|
FLORENCE NADER BEKEKEN vervolg
Van San Lorenzo naar
Santa Maria Novella
San Lorenzo -
Biblioteca Laurenziana
- Capelle Medicee
- Palazzo
Medici-Riccardi -
Santa Maria Novella
- Bron
- Terug
naar Florence
SAN LORENZO
De drieschepige kerk is ter onderscheiding van de dwarsbeuk op een
voetstuk ge- plaatst. De ruwe voorgevel staat in contrast met de
verfijnde ordeningselementen in de zijgevels. in het koor herkennen we
verschillende bouwdelen: de loggia, die over de vieringskoepel werd
gebouwd, daarachter de enorme koepel van de ervoor gelegen Cappella dei
Principi uit de 17e eeuw en de klokkentoren uit de 18e eeuw, die
vervolmaakt werd met de goed geproportioneerde koepel met lantaarn.
Al in 393 werd de basiliek gewijd. In 1058 werd met de nieuwbouw
begonnen, die tot in de 15e eeuw bijna onveranderd bleef staan. In 1418
waren er plannen voor een grotere kerk. De familie De' Medici hoorde bij
de parochie van San Lorenzo. Zij stichtte een sacristie - Filippo
Brunelleschi's oude sacristie. Het ontwerp van de architect was zo
sensationeel en vernieuwend, dat Giovanni di Bicci de' Medici een
bouwplan voor de nieuwbouw van de hele kerk wilde. Een jaar later, in
1421, begon de bouw van de eerste kerk die in Florence volgens het
concept van de namiddeleeuwse architectuur werd gebouwd.
Interieur (op één na onderste afb.)
Brunelleschi liet hier als jonge architect stijlkenmerken van de
Renaissance zien in de systematische indeling en de harmonie van vormen
en verhoudingen. Zo komen de halve cirkels van de arcaden in het
middenschip evenzeer overeen met de bogen van de zijkapellen, als met
het ritme van zullen en pilaren. Een doorgaand plafond verbindt in het
midden- en dwarsschip en de koorkapellen de diverse bouwelementen. De
aankleding bevat werken van Donatello, Filippo Lippi, Verrocchio en
Desderio da Settignano.
Rosso Fiorentino (1494-1540),
Het
huwelijk van Maria, (onderaan de lijst) 1523 fresco
De wandschildering van Rosso Fiorentino getuigt van het Florentijnse
maniërisme uit het begin van de 16e eeuw door de geraffineerde
kledingmotieven, de wisselende kleuren, de kunstige kapsels, het
opvallende handgebaar van de heilige Dominicus en de gebaren van de
muzikanten en komedianten op de achtergrond. Maria trouwt hierin
tegenstelling tot de gebruikelijke iconografie- een nog heel jonge en
blondgelokte Jozef.
Donatello (1386-1466),
Passiekansel , na 1460 brons, 123 x 292 cm
De kostbaarste stukken van de kerk zijn twee kansels met bronzen
reliëfs van Donatello, de ene met het thema van de passie en de andere
met het wederopstandings thema. Ze ontstonden in de laatste levensjaren
van de beeldhouwer in opdracht van Cosimo il Vecchio de' Medici. De
architectonische ordening van de pilasters hoeft de afzonderlijke
afbeeldingen niet meer te begrenzen - de mooie jongelingen en de
klassiek aandoende geleerden en geestelijken lijken commentatoren bij
het bijbelse verhaal, dat zich, zonder rekening te houden met
omlijstende structuren, onder een fries met dansende putti afspeelt. Het
is omstreden of het bronzen reliëf daadwerkelijk als kansel bedoeld was
of als onderdeel van een grafmonument voor Cosimo de' Medici, want de
bijna tachtigjarige Donatello kon de kansel niet meer zelf in elkaar
zetten.
Sagrestia Vecchia (
Werken van Donatello )
Met de oude sacristie kon Brunelleschi zijn nieuwe manier van bouwen in
een ander werk verwezenlijken. In opdracht van De' Medici ontstond van
1419 tot 1429 de eerste centraalbouw van de Renaissance. De sacristie is
het familiegraf: de sarcofaag van de stichter Giovanni di Bicci de'
Medici staat in het midden, het dubbele gedenkteken van twee zonen van
Cosimo il Vecchio, Glovanni (gest. 1463) en Piero (gest. 1469), bevindt
zich aan de zijmuur. Familiewapens zijn in de zwikken geplaatst. De
reliëfs in stucwerk van Donatello tonen de geschiedenis van Johannes de
Doper en hebben daarmee betrekking op de stichter. Brunelleschi schiep
een vierkante, door een meloenkoepel overwelfde kubus. De wanden deelde
hij door een krachtig gebinte, waar de pendentieven die de koepel
voorbereiden op aansluiten. De geometrische vormen van vierkant en
cirkel vormen de basis van het concept, wat wordt weerspiegeld in de
grijze ordeningselementen van de wanden, pilasters, lijs- ten en bogen.
De kleurige decoratie van zijn vriend Donatello moet hij wel
tegenstrijdig hebben gevonden. Brunelleschi wilde alleen de koepel van
het vierkante koor voorzien van de sterrenconstellatie van 9 juli 1422,
de dag waarop de bouw begon. De wanden van de koorkapellen zijn voorzien
van ronde nissen.
Sagrestia Nuova/Cappelle Medicee
Precies honderd jaar na de oude sacristie van Brunelleschi ontstond
aan de zuidkant de nieuwe sacristie, de zogenaamde Medici-kapel, die
bedoeld was als de tegenhanger van Brunelleschi's kapel. In 1521 kreeg
Michelangelo van de Medici-paus Leo X de opdracht de grafkapel voor
Lorenzo, hertog van Urbino, en diens oom Giuliano, hertog van Nemours,
te ontwerpen. Toen Michelangelo in 1534 Florence definitief verliet, was
de kapel nog niet voltooid. De plattegrond, de combinatie van lichte
wanden met een donkere ordening en de basisvormen van een halve bol
boven een kubus gaan nog terug op Brunelleschi. Michelangelo liet echter
de wandindeling los en voegde onder de koepel een tussen- verdieping met
een horizontale lijst toe. Boven de deuren doorbrak hij de heldere vorm
van de puntgevel.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564),
Praalgraf van de Medici (Giuliano de'
Medici), 1526-1531 marmer, Giuliano: hoogte 180 cm, nacht: lengte 200 cm,
dag: lengte 211 cm ( Zie tien werken van
Michelangelo)
De grafconstructies aan de wanden bieden plaats aan de zittende figuren
van gestorven hertogen, waaraan liggende figuren zijn toegevoegd die
vermoedelijk tijden van de dag personifiëren. Mogelijk zijn ze symbool
voor de 'alles verterende tijd'- op het graf van Giuliano de' Medici,
die in een klassieke houding en in klassieke kledij afgebeeld is, als
'dag' en 'nacht'; bij Lorenzo de' Medici, die tegen de tegenoverliggende
wand treurig peinzend in een denkhouding zit, als 'ochtendschemering' en
als 'avond'. Zoals vaak bij Michelangelo zijn de figuren niet overal
vol- ledig uitgewerkt; ze lijken zich uit het 'bed' van grof steen pas
los te maken. De figuur van de Medici-madonna, die nog door Michelangelo
gemaakt is, staat op de plek van een ander, nooit uitgevoerd praalgraf
voor de broeders die hier bijgezet zijn aan de ingangswand.
BIBLIOTECA LAURENZIANA ▲
Vestibule
De Biblioteca Laurenziana is een van de belangrijkste gebouwen van
Michelangelo waaraan hij vanaf 1524 werkzaam was. De wand van de hoge
vestibule, de zogenaamde ricetto, wordt bepaald door de
afwisseling tussen de naar voren komende wand- vlakken en de ingebouwde
zuilen - een idee dat de revolutionaire opvatting van Michelangelo
duidelijk maakt: dragende elementen als zullen zijn als decoratieve
beelden in de nissen geplaatst. De leeszaal kan via
bijzondere trap (onderste drie afbeeldingen)
bereikt worden. Pas in 1557 leverde Michelangelo het schaalmodel in
hout, dat door Ammanati werd verwezenlijkt. In een vloeiende beweging
daalt de trap van de hoger gelegen leeszaal af naar het niveau van de
begane grond en doet daardoor denken aan een lavastroom, die in de bijna
vierkante ruimte stroomt. De trap is de bekroning van de sculpturale
opvatting van architectuur, die ook aan de wanden, bijvoorbeeld aan de
functieloze voluutconsoles, merkbaar is.
Leeszaal
De'Medici-paus Clemens VII had opdracht gegeven voor de bibliotheek
om er de waardevolle collectie boeken van de familie in onder te kunnen
brengen. Alleen al van Cosimo il Vecchio waren er meer dan zeshonderd
handschriften, die tijdelijk in Rome verbleven, maar weer terug moesten
naar Florence. Ligging en statische redenen bepalen de ongewone vorm van
de bibliotheek en de wanddikte. Michelangelo maakte van de nood een
deugd; de pilasters aan de zijwanden hebben derhalve niet een
decoratieve, maar een dragende functie en vangen de last van de
plafondbalken op, die op hun beurt herhaald worden in het mozaïek van de
vloer. Zo ontstaat een indruk van perspectivische, zich verkortende,
rechthoekige vlakken, die de dieptewerking van de langwerpige ruimte
benadrukken. De lessenaars gaan eveneens op ontwerpen van Michelangelo
terug. Het houtsnijwerk van de lessenaars werd door de destijds
uitstekende ateliers uitgevoerd.
PALAZZO MEDICI-RICCARDI ▲
Het Palazzo Medici-Riccardi is het eerste en daarmee het toonaangevende
paleis van de Renaissance. Michelozzo bouwde het tussen 1444 en 1469
voor Cosimo II Vecchio de'Medici, die daarvoor een ontwerp van
Brunelleschi had afgewezen. Het uitgevoerde ontwerp vond de
opdrachtgever waarschijnlijk bescheidener en passen- der. Het was de
woonplaats van De'Medici tot 1540. In 1659 kocht Francesco Riccardi het
paleis en liet de voorkant met zeven assen verlengen. Michelozzo
plaatste boven de benedenverdieping, die van ruwe rusticablokken
voorzien is, twee andere verdiepingen met gladde rusticavierkanten. De
voorgevel wordt vooral geordend door de horizontale, robuuste
gevellijsten. De afsluiting wordt gevormd door een kroonlijst. De rijen
tweelingvensters bepalen het uiterlijk van de bovenverdiepingen. Op de
benedenverdieping bevonden zich tot 1517 grote bogen, die toegang gaven
tot een loggia voor semi-officiële ceremoniën.
