|
ATHENE, stad van THESEUS U bezoekt bij deze wandeling:
De 'Kleine Metropolis'-
Plaka -
Mitropoleosplein - Agios Ioannes Theologos
- Agioi Anargyroi -
Kanellopoulosmuseum -
Toren der Winden -
Romeinse
agora - Bibliotheek van Hadrianus -
Monastirakiplein -
Kerameikos
- Museum Kerameikos -
Agora en de stoa van Attalos -
Theseion - Kapnikarea
Naar de Plaka
Onderaan de noordhelling van de Akropolis ligt een wijk met kleine
winkeltjes, kantoren en kerken, en hier en daar een kleine enclave van
ruïnen uit de Oudheid. Vanaf het Syntagmaplein neemt u de
Mitropoleosstraat. Aan de linkerkant is in een hoog kantoorgebouw een
post-Byzantijns kapelletje ingekapseld, gewijd aan de Agia Dynamis, de
Heilige Kracht. Het staat wat afwezig langs het overvolle trottoir,
alsof het zwakjes protesteert tegen het onpersoonlijke karakter van de
moderne gebouwen die er bovenuit torenen; vleugjes wierook drijven door
de miniatuurportalen naar buiten en vermengen zich met de stank van
benzinedampen, en nu en dan is het gezang van een priester die de mis
opdraagt te horen boven de schrille stemmen van de voetgangers.
Metropolis
De smalle Mitropoleosstraat met haar hoog opgaande wanden mondt
uit op het grote, gelijknamige plein, waaraan de lelijke
negentiende-eeuwse façade van de officiële orthodoxe kathedraal
verrijst; de kathedraal is opgetrokken van materiaal dat uit zeventig
Byzantijnse kerken bij elkaar is geroofd.
Kleine Metropolis
De Panagia Gorgo Epikoös, O.L.V. van Spoedige Bijstand, verzinkt
daarnaast enigszins in het niet, en wordt daarom meestal de 'Kleine
Metropolis' genoemd. Het is een juweeltje van twaalfde-eeuwse
Byzantijnse kerkarchitectuur. Uit de bescheiden afmetingen ervan, zeven
bij elfmeter, blijkt de nederige positie die Athene in de Byzantijnse
wereld innam tijdens de bloei van het Oost-Romeinse rijk. Het is een
kruisbasiliek met een koepel op een sierlijke, vrij slanke tamboer. De
buitenmuren zijn bekleed met platen marmer met een glanzend, ivoorglad
patina. Aan de voorzijde is een curieus maar alleraardigst fries uit de
vierde eeuw v.C. bevestigd; deze is gestolen van een of ander klassiek
monument, waarop het verhaal van de twaalfmaanden van het jaar wordt
verteld. De decoratie bestaat - zoals op zoveel plaatsen in Griekenland
- uit een historisch allegaartje van antieke stèles, Korintische
kapitalen en Byzantijnse kruisen. Bovendien zijn de wapens van de
families Villlehardouin en De la Roche toegevoegd, waardoor wij worden
herinnerd aan de vaak vergeten periode van de Frankische overheersing,
toen Athene werd bestuurd door de kruisridders en hun Romaanse nazaten.
Het Mitropoleosplein
is een uitstekende plek om op de avond van Goede Vrijdag te kijken naar
de Epitaphios, de processie waarbij de met bloemen beladen baar
van Christus door de straten wordt gedragen. Voorop gaat dan de
aartsbisschop van Athene en heel Griekenland, gevolgd door kerkelijke
hoogwaardigheidsbekleders met ronde hoge hoeden en geflankeerd door in
rood en purper gehulde acolieten die wankelen onder het gewicht van
enorme banieren. De processie wordt gevolgd door een voortschuifelende
stoet gelovigen met flakkerende kaarsjes in de hand. Overal ruikt het
dan naar violieren en wierook. Een ding heeft de Epitaphios gemeen met
de oude Panathenaeën: de mensen kijken niet alleen, maar nemen ook aan
de processie deel.
Adrianou
Via de P. Benizelosstraat komt u ten zuiden van het plein op de
Adrianou. In de achttiende en het begin van de negentiende eeuw was hier
de aristocratenbuurt van Athene; nu is het een doolhofwaar onder
meer manufacturiers, slagers en begrafenisondernemers zijn gevestigd.
Echte Plaka
Bij de Demotische School, met een neoklassieke gevel, slaat u de
Phlessastraat in. Hier begint de echte Plaka, een wirwar van
steegjes die steil tegen de noordhelling van de Akropolis oplopen. Een
deel van de wijk is tot voetgangersgebied verklaard, en de meest
platvloerse en uit de toon vallende nachtclubs zijn opgedoekt:
souvenirwinkels en taverna's van allerlei soort hebben nu de overhand.
De echte taverna is een uitstekende Griekse instelling en de taverna's
in de Plaka zijn bijzonder populair, al zijn er elders zeker betere te
vinden. De Grieken bezoeken de taverna niet alleen om er te eten en te
drinken, maar ook om zich uit te leven in kephi: zingen en
schreeuwen en een hoop lawaai maken. En ze verwachten bovendien van
anderen hetzelfde gedrag. Een orkestje van drie gitaristen is gangbaar.
Het favoriete drankje is retsina; je moet ervan leren houden: het is
droog en wrang en smaakt een beetje naar terpentijn. Het is niet
ongebruikelijk dat een uitgelaten gezelschap een tot de rand gevulde
karaf, of koperen kroes, laat brengen naar een tafeltje met volslagen
onbekenden, te meer wanneer het buitenlanders zijn - dat is iets typisch
Grieks. Vreemdelingen moeten koste wat kost worden onthaald, en als
tegenprestatie moeten zij de Grieken vleien. Vreemdelingen moeten er
goed van worden doordrongen dat de Grieken het aardigste volk ter wereld
zijn, en ze moeten dat in alle toonaarden bevestigen.
Maaltijd op de plaka
De maaltijd bestaat bijvoorbeeld uit taramosalata, een mousse van
gerookte viskuit, souvlaki, een spies met geroosterd varkens- of
rundvlees, kokkerotsi, saucijsjes van gehakte lever en zwezerik,
met een flinke portie knoflook geroosterd aan het spit, de eeuwige
feta, een witte, soms brokkelige geitenkaas, en de onvermijdelijke
tomatensla, of 's winters fijngehakte rauwe kool. In de betere
taverna's is het menu meer internationaal georiënteerd. De beste
gebottelde wijn is de Karras, rood, rosé en wit. De Demestika,
rood en wit, is veel goedkoper. Bijna alle taverna's zijn 's avonds
geopend. De meer pretentieuze gelegenheden hebben soms dezelfde
tekortkomingen als de eenvoudige, maar niet dezelfde kwaliteiten. Soms
is er een floorshow en wordt er gedanst.
Agios Ioannes Theologos
De Phlessastraat komt uit op de piepkleine huisjes van de
Erotokritou die een bocht naar rechts maakt langs de Byzantijnse
kapel van Agios Ioannes Theologos, elfde en twaalfde eeuw, tot
aan een schaduwrijk pleintje. 's Avonds zijn hier twee terrasjes, maar
overdag is het er heerlijk rustig.
Van hieruit klimt u via de Mnesikleous naar de
Prytaneionstraat. Aan het eind hiervan doemen de blauwe koepels van
de Agios Nikolaos Rhangava op, weliswaar uit de twaalfde eeuw,
maar zo grondig gerestaureerd dat er nauwelijks meer iets in originele
staat verkeert. Boven de kerk zijn weer taverna's met een schitterend
uitzicht over de 'stad van Hadrianus' met al haar monumenten. Achter de
rijen flatgebouwen verrijst in het licht van de schijnwerpers de met
pijnbomen bekroonde top van de Lykabettos.
Agioi Anargyroi
Aan de Peionstraat mag ik graag de verzonken hof binnengaan van de Agioi
Anargyroi, ofwel de Heilige Geldlozen: St. Kosmas en St. Damiaan, de
beschermheiligen van de geneeskunde, een Arabische tweeling die door
Diocletianus tot de marteldood werd veroordeeld. De witgepleisterde kerk
is in de begintijd van de Turkse overheersing gebouwd als een
eenschepige basiliek, waaraan later een portaal met vier marmeren zuilen
is toegevoegd. Vervolgens slaat u de Thrasybolosstraat in, loopt
langs de souvenirwinkels en de nachtclubs en neemt de eerste trapstraat
links. Bovenaan, verscholen achter hoge wilde vijgenbomen, ligt de
voormalige universiteit, die onlangs schitterend is gerestaureerd, en
waarin het universiteitsmuseum zal worden gevestigd.
