|
ATHENE, DE STAD VAN HADRIANUS
Maak uw keuze
Soms, wanneer er 's zomers toevallig een
sterke noordenwind staat, herkrijgt de stad even haar oude, verblindend
witte schittering. Meestal wordt de wildgroei van smakeloze nieuwbouw
waarmee de vlakte tussen de zee en de omringende heuvels is opgevuld,
echter aan het oog onttrokken door de beruchte nephos, wolk, een
weerzinwekkend mengsel van chemische dampen dat Athene tot de smerigste
hoofdstad van Europa heeft gemaakt. De afbraak van negentiende- en
vroeg-twintigste-eeuwse wijken is te laat stilgezet om het oprukken van
de moderne, saaie eenvormigheid te voorkomen. Na de aardbeving van 1981
heeft men bovendien afgezien van de royale toepassing van Pentelisch
marmer, die deze nieuwbouw tenminste nog enige allure gaf. Men is
namelijk bang dat de zware platen naar beneden zullen vallen. Hier en
daar torenen wolkenkrabbers uit boven deze troosteloze betonwoestijn.
Toch kunt u in de buitenwijken van Athene nog aardige uitstapjes maken,
zowel in de oude Romeinse stad, een woonwijk met plantsoenen en
peperbomen langs de straten, als in de moderne wijken daaromheen.
U kunt het best vertrekken vanaf de ingang van het Nationale Park,
en de Amaliasboulevard aflopen tot aan het standbeeld van de
stervende Byron in de armen van een dame die Hellas moet
voorstellen.
Als u deze uitgezette wandeling wilt maken is het aan te bevelen om deze
van tevoren op een kaartje van Athene uit te zetten!
Poort van Hadrianus
▲
Hier markeert de poort van Hadrianus de grens tussen de twee steden uit
de Oudheid. De inscripties aan weerskanten van het fries geven de
richting aan: aan de westkant staat Dit is het Athene van Theseus, de
oude stad, en aan de oostkant Dit is de stad van Hadrianus, niet
meer van Theseus.
De poort behoort niet tot de meest geslaagde werkstukken van de
architecten van Hadrianus. Het is een Romeinse boog met een Griekse
zuilenhal er bovenop; het geheel moest waarschijnlijk het samengaan van
de Griekse en Romeinse cultuur symboliseren. De keizer liefhebberde zelf
een beetje in de architectuur en dat verklaart misschien het
amateuristische karakter van het gebouw. Oorspronkelijk was het omlijst
met twee Korintische
zuilen aan elke kant, de basementen liggen er nog.
Het mag er indertijd indrukwekkender hebben uitgezien, maar het kan
nooit de vergelijking met de grandioze triomfbogen in Rome hebben
doorstaan. De marmeren boog rust op twee vierkante Korintische
zuilen.
De Griekse zuilenhal daarboven heeft drie openingen, waarvan de
middelste is bekroond met een fronton. Het is allemaal net verkeerd,
waardoor het geheel een onbeholpen indruk maakt. Niettemin blijft het
een markant punt, een buitenpost van het door het verkeer verstikte
centrum van Athene.
Olympieion
▲
Via de poort kwam men op de esplanade van het Olympieion, de
tempel van de Olympische Zeus, die aan beide kanten door zware
steunberen wordt geschraagd; oorspronkelijk waren het er honderd. De
bouwgeschiedenis van deze tempel, een van de meest imposante ruïnen in
Athene, verliep traag. In de zesde eeuw v.C. lieten de Peisistratiden op
de plek van een oudere tempel met de bouw beginnen, maar door de val van
de Peisistratiden en door de Perzische Oorlogen kwam het werk stil te
liggen. In de tweede eeuw v.C. werd het hervat door een Seleucidische
koning van Syrië, die alleen met de beste Romeinse architecten genoegen
nam. Uiteindelijk werd de tempel in 132 n.C. onder Hadrianus voltooid.
Naast het gouden en ivoren standbeeld van Zeus in de cella plaatste hij
een majestueuze beeltenis van zichzelf met een met juwelen bezette
slang. In de middeleeuwen haalde men hier materiaal weg voor andere
doeleinden.
Vlak bij de gedeeltelijk gerestaureerde propyleeën van de tempel liggen
een paar gigantische basementen van het verdwenen bouwwerk uit de
archaïsche tijd. Ten westen van de tempel ziet u de sporen van een
antieke weg en van de alomtegenwoordige muur van Themistokles. Iets
verder naar het westen lag een Romeins thermencomplex, waarvan de
fundamenten nog te zien zijn, met aan het oosteinde een aantal
zuilvoeten; tussen de jeneverstruiken liggen de fundamenten van twee
woonhuizen uit de vierde eeuw v.C.
De propyleeën gaven toegang tot de eigenlijke tempel. De Zeustempel had
twee rijen van twintig zuilen aan de zijkanten en drie rijen van acht
aan de beide fronten, en was een van de grootste tempels in de
Grieks-Romeinse wereld. De Romeinse architecten hebben geprobeerd de
hoogte van de zuilen, die met magnifieke Korintische
kapitalen zijn
bekroond, tot het uiterste te voeren zonder dat aan de bovenkant een
overdreven verrekening zou optreden; zij zijn volledig daarin geslaagd.
