ATHENE, DE STAD VAN HADRIANUS 

Maak uw keuze

Soms, wanneer er 's zomers toevallig een sterke noordenwind staat, herkrijgt de stad even haar oude, verblindend witte schittering. Meestal wordt de wildgroei van smakeloze nieuwbouw waarmee de vlakte tussen de zee en de omringende heuvels is opgevuld, echter aan het oog onttrokken door de beruchte nephos, wolk, een weerzinwekkend mengsel van chemische dampen dat Athene tot de smerigste hoofdstad van Europa heeft gemaakt. De afbraak van negentiende- en vroeg-twintigste-eeuwse wijken is te laat stilgezet om het oprukken van de moderne, saaie eenvormigheid te voorkomen. Na de aardbeving van 1981 heeft men bovendien afgezien van de royale toepassing van Pentelisch marmer, die deze nieuwbouw tenminste nog enige allure gaf. Men is namelijk bang dat de zware platen naar beneden zullen vallen. Hier en daar torenen wolkenkrabbers uit boven deze troosteloze betonwoestijn.
Toch kunt u in de buitenwijken van Athene nog aardige uitstapjes maken, zowel in de oude Romeinse stad, een woonwijk met plantsoenen en peperbomen langs de straten, als in de moderne wijken daaromheen.
U kunt het best vertrekken vanaf de ingang van het Nationale Park, en de Amaliasboulevard aflopen tot aan het standbeeld van de stervende Byron in de armen van een dame die Hellas moet voorstellen.
Als u deze uitgezette wandeling wilt maken is het aan te bevelen om deze van tevoren op een kaartje van Athene uit te zetten!

Poort van Hadrianus    
Hier markeert de poort van Hadrianus de grens tussen de twee steden uit de Oudheid. De inscripties aan weerskanten van het fries geven de richting aan: aan de westkant staat Dit is het Athene van Theseus, de oude stad, en aan de oostkant Dit is de stad van Hadrianus, niet meer van Theseus.
De poort behoort niet tot de meest geslaagde werkstukken van de architecten van Hadrianus. Het is een Romeinse boog met een Griekse zuilenhal er bovenop; het geheel moest waarschijnlijk het samengaan van de Griekse en Romeinse cultuur symboliseren. De keizer liefhebberde zelf een beetje in de architectuur en dat verklaart misschien het amateuristische karakter van het gebouw. Oorspronkelijk was het omlijst met twee Korintische
zuilen aan elke kant, de basementen liggen er nog. Het mag er indertijd indrukwekkender hebben uitgezien, maar het kan nooit de vergelijking met de grandioze triomfbogen in Rome hebben doorstaan. De marmeren boog rust op twee vierkante Korintische
zuilen. De Griekse zuilenhal daarboven heeft drie openingen, waarvan de middelste is bekroond met een fronton. Het is allemaal net verkeerd, waardoor het geheel een onbeholpen indruk maakt. Niettemin blijft het een markant punt, een buitenpost van het door het verkeer verstikte centrum van Athene.
Olympieion    
Via de poort kwam men op de esplanade van het Olympieion, de tempel van de Olympische Zeus, die aan beide kanten door zware steunberen wordt geschraagd; oorspronkelijk waren het er honderd. De bouwgeschiedenis van deze tempel, een van de meest imposante ruïnen in Athene, verliep traag. In de zesde eeuw v.C. lieten de Peisistratiden op de plek van een oudere tempel met de bouw beginnen, maar door de val van de Peisistratiden en door de Perzische Oorlogen kwam het werk stil te liggen. In de tweede eeuw v.C. werd het hervat door een Seleucidische koning van Syrië, die alleen met de beste Romeinse architecten genoegen nam. Uiteindelijk werd de tempel in 132 n.C. onder Hadrianus voltooid. Naast het gouden en ivoren standbeeld van Zeus in de cella plaatste hij een majestueuze beeltenis van zichzelf met een met juwelen bezette slang. In de middeleeuwen haalde men hier materiaal weg voor andere doeleinden.
Vlak bij de gedeeltelijk gerestaureerde propyleeën van de tempel liggen een paar gigantische basementen van het verdwenen bouwwerk uit de archaïsche tijd. Ten westen van de tempel ziet u de sporen van een antieke weg en van de alomtegenwoordige muur van Themistokles. Iets verder naar het westen lag een Romeins thermencomplex, waarvan de fundamenten nog te zien zijn, met aan het oosteinde een aantal zuilvoeten; tussen de jeneverstruiken liggen de fundamenten van twee woonhuizen uit de vierde eeuw v.C.
De propyleeën gaven toegang tot de eigenlijke tempel. De Zeustempel had twee rijen van twintig zuilen aan de zijkanten en drie rijen van acht aan de beide fronten, en was een van de grootste tempels in de Grieks-Romeinse wereld. De Romeinse architecten hebben geprobeerd de hoogte van de zuilen, die met magnifieke Korintische
kapitalen zijn bekroond, tot het uiterste te voeren zonder dat aan de bovenkant een overdreven verrekening zou optreden; zij zijn volledig daarin geslaagd. De Griekse architecten uit de klassieke periode gingen zelfs in hun stoutste dromen zo ver nog niet. Er staan nog maar vijftien van de honderdvier zuilen overeind. Deze zijn hoog en gecanneleerd en hebben rijk versierde kapitelen met een lofwerk van acanthusbladeren. Ze zien er altijd indrukwekkend uit, en wanneer ze in de avondschemer in de schijnwerpers oplichten uit de donkerte van de omringende tuin, zijn ze werkelijk sprookjesachtig.
