|
Bij de Egyptenaren was de canope een grafvaas die het geboetseerde hoofd van de gestorvene als deksel had en waarin de ingewanden, die bij het mummificeren uit het lichaam werden verwijderd, bewaard konden worden. Lever, longen, maag en organen van het onderlichaam werden van elkaar gescheiden en in vier aardewerken kruiken bewaard. Bij de Etruskische canopen uit Chiusi daarentegen gaat het om een urn met een deksel in de vorm van een menselijk hoofd of een urn in de vorm van een menselijke gestalte. Ze werden als teken van verering vaak op een bronzen of aardewerken troon gezet en in een grotere grafvaas ingegraven. Ze laten in gelaats- trekken, kapsels en houding zeer nadrukkelijke karakteriseringen zien. Deze vazen zijn absoluut niet vergelijkbaar met de latere portretkunst van de Romeinen: ze verwijzen naar de pogingen een algemenere fysionomische uitdrukking te verkrijgen en misschien zelfs naar pogingen psychologische kenmerken in de menselijke trekken weer te geven |
![]() Chiusi, regio Toascane of Toscana,
Italië Een fraai voorbeeld van de kunstproductie in Chiusi is het reliëf op
een cippus (vierhoekige spitse zuil, vooral op graven) van zandsteen,
een decoratief gebeeldhouwde grafsteen. Het reliëf toont een rituele
begrafenisstoet; muziek en dans moesten de tocht naar het hiernamaals
begeleiden. De cippi werden vaak voor de grafkamer opgesteld. Op de
vierkante sokkel stonden in de regel beelden: portretten of symbolen van
de gestorvene. In de voor die tijd in Chiusi typische kunst van het
vlakreliëf zijn de figuren levendig en in een ritmische beweging
weergegeven. Vooral de zwevende passen, de vreugdevolle blikken van de
fluitspelers en de toegewijde gelaatsuitdrukking van de danseres maken
veel indruk. |
29-okt-2011 |