ARGOSARONISCHE EILANDEN: Argosaronikós is hun Griekse verzamelhaam. Dat komt van Argolikós Kólpos en Saronikós Kólpos, twee 'golven', dus de eilanden in de Argolische en de Saronische Golf. Alleen Hydra ligt net buiten deze beide golven ligt.
N
aar overzicht  Argosaronische Golf. Naar startpagina Gr.. Naar steden- , regio- en eilandenlijstaz.  Naar uw accommodatie! 

Maak uw keuze:   Salamis,   PorosHydraSpetsaeEgina

    
Salamis kunt u vanaf de Atheense akropolis zien liggen.

Vier eilanden liggen onder de kust van Argolis, het meest nabije deel van de Pelopónnesos, vanuit Athene gerekend. Wat ze verbindt is een bootdienst vanuit Piraéus en vooral het feit dat u op één dag een cruise kunt maken naar tenminste twee of drie van deze eilanden: Égina en Póros in de Saronische Golf en Hydra voor de zuidoostpunt van Argolis.

Spétse ligt nog iets verder weg,  
aan de zuidpunt van Argolis; net iets te ver om er binnen een etmaal een uitstapje per boot vanuit Piraéus naartoe te kunnen maken. Als u met Égina, Poros en Hydra heeft kennis gemaakt, gelooft u zo ook wel dat Spétse zich van die drie onderscheidt doordat het wat groener en wat lager is..

Salamís, rustpunt tussen Athene en Korinthe   
Salamís is een mooi en toch niet zo vaak door buitenlandse toeristen bezocht eiland, even ten westen van Piraéus; het sluit de baai van Eleusís in het zuiden af als een net-niet-passende kurk. Het eiland meet 92 km' en heeft ongeveer 10.000 inwoners. Daarvan zijn er velen werkzaam op de marinewerven Náfstathmos. Ook wonen er heel wat zeemansvrouwen en -kinderen. De zuidhoek van het eiland is voorbij Eántion echter vrijwel onbewoond op de kloosterlingen van het op een dennenheuvel gelegen Moní Ágios Nikólaos na; er is daar een rijke flora en fauna.

U komt op het eiland via de veerpont die vertrekt vanuit Pérama,  
even ten westen van Piraéus, en afmeert in Paloukia. Wilt u er weer vanaf, dan moet u met dezelfde pont terug, want het veer dat de korte oversteek van de noordwestpunt naar het haventje Néa Péramos (voorbij Eleusís) aflegt, vaart niet meer. Althans niet volgens de dienstregeling; wees niet verbaasd wanneer ter plekke blijkt dat er tóch een boot vaart. Griekse dienstregelingen blijven onbetrouwbare informatiebronnen.
Salamís is de moeite van het oponthoud van tenminste één dag
op weg van Athene naar Korinthe zeker waard. Hier, in het zicht van het dure Groot-Athene, kunt u voor een een smakelijke en voedzame vismaaltijd genieten en er bovendien nog een hele fles retsina bij drinken.

Salamís, de gelijknamige hoofdplaats
,  
ligt vrij centraal maar toch aan de westzijde, dankzij een diepe baai die volgens in­siders net zo'n vorm heeft als de bekende Atheense krakelingen en dan ook Koulouri wordt genoemd. Helemaal aan de westzijde vindt u Moni Faneroméni, een door pijnbomen omgeven klooster, de belangrijkste bezienswaardigheid van Salamís; de kloosterkerk bevat fresco's uit 1753 van zekere Markos van Argos (zijn Laatste Oordeel schijnt meer ge­martelde mensen te tonen dan kunsthistorici ooit op enig ander schilderstuk hebben kunnen tellen).
Zeeslag van 480 - de houten muren van Themistokles
Hoewel Salamís weinig wordt bezocht, is het wel bekend. En dat niet vanwege zijn billijke prijzen en al evenmin vanwege een bepaalde worstsoort, maar dankzij een zeeslag die hier ongeveer 2500 jaar geleden, eind september van het jaar 480 voor Christus, werd geleverd tussen de bescheiden Griekse en de oppermachtig geachte Perzische vloot (overigens hoofdzakelijk bestaande uit Fenicische en Pamfylische en . . . ingehuurde Ionische schepen).