Links van de ingang naar de tempelhof loopt een acacialaantje naar een volgend veld met opgravingen onderaan de keermuur. Het ziet er nogal rommelig uit, maar archeologen hebben vastgesteld dat hier de fundamenten liggen van tempels uit de archaïsche periode.
Kallirhoëbron    
Uit de steile rotswand in het zuidoosten ontspringt de Kallirhoëbron, de mooi stromende. In de Oudheid was dit de enige bron in Athene met goed drinkwater.
Achter de Zeustempel loopt de Leoforos Vasilissis Olgas, Olgaboulevard, met aan de ene kant een tennisbaan, een zwembad en een speeltuin, en aan de andere kant het Zappeionpark, dat een doorkijkje geeft op het neoklassieke portiek van een groot hoefijzervorrnig congrescentrum, het Zappeionpaviljoen.
Stadion    
Als u links afslaat bent u bijna meteen bij het stadion, waar plaats is voor ruim zestigduizend toeschouwers. Het is in de vierde eeuw v.C. gebouwd in een breed ravijn van de met pijnbomen begroeide Ardettosheuvel. Vijf eeuwen later liet Herodes Attikos, een sociaal voelend miljonair, de vierenveertig rijen op zijn kosten met marmer bekleden. Om een idee te krijgen van de enorme afmetingen van het terrein moet u zich indenken dat er bij de Romeinse spelen onder het toeziend oog van Hadrianus soms wel duizend wilde dieren werden binnengebracht. In de middeleeuwen sleepte men hier bouwmaterialen vandaan. Volgens reisbeschrijvingen uit later tijd stond er graan op het veld en graasden er geiten op de afgebrokkelde diazomen. In 1895 financierde een moderne Herodes Attikos, Georgios Averof, een rijke katoenplanter, de herbouw van het stadion en liet hij de zitplaatsen opnieuw met marmer bekleden. Het jaar daarna vonden hier de eerste Olympische Spelen nieuwe stijl plaats.
Vanaf de hoogste rang van het stadion heeft u een goed uitzicht over het Athene van Hadrianus en de twintigste-eeuwse stadsuitbreidingen.
Vanaf het stadion gaat de koel beschaduwde Herodes Attikosstraat, of Irodou Atikou geleidelijk omhoog naar het presidentieel paleis rechts. Loop deze straat uit, steek de Vassileos Konstandinou over en
Benakimuseum
     
U komt bij het Benakimuseum, Koumbaristraat l, dat - net als het Byzantijns Museum - als het ware een voorproefje geeft van de hoogtepunten van de laat-Byzantijnse kunst van Saloniki, Mistra en de berg Athos, die in de veertiende en vijftiende eeuw haar bloeitijd had. Twee generaties van een familie van katoenmagnaten uit Alexandrië hebben zich erop toegelegd deze indrukwekkende collectie iconen, edelsmeedwerk, zilver, houtsnijwerk, borduursels en relikwieën van de Vrijheidsoorlog bijeen te brengen. Dwalend van de met edelstenen bezette wapens naar de schitterende kazuifels, van de religieuze schilderijen naar de kostbare weefsels in de hoge, ruime vertrekken van deze voormalige privé-woning wordt de bezoeker voortdurend herinnerd aan de nabijheid van Italië in het westen en de islamitische wereld in het oosten.
Zaal A
Is gewijd aan de Vrijheidsoorlog, nr. 995 is het draagbare schrijfbureau van Byron. Er hangen grote strijdtaferelen van negentiende-eeuwse Griekse schilders in een melodramatische imitatie van Delacroix.
Zaal B
Is gevuld met kerkelijke voorwerpen uit verschillende streken in Klein-Azië. Nr. 31 is een schitterend geborduurd vaandel uit Pontos.
Zaal D
Hier bevindt zich de Byzantijnse en post-Byzantijnse kunst: een fraaie icoonstandaard van verguld houtsnijwerk; een grote zestiende-eeuwse icoon van de Transfiguratie, nr. 123; een H. Anna en H. Maria, in de rode mantel, van Emmanuel Tzanes, een belangrijk iconenschilder uit de zestiende-eeuwse Kretenzische school, nr. 126; een Gastmaal van Abraham, nr. 64, een veertiende-eeuwse symbolische voorstelling van de H. Drie-eenheid.
Zaal E
Bevat voorwerpen van Turkse origine uit de zestiende en zeventiende eeuw. Het pronkstuk is een gerestaureerde zeventiende-eeuwse ontvangstkamer uit Caïro, met een mozaïekvloer en een fontein waaruit het water zachtjes in een klein bassin klatert. Er zijn Perzische tegels en Koefische inscripties, en er hangt de koele atmosfeer die bij een voornaam Arabisch huis hoort. Aan de wanden hangen zestiende-eeuwse fluwelen stoffen uit Bursa, die meestal voor kussens werden gebruikt. Ze zijn versierd met bloemmotieven van felgekleurde tulpen en anjers.
Zaal Z
Boven hangen hier twee zestiende-eeuwse iconen van de Geboorte van Christus, nr. 516 en 518, en een van de Wonderen van de linnen gordel, nr. 1150, waaraan duidelijk Venetiaanse invloeden zijn af te lezen.
