STADJES OP DE PELION U maakt met Brian de Jongh een onvergetelijk tocht over het schiereiland de Pélion en u maakt kennis met de Goden op de berg Pélion!
Naar regio centraal Gr..
  Naar regio Thessalië. Naar startpagina Griekenland. Naar steden- , regio- en eilandenlijstaz.  Naar uw accommodatie! 

Phthiotisch Thebe  -  Volos  -  Iolkos  -  Demetrias  -  Pagasae  -  Akropolis van Pgasae   -  Dimini   -  Sesko cultuur   -  De Pélion Miliés;   Tsangarada;    Kissos;   Agios IoannisGoden en de berg Pelion;   Zagora;   Choreuto;   Portaria;   Makrynitsa;   Ano-Volos - Pherae  -  Stoomtreintje  -  Bron

    
Het is een gemakkelijke rit van Lamia naar Volos,
het vertrekpunt voor een rondrit langs de dorpen op de Pélion: een paar uur rijden over de tolweg. Vanuit Stylis aan de ondiepe wateren van de Golf van Malis, een van de vele diepe inhammen van de Egeïsche Zee, ziet u aan de overkant de Kallidromon die met een aantal zwierige krullen uitloopt in de Golf van Euboea. Op de bochtige kustweg langs hoge klippen aan de voet van de zuidelijke uitlopers van het Othrysgebergte heeft u af en toe uitzicht op de verlokkelijke wateren van het Kanaal van Oreon tussen Euboea en het vasteland.
Vervolgens komt u in het eentonige kustgebied van de vlakte van Thessalië. Halverwege, aan de linkerkant, ligt het saaie, stoffige stadje Almyros. Langs het kiezelstrand van de modderkleurige zeeboezem staan populieren. Tien kilometer verder neemt u rechts de zijweg naar Volos langs de heuvels waarop in de Oudheid de akropolis van Pyrasos lag.

Phthiotisch Thebe    
Aan uw linkerhand ligt tussen de heuvelrug en de huizenblokken van het kustplaatsje Nea Ankhialos een omheind terrein met opmerkelijke ruïnen. Dit is het vroegchristelijke Phthiotisch Thebe (ter onderscheiding van het veel roemrijkere Boeotische Thebe). In de Oudheid was Pyrasos de voornaamste haven van Thessalië. In de hellenistische tijd maakte het een verschrikkelijk beleg door van Philippos V, een krijgshaftig Macedonisch koning en een tomeloos dronkaard, die het demonstratief omdoopte tot Philippopolis.
De ruïnen dateren voor het merendeel
uit de vroegchristelijke periode. Procopius vermeldt dat Justinianus deze stad in het oudste bisdom van Thessalië belangrijk genoeg achtte om de muren te versterken. Langs een omtrek van ruim drie kilometer zijn nog fragmenten te zien van torens en oude versterkingen.

Vijf basilieken  
Het archeologisch onderzoek naar de overblijfselen uit de vroegchristelijke tijd is nog niet afgerond. Inmiddels zijn vijfbasilieken blootgelegd, waarvan er drie langs de hoofdweg liggen. De bouwfragmenten zijn deels overgebracht naar het bijbehorende museum. Het opgravingterrein is erg onoverzichtelijk.

Basiliek A  
U kunt het beste hier eerst naar toe gaan. Is eenvoudig te herkennen, omdat zij direct ten westen van de weg in de schaduw van dennen en cipressen ligt. In de noordelijke kruisarm staat een ongecanneleerde zuil met een Korintisch
aandoend kapiteel midden op de resten van een vloermozaïek van kiezelstenen met ruit- en cirkelpatronen.
In de abside achter het koor van het bema
(plaats voor het hoofdaltaar), waar in de vierde eeuw de bisschop de mis opdroeg, liggen twee grote kapitelen ondersteboven met fijn lofwerk van acanthusbladeren. Daarachter ziet u sporen van een oude weg. Voorbij het museum, op de geplaveide vloer van wat wellicht een woonhuis is geweest, ligt het allerfraaist gebeeldhouwde kapiteel. Het ondiepe reliëf, een variatie op het acanthusmotief, lijkt wel filigraanwerk, zo fijn is het gesneden.

Basiliek B  
Ten noorden hiervan ligt Basiliek B: niets dan een massa puin. Deze ontstellende verwoesting is, naar men aanneemt, aangericht door invallende horden Slaven die de stad in de zevende eeuw in brand staken.

Basiliek C  
Is de grootste van de drie ligt ten zuiden van basiliek A. Atrium, narthex, schip en bema zijn zelfs door lekenogen vrij gemakkelijk te herkennen. Het grondplan getuigt van de overdreven hang naar ruimtelijkheid die zo kenmerkend is voor de late Oudheid - vooral in het Oost-Romeinse rijk. Alleen van het schip zijn zuilvoeten bewaard gebleven, maar iets zuidelijker staat ook een aantal ongecanneleerde zuilvoeten van een oudere basiliek.

Ten zuidwesten van de narthex   
heeft u leunend over het muurtje langs de zijweg naar de basiliek goed zicht op de resten van een ander bijgebouw met een goed bewaard vloermozaïek. De stijlgeschiedenis van de decoratie van vloermozaïeken gaat ver terug. De allegorische en mythologische genrevoorstellingen uit de hellenistische periode maakten in de Romeinse tijd plaats voor landschappen en natuurtaferelen. Symbolisme en idealisme werden vervangen door een meer natuurgetrouw realisme. In de vroegchristelijke tijd werden de decoraties weer formeler en gestileerder.

Er was duidelijk sprake van een heropleving van het Griekse gevoel   
voor geometrie. We staan hier als het ware aan de wieg van de statische Byzantijnse kunst. Dit vloermozaïek is kenmerkend voor deze stijlperiode. Het schitterende decoratiepatroon bestaat uit medaillons met eenden met groene buiken, hoornen des overvloeds vol fruit, een hert en een kreeft. Op het terrein ligt verder nog een aantal meloenvormige kapitelen met beeldhouwwerk zo fijn als kant.

In het museum is onder andere hellenistisch vaatwerk te zien,   
Romeins glas, rijk bewerkte vroegchristelijke kapitelen en een aantal christelijke stèles waaronder een met een primitieve maar plastische voorstelling van een overledene die te paard een personificatie van de Dood tegemoet rijdt.

Volos    
In het Grieks: Bólos, is een havenstad. Het is de hoofdstad van het district, nomos,  Magnesía, Thessalië, aan de voet van de Pélion of Pilio die  1651 m hoog is . De stad ligt  aan de Pagasitische Golf ( Egeïsche Zee). Volos is de bakermat van een groot aantal mythologische verhalen. De stad werd in 1955 door een aardbeving verwoest.
De geschiedenis van de stad gaat terug op de nederzetting Iolcos, ca. 2500 v.C.. Later is Volos hoofdstad en belangrijkste havenstad van Myceens Thessalië. In de 3de eeuw v.C. werd het belang van de stad ondergeschikt aan het Macedonische Demetrias.
Het is de belangrijkste haven van Thessalië.
Centrum van handel en industrie vooral agrarische producten en  textiel. De stad is zetel van een Grieks-orthodox aartsbisschop. Archeologisch museum. In de oude stad bevinden zich de resten van twee Myceense paleizen, opgravingen sinds 1956. In de nabijheid van de stad bevinden zich de resten van Dimini en Sesklo.

Iolkos     
Aan de westkant van de stad is Iolkos opgegraven, waar in de Oudheid Iason woonde. Van de hoofdweg naar Larissa slaat u rechtsaf de Papapyriazistraat in en vervolgens af naar het heuveltje van de Agioi Theodoroi boven een steenbakkerij. Het is duidelijk dat de akropolis op een strategisch punt lag bovenin de Golf van Pagasae. In plaats van de goed aangelegde straten (Apollonius Rhodius), waar Iason leefde in een huis met vele bedienden, mannen en vrouwen en kostbaar huisraad, liggen er nu alleen nog wat aardhopen en resten van middeleeuwse muren. Strabo gelooft dat de stad al heel vroeg werd verwoest.
Er is weinig dat aan het verleden herinnert.
Het enige dat nog te herkennen is, is de drooggevallen bedding van de Anauros. Toen Iason eens op een regenachtige dag deze rivier doorwaadde, zag hij een oude vrouw die zich moeizaam staande hield in de gezwollen wateren. Hij schoot haar te hulp en droeg haar op zijn rug naar de overkant. Daar aangeland maakte ze zich bekend als Hera en beloofde ze voortaan als zijn beschermvrouwe op te treden.

Het museum in de Athanasikistraat,   
heeft een schitterende collectie van ca. driehonderd beschilderde stèles uit Demetrias. Tot de meest opmerkelijke exemplaren behoren een stram geposteerde hoofdloze krijgsman, nr. 235, Choirele, nr. 55, en een elegante compositie met drie figuren, nr. 355. Er zijn ook onbeschilderde stèles: uit de laat-Romeinse tijd onder andere een compositie van een mansfiguur en twee vrouwenfiguren met daarboven druiventrossen en een slang van Asklepios, nr. 388, en een kind geflankeerd door twee vrouwenfiguren, nr. 422.

Deze primitieve en weinig uitgewerkte,   
maar toch sprekende reliëfs vertonen een duidelijke stijlverwantschap met de zogeheten 'expressionistische' vroegchristelijke beeldhouwkunst. Daarin stond niet langer het Helleense ideaal van charme en gratie voorop, maar het verlangen uitdrukking te geven aan een diepe innerlijke emotie. Er is ook een mooie kleine torso van Aphrodite, nr. 715.
In de uitstekende nieuwe opstelling
van de oeroude prehistorische voorwerpen uit het Paleolithicum en Neolithicum die in de omgeving zijn gevonden, worden allerlei aspecten belicht van het dagelijks leven uit die tijd en is een reconstructie te zien van een doorsnede van een opgraving. Ook is een zaal gewijd aan reconstructies van graven uit de Myceense tot en met de klassieke periode, compleet met skeletten en grafgiften.

OMGEVING VOLOS
Demetrias en Pagasae
     
Via de kustweg ten zuiden van Volos komt u bij de ruïnen van Demetrias en Pagasae. Deze complexen zijn archeologisch van groot belang, maar de terreinen zijn voor publiek gesloten. In de Oudheid stond Demetrias bekend als een protserige stad. De stichter, Demetrios Poliorketes, en een van de meest briljante persoonlijkheden in de hellenistische periode, had zijn militaire loopbaan besteed aan grootscheepse veldtochten tegen de Diadochen (de opvolgers van Alexander de Grote).
In zijn privé-leven heeft hij zich behoorlijk misdragen.
In Athene ging hij zich te buiten aan allerlei liederlijke losbandigheden, waarbij hij zelfs het heiligdom van het Parthenon niet ontzag. Zijn passie voor Lamia, een prostituee op leeftijd, was zo groot dat hij een tempel aan haar wijdde. Een andere keer stond hij in vuur en vlam voor een Atheense jongeling. Deze was niet gediend van 's konings avances en vluchtte in een badkamer, waar hij in een ketel kokend water sprong en aldus, zo zegt Ploutarchos, 'een voortijdige en onverdiende dood vond, die echter het land en zijn schoonheid waardig was'.

Op munten uit die tijd is Demetrios,   
in navolging van zijn favoriete god Dionysos, afgebeeld met horentjes. Maar ondanks zijn 'begeerte en zinnelijkheid', vervolgt Ploutarchos, was hij vindingrijk, doortastend en had hij een 'heroïsche blik en een fiere Koninklijke houding'. Ten westen van de weg (rechts) is in een schelpvormige plooi in de heuvel een antiek theater uitgehold. De onderste treden zijn nog bekleed met stenen zetels en de uitzonderlijk grote orchestra beslaat meer dan een halve cirkel, waarschijnlijk in overeenstemming met de smaak van de pronkzieke opdrachtgever. Rond het terrein Egt op de helling een vervallen ruitvormige ommuring met torens. Voorbij het theater vervolgt u de weg in oostelijke richting.

Akropolis van Pagasae     
De eerste afslag rechts leidt naar de akropolis van Pagasae. Deze ruïnen zijn veel ouder en eerbiedwaardiger dan die van het ordinaire Demetrias, maar er is hier zo mogelijk nog minder te zien: slechts wat fragmenten van antieke muren. Op de lage heuvel boven een zoutpan staat een witgepleisterd kerkje. In het noorden rijzen de voorlopers van de Pélion steil op uit de zeeboezem die zijn naam, Pagasitische Golf, ontleent aan deze prehistorische stad.
Beneden aan het strand,
waar nu een paar eenvoudige taverna's staan, werd de Argo gebouwd waarmee Iason en de Argonauten het ruime sop kozen. Volgens het orakel van Delphi zou het land van Iolkos pas weer vrede en voorspoed kennen wanneer het gulden vlies (de huid van de gouden ram op wiens rug Phrixos naar Kolchis was gevlucht toen hij en zijn zuster Helle geofferd dreigden te worden) met een door helden bemand schip werd teruggehaald.

Het waren zeker niet de minsten aan boord van de 'Argo':   
Tiphys als stuurman en Nauplios als navigator; Meleager van Kalydon en Polydeukes met zijn tweelingbroer Kastor; Amphiaraos de ziener, Boutes de bijenmeester en Idmon de vogelwichelaar; Herakles, die volgens Apollodoros zo zwaar was dat het schip zelf 'met menselijke stem' verklaarde dat het hem niet kon dragen, en vele anderen. Aan het roer zat Orpheus te tokkelen op de snaren van zijn lier.  

Dimini    
Is een historische plaats in Thessalië, bij Bolos, in de omgeving waarvan in het begin van deze eeuw een versterkte nederzetting is opgegraven. De Diminicultuur komt over een met het late Neolithicum van het Griekse vasteland en valt samen met  het einde van het vierde millennium.

Binnen enkele concentrische ovale muurwerken   
waarvan de buitenste een omvang heeft van 90 m × 110 m,  bevinden zich diverse kleine huizen en één centraal, iets groter gebouw, van het megarontype, binnen een zware ringmuur, die een ‘hof’ omsloot. De gehele fortificatie is een vroege voorloper van de veel latere Myceense burchten.

Sesklo-cultuur,
Is een prehistorische cultuur in Thessalië, genoemd naar een ruïneheuvel ten westen van Volos.  De vindplaats Sesklo vertoont vier woonperioden. Alleen de onderste lagen in de heuvel zijn typisch voor de Sesklo-cultuur; hogerop komen overeenkomsten met andere neolithische culturen, als die van Dimini, voor. Uit de eerste periode zijn huizen met stenen fundamenten en wanden van met klei besmeerd vlechtwerk bekend, verder vrouwenbeeldjes van gebakken klei, alsmede stempels, ook van aardewerk, die meestal een patroon van een veelvuldig kruis vertonen.

Deze elementen komen waarschijnlijk uit Klein-Azië.   
Ander contact met verwijderde streken kan worden afgeleid uit gevonden werktuigen van obsidiaan, waarvan de naast bijzijnde vindplaats het eiland Milos is. Het Sesklo-aardewerk is meestal in de vorm van schalen en kannen met hengsels, rood beschilderd op een lichtgele ondergrond. De motieven zijn vaak gecompliceerd en vertonen trapachtige vormen en driehoeken. In de tweede periode kreeg de nederzetting een burchtmuur.

DORPEN OP DE PELION
     
Pélion is een bergachtig schiereiland dat de Pagasaeïsche Golf scheidt van de Egeïsche Zee. Deze streek was de woonplaats van de centauren.  Iason begon hier zijn Argonautentocht om het Gulden Vlies te veroveren.

Volos is het uitgangspunt voor een rondrit
langs de dorpen op de Pélion. Tijdens de Turkse bezetting ontwikkelde zich een heel eigen boerse bouwstijl met duidelijk Macedonische trekken. In de kastanjebossen liggen dorpjes met landelijke kerkjes en hoge witte vakwerkhuizen met overstekende bovenetages.
Een tocht langs de meest markante plaatsjes duurt twee dagen.   
Wanneer u tegen de klok inrijdt, kunt u het beste overnachten in Tsangarada. Overigens kunt u evengoed de tegenovergestelde route nemen. Vanuit Volos vertrekken dagelijks bussen naar de belangrijkste dorpen. De weg onderlangs, rechtsom in zuidoostelijke richting, volgt de kustlijn. Langs de kust en in het binnenland liggen kleine gehuchten te midden van olijfgaarden en tuinen met rozen, waaruit een welriekende olie wordt gedestilleerd, reusachtige dahlia's en canna-lelies. In het begin van de zomer worden de zilverige olijfbossen opgefleurd door roze en blauwe hortensia's, als bloemkolen zo groot.
 
Miliés     
Na twaalf kilometer neemt u een zijweg omhoog naar Miliés. Tijdens de Turkse overheersing was hier een van de belangrijkste bibliotheken van Griekenland gevestigd. Ook was er een school waar in het begin van de negentiende eeuw aardrijkskunde, scheikunde en natuurwetenschappen werden onderwezen. Gedurende het Osmaanse tijdperk hielden patriottische geleerden op de Pélion de Griekse literaire traditie levend. De inwoners van deze streek hebben zich nooit door de veroveraars laten inpalmen. En hier in Miliés werd in 1821 het sein gegeven tot de opstand van Thessalië.

Naar het zuiden  
U vervolgt de bochtige weg door de met heide bedekte heuvels. Nu eens heeft u uitzicht op de Pagasitische Golf in het westen, dan weer op de open zee in het oosten, waar, op enkele kilometers uit de kust Skiathos en Skopelos liggen, twee van de lieflijkste eilandjes in de Egeïsche Zee. De bodem heeft een merkwaardige paarsrode kleur.
Spoedig komt u bij een splitsing.
U kunt hier nog verder zuidwaarts rijden naar de sikkelvormige landtong van Trikeri. De voorouders van de huidige kaïkbouwers deden met hun zwaargeribde schepen alle havens van de Oriënt aan. In de verte ligt Euboea met kaap Artemision, waarin 480 v.C. de logge armada van Xerxes in een slagorde van acht evenwijdige rijen klaar lag voor de eerste grote slag tegen de veel wendbaarder triremen van de Grieken.

U kunt ook direct de bergrug oversteken.   
Plotseling heeft u dan een adembenemend uitzicht op de berg Athos, die als een door de zeedamp vervaagde zinsbegoocheling naar de hemel reikt. De heide heeft hier plaatsgemaakt voor groenblijvende vegetatie.
 
Tsangarada    
In eindeloze bochten slingert de weg zich langs loodrecht aflopende kloven naar Tsangarada, een nederzetting van boerderijen die verspreid liggen in een woud van eiken en kastanjes op 472 meter hoogte. Het Xenias-hotel biedt uitzicht op beboste ravijnen die steil naar zee aflopen. Varens en doornstruiken tieren er welig; in de herfst is de bodem bedekt met paddenstoelen en in de winter is de regenval hier het zwaarst van heel Griekenland.
Overal hoort u het geluid van stromend water
- heerlijk helder water dat in dikgerande drinkbekers wordt geserveerd. De Grieken drinken water niet alleen omdat het lichaam een zekere hoeveelheid vocht nodig heeft. Ze genieten het met smaak, als fijnproevers, en vergelijken het water van de verschillende bronnen - een waarlijk beschaafd gebruik, dat teruggaat tot Homeros. Onder Tsangarada ligt zeven kilometer verder Milopotamos, het eerste van de drie met bomen omzoomde zandstranden langs de noordkust van de Pélion.

Kissos     
Vanuit Tsangarada rijdt u op grote hoogte naar het westen verder. Via Mouresi (Moerbeiendorp), waar felgekleurde stokrozen en hortensia's bloeien in lommerrijke priëlen, komt u in Kissos. Dit levendige dorpje heeft, veel meer dan Tsangarada, een uitgesproken dorpskern. 's Zomers waait er een koel briesje met de geur van zondoorstoofd gras en rijp fruit.

Agia Marina   
In het hart van het dorp staat de Agia Marina. Marina was een vrome dame uit Bithynië die als jongen vermomd in een mannenklooster woonde en er valselijk van werd beticht de dochter van de plaatselijke herbergier zwanger te hebben gemaakt. De kerk is een lage, driearmige basiliek en de klokkentoren heeft drie met bogen opengewerkte geledingen.
Binnen zijn de wanden bedekt met post
- Byzantijnse fresco's van Pagonis, een schilder uit een boerenfamilie uit de streek, die heel wat kerken op de Pélion heeft gedecoreerd. De voorstellingen en de schildertrant doen boers aan. Pagonis laat zich weinig gelegen liggen aan de strikte en onbuigzame regels van de Byzantijnse iconografie.

De dogma's van de religieuze schilderkunst   
worden met voeten getreden door het bijgeloof. Vanaf de kapitalen steken demonen brutaal hun misvormde tongen naar ons uit. De blinkend vergulde iconostase doet wellicht wat opzichtig aan, maar de details van het snijwerk zijn bijzonder inventief. een maaswerk van bloesems, ranken, parmantige hertenbokjes en gestileerde leeuwen. Rechts van de iconostase is een merkwaardig fresco van een kerk hoog op een dunne rotspilaar. Misschien heeft de schilder ooit wel de rotskloosters van Meteora bezocht.
 
Agios Ioannis     
Voorbij Kissos slingert de weg door de kastanjebossen voort en rijdt u rond een ontzagwekkend ravijn in het steilste gedeelte van de berg. Nu en dan is er een open plek in het woud, die als opengewerkte omlijsting dient voor een vergezicht op de uitgestrekte, ononderbroken zee. Een zijweg naar het noorden daalt af naar Agios Ioannis. Langs het met pijnbomen omzoomde zandstrand, waar 's zomers veel dagjesmensen uit Volos vertoeven, ligt een aantal taverna's. De kaïks die langs de kust tuffen zijn te huur.



De hoofdweg gaat door naar Zagora.   
Het gebied waar u nu door rijdt was volgens de legenden bevolkt door kentauren, die half man, half paard waren en afstamden van de godslasterlijke Ixion. Deze had de euvele moed gehad de Koningin der Hemelen te verleiden en werd prompt aan een brandend rad in de onderwereld gebonden dat ten eeuwigen dage blijft ronddraaien. De verlaten open plekken in het woud zijn bedekt met een tapijt van geveerde varens. In de schaduw onder de verstrengelde takken is alles roerloos.

De goden en berg Pélion    
komt al in de oudste mythen voor. Eerst zetten de titanen de Ossa er bovenop in hun stoutmoedige poging de goden op de Olympos te belegeren. Later verraste Apollo - die zijn vader Zeus, wat wellust betrof, bijna naar de kroon stak - op de Pélion tijdens een van zijn amoureuze escapades de jageres Kyrene terwijl zij met een leeuw vocht en voerde haar mee naar Afrika. Ook de beroemde bruiloft van Peleus en Thetis, de ouders van Achilles, werd hier gevierd. Peleus was de aanvoerder van de Myrmidonen, een leger van in krijgslieden veranderde mieren, en Thetis was een Nereïde die onder de zeespiegel leefde.

Thetis  
Zij was een humeurige, snobistische vrouw met puriteinse trekjes, die de gewoonte had haar kinderen te koken om te zien of ze wel onsterfelijk waren. Maar van haar akeligste kant liet ze zich toch wel zien in de tijd dat Peleus haar het hof maakte. Met een gemaakte preutsheid deed ze aanvankelijk als of ze niets van zijn toenaderingspogingen wilde weten en nam ze de gedaante aan van vuur, water en diverse wilde beesten; vervolgens veranderde ze zich in een zeekat en bestond ze het haar vrijer inkt in het gezicht te spuiten. Uiteindelijk gaf ze zich natuurlijk toch gewonnen, maar zelfs na hun huwelijk bleef ze nog mokken - Sophokles noemt haar 'stemloos'- en toen Peleus er in slaagde te voorkomen dat ook hun zevende kind, Achilles, werd gekookt, ging ze er hoogst gepikeerd vandoor.
Homeros schildert Thetis wat vriendelijker af,
en Pindaros omschrijft haar als een verleidelijke vrouw. Hieruit blijkt maar weer wat een faliekant tegenstrijdige opvattingen de Griekse dichters soms hadden van de karaktereigenschappen van hun goden. De afschrikwekkende Nereïden uit de hedendaagse folklore, die allerlei dierlijke gedaanten kunnen aannemen om onschuldige stervelingen te kwellen, hebben precies dezelfde eigenschappen als de mythologische Thetis. De Griekse mythologie werkt vooral op de Pélion nog volop door in het christelijke volksgeloof.

Cheiron  
Een sympatiekere figuur uit de legenden rond de Pélion is de wijze oude kentaur Cheiron. Deze arts, geleerde en profeet woonde in een grot vlak onder de top van de berg, waar een overvloed van geneeskrachtige kruiden groeide. Als leraar was hij destijds zeer gezien, en hem werd de opvoeding toevertrouwd van zulke aanzienlijke jongemannen als Asklepios, Achilles en Iason. Hij besteedde veel aandacht aan lichamelijke conditie en karaktervorming en zette Achilles op een dieet van mergpijpen van reekalveren om hem sneller te laten lopen en ingewanden van leeuwen om hem met moed te bezielen.

Zagora  de parel van de Pélion    
Net als in Tsangarada klinkt hier overal het geruis van beekjes die tussen met venushaar begroeide oevers stromen. In de boomgaarden worden perziken, peren en pruimen geteeld waarvoor in Athene goede prijzen worden gemaakt. De wilde aardbeitjes kunnen helaas niet zo goed worden vervoerd. Onder het Turkse bewind had Zagora een plaatselijk zelfbestuur, en evenals Miliés was het een centrum van wetenschappen.
De oude huizen van Zagora hebben als bescherming
tegen eventuele vijanden over twee verdiepingen een blinde muur. De derde verdieping steekt over en is gedekt met ongelijkvormige leistenen pannen. De nogal typische, vaak aandoenlijke volkskunst behield ook onder de Turken haar eigen karakter en werd nauwelijks beïnvloed door de heersende modes. Dat is heel goed te zien in twee achttiende-eeuwse kerken.

De architectuur van de Agia Kyriaki ('Heilige Zondag')   
is typerend voor de basilieken op de Pélion. In de wand van de abside zijn platen geglazuurd aardewerk ingemetseld en geboetseerde tulpen (hieruit blijkt wel degelijk een Turkse invloed). De Agios Georgios staat op een geplaveid plein en is eveneens een basiliek met drie beuken. Aan de westzijde is een exo-narthex toegevoegd in de vorm van een houten colonnade met een leien pannendak. Deze loopt gedeeltelijk door langs de noord- en de zuidkant (ook dat is kenmerkend voor de kerkarchitectuur op de Pélion).
 
De absides zijn aan de buitenzijde verfraaid   
met drie rijen halfzuilen waarvan de kapitalen zijn bekroond met driepassen. Daartussen zijn platen marmer aangebracht met een bas-reliëf van geometrische figuren, rozetten, spiralen en met kruisen bezette bolvormige patronen. Binnen is er een rijkbewerkte, vergulde iconostase, eveneens uit de achttiende eeuw, die eruitziet als filigraanwerk. De preekstoel is zo groot en geornamenteerd als ik zelden in een dorpskerk heb gezien. Aan de zuidmuur hangt een epithaphios met een prachtig zeventiende-eeuws borduursel van het opgebaarde lichaam van Christus.
 
Choreuto     
Vanuit Zagora gaat een smalle weg
in haarspeldbochten naar beneden naar Choreuto (de danser). Dit dorpje bestaat uit een aantal verlaten oude huizen en een taverna. Het ligt aan een strand dat deels uit zand, deels uit kiezel bestaat en is bekend om zijn schelpdieren. Rond het dorp liggen olijfgaarden en bongerds met peren- en appelbomen. In het oosten wordt de achtergrond gevormd door de schemerige bossen op de steil oprijzende bergwand. Boven Zagora rijdt u omhoog door een aanplant van walnotenbomen. Aan de overkant van een kloof is een getrapte waterval.
U komt door de berkenbossen op de bergrug, rijdt onderlangs de top van de Pélion, waarop een radarstation staat, passeert de skipistes waar ook de grot van Cheiron zou liggen, en daalt vervolgens over een bochtige weg weer af naar de Pagasitische Golf.

Portaria  
is een vakantieoord met een Xenias-hotel en een kerkje met vuil geworden zestiende-eeuwse fresco's. Het is inderhaast uitgebreid met een aantal lelijke moderne villa's.
 
Makrynitsa     
Vanuit Portaria gaat een zijweg langs een steil aflopend ravijn naar Makrynitsa twee kilometer verderop. De hoge vakwerkhuizen met hun leien daken, waarvan er hier nog meer zijn dan elders op de Pélion, zijn gegroepeerd op verspringende terrassen. De hoofdingang is daarom veelal op de bovenste verdieping. In deze oude archondiki woonden vroeger de welgestelde landheren (archonten). Anders dan de meeste dorpen op de Pelion is Makrynitsa gecentreerd rond een plateau dat een belvédère vormt over het ravijn. Op dit dorpsplein ligt in de schaduw van de platanen een caféterras.

Aan het plein staat de kapel van Agios Ioannis.   
De decoratie aan de buitenzijde van de abside bestaat uit marmeren zuilen afgewisseld met platen met primitieve maar originele reliëfs: een versierd kruis, een zon en maan, een cipres, een gehurkte figuur en lofwerk. De kerkklok hangt aan een tak van een plataan.
Op het plein staat een marmeren fontein
met reliëfplaten en een koperen waterspuwer. Iets hoger ligt aan een hof met een cipres en een kastanjeboom de Panagia ('Mariakerk'), die na een recente aardbeving is gerestaureerd. Boven het marmeren deurkozijn aan de zuidzijde bevindt zich aan de buitenkant een achttiende-eeuws fresco van Maria met Kind op een rijk bewerkte, barokke troon. De drie absides zijn gedecoreerd met plaquettes met reliëfs.
Het meest opmerkelijke tafereel stelt een leeuwenjacht voor met een door vier paarden getrokken strijdwagen en een verdwaald vogeltje verschoten in de rechterhoek. In de kerk is een fraai dertiende-eeuws marmeren reliëf van de Biddende Maagd.
Tijdens de Turkse bezetting   
werd in twee boven elkaar liggende, aangrenzende kapellen in het geheim lesgegeven in geschiedenis en theologie. Leraren en priesters propageerden de helleense cultuur en het orthodoxe geloof. In Makrynitsa oefenden zij hun clandestiene praktijken uit onder de ogen van de bezetters. Van het fort van Volos wapperde immers de Halvemaan.

Ano-Volos     
De afdaling gaat verder. In de zuidelijke uitlopers van de Pélion ligt Ano-Volos. Tussen de boomgaarden staan hoge huizen met paddestoelvormige daken. Op een soort boerenerf onder de grote rots van Makrynitsa staat het Archondiko Kondou. Op de bovenste verdieping van dit huis is zestig vierkante meter ingeruimd voor de fresco's van de excentrieke boerenschilder Theophilos Chatzimichailis, een laat-negentiende-eeuwse 'primitief' die in heel Oost-Griekenland langs de deuren ging. Hij zong onder het schilderen en vroeg geen andere betaling dan een vergoeding van zijn materiaal kosten. Hij ging gekleed in fez, plooirok, nauwsluitende wollen kousen en tsarouchia (Turkse muilen).
Soms verkleedde hij zich als Alexander de Grote,   
die in de folklore een belangrijke rol speelt en als een Griekse St. Joris het land zou hebben verlost van een draak. Alhoewel in zijn fresco's elk gevoel voor proportie en perspectief ontbreekt geven ze dikwijls een waarheidsgetrouw beeld van zijn tijd en omgeving. Bovendien zijn de decoratieve details gebaseerd op een nauwkeurige, bijna klassieke waarneming. Theophilos’ onderwerpen betreffen meestal episoden uit de Vrijheidsoorlog (o.a. een aantal schitterend uitgedoste, tot de tanden bewapende militairen met starre blikken en vervaarlijke snorren).
De gestileerd weergegeven taferelen komen tot leven door een grillige verfbehandeling gecombineerd met een gedurfd kleurgebruik. Ook mythologische onderwerpen komen aan de orde.

Tegen de achtergrond van een Grieks tempeltje   
staat Hermes in een blauwe mantel klaar om af te reizen op een van zijn goddelijke missies; Aphrodite verrijst met een drietand in de hand uit het schuim der zee. Wat deze fresco's vooral zo aantrekkelijk maakt, zijn de decoratieve details: een giraf, kauwend op palmbladeren; een blauwe pauw met een smaragdgroene staart naast een sierpot met rozen; een fries van eenden en vissen in een beekje in de schaduw van blauwe en gele bloemen. Heel licht en sprankelend is het grote gezicht op Makrynitsa, waarop de oplopende huizen zijn weergegeven als kleine doosjes.

Velestino in de oudheid Pherae    
Vanuit Volos rijdt u door de vlakte naar Larissa.
Vlak voorbij de eerste kruising met de grote weg naar het noorden gaat er linksaf een weggetje naar het zuiden naar Velestino. Op de plek van dit dorpje tussen de appelboomgaarden lag in de oudheid Pherae. Dit werd in de vierde eeuw v.C. geregeerd door een reeks bloeddorstige tirannen, die in midden-Griekenland een schrikbewind voerden en dank zij wie Thessalië een mogendheid werd waarmee terdege rekening moest worden gehouden.

De eerste van hen was Iason   
(niet te verwarren met de mythische aanvoerder van de Argonauten), door Xenophon omschreven als 'de grootste man van zijn tijd'. Hij had een opvliegend en praalziek karakter. In Delphi offerde hij eens duizend stuks rundvee en nog ruim tweeduizend andere dieren. Hij werd, evenals zijn opvolgers, vermoord. Wat wreedheid betreft spande zijn bandeloze en grof bespraakte neef Alexander de kroon. Diens enige godsdienstoefening bestond uit een eredienst rond de speer waarmee hij zijn oom had gedood. Hij werd op zijn beurt omgebracht door zijn vrouw, die met haar drie broers een komplot had gesmeed. Zijn lichaam werd volgens Ploutarchos 'misbruikt, naar buiten geworpen en door de Pheraeërs vertrapt'. Na deze moord taande de macht van de Thessalische despoten, en het duurde niet lang of het land werd door Philippos van Macedonië onderworpen.

Naast het piepkleine parkje is een ondiepe vijver   
met een bezegelde bodem, begroeid met zegge. Dit plekje is door de negentiende-eeuwse schilder Edward Dodwell afgebeeld in een van zijn meest innemende 'Views of Greece'. In die tijd stonden er rond de vijver nog minaretten en bomen, onder andere een palmboom, en op de voorgrond een gebroken zuil. Ervan uitgaande dat Dodwell deze zuil er niet heeft bij verzonnen, mogen we aannemen dat dit de plaats was van de bron van Hypereia, die in het centrum van de oude stad lag. En misschien stond hier ook wel het paleis van Admetos 'bij de zoetvloeiende stroom... die ontspringt in het meer van Karia'.
Aan het hof van Admetos moest Apollo voor straf
een jaar lang de Koninklijke kudde hoeden omdat hij een cycloop had gedood. In zijn vrije tijd speelde hij zulke mooie wijsjes op zijn lier dat - nog steeds volgens Euripides -leeuwen uit hun legers op het 'ruige voorhoofd van de Othrys' werden gelokt, afdaalden naar de vlakte en tam toezagen hoe 'de gevlekte hinden met speelse sprongen ronddartelden'. Tussen de koning en de god bloeide een hechte vriendschap op. Het land voer er wel bij, want Apollo zorgde dat alle koeien tweelingen wierpen. Dat werd als een goed voorteken beschouwd en bovendien zouden tweelingen bevorderlijk zijn voor de vruchtbaarheid (Apollo was zelf de helft van een tweeling).

Ten paleize was Admetos inmiddels   
bij alle agitatie rond de voorbereidingen voor zijn huwelijk met Alkestis vergeten een offer te brengen aan Artemis, Apollo's tweelingzuster. De godin gaf haar misnoegen onverwijld te kennen. Toen Admetos gezalfd en omkranst het bruidsvertrek binnentrad, merkte hij dat hem in het bruidsbed geen bekoorlijke naakte bruid wachtte, maar een warrige knoop sissende slangen. Hij negeerde dit voorteken en vermeide zich met Alkestis. Het duurde echter niet lang of de Morae (Schikgodinnen) oordeelden, op aandringen van Artemis die het, als alle Griekse goden, niet kon uitstaan wanneer men haar veronachtzaamde, dat de tijd was gekomen dat hij moest boeten voor zijn nalatigheid. Maar Apollo kwam voor zijn vriend op en het de drie oude vrouwen die beschikken over de levensdraad zoveel wijn drinken dat zij erin toestemden Admetos gratie te verlenen.
Op één voorwaarde:
zijn plaats in het rijk van Hades moest door een andere sterveling worden ingenomen. Onmiddellijk meldde de schone jonge Alkestis zich uit eigen beweging aan. Admetos ging zonder bedenkingen op haar nobele aanbod in - een typisch voorbeeld van de traditionele ongelijkheid tussen man en vrouw die in verschillende opzichten tot op de dag van vandaag in de Griekse samenleving opgeld doet. Maar Alkestis werd voor haar zelfopoffering beloond toen Herakles, ook een vriend van haar man, haar redde uit de armen van de Dood. H.J. Rose plaatst bij dit verhaal een interessante kanttekening. Hij wijst erop dat de Schikgodinnen dronken kunnen worden en zelfs de Dood in een gevecht van man tot man kan worden overwonnen.

Er zijn weinig mythen die zo duidelijk het antropomorfe karakter   
van de Griekse goden illustreren. In de Griekse religie is niets lichamelijks de objecten van verering vreemd. Uit de Oudheid zijn hier nog slechts wat resten over van een tempel van Herakles en van de Larissapoort van de oude akropolis ten noorden van Velestino.
In de achttiende eeuw was Velestino de geboorteplaats
van een vurig patriot met een literaire inslag: Rigas Pheracos. Deze installeerde in Wenen een drukpers voor de verspreiding van opruiende literatuur. Vanwege zijn krijgsliedjes, met name zijn Oorlogshymne, die officieus de status verwierf van volkslied, leefde hij generaties lang voort in de harten van de Grieken. Hij werd verraden door een landgenoot en gevangengenomen door de Turken, die hem in Belgrado in de Donau verdronken.
Op het laatste stuk naar Larissa,
door de eentonige vlakte van Thessalië, valt weinig te zien. Bij de richtingaanwijzer naar Rizomilos kunt u het beste de grote weg weer nemen. In het noorden strekte zich aan de voet van de Ossa het nu gedraineerde ondiepe meer van Karia uit.

Stoomtrein 
  
Het stoomtreintje "Jason" verbindt Volos met Miliés en loopt door Pilion. Een eeuw geleden maakte het treintje zijn eerste rit al. Ontwerp en aanleg waren in handen van Evaristo de Kiriko. De rit voert langs groene hellingen, kloven, boogbruggen en klein tunnels. Het is een weekend toeristische attractie en de route is dikwijls beperkt van Miliés tot Ano Lehonia. Van te voren dus eerst informeren!

De treinstations in Milies en Ano Lehonia zijn gerenoveerd.  
Om het treinstation in Milies te bereiken moet u vanaf het centrale plein in Miliés een met keien bestraat pad gelegen bij het postkantoor afdalen.
Vlak bij het station is een oorlogsherdenkings monument voor de 29 inwoners van Miliés die hier in 1942 door de Duitsers zijn geëxecuteerd. 

Bron: Brian de Jongh. Agon gids voor het Griekse vasteland. Antiquarisch wellicht nog verkrijgbaar.

** Uw accommodatie in Griekenland kunt U goed boeken via  Hotels/Appart./Griekenland. Er zijn 2282  hotels/appartementen online boekbaar.
** Uw accommodatie op een van de Griekse eilanden kunt U goed boeken via Hotels/Griekse/Eilanden. Er zijn 1535  hotels/appartementen online boekbaar. 

** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”! 
** U vindt er o.a.:
  Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets