|
GRIEKSE KUNST Algemene kenmerken.
Een nationale kunst, gegroeid uit het volk. De meeste Griekse vaklui
waren echte kunstenaars. De meeste kunstwerken zijn anoniem. Zelfs een
bekende kunstenaar als Phidias werkte niet individueel maar met een hele
groep leerlingen en vaklui. Leven en opvattingen van het Griekse volk
weerspiegelen zich in de kunst: de verering van goden en helden, hun zin
voor het schone, het geen raad weten met het hiernamaals en het
ingewortelde levenspessimisme.
Kunst is gericht op de ideale mens. De aandacht is vooral gericht
op deze wereld en wel vooral op de mens en zijn
prestaties. De Griekse kunst is antropocentrisch. De mens wordt
volgens ideaal menselijke normen voorgesteld. Ook de goden worden
volgens menselijke normen uitgebeeld. Tussen de voorstelling van een god
en die van een held of atleet is weinig verschil.
Kunst staat in dienst van de gemeenschap. Hun kunstwerken staan in
dienst van de gemeenschap. Vaak bezitten ze nuttigheidswaarde. Zo wordt
in keramiek wijn bewaard en uitgevoerd. Ook zit er vaak een pedagogische
waarde in. Veel standbeelden op pleinen en aan openbare gebouwen moeten
de jeugd inspireren.
Kunst straalt eenvoud en harmonie uit.
Met eenvoudige materialen, marmer, brons en potaarde en met
eenvoudige technische procédés brengen ze
harmonische kunstwerken voort.
MYCEENSE KUNST
Het megaron, halfvormig hoofdgebouw, is de grondvorm van de Myceense
burcht. Het megaron of gewone huis bestaat uit een rechthoekige zaal met
in het midden een haard tussen vier zuilen. Hierboven is een opening in
het licht hellende zadeldak om de rook te laten wegtrekken. De Myceense
burcht is een verzameling van een aantal megara. De voornaamste burchten
liggen in de provincie Argolis (Mycene, Tiryns en Argos). Ze liggen
gewoonlijk op een hoogte om aan de omwonende bescherming te bieden tegen
land- en zeerovers. De burcht van Mycene is de meest indrukwekkende. Via
de Leeuwenpoort komt men in de
burcht. De steenblokken zijn zonder bindmiddel op elkaar gestapeld.
Boven de poort een drie meter hoog reliëf met twee
leeuwinnen rond een Kretenzische zuil. De twee leeuwen
verzinnebeelden de macht van de vorst. Achter de muren bevinden zich
schachtgraven van koninklijke geslachten uit de 16e eeuw. Er zijn
wapens, gouden bekers en dodenmaskers in gevonden. Myceners geloofden in
het hiernamaals. Naast schachtgraven bouwden de Myceners koepelgraven.
Het gewelf van het graf van Atreus
bestaat uit 33 zich vernauwende ringen van mooi behakte steenblokken.
Myceense vazen zijn plantendecors, jacht- en krijgstaferelen.
GRIEKSE BOUWKUNST
De Griekse tempel is gegroeid uit het megaron. De bouwkunst is
afgestemd op de godsdienst. In tempels belijden de Grieken hun geloof in
de goden. Aanvankelijk werd er hout en ongebakken steen gebruikt, later
ging men over op natuursteen.
Van de 8e eeuw af worden tempels volgens een vast plan, het megaron,
opgetrokken. De Griekse tempel is eigenlijk klein. De tempel dient
alleen als woonplaats voor de godheid, waartoe alleen de bedienaars van
de eredienst toegang hebben. Het is een ommuurde ruimte cella of naos
genoemd met op de achtergrond een groot beeld van de godheid. Deze
plaats werd door de priesters gebruikt voor de verering van de god. Er
achter lag soms het adyton opisthodomos, een soort heilige der heilige
ruimte. Hier maakte god zijn wil bekend. Een pronaos gaf toegang tot de
tempel. Zie het grondplan.
van een Griekse tempel.