Zaal H
Meer memorabilia van de Vrijheidsoorlog zijn te vinden in zaal H. De slag bij Karpenisi, nr. 646, is een opmerkelijk schilderij van de hand van een ongeletterde boer. Het slagveld is op een primitieve manier in vogelperspectief weergeven. De figuren lijken wel speelgoedsoldaatjes en de detaillering is hartverwarmend naïef en uiterst fantasievol.
Zaal K
Hier hangen twee vroege El Greco's. De ene, nr. 1542, een zwaar beschadigde icoon van Lucas die Maria schildert, heeft alleen historische waarde. Het is het enige bekende werk van El Greco in de stijl van de Kretenzische school van iconenschilders en dateert van voor zijn vertrek van zijn geboorte-eiland Kreta naar Venetië. De tweede, nr. 1543, is een Aanbidding der Koningen, een vroeg werk uit de leerperiode van El Greco in de werkplaats van de bejaarde Titiaan. Diens sturende hand is te herkennen in de architectuur op de achtergrond, de perspectieven de uitgebalanceerde groepering van de figuren.
Zaal Λ
Hier staat een groot zeventiende-eeuws bed met gordijnen en kussens, geborduurd in lichtgroen, steenrood en Pruisisch blauw.
Zaal N
Het edelsmeedwerk in zaal N varieert van gouden kommen uit het derde millennium v.C. tot Franse gouden snuifdozen. Vitrine 106 bevat een collectie zeldzaam Byzantijns edelsmeedwerk.
Zaal Ξ
De Chinese keramiek in zaal Ξ, neolitisch, T'ang, Soeng, Ming, is uitgestald tegen een achtergrond van weelderige tapijten uit Isfahan en Samarkand.
Zaal I
Hier ligt een uitgelezen verzameling borduurwerk afkomstig van de eilanden en uit Epiros, voornamelijk uit de zeventiende en achttiende eeuw. De allerfijnste borduursels werden meestal aangebracht op meubelstoffen, bijvoorbeeld kussenslopen, beddenspreien en valletjes. In de kelder is een magnifieke collectie klederdrachten tentoongesteld. In een klein zaaltje naast de trap naar de bovenste verdieping ten slotte bevindt zich een curieuze verzameling Grieks-Romeins beensnijwerk: primitieve, fascinerende beeldjes van Dionysos, Aphrodite en van zeegoden en -monsters die vreemde capriolen in de golven maken. Men veronderstelt dat deze werden gebruikt als ornamenten op meubelstukken.
Kolonakiplein     

De Koumbaristraat loopt naar dit plein, officieel Philikes Hetairias, op de helling van de Lykabettos. Het plantsoen midden op het plein is een geliefkoosd plekje van au pairs met de hun toevertrouwde Griekse kinderen. Het plein ligt middenin een chique villawijk; het heeft nog steeds een ouderwetse intimiteit die niet helemaal strookt met de onpersoonlijk moderne omgeving. Aan weerskanten van het plein ligt een rij banketbakkerijen, waar de Atheners, jong en oud, urenlang in de lente- of herfstzon kunnen zitten. Eén van de specialiteiten is loukoumadhes. kleine taartjes van gefrituurd deeg, die heel knapperig worden geserveerd, gedrenkt in honing en besprenkeld met kaneel.
Museum voor Cycladische en oud- Griekse Kunst     
Is gevestigd sinds 1986 in een blok voorbij het Benakimuseum, aan de Leoforos Vasilissis Sophias, Koningin Sophieboulevard. Hier is de aan de staat vermaakte collectie Goulandris tentoongesteld, een schitterende verzameling Cycladische idolen die vijfduizend jaar oud zijn. Aan de Koningin Sophieboulevard liggen veel ambassades en dure flatgebouwen, die in de plaats zijn gekomen van de negentiende-eeuwse neoklassieke huizen van de oude families van Athene.
Byzantijns Museum      
Even verderop, voorbij het koninklijk park, vindt u de Nederlandse ambassade en na het iets achteraf liggende gebouw van de Officiersclub ligt rechts aan dezelfde boulevard het Byzantijns Museum. Het rechthoekige hoofdgebouw met een loggia over twee verdiepingen is ontworpen in 1840. Het ligt aan een rechthoekig voorplein met een marmeren fontein geflankeerd door twee cipressen. U zult in Athene niet de interessantste voortbrengselen van de Byzantijnse kunst en architectuur aantreffen. Daarom verdient het aanbeveling - indien mogelijk - zich eerst in de veel belangrijker Byzantijnse centra in Daphni, Osios Loukas en Mistra te verdiepen in de iconografische en theologische raadselen van deze duizend jaar oude kunst. U zult de amorfe objecten, veelal liturgische voorwerpen die in het Byzantijns Museum zijn tentoongesteld, dan makkelijker kunnen thuisbrengen en naar waarde schatten.
Zaal 1, begane grond
Hier vindt u vroeg-Byzantijnse beeldhouwkunst: nr. 92, Christus als de Goede Herder, een jongen met een kalfje op de schouders, die sterk lijkt op de Moskophoros in het Akropolismuseum; nr. 93, Orpheus met een adelaar op het hoofd, die zijn lier bespeelt voor een publiek van dieren dat in een opengewerkt reliëf rondom de figuur is gegroepeerd; nr. 95, een ontroerend naïeve Geboorte van Christus, met twee Giottoëske boompjes ter weerszijden van de krib, die wel van papier-maché lijken gemaakt.
