| ROUEN,
naar overzicht regio Normandië
Is
hoofdstad van het
departement
Seine-Maritime.
Het mooiste totaalbeeld krijgt men van af de
Corniche de Rouen, D 95, de rotspunt Sainte Catherine en de belvédère van
Bonsecours. Het
stadscentrum is
autovrij.
Rouen,
de voormalige hoofdstad van Normandië, is een
belangrijk handels- en havencentrum aan de rechteroever van de Seine.
Het ligt op het plateau van Caux en is het middelpunt van veel
industrie. 'Grand Rouen' heeft echter nog een waardevolle historische
kern en wordt vanwege zijn grote aantal kunstschatten ook wel
'museumstad' genoemd. Ofschoon de stad in de Tweede Wereldoorlog voor
een groot deel is verbrand, is een aantal mooie kerken en andere
gebouwen behouden gebleven. In de schilderachtige straten van het
centrum bevinden zich veel mooie vakwerkhuizen, het stadsbeeld getuigt
van de bijna tweeduizendjarige geschiedenis van Rouen. De Gallo-Romeinse
kern ligt aan de rechteroever van de Seine. Reeds in die tijd had de
stad enige betekenis, zij werd zetel van de aartsbisschoppen Ouen en
Romain en maakte de doop van de bekeerde Rollo mee, een Viking die in
911 de eerste hertog van Normandië werd. Fransen en Engelsen streden fel
om de stad; zij werd vele malen belegerd en kwam pas in 1449 definitief
aan Frankrijk. Door de Bourgondiërs gevangengenomen en aan de Engelsen
uitgeleverd, onderging Jeanne d'Arc, de Maagd van Orléans, hier haar
proces. Zij werd door een kerkelijk tribunaal veroordeeld en in mei 1431
levend verbrand. Dicht bij de plaats van haar terechtstelling hebben de
bewoners een moderne kerk en een gedenkteken opgericht.
Literair verleden
Rouen kan ook op een literair verleden terugkijken. Pierre
Corneille werd hier in 1606 geboren en woonde er tot 1662. Hij
schreef hier een aantal van zijn stukken zonder echter zijn beroep als
advocaat te verwaarlozen. Een mooie vrouw uit deze omgeving inspireerde
hem tot zijn eerste werk, Mélite. De eveneens in Rouen geboren
neef van Corneille, Fontenelle, publiceerde hier zijn werk.
Blaise Pascal bracht in deze stad enkele jaren van zijn jeugd door,
ontwikkelde een machine om zijn vader bij berekeningen te helpen en deed
zijn eerste ontdekkingen over de luchtdruk, die hij door middel van
experimenten aantoonde. Hier kwam hij ook met de gedachtenwereld van het
jansenisme in aanraking, waaraan hij veel geschriften wijdde. Gustave
Flaubert, zoon van een chirurg, kwam in 1821 in een paviljoen van
het Hôtel-Dieu ter wereld en woonde en stierf in Croisset, een
dichtbij gelegen voorstadje aan de oever van de Seine. Het leven in
Rouen en omgeving beschrijft hij in zijn roman Madame Bovary.
Kathedraal Notre-Dame.
De grote kathedraal van Rouen behoort tot de mooiste en bekendste
religieuze gebouwen uit de gotiek in heel Frankrijk. Zij staat op een
plaats die al in de 4de eeuw tot cultus ruimte was uitgekozen. Voordat
men met de gotische kathedraal, ongeveer in 1170, begon, stond hier een
oude romaanse kerk, die in haar geheel moest wijken voor het nieuwe
gebouw. De belangrijkste gedeelten van de Notre-Dame waren omstreeks het
midden van de 13de eeuw voltooid. De kerk werd echter in de
daaropvolgende eeuwen door de aartsbisschoppen en kanunniken van Rouen
vergroot en verfraaid. Zo ontstonden de zijkapellen aan het einde van de
13de eeuw, de Mariakapel aan het begin van de 14de eeuw en de bekende
klokkentoren, de Tour de Beurre, tussen 1485 en 1506. De
gewaagde, hoge torenspits, die op kilometers afstand te zien is, werd er
pas in 1825 opgezet en is geheel van gietijzer. Gelukkig waren in 1939
de mooiste glazen uit de ramen verwijderd, dit gebeurde niet alleen met
de vensters van de Notre-Dame, maar ook met die van veel andere kerken
te Rouen.