Nadat het vrije Hellas al tweemaal (in 492 en in 490) door een wonder was ontkomen  
aan verovering door de Perzische heerscharen, voelden de Grieken zich inmiddels toch genoeg bedreigd om zich te verenigen. De Athener Themistokles wist zijn stadgenoten zelfs te bewegen om de fabelachtige opbrengst van de pas ontdekte zilvermijnen in het Lauriongebergte niet onder de burgers te verdelen, maar er een vloot van te financieren. Dat was namelijk zijn uitleg van een orakelspreuk over 'houten muren die Athene moesten verdedigen': 180 oorlogsbodems, ja letterlijk platte schuiten liet hij bouwen.
Overigens maar net op tijd.
Bij Thermópylae hadden de Spartanen zich al dood gevochten, de Atheners waren hun stad al ontvlucht; vrouwen en kinderen naar Triozén, de mannen naar Salamís, en hier vandaan zagen ze al hoe hun stad door de 'langharige Perzen' werd platgebrand.

Xerxes, de Perzische koning,  
liet een troon plaatsen op de kust (ergens tussen Piraéus en Pérama, waar nu louter scheepswerven en fabrieken te vinden zijn) om op zijn gemak te kunnen gadeslaan hoe zijn machtige vloot die individuele Grieken nu ook op zee massaal zou overwinnen. Die Perzische vloot was daar trouwens ook sterk genoeg voor, alleen. .. hadden de Perzen zich niet in de nauwe baai van Salamís moeten laten lokken, waar hun schepen te groot en te talrijk waren om goed te kunnen manoeuvreren.
Een onderling misverstand tussen de Perzische geallieerden,
de oprukkende triëren van het toenmaals rijke Égina, een opstekende storm, het afdrijven van de Perzen in ondiep water en natuurlijk het optreden van de Atheense hoplieten, infanteristen, als een soort mariniers voortgeroeid op de platboomde schamele schuiten van Themistokles, dat alles zorgde met elkaar voor de vernietiging van de machtige Perzische vloot. Moreel gesteund door deze overwinning wisten de Grieken in 479 v. C. ook de achtergebleven Perzische landmacht,  40.000 man onder Mardonius, te verslaan bij Plataéae

Égina    
Is een vrij kaal eiland met een oppervlakte van 85 km2 en circa 10.000 inwoners.

De Profitis Ilias of kortweg Óros, berg, in het zuidoosten is met 532 m de hoogste top; bijzonder ondernemende toeristen wagen zich wel aan een beklimming. Er heeft ooit een tempel gestaan, waar men Zeus om regen bad. Nu vindt u er ,een kapelletje.
Op de noordoostpunt van Égina
vindt u nog wel steeds restanten van een Dorische tempel, heel fotogenieke zelfs. Dat is dan ook de belangrijkste attractie van het eiland, samen met het feit dat Égina na een boottocht van slechts één tot anderhalf uur vanuit Piraéus bereikbaar is: de snelst bereikbare 'ik ben echt op zee geweest en nu op een eilandervaring, zeker als u naar de oostkust gaat, waar u de genoemde tempel vindt in een romantisch heuvellandschap, gestoffeerd met dennenbomen. Elders op het eiland vindt u vooral pistachebomen, die de voornaamste specialiteit van Égina leveren: fystíkia. pistaches, op hazelnoten lijkende groenbruine amandeltjes.

Een andere specialiteit:  
de kanátia, waterkruiken van poreuze steen, waardoor het water heel lang koel blijft, vaak beschildert met popperige witte blommetjes en onder uw ogen door de pottenbakker eigenhandig vervaardigd. Als u wat langer blijft, kunt u zich misschien nog wagen aan een maaltje katsoules, een vissoort, en een fles Santa Elena, de wijn van het eiland. Als u per dagcruise het eiland bezoekt, zult u ongetwijfeld debarkeren bij
Ágia Marína
aan de oostkust,
met smalle stroken zandstrand en enkele moderne toeristenhotels, waar u naar tevredenheid kunt logeren als u voldoende hebt aan zon, zee, watersport en een rustieke sfeer, die slechts kort wordt verstoord door de dagelijkse ladingen cruisevaarders.
De meesten worden meteen per bus afgevoerd naar de Tempel van Athena-Afea, Aphaea uit de 5de eeuw v. C., de grote bezienswaardigheid, altijd goed voor een fraaie dia met een overkoepelende boomtak op de voorgrond en wellicht voor een korte historische overpeinzing.

