EILANDEN VAN DE DODEKANESOS.
Naar overzicht Dodekanesos. Naar startpagina Gr.. Naar steden- , regio- en eilandenlijstaz.  Naar uw accommodatie! 
 

KOS, gelatiniseerd: Cos, is een langgerekt eiland met een staart, in totaal 270 km2.
Interessant is een boottocht naar de Turkse stad Bodrum, in de oudheid: Halikarnássos, geboortestad van Herodotos en bekend om zijn mausoleum, het grote grafmonument van Mausoleus, de Carische satraap.

Kos, gezellige gelijknamige hoofdstad   
ligt in het zicht van de Turkse kust. Daar woont de helft van de eilandbewoners; de rest verbouwt graan, olijven, citrusvruchten en wijndruiven in de vruchtbare vlakten aan de noordzijde van het eiland, waar ook de weinige wegen lopen. U ziet dat al meteen als u vanaf het vliegveld, aan de andere zijde van het eiland, naar de hoofdstad rijdt. De zuidzijde van Kos is bergachtig, met als hoogste tot de Dikeos, 846 m, niet ver ten zuidwesten van de hoofdstad.
In oude tijden was Kos beroemd om zijn wijn,
doorzichtige zijden gewaden, zalven en vooral om zijn Asclepios-heiligdom. En hoewel Kos thans geen kuuroord meer is, zoals in de oudheid, gaan weer steeds meer mensen begrijpen dat een verblijf op Kos heel heilzaam kan zijn.

Kos
, lag oorspronkelijk aan de zuidwestkant van het eiland,   
maar na een verwoesting door de Spartanen tijdens de Peloponnesische Oorlog bouwde men in 366 v. C. een heel nieuwe stad op de noordoostpunt waar ook u nu naar alle waarschijnlijkheid een onderkomen zult vinden. In de hellenistische tijd werd het op monumentale wijze uitgebreid en verfraaid naar voorbeeld van Pérgamon.
Helaas verwoestte Mithridates,
de VIde koning van Pontus, al dit fraais in het jaar 88 v. C. tijdens zijn oorlog tegen de Romeinen, de toenmalige heersers. Opgravingen in de jaren 1902-1904 onder Duitse en na 1922 onder Italiaanse leiding hebben een en ander. weer aan het licht gebracht.

Het meest opvallende monument,   
is overigens, net zoals op Rhódos, een Kasteel van de Hospitaalridders, een indrukwekkende kruisvaardersburcht uit de 15de eeuw, toen hier de Johannieters waren neergestreken, na uit het Heilig Land verdreven te zijn. De kruisridders verloren overigens ook dit achterhoedegevecht, want Kos viel in handen van de Turken in 1523 en bleef dit tot 1912 toen de Italianen de heerschappij overnamen. Pas in 1948 werd Kos weer een deel van Griekenland.
Plataan van Hippocrates
,
- uit het geslacht der Asclepiaden, de beroemdste Gr. geneesheer, geb. 460 v.Chr., de grondlegger van de medische wetenschap, wiens geschriften steeds weer gecommentarieerd werden en tot in de zeventiende eeuw de grootste autoriteit - een oeroude boom met een omtrek van twaalf meter op het plein voor de burcht.
Wellicht heeft de eerste Griekse arts hier inderdaad in de schaduw van een plataan zijn baanbrekende ideeën uiteengezet, maar dan moet het wel een voorvader geweest zijn van de huidige boom, die overigens wel zo'n vijfhonderd jaar oud is en daarom zeker eerbiedwaardig.

Agora
, de grote markt uit de oudheid,   
de Romeinen spraken van Forum, eens het levendige middelpunt van de havenwijken. Kos was eeuwenlang een groot handelscentrum. Er zijn fundamenten blootgelegd van Griekse en Romeinse bouwwerken, uiteraard van na 366 en vóór 88 v. c., onder meer enige zuilengalerijen en tempels, en een terrein gewijd aan Afrodite, godin van de liefde, met twee tempels, respectievelijk Pandemos , van het volk, en Pontia, van de zee. Ook elders in de stad vindt u nog menig opgravingterrein, bijv. zuidwaarts gaande een  
Casa Romana
,
een door de Italianen opgegraven Romeinse patriciërswoning met opmerkelijke mozaďekvloeren; de fraaiste zijn overigens overgebracht naar Rhódos.

