|
CATACOMBEN naar overzicht regio
Latium en Rome De catacomben,
zie
de afbeelding, waren de begraafplaatsen van de
eerste Christenen. De originele naam was coemeteria, nu
cimiterokerkhof, ofwel slaapplaatsen. Slechts een van deze kerkhoven,
die van S. Sebastiano op de Via Appia, werd catacombe genoemd, en omdat
de ingang zich in een verlaging van een dal bevond, is het mogelijk, dat
het woord « catacomba » uit de Grieks-Romeinse spraakvermenging zou zijn
voortgekomen. Deze term werd vanaf de Xde eeuw voor alle christelijke,
onderaardse begraafplaatsen gebruikt. De catacomben, die zich allemaal
buiten de oude stadsmuur bevonden in naleving van de Romeinse wet, die
het begraven of verbranden van een lijk in de stad ten strengste
verbood, bestaan uit ,onderaardse, diep in de tuf, uitgegraven gangen,
die in verschillende rijen boven elkaar liggen. Iedere hoofdgang wordt
gesneden door zijgangen, die samen een netwerk vormen. De gangen van de
catacombe van S. Sebastiano, hebben een lengte van twaalf km. Er is
uitgerekend, dat, indien we de 52 in Rome bekende catacomben zouden
uitstrekken over een rechte lijn, een lengte van 600 km. ingenomen zou
worden.
Er is inmiddels vastgesteld, dat de catacomben uitsluitend gebruikt
werden als begraafplaats voor de eerste Christenen, en niet, zoals
algemeen werd aangenomen, als schuilplaats voor de vervolgden. We moeten
echter toegeven, dat de eerste Christenen onder het mom van
begrafenisplechtigheden, zich vaak in de catacomben verzamelden om hun
godsdienst uit te oefenen.
De gangen kwamen uit op grafkamers, cryptae, waar soms het graf van een
martelaar stond; of ze waren bestemd voor de viering van de liturgie en
jaargetijden van overledenen. Deze cryptae waren vaak versierd met
stuc of met expressieve, sterk contrasterende, kleurrijke
beschilderingen; in deze decoraties kunnen we vaak primitieve symbolen
van dit nieuwe geloof terugvinden; de vis, de olijf, het brood, de palm,
de wijnstok als symbool van de eeuwigheid, de duif als symbool van de
ziel, en het schip. In de muren van de gangen waren rechthoekige nissen
aangebracht, waar de doden werden neergelegd. Iedere nis werd afgesloten
met een plaat van marmer of ander materiaal. Deze nissen konden een, of
meerdere lichamen bevatten. De naam van de overledene werd in de plaat
gebeiteld. Deze manier van begraven werd « loculus » genoemd. We vinden
ze ook in de kapellen en zelfs in de muren van de trappen; later werden
dergelijke loculi ook in de vloer uitgegraven.
De arcosolia waren daarentegen meer bewerkte graven, die vaak
voorzien waren van decoraties. Zij danken hun naam aan het feit, dat er
vaak boven het graf een aangebouwde, of een in tuf uitgehouwen boog was
(arcosboog). In dit geval lag de grafsteen, die het graf bedekte,
horizontaal, en kon als altaar dienen om de mis te lezen.
De catacomben werden verlicht door olielampjes, kandelabers, en
hanglampen, die van boven een zwak licht verspreidden. Ze bevonden zich
waarschijnlijk in de openingen, die bij de bouw gemaakt waren om het
bouwmateriaal te verwijderen.
Vanaf de Vde eeuw werden de catacomben niet meer als begraafplaats
gebruikt, maar ze bleven een plaats van verering, waar de vele graffiti,
die de pelgrims op de graven van de martelaren hebben achtergelaten, van
getuigen. In de VIIde eeuw werd begonnen met het overbrengen van de
stoffelijke resten van de martelaren naar de kerken; langzamerhand
raakte de gewoonte, om de onderaardse kerkhoven te bezoeken, in onbruik,
zo zelfs, dat de ingang van de meeste van hen niet meer te vinden was.
De enige catacomben, die altijd een bekende vereringplaats bleven, waren
de catacomben van San Sebastiano, van San Lorenzo, van San Pancrazio en
van San Valentino.
**
Accommodaties
in Rome en omgeving
** Waarom zouden we voor onze accommodatie kiezen voor
Booking?
** Zie
hier voor: "Hoe
maak ik een printversie van de pagina"?
** Zie ook onze boeken pagina
eens.
** Door
Tekengrootte te
wijzigen kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
|