Toen de Duitse troepen binnenmarcheerden,
juni 1940, brandde
de kathedraal gedeeltelijk uit en in april en juni 1944 werd zij opnieuw
zeer ernstig beschadigd. Om de ruïne niet geheel aan het verval over te
leveren, begon men reeds in hetzelfde jaar met een grondige en
zorgvuldige restauratie, die nog steeds voortduurt. Momenteel maken de
restaurateurs zich zorgen over de sterke vervuiling en verwering van de
fijn bewerkte stenen ornamenten aan het hoofdportaal. De façade met dit
portaal werd door Claude Monet meesterlijk weergegeven op
verscheidene van zijn schilderijen: de Notre-Dame op verschillende uren
van de dag en bij wisselende weertypen. Het 137m lange schip is naar het
oosten gericht, is dus op de klassieke manier georiënteerd, het koor
wijst in de richting van de opgaande zon en Jeruzalem. De plattegrond
heeft de vorm van een kruis. Aan de noordzijde van de kerk bevinden zich
de grote, strenge gebouwen van het aartsbisschoppelijk paleis, l5de en
18de eeuw.
Het grote plein
voor de kerk is voetgangersgebied geworden. Hier bevindt zich het
voormalige Bureau des Finances, een elegant renaissance gebouw
uit 1509, waarin tegenwoordig het verkeersbureau is ondergebracht. Op
het plein ook een minder aantrekkelijk modern congresgebouw, waarin de
restanten van een renaissancehuis zijn opgenomen dat door het
bombardement verwoest werd. In het plaveisel staan twee cirkels die de
diameters van de twee oude klokken, de Georges d'Amboise en de Jeanne
d'Arc, aangeven.
De geweldige façade
met de drie portalen is een bijzonder fraai stenen kunstwerk. Het
hoofdportaal werd in het begin van de 16de eeuw door Rouland le Roux
gebouwd en wordt bekroond door een luchtige topgevel, volgezet met grote
en kleinere beelden. In het timpaan bevindt zich een boom van Jesse,
werk van de uit Rouen stammende Pierre des Aubeaux. Twee spits
toelopende torentjes flankeren het portaal. De schuine dagkanten zijn
versierd met beelden van profeten en apostelen; een vroegere reeks
aartsbisschoppen daaronder is verdwenen. De twee zijportalen dateren
waarschijnlijk uit 1170-1180: rechts het portaal van de heilige Stefanus
en links het portaal van de heilige Johannes. Dit laatste geeft op het
timpaan, 13de eeuw, Johannes de Evangelist en het martelaarschap van
Johannes de Doper weer. Het beruchte feest van Herodes, waarbij Johannes
de Doper onthoofd moest worden, wordt voorgesteld door de acrobatisch op
haar handen dansende Salome. Aan het einde van de 14de eeuw, juist bij
het begin van de flamboyante stijl, werden die delen van de façade die
boven de flankerende portalen liggen vernieuwd.
Twee torens
staan aan beide zijden van de façade: links de stevige Tour
Saint-Romain, waarvan het onderste gedeelte omstreeks 1160 is gebouwd.
De bovenste gedeelten werden er pas in de 15de eeuw aan toegevoegd. De
afdekking werd in de oorlog volledig verwoest. Rechts de veel subtieler
gelede Tour de Beurre in de flamboyante stijl van de late 15de eeuw. Een
luchtige balustrade met kleine pinakels vormt de afsluiting van deze
toren, die over een klokkenspel met 56 klokken beschikt. Dit klokkenspel
dateert uit 1920 en speelt zowel religieuze als profane melodieën. De
naam 'Botertoren' heeft een interessante herkomst: tijdens de vastentijd
was over het algemeen het gebruik van boter en andere melkproducten
verboden. Door de tijdelijke opheffing van dit verbod kon uit de
opbrengsten van de boterverkoop de bouw van de klokkentoren gefinancierd
worden.
Noordzijde,
Rue Saint-Romain
Aan de noordwesthoek van de kathedraal stuit men op een binnenhof,
de Cour d'Albane, die zijn naam ontleent aan een aartsbisschop van
Rouen, de kardinaal van Albano uit Italië. Hij had hier een middeleeuws
college gesticht dat zijn naam droeg. Vanuit deze hof heeft men een
uitstekend zicht op de hoogste kerktoren van Frankrijk, waarvan de
gietijzeren spits 151 m de lucht in reikt. De schilderachtige, door
vakwerkhuizen omzoomde Rue SaintRomain voert langs de noordzijde
van de kerk via het noordelijk portaal, 15de eeuw, naar de Cour des
Libraires, 13de tot 15de eeuw, en ten slotte naar het Portail des
Libraires, einde 13de eeuw. Dit portaal verdient de aandacht. Het is
gemaakt door Jean Davy en bezit een groot aantal beelden van engelen,
apostelen en heiligen. De onderste gedeelten van het muurwerk zijn
versierd met 150 stenen medaillons die met een levendige fantasie de
meest verschillende scènes uit de bijbelse geschiedenis en onderwerpen
uit middeleeuwse fabels uitbeelden.
Zuidzijde, Rue du Change, Place de la Calende
Deze geheel rechte zijde van de kathedraal heeft erg geleden onder het
geweld van de oorlog. Alleen het Portail de la Calende, dat sterk
verwant is aan het Portail des Libraires aan de noordzijde en dat in
dezelfde tijd is ontstaan, bleef daarvan gevrijwaard. Het is nog steeds
een van de grootste kunstwerken van de kathedraal. Ook dit portaal,
geflankeerd door twee mooie 13de-eeuwse torentjes, is rijk versierd met
beeldhouwwerk. Op de onderbouw bracht Jean Davy medaillons aan: 230
voorstellingen illustreren scènes uit de bijbel en uit het leven van de
bekendste aartsbisschoppen van Rouen. In het timpaan herkent men het
lijden en de opstanding van Christus, de bogen zijn volgezet met beelden
van engelen, profeten en martelaren.
Schip en zijbeuken
Het schip is opgetrokken in de eenvoudige, heldere voeggotische stijl
van de 13de eeuw. Boven de orgelkast, in Lodewijk-XVstijl, straalt het
grote roosvenster van de westgevel, waarvan de fraaie glazen helaas niet
meer op tijd konden worden weggehaald en aan het bombardement ten offer
vielen. De zijbeuken, omzoomd met kapellen, maken een zeer smalle en
hoge indruk, waarschijnlijk. doordat men ervan heeft afgezien boven deze
zijbeuken tribunes of galerijen te maken. Dat verklaart ook het
merkwaardige systeem van colonnetten dat door de kapitelen gedragen
wordt. Van de onderbouw van de toren Saint-Romain, aan het begin van de
noordelijke zijbeuk, links van het hoofdportaal, werd een doopkapel
gemaakt. De andere kapellen beschikken veelal over heel mooie vensters,
in de kapel Saint-Jean uit de 13de eeuw, in de kapel Saint-Sever uit de
tweede helft van de 15de eeuw. Aan het begin van de zuidelijke zijbeuk
is de basis van de Tour de Beurre tot een kapel in flamboyante stijl
ingericht. Doordat deze zijbeuk door bommen werd beschadigd, zijn de
kapellen voor een belangrijk deel modern en van contemporaine vensters
voorzien. In een kapel die door het bombardement niet werd beschadigd
zijn foto's die in 1944 van de kathedraal zijn gemaakt, tentoongesteld:
treurige beelden van een bijna ingestorte kerk.
Kruising en transept
Vier machtige pijlers dragen de lantaarn die zich op de kruising boven
de kathedraal verheft en als sokkel dient voor de spits van de
kruisingstoren. Het licht valt daardoor verticaal naar binnen, wat een
bijzonder indrukwekkend effect heeft. De overigens zakelijke
transeptarmen zijn aan de korte zijden, portaalgevels, rijk versierd met
beelden, baldakijn, balustraden en roosvensters. In de noordelijke
transeptarm bevindt zich een aardige, laatgotische trap, die in ca. 1480
door Guillaume Pontifs werd gebouwd. In een van de kapellen van het
transept staat een expressieve piëta van Eustache Desplanches, ca. 1590.
De beide roosvensters in het transept hebben nog het oorspronkelijke
glas, het noordelijk venster uit de 14de eeuw, het zuidelijk venster uit
de 14de eeuwen de renaissance, dat men er na de oorlog weer ingezet
heeft. De zuidelijke transeptarm herbergt een bezienswaardige ecce-homo
uit de 15de eeuw. Hier is ook de kapel Sainte-Jeanne-d'Arc de moeite van
het bezichtigen waard, vooral vanwege de contemporaine glazen van Max
Ingrand:
Koor en kooromgang
In het zeer eenvoudige koor uit de 13de eeuw is de restauratie na de
oorlog heel goed gelukt. De decoratie is gedeeltelijk oud, gedeeltelijk
modern. Uit de 18de eeuw dateert de door twee engelen omgeven
Christusfiguur boven het hoogaltaar. Langs de omgang liggen fraaie
koorkapellen waarvan de blauwrode vensters uit de 13de eeuw dateren. De
Bartholomeüskapel, die ook wel de Chapelle du Revestiaire genoemd wordt,
omdat zij voor de monniken en kapelaans als kleedkamer diende, is een
van de mooiste werken van Guillaume Pontifs, 1479. In de omgang bevinden
zich talrijke grafmonumenten en grafzerken. De Mariakapel, precies
achter het hoogaltaar gelegen, is met haar rijkdom aan beeldhouwwerk en
de prachtige glazen uit de 14de eeuw een waar gotisch kunststuk,
1302-1320. Hier vindt men het gotische grafmonument van de hofmaarschalk
Pierre de Brézé, een monumentaal mausoleum van Louis de Brézé, midden
16de eeuw, en het graf van de kardinalen van Amboise, een met
beeldhouwwerk versierd monument dat in het begin van de 16de eeuw door
Roulland le Roux werd gemaakt. Onder het koor bevindt zich nog een
crypte die van de romaanse kerk uit de 11de eeuw afkomstig is. Deze
bevat een put en een urn met het hart van Karel V.
Kerk Saint-Maclou
Een heel mooie kerk in flamboyante stijl, 1437-1517, die na de
oorlog erg goed werd gerestaureerd. De toren uit de 19de eeuw is 82 m
hoog; brede façade met vijf zeer fraaie portalen, die voor een deel aan
Jean Goujon worden toegeschreven. In het interieur is o.a. de
laatgotische wenteltrap de moeite van het bezichtigen waard.
Kruisgang Saint-Maclou
De Aitre Saint-Maclou, ten noorden van de kerk in de Rue
Martainville, is een merkwaardige kruisgang waarvan de galerijen, 16de
eeuw, vroeger als knekelhuis gebruikt werden en die rondom een voormalig
kerkhof is aangelegd. Boven de arcaden ziet men opvallende sculptuur en
interessante houten friezen.
Kerk Saint-Ouen
Voormalige abdijkerk van het klooster Saint-Ouen; een
schoolvoorbeeld van gotische bouwkunst, met uitzondering van de façade,
19de eeuw. Bijzonder interessant is de zuidzijde van de kerk: achter de
voorhal het Portail des Marmousets met een wonderlijk timpaan; in de
koorkapellen mooie vensters met scènes uit het leven van de heilige
Ouen, 14de eeuw, en een contemporain venster van Max Ingrand. Voorts
bezit de kerk een van de beroemdste orgels van Frankrijk, orgelkast van
1630, zeer fraaie koorhekken uit de 18de eeuwen een grote Mariakapel met
beelden en grafzerken.
Andere kerken
Saint-Eloi: een enigszins bouwvallige kerk met een mooi
orgel uit de 18de eeuw.
Saint-Gervais: gebouwd in de 19de eeuw op een crypte uit de
14de eeuw.
Saint-Godard: gebouwd aan het einde van de 15de eeuw;
driebeukig, met een houten gewelf; twee bezienswaardige vensters uit de
16de eeuw.
Saint-Nicaise: na de oorlog gedeeltelijk nieuw opgetrokken; koor
en vensters stammen nog uit de 16de eeuw; retabel uit de 17de eeuw.
Saint-Patrice: gebouwd in de 16de eeuw; kerk in flamboyante stijl
met veelkleurige vensters, 1538 tot 1625.
Saint-Roman: gebouwd in de 17de en de 18de eeuw; mooie vensters
uit de 16de eeuw; beschilderde koepel en klein, waardevol orgel.
SaintVivien: kerk met bezienswaardig portaal; orgelkast uit de
late 16de eeuw; kansel uit de 18de eeuwen mooi retabel uit het begin
van de 18de eeuw.
Sainte-Madeleine: tussen 1758 en 1780 aan de zijde van het
Hôtel-Dieu gebouwd; zowel aan het exterieur als in het interieur
bevindt zich beeldhouwwerk van de in Rouen geboren kunstenaar
Jaddoulle.
Sainte-Jeanne-d'Arc: moderne kerk, in 1979 gewijd; gebouwd
volgens ontwerp van Louis Arretche. Zij zou met de vensters van de
voormalige kerk Saint-Vincent uitgerust worden.
Paleis van Justitie
Het prachtige gebouw in flamboyante stijl werd tussen 1508 en 1526
opgetrokken, dikwijls veranderd en na de zware beschadigingen in de
laatste oorlog zorgvuldig gerestaureerd. De façade aan de Cour
d'honneur, het voorplein, verdient bijzondere aandacht door het zeer
fraaie beeldhouwwerk. Tijdens de restauratiewerkzaamheden in 1976
ontdekte men de restanten van een Romaans monument met Hebreeuwse
opschriften die van een synagoge uit de 11de of 12de eeuw afkomstig
zouden zijn.
Hôtel de Bourgtheroulde, Place de la Pucelle
Het enigszins misvormde plein, dat desondanks nog enige mooie
vakwerkhuizen laat zien, beschikt over een bijzonder gebouw: de poort
van een gerestaureerd paviljoen vormt de toegang tot een prachtig
particulier paleis dat gebouwd is door de heer van Bourgtheroulde,
Guillaume le Roux, en door zijn zoon, de abt van Aumale. Aan het begin
van de 16de eeuw begon men met de bouw. Het iets teruggelegen pand
vertoont nog laatgotische, flamboyante kenmerken. De overige gedeelten
van het Hôtel de Bourgtheroulde dateren uit de renaissance. De galerij
en de friezen aan de linkerzijde stammen uit ongeveer 1520. Zeer de
moeite van het bezichtigen waard zijn de reliëfs, voorstellend de triomf
van Plutarchus en de bekende ontmoeting van Frans I en Hendrik VIII, de
koning van Engeland.
Tour Jeanne d'Arc
Deze voormalige donjon in de Rue du Donjon is het enige overblijfsel
van een kasteel uit de 13de eeuw. In de benedenzaal, met het mooie
spitsbogige gewelf, werd Jeanne d'Arc verhoord.
Fierte Saint-Romain, Place de la
HauteVieille-Tour
Dit Romeinse gebouw, gelegen naast de oude, nu gerestaureerde
markthallen, bleef tijdens de oorlog onaangetast. Het diende als
bewaarplaats voor de reliekschrijn van de heilige Romain, schutspatroon
van Rouen.
Place du Vieux-Marché en historisch centrum
Bijzonder mooi marktplein met oude huizen. Hier werd Jeanne d'Arc
verbrand. Een monument en de aan haar gewijde kerk moeten daaraan
herinneren. Op dit plein begint de Rue du Gros-Horloge, die midden door
het hart van Rouen voert, tot de kathedraal. Zij gaat onder de boog van
het Pavillon du Gros-Horloge door. Dit houten gebouw, met een hoge
klokkentoren uit de 14de eeuwen middeleeuwse klokken, dateert van 1527
en is tegenwoordig een van de karakteristieke monumenten van de stad.
Het is de moeite waard de historische stadskern met zijn fraaie,
gedeeltelijk herbouwde vakwerkhuizen te bezoeken, Rue du Gros-Horloge,
Rue SaintRomain, Martainville, Damiette. Eaude-Robec en Beauvoisine.
Musée des Antiquités
De interessante verzameling antieke kostbaarheden is in een klooster
uit de 17de eeuw, Rue Beauvoisine 198, ondergebracht. Men treft er
Gallo-Romeinse mozaïeken, middeleeuwse kunstschatten, wandtapijten uit
de 15de eeuwen zeer verschillende religieuze voorwerpen van ivoor,
albast en goud aan.
Musée des Beaux Arts
De grote schilderijengalerij is op de Square Verdrel in een groot
19de-eeuws gebouw ondergebracht. Schilderijen uit de 17de eeuw,
waaronder twee bijzondere stukken van Poussin; impressionisten als
Monet, Sisley, Renoir; een belangrijk stuk van Gérard David, 1450-1523,
La Vierge et les Saintes, evenals werk van de in Rouen geboren
Géricault.
Tot 1981 was de rijke keramiekcollectie hier te
zien, die daarna is ondergebracht in het dichtbij gelegen Hôtel
d'Hocqueville, l7de eeuw. De verzameling geeft een overzicht van de
geschiedenis van de keramiekproductie in Rouen van de 16de tot de 18de
eeuwen bevat honderden zeer waardevolle stukken.
Andere musea
Musée Corneille, Rue de la Pie 4: geboortehuis van Corneille
waarin met allerlei voorwerpen de herinnering aan deze dichter levendig
wordt gehouden. Later woonde hij in het Maison des Champs in Petit-Couronne, 8
km van Rouen verwijderd.
Musée Flaubert et d'Histoire de la Médecine, Rue Lecat 52:
persoonlijke documenten van Flaubert, die hier woonde; informatie over
de geschiedenis van de geneeskunst; beelden van heiligen, die
wonderbaarlijke genezingen zouden hebben bewerkstelligd. In een
paviljoentje in het dichtbij gelegen stadje Croisset bevinden
zich nog enkele andere persoonlijke voorwerpen van de schrijver en
chirurg.
Musée Jeanne d'Arc, Place du VieuxMarché: wassenbeeldenkabinet,
dat ook interessante historische documenten bevat.
Musée d'Histoire naturelle, d'Ethnographie et de Préhistoire, Rue Beauvoisine 198: informatie en verzamelingen met betrekking tot
prehistorie, geologie en volkenkunde. Musée Le Secq-de-Tournelles,
Rue Thiers, Rue Jacques-Villon: voor zover bekend de enige verzameling
van siersmeedwerk in de wereld, hek van de abdij van Ourscamp, 13de
eeuw, sleutels en sloten uit alle eeuwen, duizenden opmerkelijke,
smeedijzeren kunst- en gebruiksvoorwerpen.
Office de Tourisme:
25, Pace de la Cathédrale - BP 666
- 76008 ROUEN Cedex 1 - Tel: 33 (0) 2 32 08
32 40 - Fax: 33 (0) 2 32 08 32 44 - Ga
voor afbeeldingen naar:
Images.Cathedrale Notre Dame=Google+zoeken -
E-mail: otrouen@mcom.mcom.fr
Departement Seine-Maritime
, voor ligging
zie kaartje, naar
overzicht
regio Normandië
▲
Seine-Maritime kliffen, kloosters en rust
Voor kliffen van een dramatische schoonheid moet u naar Seine-Maritime.
De steile en hoge kalkstenen formaties baden vaak in een schitterend
licht. Niet alleen impressionistische schilders hebben dit
natuurverschijnsel vereeuwigd, ook vakantiegangers laten zich hier graag
imponeren. Elke badplaats heeft hier zijn eigen charme. Étretat
heeft een strand dat ligt ingeklemd tussen machtige kliffen. Langs de
kust kunt u prachtig wandelen. Of genieten van de specialiteit tong in
de aantrekkelijke havenstad Dieppe. In het sfeervolle Fécamp
staat ondermeer de destilleerderij van de benedictijnenlikeur.
Landinwaarts fietst of wandelt u door pure, groene valleien. De
meanderende Seine vormt de verbinding tussen Parijs en zee. Langs de
oevers ontdekt u grote natuurgebieden en imposante overblijfselen uit
het verleden. De ruïnes van de beroemde abdijkerken Jumièges en
St. Wandrille herinneren aan de tijd dat kloosters hier veel
macht hadden. De prachtige stad Rouen lijkt op een openluchtmuseum met
flamboyante gotiek, vele mooie vakwerkhuizen en vermaarde musea.
Comité départemental
de Tourisme
6 rue du Couronné -
B.P.60 - 76420 Bihorel -
Tel: 33 (0)2 35 12
10 18 - Fax: 33 (0)2 35 59 86 04 -
Email : seine.maritime.tourisme@wanadoo.fr
- tourisme@cdt76.fr
-
**
Uw accommodatie in Frankrijk kunt U goed
boeken via
Hotels/Appartementen/Frankrijk. Er zijn meer dan 11.000
hotels/appartementen online boekbaar. Laagste prijsgarantie, maximale
keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, uw taal wordt
altijd gesproken!
** Via
Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een
accommodatie in 92 landen.
** Zie ook onze
boeken pagina eens.
** Hoe maak ik een
printversie van de pagina"?
** Door Tekengrootte
te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst
sterk verbeteren.
▲
|