|
PISTOIA,
naar regio overzicht Toscane Pistoia ontstond in de tweede eeuw voor Christus op de
aangeslibde grond van de rivier de Ombrone. Het was een oppidum
dat in de oorlog tegen de Liguriërs als steunpunt voor de Romeinse troepen
fungeerde. De plaatsnaam die via Pistorium
of Pistoria
of ook wel Pistoriae
werd overgeleverd, komt waarschijnlijk van het Latijnse woord pistores,
wat bakker betekent en is een duidelijke verwijzing naar het feit dat de stad
voor de ravitaillering van het leger zorgde.
De omgeving van Pistoia, die al sinds de oudheid wordt doorkruist met
transappenijnse wegen, werd waarschijnlijk al voor de stichting van de stad zelf
bezocht, zoals een stèle en twee Etruskische grafstenen, die onlangs in de
omgeving van de Dom werden gevonden, aantonen. Door haar ligging aan de Via
Cassia was de stad in de Romeinse tijd van grote betekenis en zoals Sallustius
verhaalde, was het gebergte in het jaar 62 v. Chr. het toneel van de veldslag
waarin Catilina werd gedood.
Longobarden
De komst van de Oostgoten van Radagaiso in 406 na Chr. leidde tot zulke zware
vernielingen dat de oorspronkelijk vierkante opzet van de stad werd vernietigd
en ze helemaal opnieuw moest worden gebouwd. Halverwege de 6 e eeuw kwam de stad onder Byzantische
heerschappij. Maar Pistoia onderging toch de meeste invloed van de Longobarden
die de stad tot een strategisch en politiek centrum wisten te maken. Zo werd
hier zelfs een gouden munt, de Tremissis van Pistoia geslagen. Tussen het einde
van de 7e en het begin van de 8e eeuw kreeg de stad haar
eerste stadsmuur waarvan in de buurt van de Dom nog resten te zien zijn.
Franken
In de 9e eeuw leefden de Longobarden met de nieuwe machthebbers, de Franken,
samen tot aan de feodale tijd toen de plaatselijke vorsten, en met name de
graven Guidi en Cadolingi, het gebied onder elkaar verdeelden.
Autonoom
De stad kreeg hierna al gauw een zekere autonomie. Een stadsbestuur, dat van
de consul, werd in 1105 ingesteld en het gemeentestatuut, een van de eerste in
Italië gedocumenteerde gemeentestatuten, stamt uit het jaar 1117. Toen in
1144 een relikwie van de heilige Jacobus in Pistoia werd ondergebracht, werd de
stad een belangrijke pleisterplaats aan de Via Francigena, die van Rome naar
Compostela voerde. De tweede stadsmuur werd in de 12e eeuw gebouwd
en omgaf een gebied dat inmiddels vier maal zo groot was geworden.
Florence
Ondanks deze uitbreiding was er al in de tegenstellingen tussen de adel en
de bevolking een begin van verval te bespeuren dat Pistoia ten slotte onder de
heerschappij van Florence zou brengen. Onder de grote koopmansfamilies braken
conflicten uit en de onderlinge twisten leidden tot politieke schermutselingen
tussen de Welfen en de Ghibellijnen en later tussen de Witten en de Zwarten.
Door verschillende gebeurtenissen was de stad slechts korte tijd onafhankelijk
en werd ze lange tijd gedomineerd door de steden Lucca, met Castruccio
Castracani, en Florence. Aan deze laatste stad gaf Pistoia zich in 1401
definitief over. In de 14e en 15e eeuw werd Pistoia
opgeschud door de strijd tussen de Panciatichi, getrouwen van de Medici, en hun
vijanden, de Cancellieri, totdat de stad in 1538 direct onder het centrale
bestuur van Florence werd gesteld.
De derde stadsmuur, die nog grotendeels bewaard is gebleven, stamt uit
de 14e eeuw en werd in opdracht van Cosimo de Medici in de 16e
eeuw tot een vesting ontwikkeld.
In de 17e eeuw speelde Pistoia op Europees niveau geen rol van betekenis meer en
haar enige roemrijke daden in de 17e eeuw vonden plaats in 1643 toen de stad de
pauselijke troepen van Urbanus VIII verdreef en in 1667 toen Giulio Rospigliosi
uit Pistoia als Clemens IX de heilige stoel besteeg.