Hellenistische Tempel
,   
vermoedelijk gewijd aan wijngod Dionysos.
Odeon -
(in de oudheid)
gebouw waarin dichterlijke en muzikale wedstrijden werden gehouden - , geheel gerestaureerd.
Romeinse wijk,
althans grote delen van een door de Romeinen in de 2de en 3de eeuw na Christus gebouwde stad.

Archeologisch museum
,   
met een interessante collectie mozaďeken, beeldhouwwerken en vazen, veelal afkomstig van het Asklepiéion. Op het aangrenzende Eleftheriasplein herinnert

Asklepieion.
  
De ruďnes van het Asclepios-heiligdom, in 544 n. C. door een aardbeving verwoest, eens het Lourdes van de oudheid en thans nog de belangrijkste bezienswaardigheid van Kos, vindt u 4 km ten zuidwesten van de hoofdstad.
Kos werd vele eeuwen voor het begin
van onze jaartelling gekoloniseerd door Doriërs uit Epidauros, de allerbekendste heilige plaats van Asclepios, god der geneeskunde; gelatiniseerd: Aesculapius, denk aan het Esculaapteken op de auto van uw dokter. Overigens is het goed mogelijk dat de Asclepios-cultus al is ingevoerd door nog eerdere immigranten uit Thessalië.

Kos dankt van oudsher  
een groot deel van zijn voorspoed aan zijn Asklepiéion. Het was als bedevaartsoord al wijd en zijd bekend toen het eiland lid was van de Delisch-Attische en van de Tweede Attische Zeebond. En die faam groeide nog onder de heerschappij van Mausoleus, satraap - titel der stadhouders van provincies in het oude Perzische rijk - van Carië, zetelend in het nabije Halikarnássos, en nog later onder de Ptolemaeën, bevorderaars van kunsten en wetenschappen.

Het heiligdom  
kreeg tussen de 3de en lste eeuw voor onze jaartelling zijn definitieve vorm van drie boven elkaar liggende terrassen, verbonden door een monumentale trap. Ook wij beginnen thans onze bedevaart op het laagste niveau: de begane grond, die we daarmee zouden kunnen beschouwen als het vierde terras met de schamele resten van de Romeinse baden. Door de propylon, de ingang van het heiligdom, betreedt u het onderste terras met in de rechterhoek een fontein; hier waren geneeskrachtige warme bronnen, omgeven door zuilengalerijen.
Dan loopt u door naar het middelste terras
waar zich verscheidene tempels bevonden, zoals een Romeinse tempel voor de keizercultus in Ionische stijl en de oudst aanwezige tempel terplaatse, een Griekse tempel in Ionische stijl uit de 4de eeuw v. C. waar eens de beroemde schilderingen van Apelles te vinden waren, later overgebracht naar Rome. Voorts een groot Dorisch altaar met zes bij elf zuilen. Via zestig treden en een 'tussenterras' bereikt u het bovenste terras dat aan drie zijden was omgeven door zuilengalerijen; de plaats waar eens de zwartmarmeren tempel van Asclepios prijkte en waar uw moeizame klim nu wordt beloond met een prachtig uitzicht over het hele heiligdom, over de stad Kos en over zee. Een goede plaats om even stil te staan bij het verleden met zijn eredienst aan de genezende god Asclepios

Hippocrates, de eerste arts
  
Het was een zoon van een Asclepios-priester en tijdgenoot van Socrates  - levend van 469-399 v. C., dus nog voor de bouw van het nu zichtbare tempelcomplex - die begon met het nauwgezet observeren van de talrijke zieken die ter bedevaart kwamen en het systematisch ordenen van zijn waarnemingen op papier: Hippocrates, de eerste echte arts in de moderne zin van het woord, werkend volgens de nu nog geldende wetenschappelijke methode van onbevooroordeelde observatie en voortdurende toetsing van de aldus verkregen kennis.
Door de invloed van Hippocrates
bouwde men later bij tal van Asclepios-tempels ook sanatoria, waar de zieke niet alleen genas door geloof en autosuggestie, maar waar de, psychische, genezing ook weldoordacht werd bevorderd met behulp van dieet en rustkuur. En dat uit louter medemenselijkheid, want 'Wie de mens ziet lijden, moet helpen', volgens Hippocrates.

Wie daartoe aanleg bezit,   
moet de middelen zoeken en toepassen. Hij mag z'n wetenschap niet voor zich houden en nog minder verkopen voor duur geld. En als zijp hulp wordt ingeroepen, mag hij daarvan nooit misbruik maken door de lijdenden te brengen tot enig kwaad, door hun vertrouwen te schenden of door hun goede naam te schaden.'
Nog altijd beginnen artsen hun beroep
met het afleggen van de Hippocratische eed! Ook nog altijd bekend zijn Hippocrates' aforismen, zoals 'Corpulente mensen sterven eerder dan magere' en 'Gezonden reageren slecht op geneesmiddelen'. 'Iets minder voedzaam, maar wel lekker eten is te verkiezen boven eten dat louter voedzaam maar niet zo aantrekkelijk is' en 'Het drinken van wijn stilt de honger ook'.



PÁTMOS    
Het noordelijkste eiland van de Dodekánesos - 32 km˛ klein, tot 269 m hoog boven de zeespiegel uitstekend doemt aan de horizon op als een kale, barre rotsmassa en schrikt op het eerste gezicht nogal af. Een geschikt verbanningsoord, zullen de Romeinse overheden gedacht hebben, die er zelf zeker niet aan land zijn gegaan. U komt via de smalle baai van het kleine haventje, Skála .

Wat u nu ziet is zeker geen groen eiland 
maar wel een eiland met in de verte op de top van een heuvel een dorpje van witte kubussen, in fotogeniek contrast met een donkere burcht. Om die burcht draait vrijwel al het toeristenbezoek aan Pátmos: meest dagtoeristen. Buiten de uren waarop er een boot aankomt of vertrekt is het doorgaans tamelijk stil. De stilte wordt dan slechts heel af en toe hoorbaar gemaakt door het klingelen van kerkklokken of de kreet van een ezel.
Die (muil)ezels
laten pas echt van zich horen als er weer een schip heeft aangelegd. Van het haventje (Skála) gaat een bijna vier kilometer lange zigzagweg omhoog naar het hoofdplaatsje 

Pátmos of Hóra
  
dat uit de middeleeuwen stamt en gelegen is aan de voet van de grote bezienswaardigheid van het eiland: de door witte kubushuisjes geflankeerde donkere burcht, het indrukwekkende klooster van Johannes.
Per muilezel komt u er in drie kwartier,
per taxi binnen tien minuten. Onderweg zal men u zeker wijzen op een grot: de grot waar Johannes zou hebben gewoond, links van de weg, nu getransformeerd tot een kapel. Ernaast een tweede kapel, gewijd aan de heilige Anna, met een prachtige 12de-eeuwse icoon. Tegenover de grotkapelligt sinds 1534 een orthodox seminarie, de z.g. Patmias, die in zijn huidige vorm uit 1669 stamt.

Het eiland van Johannes  
U bent hier op het 'heilige eiland' van Johannes. Het is niet zeker of déze Johannes, die werd verbannen uit Klein-Azië en omstreeks 96 na Christus op Pátmos in een grot woonde, de apostel is die het Evangelie en de Brieven van Johannes schreef. Wel zeker is dat de Johannes van Pátmos visioenen kreeg die hij liet opschrijven door zijn leerling Próhoros: dat boek is nu bekend als de 'Openbaring van Johannes' (of Apocalyps).
In de eerste eeuwen na het bekend worden van J
ohannes' Openbaring werd Pátmos een pelgrimsoord voor de christelijke wereld. Later, vanaf de 7de eeuw ongeveer, ligt het eiland verlaten en verwilderd. In de 11 de eeuw, ten tijde van keizer Alexis I Komnenos, sticht de later zalig verklaarde monnik Hristódoulos het eerste Johannesklooster, 1088, dat nadien nog vele malen zal worden verbouwd. Na de Byzantijnse tijd kwam Pátmos onder de Venetianen en van 1523 tot in de 20ste eeuw was het eiland Turks.

De Turkse machthebbers respecteerden   
echter de enigszins autonome status van Pátmos en zo bleef het eiland een bolwerk van Grieksorthodoxe cultuur. In het diepste geheim wortelde hier ook het verzet tegen de islamitische overheersers van het christelijke Hellas. In het bijzonder op de Patmias, de theologische school van Pátmos, werkte men ijverig aan de bevrijding van het Turkse juk. Meer dan tachtig jaar na het vasteland van Griekenland werd het eiland in 1912 dan eindelijk bevrijd. . . door de Italianen, die er vervolgens tot 1948 de baas bleven spelen.

Monastiron Ágiou loánou Theológou,
  
het klooster van Johannes 'de Theoloog' (dit ter onderscheid van 'de Doper'; een derde Johannes 'apostel en evangelist' kent de orthodoxe kerk officieel niet) maakt zoals gezegd meer de indruk van een militair bolwerk dan van een religieus centrum, in het bijzonder op zondag, als het 's middags gesloten is; op vrijdag en zaterdag is het na 12 uur niet meer toegankelijk. Tot troost heeft u dan nog het labyrint van smalle, bochtige straatjes met hagelwitte huizen om in rond te dwalen.

Het klooster  
is een ware opslagplaats van Byzantijnse kunstvoorwerpen, zoals iconen en houtsnijwerk en allerlei andere kerkelijke kostbaarheden met veel goud en zilver en edelstenen. De rijk begiftigde schatkamer bevat onder meer tweehonderd iconen, de 11 de eeuwse tiara van Komnene keizer Alexis I en de kroon van patriarch Grigorios uit 1821. Op de tweede verdieping van het klooster bevindt zich een waardevolle bibliotheek ('Psyches iatréion', ziekenhuis voor de ziel) met vele honderden manuscripten; monnikenwerk. van de 6de tot de 19de eeuw op perkament en papier, o.a. een Marcusevangelie uit de 6de eeuw, althans een deel ervan met prachtig vergulde en verzilverde miniaturen. Ook de Florentijnse uitgave, uit 1496, van de 'Argonautica' van Apollonios van Rhódos is er te vinden.

In de voorhof  
van de hoofdkerk, narthex, vindt u muurschilderingen, ook al met veel goud, en in deze kerk zelf, katholikon, een iconostase - wand van beelden die in kerken van de Byzantijnse ritus de altaarruimte scheidt van het schip van de kerk - uit 1820 en het graf van de zalige Hristódoulos, de stichter van het klooster. In de kapel van de Heilige Maagd, Panagia, ziet u een prachtige iconostase uit 1607 en muurschilderingen uit 1745.

Stranden
  
Bij Pátmion, in de baai van Skála, is een goed bezocht strand met tamelijk schoon zand en water. Méloi, ten noorden van de baai, is ook per bootje bereikbaar. Het strand is vrij schoon. Kámbos, in de noordelijkste baai aan de oostzijde, per bus bereikbaar, is het rustigst: schoon zand, hier en daar stenen, geen voorzieningen, geen hotels. De zuidkust biedt een strand bij Grigos, zand en stenen.

LÉROS  
Is een vrij vruchtbaar eiland van 55 km˛ De bewoners houden behalve hun wijn- en hun olijfgaarden ook nog menig oud volksgebruik in ere. Aan de zuidkant zijn restanten te vinden van versterkingen uit de oudheid.
Ágia Marina
, de hoofdplaats,
ligt aan het eind van een diepinsnijdende baai aan de oostzijde, aan de voet van een Johannieter burcht, maar de lijnboot gaat doorgaans voor anker aan de zuidwestkant in de diepinsnijdende baai bij Lakion.

KÄLIMOS   
Of Calymnos, is een tamelijk dor en kaal eiland met een oppe­vlakte van 69 km˛ en een hoogste top van 678 meter; aan de voet van deze heuvel vindt u ruďnes van de verlaten middeleeuwse hoofdstad, Hóra.
Een myceens koepelgraf
dat aan de noordzijde bij Emborió is g­vonden, is een ander geschikt doel voor een speurtocht over het eiland, waarbij u zult bemerken dat er toch ook nog weelderig begroeide valleitjes zijn.

Van de eilandbewoners   
vindt u de meesten in de gelijknamige hoofdstad die hoog tegen de helling van de zuidelijke baai ligt uitgestrekt en aldus een schilderachtig havenfront biedt. Er is een klein museum met enige plaatselijke vondsten uit een opgegraven heiligdom van Apollo en een grot, Neolithisch. In een recenter verleden hadden de Johannieters hier een vesting, terwijl de Venetianen het eiland een tijd land als vlootbasis hadden.
Stranden en hotels
vindt u ten noorden van de hoofdstad, bij Pánormos, 6 km; een strand met fijn donker zand, bij Myrties, 8 km, strand met kiezel en donker zan, bootverbinding met het eilandje Télendos en bij Masourion , 9 km, met donker zand. Alle stranden zijn per bus bereikbaar.

Eiland van de sponzenduikers
  
Kálimnos is vooral bekend als thuishaven van een vloot van sponzenvissers, die overigens het grootste deel van het jaar ver weg op zee zijn sinds de Egeďsche Zee feitelijk is leeggevist en de kleine kaďks nu al helemaal naar de kust van Libië moeten om aan de gewenste vangst te komen. Het Australische schrijversechtpaar Johnston-Clift heeft daarover al eens een boekje opengedaan ('The Sea and the Stone', ook vertaald) en een monument aan de haven geeft de sponzenduikers dan ook welverdiende eer.
De 'badspons' is geen plant,
maar een kolonie van gelijke diertjes die ieder voor zich water met voedsel opnemen, maar gezamenlijk één afvoersysteem hebben. Onder water is de spons zwart; hij 'bloedt' als hij door de sponzenduiker van de rotsige zeebodem wordt losgesneden; blootgesteld aan lucht en licht krijgt de spons pas zijn geelbleke kleur zoals de huisvrouw die  kent en zoals hij in Athene op straat wordt verkocht, en natuurlijk ook hier op Kálimnos, waar de achterblijvers zich het hele visseizoen lang - uit in de lente, thuis in de herst - bezig houden met de bewerking van de sponzen.

ASTIPÁLEA   
Ook Astypálaia,  meet 95 km˛' en is zo grillig gevormd, dat het beter is om te spreken van twee eilandjes, elk met vele baaien en bochten, door een dwarsstuk met elkaar verbonden. Alles tezamen vormt dat een letter H.
Door al die inhammen werd Astipálea in de oudheid hoog geschat als vluchthaven voor vrijwel alle denkbare winden, maar tegenwoordig wordt het eiland zelden bezocht.
De hoogste toppen meten 366 m,
op de oostelijke, en 482 m, op de westelijke helft. Op de oostflank van de westelijke helft ligt het gelijknamige hoofdplaatsje waar de meeste eilanders wonen. Fundamenten van een agora en enige tempels wijzen er op dat hier in de oudheid ook al mensen gewoond hebben. Uw aandacht wordt vooreerst echter geheel opgeëist door een imposante Venetiaanse vesting die boven Astipálea uittorent.

SÍMI   
Is een eiland, 58 km˛, hoogste top 616 m, op nog geen twee uur varen ten noordwesten van Rhódos tegenover het voorgebergte van Klein-Azië. Dat is dan ook de voornaamste attractie: die boottocht over zee. Het gelijknamige hoofdplaatsje Simi is een kleine concurrent van Kálimnos, zodat er alle kans is dat u er de onwelriekende vangst van de plaatselijke sponzenduikers in de zon te drogen zult zien liggen. Een bezoek kan gebracht worden aan Moni Panormfti, een klooster aan de zuidwestkant van het eiland.

