|
FLORENCE,
nader bekeken
Aanbevolen om
"Vooraf" bij Barok - Schilderkunst te lezen!
Rond Piazza del Duomo
Duomo Santa Maria
del Fiore - Campanile
-
Battistero San
Giovanni -
Museo dell'Opera del Duomo -
Or San Michele -
Bron -
Terug
naar Florence
DUOMO SANTA MARIA DEL FIORE
Naast die van Rome en Milaan is de Santa Maria del Fiore een van de
grootste domkerken van het christendom. In 1296 begon Arnolfi di Gambio
(rond 1245- 1302) met de bouw. Op zijn laatst in 1417 begon
Filippo Brunelleschi (1377-1446) met het ontwerp van de
koepel. In 1471 werd eindelijk de
gouden
koepel geplaatst. De voorgevel werd pas in de 19e eeuw van
marmer voorzien. Een blik langs de zuidkant laat de bekleding van de aan
de maagd Maria gewijde kerk met wit, groen en roze marmer zien. De
heldere indeling en de blindbogen in de koorkapellen zijn geïnspireerd
op het baptisterium. De kruisvormige centraalbouw heeft een koor met een
enorme koepel, drie apsissen en twee sacristieën die perfect aansluiten
bij de achthoekige plattegrond. De kleinere koepels van de koorkapellen
en de 'exedra' boven de sacristie vangen de last onder de tamboer op,
die tegelijkertijd de zeer extreme hoogte van de koepel van 116 m
mogelijk maakt. Acht marmeren ribben lopen van de tamboerhoeken naar de
bekroonde lantaarn en worden daar voortgezet in de stutten. De
verbinding van constructieve met esthetische elementen lijkt
vanzelfsprekend, maar is hier evenwel volkomen nieuw.
Interieur
Het middenschip van de dom dat 153 m lang en 38 m breed is en twee
zijschepen heeft, wordt bepaald door de originele kleuren en de
eenvoudige, strenge vorm. De enorme proporties geven het midden- schip
met de kruisribgewelven het karakter van een hal. Grote spitsboogarcaden
en helder geordende pilaren geven het middenschip een bepaald ritme.
Boven de arcaden verbindt een gang op stevige consoles als een sterk
gebint het middenschip met het koorgedeelte, de apsis en de grote
koepeloctogoon en zorgt voor een sterk horizontaal accent en voor
eenheid. De bijzonder zware muren van de octogoon, die volgens de eerste
ontwerpen de dubbele koepel zou moeten dragen, worden gekenmerkt door
constructieve elementen.
Veel van de eerdere overvloedige decoratie is inmiddels verloren gegaan,
slachtoffer van de talrijke restauraties geworden of in het Museo
dell'Opera del Duomo terechtgekomen. De specifieke, voor de Florentijnse
bouwkunst zo typerende ruimtewerking bleef echter al die eeuwen bewaard.
De glas-in-loodramen in de koepeltamboer werden gemaakt naar
ontwerpkartons van Donatello, Uccello, Ghiberti en Castagno. De door
Paolo Uccello in 1443 uitgevoerde wijzerplaat aan de binnenkant
tegenover het hoofdportaal bevat -zoals in die tijd gebruikelijk- 24
uren in Romeinse cijfers en slechts één grote wijzer die met de wijzers
van de klok mee de uren aangeeft.
Het koepelfresco 'Het laatste oordeel' is in 1572 door
Giorgio Vasari ontworpen en uitgevoerd. Na de dood van Vasari in het
jaar 1574 werd het door
Federico Zuccaro (rond 1540-1609), de meester van het Romeinse
Maniërisme, en zijn assistenten voltooid.
Paolo Uccello (ca. 1397-1475),
ruiter standbeeld van sir John Hawkwood, 1436 fresco
(overgezet), 820 x 515 cm
De uit de buurt van Arezzo afkomstige
Paolo Uccello had van het stadsbestuur de opdracht gekregen om
een geschilderd ruiterstandbeeld te maken. Het gedenkt een van de
bekendste huurlingen uit de 14e eeuw, de Engelsman John Hawkwood, of
'Glovanni Acuto' die voor Florence had gevochten en ereburger van de
stad was geworden. Vanwege de veel te hoge kosten kon in plaats van het
oorspronkelijke beeld echter slechts de frescoversie uitgevoerd worden.
Met heldere vormen schilderde Uccello in het monochrome 'terra verde'
het ruiterstandbeeld, dat zeer plastisch lijkt en door de groene tint
aan gepatineerd brons doet denken. De illusie van een op een sokkel
staand ruiterstandbeeld is perfect. Terwijl de sokkel, trots gesigneerd
met 'Pauli Ucielli opus' (werk van Paolo Uccello), vanuit een
onderaanzicht is geschilderd, verdwijnt deze perspectief bij de ruiter
die we in profiel zien.
CAMPANILE ▲
In 1334 werd
Giotto di Bondone (1267- 1337), die reeds beroemd was als schilder,
in Florence tot bouwmeester benoemd als opvolger van Arnolfo di Cambio.
Zijn volledige aandacht ging uit naar de bouw van de campanile, waaraan
hij slechts vier jaar werkte en die uiteindelijk werd voltooid door
Andrea Pisano en Francesco Talenti. De 89 m hoge klokkentoren is in een
volmaakte harmonie van architectuur, sculptuur en veelkleurige decoratie
gebouwd en voorzien van een vooruitspringende topgevel met een
balustrade. Boven de geprofileerde sokkel verheft zich een dubbele
verdieping die is onderverdeeld in rechthoekige velden. De hierop
aangebrachte reliëfcyclus toont beroepen en bezigheden en is ingedeeld
volgens de begrippen 'Necessitas', 'Virtus' en 'Sapientia' (noodzaak,
deugd en wijsheid); deze worden aangevuld door de christelijke deugden,
sacramenten, vrije kunsten en figuren uit het Oude Testament en de
Oudheid. Het verhaal begint in het westen en loopt rondom de sokkel via
het zuiden en oosten naar het noorden. Giotto zelf heeft het programma
voor de beelden opgesteld, de reliëfs werden voor het grootste deel door
Andrea Pisano,
Luca della Robbia en Andrea Orcagna uitgevoerd. Boven de
sokkel bevindt zich een beeldencyclus van Andrea Pisano en Donatello -
de beelden zijn kopieën; de originele zijn ondergebracht in het
Museo dell'Opera del
Duomo Klik tweemaal op de figuren!
BATTISTERIO SAN GIOVANNI
▲
Het harmonisch geproportioneerde baptisterium is het oudste gebouw
op het belangrijkste sacrale plein van Florence. Het ontstond op het
uitdijende gebied van een Romeins paleiscomplex. Een eerder gebouw werd
voor het eerst in 897 genoemd. Rond 1060 wijdde paus Nicolaas II de
eerste steen van de nieuwbouw. In 1228 kon de kerkelijke ruimte gebruikt
worden en in 1150 werd de lantaarn erop geplaatst. De achthoekige
centraalbouw heeft twee verdiepingen en wordt boven de attiek door een
tentdak afgesloten, waaronder ook de koepel zit. De constructie is een
geniaal mengsel van de doopkapellen in Ravenna en Rome. De
renaissancearchitect Filippo Brunelleschi vond hier belangrijke ideeën
voor zijn constructie van de koepel van de doopkapel in Florence. De
onbekende bouwmeester had, de ordening van pilaren en zullen op de
verdiepingen, de exact halfronde bogen en de ramen in de attiek
verdieping van de Oudheid overgenomen. Nieuw is de marmerincrustatie die
het aanzicht van de muren bepaalt; het lijkt alsof er een
driedimensionaal decor op de wanden is geprojecteerd en door een kleine
verplaatsing van de bogen ontstaat de indruk van plastische, blinde
arcaden.
Het Romaanse bouwwerk werd tweemaal verbouwd: in 1202 werd de ronde
koorkapel vervangen door een hoekige en in 1339 voorzag Arnolfo di
Cambio de pilaren op de hoeken van groen-witte marmerstroken, waardoor
ze beter bij de dom pasten.
De drie gedeeltelijk vergulde bronzen deuren kunnen in drie
windrichtingen geopend worden. De door
Andrea
Pisano van 1330 tot 1336
gemaakte,
zuidelijke deur is de oudste. Twintig reliëfs tonen voorvallen
uit het leven van de stadspatroon, Johannes de Doper.
Noordelijke portaal
In 1401 had Lorenzo Ghiberti de beroemde wedstrijd om de opdracht voor
het maken van bronzen deuren met een proefreliëf gewonnen van onder
anderen Brunelleschi en Jacopo della Quercia. Zijn deuren aan de
noordzijde tonen in de bovenste vlakken twintig gebeurtenissen uit het
leven van Christus en in de benedenvlakken afbeeldingen van de vier
evangelisten en de vier kerkvaders. Op het kruispunt tussen de reliëfs
plaatste Ghiberti portretkoppen, waaronder een zelfportret. Vooral de
lijsten rond de deur hebben mooie naturalistische details, zoals een
kikker, een hagedis en een slak.
Internet:
Lorenzo Ghiberti (1378-1455),
noordelijk portaal. 1403-1424 brons (gedeeltelijk verguld), h 450 cm
(met omlijsting), vierpassen elk 39 x 39 cm
Paradijsdeuren
Nadat Lorenzo Ghiberti zijn eerste portaal had voltooid, kreeg hij
de opdracht een tweede te maken. Dat tweede portaal maakte hij tussen
1425 en 1452 met slechts tien vergulde vierkanten van brons die verhalen
uit het Oude Testament, geselecteerd door de humanist Leonardo Bruni,
tonen.
Deze beroemde jongste deuren die ten oosten van de ingang van de dom
werden geplaatst, werden later door Michelangelo vanwege hun schoonheid
met de deuren van het paradijs vergeleken - Porta della Paradiso.
Vermoedelijk hangt deze benaming ook samen met de betekenis van het
gebouw, want het portaal leidt naar de 'reddende doop'. De deur is
tegenwoordig door een kopie vervangen; de originele bronzen platen zijn
na de restauratie in het Museo dell'Opera del Duomo tentoongesteld. De
deurlijsten van het paradijsportaal zijn versierd met niet minder dan 48
nisstandbeelden en medaillonkoppen, waaronder sibillen, profeten en
andere bijbelse figuren, tussen fijne ranken. In het midden valt het
ronde, gladde hoofd van Ghiberti op. Tevreden glimlachend en met
opgetrokken wenkbrauwen lijkt de kunstenaar zeer tevreden te zijn over
zijn werk. Door de verdeling in tien vlakken had hij voor zijn
verhalende afbeeldingen grotere vlakken tot zijn beschikking en dus kon
hij meer episoden in een afbeelding plaatsen.
Internet: Lorenzo Ghiberti,
Paradijsdeuren , 1425-1452 brons (gedeeltelijk verguld), 521 x 321
(geheel), reliëfs eik 80 x 80 cm
Genesis, detail van de paradijsdeuren, tweede van rechts boven
Geïnspireerd door
Donatello en Brunelleschi opent Ghiberti het reliëf in
de diepte, waarin de voorstellingen zich sfeervol oplossen. Heel knap
gebruikt hij proporties, lineaire plooien en licht en schaduw in de
opbouw van vlak- naar hoogreliëf. Er zijn steeds meerdere scènes
afgebeeld. Hierboven zien we de schepping van Adam en Eva, de zondeval
en de verdrijving uit het paradijs afgebeeld.
Interieur
Ook de wanden in het baptisterium zijn in twee verdiepingen verdeeld,
hierboven bevindt zich de met een mozaïek gedecoreerde koepel die
ondersteund wordt door een lage attiek.
In de benedenverdieping dragen Korintische
zullen en hoekpilaren
stevige balken - de indeling en nissen zijn afgeleid van het
Pantheon in
Rome. Op de bovenverdieping opent de galerij zich tussen twee pilaren
met regelmatige zogenoemde tweelingvensters. De decoratieve elementen
zijn opvallend rijk: vloeren met verschillende patronen in marmer,
vergulde antieke kapitalen, schitterende mozaïeken, inlegwerk in
cassetten en groen-witte marmerincrustatie geven de kapel van binnen een
kostbare uitstraling., De decoratie bleef echter duidelijk ondergeschikt
aan de architectuur. Het graf van de tegenpaus Johannes XXIII,
Baldassare Coscia, past precies tussen twee wandzuilen. Donatello en
Michelangelo ontwierpen hier gezamenlijk tussen 1424-1427 het eerste
baldakijngraf van de Renaissance.
Koepelmozaïek, ca. 1225-1320
Mysterieus fonkelt het licht op de gouden ondergrond van het grote
koepelmozaïek. Naar aanleiding van de mozaïeken in de San Marco in
Venetië en vermoedelijk in samenwerking met mozaïekwerkers die daar
werkzaam geweest zijn, werkte vanaf 1225 een aantal kunstenaars onder
leiding van een franciscanen monnik, Fra Jacopo da Torrita, aan de
heilsgeschiedenis en het leven van Johannes de Doper. Centraal thema aan
de kant van het koor is het laatste oordeel - Christus niet stigmata
troont als rechter van het heelal op een regenboog, in de registers
naast hem zitten voorsprekers en onder hem klimmen de
wederopstandelingen uit hun graven en sarcofagen.
MUSEO DELL'OPERA DEL DUOMO
▲
Naast het atelier van Donatello, tegenover het koor van de dom ligt de
ingang van het onlangs gerestaureerde en nieuw ingerichte Museo
dell'Opera del Duomo. In 1390 werd voor het eerst melding gemaakt van
een bouwkeet, een 'opera', die door Brunelleschi naar de huidige plek,
het vroegere centrum van alle bouwactiviteiten aan de dom, werd
verplaatst. Dit reeds lang bestaande kunstdepot werd in 1891 een museum.
Het toont uitmuntende werken uit de Middeleeuwen en de Renaissance die
door veranderingen in smaak en uit oogpunt van behoud verdreven zijn van
hun originele plek in de dom, het baptisterium of aan de campanile. De
koortribune was oorspronkelijk boven de deuren van de sacristie in de
dom aangebracht. in 1688 werd de tribune na het huwelijk van Ferdinando
de'Medici met Violante van Beieren verwijderd.
Vijf beroemde werken zijn: Luca della Robbio (1399/1400-1482), zangerstribune, 1431-1438 marmer,
328 x 560 cm.
De marmeren zangerstribune (rechter afb.) van
Luca della Robbio toont in de vierkante beeldvelden
gebeurtenissen die betrekking hebben op:
Psalm 150: 'Alles wat adem
heeft, love de Here'. Engeltjes dansen, zingen en musiceren met
bazuinen, harpen, gitaren, pauken, orgels en bekkens. De vele bewegende
figuren zijn artistiek op een kleine ruimte samengevoegd en aangepast
aan de architectonische indeling.
Donatello (1389-1466), zangerstribune, 1433-1438 marmer, 348 x 570 cm
Het pendant van Donatello toont een fries met dansende putti achter
zuilen die op hoge consoles geplaatst zijn. In vergelijking met de
tribune van Luca Della Robbia ziet Donatello af van een strenge
architectonische omlijsting en legt meer nadruk op de weergave van de
bewegingen, de levendigheid van de figuren en hun bijna volledige
plasticiteit. De compositie strekt zich opvallend gewaagd over de
breedte van de tribune uit en de reidans van putti achter de met mozaïek
versierde zullen versterkt de dieptewerking. Hoewel precies hetzelfde
thema behandeld wordt, bepalen kinderlijke uitgelatenheid en een
indrukwekkend realisme in de weergave van het menselijk lichaam de
voorstelling. Bewonderenswaardig zijn ook de ornamenten die de kansel
versieren. De met voluten versierde consoles, acanthusbladeren, antieke
vazen, schelpenfriezen en andere klassieke motieven tonen, net als de
reidans van de putti, de grote belangstelling in het Cinquecento voor de
kunst van de Oudheid.
Donatello, Nabakuk, 1423-1426 marmer, h 195 cm
Donatello's beeld van de profeet Habakuk, die zuccone, 'pompoen'
genoemd wordt, houdt de aandacht van de beschouwen gevangen. Het werd
samen met een paar andere beelden gemaakt voor de nissen van de
campanile. Het lichtgebogen kale hoofd, het uitdrukkingsvolle gezicht
-vooral de ogen en de afstaande oren- verlenen de profeet een
uitdrukking die Vasari aan een portret deed denken. Spanning en
dadendrang bepalen de houding van de man. De toga onderstreept de indruk
van een uitgeteerd, maar zeer energiek mens. Lichamelijkheid en de
gezichtsuitdrukking suggereren een 'charismatische ziener'.
Donatello, heilige Maria Magdalena, ca. 1455 hout (polychroom) h 188
cm
Het beeld van de heilige
Maria Magdalena (zesde en zevende afb. van boven)ontwierp
Donatello in 1455 oorspronkelijk voor het baptisterium in Florence. De
vaak als zeer aantrekkelijk afgebeelde Maria Magdalena ziet er in dit
schokkende werk van Donatello uitgeteerd uit. De verhalen over het leven
van de heilige als boetelinge in een grot in Zuid-Frankrijk schijnt
Donatello letterlijker dan zijn voorgangers te hebben genomen. Het
magere lichaam is slechts met haren bekleed, het gezicht lijkt op een
doodshoofd en de ogen lijken te breken - vooral de ongelijke plaatsing
van de ogen versterkt de intensieve uitstraling. Slechts in de in gebed
geheven handen zijn jeugd en enige schoonheid te bespeuren.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564), piëta marmer, h 226
(zie bij Olga's Gallery)
Met de late
Piëta van Michelangelo, die van de 18e eeuw tot
1981 in de dom stond, bezit het Museo dell'Opera del Duomo een van de
aangrijpendste werken uit de hoge Renaissance. Michelangelo werkte van
1550 tot 1553 aan de marmeren beeldengroep, die oorspronkelijk voor zijn
eigen grafmonument bedoeld was. Toen echter de steen brak, mislukte de
beeldengroep, waarop Michelangelo hem vernietigde. Tiberio Calcagni, een
leerling van Michelangelo, voegde de groep weer samen en voltooide de
Maria Magdalena-figuur. Het verschil is duidelijk te zien.
Michelangelo's werk verbindt het thema van de kruisafname met de
bewening en de piëta. Christus zakt in een gebroken houding in elkaar.
Nicodemus houdt het dode lichaam van Christus vast. Maria vangt het op
en trekt het naar zich toe. Hun hoofden raken elkaar - in dit beeld is
het geloof een meditatie over smart en dood.
OR SAN MICHELE, Via dell'Arte della Lane
▲
Op de plaats van een aan Michael in orto, een kleine tuin,
gewijde kerk uit de 8e eeuw ontstond in 1336 een
graanopslagplaats boven een open hal met het daarbij behorende oratorium
van de Or San Michele. In 1367-1380 werden de arcaden met filigraan, het
typisch Florentijnse maaswerk van de late Gotiek gesloten. In de 14e
eeuw werd het gebouw het centrum van de gilden, waarvan er veertien
samen met de bijbehorende rechtbank hun schutspatronen mochten plaatsen
in de nissen. De beelden ontstonden in het begin van de 15e eeuw en
vormen een stilistisch geheel uit de vroege Renaissance dat zijn weerga
niet kent met voortreffelijke werken van Ghiberti, Verrocchio en
Donatello, deels op de bovenverdieping.
Interieur
Al in de kleine kerk die voorafging aan de Or San Michele bevond zich op
een van de pilaren een schitterend Mariabeeld. Vermoedelijk werd dit bij
een brand in het begin van het Trecento vernietigd. In 1347 werd het
vervangen door de grote, duidelijk op Giotto geïnspireerde afbeelding
van de madonna van
Bernardo Daddi (ca. 1290-1348). Zoals de kooplui en handelaren
kwamen om te handelen, zo stroomden de gelovigen de uit twee schepen
bestaande hal met pilaren binnen voor gebed. Na de grote pest in 1348
brachten de overlevenden zo veel geld bijeen, dat aan
Andrea Orcagna (1315/1320-ca. 1368) de opdracht kon worden
gegeven er een kostbaar
tabernakel
(zes afb.) voor te ontwerpen. Er ontstond een prachtig ciborium met
apostelfiguren, wimbergen en pinakels. Voor de gewone markt bleek dit
veel te waardevol. De warenmarkt moest in 1380 verhuizen. De arcaden
werden gesloten en zo werd de korenbeurs een kerk. Nu nog zijn in de
pilaren aan de noordwand de openingen voor het storten van het graan te
herkennen.
Donatello, heilige Marcus, 1411-1443. De op een kussen staand
evangelist in marmer staat met een licht gedraaid lichaam.
Donatello, heilige
San Giorge origineel in Bargello, kopie staat hier. Valt op
door de levendige weergave van de dappere ridder, terwijl in het
sokkelreliëf de strijd tegen de draak in een vlakker reliëf is
afgebeeld.
Nanni di Banco,
Santi
Quatro, (vierde van boven) de vier gekroonde heiligen. De vier
schutspatronen van het gilde van steenhouwers en houtbewerkers staan
elegant in een nis, in het sokkelreliëf zijn de beroepen"metselaar,
steenhouwer, architect en beeldhouwer " afgebeeld.
Andrea del Verrocchio,
Christus en de ongelovige Thomas (tweede en derde afb. van boven).
De beeldhouwer loste vaardig het probleem van twee beelden in een kleine
ruimte op; voor de nis was namelijk oorspronkelijk alleen voor
Donatello's heilige lodewijk van toulouse bedoeld.
Lorenzo Ghiberti,
Johannes
de Doper, (onderste afb.). Het gilde van de rijke kooplieden had dit
eerste, meer dan levensgrote beeld dat in Florence te zien was, in
opdracht gegeven.
Rond Piazza della Signora
Piazza della Signoria
- Palazzo Vecchio
- Galleria degli
Uffizi -
Santa Croce -
Palazzo e Museo
del Bargello -
Terug
naar Florence
Piazza della
Signoria
Dit rechthoekige plein behoort tot de mooiste pleinen van Italië. Het Palazzo
Vecchio beheerst het plein. Rechts bevindt zich de Loggia dei Lanzi
met beroemde beelden (Perseus, Hercules en de Centaur). Links is de Fondant de
Piazza. Midden in de fontein staat het beeld van de zeegod, op de rand prachtige
bronzen figuren. Er naast staat het ruiterstandbeeld van Cosimo I.
Palazzo Vecchio
▲
Het is een groot rechthoekig blok met kantelenrand. De toren is 94m. hoog. Muren
zijn bekleed met grof afgewerkte natuurstenen. Op de gevel onder de kleine bogen
bevinden zich fresco's van de negen schildwapens van de stad. Aan beide kanten
van de poort staan marmeren kettingdragers. Er voor staan beeldhouwwerken o.a.
de kopie van de David van Michelangelo en de beeldengroep van Hercules en
Cactus. Het monogram van Christus boven de ingang, op een blauwe achtergrond,
geflankeerd door leeuwen, vraagt om uw aandacht.
Oorspronkelijk was het Palazzo de verblijfplaats van de gildenregering.
Galleria degli Uffici
SANTA CROCE
▲
Er is in Florence, met uitzondering van het raadhuisplein, geen
groter middeleeuws plein dan de Piazza Santa Croce. Hier organiseerden
de vooraanstaande families, wier paleizen voor een deel nog rond het
plein staan, wedstrijden en hier hielden de franciscaners hun heftige
preken. Vasari meldt dat de bouwmeester van de dom, Arnolfo di Cambio,
op de plaats van een kleine franciscaanse kerk het nieuwe, grotere
complex bouwde. De invloed en het aanzien van de franciscaners was op
dat moment vooral onder de rijke families zeer groot. Men kon daardoor
met de grote financiële bijdragen een zo grote kerk bouwen, dat er
wrevel en verzet in de bedelorde ontstond. In 1385 was de kerk af. De
marmeren voorgevel, de klokkentoren en het Dante-monument werden echter
pas in de 19e eeuw aangebracht.
Interieur
Door haar soberheid en de enorme breedte van 19,5 m van alleen al
het middenschip doet de kruisvormige, drieschepige basiliek binnen aan
de vroegchristelijke kerken van Rome denken. De grijsbruine steenkleur
van de achthoekige pilaren, de spitsbogen van de arcaden en het enorme
middenpad vormen het hoogtepunt van de gotische architectuur in Italië.
Fragmenten van fresco's in het middenschip, de beschildering van de
hoofd-koorkapel en de kapellen in de dwarsbeuk van Giotto en navolgers
getuigen van het grandioze effect van de kerk in het Trecento. In de 15e
eeuw werden waardevolle stukken toegevoegd - bijvoorbeeld de
kansel
(pulpit) van Benedetto da Maiano, een tabernakel op het altaar en
een
houten crucifix
van Donatello en renaissance- grafmonumenten. De grootste verandering
was Vasari's ingreep, want hij liet de koorstoelen voor de monniken
zakken tot het niveau van het middenschip en verving de fresco's op de
wanden van de zijbeuken door altaren.
De Santa Croce is het 'pantheon' van Florence - Galileo Galileï,
Macchiavelli, Michelangelo, Leonardo Bruni, Gioacchino Rossini, Lorenzo
Ghiberti en nog meer werden hier bijgezet; voor anderen -bijvoorbeeld.
Dante- werden cenotafen en gedenkplaten opgesteld.
Donatello (1385-1466),
Aankondiging (tweede, derde en vierde afb. van boven!) ca.
1435, zandsteen gedeelte verguld), 218 x 168 cm Het
aankondigingstabernakel in de rechterzijbeuk van de Santa Croce bevond
zich eerst in de kapel van de familie Cayalcanti. Donatello ontwierp in
1435 van pietra serena, grijs zandsteen dat hier voor een deel verguld
is, deze onvergelijkbare combinatie van klassieke
decoratie en bezielde uitdrukking van de figuren.
Boven stevige consoles en onder een uitvoerig geordend plafond flankeren
pilaren met maskerkapitelen een nis. In deze nis speelt zich de
aankondiging af. Maria, die met haar haardracht en haar bevallige
houding op een Griekse godin lijkt, wijkt terug voor de engel Gabriël en
wendt zich tegelijkertijd schroomvallig weer naar hem toe. Door hun
blikken zijn de twee figuren met elkaar verbonden. De lichaamshoudingen
vinden in de lood- rechte en horizontale structuur een evenwicht. Op het
plafond dragen putti guirlandes van terracotta. Met de perspectivische
constructie van de dakstoel stuurt Donatello de blik van de toeschouwer.
Deze dieptewerking wordt ook in het reliëf gevolgd in de plastische
gezichten tot in de vlakke, tere overgangen waarmee de gewaden de vloer
beroeren.
Cappella Peruzzi, Giotto di Bondone (1267-1337), Wederopstanding van
Drusiana, ca. 1314 fresco, 280 x 450 cm
De tweede kapel rechts van de hoofdkoorkapel werd gesticht door de
invloedrijke bankier Arnoldo Peruzzi. Zijn neef Giovanni gaf rond 1314
Giotto opdracht voor de fresco's. Links zien we belangrijke
gebeurtenissen uit het leven van de stadspatroon van Florence,
Johannes de Doper, en aan de rechterkant die van Johannes de
Evangelist - beiden zijn tevens de naam- heilige van de opdrachtgever.
Op een fantastische manier bereikt Giotto door de ordening en de houding
van de figuren de spanning voor de vonken waarmee Johannes de Evangelist
de weldoenster weer tot leven wekt. Tegelijkertijd ontstaat er door de
omstanders en architectuur een tot dan toe onbekende nabootsing van de
werkelijkheid. Het realistische beeld van de stad Efeze legt de
oriëntaalse handel van de familie Peruzzi vast en bevredigt
tegelijkertijd de behoefte aan representatie van de familie. De figuren
van Giotto hebben veel indruk gemaakt op latere kunstenaars. Masaccio
liet zich hier inspireren voor zijn werk in de Brancacci-kapel en van
Michelangelo bestaat er een pentekening van een gebogen man naar
Giotto’s figuren. Zie
Fresco's in de Santa Croce- Capella Peruzzi en in de
Bardi Capella
PALAZZO E MUSEO DEL BARGELLO
▲
Het Bargello, waarin het Museo Nazionale met werken van Ghiberti,
Donatello, Verrocchio, Michelangelo en Cellini gehuisvest is, is als
bouwwerk een van de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad. In
1250 besloot de Florentijnse primo popolo-regering tot de bouw
van een eerste gemeentelijk paleis. Het was aanvankelijk bedoeld als
zetel van de capitano del popolo -het gebouw werd hier ook eerst naar
genoemd- en de Podestà, de opperste bestuurder, nam er zijn intrek.
Vanaf 1574 werd het oude gemeentelijke paleis zetel van de chef van de
politie, het Bargello.
Het enorme complex bestaat uit meerdere wooneenheden. Het oudste deel
met de dominerende, 54 m hoge toren die ook daarvoor al bestond, is te
zien aan de zuidkant: gevellijsten en Romaanse tweelingvensters ordenen
de verdiepingen. Stevige paalgaten duiden op een houten galerij die ooit
rondom liep. Drie gotische, van kantelen voorziene vleugels sluiten
erbij aan. De goed geproportioneerde loggia van de binnenplaats werd
gebouwd tussen 1280 en 1320, toen het paleis werd vergroot tot een
complex met vier vleugels. Vanaf begin 16e eeuw tot aan het eind van de
18e eeuw was deze binnenplaats de plek voor terechtstellingen. Opvallend
zijn de twee hier tentoongestelde, door Cosimo Cenni gegoten kanonnen:
het ene met het hoofd van Paulus, het andere met de door Galileï in 1610
ontdekte manen van Jupiter.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564),
Dronken Bacchus, (achtste en negende afb. van boven) 1496-1497
marmer, b 184 cm. Klik
hier eens op More!
De jonge Michelangelo maakte dit beeld -dat zelfs door kenners ooit
als een kunstwerk uit de Oudheid werd beschouwd- vermoedelijk tussen
1496 en 1497 in opdracht van Jacopo Galli voor diens Romeinse klassieke
tuin. In het hele Quattrocento is er geen marmeren beeld dat zo'n
'zachte' contour, zo'n bijna fluwelen oppervlak heeft. Michelangelo
geeft de god -anders dan in de Oudheid- jong, wankel en dronken weer. De
jongeling houdt in de rechterhand een schaal omhoog. Het klassieke
motief van de
contraposto beheerst Michelangelo meesterlijk. De lichte
overdrijving van stand- en speelbeen karakteriseert de benevelde
toestand van de jongeling. Het wankelen is evenwel niet tastbaar: door
de ronde lichaamsvormen geeft Michelangelo op een fantastische manier
evenwicht aan de figuur.
Donatello (1386-1466),
David , rond
1440 brons, h 158 cm
De allereerste vrijstaande naaktfiguur na de Oudheid, vermoedelijk
bedoeld als figuur voor een fontein, is een van de meesterwerken van
Donatello die eruit springen. De volledig ontklede, androgyn aandoende
jongen, die zijn bekoorlijke hoofd met krullen, linten en hoed licht
buigt, staat op een stillevenachtige lauwerkrans met een voet op het
afgehakte hoofd van de reus Goliath. Gedurfd speelt Donatello met de
tegenstelling tussen het bebaarde hoofd van de reus en de lieflijke
jongen, zo strijkt de veer op de helm van de dode reus langs de
binnenkant van het been van de jongen - het contrast van dit spel tussen
glad en ruw is vol zinnelijkheid. David is hier niet alleen de held,
maar belichaamt ook jeugd en schoonheid die over de ouderdom zegeviert -
voor de inwoners van Florence het zinnebeeld van de onafhankelijke
republiek.
Bron: Kunst & Architectuur TOSCANE. Anne
Mueller von der Hagen, Könemann. Boek is niet meer in de handel! Internet verbindingen
zijn toegevoegd.
**
Accommodaties in
Florence en/of omgeving
** Uw accommodatie in
geheel Italië kunt U goed boeken via
Hotels/Appartementen/Italie. Geen
reserveringskosten, laagste
prijsgarantie, maximale keuze, onpartijdige hotelbeoordelingen,
website en klantenservice in het Nederlands en nog 40 andere talen.
** Hoe maak ik een
printversie van de pagina"?
** Door tekengrootte
te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst
sterk verbeteren.
** Zie ook onze boeken pagina
eens.
** Met het vernieuwde zoekveld kunt u zoeken in "Stedentips".
▲
|