Zaal 2
Ook deze zaal staat volgepakt met beeldhouwwerk, plaquettes met kruisen, Byzantijnse adelaars en beeltenissen van Maria.
Zaal 3
Hier is een Byzantijnse kruisbasiliek met marmeren revêtements nagebouwd, maar het resultaat is niet erg overtuigend.
Zaal 4
Er staan een iconostase met fijn houtsnijwerk, twaalfpanelen met taferelen uit het leven van Christus, en een altaarhemel met een kleurrijk model van een Byzantijnse kerk erop, beschilderd met bloemmotieven en scènes uit het leven van Maria.
De eerste zaal rechts op de bovenverdieping
Bevat verluchte handschriften en iconen, waaronder een Kruisiging, nr. 157, met een met sterren bezaaide achtergrond; een Maria met Kind, nr. 177, omlijst met een serie van de twaalf orthodoxe feestdagen; en een prachtige veertiende-eeuwse Kruisiging, nr. 169, waarop de langgerekte, pilaarachtige figuren van de radeloze Maria en Johannes in een bruin en een donkerblauw gewaad zich aftekenen tegen de huizen van Jeruzalem op de achtergrond, die op een smalle strook onderaan het paneel zijn geschilderd.
Zaal 2
Aan de wanden van de tweede zaal hangen fragmenten van dertiende-eeuwse kerkfresco's; in de derde zaal zijn wierookbranders, miskelken en wijwaterkwasten tentoongesteld, samen met een aantal aardige kleine twee- en drieluiken.
Zaal 4
De vierde zaal is gevuld met kerkelijke gewaden en ook bevindt zich hier de beroemde epitaphios uit Saloniki, een prachtig geborduurde lijkwade met de Rouwklacht bij het lichaam van Christus. Dit meesterwerk van toegepaste kunst is een technisch hoogstandje: het is in drieën verdeeld, met het uitgestrekte lichaam van Christus centraal op het middelste vlak; de figuren zijn niet goud- en zilverdraad geborduurd en ingevuld met blauwe en groene tinten tegen een achtergrond van goud; er zijn zoveel verschillende steken toegepast dat de kleurschakeringen voortdurend lijken te wisselen.
Rechtervleugel
Voordat u weer verder gaat, moet u even een kijkje nemen in de rechtervleu- gel van het museum. Hier is nog een aantal iconen uit diverse perioden ten- toongesteld, in stralende tinten goud en rood en blauw: een Andreas, nr. 1545; een ascetische zeventiende-eeuwse Johannes de Doper, nr. 1578, met kastanjebruine vleugels tegen een achtergrond van goud en groen; een zeventiende-eeuwse  Nederdaling ter helle nr. 12 1 0, waarin Christus (in een rode mantel) door profeten en koningen is omringd; een veertiende-eeuwse Maria met Kind, nr. 1582, bekend als de Panagia Glykophilousa, de Zoet Kussende Maagd, een opmerkelijke icoon die in 1922 door vluchtelingen uit Klein-Azië naar Griekenland is meegebracht en die wel het archetype van de madonna's van Duccio lijkt.
Oorlogsmuseum      
Is in het volgende blok ondergebracht.
De collectie omvat wapens, uniformen, vlaggen en andere krijgsattributen. Aan de Koningin Sophieboulevard ligt verder het Hiltonhotel, een halvemaanvormig marmeren paleis waarop Hadrianus jaloers zou zijn geweest.
Naast het Hilton ligt de Nationale Pinacotheek, Ethnike Pinakotheke. De collectie bestaat voornamelijk uit negentiende-eeuwse Griekse schilderkunst, een aantal vroeg-Nederlandse werken en vier El Greco's. Eén daarvan is van uitgelezen kwaliteit: de Musicerende engelen, een onvoltooid schilderij van een grote groep rondwervelende figuren, gehuld in draperieën die de contouren van hun verwrongen houdingen volgen.
Aan de overzijde voert de Ioannes Gennadeiosstraat langs de helling van de Lykabettos omhoog naar het fraaie classicistische gebouw van de Gennadeionbibliotheek, die in het bezit is van een collectie zeldzame boeken over Griekenland, een verzameling Byroniana en aquarellen van Edward Lear.
Lykabettosheuvel     
De straten tussen de Koningin Sophieboulevard en het Kolonakiplein lopen steil omhoog tegen de helling van de Lykabettosheuvel. Aan het eind van de Loukianou voert een geplaveid pad zigzag tot aan de top van de spitse rots. Vanaf de hoek van de Aristippou en de Kleomenous gaat een kabelbaantje naar boven. Met Pasen wordt er een Opstandingsmis opgedragen in het witgepleisterde kerkje van St. Joris bovenop de top en vlak na middernacht daalt een processie met kaarsjes als een lange sliert gloeiwormen de heuvel af. Vlak onder de kapel ligt een duur restaurant. Hier vandaan heeft u uitzicht over de hele vlakte en over de Golf van Saros met de Megaris en de Isthmos in het westen; in de verte ziet u de heuvel van de Akrokorinth bij de landengte naar de Peloponnesos, en daarachter zijn op zeer heldere dagen zelfs de toppen van het Kyllinigebergte te zien.
Syntagmaplein – Omoniaplein     
Wanneer u van het Kolonakiplein afdaalt naar het stadscentrum, komt u dwars door een winkelgebied met exclusieve boetiekjes. Tussen het Syntagmaplein en het Omioniaplein vormen twee parallelstraten met eenrichtingsverkeer samen de hoofdverkeersader van het centrum van Athene. De Stadiou loopt langs het Kolokotronisplein, waar een ruiterstandbeeld staat van Kolokotronis, een held uit de Vrijheidsoorlog.
Agioi Theodoroi     
Voor het oude parlementsgebouw, het huidige Nationaal Historisch Museum, is een bescheidener marmeren standbeeld van de negentiende-eeuwse staatsman Trikoupis te zien. Het Museum van de stad Athene is ondergebracht in het woonhuis dat koning Otto betrok toen hij in 1833 in zijn nieuwe hoofdstad aankwam; het ligt aan de Paparigopoulou, aan de kant van de Platia Klauthmonos, het Plein der jammerklachten. Hier vindt u de Agioi Theodoroi, Theodoor de Officier en Theodoor de Soldaat, een elfde-eeuwse Byzantijnse kerk van natuursteen met lagen baksteen ertussen en een Koefisch fries aan de buitenzijde. Het is een fraai geproportioneerde kruisbasiliek met een hoge tamboer, kenmerkend voor de kleine Byzantijnse kerken in Athene. Het interieur is onlangs gerestaureerd.
Loop nu de Stadiou bijna af en sla vóór of via het Ommoniaplein rechts de 28 Oktovriou-Paission in . Rechts komt langs de Technische Universiteit en de Kunstacademie. Even verder komt u bij voor velen het absolute hoogtepunt van Athene het
Nationaal Archeologisch Museum     

Hier bevindt zich een aantal exemplaren, zo niet het merendeel, van het beste dat de antieke beeldhouwkunst heeft voortgebracht: van monumentale beelden tot miniatuurtjes, uit de archaïsche, klassieke en hellenistische periode. De uitgebreide collectie beschilderd vaatwerk, van enorme amforen tot fijne lekythoi, is zo gevarieerd in afwerking en detaillering dat ons voorstellingsvermogen te kort schiet bij de vindingrijkheid en vaardigheid van de oude pottenbakkers. Ter aanvulling zijn er dan nog de kleinere objecten, dolken, sieraden, miniatuurbeeldjes, dodenmaskers, schilden, sierdozen, inscripties, en zelfs speelgoed. Zo kunnen wij ons uiteindelijk een - weliswaar vaag en verward misschien, maar toch compleet en veelzijdig beeld vormen van de voorkeuren en bezigheden van de mensen vanaf de Myceense tot de Romeinse tijd, en van de zich steeds wijzigende denkbeelden omtrent religie, seksualiteit, dood, vrijetijdsbesteding en sport.
De inrichting van het museum is niet ideaal en wordt voortdurend gewijzigd. Er is nog steeds geen volledige catalogus van de collectie.
Zaal 4
Recht tegenover de ingang ligt de Myceense zaal, zaal 4, vol gouden voorwerpen die zijn gevonden bij de opgraving van de koninklijke schachtgraven van Mycene en andere prehistorische vindplaatsen. De hoeveelheid gouden voorwerpen is adembenemend; al even verbijsterend is de mate van perfectie die de edelsmeden, pottenbakkers en goudsmeden uit deze prehistorische periode wisten te bereiken. Tegenover de ingang van de Myceense zaal is een ereplaats gereserveerd voor het gouden dodenmasker van een Archaïsche koning in de vijftiende eeuw v.C.,nr. 624, volgens Schliemann het masker van Agamemnon. Nr. 348 is een zilveren rhyton in de vorm van een stierenkop met gouden horens, een gouden snuit en een gouden rozet op het voorhoofd. De stierentemmers op de gedreven gouden Vapheiobekers, nr. 1758 en 1759, zijn een goed voorbeeld van de perfectie die de representatieve kunst in het Myceense tijdperk had bereikt. Op de grote krater met krijgers, ca. 1200 v.C., marcheren zwaar bewapende Myceense hoplieten in een enkele rij achter elkaar, nagewuifd door een vrouw achteraan de stoet. In deze beschilderde krater is volop uitdrukking gegeven aan de onstuimigheid en militaristische vitaliteit van de Myceense cultuur, die zo heel anders was dan de wat uitgebluste geneugten van het hofleven op het Minoïsche Kreta. In twee vitrines ter weerszijden van de ingang zijn kostbare voorwerpen uit 1500 tot 1200 v.C. uitgestald.
Zaal 6, rechts van de Myceense zaal
Is de Cycladenzaal en bevat voornamelijk idolen. Nr. 3908 is een alleraardigst primitief beeldje van een zittend mansfiguurtje op een troon, dat een muziekinstrument bespeelt, vermoedelijk een harp. Het dateert uit ca. 2400-2200 v.C., maar het zou niet misstaan op een tentoonstelling van moderne abstracte beeldhouwkunst.