Voor of helemaal rond het gebouw worden zuilen geplaatst. Het gaat bij
de Griekse tempel niet om indrukwekkende afmetingen, maar wel om de
juiste verhoudingen. Daardoor wordt het bouwwerk harmonisch en
evenwichtig. Vaste maatverhoudingen beheersen de opbouw van de Griekse
tempel. De straal is de eenheidsmaat van het gehele bouwwerk.
Geleidelijk brengen ze optische verbeteringen aan. De omhoog rijzende
zuilen, die bij loodrechte stand waaiervormig schijnen te divergeren,
laten ze licht naar binnen overhellen. De hoekzuilen. die meer licht
opvangen en daardoor dunner lijken, maken ze zwaarder en plaatsen ze
dichter bij de naburige zuilen. De lange dwarsbalken laten ze licht
opbuigen om het juiste horizontale gezichtsveld te verkrijgen.
De Griekse tempels liggen altijd op de oost – westas. Dit is een
verwijzing naar de zon.
Dorische en Ionische tempels.
Tot het einde van de 5e eeuw zijn deze twee bouwstijlen in gebruik. Het
verschil ligt in de zuilen. De Dorische is de oudste en kwam tot
ontwikkeling op de Peloponnesus. De tempels met deze zuilen zijn zwaar
en statig, die met de Ionische zuilen zijn lichter en slanker.
Eerst werd een grondplateau gemaakt en daar kwam de stereobaat op met
drie treden, waarvan de bovenste de stylobaat was. Deze tempelvloer
droeg de zuilen.
De Dorische zuil staat, zonder voetstuk, op de stylobaat. De schacht
versmalt naar boven. Deze heeft 16 tot 24 groeven, die elkaar met de
kanten raken. Hierboven op komt het kapiteel. Dit bestaat uit een rond
zuilkussen en een vierkante dekplaat. De architraaf rustte op de
zuilen.
De Ionische zuil rijst op uit een driedelige basis. De schacht is
slanker en heeft diepere groeven, die elkaar niet raken. Het kapiteel
heeft twee parallelle dubbele spiralen en een dunne dekplaat. Op de
kapitalen rusten zware dwarsbalken, waarboven zich een fries met
beeldhouwwerk bevindt.
In de Dorische tempel wisselt dit beeldhouwwerk af met steenblokken met
drie gleuven (trigliefen). Hiertussen zitten versierde vlakken
(metopen). Hierboven komt een kroonlijst en dan een licht hellend
zadeldak. Hierdoor ontstaat aan voor- en achterzijde van de tempel een
driehoekig gevelveld (tympanon) Dit is met beeldhouwwerk versierd.
Omstreeks 400 komt de Korintische
zuil in gebruik. Het kapiteel lijkt
op een korf, waaromheen akantbladeren (berenklauw) groeien
en vier hoekspiralen omhoog krullen. De tempel van Zeus Olympus te
Athene is een voorbeeld. Vooral in het Romeinse rijk is deze zuil
bekend.
Dorische tempels: Hera-tempel en Zeus-tempel te Olympia; Apollo- tempel
te Korinthe; Apollo-tempel te Delphi; Parthenon in Athene;
Poseidon-tempel in Sounion. De Hera, Demeter en Poseidon tempels in
Paestum.
Ionische tempels: Artemis-tempel in Ephesus; Hera-tempel op Samos;
Nike-tempeltje en Erechtheum in Athene. Zie
tempel doorsneden.
Het Griekse Theater.
Vooral in de 5e eeuw bloeit de toneelkunst in Hellas. Men bouwde grote
stenen theaters. Zo'n Grieks theater bestaat uit drie delen: vooraan het
toneel voor de spelers; in het midden de cirkelvormige dansvloer voor
het koor, orchestra, en daar omheen de naar boven oplopende zitbanken,
de cavea, voor de toeschouwers. Via twee brede gangen, paradoi, kwam het
publiek binnen.
Het Dionysius-theater in Athene is een bekende schouwburg. Het ligt op
de zuidhelling van de akropolis. Het best bewaarde theater is dat van Epidaurus,
in Argolis, uit de eerste helft van de 3e eeuw v. Chr..
Van het midden van de 4e eeuw af komen er in de steden steeds meer
burgerlijke gebouwen. Aan de opbouw van de steden wordt meer aandacht
geschonken. Hippodamus van Milete moderniseert er veel door de nauwe
kronkelende straatjes te vervangen door rechte, brede straten. Deze
straten snijden elkaar rechthoekig. In veel steden komen theaters,
bibliotheken, concertzalen (odeia) renbanen (stadia), gymnasia en
badinrichtingen. Enkele bekende monumenten uit de 4e eeuw zijn:
gedenkteken van Lysicrates in Athene, mausoleum in Halicarnassus.
GRIEKSE BEELDHOUWKUNST
Archaïsche tijd (tot 400)
Men onderscheidt de Dorische en de Ionische beeldhouwkunst. De
Dorische is plechtig, voornaam en mannelijk. Men werkt vooral met steen
en brons. De Ionische is licht, verfijnd en gracieus. Er wordt vooral
met marmer maar ook met ivoor en goud gewerkt.
Kouros- en korébeelden. In de
beeldhouwkunst treedt de menselijke figuur, god, held of atleet, direct
op de voorgrond. De mens in zijn aardse verschijning en in zijn aardse
volmaaktheid komt er in tot uiting.
In de 6e eeuw ontstaat de Dorische voorstelling van de naakte
jongelingsfiguur of kouros en die van de in kleding gedrapeerde jonge
vrouw of kore, onder Ionische invloed. Veel beelden worden beschilderd.
In het begin zijn de kouros-beelden hoekig en strak. Geleidelijk
verdwijnt de starheid uit de beelden. Aan het eind van deze periode
krijgt men de indruk van beweeglijkheid (vrijere stand van de benen,
knielende houding). Er komt een meer natuurgetrouwe anatomisch juiste
uitbeelding.
De marmeren koré-beelden hebben fijne gelaatstrekken en een wat
gemaakte glimlach. De drapering is verzorgd en decoratief.
In deze tijd worden de tempels rijkelijk voorzien van reliëfs: voor de
friezen vlakreliëf. voor de metopen halfreliëf en voor de gevelvelden
hoogreliëf. Er worden vooral mythologische personen en scènes
uitgebeeld. Historische taferelen zijn zeldzaam. De reliëfs worden
beschilderd met felle, opvallende kleuren.
Klassieke tijd (480-336)
Deze periode zet in met de reliëfs en beelden aan de Dorische
Athena tempel op Aegina en de Zeus tempel in Olympia. Er worden
geïdealiseerde mythologische legenden en sagen afgebeeld. Tot in de
details zijn de figuren afgewerkt. Dit geldt ook voor de afzonderlijke
beelden bv. de wagenmenner van Delphi.
Phidias gaf, in Pericles tijd, leiding aan het kunstleven te Athene.
Zijn in de oudheid beroemde beelden kennen we slechts uit kopieën. Het
bewaarde werk aan het Parthenon, door Phidias ontworpen en met zijn
leerlingen uitgewerkt, bleven lang als modellen gelden. Mensen en goden
staan hier op het zelfde plan. Ze zijn edel, voornaam en ongenaakbaar
afgebeeld. Het geheel is geïdealiseerd en in menselijke vormen
afgebeeld.
De kunstenaars Myron en Polycletus zijn tijdgenoten van Phidias. Zij
werkten vooral met brons. Van Myron is de schijfwerker zeer bekend.
Polycletus is vooral beeldhouwer van atleten. Zijn speerdrager, een
sterke jongeman, geldt als een canon (maatstaf) voor veel latere
beeldhouwers.
Praxiteles wordt wel de Phidias van de 4e eeuw genoemd. In de 5e eeuw
komt realisme en individualisme sterk naar voren. Hij wil de mens zuiver
uitbeelden. Zijn bekendste beelden zijn: Hermes van Olympia, Apollo de
Hagedisdoder en Aphrodite van Gnidus. Ze zijn elegant, rustig en
dromerig uitgebeeld.
Scopas en Lysippus, zijn tijdgenoten van Praxiteles. Scopas combineert
realisme en idealisme. Zijn koppen hebben gewelfd voorhoofd.
diepliggende ogen en neergedrukte wenkbrauwen. Lysippus is de schepper
van de portretbeeldhouwkunst. Zijn figuren zijn slank. De onderdelen van
zijn figuren wijzen verschillende kanten op. De afwerking is
gedetailleerd. Bekend van hem zijn: rustende Hermes en de jonge
atleet met het schraapijzer.
Hellenistische tijd (336-30)
De beeldhouwkunst van deze tijd wordt wat "barokkig".
Naast realisme en individualisme wordt er naturalisme aan toegevoegd.
Het typisch menselijke van allerlei figuren, mannen, vrouwen en
kinderen, wordt weergegeven. Vreugde, verdriet,
wanhoop en boosheid wordt uitgebeeld.
In centra buiten het vasteland, Alexandrië, Pergamum, Rhodos, scheppen
kunstenaars een eigen stijl. Door reizende kunstenaars worden deze
stijlen verspreid. Van Rhodische beeldhouwers zijn bekend: de
pathetische Laocoön groep, de Nike van Samothrake en de Aphrodite van
Melus.
GRIEKSE SCHILDERKUNST
Van de Griekse schilderkunst is bijna alles verloren gegaan.
Bronnen voor kennis van deze schilderkunst zijn: de beschilderde
vazen. waarvan er veel bewaard zijn; mozaïekvloeren en
fresco,s te Rome en Pompeji. Met name de schilderingen op de vazen laten
ons de stijlontwikkeling van de 5e eeuw zien. Vazen werden gemaakt door
ambachtslieden, die de beschilderingen ook zelf uitvoerden. Naar de
bestemming waren er drie soorten vazen: grote vazen, amfora's en kraters
of mengvaten, om vloeistoffen in te bewaren, bekers om te drinken en
allerlei kruiken en schalen voor diverse doeleinden.
Geometrische stijl (1100-700)
Op de natuurlijke rode ondergrond werden horizontale banden van geometrische
motieven, meanders, zigzaglijnen en cirkels aangebracht.
Beroemd zijn de Diplyon-kraters. Het zijn grafvaten waar de
uitvaart van een dode op wordt afgebeeld. In de bodem zitten gaten om
het plengoffer tot bij de dode te laten doorsijpelen.
Oosterse stijl (700-600)
Er worden oosterse motieven ingevoerd: lotusbloem, exotische planten
en fabeldieren. Ze worden in donkere kleuren op een witte deklaag
geschilderd.
Zwartfigurige stijl (600-500)
Van Korinthe komt deze stijl naar Athene. op de helrode kleiaarde
vazen worden met zwarte vernis figuren aan gebracht.Het
dagelijkse leven en mythologische taferelen worden er op aangetroffen.
De beroemdste van de Attische zwartfigurige vazen is de Francoisvaas
(Archeologisch Museum, Florence). Namen van de kunstenaars staan er op.
Is versierd met 8 taferelen. er komen 250 personen en 128 inscripties op
voor.
Roodfigurige stijl (vanaf 500)
Vazen worden zwart gevernist, behalve daar waar men het rood uitspaart
voor figuren en siermotieven.
Hellenistische Schilderkunst
Men begint scènes uit het volksleven te schilderen. landschap wordt om
het landschap geschilderd.
GRIEKSE LETTERKUNDE
Van de literatuur van het oude Griekenland
is verhoudingsgewijs niet veel bewaard gebleven. Maar wat er over is
gebleven is van een ongekende waarde. De invloed op latere Europese
schrijvers, zowel direct als via de Latijnse literatuur was zeer groot.
Ilias en Odyssee
Vast staat dat ze tot de grootste onder de literaire werken gerekend
moeten worden. Zij werden in de 8e eeuw v. Chr. samengevoegd en
beschrijven de min of meer legendarische figuren en gebeurtenissen van
500 jaar daarvoor.