KÁRPATHOS   
Is in feite een scherpe bergkam in de machtige keten die onderzee via Kreta en Rhódos van de Pelopónnesos naar Klein-Azië loopt. Boven zeeniveau priemt deze eilandberg ter grootte van 287 km' nog eens 1215 m hoog in de blauwe lucht.
De gelijknamige hoofdplaats aan de oostzijde, ook wel Pigádia genoemd, biedt weinig meer dan een ankerplaats voor uw schip. En wat sinaasappelgaarden tegen de berghelling. En natuurlijk een woonplaats voor de eilandbewoners.
Aan de andere kant van de bergkam 
aan de westzijde dus, vindt u bij Arkássa de overblijfselen van een vroegchristelijke basiliek, de enige bezienswaardigheid, 13 km, bergop, bergaf. Toch raakt Kárpathos de laatste jaren in bij de toeristen dat er 's zomers al een  rechtstreekse verbinding is per vliegtuig naar Rhódos en Kreta. Arkássa heeft een wat winderig zand- en steenstrand. Beter beschut liggen het strand bij de landtong Levkós en de oostelijke stranden van Apéla en Kiria Panagîa.

Noord-Kárpathos  
is zeer rustig en alleen over een nog maar net gereedgekomen. Diafanion heeft kiezelstrand.
Ólympos is een bijzonder aardig dorp;

het geldt als een van de meest authentieke gemeenschappen in Griekenland en geniet de belangstelling van sociologen en antropologen. Op toeristen is men hier niet zo gesteld. Bij aankomst van een boot is er een pendeldienst tussen beide dorpen.

KASTELÓRIZON   
Kastelórizon, dat zijn naam dankt aan het 'rode kasteel' dat de Johannieter Orde er in de middeleeuwen bouwde, is het meest afgelegen Griekse eiland. Vanuit Rhódos is het nog liefst zeven uur zuidoostwaarts varen; het vliegtuig doet er 45 minuten over.
Op de meeste kaarten van Griekenland is Kastelórizon niet eens te vinden, of hoogstens als inlas. Op Turkse kaarten vindt u het wel: slechts 900 meter uit de kust, tegenover het Turkse stadje Kas ofwel het klassieke Antiphéllos. waar de resten van een antiek theater en een orthodoxe kerk herinneren aan het verre Griekse verleden.
Het autovrije eilandje meet nauwelijks 9 km˛, maar droeg in de oudheid en ook nu nog wel de naam Megisti, 'grootste', waarvan de Turkse naam Meďs een verbastering is, omdat het toch altijd nog het grootste is van een mini-archipel.

In de jaren tussen beide wereldoorlogen   
was Kastelórizon een vrijhaven met zo'n twintigduizend inwoners, maar in de oorlog werd het als Italiaanse vesting zo zwaar door de Engelsen gebombardeerd dat vrijwel alle bewoners emigreerden, de meesten naar Australië, anderen , waaronder de bekende Griekse politicus Mavros, naar Athene.

Tussen de spookachtige resten  
van de eens zo imposante koopmanshuizen wonen niet veel achterblijvers. Een Turkse nationalistische actie, de 'verovering' door een aantal journalisten van het onbewoonde buureilandje Ra op de Turkse 'Dag van de Overwinning' , 30 augustus 1975, bracht deze vergeten eilandjes weer in de Griekse belangstelling, zodat er ijlings plannen werden gemaakt voor snellere verbindingen, het in 1986 geopende vliegveld heeft eerder een politieke betekenis, restauratie van de fraaie huizen aan het havenfront en de ontwikkeling van het toerisme, dat bovendien zal kunnen profiteren van de nabijheid van het Turkse vasteland, want de altijd al goede contacten met Kas zijn thans beter dan ooit tevoren, onder het motto: Kastelórizon ligt erg ver van Athene, Kas ligt erg ver van Ankara, Kastelórizon en Kas liggen erg dicht bij elkaar. . .
Een kijkje waard is de z.g. Blauwe Grot,
waarin zee en lichtval een sprookjesachtige sfeer te voorschijn toveren, alleen per bootje bereikbaar.

** Uw accommodatie in Griekenland
 kunt U goed boeken via  Hotels/Booking/Griekenland. Er zijn meer dan 4000 hotels/appartementen etc. online boekbaar.

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”! 
** U vindt er o.a.:
  Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets