ROND PIAZZA DEL POPOLO, op het noordelijke deel van het antieke Marsveld, waarop keizer Augustus het grote Vredesaltaar, de Ara Pacis, de zonnewijzer en zijn mausoleum had laten oprichten, liggen tegenwoordig twee grote pleinen. naar  overzicht regio Latium en Rome. Naar Stedenlijst ItaliŽ.   Naar  Regiokaart ItaliŽ. Naar uw accommodatie!
    

Aan de noordkant ligt de Porta del Popolo, de stadspoort waardoor eeuwenlang de uit noordelijke richting over de Via Flaminia aankomende reizigers de stad binnenkwamen.
De poort ligt aan de Piazza del Popolo, die vanaf de 16de eeuw onder verschillende pausen gestaag werd uitgebreid. Om de steeds groter wordende toestroom van pelgrims en andere bezoekers het hoofd te kunnen bieden, lieten de pausen nieuwe verkeersaders aanleggen en bestaande vergroten. Hieraan herinneren de drie straten die zich waaiervormig vanaf het plein uitstrekken en die in de volksmond bekendstaan als de Tridente, drietand. De straat aan de rechterkant, de Via di Ripetta, voert naar de oever van de Tiber; de 1,6 km lange Via del Corso in het midden volgt het traject van de antieke Via Flaminia naar de Piazza Venezia; de Via del Babuino aan de linkerkant, die zijn naam dankt aan een wanstaltig beeld van Silenus met de bijnaam baviaan, leidt naar het beroemdste plein van Rome, de

Piazza di Spagna
In de 17de eeuw bezaten de twee machtigste landen van Europa, Spanje en Frankrijk, de straten in de omgeving van dit plein en verfraaiden die met representatieve gebouwen. Het Palazzo di Spagna was de zetel van de Spaanse ambassadeur bij de Heilige Stoel. De Fransen bouwden de monumentale trappen die van het plein naar hun kerk S.S. TrinitŠ del Monti en andere Franse instellingen op de Pincio voerden. In de 18de eeuw was het plein een trefpunt voor Engelsen die tijdens hun Grand Tour door Europa in een van de vele hotels in de buurt verbleven. Bovendien was de wijk tot in de 19de eeuw geliefd bij kunstenaars en intellectuelen uit de hele wereld. Goethe heeft er gewoond, en de Britse dichters John Keats en Percy Bysshe Shelley, wier woonhuizen tegenwoordig kleine musea zijn. Nog steeds herinneren het fameuze CaffŤ Greco in de Via Condotti en Babington's Tea Room aan de Piazza di Spagna aan die tijd. De Piazza di Spagna is sindsdien het favoriete trefpunt van buitenlandse bezoekers in Rome gebleven. Het plein is een ideaal vertrekpunt voor een wandeling naar de wereldberoemde monumenten uit de Oudheid, de Renaissance en de Barok, maar ligt ook vlak bij de chicste winkelstraten van de stad: de Via Condotti en de Via del Babuino met zijn vele galeries en antiekwinkels. Daar zomaar wat rondslenteren is een belevenis. Men kan langs de Villa Medici naar de prachtige tuinen op de Monte Pincio wandelen, en vandaar verder omhooglopen naar het uitgestrekte park van de Villa Borghese, dat ook nog plaats biedt aan de Villa Giulia, de Galleria D'Arte Moderna, ondergebracht in een paviljoen dat is gebouwd ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van de Italiaanse eenheid, en de Giardino Zoologico.

Ara Pacis Augustae  
Het in de jaren dertig in opdracht van Mussolini ter gelegenheid van de 2000ste geboortedag van Augustus gereconstrueerde Vredesaltaar was in het jaar 9 v.C. door de senaat ingewijd om de glorieuze terugkeer van de keizer uit Spanje en GalliŽ te vieren. Twee openingen in de lange zijden van de rechthoekige marmeren omheining geven toegang tot het eigenlijke altaar, dat op een trapvormig platform staat. De omheining is aan de binnen- en buitenkant met reliŽfs versierd. Aan weerszijden van de ingangen zijn mythologische en allegorische taferelen te zien, terwijl de reliŽfs op de twee smalle zijden een feestelijke processie van verwanten van de keizer tonen. De Ara Pacis is een politiek en propagandistisch monument uit de AugusteÔsche periode. De mythologische, historische en religieuze afbeeldingen symboliseren het tijdperk van de vrede, dat na eeuwen van oorlog door de politiek van de nieuwe keizerlijke alleenheerser was aangebroken.

Mausoleum van Augustus, Mausoleo di Augusto   
Na de overwinning op Antonius en Cleopatra en de verovering van Egypte keerde Augustus in 29 v.C. uit AlexandriŽ terug en begon met de bouw van een groot grafmonument voor zichzelf en zijn familie op het Marsveld. Er stond hem een beroemd voorbeeld voor ogen, het mausoleum van Alexander de Grote in AlexandriŽ, maar met zijn op een onderbouw opgeworpen grafheuvel deed het monument vooral denken aan de Etruskische graven en sloot daarmee aan op de Italische traditie. In de Middeleeuwen werd het mausoleum het bolwerk van de familie Colonna en later fungeerden de ruÔnes als tuin, amfitheater en concerthal. In 1936 werden de resten van het grafmonument opnieuw blootgelegd.
Antieke bronnen maken een nauwkeurige reconstructie van het complex mogelijk:
gevat in een hoge ommuring verhief zich een met groenblijvende bomen - cipressen of steeneiken - beplante grafheuvel. Daaronder ging een rond complex met een diameter van 87 m schuil, bestaande uit vijf concentrische ringmuren rond een kern waarin een cirkelvormige gang met drie grafnissen de ronde cella omgaf. Hier bevond zich het graf van de keizer. Recht daarboven, op de top van het monument, stond een bronzen standbeeld van hem. Voor de ingang waren, naar het voorbeeld van de Egyptische faraograven, twee obelisken opgericht. Eeuwen later verhuisden deze naar de Piazza del Quirinale en de Piazza dell'Esquilino. Bronzen platen bij de ingang vermeldden de res gestae of handelingen van Augustus: een overzicht van al wat hij tot stand had gebracht.

Piazza di Spagna met de Spaanse Trappen en de SS. TrinitŠ dei Monti    
De Piazza di Spagna is, vooral dankzij de beroemde Spaanse Trappen, die nog steeds dag en nacht een ontmoetingsplaats zijn voor zowel Romeinen als buitenlanders, een van de markantste plekken van Rome. De monumentale trappen vallen min of meer in drie delen uiteen: het onderste deel bestaat uit drie opeenvolgende brede traparmen. Deze gaan via een verbreding over in twee smallere trappen, die om een centraal bordes heen leiden. Boven het bordes voeren ten slotte weer twee brede traparmen naar de SS. TrinitŠ dei Monti. Het in 1723-1726 uitgevoerde ontwerp van Francesco de Sanctis werd gefinancierd door de Franse ambassadeur …tienne Gueffier.
De Drievuldigheidskerk, die met zijn twee torens de Spaanse Trappen domineert, is oorspronkelijk gesticht door de Franse koning Karel VIII.
De bouw begon in 1502 en eindigde in 1587 toen Domenico Fontana de met antieke kapitelen en reliŽfs versierde dubbele trap voltooide. Midden op het plein staat een fontein in de vorm van een half gezonken schip, die door de Romeinen La Barcaccia,  gammele badkuip, wordt genoemd. Deze is in 1627-1629 ontworpen door Gianlorenzo BenŁni of zijn vader Pietro, naar aanleiding van een boot die hier was achtergebleven na een overstroming van de Tiber.
In de SS. TrinitŠ dei Monti is een van de beroemdste fresco's van Rome te zien:
de Kruisafneming, van Daniele da Volterra. Het fresco heeft enigszins aan kleur ingeboet toen het werd overgebracht op linnen. Aan de gespierde lichamen van de mannenfiguren is de invloed van Volterra's leermeester Michelangelo af te lezen.

