen van het bouwwerk de ronde
binnenvormen buiten door rechte muren omgeven. Beneden- en bovenkerk
stammen zonder twijfel uit de 12e eeuw, maar zijn niet in één keer
gebouwd. Het dwarsschip en het oostelijke gedeelte maakten waarschijnlijk
deel uit van een bouwfase die direct op de bouw van de benedenkerk volgde.
Dat komt overeen met het verhaal dat de monniken in 1153 de bovenkerk
betrokken of in elk geval het deel dat klaar was. Het langschip en de
kruisgang zullen dan waarschijnlijk van een latere datum zijn, omdat rond
1130-1140 met de bouw van de benedenkerk - het oudste gedeelte van de kerk
- begonnen werd. De kruisgang De kruisgang aan de zuidkant van de kerk lijkt erg veel op de
kruisgang van de kerk in Arles. Dit komt vooral door de pilasterstructuur,
het tongewelf met diagonale plint in de hoeken van de kruisgang en de
stijl van de gebeeldhouwde versiering. Bij de opgravingen in de 19e eeuw
die bedoeld waren voor de restauratie van de kruisgang, werden veel
stukken niet meer op hun oorspronkelijke plaats teruggezet. In de
noordvleugel werden veel kapitalen ingrijpend gerestaureerd. Het is
belangrijk om dit te onthouden als u de voortreffelijke versieringen
bekijkt. Toch kunnen onder de originele stukken twee basistypen
onderscheiden worden: aan de ene kant de kapitalen met hoekkrullen en
hoofden in het midden van de dekplaten afgeleid van voorbeelden uit de
Oudheid en aan de andere kant de versieringen die ondergeschikt zijn aan
het kapiteelblok in de vorm van krullende ranken en plantenstengels. Een
aantal elementen van de bouw stamt uit de 14e eeuw. Dit geldt vooral voor
de zuilen en kapitalen aan de zuidkant. De hoofdlijnen van de Romaanse
indeling werden aangehouden, maar de pilastercannelures zijn door gotisch
maatwerk vervangen. Het laat Romaanse muurgraf van de graven van de
Provence in de kruisgang wordt in verband gebracht met de graftombe van
graaf Raymond Bérenger, die in 1166 overleed.
Fontvieille, 'oude bron' 9 km ten
noordoosten van Arles
ligt in een gebied waar pijnbomen, cipressen, zilvergrijze olijfbomen en
molens het landschap bepalen. Hier komt de Provence van Alphonse Daudet
(18401897) tot leven. Langs een weg, omzoomd door parasoldennen,
bereikt men de molen, waar Daudet, met dichterlijke fantasie, zijn
Lettres de mon moulin voorgaf te schrijven. In werkelijkheid is de
beroemde novellenbundel in Parijs geschreven. Daudet logeerde, als hij
in Fontvieille was, in het nabijgelegen Cháteau de Montauban. In de
molen is een klein Daudetmuseum ingericht.
** Uw accommodatie in
geheel Frankrijk kunt U goed boeken via
Hotels.Frankrijk.
** Via
Hotels.Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 71
landen.
** Zie ook onze
boeken pagina eens.
** Hoe maak ik een
printversie van de pagina"?
** Door Tekengrootte
te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst
sterk verbeteren.
▲
|