Metamorphosis
Van de universiteit is het maar een paar treden op naar de
Metamorphosis, een lieflijk Byzantijns kerkje uit de veertiende
eeuw. Het ligt vlak onder de pijnbomen en cipressen voor de Aglaurosgrot
in de wand van de Akropolis. Het kleine altaar is gemaakt van het
kapiteel van een antieke zuil.
Kanellopoulosmuseum
Rechts, op de hoek van de Panosstraat, staat het Kanellopoulosmuseum,
dat een opmerkelijke verzameling antieke en Byzantijnse voorwerpen
bezit. Vooral de Tanagrabeeldjes, 330-200 v.C., en de iconen uit de
twaalfde tot veertiende eeuw zijn bijzonder aardig.
De weg wordt hier weer wat breder en voert langs het noordwestelijke
bolwerk van de Akropolis naar de Areopagos.
Toren der Winden
Aan de noordzijde loopt de Panosstraat af naar het ruime plein
van de Toren der Winden, Oi Aërides. In de roze en oker gekalkte huizen
met balustrades woonde vroeger de opkomende burgerij van Athene. Achter
een hekje ligt een antiek ruinencomplex, 's avonds in het maanlicht is
dit een van de meest romantische plekjes van de stad. Op een verzonken
terreintje in het plein verrijst, naast een plataan met volop schaduw,
de Toren der Winden, of het Horologion van Andronikos van
Kyrrhos. De achthoekige toren, die niet volgens een bepaalde stijl is
gebouwd, is de schepping van een Syrische filhelleen uit de eerste eeuw
n.C. In 1676 is door dr. Spon uit Lyon, een van de eerste westerse
geleerden die Griekenland bezochten, vastgesteld dat het een hydraulisch
uurwerk is geweest. Om de acht zijden loopt een basreliëf waarop de
eigenschappen van de verschillende winden zijn uitgebeeld. Op het dak,
een achthoekige piramide, stond een windvaan in de vorm van een triton.
Tegen de oostzijde staat een smalle ronde toren die dienst deed als
waterreservoir voor het uurwerk en via een aquaduct in verbinding stond
met de bron van Klepsydra op de Akropolis.
Romeinse agora
Ten westen van de Toren der winden ligt de Romeinse agora. Op het
rechthoekige terrein staan de ruïnen van een Ionisch peristylium met een
dubbele galerij rond een met marmer geplaveide hof. In de zuidoosthoek
staan de resten van een gebouw met een bordes, dat is geïdentificeerd
als het Agoranomeion, het bureau van de marktpolitie.
Poort van Athena
Ten zuiden van de Toren der Winden lopen twee arcades. Aan het
westelijke uiteinde daarvan staat, aan het begin van de
Dioskurenstraat, de poort van Athena Archegetes, eerste eeuw n.C.,
met vier zware Dorische zuilen en gedekt met een niet-gedecoreerd
architraaf dat nog intact is. Op het terrein van de opgraving staat ook
een rechthoekig bakstenen gebouw met diverse koepels en een zuilenhal.
Dit is de Fethiye Djami, een voormalige moskee die is gebouwd ter
nagedachtenis aan sultan Mehmeds intocht in Athene na de val van
Constantinopel en nu dient als opslagplaats voor archeologische
vondsten.
Bibliotheek van Hadrianus
Voorbij de kerk van de Taxiarchoi, Aartsengelen, slaat u de Areosstraat
in. Rechts staat de aaneengesloten rij zuilen van de westelijke
colonnade van de bibliotheek van Hadrianus. Terzijde van de gladde,
zwart geworden schachten van de zuilengalerij staat eenzaam de enige
resterende, gecanneleerde Korintische
zuil van het middenportiek. De
door brand beschadigde gevel van de hoofdingang aan de Aiolou bestond
uit zes Korintische
zuilen met kraagstenen, waarvan er nog twee over
zijn. De bibliotheek werd in de tweede eeuw n.C. door Hadrianus gebouwd
en had een binnenhof met een vijver en een tuin en honderd zuilen er
omheen.
Op en rond Monastirakiplein
Het meest opmerkelijke gebouw aan het aangrenzende Monastirakiplein, het
centrum van de binnenstad, is een voormalige Turkse moskee, de Djami
tou Bazarou, Marktmoskee. Dit rechthoekige gebouw met een bordes er-
voor en een achthoekige constructie op het dak heeft dienst gedaan als
gevangenis en als museum.
Midden op het plein staat de Panagia, Mariakerk, een gemoderniseerde
kerk uit de tiende eeuw met een uitzonderlijk hoge tamboer.
Aan de oostkant van het plein begint de Pandrosou, die in het Engels
'Shoe Lane' wordt genoemd. Dit smalle straatje vol antiekwinkels doet
een beetje denken aan een Turkse bazaar. In de duurdere antiekzaken zijn
hellenistische munten, Attische beeldjes, tapijten, iconen en
borduurwerk te koop. Er worden ook allerlei Victoriaanse dingen
aangeboden(vazen van opaalglas, sierdopjes, enzovoort) en
zilverfilligraan uit Ioannina in het noorden. De prijzen zijn hoog, en
afdingen is gebruikelijk.
Rechts van het Monastiraki station ligt de wijk van de hoef- en
kopersmeden met de Iphestou (Hephaistosstraat) als goedkope
tegenhanger van de Pandrosou. De winkels liggen vol koper- en
lederwaar en er zijn ook wat antiekwinkeltjes. Iets verderop is een
rommelmarkt waar van alles wordt verkocht, van meubels en tweedehands
kleren tot een ondefinieerbaar assortiment roestige ijzerwaren.
Van het Monastirakiplein komt u weer uit op de hier steeds havelozer
wordende Ermou, Hermesstraat, die u afloopt in de richting van de
gasfabriek in het westen, die volgens plan al lang afgebroken had moeten
zijn.
Kerameikos
Voorbij de Agioi Asomatoi, de Lichaamloze Engelen, een klein Byzantijns
kerkje waarvan de bakstenen buitenmuren in oude luister zijn hersteld,
ligt de ingang tot een uitgestrekt verzonken terrein met ruïnen uit de
Oudheid, dat de vorm heeft van een onregelmatig parallellogram en
gedomineerd wordt door een groot, koffiekleurig modern kerkgebouw. Aan
de westkant ligt de Kerameikos, een necropolis van grafaltaren. De
Kerameikos lag vlak buiten de stadsmuren en was de laatste rustplaats
van talloze beroemdheden. De begraafplaats werd in de eerste eeuw v. C.
verwoest toen Sulla een bres sloeg in de verdediging van het belegerde
Athene. Toch bleef men nieuwe graftomben bijplaatsen, zodat de bodem
telkens werd opgehoogd; tot op de dag van vandaag komen bij de
opgravingen nog grafkisten aan het licht. Het is er nu een allegaartje
van vergruizelde stèles, gebeeldhouwde marmeren grafstenen, die op
verschillende niveaus verspreid liggen. Waar vroeger de laantjes kepen
zijn greppels gegraven dwars door tumuli en grafheuvels, en het terrein
ziet eruit als een 'werk in uitvoering'. Van de stèles die gespaard zijn
gebleven, bevinden de fraaiste zich in het Nationaal Archeologisch
Museum. De rest is in een rij opgesteld langs de rechterberm van de
Graftombenweg die begint bij de nu afgesloten ingang aan de
Piraeusstraat, het beste vertrekpunt voor een bezichtiging, van west
naar oost. Eerst komt u langs een reliëf met een Romeins begrafenismaal
waaraan de gevreesde Charon aanzit, leverancier van zielen aan de
onderwereld. Dan volgt een afbeelding van een enorme molos met dik
opgezette aderen over zijn buik. Vervolgens komt het monument van
Dionysios van Kolytos, bekroond met een levensechte, goed bewaard
gebleven stier die klaarstaat voor de aanval, en ten slotte het monument
van Dexileos met een afgietsel van de originele stèle in het
bijbehorende museum. Boven het talud van een parallelstraatje ziet u een
grote, goed geconserveerde, maar kunsthistorisch niet bijzondere stèle
van een meisje dat naast haar staande moeder zit. Ook hier gelden
standsverschillen: de graven van slaven zijn gemarkeerd met afgeknotte
zuilen. Langs de berm van de greppel liggen loutrophoroi, slanke
kruiken met twee handvatten, die uitsluitend werden gebruikt voor de
graven van ongehuwd gestorvenen. De slanke marmeren lekythoi, die
her en der in het struikgewas liggen, lijken sterk op de loutrophoroi
maar hebben slechts één handvat.
Aan de zuidwestrand van de dodenstad ligt aan de Graftombenweg het
heiligdom van Hekate, bekroond met een eenvoudig, beeldschoon reliëf van
een meisje met een lustratievaas.
Ten zuidoosten van een groot rond gebouw, waarvan de functie nog niet is
achterhaald, liggen resten van de door Themistokles opgeworpen en
door Konon herstelde stadswallen. Daarnaast (aan de oostkant) bevinden
zich de ruïnen van het Pompeion, waar alle rekwisieten voor de
Panatheense processie werden opgeslagen. De hof met een zuilengalerij
rondom, waarvan de basementen nog intact zijn, was ooit een van de
favoriete stekjes van de ietwat eigenaardige filosoof Diogenes.
Ten noorden van het Pompeion liggen de stylobaten en fragmenten van de
muren van de Dyplonpoort, de belangrijkste stadspoort waardoor alle
handelswaar in Athene werd aangevoerd en die met de Agora was verbonden
via de dromos (straatweg), waarlangs zuilenhallen stonden met de
standbeelden van dichters, filosofen en staatslieden. Aan de hand van
het grote aantal basementen, de afwateringsgoten en de karrensporen in
het plaveisel kunt u zich voorstellen hoe breed en monumentaal deze
belangrijke verkeersader geweest moet zijn.
Museum Kerameikos
Dit kleine museum van de Kerameikos (Oberländermuseum) bevindt zich
naast de ingang van het terrein.
Zaal I
Een van de mooiste stèles in zaal 1 is het monument van Dexileos
uit de vijfde eeuw v.C. Het stelt een jonge krijgsman voor gezeten op
een dartel paard, juist op het moment dat hij zijn tegenstander
overmeestert. Op een andere stèle zien we de overledene, een jongeman,
in een loshangende chlamys. Even verderop is er een grootmoeder
met haar gestorven kleinkind op schoot; de slip van haar peplos die ze
over het hoofd heeft geslagen, bolt op, en onder de plooien tekenen zich
de contouren van haar lichaam af en ook van die van de baby. Een
voorbeeld van een vroegere stijlperiode is de verwaande archaïsche
sfinx, wiens kop in een rechte hoek op zijn lichaam staat.
Zaal II
We gaan nog verder terug: naar de grafgiften uit de laat-Myceense, de
protogeometrische en de geometrische periode. Hier staan onder meer een
Fenicische bronzen schaal uit de negende eeuw v.C.; een beeldje van een
lastdier bepakt met vier kruiken; een rond terracotta werkmandje
gedecoreerd met swastika's en vier geometrische paardjes; en een
waterkruik in de vorm van een scheepsromp.
Zaal III
Is gewijd aan zwart- en roodfigurig vaatwerk van de archaïsche tot en
met de hellenistische periode. Hier bevindt zich een prachtige amfoor
uit de zesde eeuw v.C., gevonden in een kindergraf, gedecoreerd met drie
zwarte figuren die in een Dionysos-processie voortdansen over de
geschilderde baan.
In zaal IV
worden de scherven bewaard van de amforen die aan het slot van de
Panatheense processie vanwege hun fraaie bewerking werden bekroond.
Ten noordwesten van de Kerameikos
loopt een aantal saaie straten naar de plek waar de academie van Plato
lag. Op de zuidhoek hiervan staat nu de agios Triphonios. Uit de Oudheid
is er alleen een grenssteen over, midden tussen de garages en de
werkplaatsen van deze Atheense volksbuurt. Vlakbij liggen de resten van
een prehistorische nederzetting: stukken muur, de fundamenten van een
ovaal gebouw en van andere woonplaatsen, en een dodenstad waar vazen en
werktuigen van obsidiaan zijn gevonden. In ieder geval is dit het
bewijs, mocht daar nog behoefte aan zijn geweest, dat de vlakte van
Attika al in de hellenische tijd werd bewoond.
Agora, marktplein
Op de terugweg van de Kerameikos neemt u op het Monastirakiplein rechts
de Areosstraat en tegenover de westelijke zuilengang van de bibliotheek
van Hadrianus slaat u nog eens rechtsaf de Adrianou in. Na de
spoorwegovergang komt u bij de ingang van de Agora. Wie verwacht hier
zoiets magistraals als de duidelijk herkenbare ruïnen complexen van het
Forum Romanum aan te treffen, komt bedrogen uit. Tot voor kort deed de
Agora eerder denken aan een gebombardeerd stadsdeel. Nu heeft het
terrein echter door nieuwe aanplant een iets minder desolaat aanzien
gekregen. Dit marktplein uit de Oudheid was eens het sociale,
commerciële en bestuurlijke middelpunt van Athene, waar transacties
werden gesloten, wetten werden aangenomen en roddels werden
uitgewisseld. Nu ligt het in een uitholling, bezaaid met verwoeste
vestingwerken, uitgesleten zuilenvoeten en gebroken zuilen. Deze
kaalslag is te wijten aan de Herulen, een stam uit het noorden in de
tijd van de eerste Gotische invasies.
Er loopt een pad langs dezelfde route die de Panatheense processie
volgde. Aan uw rechterhand ziet u drie reusachtige beelden van tritons
met gedetailleerde vissenstaarten op met olijftakkenversierde sokkels.
Deze stoa van de reuzen- oorspronkelijk waren het er zes - lag
tegenover het odeion uit de tweede eeuw n.C., de orchestra en het
proskenion zijn nog goed te herkennen. De route van de
Panathenaeën kwam vervolgens bij de brede stoa van Attalos. Deze
is onder auspiciën van de American School of Classical Studies volledig
herbouwd in Pentelisch marmer, kalksteen uit Piraeus en plavuizen van
klei uit de streek. De oorspronkelijke stoa werd in de tweede eeuw n.C.
gebouwd in opdracht van Attalos, een filhelleense koning van Pergamon.
Het gebouw werd door de plunderende Herulen verwoest, maar een groot
deel van het originele metselwerk en bouwmateriaal bleef in de
oorspronkelijke toestand bewaard en is in de reconstructie, die in 1956
werd voltooid, opnieuw gebruikt. De stoa bestaat uit twee boven elkaar
geplaatste galerijen van 134 zuilen elk, de onderste van de Dorische, de
bovenste van de Ionische bouworde, pergamonstijl. Al heeft het marmer
nog niet het patina van de ouderdom, toch is het ge- heel wonderwel
geslaagd. De koele, ruime zuilengangen zijn een getrouwe replica van een
markthal uit de laat-hellenistische tijd. De beelden die tijdens de
opgravingen zijn gevonden, zijn tentoongesteld in zaaltjes achter de
colonnade, waar vroeger winkels waren. Er staat onder meer een kolossale
Apollo, zonder hoofd, uit de vierde eeuw v.C.; een hellenistische
Aphrodite met een Eros, eveneens zonder hoofd, op haar schouder, nr. 5
473; een gevleugelde Nike klein maar atletisch van postuur, nr. S 312;
een bronzen schild, nr. B 262, in de Peloponnesische oorlog door de
Atheners buitgemaakt op de Spartanen; een sokkel van een beeld van de
Ilias, nr. 11628), met een inscriptie die begint met Ik ben de Ilias,
die leefde voor en na Homeros..; het kleroterion, nr. 13967,
een mechaniek dat werd gebruikt om door middel van het lot openbare
functies toe te wijzen; en verder vaatwerk, inscripties, beeldjes en
scherven uit verschillende perioden.
Na de stoa loopt u om langs de fundamenten van een aantal openbare
gebouwen: de bibliotheek van Pantainos; iets ten zuiden van de
bibliotheek staat de gerestaureerde Agioi Apostoli uit de
elfde eeuw, met niet zo interessante wandschilderingen; de ronde tholos
van het Prytaneion uit de vijfde eeuw v.C., de verblijfplaats van de
vijftig leden van de vaste raadscommissie; het vijfde-eeuwse
Bouleuterion, gebouw voor de stadsraad; en het Metroön.
Theseion
Hier vandaan loopt een pad omhoog naar het Theseion, dat boven de Agora
troont op een terras met bloembedden. Er staan mirte en granaatappels in
grote aarden potten, replica's van de antieke potten die zijn gevonden
in uitgehakte nissen in de rots daar vlakbij. De tuin werd vroeger
geïrrigeerd via een stroompje dat was afgeleid van een bron op de Pnyx.
De tempel is natuurlijk eigenlijk helemaal geen Theseustempel. Deze
onjuiste benaming is te wijten aan het feit dat op de metopen de werken
van deze Attische held zijn uitgebeeld. De tempel was naar alle
waarschijnlijkheid gewijd aan Hephaistos, de god van de smeden, die in
deze buurt woonden. Nog steeds weerklinken in de hele wijk de slagen van
de kopersmeden in de Iphestoustraat.
Tempel
De tempel is van de Dorische bouworde, en was de eerste in Griekenland
die geheel uit marmer werd opgetrokken. Hij dateert uit de vijfde eeuw
v.C., net iets vroeger dan het Parthenon, en was een van de eerste
monumenten die na de verwoestingen tijdens de Perzische invasie werden
herbouwd. De cella was opgeluisterd met bronzen beelden van Hephaistos
en Athena Hephaistia, de schutspatronen van de nijverheid. De tempel
heeft achtendertig zuilen, aan beide fronten staan er zes in plaats van
de gebruikelijke acht, met een geprononceerde verdikking van de schacht.
Er zijn achttien metopen bewaard gebleven, tien, aan de oostzijde, met
de werken van Herakles en acht, aan de noord- en zuidkant, met die van
Theseus. Het fries van de pronaos is zwaar beschadigd. Het verbeeldt een
niet nader geïdentificeerde strijd met zes Olympische goden als
toeschouwers. Het gewelfde plafond dateert uit de vijfde eeuw n.C., toen
de tempel, zoals zovele, tot een Byzantijns heiligdom werd gewijd. Het
Theseion is weliswaar de best bewaarde klassieke tempel in Griekenland,
maar niet de meest inspirerende. De sobere Dorische bouwstijl, die zo
schitterend tot zijn recht komt in Iktinos' ontwerp voor het Parthenon,
is in dit kleinere gebouw veel minder effectief. Dat het zo weinig
imposant is, komt misschien ook door de ligging ervan in een dal tussen
de Akropolis en de heuvels in het westen. Niettemin is het van buiten
nog zo gaaf dat het gezien vanaf de bovengalerij van de stoa van
Attalos, in de omlijsting van de bloemperken eromheen, een verbluffend
frisse indruk maakt.
U vervolgt uw weg linksom en komt terug op de Agora. Aan uw linkerhand
liggen fundamenten van een kleine tempel van Apollo Patroös,
vierde eeuw 37 v. C..
Even verderop ziet u een aantal basementen en fragmenten van frontons op
de plek van de stoa van Zeus, waar Sokrates met zijn leerlingen de
schaduw zocht. Rechts stond het altaar van de twaalfgoden,
vanwaar alle afstanden tot de stad werden gemeten, en daarachter ligt de
hoofdingang van de Agora.
Op de terugweg naar het Syntagmaplein
kunt u op de hoek van de Ermou en de Aiolou links afslaan. Op het
pleintje van de Agia Irene is naast de kerk een leuke
bloemenmarkt. Potten met gardenia, oleander en hibiscus, de rode kelk
naar de zon gewend, staan in rijen naast houten tonnen met
oranjeboompjes en kisten met basilicum, en langs een raamwerk van bamboe
hangen opgebonden clematis en bougainville.
Kapnikarea
Halverwege de Ermou heeft u goed zicht op de Kapnikarea, een kerkje uit
de elfde en twaalfde eeuw. Dit is een van de best geconserveerde
Byzantijnse kerken in Athene en een goed voorbeeld van een
kruisbasiliek, de bouwvorm die in de twaalfde eeuw op het vasteland van
Griekenland overal gangbaar werd. Het gebouw is van natuursteen met
lagen baksteen ter versiering. Aan de noordzijde is een kapel met een
kleine koepel aangebouwd. Dit is een typisch voorbeeld van de neiging
het aantal koepels uit te breiden. Het buitenste portaal met twee kleine
zuilen voor een deur met prachtig gedecoreerde marmeren stijlen en
dorpels doet koket aan. De mooie fresco's binnen zijn modern.
Ermou
Tussen de Kapnikarca en het Syntagmaplein bevindt zich de Ermou, een
drukke winkelstraat. De grote terrassen op de hoek van het
Syntagmaplein, de Papaspyrou en de Dionysosstraat liggen
op de ochtendzon. Op zomeravonden is dit het trefpunt van de demi-monde.
Bron: Agon gids voor Het Griekse Vasteland door Brian de
Jongh.
** Uw
accommodatie in Griekenland kunt U goed boeken via
Hotels/Appart./Griekenland. Er zijn 2282 hotels/appartementen
online boekbaar.
** Uw accommodatie op een van de Griekse eilanden kunt U goed
boeken via
Hotels/Griekse/Eilanden. Er zijn 1535 hotels/appartementen online
boekbaar.
▲
|