Binnenhof: Zie de
afbeeldingen (onderste twee)
De vierkante binnenhof is een meesterwerk van Michelozzo. Door de
arcaden op de benedenverdieping heeft de tuin een harmonieuze en lichte
uitstraling. Half- ronde bogen op slanke zuilen met composietkapitelen
geven toegang tot de omgang, die aan een kruisgang in een klooster en
aan Brunelleschi's Ospedale degli Innocenti doet denken. Op de
middenverdieping wordt door middel van de tweelingvensters teruggegrepen
op de ordening van de voorgevel. Met de loggia, die vroeger open was,
behoudt de hof een luchtige afsluiting.
Een feestelijke toets ontstaat door de in het stucwerk aangebrachte
graffiti, de tondi in reliëf met de wapens van De'Medici en
mythologische taferelen. Van de beelden die hier vroeger stonden, staat
alleen de 'Orpheus met Zerberus' Zie de
op een na laatste afbeelding van Baccio Bandinelli nog hier.
Cappella dei Magi, Benozzo Gozzoli (1420-1497),
Tocht van koning
Baltasar (bijna onderaan de lijst, drie afb.) , 1459-1461 fresco
Gozzoli's 'Tocht van de drie koningen' -hier koning Baltasar op de
oostelijke muur van de kapel- vindt plaats in een paradijselijk,
Toscaans landschap met bloemen en dieren. De geïdealiseerde portretten
lijken deelnemers aan het concilie van Florence in 1439 voor te stellen,
vergezeld door de belangrijkste oudere en jongere leden van de familie
en vooraanstaande intellectuelen.
SANTA MARIA NOVELLA Zie
hier voor talrijke afbeeldingen ▲
In het westelijke deel van de stad liggen de kerk en het klooster Santa
Maria Novella. In 1221 namen dominicanen monniken hier een oratorium uit
de 10e eeuw over en in 1246 begonnen ze met de nieuw- bouw van het
koorgedeelte en het dwars- schip. In 1279 startte de bouw van het
middenschip onder leiding van de lekenbroeders Fra Ristoro en Fra Sisto.
De plannen voorzagen in een omvang en monumentaliteit die tot dan in
Florence onbekend waren. In 1300 ontstond een pijlerbasillek met drie
schepen, een dwarsbeuk en ondiepe koorkapellen - de campanile werd
tussen 1330 en 1350 voltooid. Kort daarna werd het onderste deel van de
voorgevel geïncrusteerd. Dit deel heeft hoge blindbogen en grafnissen,
de zogenaamde avelli, die in de muren van het aangrenzende
kerkhof voortgezet worden. Rond 1450 ontwierp Alberti een tempelfront
met middenportaal, attiekverdieping en een hoge topgevel. Daarbij
ordende hij de benedenverdieping door middel van naar voren springende
halfzuilen en stevige balken. Voor de decoratie greep hij verregaand
terug op traditionele motieven, zoals de marmeren banden en de vierkante
cassetten die bekend zijn van het Baptisterium in Florence. Helemaal
nieuw daarentegen zijn de opgaande voluten en de zeilboten op het fries
- de laatste als 'kenmerk' van de opdrachtgever Giovanni di Paolo
Rucellai.
Interieur
De drieschepige basiliek heeft een dwarsbeuk en vijf kapellen en is
gebouwd als een grote ruimte met gotische stijlelementen, zoals de
kruisribgewelven, de 'gestreepte' spitsbogen en de bladkapitelen. De
lichtheid van de wanden, de harmonische verbinding van pilaren en
gewelven en de veelheid en elegantie van de bogen, die ondanks hun
verschillende doorsneden een eenheid vormen, verlenen de ruimte een
zeker ritme en leiden het oog naar het in de verte glanzende koor.
Vasari liet de oorspronkelijke frescobeschildering van de wanden uit de
Trecento wit schilderen. De dominicaner kerk is rijk gedecoreerd met
grafzerken die in de vloer of de wanden opgenomen zijn.
Renaissancekunstenaars zoals
Brunelleschi
Brunelleschi, Lippi en Ghiberti hebben hier hun persoonlijke
getuigenissen achtergelaten.
Masaccio (1401-1428), Drie-eenheid, ca. 1427 fresco, 667 x 317 cm
Masaccio's
fresco hoort tot de belangrijkste werken van de vroege
Renaissance. Voor het eerst wordt hier in een schilderij het door
Brunelleschi 'uitgevonden' lineaire perspectief gebruikt. De beroemde
bouwmeester heeft waarschijnlijk de met hem bevriende schilder in 1427
met de uitvoering geholpen. Het fresco toont een unieke samensmelting
van drie kunsten: architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst. Boven
een geschilderde grafnis zien we een kapel, waarvoor het
stichtersechtpaar Lenzi knielt. In de kapel staan Maria en Johannes
leder aan een kant van het kruis. Boven het hoofd van Christus zweeft de
duif van de Heilige Geest. De grote gestalte van God de Vader houdt de
gekruisigde van achteren vast. De nauwkeurige constructie van de
perspectief door Masaccio geeft het fresco een zeldzaam realistische
uitstraling. Masaccio creëerde op het platte vlak een illusie van een
ruimte die daadwerkelijk in de wand geopend wordt met een nauwkeurigheid
die tot in de details doorgevoerd is. Deze nauwkeurigheid illustreert de
hypothetische reconstructie van een dwarsdoorsnede (naar Sanpaolesi).
Een nauwkeurige berekening maakte het voor de schilder mogelijk alle
personen overeenkomstig hun positie binnen de ruimtelijk geconcipieerde
architectuur weer te geven.
Capella Tornabuoni, (onderste rijen afb.) Domenico Ghirlandaio
(1449-1494), Geboorte van Johannes de Doper, 1485-1490 fresco
Tussen rijk versierde, geschilderde pilaren wordt ons een blik gegund in
een Floren- tijns huis. De kraamvrouw krijgt bezoek van een voorname
dame, die wordt begeleid door twee gezelschapsdames. Een dienstbode komt
haastig met een fles wijn en een mand met fruit binnen - de stof van
haar gewaad bolt koket op. Het fresco is onderdeel van de
wonderbaarlijke cyclus over het leven van Maria en Johannes de Doper,
die Domenico Ghirlandalo samen met zijn atelier rond 1486-1490 in
opdracht van een welgestelde bankier, Giovanni Tornabuoni, in de
hoofdkoorkapel van de Santa Maria Novella schilderde. Het is de
specialiteit van de schilder om bijbelse verhalen in het eigentijdse
Florence te laten spelen. Met genoegen herkenden de opdrachtgevers
zichzelf, hun geliefden, hun echtgenotes en zakenpartners in de
schilderijen.
Fresco's in de
Capella di Filippo Strozzi, Filippino Lippi (ca. 1457-1504),
kruisiging van de apostel Filippus en het temmen van een draak door de
apostel, na 1487 fresco.
In 1486 had de bankier Filippo Strozzi de kapel in de Santa Maria
Novella verworven en direct daarna Filippino Lippi opdracht gegeven de
wanden fresco's te voorzien met gebeurtenissen uit het leven van
Johannes de Evangelist en de heilige Filippus, de naamheilige van de
opdrachtgever.
Filippo Strozzi zelf werd na zijn dood in deze kapel bijgezet. Zijn
sarcofaag, die tussen 1491 en 1493 werd gemaakt door Benedetto da
Maiano, bevindt zich nog altijd in de achterwand. De voorstellingen, die
zijn uitgevoerd in grootformaat, horen tot de indrukwekkendste
kunstwerken van Filippino Lippi; de vele fantasievolle details -die niet
zelden klassieke motieven parafraseren- getuigen van zijn buitengewone
vindingrijkheid.
Ponte Vecchio en zuidelijk van de Arno
Ponte Vecchio -
Palazzo Pitti -
San Minianot al Monte
- Piazzale Michelangelo -
Santa Maria del
Carmine - Santo
Spirito -
Museo Archeologico
-
Terug naar Florence
Ponte Vecchio
Dit is de oudste van de tien bruggen van Florence. Het is de enige
authentieke brug. Ze overbrugt evenals haar drie voorgangers
de Arno op hetzelfde punt. De huisjes aan beide zijden van de brug zijn uit de
14e eeuw. In het midden van de brug heeft men een mooi uitzicht over de Arno.
PALAZZO PITTI ▲
Het
Palazzo Pitti is het grootste gebouw van het stadsdeel Oltrarno aan
de Arno. in 1457 begon Luca Fancelli met de bouw ervan voor de rijke
koopman Luca Pitti. Hij ontwierp een gebouw met zeven middenassen en
drie verdiepingen. Toen groothertog Cosimo I de'Medici het paleis in
1549 voor zijn echtgenote Eleonora di Toledo verwierf, breidde
Bartolommeo Ammanati het complex aan de achterkant uit met drie
vleugels. In 1620 begonnen de architecten Giullo en Alfonso Parigi met
de verlenging van de voorgevel tot het huidige formaat. Eind 18e eeuw
werden de twee zijvleugels, de rondo's, toegevoegd. Meer dan driehonderd
jaar lang was het Palazzo Pitti de residentie van de groothertogen van
Toscane en tot 1946 van de leden van de koninklijke familie van Savoye.
Rusticablokken en de bogen rond deuren en ramen bepalen de indeling van
het brede gebouw. Op de benedenverdieping rusten de ramen op consoles
met leeuwenkoppen en de kroon van de hertog, waardoor ze lijken op
aedicula. op de bovenverdieping lopen de boogramen zonder balustrade
naar beneden 'tot de vloer. Het metselwerk is hier eenvoudig.
Interessant is de vormgeving van de binnentuin door Ammanati -
Florentijns rustica en klassieke zuilenordening. Onderaan zijn banden
van rustica vlak boven de Toscaanse zuilen geplaatst, daarboven is het
rustica hoekig en zijn de blokken boven Ionische zullen verder uit
elkaar geplaatst. Op de bovenverdieping vormen ze weer banden boven
Korintische
zuilen. Aan de achterkant van het paleis ligt het
uitgestrekte complex van de Bobolituinen, enkele van de mooiste tuinen
van Italië.
Galleria Palatina, Sala di Marte
De buitengewone roem van de kunstcollectie in het Palazzo Pitti is
voor het grootste deel gebaseerd op de collecties uit de Renaissance en
de Barok in de Galleria Palatina, die al in 1828 door Leopold II voor
het publiek werd opengesteld. De meesterwerken van Rafaël, Titiaan,
Tintoretto,
Rubens en anderen bevinden zich in een omgeving die tot op
heden het karakter van een koninklijke verzameling bewaard heeft.
De werken zijn naar inhoudelijke en decoratieve inzichten boven elkaar
gehangen, meestal passend bij de toenmalige plafondschilderingen. Zo
toont het plafond in de Sala di Marte, de zaal van Mars, de allegorie
van de oorlog die in 1646 door Pietro da Cortona geschilderd is. Daarmee
correspondeert het grote werk van Peter Paul Rubens, de 'Allegorie van
de oorlog', waarin Mars zich losmaakt uit de omarming van zijn geliefde
Venus om de tweedracht te volgen.
Rafaël (1483-1520),
Madonna
della Seggiola, ca. 1515 olieverf op
paneel, o 71 cm
De tondo -een van de populairste werken van Rafaël- is beroemd om
zijn volle, warme kleuren, zijn cirkelvormige compositie en het
alledaagse, volkse karakter van de afbeelding. Gekleed in een Romeins
gewaad zit de moeder Gods op de stoel waarnaar het schilderij genoemd
is. Ze buigt zich naar voren en omarmt het mollige kind op haar schoot.
Op een heel natuurlijke manier vlijt het kindje Jezus zich tegen zijn
moeder aan. Van achteren komt Johannes de Doper naderbij. Op het ronde
beeldvlak vormen de figuren bijna een ronde bol. De heldere ogen van
Jezus, die net als zijn moeder het beeld uitkijkt, eisen alle aandacht
op. Ongewoon is de indruk van grote vertrouwdheid en menselijke
nabijheid. , Rafaël schilderde dit werk rond 1515 in Rome, toen hij daar
als architect werkzaam was. Ondanks de gecompliceerde compositie stralen
zijn figuren een natuurlijke, waardige schoonheid uit.
SANTA MARIA DEL CARMINE ▲
De barokkerk Santa Maria del Carmine, met de onvoltooid gebleven
voorgevel, ontstond in 1771 na een brand in het vorige gebouw. Van de
oorspronkelijke karmelietenkerk bleef naast de sacristie en de Cappella
Corsini de beroemde Brancaccikapel bewaard.
Cappella
Brancacci, (diverse fresco's) Masaccio (1401-1428), De cijnspenning, ca.
1427/1428
Masaccio en Filippino Lippi (ca. 1457-1504), Petrus wekt de zoon van de
gouverneur van Antiochië tot leven, ca. 1425 en 1485 fresco's, 255 resp.
230 x 598 cm
Francesco Brancacci gaf in 1424 aan Masolino de opdracht om de kapel met
gebeurtenissen uit het leven van Petrus te decoreren, die rond 1426
Masaccio als medewerker betrok. Vanwege het plotselinge vertrek van
Masolino naar Rome en de vroege dood van Masaccio werden de fresco's pas
in 1480-1485 door Filippino Lippi voltooid. De fresco's van Masaccio
vertegenwoordigen een nieuw hoofdstuk in de schilderkunst van het vroege
Quattrocento. Hij verenigde de monumentaliteit van de figuren van Giotto
met het zelfbewuste uit de vroege Renaissance. De bijbelse boodschap
werd een dramatische gebeurtenis.
Masolino (1383-na 1440), De zondeval (detail), ca. 1427 fresco, 214 x
89 cm
Masolino's fresco 'De zondeval' laat ach uitstekend vergelijken met
Masaccio's weergave van 'De verdrijving uit het paradijs' op de
tegenoverliggende wand. Een vergelijking van de werken toont duidelijk
dat Masolino -de oudste van de twee- een niet minder bekoorlijke, maar
wel een traditionelere en meer symbolische beeldtaal hanteerde.
SANTO SPIRITO ▲
In de 13e eeuw vestigden de augustijner kluizenaren zich in Florence en
al in 1397 maakten ze een plan voor de nieuwbouw van hun kerk, de Santo
Spirito. Ondanks de maatregelen die de monniken namen om het project te
financieren, was pas in 1434 het benodigde geld bijeengebracht, met
behulp van giften van rijke families. Er werd een bouwcommissie
ingesteld, die Filippo Brunelleschi de opdracht gaf een ontwerp te
maken. In 1446 was men bijna aan de overwelving toe, maar toen kwam door
de dood van de architect de bouw stil te liggen.
Pas in 1482 werd de kerk voltooid - op de voorgevel na, die ondanks de
barokke voluten nog altijd een onvoltooid karakter vertoont. De Santo
Spirito geldt als het 'zuiverste' gebouw van Brunelleschi; hij hoefde
hier geen rekening te houden met reeds bestaande gebouwen en hij kon
zijn ideeën zonder beperkingen uitvoeren.
Interieur
Binnen wordt het architectonische concept duidelijk: grijze banden in de
rode tegelvloer komen overeen met de kwadratuur van de plattegrond. op
dit kwadraat zijn de maatverhoudingen in het schip en de viering
gebaseerd. Hierbij komen de halfronde zijkapellen. Door de gelijkmatige
rangschikking van deze geometrische elementen ontstaat er een
gerichtheid op het centrum van de kerk, de viering, die door een
indrukwekkend geconstrueerde hangkoepel is overwelfd. Op de kruispunten
van de kwadraten staan 48 grijze monolietzuilen met Korintische
kapitalen. Doordat ze net als de zijbeuken en -kapellen rond de
kruisvormige plattegrond zijn geplaatst, ontstaat er een bepaalde
ritmiek. Op deze volstrekt nieuwe manier probeert Brunelleschi zijn
ideaal van een centraalbouw te bereiken. in de viering staat het als
tempel gebouwde baldakijnaltaar met kostbare versieringen van ingelegde
halfedelstenen in de pietra-duratechniek.
De rijke aankleding van de veertig kapellen is bijna in originele staat
bewaard gebleven. De talrijke schilderijen zitten nog steeds in hun
zware renaissancelijsten, de bijbehorende predella's zijn niet
verwijderd en ook de voorzetstukken die bij oude altaarstukken
gebruikelijk zijn, de zogenaamde paliotti, zijn nog aanwezig.
Meester van de geboorte van Johnson, Madonna del Soccorso, 1475-1485
olieverf op paneel Het ongewone, in de regio Umbrië bekende thema
van de 'Madonna van de bijstand', dat hier door een onbekende, van een
noodnaam voorziene kunstenaar is geschilderd, was geliefd in de kringen
van augustijner monniken en heeft betrekking op een apocriefe
Marialegende. Maria, duidelijk in een vergrote schaal geschilderd,
drijft met een knuppel de duivel uit een kind, dat door zijn opgewonden,
om hulp smekende moeder wordt vergezeld. Opvallend is de streng lineaire
weergave van de geometrische vloertegels en de alternerende bouwvormen,
terwijl Maria en de duivel met rijke details zijn versierd.
Piazzale Michelangelo
Met de auto -
Via de Viale dei Colli komt men op dit plein.
Te voet - Volg de weg in oostelijke richting langs de linkeroever van de
Arno tot de middeleeuwse toren aan de Piazza Giuseppe Poggi. Neem vervolgens de
aan de voetgangers voorbehouden straat die slingerend omhoogloopt naar het
plein.
Plein is aangelegd in de 19e eeuw.
Vanaf het terras heeft men een mooi schitterend uitzicht over Florence. Het plein wordt
verfraaid door een beeldengroep van bronzen kopieën: kunstwerken van
Michelangelo.
Niet ver van dit plein staat hoog boven Florence, de
SAN MINIATO AL MONTE ▲
Hoog boven de zuidelijke oever van de Arno ligt de San Miniato al Monte.
Net als het Baptisterium is het een Romaans bouwwerk uit de
Proto-renaissance in Florence. Mogelijkerwijs gaat de kerk terug op het
oudste heiligdom in de stad. Hier zou in 250 n.Chr. op het graf van de
vroegchristelijke martelaar Minlas een cultusplaats zijn ontstaan. In de
tijd van keizer Karel de Grote werd er al over een kerk gepraat die in
1018 overging in handen van benedictijnen uit Cluny. Op dit tijdstip
werd voor het graf van de heilige Minlas een crypte gebouwd. Dat was de
start van bouwwerkzaamheden waaruit rond 1200 een nieuwe kerk ontstond.
De naar de stad gerichte voorgevel is met groen en wit marmer bekleed.
De opbouw wordt binnen herhaald. De benedenverdieping, die rond 1070
werd voltooid, is ingedeeld door middel van halfronde arcaden die
steunen op klassieke zuilen. De juiste verhoudingen worden net als in
het Baptisterium in Florence verkregen door de incrustatie. Opvallend is
bijvoorbeeld de onderste deurlijst die de sokkel van het gebouw vormt.
De middenverdieping is rijker gedecoreerd met een in de 19e eeuw
gerestaureerd mozaïek, dat een 'Tronende Christus, Maria en Minias'
voorstelt, boven een aediculavenster en sculpturale elementen. De
topgevel is voorzien van incrustaties, bekend van de binnenkant. Omdat
het gilde van de lakenhandelaren het toezicht over de bouw en het werk
financierde, bekroont hun wapendier, een adelaar op een knot wol, de
gevel.
Interieur
Ongewoon ritmisch door twee grandioze gewelfbogen leiden de arcaden van
het middenschip boven het koor naar de uitgebreide crypte. De kapitalen
stammen grotendeels uit de Oudheid. De zuilenschachten werden in de 19e
eeuw gedecoreerd met stucwerk dat, net als de decoratie op de wanden van
het middenschip, marmer imiteert. In dezelfde tijd werd het Romaanse
apsismozaïek sterk gewijzigd. De opvallende marmeren vloer stamt uit de
tijd rond 1207. Michelozzo ontwierp in 1448 het mooie ciborium boven het
kruisaltaar. Het belemmert de oorspronkelijke blik op de sarcofaag van
de heilige Minias in de crypte.
Spinello Aretino (rond 1350-1410), De
heilige
Benedictus wekt een onder
het puin bedolven medebroeder weer tot leven, ca. 1387 fresco
Spinello Aretino, zoon van een goudsmid uit Arezzo, schilderde in de
sacristie van de San Miniato al Monte de frescocyclus over het leven van
de heilige Benedictus, die in de 6e eeuw de eerst monnikenorde in de
westelijke wereld had gesticht.
Dit fresco van de wederopstanding van een onder puin bedolven
medebroeder door de heilige Benedictus toont door de
landschapsperspectief, de in die tijd gebruikelijke architectuur- en
natuurweergave en -de plaatsing van de figuren in de ruimte hoeveel
Spinello nog ongeveer vijftig jaar na de dood van Giotto aan zijn
voorbeeld verplicht was. Een vergelijkbare overtuigingskracht in de
beeldtaal bereikt hij echter niet.
Omgeving van San
Marco
Convento e
Museo di San Marco -
Galleria
dell'Accademia -
Chiesa Santissima
Annunziata -
Ospedale degli
Innocenti -
Museo Archeologico -
Terug naar Florence
CONVENTO
SAN MARCO en MUSEO DI SAN
MARCO
Kerk en convent van de dominicanen orde van San Marco grenzen aan het
gelijknamige plein. De classicistische stucvoorgevel is opgetrokken in
de stijl van de late 18e eeuw. San Marco was altijd nauw verbonden met
De'Medici: Cosimo il Vecchio droeg het complex aan de dominicanen van
Fiesole over en financierde de renovatie, die tussen 1437-1452 door
Michelozzo werd uitgevoerd. De stichtingsprior, de heilige Antoninus,
bestreed de mecenas toen die het aanzien van de stad wilde veranderen.
Met Savonarola als prior had Lorenzo il Magnifico vanaf 1490 een
gezworen vijand in de stad.
Fra Angelico (ca. 1397-1455), Kruisafname, ca. 1430-1440 tempera op
hout, 185 x 176 cm Fra Angelico was broeder in het San Marco.
Klooster en kloostermuseum bezitten verschillende voorbeelden van zijn
werk. Een van zijn belangrijkste werken is het hoofdaltaarstuk van San
Marco, waarvan de predellapanelen verspreid zijn over musea in de hele
wereld.
Een ander centraal werk van de kunstenaar, het altaarstuk met de
'Kruisafname', werd door Palla Strozzi voor zijn familiekapel besteld.
in het midden van het schilderij wordt het lichaam van Christus van het
kruis gehaald. De compositie is vol spanning door de diagonaal van het
lichaam en de gespreide armen. Alle gezichten zijn zeer individueel
weergegeven, de vleeskleur en de gebaren zijn zeer gevarieerd en het
koloriet van de lichte gewaden is erg levendig. Links staat een groep
treurende vrouwen, terwijl rechts de mar- telwerktuigen getoond worden.
Fra Angelico,
Aankondiging , ca. 1450 fresco, 230 x 297 cm
De wanden van de cellen rechts en links van de gang in het
dormitorium zijn allemaal beschilderd met fresco's van Fra Angelico en
zijn medewerkers en atelierassistenten - samen vormen ze een
indrukwekkende religieuze cyclus, die enig is in zijn soort. Maria en de
engel van de aankondiging ontmoeten elkaar in een loggia, die doet
denken aan de kruisgang die Michelozzo voor het klooster ontwierp.
Karakteristiek voor Fra Angelico zijn de bijna lineaire contouren, de
zachte kleuren -roze, lichtviolet, lichtblauw- en de miniatuurachtige
precisie waarmee natuur en architectuur geschilderd zijn. De figuren
tonen een zekere terughoudendheid, die geen heftige bewegingen toelaat.
Zo ziet Fra Angelico bij de engel af van het gebruikelijke zegenende
gebaar en geeft hem in dezelfde houding weer als de heilige maagd. Op
een aangrijpende manier geeft Fra Angelico zo de deemoed weer waar- mee
ze de voorzienigheid tegemoet treedt.
Dormitorio di San Marco
Fra Angelico/Benozzo Gozzoli, Aanbidding van de koningen, ca. 1450
Groter en rijker dan alle andere fresco's is de wandschildering in de
cel die voor Cosimo de'Medici gereserveerd was
Bibliotheekzaal in de San Marco, gebouwd door Michelozzo, 1444
Fra Angelico,
de
Bespotting van Christus, ca. 1441.
In symbolische vormen
zijn de pijnigingen van Christus weergegeven; Maria en de heilige
Domenicus volharden in stille aandacht
Fra Angelico,
Noli mi
tangere Noli mi tangere, ca. 1450.
Maria Magdalena ontmoet de herrezen Christus in een
gedetailleerd geschilderd landschap op paasmorgen
GALLERIA DELL’ACCADEMIA ▲
In de zalen van het voormalige ziekenhuis San Matteo bevindt zich de
Galleria dell' Accademia. De eerste kunstacademie in navolging van de
Lucas-broederschap werd in 1563 gesticht door Cosimo I de' Medici; in
1784 werd de academie door groothertog Pietro Leopoldo I vernieuwd.
Leren en kunst verzamelen, academie en galerie moesten een eenheid
vormen. De werken van de Florentijnse kunstenaars van de 13e tot de 16e
eeuw dienden de leerlingen tot voorbeeld - door nabootsing werden de
technieken geleerd. Hier werd in 1873 in de speciaal ontworpen tribune
de intussen tot 'Icoon' van de beeldhouwkunst geworden 'David' van
Michelangelo opgesteld om hem tegen de weersinvloeden te beschermen.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564),
David , 1501-1594 marmer, h 410 cm
De meer dan vier meter hoge 'David' is het bekendste werk van
Michelangelo. Uit een smal, hoog blok marmer, waaraan daarvoor al twee
andere beeldhouwers gewerkt hadden, schiep Michelangelo het unieke,
kolossale beeld. Een commissie besloot het beeld, dat oorspronkelijk
bedoeld was voor de dom, als zinnebeeld van de onafhankelijk
stadsrepubliek voor het Palazzo Vecchio te plaatsen. Omdat het origineel
tegenwoordig in de Galleria dell'Accademia staat opgesteld, werd er voor
het gemeentelijke paleis een nauwkeurige kopie geplaatst. Een andere
kopie is onderdeel van het gedenkteken voor Michelangelo op de Piazzale
Michelangelo, hoog boven de stad op de zuidelijke oever van de Arno.
Michelangelo heeft niet de overwinning van David uitgebeeld, niet het
afgehouwen hoofd van de reus, maar de vastberadenheid, de wil en de
daadkracht. Het hoofd en de rechterhand, centra van denken en handelen,
zijn te groot in verhouding tot het lichaam. Michelangelo blies de
proporties op ten gunste van de uitdrukkingskracht.
Michelangelo Buonarroti, Ontwakende slaaf, ca. 1530-1534 marmer, h
267 cm
Ook de veel besproken 'Boboli-slaven' van Michelangelo, genoemd naar
hun regelmatige opstelling in de Buontalenti-grot in de Boboli-tuinen,
bevinden zich nu in de Galleria dell’Accademia. De 'Atlas' lijkt zich
tegen de druk van het zware marmerblok te verzetten, terwijl de
'Ontwakende' zich moeizaam uit het steen lijkt te bevrijden. De figuren
ogen nog onvoltooid. Maar juist het onvoltooid zijn, het nonfinito,
geeft hun de grote zeggingskracht. Met hun gespierde, gigantische
lichamen verzetten ze zich tevergeefs. Ze blijven gevangenen van het
steen, waaruit alleen hun schepper hen kan bevrijden.
SANTISSIMA ANNUNZIATA ▲
De kerk Ss. Annunziata, die in 1250 door de servietenorde werd gesticht,
grenst in het noorden aan een harmonisch, door een zuilengalerij omgeven
parkcomplex. Het boogmotief werd aan het weeshuis voortgezet, aan de
gebouwen van de broederschap herhaald en aan de kerk met de hoge
zuilenhal-arcadebogen uit de 17e eeuw gevarieerd. Michelozzo begon in
1444 met de verbouwing van de kerk; ook de voorhof met arcaden en
sierlijke kapitelen is van hem. Beroemd is het 'Atrium' naar de fresco's
van Andrea del Sarto, Rosso Fiorentino en Pontormo.
Andrea del Sarto (1486-1530),
Geboorte van Maria, 1514 fresco, 41 0 x
345 cm
Andrea del Sarto plaatste de geboorte van Maria in een rijk
gedecoreerd, eigentijds interieur. Rechts staan hofdames en
dienstmeisjes in volumineuze gewaden gekleed rond het bed van de heilige
Anna, terwijl links voor de open kachel de bakers met de verzorging van
het kind bezig zijn. De evenwichtige compositie, het kleurgebruik, de
weergave van de ruimte en de ordening van de figuren maken duidelijk
waarom de Florentijnen del Sarto 'Andrea senz'errore' -Andrea de
foutloze- noemden.
OSPEDALE DEGLI INNOCENTI ▲
Het Ospedale degli Innocenti is een stichting van het welvarende
zijdebewerkersgilde. De terracottareliëfs van Andrea della Robbia
verwijzen naar de bestemming van het gebouw, waarvoor Brunelleschi in
1419 de opdracht voor het ontwerp en de uitvoering kreeg. Met de voorhal
bepaalde de architect de vormgeving van de Piazza en hij gaf het
weeshuis een verheven, klassiek karakter. Net als bij Romeinse tempels
heeft de loggia een open arcadengang. Het weeshuis wordt vaak beschouwd
als het eerste gebouw dat in renaissancestijl gebouwd is. Brunelleschi
sluit de zuilengalerij af met pilasters die geen dragende functie heb-
ben. Als dominerende pilasterorde zou ook deze vernieuwing tot standaard
van de renaissancearchitectuur worden.
MUSEO ARCHEOLOGICO ▲
Sinds 1880 resideert het Museo Nazionale Archeologico, een van de
belangrijkste archeologische musea van Italië, in het Palazzo della
Crocetta, dat in 1620 voor de aartshertogin van Oostenrijk, de
echtgenote van Cosimo II, gebouwd werd. De Etruskische afdeling geeft
een omvangrijk overzicht van de Etrusken in Italië.François-vaas, ca.
570-560 v.Chr. 66 x 57 cm, o 181 cm
In de rijke vazenverzameling is vooral de zogenaamde 'François-vaas'
heel bijzonder. Deze werd in 1845 door François, een schilder en
kopergraveur, in een Etruskisch graf bij Chiusi gevonden. Een Griekse
schilder, Kleitias, en een pottenbakker, Ergotimos, signeerden rond
570-560 v.Chr. de volutenkrater, die vervolgens naar Etrurië
geëxporteerd werd. Op het Attische vat voor het mengen van wijn en water
zijn op meerdere stroken boven elkaar jacht-, strijd- en offertaferelen
uit de Griekse mythologie geschilderd, die ongewoon levendig en
indringend zijn weergegeven.
Chimaera van Arezzo, eind 5e eeuw v.Chr. brons, 78,5 x 129 cm
Bij de bouw van de stadsmuur in 1553 werd in Arezzo de bronzen
'chimaera' (monsterdier) gevonden. Cosimo 1 de'Medici! liet de staart
van het dier restaureren en daarna werd de kostbare vondst in het
Palazzo Vecchio opgesteld. Een inscriptie in de rechtervoorpoot van het
mythische monster maakt duidelijk;dat het om een votiefgeschenk gaat.
Het fabeldier met de kop van een leeuw, de romp van een geit en de
staart van een slang leefde in de Griekse mythologie als vuurspuwend
beest aan de westkust van Lycië. Bewonderingswaardig zijn de fijne
uitwerking en de kwaliteit van het bronsgieten.
Bron: Kunst & Architectuur TOSCANE. Anne
Mueller von der Hagen, Könemann. Boek is niet meer in de handel! Internet verbindingen
zijn toegevoegd.
**
Terug naar Florence
**
Accommodaties in
Florence en/of omgeving
** "Hoe maak ik een
printversie
van een pagina"?
** Zie ook onze
boeken pagina eens.
** Door
Tekengrootte te
wijzigen kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
|