De Ilias beschrijft gebeurtenissen die tegen het einde van de Trojaanse
oorlog plaatsvonden. De Odyssee beschrijft Odysseus' ervaringen tijdens
zijn thuisreis na de oorlog.
Griekse Tragedie Schrijvers
Er zijn 32 tragedies bewaard gebleven. De drie groten onder de
Griekse tragedieschrijvers
zijn Aeschylus, Sophocles en Euripides. Tragedies werden op
festivals opgevoerd. Tijdens een voorstelling werden drie tragedies
gespeeld en een satirespel. Er wordt aangenomen dat de tragedie zich
ontwikkelt heeft uit de koorzangen die op religieuze feesten gezongen
werden.
De Griekse komedie bestaat uit stukken van Aristophanes. De komedie is
nogal grof, de karakters potsierlijk. De satire op het leven, de ideeën
en leidende figuren uit die tijd is vaak vlijmscherp. Zelfs de goden
worden gehekeld.
Historici.
Herodotus ca. 400 v. Chr. beschrijft de strijd tussen Griekenland en
Perzië. Zijn werk bestaat uit geschiedenis en pure verhalen. Thucydides
beschrijft op wetenschappelijke wijze de Peloponnesische
-oorlog. Hij ondervroeg
deelnemers en ooggetuigen en gaf de feiten in beknopte
en directe stijl weer. Xenophon beschrijft de terugtocht van de 10.000
Grieken uit Klein Azië.
Filosofen en Geleerden
Een van de grootste is Plato. Hij was behalve filosoof ook staatsman
en dichter. Zijn opvattingen en idealen maken deel uit van de erfenis
van de Westerse mens. Aristoteles baseerde zijn systeem op directe
waarneming en strikte logica. Zijn aanpak maakt hem tot de vader van het
moderne wetenschappelijke denken. Pythagoras wiskundige, trachtte de
aard van alle dingen te verklaren met wiskundige begrippen.. Hippocrates
was arts en docent in medische wetenschap. Groot voorstander van gezonde
voeding en hygiëne. Anaximander bracht als eerste naar voren dar de
aarde als een lichaam in de ruimte zweeft.
Aanbevolen boeken
* Het boek GRIEKENLAND, van Mycene tot Parthenon - Henri
Stierlin - Uitg. van Taschen/Librero.
* Goden en mythen van de ANTIEKE WERELD, ( Egypte,
Griekenland en Rome) Mary Barnett. Uitgave van ADC, Eke-Nazareth,
België.
* Het Oude Griekenland, de bron van de westerse wereld van Furio
Durando Uitgave ZUID Boekproducties. Ongelooflijk mooi boek.
* KRETA, geschiedenis van kunst en folklore. TOUMBIS,
Athene.
Afbeeldingen met de aanduiding "TOUBI'S" komen uit dit boekje.
Het is een gids voor het eiland Kreta met 169 kleurenfoto', kaarten en
plattegronden. Op onze webpagina Kreta verwijzen we geregeld naar dit
boekje. Op Kreta overal in het Nederlands te koop. Jammer dat het zo
slecht gebonden is!
* Museums and Galleries of Greece and Cyprys, Maria Kontou,
Ministerie van Cultuur. Met 165 musea en ca 1000
foto's.
* Agon gids voor Het Griekse Vasteland, Brian de Jogh, nog steeds
een boeiend boek.
* Het zelfde geldt voor Geschiedenis, kunst en leven van de oudheid
tot heden ATHENE, Evi Melas. Cantecleer Kunstreisgidsen.
* Het boek DELPHI van Meletzis en Papadakis, Athens
Zie voor links bij
Griekenland-info
** Uw
accommodatie in Griekenland kunt U goed boeken via
Hotels/Appart./Griekenland. Er zijn meer dan 4000 hotels/appartementen
online boekbaar. Er zijn 2282 hotels online boekbaar.
Laagste prijsgarantie! Makkelijk reserveren. Geen kosten. U betaalt in
het hotel! Let ook op de beoordelingen door gasten die de hotels
bezochten! U kunt de ligging van de hotels via Google Earth bekijken!
|