De Griekse architecten uit de klassieke periode gingen zelfs in hun
stoutste dromen zo ver nog niet. Er staan nog maar vijftien van de
honderdvier zuilen overeind. Deze zijn hoog en gecanneleerd en hebben
rijk versierde kapitelen met een lofwerk van acanthusbladeren. Ze zien
er altijd indrukwekkend uit, en wanneer ze in de avondschemer in de
schijnwerpers oplichten uit de donkerte van de omringende tuin, zijn ze
werkelijk sprookjesachtig.
Links van de ingang naar de tempelhof loopt een acacialaantje naar een
volgend veld met opgravingen onderaan de keermuur. Het ziet er nogal
rommelig uit, maar archeologen hebben vastgesteld dat hier de
fundamenten liggen van tempels uit de archaïsche periode.
Kallirhoëbron
▲
Uit de steile rotswand in het zuidoosten ontspringt de Kallirhoëbron, de
mooi stromende. In de Oudheid was dit de enige bron in Athene met goed
drinkwater.
Achter de Zeustempel loopt de Leoforos Vasilissis Olgas,
Olgaboulevard, met aan de ene kant een tennisbaan, een zwembad en een
speeltuin, en aan de andere kant het Zappeionpark, dat een
doorkijkje geeft op het neoklassieke portiek van een groot
hoefijzervorrnig congrescentrum, het Zappeionpaviljoen.
Stadion
▲
Als u links afslaat bent u bijna meteen bij het stadion, waar
plaats is voor ruim zestigduizend toeschouwers. Het is in de vierde eeuw
v.C. gebouwd in een breed ravijn van de met pijnbomen begroeide
Ardettosheuvel. Vijf eeuwen later liet Herodes Attikos, een
sociaal voelend miljonair, de vierenveertig rijen op zijn kosten met
marmer bekleden. Om een idee te krijgen van de enorme afmetingen van het
terrein moet u zich indenken dat er bij de Romeinse spelen onder het
toeziend oog van Hadrianus soms wel duizend wilde dieren werden
binnengebracht. In de middeleeuwen sleepte men hier bouwmaterialen
vandaan. Volgens reisbeschrijvingen uit later tijd stond er graan op het
veld en graasden er geiten op de afgebrokkelde diazomen. In 1895
financierde een moderne Herodes Attikos, Georgios Averof, een
rijke katoenplanter, de herbouw van het stadion en liet hij de
zitplaatsen opnieuw met marmer bekleden. Het jaar daarna vonden hier de
eerste Olympische Spelen nieuwe stijl plaats.
Vanaf de hoogste rang van het stadion heeft u een goed uitzicht over het
Athene van Hadrianus en de twintigste-eeuwse stadsuitbreidingen.
Vanaf het stadion gaat de koel beschaduwde Herodes Attikosstraat,
of Irodou Atikou geleidelijk omhoog naar het presidentieel paleis
rechts. Loop deze straat uit, steek de Vassileos Konstandinou over en
Benakimuseum
▲
U komt bij het Benakimuseum, Koumbaristraat l, dat - net als het
Byzantijns Museum - als het ware een voorproefje geeft van de
hoogtepunten van de laat-Byzantijnse kunst van Saloniki,
Mistra en de berg Athos, die in de veertiende en vijftiende
eeuw haar bloeitijd had. Twee generaties van een familie van
katoenmagnaten uit Alexandrië hebben zich erop toegelegd deze
indrukwekkende collectie iconen, edelsmeedwerk, zilver, houtsnijwerk,
borduursels en relikwieën van de Vrijheidsoorlog bijeen te brengen.
Dwalend van de met edelstenen bezette wapens naar de schitterende
kazuifels, van de religieuze schilderijen naar de kostbare weefsels in
de hoge, ruime vertrekken van deze voormalige privé-woning wordt de
bezoeker voortdurend herinnerd aan de nabijheid van Italië in het westen
en de islamitische wereld in het oosten.
Zaal A
Is gewijd aan de Vrijheidsoorlog, nr. 995 is het draagbare schrijfbureau
van Byron. Er hangen grote strijdtaferelen van negentiende-eeuwse
Griekse schilders in een melodramatische imitatie van Delacroix.
Zaal B
Is gevuld met kerkelijke voorwerpen uit verschillende streken in
Klein-Azië. Nr. 31 is een schitterend geborduurd vaandel uit Pontos.
Zaal D
Hier bevindt zich de Byzantijnse en post-Byzantijnse kunst: een fraaie
icoonstandaard van verguld houtsnijwerk; een grote zestiende-eeuwse
icoon van de Transfiguratie, nr. 123; een H. Anna en H. Maria,
in de rode mantel, van Emmanuel Tzanes, een belangrijk
iconenschilder uit de zestiende-eeuwse Kretenzische school, nr. 126; een
Gastmaal van Abraham, nr. 64, een veertiende-eeuwse symbolische
voorstelling van de H. Drie-eenheid.
Zaal E
Bevat voorwerpen van Turkse origine uit de zestiende en zeventiende
eeuw. Het pronkstuk is een gerestaureerde zeventiende-eeuwse
ontvangstkamer uit Caïro, met een mozaïekvloer en een fontein
waaruit het water zachtjes in een klein bassin klatert. Er zijn
Perzische tegels en Koefische inscripties, en er hangt de koele
atmosfeer die bij een voornaam Arabisch huis hoort. Aan de wanden hangen
zestiende-eeuwse fluwelen stoffen uit Bursa, die meestal voor kussens
werden gebruikt. Ze zijn versierd met bloemmotieven van felgekleurde
tulpen en anjers.
Zaal Z
Boven hangen hier twee zestiende-eeuwse iconen van de Geboorte van
Christus, nr. 516 en 518, en een van de Wonderen van de linnen
gordel, nr. 1150, waaraan duidelijk Venetiaanse invloeden zijn af te
lezen.
Zaal H
Meer memorabilia van de Vrijheidsoorlog zijn te vinden in zaal H. De
slag bij Karpenisi, nr. 646, is een opmerkelijk schilderij van de hand
van een ongeletterde boer. Het slagveld is op een primitieve manier in
vogelperspectief weergeven. De figuren lijken wel speelgoedsoldaatjes en
de detaillering is hartverwarmend naïef en uiterst fantasievol.
Zaal K
Hier hangen twee vroege El Greco's. De ene, nr. 1542, een zwaar
beschadigde icoon van Lucas die Maria schildert, heeft alleen
historische waarde. Het is het enige bekende werk van El Greco in de
stijl van de Kretenzische school van iconenschilders en dateert van voor
zijn vertrek van zijn geboorte-eiland Kreta naar Venetië. De tweede, nr.
1543, is een Aanbidding der Koningen, een vroeg werk uit
de leerperiode van El Greco in de werkplaats van de bejaarde Titiaan.
Diens sturende hand is te herkennen in de architectuur op de
achtergrond, de perspectieven de uitgebalanceerde groepering van de
figuren.
Zaal Λ
Hier staat een groot zeventiende-eeuws bed met gordijnen en
kussens, geborduurd in lichtgroen, steenrood en Pruisisch blauw.
Zaal N
Het edelsmeedwerk in zaal N varieert van gouden kommen uit het derde
millennium v.C. tot Franse gouden snuifdozen. Vitrine 106 bevat een
collectie zeldzaam Byzantijns edelsmeedwerk.
Zaal Ξ
De Chinese keramiek in zaal Ξ,
neolitisch, T'ang, Soeng, Ming, is uitgestald tegen een
achtergrond van weelderige tapijten uit Isfahan en Samarkand.
Zaal I
Hier ligt een uitgelezen verzameling borduurwerk afkomstig van de
eilanden en uit Epiros, voornamelijk uit de zeventiende en achttiende
eeuw. De allerfijnste borduursels werden meestal aangebracht op
meubelstoffen, bijvoorbeeld kussenslopen, beddenspreien en valletjes. In
de kelder is een magnifieke collectie klederdrachten tentoongesteld. In
een klein zaaltje naast de trap naar de bovenste verdieping ten slotte
bevindt zich een curieuze verzameling Grieks-Romeins beensnijwerk:
primitieve, fascinerende beeldjes van Dionysos, Aphrodite en van
zeegoden en -monsters die vreemde capriolen in de golven maken. Men
veronderstelt dat deze werden gebruikt als ornamenten op meubelstukken.
Kolonakiplein
▲
De Koumbaristraat loopt naar dit plein, officieel Philikes Hetairias,
op de helling van de Lykabettos. Het plantsoen midden op het plein is
een geliefkoosd plekje van au pairs met de hun toevertrouwde Griekse
kinderen. Het plein ligt middenin een chique villawijk; het heeft nog
steeds een ouderwetse intimiteit die niet helemaal strookt met de
onpersoonlijk moderne omgeving. Aan weerskanten van het plein ligt een
rij banketbakkerijen, waar de Atheners, jong en oud, urenlang in de
lente- of herfstzon kunnen zitten. Eén van de specialiteiten is
loukoumadhes. kleine taartjes van gefrituurd deeg, die heel
knapperig worden geserveerd, gedrenkt in honing en besprenkeld met
kaneel.
Museum voor
Cycladische en oud- Griekse Kunst
▲
Is gevestigd sinds 1986 in een blok voorbij het Benakimuseum, aan de
Leoforos Vasilissis Sophias, Koningin Sophieboulevard. Hier is de
aan de staat vermaakte collectie Goulandris tentoongesteld, een
schitterende verzameling Cycladische idolen die vijfduizend jaar oud
zijn. Aan de Koningin Sophieboulevard liggen veel ambassades en dure
flatgebouwen, die in de plaats zijn gekomen van de negentiende-eeuwse
neoklassieke huizen van de oude families van Athene.
Byzantijns Museum
▲
Even verderop, voorbij het koninklijk park, vindt u de Nederlandse
ambassade en na het iets achteraf liggende gebouw van de Officiersclub
ligt rechts aan dezelfde boulevard het Byzantijns Museum. Het
rechthoekige hoofdgebouw met een loggia over twee verdiepingen is
ontworpen in 1840. Het ligt aan een rechthoekig voorplein met een
marmeren fontein geflankeerd door twee cipressen. U zult in Athene niet
de interessantste voortbrengselen van de Byzantijnse kunst en
architectuur aantreffen. Daarom verdient het aanbeveling - indien
mogelijk - zich eerst in de veel belangrijker Byzantijnse centra in
Daphni, Osios Loukas en Mistra te verdiepen in de iconografische en
theologische raadselen van deze duizend jaar oude kunst. U zult de
amorfe objecten, veelal liturgische voorwerpen die in het Byzantijns
Museum zijn tentoongesteld, dan makkelijker kunnen thuisbrengen en naar
waarde schatten.
Zaal 1, begane grond
Hier vindt u vroeg-Byzantijnse beeldhouwkunst: nr. 92, Christus als
de Goede Herder, een jongen met een kalfje op de schouders, die
sterk lijkt op de Moskophoros in het Akropolismuseum; nr. 93, Orpheus
met een adelaar op het hoofd, die zijn lier bespeelt voor een publiek
van dieren dat in een opengewerkt reliëf rondom de figuur is
gegroepeerd; nr. 95, een ontroerend naïeve Geboorte van Christus, met
twee Giottoëske boompjes ter weerszijden van de krib, die wel van
papier-maché lijken gemaakt.
Zaal 2
Ook deze zaal staat volgepakt met beeldhouwwerk, plaquettes met kruisen,
Byzantijnse adelaars en beeltenissen van Maria.
Zaal 3
Hier is een Byzantijnse kruisbasiliek met marmeren revêtements
nagebouwd, maar het resultaat is niet erg overtuigend.
Zaal 4
Er staan een iconostase met fijn houtsnijwerk, twaalfpanelen met
taferelen uit het leven van Christus, en een altaarhemel met een
kleurrijk model van een Byzantijnse kerk erop, beschilderd met
bloemmotieven en scènes uit het leven van Maria.
De eerste zaal rechts op de bovenverdieping
Bevat verluchte handschriften en iconen, waaronder een Kruisiging,
nr. 157, met een met sterren bezaaide achtergrond; een Maria met Kind,
nr. 177, omlijst met een serie van de twaalf orthodoxe feestdagen; en
een prachtige veertiende-eeuwse Kruisiging, nr. 169, waarop de
langgerekte, pilaarachtige figuren van de radeloze Maria en Johannes in
een bruin en een donkerblauw gewaad zich aftekenen tegen de huizen van
Jeruzalem op de achtergrond, die op een smalle strook onderaan het
paneel zijn geschilderd.
Zaal 2
Aan de wanden van de tweede zaal hangen fragmenten van dertiende-eeuwse
kerkfresco's; in de derde zaal zijn wierookbranders, miskelken en
wijwaterkwasten tentoongesteld, samen met een aantal aardige kleine
twee- en drieluiken.
Zaal 4
De vierde zaal is gevuld met kerkelijke gewaden en ook bevindt zich hier
de beroemde epitaphios uit Saloniki, een prachtig geborduurde
lijkwade met de Rouwklacht bij het lichaam van Christus. Dit meesterwerk
van toegepaste kunst is een technisch hoogstandje: het is in drieën
verdeeld, met het uitgestrekte lichaam van Christus centraal op het
middelste vlak; de figuren zijn niet goud- en zilverdraad geborduurd en
ingevuld met blauwe en groene tinten tegen een achtergrond van goud; er
zijn zoveel verschillende steken toegepast dat de kleurschakeringen
voortdurend lijken te wisselen.
Rechtervleugel
Voordat u weer verder gaat, moet u even een kijkje nemen in de
rechtervleu- gel van het museum. Hier is nog een aantal iconen uit
diverse perioden ten- toongesteld, in stralende tinten goud en rood en
blauw: een Andreas, nr. 1545; een ascetische zeventiende-eeuwse Johannes
de Doper, nr. 1578, met kastanjebruine vleugels tegen een achtergrond
van goud en groen; een zeventiende-eeuwse Nederdaling ter helle
nr. 12 1 0, waarin Christus (in een rode mantel) door profeten en
koningen is omringd; een veertiende-eeuwse Maria met Kind, nr.
1582, bekend als de Panagia Glykophilousa, de Zoet Kussende
Maagd, een opmerkelijke icoon die in 1922 door vluchtelingen uit
Klein-Azië naar Griekenland is meegebracht en die wel het archetype van
de madonna's van Duccio lijkt.
Oorlogsmuseum
▲
Is in het volgende blok ondergebracht.
De collectie omvat wapens, uniformen, vlaggen en andere
krijgsattributen. Aan de Koningin Sophieboulevard ligt verder het
Hiltonhotel, een halvemaanvormig marmeren paleis waarop Hadrianus
jaloers zou zijn geweest.
Naast het Hilton ligt de Nationale Pinacotheek, Ethnike
Pinakotheke. De collectie bestaat voornamelijk uit negentiende-eeuwse
Griekse schilderkunst, een aantal vroeg-Nederlandse werken en vier El
Greco's. Eén daarvan is van uitgelezen kwaliteit: de Musicerende
engelen, een onvoltooid schilderij van een grote groep
rondwervelende figuren, gehuld in draperieën die de contouren van hun
verwrongen houdingen volgen.
Aan de overzijde voert de Ioannes Gennadeiosstraat langs de helling van
de Lykabettos omhoog naar het fraaie classicistische gebouw van de
Gennadeionbibliotheek, die in het bezit is van een collectie
zeldzame boeken over Griekenland, een verzameling Byroniana en
aquarellen van Edward Lear.
Lykabettosheuvel
▲
De straten tussen de Koningin Sophieboulevard en het Kolonakiplein lopen
steil omhoog tegen de helling van de Lykabettosheuvel. Aan het
eind van de Loukianou voert een geplaveid pad zigzag tot aan de top van
de spitse rots. Vanaf de hoek van de Aristippou en de Kleomenous gaat
een kabelbaantje naar boven. Met Pasen wordt er een Opstandingsmis
opgedragen in het witgepleisterde kerkje van St. Joris bovenop de top en
vlak na middernacht daalt een processie met kaarsjes als een lange
sliert gloeiwormen de heuvel af. Vlak onder de kapel ligt een duur
restaurant. Hier vandaan heeft u uitzicht over de hele vlakte en over de
Golf van Saros met de Megaris en de Isthmos in het westen; in de verte
ziet u de heuvel van de Akrokorinth bij de landengte naar de
Peloponnesos, en daarachter zijn op zeer heldere dagen zelfs de toppen
van het Kyllinigebergte te zien.
Syntagmaplein – Omoniaplein
▲
Wanneer u van het Kolonakiplein afdaalt naar het stadscentrum, komt u
dwars door een winkelgebied met exclusieve boetiekjes. Tussen het
Syntagmaplein en het Omioniaplein vormen twee parallelstraten met
eenrichtingsverkeer samen de hoofdverkeersader van het centrum van
Athene. De Stadiou loopt langs het Kolokotronisplein, waar een
ruiterstandbeeld staat van Kolokotronis, een held uit de
Vrijheidsoorlog.
Agioi Theodoroi
▲
Voor het oude parlementsgebouw, het huidige Nationaal Historisch
Museum, is een bescheidener marmeren standbeeld van de
negentiende-eeuwse staatsman Trikoupis te zien. Het Museum van de
stad Athene is ondergebracht in het woonhuis dat koning Otto betrok toen
hij in 1833 in zijn nieuwe hoofdstad aankwam; het ligt aan de
Paparigopoulou, aan de kant van de Platia Klauthmonos, het Plein der
jammerklachten. Hier vindt u de Agioi Theodoroi, Theodoor de
Officier en Theodoor de Soldaat, een elfde-eeuwse Byzantijnse kerk van
natuursteen met lagen baksteen ertussen en een Koefisch fries aan de
buitenzijde. Het is een fraai geproportioneerde kruisbasiliek met een
hoge tamboer, kenmerkend voor de kleine Byzantijnse kerken in Athene.
Het interieur is onlangs gerestaureerd.
Loop nu de Stadiou bijna af en sla vóór of via het Ommoniaplein
rechts de 28 Oktovriou-Paission in . Rechts komt langs de
Technische Universiteit en de Kunstacademie. Even verder komt u bij voor
velen het absolute hoogtepunt van Athene het
Nationaal Archeologisch Museum
▲
Hier bevindt zich een aantal exemplaren, zo niet het merendeel, van het
beste dat de antieke beeldhouwkunst heeft voortgebracht: van monumentale
beelden tot miniatuurtjes, uit de archaïsche, klassieke en
hellenistische periode. De uitgebreide collectie beschilderd vaatwerk,
van enorme amforen tot fijne lekythoi, is zo gevarieerd in
afwerking en detaillering dat ons voorstellingsvermogen te kort schiet
bij de vindingrijkheid en vaardigheid van de oude pottenbakkers. Ter
aanvulling zijn er dan nog de kleinere objecten, dolken, sieraden,
miniatuurbeeldjes, dodenmaskers, schilden, sierdozen, inscripties, en
zelfs speelgoed. Zo kunnen wij ons uiteindelijk een - weliswaar vaag en
verward misschien, maar toch compleet en veelzijdig beeld vormen van de
voorkeuren en bezigheden van de mensen vanaf de Myceense tot de Romeinse
tijd, en van de zich steeds wijzigende denkbeelden omtrent religie,
seksualiteit, dood, vrijetijdsbesteding en sport.
De inrichting van het museum is niet ideaal en wordt voortdurend
gewijzigd. Er is nog steeds geen volledige catalogus van de collectie.
Zaal 4
Recht tegenover de ingang ligt de Myceense zaal, zaal 4, vol gouden
voorwerpen die zijn gevonden bij de opgraving van de koninklijke
schachtgraven van Mycene en andere prehistorische vindplaatsen. De
hoeveelheid gouden voorwerpen is adembenemend; al even verbijsterend is
de mate van perfectie die de edelsmeden, pottenbakkers en goudsmeden uit
deze prehistorische periode wisten te bereiken. Tegenover de ingang van
de Myceense zaal is een ereplaats gereserveerd voor het gouden
dodenmasker van een Archaïsche koning in de vijftiende eeuw v.C.,nr.
624, volgens Schliemann het masker van Agamemnon. Nr. 348 is een
zilveren rhyton in de vorm van een stierenkop met gouden horens,
een gouden snuit en een gouden rozet op het voorhoofd. De stierentemmers
op de gedreven gouden Vapheiobekers, nr. 1758 en 1759, zijn een
goed voorbeeld van de perfectie die de representatieve kunst in het
Myceense tijdperk had bereikt. Op de grote krater met krijgers,
ca. 1200 v.C., marcheren zwaar bewapende Myceense hoplieten in een
enkele rij achter elkaar, nagewuifd door een vrouw achteraan de stoet.
In deze beschilderde krater is volop uitdrukking gegeven aan de
onstuimigheid en militaristische vitaliteit van de Myceense cultuur, die
zo heel anders was dan de wat uitgebluste geneugten van het hofleven op
het Minoïsche Kreta. In twee vitrines ter weerszijden van de ingang zijn
kostbare voorwerpen uit 1500 tot 1200 v.C. uitgestald.
Zaal 6, rechts van de Myceense zaal
Is de Cycladenzaal en bevat voornamelijk idolen. Nr. 3908 is een
alleraardigst primitief beeldje van een zittend mansfiguurtje op een
troon, dat een muziekinstrument bespeelt, vermoedelijk een harp. Het
dateert uit ca. 2400-2200 v.C., maar het zou niet misstaan op een
tentoonstelling van moderne abstracte beeldhouwkunst.
Zaal 7-12
Terug in de entreehal gaat u rechtsaf de eerste zaal in van de zes die
zijn gewijd aan archaïsche sculptuur. Alles ademt hier mannelijkheid. De
krachtige gestalten van de kouroi, jongemannen, vaak atleten, later
soldaten, grote monolitische beelden gehouwen uit kristallijnen steen,
vertegenwoordigen een monumentaal mensbeeld. Van de vroegste kouroi is
de meest opmerkelijke de laat-zevende-eeuwse Kolossos van Sounion,
nr. 2720. Zijn trek- ken zijn stereotiep en houterig en hebben duidelijk
iets Egyptisch, maar er is geen enkele Ramses met zoveel spanning in
zijn spieren en tegelijk zo'n ontspannen lichaamshouding als deze
reusachtige Griekse jongeling. Bij nr. 3686, de Kouros uit Kea van iets
latere datum, zien we een verdere ontwikkeling. Er is nog steeds sprake
van formele stilering, maar de starheid is veel minder overdreven; het
haar is zorgvuldiger opgemaakt en om de lippen, die voller en sensueler
zijn geworden, speelt een flauwe glimlach.
Maar de Kouros uit Anavyssos van ca. 520v.C., nr. 3851, spant
ontegenzeggelijk de kroon. Het is een verrukkelijk zelfverzekerde
jongeling met gespierde ledematen, de perfecte belichaming van
menselijke - geen goddelijke - waardigheid. Op de kraalvormige krullen
die van onder de hoofdband op zijn schouders vallen zijn sporen van rode
verf zichtbaar en het hele oppervlak van het Parisch marmer heeft een
rozerode gloed. Het beeld is volrond gemodelleerd en niet zo extreem
gespannen. Van alle kouroi heeft deze de stralendste glimlach.
In zaal 14 en 15
belanden we in de vijfde eeuw. De archaïsche glimlach, de ijzeren
zelfbeheersing en de spanning van gezwollen spieren zijn verdwenen. Het
symbolisme heeft plaats gemaakt voor realisme en de beeldhouwkunst is
verhalend en idealiserend geworden. In het votiefreliëf uit Eleusis,
nr. 126, biedt Demeter haar beschermeling, de jonge Triptolemos, een
korenaar aan en draagt ze hem op de mens te leren de aarde te bebouwen,
terwijl Kore, Persephone, hem tot koning kroont.
Een ander staaltje van Attische perfectie is de jonge atleet die
zichzelf bekroont, nr. 3344. Ondanks het ondiepe reliëf heeft de huid de
veerkrachtigheid van de jeugd en uit de plechtige uitdrukking op het
gezicht van de jongen blijkt dat de overwinning op de renbaan hem met
diepe ernst vervult.
De bronzen Poseidon, nr. 15161, uit het midden van de vijfde eeuw
is gevonden op de zeebodem voor Kaap Artemision. De god is meer dan
levensgroot uitgebeeld; hij houdt zijn linkerarm uitgestrekt en staat op
het punt met zijn rechterhand de, ontbrekende, drietand te werpen. De
soepele vitaliteit van deze Poseidon is het toonbeeld van de Griekse
opvatting van goden als fysiek volmaakte mensen.
In zaal 16-24
zijn de reliëfs tentoongesteld, onder andere de stèles afkomstig
van de laantjes van de Kerameikos en andere necropolissen uit de
Oudheid. Deze marmeren grafstenen in haut-reliëf met voorstellingen van
intieme familietaferelen zijn zo diep uitgesneden dat de figuren wel
volronde beelden lijken. Dikwijls is de overledene, met een afwezige
uitdrukking die niet meer van deze wereld is, uitgebeeld terwijl hij
zijn naaste familieleden de hand schudt. Iedere bezoeker heeft, of
krijgt, zijn eigen voorkeuren. Er zijn er enkele die ik zelf nooit zal
overslaan, onder andere nr. 717, een atleet, de zogeheten Ephebe van
Salamis, met een vogel in zijn ene hand en de andere geheven in een
afscheidsgroet, terwijl zijn jonge metgezel treurend tegen een marmeren
deurstijl leunt; nr. 3790, een dienstmeisje dat een baby ophoudt zodat
de stervende moeder er een laatste blik op kan werpen; nr. 869, de
zogeheten Ilissos-stèle, een oude man in een mantel die afscheid
neemt van zijn zoon, een jager, wiens hond en kleine wapenknecht in
elkaar gedoken aan zijn voeten zitten. Elke stèle is een variatie op het
verontrustende thema van 's mensen preoccupatie met de dood, waarvoor
iedere kunstenaar zijn eigen perfecte vorm heeft gezocht. Het verst
doorgevoerd is deze perfectie in nr. 3472, waar een bedroefde
echtgenoot, gehuld in een prachtig gedrapeerde chlamys, afscheid
neemt van zijn zittende vrouw.
U gaat weer rechtsom en komt nu in een aantal in een lopende zalen die
zijn gewijd aan de sculptuur uit de vierde eeuw v.C. en de
hellenistische periode, zaal 28-31. De Ephebe van Antikythera,
nr. 13396, een aantrekkelijke, zij het wat gezette jongeman met
enigszins vrouwelijke gelaatstrekken, houdt een of ander rond voorwerp
in zijn rechterhand dat nu ontbreekt, de appel?. Hij heeft echter, zoals
zoveel vierde-eeuwse bronzen, iets oppervlakkigs en zelfs
onpersoonlijks, waardoor voor ons geestesoog een efficiënt
georganiseerde beeldhouwerswerkplaats opdoemt waar aan de lopende band
dergelijke elegante werkstukken worden geproduceerd. Deze jongeman is
fysiek wel aanwezig, maar leeft, in tegenstelling tot de zesde-eeuwse
kouroi of de vijfde eeuwse ruiters van het Parthenonfries, niet
van binnenuit. Minder spectaculair, maar veel overtuigender, zijn twee
bronzen koppen: een van een behaarde filosoof, nr. 13400, met
doordringende, ingelegde ogen en een gezicht dat een opmerkelijke
intelligentie uitstraalt, en nr. 14612, een man uit de eerste eeuw v.C.,
de zogeheten Man van Delos, een meditatief persoon met een weke,
besluiteloze mond, ten prooi aan benauwende gedachten. Nr. 3602 is een
kop die vermoedelijk afkomstig is van een beeld van Skopas en stelt
waarschijnlijk Hygeia voor, de godin van de gezondheid. Dit
volmaakt harmonisch gevormde ovale gezicht met zacht golvend haar is de
personificatie van verheven rust. In dit stuk Parisch marmer is het
vrouwelijke schoonheidsideaal tot het uiterste ontwikkeld.
Zaal 32
U moet hier beslist een kijkje nemen bij de collectie Hélène
Stathatos. Deze bestaat uit edelsmeedwerk en gouden sieraden uit de
bronstijd tot en met de Byzantijnse periode. Deze toegepaste kunst
diende ter verdraaiing van de interieurs van de welgestelde families in
Athene. Vooral de objecten uit de hellenistische tijd, toen de politieke
invloed van Athene tanende was, zijn bijzonder verfijnd en getuigen van
een uitstekende smaak. U bent nu aan het eind van de rondgang en via de
langgerekte middelste zaal, de Myceense zaal, en zaal 34, die is
ingericht als een heiligdom in de openlucht, komt u in het achterste
gedeelte van het museum.
Zaal 36- 37
Hier vindt u onder meer de bronzen. De beroemde Jockey, nr.
15177, is een brons uit de tweede eeuw v. C. van een jongen die een naar
verhouding veel te groot paard berijdt, de restauratie is niet helemaal
geslaagd. Nr. 16546, een bliksemslingerende Zeus, lijkt wel een
miniatuurreplica van de Poseidon van Artemision, maar dan trotser en
meer uit de hoogte. Uit de derde eeuw v. C. is er een geheel geklede
Artemis met een heroïsch air en de gestalte van een matrone. De
vierde-eeuwse Athena, met op het hoofd de bekende helm versierd
met griffioenen en uilen, doet evenwichtiger en ontspannener aan.
Bovenverdieping
Achterin zaal 34 leidt een trap naar de bovenverdieping van het museum.
Hier is de enorme collectie beschilderd vaatwerk ondergebracht, waarop u
de ontwikkeling van de Griekse schilderkunst vanaf het prilste stadium
kunt volgen. De objecten zijn chronologisch geëxposeerd, maar helaas
ontbreekt een goede catalogus.
Zaal 49
Beginnend in deze zaal vindt u het vaatwerk uit de geometrische periode,
twaalfde tot zevende eeuw, met decoraties in banen boven elkaar;
vervolgens de archaïsche periode, zevende tot midden zesde eeuw,
gekenmerkt door oriëntaalse motieven als lotusbloemen, palmettes,
sfinxen en andere dieren. Dan komt het Attische vaatwerk uit de zesde
eeuw. De banen zijn nu verdwenen en de, zwartfigurige, decoraties
bestaan uit mythologische taferelen. In de vijfde en de vierde eeuw
verschijnen er glanzend rode figuren, die bijna tot leven komen terwijl
ze van links naar rechts voortbewegen in houdingen die zijn ontleend aan
de Dionysos processies. In de vijfde eeuw is de tekening ondertussen
uiterst verfijnd en zuiver geworden, met name op de lekythoi met
witte ondergrond: slanke grafvazen met zwarte voet en hals die bovenop
stèles werden geplaatst. Met buitengewoon vaste hand zijn de figuren met
een paar lijnen neergezet en geschilderd in verschillende zeer lichte
tinten. In de melancholische grafscènes zitten of staan de haast
doorschijnende figuren van de overledenen verzonken in een soort occult
stilzwijgen, of worden ze over een van de rivieren in de onderwereld
gezet. Deze lekythoi behoren tot het beste werk dat de Attische
vaasschilders in de vijfde eeuw v. C. gemaakt hebben.
Eiland Santorini
Op de bovenverdieping is ook een deel van de voorwerpen tentoongesteld
die sinds de jaren zeventig zijn opgegraven op het vulkanische eiland
Santorini, in de Oudheid Thera genoemd. Al is Thera dan niet het
Atlantis van Plato, zoals sommigen geloven, toch werpen de vondsten een
nieuw lichtstraaltje op het raadsel van de mediterrane cultuur in de
prehistorie. Geologen en archeologen zijn het erover eens dat Thera
omstreeks 1500 v.C. door een aardbeving werd verwoest. Daarop volgde een
vulkaanuitbarsting van zo'n ongekende kracht dat men veronderstelt dat
de Minoïsche stadjes aan de kust van Kreta meer dan honderd vijftig
kilometer zuidelijker werden bedolven onder de as- en puimregens. Een
vergelijkbaar, zo niet nog verschrikkelijker lot trof de hoofdstad van
het eiland zelf, waar tegelijk met de Minoïsche beschaving op Kreta een
relatief ontwikkelde cultuur bloeide. Met eindeloos geduid hebben
archeologen een serie verbluffende voortbrengselen van deze beschaving
aan het licht gebracht. De collectie keramiek omvat bijvoorbeeld twee
beschilderde potten met zwaluwen en gerstaren; schenkkannen die werden
gebruikt bij vruchtbaarheidsriten; kruiken met een schenktuit; een
vreemdsoortig gebruiksvoorwerp met een geperforeerde bodem als een zeef
en gedecoreerd met witte lelies op een roodbruine ondergrond; nog een
schenkkan, in de vorm van een ooievaar of een pelikaan met een lange,
naar boven wijzende tuit in de vorm van een snavel; en een witte wijnkan
beschilderd met krokussen.
Fresco’s
Uit de fresco's blijkt overduidelijk dat de schilders uit het tweede
millennium v.C. zich heten inspireren door hun liefde voor de natuur.
Het fresco van de lente is het best bewaard gebleven. Oorspronkelijk
besloeg het drie wanden van een kamer. Tegen een witte achtergrond
groeien rode lelies in bosjes van drie uit inktblauwe rotsen. De gele
stengels wuiven in de voorjaarswind en daarboven vliegen baltsende
zwaluwparen. Op het fresco met de bokswedstrijd zijn twee kleine jongens
met armbanden en lendendoeken, hun lange haren in een Minoïsch kapsel,
gestileerd weergegeven in de houding van boksers bij aanvang van het
gevecht. Op grond van de afbeelding van een kop van een zogeheten
Afrikaan, met volle, geopende lippen en een grote ronde oorring
zoals de Nubiërs die droegen, neemt men aan dat er commerciële en
culturele betrekkingen bestonden tussen de Minoïsch-Myceense staten en
de volkeren van Noord-Afrika. Het bovenste deel van een fresco met een
jonge priesteres met getuite, vermiljoenrode lippen en blauw haar is
opmerkelijk goed bewaard gebleven. Maar het meest verbazingwekkend is
toch wel de grote muurschildering van een scheepsexpeditie, geschilderd
als een fries, met taferelen van oorlogsschepen, een kustlijn met drie
steden en een landtong, waarop groepjes mensen, en leeuwen die een hert
najagen.
Huisraad
Er is ook wat huisraad; overblijfselen van een levensstijl die is
weggevaagd in een cataclysme dat vele malen erger was dan de ramp van
Pompeji. Hieronder zijn een driepotig réchaud met een houtskoolbakje
eronder en een houten bed dat net lang genoeg is om plaats te bieden aan
een persoon met de ondermaatse lichaamslengte van de prehistorische
mediterrane mens. Dan Epigrafie
is er nog de afdeling epigrafie met een grote collectie historische
inscripties, onder andere het befaamde decreet van Themistokles uit 480
v.C., vlak voor de slag bij Salamis, waarin de evacuatie van Athene werd
bevolen en de vloot werd gemobiliseerd.
De numismatiekverzameling
bestaat uit cameeën en munten uit de Griekse, Romeinse en Byzantijnse
tijd. Deze collecties bevinden zich op de begane grond van het
hoofdgebouw, ingang aan de Tositsastraat.
Kolonos
▲
Vanaf het museum kunt u tot besluit een pelgrimage naar Kolonos maken.
Via de Ipirou en de Neophitou gaat u in westelijke richting tot aan het
Larissastation van de SEK, de staatsspoorwegen. Dit is het
eindpunt van alle treinen uit West-Europa en uit noordelijke richting.
Het is een typisch Balkanstation, enigszins vervallen; slechts zelden
gaat er een trein, want een Griek reist liever per bus of vliegtuig.
Iets naar het zuiden ligt een tweede station, dat van de SPAP,
Peloponnesische Spoorwegen. Van daaraf loopt de Lenormanstraat dwars
door de uitgestrekte arbeiderswijk Kolonos, genoemd naar de lage,
rotsachtige heuvel van die naam. Hier lag in de Oudheid de demos
Kolonos, de geboorteplaats van Sophokles, vereeuwigd in diens
Oidipous in Kolonos. Op de top van de heuvel liggen de graven van twee
filhelleense Duitse archeologen, aangeduid met een plaat marmer en een
loutrophoros. Voor de grootste toneelschrijver uit de Oudheid is er geen
gedenkteken.
Het is een kaal, rotsachtig plateau met een paar laag groeiende
pijnbomen en wat stoffige cactussen. Rondom liggen tot kilometers ver de
eenvormige huizenblokken van de voorsteden van Athene. In het zuiden is
nog net de Akropolis te zien. Uit een klein schuurtje klinkt het
klaaglijke gejengel van bouzoukiplaten: de plaatselijke taverna.
Sophokles was zeer oud toen hij Oidipous in Kolonos schreef. Het
was zijn laatste tragedie. Het is een diepreligieus stuk vol heimwee
naar zijn geliefde geboorteplaats. Volgens een vermoedelijk apocrief
verhaal overleed hij op negentigjarige leeftijd, nadat hij zich in een
druivenpit had verslikt; de opvoering heeft hij niet meer mogen beleven.
Bron: Agon gids voor Het Griekse Vasteland door Brian de
Jongh.
** Uw accommodatie in Griekenland
kunt U goed boeken via
Hotels/Appart./Griekenland. Er zijn 2282 hotels/appartementen
online boekbaar.
** Uw accommodatie op een van de Griekse eilanden kunt U goed
boeken via
Hotels/Griekse/Eilanden. Er zijn 1535 hotels/appartementen online
boekbaar.
** Hoe maak ik een
printversie van
de pagina"?
** Door
Tekengrootte te
wijzigen kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
▲
|