Dankzij de vele hervormingen, de landwinning als gevolg van de drooglegging, en
de uitbreiding van het wegennet onder de vooruitziende regering van de
Lotharingers ontwaakt Pistoia uit haar slaap. In 1786 vond in Pistoia de
diocesane hervormingssynode plaats die door de Jansenistische bisschop Scipione
de’ Ricci bijeen was geroepen en die vervolgens geëxcommuniceerd werd. Na de
verovering door de troepen van Napoleon aan het einde van de 18e
eeuw, kwam Pistoia ten tijde van de Restauratie in 1814 opnieuw onder de
heerschappij van de Lotharingers en streed zij tijdens de opstand tegen
Oostenrijk in de eerste gelederen van het Risorgimento. In 1927 behoorde Pistoia
tot de nieuwe, door Mussolini gestichte provincies.
De stad bewaart tegenwoordig haar historische en culturele
rijkdommen angstvallig. Zie de
figuren. Toch is de stad ook economisch
gezien van internationaal belang: de boomkwekerijen en de productie van
railvoertuigen en bussen van de firma Breda zijn hiervan de belangrijkste en
wereldwijd de bekendste voorbeelden.
Campanile
Markant en statig verrijst de 67 m hoge campanile naast de voorgevel van de dom.
In de tijd van de gemeentelijke vrijheid werden de eerste drie verdiepingen als
ambtszetel voor de 'capitano del popolo' gebouwd en 'fortezza del campanile'
genoemd. Pas rond 1300 volgden de drie, van veraf zichtbare verdiepingen met de
gestreepte incrustatie, de dwerggalerijen en de zwaluwstaartvormige kantelen. De
toren werd in de 16e eeuw bijgebouwd. Vroeger diende het gebouw voornamelijk het
gemak van de burgers: het gaf de tijd aan, maar de klokken luidden ook bij
gevaar.
Duomo San Zeno
Naast de machtige campanile doet de in tweeën gedeelde voorgevel van de dom
buitengewoon sierlijk aan. De bovenverdieping is verdeeld in kleine galerijen en
versierd met gestreepte incrustatie. De helder geordende voorzijde vormt een
harmonieus geheel met de in 1311 toegevoegde voorhal. Interessant is de
combinatie van voorbeelden uit Florence en Pisa. De stroken in het bogenveld
worden voortgezet in de decoratie van de bovenste zuilengalerij, die doet denken
aan de ordening van de dom van Pisa. Daarentegen verwijzen de rechthoekige
velden in de attiek naar Romaanse marmerincrustaties in Florence. In het ritme
van halfronde en hoefijzervormige bogen opent de voorhal zich. De hoge, slanke
middenboog overkoepelt een tongewelf met geglazuurde cassetten van Andrea della
Robbia. Van zijn hand is ook het uit 1505 stammende terracottareliëf van de
madonna met kind en twee engelen in het timpaan van het middenportaal. In de
lunetten van de booggangen zijn kortgeleden bij restauratiewerkzaamheden in het
voorportaal restanten van fresco's blootgelegd. De topgevel wordt bekroond door
twee beelden uit de 18e eeuw: aan de linkerkant San Zeno, bisschop van Verona en
stadspatroon van Pistoia tot de aankomst van de relieken van de nieuwe patroon
San Jacopo, die rechts te zien is. Hij wordt elk jaar op 25 juli, zijn naamdag,
feestelijk versierd en geëerd met riddertoernooi waarbij middeleeuwse kostuums
worden gedragen, de 'Giostra dell'Orso'.
Interieur
Zeven zuilen en een pilaar leiden in het middenschip naar het koor, dat
verborgen achter de imposante triomfboog een barokke glans uitstraalt. Boven
gelijkmatige arcaden verrijst de wand van het middenschip. In het bovenste deel
zijn sporen van de oorspronkelijke beschildering te zien. Direct onder de open
dakstoel niet originele balken verlichten vensters op de bovenverdieping de
indrukwekkende ruimte. De verschillende kapitalen zijn uitzonderlijke
voorbeelden van Romaanse bouwkunst. De overige decoratie is zeer rijk. Bij de
rechterwand bevindt zich het 14de eeuwse graf van jurist en dichter
Cino da Pistoia - een vroeg voorbeeld van 'burgerlijke' bijzetting in een kerk.
Deze tijdgenoot van Petrarca en Boccaccio gaf, zoals op het grafmonument valt te
lezen, kinderen van vooraanstaande families les.
Het grote kruis uit 1275 met een minutieuze weergave van de lijdende Christus en
zes scènes uit zijn leven zijn van de hand van Coppo di Marcovaldo, een van de
eerste Toscaanse schilders die onder zijn eigen naam bekend was.
Andrea
del Verroechio (1436-1488) en Lorenzo di Credi (1459-1537), Madonna di Piazza,
na 1475 olieverf op paneel, 189 x 191 cm
In de oorspronkelijk naar het plein voor het gemeentehuis geopende
koorkapel, in de linkerzijbeuk, hangt de 'Madonna di Piazza', een hoofdwerk van
de late schilderkunst uit het Quattrocento in Florence. Naar aanleiding van de
bezetting van bisschop Donato de'Medici in de kapel werd aan de Florentijn
Andreo del Verrocchio in 1475 de opdracht gegeven de 'Tronende madonna met kind
en de heiligen Donatus en Johannes de Doper' te schilderen. Zijn leerling
Lorenzo di Credi nam al snel de opdracht over. Het werk stemt overeen met een
'Sacra Conversazione', een afbeelding van de madonna met heiligen.
Zilveren
altaar van de H. Jacobus, 1287-1456 zilversmeedkunst, b 346 x h 215 cm
Het zilveren altaar van de heilige Jacobus is een uitmuntend voorbeeld van
Toscaan- se goudsmeedkunst, waaraan van 1287 tot halverwege de 15e eeuw meerdere
generaties kunstenaars hebben gewerkt. Het altaar bestaat uit een dorsaal en een
mensa, met op het antependium de geschiedenis van Christus. Aan de zijkanten
zijn scènes uit het scheppingsverhaal (rechts) en uit het leven van de heilige
Jacobus (links) te zien. Het opzet- stuk, het dorsaal, is versierd met figuren
in nissen die in drie etages boven elkaar geplaatst zijn. De 628 figuren werden
gedeeltelijk in de 'verloren-wastechniek' gegoten en gedeeltelijk uit bladzilver
gedreven en verguld. De figuren vertonen stijlelementen van de Gotiek tot de
vroege Renaissance. Het uitgangspunt was een klein altaarpaneel met een
Byzantijns aandoende Maria, omgeven door apostelen, die zich nu rond de van boek
en pelgrimsstaf voorziene heilige Jacobus scharen. Vervolgens kwam de bekroning
met een aankondigingsscène en de taferelen op het antependium en de mensa. Het
beeld van de heilige Gregorius en de in vierpassen neergezette, heftig agerende
profeten Jesaja en Jeremia worden aan de jonge Brunelleschi toegeschreven, die
een opleiding als goudsmid had gevolgd.
Palazzo dei Vescovi
De afsluiting aan de zuidkant van het domplein wordt gevormd door het Palazzo
dei Vescovi, het bisschoppelijk paleis. In 1143 had Alto, de bisschop van
Pistoia, kostbare relieken van de apostel Jacobus de Oudere uit diens graf in
Santiago de Compostella ontvangen. Pistoia werd daarmee een belangrijk station
op de route van de Jacobs-pelgrims. Voordat evenwel de relieken een plaatsje in
de dom vonden, werd het uit de 10e eeuw stammende bisschoppelijk paleis met de
'cappella di San Jacopo' (nu onderdeel van het dioceesmuseum) uitgebreid. Het
gebouw kreeg in de 14e eeuw nog een verdieping. Nu is er vanuit het
bisschoppelijk paleis toegang tot een onderaards archeologisch educatief pad,
dat via opgravingen uit de vroegchristelijke en Romeinse complexen naar steeds
diepere lagen en ten slotte de Etruskische graven voert.
Palazzo del Capitano del Popolo
In de 13 e eeuw ontstond het palazzo
uit de samenvoeging van drie gebouwen. Het diende als woning van de Capitano del
Popolo (Stadshoofd), een rechter, die de belangen van het volk behartigde.
Piazza della Sala
Dit was in de 8e eeuw de verblijfplaats van de koninklijke
vertegenwoordiger van de Langobarden. Al sinds de Middeleeuwen dient het plein
als marktplaats. De leeuwenbron is een geschenk dat de familie Medici in 1451
aan de stad gaf.
Baptisterium San Giovanni in Corte
Halverwege de 14 e eeuw werd dit doopvont door Cellino Nese, misschien naar een
ontwerp van Nicola Pisano, op de overblijfselen van een oude kerk gebouwd. APT
Turistica
Piazza S. Maria delle Carceri, 15 - 59100 Prato
Tel. en fax: +39.0574.24112
E-mail aptpistoia@comune.pistoia.it
* Vraag Pianta della città Pistoia, Toscana Italy with Main Monuments
aan. Is een fraaie plattegrond met alle bezienswaardigheden klein afgebeeld.
Omgeving
Pescia met
San Francesco
Het plaatsje Pescia aan de gelijknamige rivier werd na de volledige
verwoesting door de heerser van Lucca in de 14e eeuw herbouwd. Onder de familie
de'Medici werd het een stad en een bisschopszetel. Rond 1300 ontstond de
eenvoudige San Francesco. De kerk werd gebouwd als een gotische zaalkerk met
open dakstoel en drie gewelfde koorkapellen, en gebruikt als graf voor de rijke
koopmansfamilies.
Het belangrijkste decorstuk in de kerk is het grote altaarstuk van de schilder
Bonaventura Berlinghieri uit Lucca. Het is gesigneerd en gedateerd in 1235
-slechts negen jaar na de dood van de heilige Franciscus-, aldus de inscriptie
onder de voeten van de heilige. Het altaarstuk geldt als het oudste bewaard
gebleven voorbeeld van dit afbeeldingtype; tot dan toe was de centrale positie
slechts voorbehouden aan Maria met kind. Overmatig groot staat de figuur van de
heilige Franciscus op de middenas. Zes scènes uit zijn leven zijn rondom hem
gerangschikt. In het midden zien we Het gesprek met de vogels en de
Genezing van Bartholomeus van Neri; twee gebeurtenissen die de liefde van de
heilige voor mens en natuur thematiseren. De scène van de Stigmatisering
als belangrijkste gebeurtenis in zijn leven toont de heilige Franciscus als
navolger van Christus. De kunstenaar schilderde kort na de dood van de monnik en
zijn heiligverklaring al een omvangrijk repertoire aan genezende en
wonderbaarlijke daden en het is aannemelijk dat de schilder van zijn
opdrachtgevers, de franciscaners, aanwijzingen kreeg met betrekking tot de keuze
van de weer te geven scènes uit zijn leven.
Bonaventura Berlinghieri (ca. 1207-1274), paneel van de heilige
Franciscus ,
1235 tempera op paneel, 160 x 123 cm
Collodi
Villa Garzoni
Een paar kilometer ten westen van Pescia ligt het middeleeuwse plaatsje Collodi
schilderachtig op een heuvel. Langs het nauwe dal van de rivier en al van ver
zichtbaar verrijst de Villa Garzoni aan het eind van het dorp. Villa Garzoni,
een hoogbarok paleis bestaande uit vier etages met een belvedèretoren en beelden
op het dak, werd gebouwd tussen 1633 en 1652, na de verbouwing van een
middeleeuwse burcht van de familie Garzoni. Indrukwekkend is de gelijktijdig
aangelegde Italiaanse tuin, die als een theaterdecor op de helling ligt
en in de 18e eeuw werd voorzien van terrassen, balustrades, labyrinten,
fonteinen, grotten en beelden naar het ontwerp van architect Ottaviano Diodati.
De roem van de tuin verspreidde zich over heel Europa en beïnvloedde de
ontwerpers van de beroemde tuinen van Versailles, Fontainebleau en Potsdam.
Parco di Pinocchio
Carlo Lorenzini (1826-1890), schrijver van de beroemde Pinocchio-verhalen,
veranderde zijn naam in Carlo Collodi, naar de geboorteplaats van zijn moeder.
In de jaren '50 van de 20e eeuw werd er met de inrichting van het Pinocchio-park
een monument voor hem opgericht. Bij de ingang bevindt zich een door Emilio
Greco ontworpen bronzen beeldengroep die de geschiedenis uitbeeldt van
Pinocchio, het kleine houten poppetje dat vanwege een leugentje bestraft werd
met een lange neus. Pinocchio staat onder de boom waarvan hij gemaakt is en
kijkt de blauwe fee aan. Boven hem zit, op een tak van de eik, de valk die hem
van zijn straf bevrijdt. Door het park voert een pad langs de 21 bronzen beelden
van de kunstenaar Pietro Consagra, die de belangrijkste gebeurtenissen en de
verschillende avonturen uit het leven van de kleine held weergeven. Ten slotte
duikt Pinocchio zelf weer op om afscheid van zijn bezoekers te nemen.
Beelden in de tuin zijn bijv.:
Emilio Greco (1913-1995), Pinocchio en de fee, 1956, brons, k 500 cm en
Pietro Consagra (geb.1920), Pinocchio neemt afscheid, 1972, brons
|