Zweer op het oog van Athene
 
Oorspronkelijk was hier een tempel gewijd aan de nimf Afea (epithos Afaia). Samen met nieuwe immigranten kwam de verering van een nieuwe godin: Pallas Athene. In de toevoeging 'Afea' wordt echter de herinnering aan haar voorgangster bewaard. Wat nog rest zijn de overblijfselen van een tempel die kort na de slag bij Salamís (480 v. c.) werd gebouwd. Oorspronkelijk stonden aan de lange zijden van de tempel twaalf Dorische zuilen aan de korte zijde zes, hoekzuilen dubbel geteld. Van de oorspronkelijke 32 zuilen staan er nog 23 fier overeind, plus nog twee zuilen van de pronaos en zeven van de tien die de dwarsbeuken vormden. Sagen over Ajax en zijn geslacht herinneren eraan dat Égina al in de Myceense tijd van betekenis moet zijn geweest.



In de voorklassieke tijd was Égina machtiger dan Athene.  
Omstreeks 680 v. C. werden er de eerste Griekse munten geslagen, van zilver, met het handelsmerk van het eiland: een zeeschildpad met priemende bolle ogen. De bewoners waren koene zeevaarders en handige kooplieden, hetgeen de welvaart natuurlijk zeer ten goede kwam. De overwinning van de Grieken in de zeeslag bij Salamís was voor een groot deel te danken aan de deelname van Égina. Later moest het eiland in Athene haar meerdere erkennen en was haar rol in de geschiedenis uitgespeeld. Perikles noemde het 'een zweer op het oog van Athene'. De tegenstelling tussen Doriërs - Égina als stamland der Spartanen - en Ioniërs, met Athene als moederstad, speelde daarbij een rol, maar vooral natuurlijk de concurrentie tussen de beide handelssteden.

Égina kende vele bezetters.  
Zelf hielp men mee met het verdrijven van de Turken tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog in de 19de eeuw. Gedurende enige jaren zetelde toen de vrije Griekse regering op het eiland. Voor die tijd vond - zonder strijd - de eigenlijke ontluistering van de Dorische tempel plaats: in 1811 verkocht de avonturier Cockerill de tempelbeelden, ware pronkstukken van archaïsche kunst, voor veertig pond aan de kroonprins van Beieren. Ze zijn nu te bewonderen in München (Glyptotheek).

Égina het gelijknamige schilderachtige hoofdplaatsje

met 6000 inwoners, ligt aan de westzijde. U komt er per lijnbus Ágia Maóna - Afeatempel - Paleohóra ­Égina, 15 km. Halfweg komt u langs Paleohóra, de tegen de helling gebouwde middeleeuwse hoofdstad van het eiland, in 't binnenland gebouwd toen de Saracenen in de 9de eeuw de kust bedreigden, met meer dan twintig orthodoxe kerkjes, merendeels 13de en 14de-eeuws, met muurschilderingen.
In Égina zelf vindt u een Gymnasium, het oudste van het in 1828 bevrijde Griekenland, gesticht door de eerste minister-president Ioannis Kapodistrias (1776­-1831). Het is nu een museum met plaatselijke vondsten, o.a. talrijke vazen, stèles en een marmeren sfinx uit de 6de eeuw v. C.

In Égina leggen de lijnboten aan, die u verder kunnen brengen naar  
Hydra, Póros of Spétse, of terug naar Piraéus. De vele kaïks in de haven wijzen er op dat u in een vissersplaatsje (met faciliteiten voor jachten) bent. Er is weinig ruimte voor strandvertier; daarvoor kunt u terecht in Souvádia aan de noordkust (kiezelstrand en stenen in de branding), Ágios Vassîlios aan de westkust (zandstrand, weinig accommodatie) of de baai van Kariotí aan de zuidzijde (zand- en kiezelstrand, hotel, sportfaciliteiten)..

Póros betekent engte.
Denkt u maar aan de Bosporos en de poriën van uw huid. In dit geval: zee-engte. Daarmee is het eilandje goed getypeerd. Na het passeren van Hersónnisos Methanón, het schiereiland van Méthana, denkt u wellicht van doen te hebben met een volgend grillig uitsteeksel van het schiereiland Argolís, dat op zijn beurt weer een aanhangsel is van het schiereiland Pelopónnesos. Maar nee, Póros is een heus eiland ter grootte van 32 km' en met 4400 inwoners, zij het dan van het vasteland gescheiden door een nauwe zeestraat. Uw cruiseschip beperkt zich er meestal toe door deze straat van Póros te varen, wat u heel letterlijk kunt nemen, zo dicht komt u langs het huizenfront van het tegen de berghelling gebouwde stadje Póros (in de oudheid bekend als Kalauria) aan de ene kant en het plaatsje Galatás hier tegenover, op de kust van Argolís.
Als u, net zoals veel Atheners, een tijdje op het eiland wilt verblijven,
moet u per lijnboot gaan. U heeft dan de tijd voor een zonnebad op een van de kleine zandstrandjes of voor een beklimming van de beboste hellingen. Behalve dennen, palmen en cipressen vindt u er heel wat tufsteen, die niet voor niets 'poreus' wordt genoemd.

Er is een geschikt wandeldoel: Het Poseidonheiligdom,  
waar Demosthenes zelfmoord pleegde
Uw wandeling voert u voorbij een idyllisch gelegen witommuurd klooster Panagfa Zoödo­hós pigií (Heilige Maagd van de levengevende bron) met o.a. een 16de-eeuwse iconostase : wand van beelden die in kerken van de Byzantijnse ritus de altaarruimte scheidt van het schip van de kerk. Van dit klooster gaat een voetpad omhoog en in ruim een half uur komt u dan bij de ruïnes van de

Poseidontempel  
uit de 6de eeuw v.C., bovenop de heuvel. In de vroege oudheid was dit het cultische centrum van de 'Amfiktionie', een bond van zeesteden aan de Saronische en de Argolische Golf, waartoe o.a. Náfplion, Égina en Athene behoorden. In 322 v. C. pleegde Demosthenes hier zelfmoord door te zeggen dat hij wilde bidden tot Zeus en, even ontsnapt aan de aandacht van zijn Macedonische bewaker, vervolgens een giftige schrijfstift door te bijten. De stotterende Atheense politicus, die zijn handicap overwon en de beroemdste redenaar aller tijden werd, had met zijn 'Filippica's' (scherpe redevoeringen tegen Philippos) de uiteindelijke overwinning van de Macedoniërs op de verdeelde overige Grieken niet weten te voorkomen.

Vanuit Póros kunt u een bezoek brengen aan Troizén (Troezén, Trizin),  
althans de ruïnes van de antieke stad, waar tijdens de Perzische oorlogen de Atheense vrouwen en kinderen een toevluchtsoord vonden, zo'n 6 km ten noordoosten van Galatás op het vasteland van Argolis (frequente voetveerverbinding Póros-Galatás). De legendarische Theseus zou hier zijn geboren en hier zou zich ook het drama hebben afgespeeld van zijn zoon Hippolytos, die door zijn stiefmoeder Faidra werd beticht van oneerbare bedoelingen (het initiatief kwam natuurlijk juist van haar). Hij verongelukte toen de paarden voor zijn wagen op hol sloegen bij het zien van een monster dat door de vloek van zijn vader uit zee werd opgeroepen. 

Hydra ligt voor de oostkust van de Pelopónnesos, 
net tussen de Saronische en de Argolische Golf, op drie tot vier uur varen (rechtstreeks) vanaf Piraéus. Het eiland meet 56 km', maar de grote belangstelling van toeristen en kunstenaars waarin het eiland zich mag verheugen beperkt zich tot het gelijknamige hoofdplaatsje, een klein stadje met een niettemin kosmopolitisch karakter. De haven ligt dikwijls vol met jachten van velerlei nationaliteit.
De aankomst in die haven, met een zwenking voorbij indrukwekkende rotsmuren met dreigende kanonnen waarbij dan toch nog onverwacht plotseling het vriendelijke stadje voor u opdoemt, is eigenlijk de grootste at­tractie. Verder is er trouwens ook niet veel te zien.

De meeste dagjesmensen, die het grootste contingent toeristen vormen,  
zijn al heel tevreden met de souvenirshops en caféterrassen aan de havenkade. U hoeft echter maar een paar straatjes door te lopen om te ontdekken dat hier zowaar bomen door de gevels van de fotogenieke huisjes groeien. En een kleine klim, heuvelopwaarts, geeft u weer een andere (maar ook heel aantrekkelijke) kijk op dit amfitheatersgewijs gebouwde toeristenstadje. Oostwaarts kunt u een aardige wandeling maken naar het vissersdorpje Mandráki (twintig minuten) en ook de moeizame klim via een ezelspad in ongeveer twee uur naar de hoogste, afgevlakte top met het klooster van de profeet Elias (profitis Ilias) loont de moeite dankzij een imposant uitzicht. Maar daarvoor moet u wel langer dan een middag op het eiland blijven.

Admiraals en cactussen, majesteit' was het trotse antwoord van admiraal Kriëzis
 
op de vraag van zijn 'Griekse' koningin Amalia, toen zij de vermaarde Griekse zeeheld een eeuw geleden vroeg wat zo'n dorre rots als Ídra nu wel opleverde. Die cactussen komt u vast nog wel tegen als u onze wandel tips opvolgt en de bewering dat hier heel wat rijke scheepskapiteins gewoond moeten hebben, wordt bevestigd door één blik op het havenfront dat vrijwel louter uit 'admiraals'-paleizen bestaat, merendeels gebouwd in het eind van de l8de eeuw, dus nog in de Turkse tijd. Uit Albanië gevluchte, zeer vrijheidslievende Grieken maakten toen van Hydra een zeeroversnest, of laten we zeggen: een bolwerk (denk aan de kanonnen bij de haveningang) van vrijheidsstrijders. Ze werden schatrijk als blokkadebrekers in de Napoleontische tijd, maar al hun schatten gingen weer verloren door hun oprechte patriottisme tijdens de Griekse vrijheidsoorlog van 1821. Toen had Hydra zeker 40.000 inwoners, nu nog geen 3000, die niettemin nog trouw op 12 juni een feest vieren ter ere van de vrijheidsheld: Andreas Miaoulis. 

'Spétsai, Spétse, is een van de weinige groene eilanden.
 
De huizen zijn wit. Sommige zijn prachtig. Maar zelfs het armste vissershuisje is sierlijk, heeft stijl en fantasierijke decoraties. Auto's zijn er niet, ook nu nog niet. Wel zijn er ontelbare karretjes die voortgetrokken worden over beschaduwde weggetjes door makke paarden. En dan zijn er nog de ezels van Spétsai. Geen mens of dier heeft mooiere ogen dan de Spétsaise ezels. En een van de beelden dat me altijd zal bijblijven, is dat van een Spétsaise visser, iets voorovergebogen op een voortsukkelende ezel lezend uit Proust.' Dit citaat uit Melina Mercouri's 'Ik ben een geboren Griekse' vertelt u eigenlijk precies wat u op Spétse (of Spétsai) mag verwachten. Wat moeten wij daaraan nog toevoegen?

Alleen dat:  
dit eilandje (waar nu wèl auto's rijden) voor de zuidkust van Argolís een oppervlakte heeft van 25 km' en ongeveer 3300 inwoners, vrijwel allen woonachtig in de gelijknamige hoofdplaats. Het is een aardig havenstadje met enige fraaie herenhuizen die u wijzen op vergane glorie van een vorige eeuw; in een van die 'paleisjes' is een museumpje met herinneringen aan de Griekse vrijheidsstrijd en haar 19de-eeuwse helden, die ook op Spétse hun sporen hebben achtergelaten.
En dan het feit dat Spétse vooral populair is bij de Grieken zelf,
al kent het liefst twee ereburgers van Nederlandse nationaliteit: Mr. Henrik Scholte, Neerlands grootste Griekenlandkenner, en Willem van Veenendaal, net zoals Scholte een KLM-employé die een boekje heeft opengedaan over Griekenland (in zijn geval slechts één: 'Elke dag een Zondag... in Griekenland'). Van Veenendaal vond hier zelfs in 1965 zijn laatste rustplaats, tussen de Griekse vrijheidsstrijders, in het klooster Agioon Pandoon (Allerheiligen) bovenop de hoogste heuvel van dit overigens tamelijk vlakke eiland. Het klooster is een geliefd wandeldoel, al kunt u er natuurlijk ook heen per landauer Een grot aan de zuidkust van het eiland is een ander geschikt wandeldoel. Er is een frequente bootverbinding met Portohéli, het steeds groeiende vakantiecentrum op de kust tegenover Spétse. Zie ook Hydra en Spetse

** Uw accommodatie in Griekenland
kunt U goed boeken via  Hotels/Booking/Griekenland. Er zijn meer dan 4000 hotels/appartementen online boekbaar.
** Uw accommodatie
op een van de Griekse eilanden kunt U goed boeken via Hotels/Griekse/Eilanden. Er zijn 1535  hotels/appartementen online boekbaar. 

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”! 
** U vindt er o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets