|
ROND PIAZZA DEL POPOLO naar overzicht regio
Latium en Rome INLEIDING
Op het noordelijke deel van het antieke Marsveld, waarop keizer Augustus
het grote Vredesaltaar, de Ara Pacis, de zonnewijzer en zijn
mausoleum had laten oprichten, liggen tegenwoordig twee grote pleinen.
Aan de noordkant ligt de Porta del Popolo, de stadspoort waardoor
eeuwenlang de uit noordelijke richting over de Via Flaminia aankomende
reizigers de stad binnenkwamen. De poort ligt aan de Piazza del
Popolo, die vanaf de 16de eeuw onder verschillende pausen gestaag
werd uitgebreid. Om de steeds groter wordende toestroom van pelgrims en
andere bezoekers het hoofd te kunnen bieden, lieten de pausen nieuwe
verkeersaders aanleggen en bestaande vergroten. Hieraan herinneren de
drie straten die zich waaiervormig vanaf het plein uitstrekken en die in
de volksmond bekendstaan als de Tridente, drietand. De straat aan
de rechterkant, de Via di Ripetta, voert naar de oever van de
Tiber; de 1,6 km lange Via del Corso in het midden volgt het
traject van de antieke Via Flaminia naar de Piazza Venezia; de Via
del Babuino aan de linkerkant, die zijn naam dankt aan een
wanstaltig beeld van Silenus met de bijnaam baviaan, leidt naar
het beroemdste plein van Rome, de Piazza di Spagna. In de 17de
eeuw bezaten de twee machtigste landen van Europa, Spanje en Frankrijk,
de straten in de omgeving van dit plein en verfraaiden die met
representatieve gebouwen. Het Palazzo di Spagna was de zetel van de
Spaanse ambassadeur bij de Heilige Stoel. De Fransen bouwden de
monumentale trappen die van het plein naar hun kerk S.S. Trinitá del
Monti en andere Franse instellingen op de Pincio voerden. In de
18de eeuw was het plein een trefpunt voor Engelsen die tijdens hun Grand
Tour door Europa in een van de vele hotels in de buurt verbleven.
Bovendien was de wijk tot in de 19de eeuw geliefd bij kunstenaars en
intellectuelen uit de hele wereld. Goethe heeft er gewoond, en de Britse
dichters John Keats en Percy Bysshe Shelley, wier woonhuizen
tegenwoordig kleine musea zijn. Nog steeds herinneren het fameuze
Caffè Greco in de Via Condotti en Babington's Tea Room
aan de Piazza di Spagna aan die tijd. De Piazza di Spagna is sindsdien
het favoriete trefpunt van buitenlandse bezoekers in Rome gebleven. Het
plein is een ideaal vertrekpunt voor een wandeling naar de
wereldberoemde monumenten uit de Oudheid, de Renaissance en de Barok,
maar ligt ook vlak bij de chicste winkelstraten van de stad: de Via
Condotti en de Via del Babuino met zijn vele galeries en antiekwinkels.
Daar zomaar wat rondslenteren is een belevenis. Men kan langs de
Villa Medici naar de prachtige tuinen op de Monte Pincio wandelen, en vandaar verder omhooglopen naar het uitgestrekte park van de
Villa Borghese, dat ook nog plaats biedt aan de Villa Giulia,
de Galleria D'Arte Moderna, ondergebracht in een paviljoen dat is
gebouwd ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van de Italiaanse
eenheid, en de Giardino Zoologico.
Ara Pacis Augustae
▲
Het in de jaren dertig in opdracht van Mussolini ter gelegenheid van de
2000ste geboortedag van Augustus gereconstrueerde Vredesaltaar was in
het jaar 9 v.C. door de senaat ingewijd om de glorieuze terugkeer van de
keizer uit Spanje en Gallië te vieren. Twee openingen in de lange zijden
van de rechthoekige marmeren omheining geven toegang tot het eigenlijke
altaar, dat op een trapvormig platform staat. De omheining is aan de
binnen- en buitenkant met reliëfs versierd. Aan weerszijden van de
ingangen zijn mythologische en allegorische taferelen te zien, terwijl
de reliëfs op de twee smalle zijden een feestelijke processie van
verwanten van de keizer tonen. De Ara Pacis is een politiek en
propagandistisch monument uit de Augusteïsche periode. De mythologische,
historische en religieuze afbeeldingen symboliseren het tijdperk van de
vrede, dat na eeuwen van oorlog door de politiek van de nieuwe
keizerlijke alleenheerser was aangebroken.
Mausoleum van Augustus, Mausoleo
di Augusto
▲
Na de overwinning op Antonius en Cleopatra en de verovering van
Egypte keerde Augustus in 29 v.C. uit Alexandrië terug en begon met de
bouw van een groot grafmonument voor zichzelf en zijn familie op het
Marsveld. Er stond hem een beroemd voorbeeld voor ogen, het mausoleum
van Alexander de Grote in Alexandrië, maar met zijn op een onderbouw
opgeworpen grafheuvel deed het monument vooral denken aan de Etruskische
graven en sloot daarmee aan op de Italische traditie. In de Middeleeuwen
werd het mausoleum het bolwerk van de familie Colonna en later
fungeerden de ruïnes als tuin, amfitheater en concerthal. In 1936 werden
de resten van het grafmonument opnieuw blootgelegd.
Antieke bronnen maken een nauwkeurige reconstructie van het complex
mogelijk: gevat in een hoge ommuring verhief zich een met groenblijvende
bomen - cipressen of steeneiken - beplante grafheuvel. Daaronder ging
een rond complex met een diameter van 87 m schuil, bestaande uit vijf
concentrische ringmuren rond een kern waarin een cirkelvormige gang met
drie grafnissen de ronde cella omgaf. Hier bevond zich het graf
van de keizer. Recht daarboven, op de top van het monument, stond een
bronzen standbeeld van hem. Voor de ingang waren, naar het voorbeeld van
de Egyptische faraograven, twee obelisken opgericht. Eeuwen later
verhuisden deze naar de Piazza del Quirinale en de Piazza
dell'Esquilino. Bronzen platen bij de ingang vermeldden de res gestae
of handelingen van Augustus: een overzicht van al wat hij tot
stand had gebracht.
Piazza di Spagna met de Spaanse Trappen
en de SS. Trinitá dei Monti
▲
De Piazza di Spagna is, vooral dankzij de beroemde Spaanse
Trappen, die nog steeds dag en nacht een ontmoetingsplaats zijn voor
zowel Romeinen als buitenlanders, een van de markantste plekken van
Rome. De monumentale trappen vallen min of meer in drie delen uiteen:
het onderste deel bestaat uit drie opeenvolgende brede traparmen. Deze
gaan via een verbreding over in twee smallere trappen, die om een
centraal bordes heen leiden. Boven het bordes voeren ten slotte weer
twee brede traparmen naar de SS. Trinitá dei Monti. Het in 1723-1726
uitgevoerde ontwerp van Francesco de Sanctis werd gefinancierd door de
Franse ambassadeur Étienne Gueffier.
De Drievuldigheidskerk, die met zijn twee torens de Spaanse Trappen
domineert, is oorspronkelijk gesticht door de Franse koning Karel VIII.
De bouw begon in 1502 en eindigde in 1587 toen Domenico Fontana de met
antieke kapitelen en reliëfs versierde dubbele trap voltooide. Midden op
het plein staat een fontein in de vorm van een half gezonken schip, die
door de Romeinen La Barcaccia, gammele badkuip, wordt genoemd.
Deze is in 1627-1629 ontworpen door Gianlorenzo Benüni of zijn vader
Pietro, naar aanleiding van een boot die hier was achtergebleven na een
overstroming van de Tiber.
In de SS. Trinitá dei Monti is een van de beroemdste fresco's van
Rome te zien: de Kruisafneming, van
Daniele da Volterra. Het fresco heeft enigszins aan kleur ingeboet
toen het werd overgebracht op linnen. Aan de gespierde lichamen van de
mannenfiguren is de invloed van Volterra's leermeester Michelangelo af
te lezen.
Internet
http://www.aviewoncities.com/rome/piazzadispagna.htm
Villa Medici
▲
De schitterend op de Pincio, hoog boven de Piazza di Spagna
gelegen Villa Medici gaat terug tot de 16de eeuw, toen de machtige
kardinaal Giovanni Ricci di Montepulciano de architect Annibale Lippi
opdracht gaf een kleine hofstede te verbouwen en uit te breiden. Na zijn
dood kwam het bouwwerk al wedijverend met leden van de andere adellijke
families, een grote verzameling oudheden had vergaard, liet door
Bartolommeo Ammanati een lange galerij bouwen en een
magnifieke tuin aanleggen. Latere Medici's veronachtzaamden de villa
echter: in de 17de eeuw liet Cosimo III de schilderijencollectie naar
het Florentijnse Palazzo Pitti overbrengen, en in 1770 verhuisde
ook de archeologische verzameling naar Florence (nu te zien in de
Uffizi). Nadat het geslacht De 'Medici was uitgestorven, kwam de villa
in bezit van het huis Lotharingen. Een nieuwe bloeitijd brak pas weer
aan toen Napoleon de Villa Medici in 1803 tot zetel van de Académie
de France maakte. De Franse academie, die door het toekennen van de
Prix de Rome jonge kunstenaars de mogelijkheid bood de kunst uit de
Oudheid te bestuderen, liet de villa niet alleen restaureren, maar
maakte deze - tot op de dag van vandaag - ook weer tot een centrum van
kunstbevordering in de geest van de Renaissance. In tegenstelling tot de
strenge, sobere voorgevel vertoont de door Annibale Lippi ontworpen
gevel aan de tuinzijde een rijke profilering. Hij bestaat uit een
middenpartij met een Serliaanse loggia en zijvleugels bekroond met
kleine torens, en is rijkelijk versierd met antieke reliëfs - onder
andere reliëfs met guirlandes van de Ara Pacis - borstbeelden en
gedenkstenen, die herin- neren aan kardinaal Glovanni Ricci's grote
liefde voor de Oudheid. Aan weerszijden van de trap naar de loggia staan
twee marmeren leeuwen waarvan de voorpoten op een bol rusten.
Pincio
▲
Op de heuvel achter de Piazza del Popolo, waar vroeger de tuinen van
oude Romeinse families lagen, onder andere van de familie Pinci, strekt
zich nu een classicistisch tuinencomplex uit dat aan het begin van de
19de eeuw is ontworpen door Giuseppe Valadier en dat met zijn brede, met
schaduwrijke naaldbomen, palmen en groenblijvende struiken afgezette
lanen een geliefd wandelgebied is. Men kan er zomaar wat rondslenteren
langs borstbeelden en monumenten gewijd aan beroemde Italianen en grote
patriotten of op het uitzichtplatform genieten van wat waarschijnlijk
het mooiste uitzicht over de stad is.
Piazza
del Popolo met de S. Maria dei Miracoli en S. Maria in Montesanto
▲
De grote, ovale Piazza del Popolo is in de loop der eeuwen
diverse keren veranderd, maar vormt tegenwoordig niettemin een
harmonieus geheel. In de 16de eeuw werd de Porta del Popolo
gebouwd, naast de oude parochiekerk Santa Maria del Popolo, en in 1589
liet paus Sixtus V vanaf de piazza, aan weerszijden van de centrale
Corso, twee nieuwe straten aanleggen. Midden op het plein liet hij een
Egyptische obelisk oprichten. In 1658 gaf paus Alexander VII Carlo
Rainaldi opdracht tot de bouw van de tweelingkerken Santa Maria del
Miracoli en Santa Maria in Mantesanto aan de zuidkant van het plein. Ze
flankeren de Corso en lijken samen een symmetrische poort te vormen.
Giuseppe Valadier bouwde tussen 1816 en 1820 de muren in de vorm van een
halve cirkel, die de piazza tot het enige classicistische plein van de
stad maakten.
Porta
del Popolo
▲
Al in de Oudheid kwamen reizigers uit het noorden de stad binnen via de
Porta Flaminia. Halverwege de 16de eeuw liet paus Pius IV de oude poort,
die inmiddels naar de vlakbij gelegen kerk S. Maria del Popolo was
genoemd, door Nanni di Baccio Bigio van een nieuwe gevel voorzien. De
poort ziet eruit als een Romeinse triomfboog en is aan de noordkant
verfraaid met antieke zuilen en beelden van de apostelen Petrus en
Paulus. Een eeuw later gaf paus Alexander VII - naar aanleiding van de
komst van de kort daarvoor tot het katholieke geloof bekeerde koningin
Christina van Zweden - Gianlorenzo Bernini opdracht een gevel te
ontwerpen voor de zijde die op het plein uitkeek. De door het wapen van
de paus bekroonde inscriptie op de attiek wenst de koningin een
gelukkige en heilbrengende intocht. Oorspronkelijk werd de poort
geflankeerd door twee torens, die in 1879 zijn gesloopt toen de
zijdoorgangen werden aangebracht.
Santa Maria del Popolo
▲
Is een van de oudste parochiekerken van Rome, staat boven het graf
van keizer Nero, wiens verloren ziel volgens een middeleeuwse legende
rondwaarde bij een notenboom die daar was gegroeid. Om aan het gespook
een einde te maken, liet paus Paschalis II in 1099 de boom omhakken, de
as van Nero in de Tiber gooien en een Mariakapel bouwen. Gregorius IX
verving de kapel in 1227 door een grotere parochiekerk voor het volk,
popolo, en vanaf 1472 liet paus Sixtus IV deze kerk in
renaissancestijl herbouwen. In 1505 voegde Bramante in opdracht van de
augustijnen, die ondertussen de scepter zwaaiden over de kerk, het
priesterkoor toe. Maarten Luther, die tot deze orde behoorde, verbleef
in het bijbehorende klooster tijdens een bezoek aan Rome in 1512. De
kerk is in de 17de eeuw door Bernini in barokstijl verfraaid.
De als driebeukige pijlerbasiliek met een kruisvormig grondplan met
zijkapellen ontworpen kerk heeft een sobere, drieledige gevel van
travertijn, die kenmerkend is voor de vroege Renaissance in Rome. De S.
Maria del Popolo is vooral beroemd om zijn prachtige kapellen, die zijn
gebouwd in opdracht van vooraanstaande families. Boven de viering
verheft zich een achthoekige koepel, waarschijnlijk de oudste van
buitenaf zichtbare kerkkoepel van Rome. In het quattrocento, de
15de eeuw, gold deze als een nieuw symbool van de pauselijke macht.
Cappelia
Chigi
▲
Op verzoek van de bevriende bankier Agostino Chigi herschiep Rafaël
in de jaren 1511-1516 de derde kapel van de linker zijbeuk tot een
grafkapel voor de familie Chigi. Hij tekende zowel voor het ontwerp van
de kapel - met een door vier pijlers gedragen vergulde koepel met
cassetten - als voor dat van het mozaïek in de lantaarn. Dit toont God
de Vader als de schepper van het firmament, omgeven door de symbolen van
de zon en de zeven planeten in de constellatie die bestond op het
tijdstip van Christus geboorte. Ook ontwierp hij de piramidevormige
grafmonumenten voor Agostino en zijn broer Sigismondo tegen de
zijwanden, de marmeren beelden in de nissen en een altaarstuk, dat
echter door andere kunstenaars is uitgevoerd. De wandfresco's tussen de
ramen zijn van
Francesco Salviati . Dankzij een combinatie van
perspectivische effecten en kostbare materialen lijkt de grafkapel veel
groter en luisterrijker dan hij in werkelijkheid is. De afzonderlijke
elementen van dit indrukwekkende Gesamtkunstwerk vormen ook
inhoudelijk een samenhangend geheel, dat door de inscriptie op de vloer
als volgt wordt samengevat: Mors ad coelos (iter), de dood
is de weg naar de hemel. Toen zowel de opdrachtgever als de kunstenaar
in het jaar 1520 stierf, was het werk aan de kapel echter nog niet
voltooid. Dat zou uiteindelijk pas veel later gebeuren, onder de
Chigi-paus Alexander VII, die Bernini opdracht gaf voor het vervaardigen
van twee profetenbeelden voor in de nissen, Daniel en Habakuk, en van
enkele nieuwe portretmedaillons.
Internet: De volgende sites geven allen veel beeldmateriaal
www.roma2000.it/zpopolo |
www.roma-o-matic.com/monumenti
Villa Giulia, nu Museo Nazionale Etrusco
▲
Reeds een jaar na zijn uitverkiezing tot paus in 1550 besloot Julius
III buiten de stadspoort een zomerresidentie te laten bouwen. Het
ontwerp vertrouwde hij toe aan de architecten Vasari, Vignola en
Bartolomeo Ammanati, die hem door Michelangelo waren aanbevolen. Binnen
vijf jaar verrees er een luisterrijk maniëristisch complex waarin
architectuur, natuur, waterwerken en kunst tot een harmonieus geheel
waren versmolten. De paus, die een groot liefhebber van de Oudheid was,
zag persoonlijk toe op de verfraaiing. Hij kocht antieke beelden en
zocht planten en fruitbomen uit. Doordat de tekeningen diverse keren
zijn veranderd en de architecten wisselende functies hebben vervuld, is
niet helemaal duidelijk wie precies voor welk onderdeel verantwoordelijk
is geweest, maar vast staat wel dat Vignola uiteindelijk de favoriete
architect van Julius III werd. overeenkomstig de voorschriften van het
Concilie van 'I'rente ondernam hij de bouw van een aan de buitenkant
streng ogende villa, waarvan het interieur echter weelderig en met veel
fantasie was ingericht.
De Villa Giulia werd na de dood van Julius III leeggeplunderd en
fungeerde eeuwenlang als opslagruimte voor landbouwwerktuigen.
Sinds 1889 is het gebouw de zetel van het
Museo Nazionale Etrusco,
▲
dat
over een belangrijke verzameling Etruskische vondsten uit de regio's
Latium, Umbrië en Toscane beschikt. Achter de strenge, gesloten gevel
met een ingang in de vorm van een triomfboog liggen twee aansluitende
binnenplaatsen - één in de vorm van een rechthoek en één in de vorm van
een halve cirkel. Een lichte loggia met gebogen, twee verdiepingen
tellende zijvleugels omsluit als een amfitheater de eerste binnenplaats
in de vorm van een halve cirkel. Deze gaat over in de tweede,
rechthoekige, die is uitgerust met een door Ammanati ontworpen, dieper
gelegen nymfaeum. De halfronde vorm van de eerste binnenplaats zorgt
voor een origineel ruimtelijk effect in het hoofdgebouw, waarvan de
geschilderde decoraties voor rekening komen van de broers Federico en
Taddeo Zuccari.
Binnenplaatsloggia
Een goede indruk van de vroegere pracht van het interieur geven de
plafondschilderingen in de loggia die de eerste binnenplaats omsluit. Ze
zijn gemaakt door Pietro Venale. Het hele tongewelf is bedekt met
weelderig, groen rankwerk waarin putti en vogels dartelen. De decoraties
veranderen de loggia als het ware in één groot prieel. De wanden zijn
verfraaid met rechthoekige, door pilasters begrensde velden beschilderd
met grotesken en mythologische figuren.
Nymfaeum
Een zuilenhal geeft toegang tot het beroemde, uit twee verdiepingen
bestaande nymfaeum, dat een verzonken binnenplaats omsluit. In de nissen
van het bouwwerk stonden ooit talloze beelden, waarvan alleen die van de
liggende riviergoden Arno en Tiber bewaard zijn gebleven. Een balustrade
omgeeft het dieper gelegen deel van het nymfaeum, met een door
kariatiden ondersteunde loggia verfraaid met grotten en een fontana
segreta, geheime bron, waarvoor Julius III zelf de Aqua Vergine,
waterleiding, naar de villa heeft laten verlengen. Ofschoon het nymfaeum
reeds lang is ontdaan van zijn vroegere rijkdom aan decoraties,
waaronder marmeren inlegwerk, fijn geciseleerd metaal, verguldsels,
sierstucwerk en antieke beelden, maakt het nog steeds diepe indruk op de
bezoekers.
Etruskische
Sarcofaag van de Echtgenoten,
▲
eind 6de eeuw v.C.
terracotta, 141 x 220 cm
Een van de meesterwerken in het Museo Nazionale Etrusco is de uit
400 fragmenten samengestelde terracotta sarcofaag uit Cerveteri, die,
afgaande op zijn grootte, voor een buitengewoon machtige en rijke man en
zijn vrouw moet zijn gemaakt. De afgebeelde man en vrouw liggen met -op-
gericht bovenlichaam en steunend--op de linkerarm op een rustbank met
een hoog matras waarover een deken ligt. Ze zijn door hun houding en
gebaren nauw op elkaar betrokken en lijken in een gesprek verwikkeld te
zijn. De gevulde lichamen, de ronde vormen van de ledematen, de typische
vom van de scheefstaande ogen, de glimlach rond de mond en de min of
meer schematisch weergegeven plooien in de gewaden doen denken aan de
Ionische beeldhouwkunst uit het Griekenland van het eind van de 6de eeuw
v.C., met dien verstande dat de vormkenmerken in dit werk zwaarder zijn
aangezet. Wat de sarcofaag verder tot een Etruskisch in plaats ,van een
Grieks werk maakt, is het feit dat de door de gewaden bedekte
onderlichamen en benen van beide figuren plat op het oppervlak liggen en
dat de rugzijden slechts oppervlakkig bewerkt zijn. De terracotta
sarcofaag was oorspronkelijk beschilderd en is in vier stukken gebakken:
de twee helften van de kist en de twee helften van het deksel. Het gaat
in feite om een monumentale versie van de urn met af neembaar deksel
waarin van oudsher de as van de doden werd bewaard.
Chigi-kan,
▲
7de eeuw v.C. klei, h. 26 cm
De oinochoe, wijnkan, uit het derde kwart van de 7de eeuw v.C.,
die vroeger deel uitmaakte van de Chigi-collectie, is een uit Corinthe
geïmponeerd stuk dat in Etrurië, bij Veji, is gevonden. Vanwege zijn
rijke en kwalitatief zeer goede decoraties is de kan een van de
beroemdste voorbeelden van de zogenaamde proto-Korintische
keramiek. Op
de schouder van de kan is het grootste en figurenrijkste tafereel
geschilderd. Het verbeeldt een veldslag. Een van de mooiste figuren op
deze fries is de jonge fluitspeler die tussen de gelederen staat en met
het hoofd in de nek en het instrument om- hooggericht het krijgslied
blaast. Een don- kere band scheidt het oorlogstafereel van een tweede
fries, waarop drie taferelen zijn afgebeeld: een groep bestaande uit
vier ruiters en een vierspan met wagenmenner, een leeuwenjacht en een
Parisoordeel - Hermes leidt Hera, Athena en Aphrodite naar Paris, die
zal beslissen welke van de drie godinnen de mooiste is. Op de onderste,
smalle fries ten slotte is een hazen- en vossenjacht afgebeeld.
Villa Borghese, Museo
Borghese
▲
Op de wijnhellingen van zijn familie voor de Porta Pinciana liet
Scipione Caffarelli Borghese, de met grootheidswaanzin behepte neef van
paus Paulus V, tussen 1613 en 1616 een villa bouwen. Het gebied
veranderde in een uitgestrekte barokke lusthof, die tegenwoordig
verbonden is met de Pincio en die uit drie delen bestond. Een met lanen
doorsneden tuin met fonteinen, grafmonumenten en architectonische
elementen voerde naar het Casino, de villa, met antieke beelden
ervoor en geflankeerd door giardini secrcti, geheime tuinen.
Daarachter lag een met 600 steeneiken beplant oudhedenpark, waarvan de
paden waren afgezet met zittende beelden en hermen. Daarop volgde een
natuurpark waarin dieren werden gehouden.
Het Casino werd ontworpen door Flamini Ponzio. Na diens dood
kreeg Giovanni Vasanzio de leiding over de bouw. Hij besloot de
voorgevel naar het voorbeeld van de Villa Medici rijkelijk te versieren
met archeologische vondsten opdat van buitenaf onmiddellijk zichtbaar
zou zijn dat het hier om een privé-museum ging. Het gebouw moest plaats
bieden aan de fabelachtige verzameling schilderijen en oudheden van
Scipione Borghese, die hij voortdurend met grote ijver uitbreidde.
Aan het einde van de 18de eeuw kwam de villa in bezit van de grote
mecenas Marcantonio IV Borghese, die het interieur ingrijpend liet
veranderen door Antonlo Asprucci. Elk vertrek kreeg zijn eigen
fysionomie, waarbij de schilderingen voor een deel betrekking hadden
op de tentoongestelde kunstwerken. In 1902 werden de tuinen en het
Casino met de kunstwerken verworven door de Italiaanse koning Umberto I,
die ze aan de stad Rome schonk, Daarmee werd een van de rijkste
particuliere kunstcollecties ter wereld plotseling bezit van een
openbaar museum: de tegenwoordig wereldberoemde Galleria en museo
Borghese. Marcantonio Borghese liet de barokke tuinen aan het einde
van de I8e eeuw door Christoph Unterberger veranderen in een Engelse
landschapstuin, die tegenwoordig samen met de Pincio het grootste park
van de stad vormt. Zoals in die tijd mode was, werden er verspreid over
het gebied gebouwen in pseudo-antieke stijl opgericht, zoals de
Tempio di Faustina (genoemd naar de vrouw van keizer Antoninus
Pius), het ronde Tempietto di Diana en, midden in een kunstmatig
meer, de door Antonlo Asprucci ontworpen Ionische Templo di Esculapio
(Aesculapiustempel). Sinds het park in 1902 eigendom van de staat is
geworden, biedt het plaats aan verschillende overheidsinstellingen.
▲
Bron: ROME, Kunst en Architectuur. Brigitte Hintzen-Bohlen.
Könemann. Boek is helaas alleen nog antiquarisch verkrijgbaar!
**
Accommodaties
in Rome en omgeving
** Waarom zouden we voor onze accommodatie kiezen voor
Booking?
** Zie
hier voor: "Hoe
maak ik een printversie van de pagina"?
** Zie ook onze
boeken pagina eens.
** Door
Tekengrootte te
wijzigen kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
** Uw accommodatie in
geheel Italië kunt U goed boeken via
Hotels/Appart.Italië.
▲
|