N       Naar alfab. overzicht

Nachtstuk, voorstelling die nacht, maneschijn of het contrast tussen duisternis en kunstmatige belichting als onderwerp heeft.

Naïskos, een heilig gebouwtje dat binnen de Griekse tempel een onafhankelijke kapel vormt. Bevat meestal het beeld van de godheid.

Naos, in de Griekse architectuur verblijf vin de godheid dat de vorm van ten binnenruimte waar het beeld van de god staat. Het heiligste deel van de cella van de tempel.

Narthex, Gr.,voorhal in vroegchristelijke kerken, later als 'vestibule' van de westbouw ook toegepast in Karolingische en Romaanse kerken. Neostijlen, in de 19de eeuw tot ontwikkeling gekomen stijlen, met name in de bouwkunst, geïnspireerd op vroegere stijlperioden. Behalve de sterk verbreide neogotiek, in Engeland rond 1750 begonnen en gothic revival genoemd, was er o.a. sprake van een neorenaissance en een neobarok. Ook het empire en het classicisme zijn neostijlen. 

Naturalisme, Neo-Lat.; Fr. 'naturalisme': een stroming in de beeldende kunst en de literatuur die de door de (zintuiglijke) ervaring waarneembare werkelijkheid zo realistisch mogelijk en met wetenschappelijke precisie tracht weer te geven.

Nazareners, groep Duitse schilders die in 1809 uit protest tegen de Academie wordt opgericht en overwegend in Rome werkzaam is, De Nazareners streven naar een vernieuwing van de kunst op religieuspatriottische grondslag. Ze vormen een bijzondere richting van de Duitse Romantiek, die doorwerkt tot in de vroege 20e eeuw. De naam is afgeleid van hun opvallende haardracht, die herinnert aan de Christus figuur. Ze noemen zichzelf Lucasbroeder het Lucasgilde, het middeleeuwse schildersgilde.

Nefesh, Arab.: gewijd monument in de vorm van een obelisk of piramide.

Neoclassicisme, in de noordwestelijke landen van Europa aanduiding voor die stijlperiode die in Duitsland Classicisme wordt genoemd.

Neopalladianisme, zie Palladianisme


Neoplatonisme
, in de Renaissance een intellectuele stroming die was gebaseerd op de leer van de Griekse filosoof Plato, grotendeels via de vroege middeleeuwse interpretaties van Plato, waarbij diverse mystieke concepten aan zijn filosofie werden toegevoegd. Het neoplatonisme van de Renaissance beïnvloedde de filosofie, literatuur en de beeldende kunsten. Vooraanstaande neoplatonisten tijdens de Renaissance waren Marsilio Ficino (1 43 3 -1499) en Pico della Mirandola (1463-1494).

Nereïden, in de Griekse mythologie zeenimfen, de dochters van de zeegoed Nereus.

Nestorianen: aanhangers van Nestorius die de leer verspreidde, dat in Christus het men­selijke en het goddelijke zich gescheiden van elkaar manifesteren, en alleen door de zede­lijke band van de liefde met elkaar zijn ver­bonden. De ooit zeer grote nestoriaanse kerk leeft nog in Noord-Irak voort.

Neut, uitstekende rechthoekige sokkelplaat voor zuilen, pilaren, postamenten of staande beelden.

Nimbus, Lat. regenwolk; stralenkrans, heiligenschijn, ook aureool, gloriole, glorie. Een lichtschijf, lichtcirkel of stralenkrans rond het hoofd van een figuur die zo als goddelijke of heilige persoon wordt geïdentificeerd. Ook gebruikt in de kunst van het oude Oosten en de Indische kunst. In de 4e eeuw wordt een nimbus door de christelijke kunst overgenomen uit de kunst van de Oudheid.

Noli me tangere, Lat., 'beroer me niet': de uitspraak waarmee de opgestane Christus op Paasmorgen Maria Magdalena aanspreekt voor het open graf. Zij herkent hem niet meteen en ziet hem voor een tuinman aan. In de religieuze kunst komen schilderijen van dit tafereel al voor in de 4e eeuw.

Nomos,  Grieks voor wet, recht, gerechtigheid.

Norbertijnen of premonstratenzers, de reguliere kanunniken en lekenbroeders van de Orde van Prémontré, in 1121 door Norbert van Xanten gesticht. Na diens vertrek uit Prémontré, 1126, kreeg Hugo van Fosses de leiding. Prémontré is gelegen bij Coucy, ca. 10 km ten westen van Laon.
De orde, die het beschouwende leven, liturgische dienst, verenigt met het actieve leven, zoals zielzorg en onderricht, kwam spoedig tot grote bloei. Later brachten de Hervorming en de Franse Revolutie haar aan de rand van de ondergang. Maar in de loop van de 19de eeuw kwam zij tot herstel. Zij is thans ingedeeld in zes ‘circarieën’ of taalgroepen: de Boheemse, de Brabantse, de Hongaarse, de Franstalige, de Duitstalige en de Engelstalige, die samen 29 abdijen of ‘canonieën’ omvatten. De Brabantse circarie, Nederland en België, telt zes abdijen: in België Averbode (Scherpenheuvel-Zichem), Grimbergen, Park in Leuven, Postel in Mol en Tongerlo in Westerlo.  In Nederland de abdij van Berne in Heeswijk, met de priorij De Essenburgh bij Harderwijk en De Schans in Tilburg.

Numen,  het zuivere denkvermogen en de kennis; geest, verstand.

Nymfaeum, Gr., in de Oudheid een heiligdom voor nimfen, meestal ingericht boven een bron en later bij de uitmonding van de waterleiding in de stad; vaak rijkversierd met architectonische elementen en beelden. 

** Zie hier voor: "Hoe maak ik een printversie van de pagina"?          


 
  

06-02-2011