Zaal 7-12
Terug in de entreehal gaat u rechtsaf de eerste zaal in van de zes die zijn gewijd aan archaïsche sculptuur. Alles ademt hier mannelijkheid. De krachtige gestalten van de kouroi, jongemannen, vaak atleten, later soldaten, grote monolitische beelden gehouwen uit kristallijnen steen, vertegenwoordigen een monumentaal mensbeeld. Van de vroegste kouroi is de meest opmerkelijke de laat-zevende-eeuwse Kolossos van Sounion, nr. 2720. Zijn trek- ken zijn stereotiep en houterig en hebben duidelijk iets Egyptisch, maar er is geen enkele Ramses met zoveel spanning in zijn spieren en tegelijk zo'n ontspannen lichaamshouding als deze reusachtige Griekse jongeling. Bij nr. 3686, de Kouros uit Kea van iets latere datum, zien we een verdere ontwikkeling. Er is nog steeds sprake van formele stilering, maar de starheid is veel minder overdreven; het haar is zorgvuldiger opgemaakt en om de lippen, die voller en sensueler zijn geworden, speelt een flauwe glimlach.
Maar de Kouros uit Anavyssos van ca. 520v.C., nr. 3851, spant ontegenzeggelijk de kroon. Het is een verrukkelijk zelfverzekerde jongeling met gespierde ledematen, de perfecte belichaming van menselijke - geen goddelijke - waardigheid. Op de kraalvormige krullen die van onder de hoofdband op zijn schouders vallen zijn sporen van rode verf zichtbaar en het hele oppervlak van het Parisch marmer heeft een rozerode gloed. Het beeld is volrond gemodelleerd en niet zo extreem gespannen. Van alle kouroi heeft deze de stralendste glimlach.
In zaal 14 en 15
belanden we in de vijfde eeuw. De archaïsche glimlach, de ijzeren zelfbeheersing en de spanning van gezwollen spieren zijn verdwenen. Het symbolisme heeft plaats gemaakt voor realisme en de beeldhouwkunst is verhalend en idealiserend geworden. In het votiefreliëf uit Eleusis, nr. 126, biedt Demeter haar beschermeling, de jonge Triptolemos, een korenaar aan en draagt ze hem op de mens te leren de aarde te bebouwen, terwijl Kore, Persephone, hem tot koning kroont.
Een ander staaltje van Attische perfectie is de jonge atleet die zichzelf bekroont, nr. 3344. Ondanks het ondiepe reliëf heeft de huid de veerkrachtigheid van de jeugd en uit de plechtige uitdrukking op het gezicht van de jongen blijkt dat de overwinning op de renbaan hem met diepe ernst vervult.
De bronzen Poseidon, nr. 15161, uit het midden van de vijfde eeuw is gevonden op de zeebodem voor Kaap Artemision. De god is meer dan levensgroot uitgebeeld; hij houdt zijn linkerarm uitgestrekt en staat op het punt met zijn rechterhand de, ontbrekende, drietand te werpen. De soepele vitaliteit van deze Poseidon is het toonbeeld van de Griekse opvatting van goden als fysiek volmaakte mensen.
In zaal 16-24
zijn de reliëfs tentoongesteld, onder andere de stèles afkomstig van de laantjes van de Kerameikos en andere necropolissen uit de Oudheid. Deze marmeren grafstenen in haut-reliëf met voorstellingen van intieme familietaferelen zijn zo diep uitgesneden dat de figuren wel volronde beelden lijken. Dikwijls is de overledene, met een afwezige uitdrukking die niet meer van deze wereld is, uitgebeeld terwijl hij zijn naaste familieleden de hand schudt. Iedere bezoeker heeft, of krijgt, zijn eigen voorkeuren. Er zijn er enkele die ik zelf nooit zal overslaan, onder andere nr. 717, een atleet, de zogeheten Ephebe van Salamis, met een vogel in zijn ene hand en de andere geheven in een afscheidsgroet, terwijl zijn jonge metgezel treurend tegen een marmeren deurstijl leunt; nr. 3790, een dienstmeisje dat een baby ophoudt zodat de stervende moeder er een laatste blik op kan werpen; nr. 869, de zogeheten Ilissos-stèle, een oude man in een mantel die afscheid neemt van zijn zoon, een jager, wiens hond en kleine wapenknecht in elkaar gedoken aan zijn voeten zitten. Elke stèle is een variatie op het verontrustende thema van 's mensen preoccupatie met de dood, waarvoor iedere kunstenaar zijn eigen perfecte vorm heeft gezocht. Het verst doorgevoerd is deze perfectie in nr. 3472, waar een bedroefde echtgenoot, gehuld in een prachtig gedrapeerde chlamys, afscheid neemt van zijn zittende vrouw.
U gaat weer rechtsom en komt nu in een aantal in een lopende zalen die zijn gewijd aan de sculptuur uit de vierde eeuw v.C. en de hellenistische periode, zaal 28-31. De Ephebe van Antikythera, nr. 13396, een aantrekkelijke, zij het wat gezette jongeman met enigszins vrouwelijke gelaatstrekken, houdt een of ander rond voorwerp in zijn rechterhand dat nu ontbreekt, de appel?. Hij heeft echter, zoals zoveel vierde-eeuwse bronzen, iets oppervlakkigs en zelfs onpersoonlijks, waardoor voor ons geestesoog een efficiënt georganiseerde beeldhouwerswerkplaats opdoemt waar aan de lopende band dergelijke elegante werkstukken worden geproduceerd. Deze jongeman is fysiek wel aanwezig, maar leeft, in tegenstelling tot de zesde-eeuwse kouroi of de vijfde eeuwse ruiters van het Parthenonfries, niet van binnenuit. Minder spectaculair, maar veel overtuigender, zijn twee bronzen koppen: een van een behaarde filosoof, nr. 13400, met doordringende, ingelegde ogen en een gezicht dat een opmerkelijke intelligentie uitstraalt, en nr. 14612, een man uit de eerste eeuw v.C., de zogeheten Man van Delos, een meditatief persoon met een weke, besluiteloze mond, ten prooi aan benauwende gedachten. Nr. 3602 is een kop die vermoedelijk afkomstig is van een beeld van Skopas en stelt waarschijnlijk Hygeia voor, de godin van de gezondheid. Dit volmaakt harmonisch gevormde ovale gezicht met zacht golvend haar is de personificatie van verheven rust. In dit stuk Parisch marmer is het vrouwelijke schoonheidsideaal tot het uiterste ontwikkeld.
Zaal 32
U moet hier beslist een kijkje nemen bij de collectie Hélène Stathatos. Deze bestaat uit edelsmeedwerk en gouden sieraden uit de bronstijd tot en met de Byzantijnse periode. Deze toegepaste kunst diende ter verdraaiing van de interieurs van de welgestelde families in Athene. Vooral de objecten uit de hellenistische tijd, toen de politieke invloed van Athene tanende was, zijn bijzonder verfijnd en getuigen van een uitstekende smaak. U bent nu aan het eind van de rondgang en via de langgerekte middelste zaal, de Myceense zaal, en zaal 34, die is ingericht als een heiligdom in de openlucht, komt u in het achterste gedeelte van het museum.
Zaal 36- 37
Hier vindt u onder meer de bronzen. De beroemde Jockey, nr. 15177, is een brons uit de tweede eeuw v. C. van een jongen die een naar verhouding veel te groot paard berijdt, de restauratie is niet helemaal geslaagd. Nr. 16546, een bliksemslingerende Zeus, lijkt wel een miniatuurreplica van de Poseidon van Artemision, maar dan trotser en meer uit de hoogte. Uit de derde eeuw v. C. is er een geheel geklede Artemis met een heroïsch air en de gestalte van een matrone. De vierde-eeuwse Athena, met op het hoofd de bekende helm versierd met griffioenen en uilen, doet evenwichtiger en ontspannener aan.
Bovenverdieping
Achterin zaal 34 leidt een trap naar de bovenverdieping van het museum. Hier is de enorme collectie beschilderd vaatwerk ondergebracht, waarop u de ontwikkeling van de Griekse schilderkunst vanaf het prilste stadium kunt volgen. De objecten zijn chronologisch geëxposeerd, maar helaas ontbreekt een goede catalogus.
Zaal 49
Beginnend in deze zaal vindt u het vaatwerk uit de geometrische periode, twaalfde tot zevende eeuw, met decoraties in banen boven elkaar; vervolgens de archaïsche periode, zevende tot midden zesde eeuw, gekenmerkt door oriëntaalse motieven als lotusbloemen, palmettes, sfinxen en andere dieren. Dan komt het Attische vaatwerk uit de zesde eeuw. De banen zijn nu verdwenen en de, zwartfigurige,  decoraties bestaan uit mythologische taferelen. In de vijfde en de vierde eeuw verschijnen er glanzend rode figuren, die bijna tot leven komen terwijl ze van links naar rechts voortbewegen in houdingen die zijn ontleend aan de Dionysos processies. In de vijfde eeuw is de tekening ondertussen uiterst verfijnd en zuiver geworden, met name op de lekythoi met witte ondergrond: slanke grafvazen met zwarte voet en hals die bovenop stèles werden geplaatst. Met buitengewoon vaste hand zijn de figuren met een paar lijnen neergezet en geschilderd in verschillende zeer lichte tinten. In de melancholische grafscènes zitten of staan de haast doorschijnende figuren van de overledenen verzonken in een soort occult stilzwijgen, of worden ze over een van de rivieren in de onderwereld gezet. Deze lekythoi behoren tot het beste werk dat de Attische vaasschilders in de vijfde eeuw v. C. gemaakt hebben.
Eiland Santorini
Op de bovenverdieping is ook een deel van de voorwerpen tentoongesteld die sinds de jaren zeventig zijn opgegraven op het vulkanische eiland Santorini, in de Oudheid Thera genoemd. Al is Thera dan niet het Atlantis van Plato, zoals sommigen geloven, toch werpen de vondsten een nieuw lichtstraaltje op het raadsel van de mediterrane cultuur in de prehistorie. Geologen en archeologen zijn het erover eens dat Thera omstreeks 1500 v.C. door een aardbeving werd verwoest. Daarop volgde een vulkaanuitbarsting van zo'n ongekende kracht dat men veronderstelt dat de Minoïsche stadjes aan de kust van Kreta meer dan honderd vijftig kilometer zuidelijker werden bedolven onder de as- en puimregens. Een vergelijkbaar, zo niet nog verschrikkelijker lot trof de hoofdstad van het eiland zelf, waar tegelijk met de Minoïsche beschaving op Kreta een relatief ontwikkelde cultuur bloeide. Met eindeloos geduid hebben archeologen een serie verbluffende voortbrengselen van deze beschaving aan het licht gebracht. De collectie keramiek omvat bijvoorbeeld twee beschilderde potten met zwaluwen en gerstaren; schenkkannen die werden gebruikt bij vruchtbaarheidsriten; kruiken met een schenktuit; een vreemdsoortig gebruiksvoorwerp met een geperforeerde bodem als een zeef en gedecoreerd met witte lelies op een roodbruine ondergrond; nog een schenkkan, in de vorm van een ooievaar of een pelikaan met een lange, naar boven wijzende tuit in de vorm van een snavel; en een witte wijnkan beschilderd met krokussen.
Fresco’s
Uit de fresco's blijkt overduidelijk dat de schilders uit het tweede millennium v.C. zich heten inspireren door hun liefde voor de natuur. Het fresco van de lente is het best bewaard gebleven. Oorspronkelijk besloeg het drie wanden van een kamer. Tegen een witte achtergrond groeien rode lelies in bosjes van drie uit inktblauwe rotsen. De gele stengels wuiven in de voorjaarswind en daarboven vliegen baltsende zwaluwparen. Op het fresco met de bokswedstrijd zijn twee kleine jongens met armbanden en lendendoeken, hun lange haren in een Minoïsch kapsel, gestileerd weergegeven in de houding van boksers bij aanvang van het gevecht. Op grond van de afbeelding van een kop van een zogeheten Afrikaan, met volle, geopende lippen en een grote ronde oorring zoals de Nubiërs die droegen, neemt men aan dat er commerciële en culturele betrekkingen bestonden tussen de Minoïsch-Myceense staten en de volkeren van Noord-Afrika. Het bovenste deel van een fresco met een jonge priesteres met getuite, vermiljoenrode lippen en blauw haar is opmerkelijk goed bewaard gebleven. Maar het meest verbazingwekkend is toch wel de grote muurschildering van een scheepsexpeditie, geschilderd als een fries, met taferelen van oorlogsschepen, een kustlijn met drie steden en een landtong, waarop groepjes mensen, en leeuwen die een hert najagen.
Huisraad
Er is ook wat huisraad; overblijfselen van een levensstijl die is weggevaagd in een cataclysme dat vele malen erger was dan de ramp van Pompeji. Hieronder zijn een driepotig réchaud met een houtskoolbakje eronder en een houten bed dat net lang genoeg is om plaats te bieden aan een persoon met de ondermaatse lichaamslengte van de prehistorische mediterrane mens. Dan Epigrafie
is er nog de afdeling epigrafie met een grote collectie historische inscripties, onder andere het befaamde decreet van Themistokles uit 480 v.C., vlak voor de slag bij Salamis, waarin de evacuatie van Athene werd bevolen en de vloot werd gemobiliseerd.
De numismatiekverzameling
bestaat uit cameeën en munten uit de Griekse, Romeinse en Byzantijnse tijd. Deze collecties bevinden zich op de begane grond van het hoofdgebouw, ingang aan de Tositsastraat.
Kolonos     
Vanaf het museum kunt u tot besluit een pelgrimage naar Kolonos maken. Via de Ipirou en de Neophitou gaat u in westelijke richting tot aan het Larissastation van de SEK, de staatsspoorwegen. Dit is het eindpunt van alle treinen uit West-Europa en uit noordelijke richting. Het is een typisch Balkanstation, enigszins vervallen; slechts zelden gaat er een trein, want een Griek reist liever per bus of vliegtuig. Iets naar het zuiden ligt een tweede station, dat van de SPAP, Peloponnesische Spoorwegen. Van daaraf loopt de Lenormanstraat dwars door de uitgestrekte arbeiderswijk Kolonos, genoemd naar de lage, rotsachtige heuvel van die naam. Hier lag in de Oudheid de demos Kolonos, de geboorteplaats van Sophokles, vereeuwigd in diens Oidipous in Kolonos. Op de top van de heuvel liggen de graven van twee filhelleense Duitse archeologen, aangeduid met een plaat marmer en een loutrophoros. Voor de grootste toneelschrijver uit de Oudheid is er geen gedenkteken.
Het is een kaal, rotsachtig plateau met een paar laag groeiende pijnbomen en wat stoffige cactussen. Rondom liggen tot kilometers ver de eenvormige huizenblokken van de voorsteden van Athene. In het zuiden is nog net de Akropolis te zien. Uit een klein schuurtje klinkt het klaaglijke gejengel van bouzoukiplaten: de plaatselijke taverna. Sophokles was zeer oud toen hij Oidipous in Kolonos schreef. Het was zijn laatste tragedie. Het is een diepreligieus stuk vol heimwee naar zijn geliefde geboorteplaats. Volgens een vermoedelijk apocrief verhaal overleed hij op negentigjarige leeftijd, nadat hij zich in een druivenpit had verslikt; de opvoering heeft hij niet meer mogen beleven.
Bron: Agon gids voor Het Griekse Vasteland door Brian de Jongh.

** Uw accommodatie in Griekenland kunt U goed boeken via  Hotels/Appart./Griekenland. Er zijn 2282  hotels/appartementen online boekbaar.
** Uw accommodatie op een van de Griekse eilanden kunt U goed boeken via Hotels/Griekse/Eilanden. Er zijn 1535  hotels/appartementen online boekbaar. 
** Hoe maak ik een printversie van de pagina"?
** Door Tekengrootte  te wijzigen kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.    


 
  

28-08-2010