Internet
http://www.aviewoncities.com/rome/piazzadispagna.htm
Villa Medici   
De schitterend op de Pincio, hoog boven de Piazza di Spagna gelegen Villa Medici gaat terug tot de 16de eeuw, toen de machtige kardinaal Giovanni Ricci di Montepulciano de architect Annibale Lippi opdracht gaf een kleine hofstede te verbouwen en uit te breiden. Na zijn dood kwam het bouwwerk al wedijverend met leden van de andere adellijke families, een grote verzameling oudheden had vergaard, liet door Bartolommeo Ammanati  een lange galerij bouwen en een magnifieke tuin aanleggen. Latere Medici's veronachtzaamden de villa echter: in de 17de eeuw liet Cosimo III de schilderijencollectie naar het Florentijnse Palazzo Pitti overbrengen, en in 1770 verhuisde ook de archeologische verzameling naar Florence (nu te zien in de Uffizi). Nadat het geslacht De 'Medici was uitgestorven, kwam de villa in bezit van het huis Lotharingen. Een nieuwe bloeitijd brak pas weer aan toen Napoleon de Villa Medici in 1803 tot zetel van de Acadťmie de France maakte.
De Franse academie, die door het toekennen van de Prix de Rome
jonge kunstenaars de mogelijkheid bood de kunst uit de Oudheid te bestuderen, liet de villa niet alleen restaureren, maar maakte deze - tot op de dag van vandaag - ook weer tot een centrum van kunstbevordering in de geest van de Renaissance. In tegenstelling tot de strenge, sobere voorgevel vertoont de door Annibale Lippi ontworpen gevel aan de tuinzijde een rijke profilering. Hij bestaat uit een middenpartij met een Serliaanse loggia en zijvleugels bekroond met kleine torens, en is rijkelijk versierd met antieke reliŽfs - onder andere reliŽfs met guirlandes van de Ara Pacis - borstbeelden en gedenkstenen, die herin- neren aan kardinaal Glovanni Ricci's grote liefde voor de Oudheid. Aan weerszijden van de trap naar de loggia staan twee marmeren leeuwen waarvan de voorpoten op een bol rusten.



Pincio   

Op de heuvel achter de Piazza del Popolo, waar vroeger de tuinen van oude Romeinse families lagen, onder andere van de familie Pinci, strekt zich nu een classicistisch tuinencomplex uit dat aan het begin van de 19de eeuw is ontworpen door Giuseppe Valadier en dat met zijn brede, met schaduwrijke naaldbomen, palmen en groenblijvende struiken afgezette lanen een geliefd wandelgebied is. Men kan er zomaar wat rondslenteren langs borstbeelden en monumenten gewijd aan beroemde Italianen en grote patriotten of op het uitzichtplatform genieten van wat waarschijnlijk het mooiste uitzicht over de stad is. 

S.Maria dei Miracoli en de S. Maria in MontesantoPiazza del Popolo met de S. Maria dei Miracoli en S. Maria in Montesanto      
De grote, ovale Piazza del Popolo is in de loop der eeuwen diverse keren veranderd, maar vormt tegenwoordig niettemin een harmonieus geheel. In de 16de eeuw werd de Porta del Popolo gebouwd, naast de oude parochiekerk Santa Maria del Popolo, en in 1589 liet paus Sixtus V vanaf de piazza, aan weerszijden van de centrale Corso, twee nieuwe straten aanleggen. Midden op het plein liet hij een Egyptische obelisk oprichten. In 1658 gaf paus Alexander VII Carlo Rainaldi opdracht tot de bouw van de tweelingkerken Santa Maria del Miracoli en Santa Maria in Mantesanto aan de zuidkant van het plein. Ze flankeren de Corso en lijken samen een symmetrische poort te vormen. Giuseppe Valadier bouwde tussen 1816 en 1820 de muren in de vorm van een halve cirkel, die de piazza tot het enige classicistische plein van de stad maakten.

Porta del PopoloPorta del Popolo       
Al in de Oudheid kwamen reizigers uit het noorden de stad binnen via de Porta Flaminia. Halverwege de 16de eeuw liet paus Pius IV de oude poort, die inmiddels naar de vlakbij gelegen kerk S. Maria del Popolo was genoemd, door Nanni di Baccio Bigio van een nieuwe gevel voorzien. De poort ziet eruit als een Romeinse triomfboog en is aan de noordkant verfraaid met antieke zuilen en beelden van de apostelen Petrus en Paulus. Een eeuw later gaf paus Alexander VII - naar aanleiding van de komst van de kort daarvoor tot het katholieke geloof bekeerde koningin Christina van Zweden - Gianlorenzo Bernini opdracht een gevel te ontwerpen voor de zijde die op het plein uitkeek. De door het wapen van de paus bekroonde inscriptie op de attiek wenst de koningin een gelukkige en heilbrengende intocht. Oorspronkelijk werd de poort geflankeerd door twee torens, die in 1879 zijn gesloopt toen de zijdoorgangen werden aangebracht.

Santa Maria del Popolo   
Is een van de oudste parochiekerken van Rome, staat boven het graf van keizer Nero, wiens verloren ziel volgens een middeleeuwse legende rondwaarde bij een notenboom die daar was gegroeid. Om aan het gespook een einde te maken, liet paus Paschalis II in 1099 de boom omhakken, de as van Nero in de Tiber gooien en een Mariakapel bouwen. Gregorius IX verving de kapel in 1227 door een grotere parochiekerk voor het volk, popolo, en vanaf 1472 liet paus Sixtus IV deze kerk in renaissancestijl herbouwen. In 1505 voegde Bramante in opdracht van de augustijnen, die ondertussen de scepter zwaaiden over de kerk, het priesterkoor toe. Maarten Luther, die tot deze orde behoorde, verbleef in het bijbehorende klooster tijdens een bezoek aan Rome in 1512. De kerk is in de 17de eeuw door Bernini in barokstijl verfraaid.
De als driebeukige pijlerbasiliek met een kruisvormig grondplan met zijkapellen ontworpen kerk heeft een sobere, drieledige gevel van travertijn, die kenmerkend is voor de vroege Renaissance in Rome.
De S. Maria del Popolo is vooral beroemd om zijn prachtige kapellen, die zijn gebouwd in opdracht van vooraanstaande families. Boven de viering verheft zich een achthoekige koepel, waarschijnlijk de oudste van buitenaf zichtbare kerkkoepel van Rome. In het quattrocento, de 15de eeuw, gold deze als een nieuw symbool van de pauselijke macht.

Cappella ChigiCappelia Chigi   

Op verzoek van de bevriende bankier Agostino Chigi herschiep RafaŽl in de jaren 1511-1516 de derde kapel van de linker zijbeuk tot een grafkapel voor de familie Chigi. Hij tekende zowel voor het ontwerp van de kapel - met een door vier pijlers gedragen vergulde koepel met cassetten - als voor dat van het mozaÔek in de lantaarn. Dit toont God de Vader als de schepper van het firmament, omgeven door de symbolen van de zon en de zeven planeten in de constellatie die bestond op het tijdstip van Christus geboorte. Ook ontwierp hij de piramidevormige grafmonumenten voor Agostino en zijn broer Sigismondo tegen de zijwanden, de marmeren beelden in de nissen en een altaarstuk, dat echter door andere kunstenaars is uitgevoerd. De wandfresco's tussen de ramen zijn van Francesco Salviati . Dankzij een combinatie van perspectivische effecten en kostbare materialen lijkt de grafkapel veel groter en luisterrijker dan hij in werkelijkheid is. De afzonderlijke elementen van dit indrukwekkende Gesamtkunstwerk vormen ook inhoudelijk een samenhangend geheel, dat door de inscriptie op de vloer als volgt wordt samengevat: Mors ad coelos (iter), de dood is de weg naar de hemel. Toen zowel de opdrachtgever als de kunstenaar in het jaar 1520 stierf, was het werk aan de kapel echter nog niet voltooid. Dat zou uiteindelijk pas veel later gebeuren, onder de Chigi-paus Alexander VII, die Bernini opdracht gaf voor het vervaardigen van twee profetenbeelden voor in de nissen, Daniel en Habakuk, en van enkele nieuwe portretmedaillons.
Internet:
De volgende sites geven allen veel beeldmateriaal  www.roma2000.it/zpopolo   |  www.roma-o-matic.com/monumenti

Villa Giulia, nu Museo Nazionale Etrusco   

Reeds een jaar na zijn uitverkiezing tot paus in 1550 besloot Julius III buiten de stadspoort een zomerresidentie te laten bouwen. Het ontwerp vertrouwde hij toe aan de architecten Vasari, Vignola en Bartolomeo Ammanati, die hem door Michelangelo waren aanbevolen. Binnen vijf jaar verrees er een luisterrijk maniŽristisch complex waarin architectuur, natuur, waterwerken en kunst tot een harmonieus geheel waren versmolten. De paus, die een groot liefhebber van de Oudheid was, zag persoonlijk toe op de verfraaiing. Hij kocht antieke beelden en zocht planten en fruitbomen uit. Doordat de tekeningen diverse keren zijn veranderd en de architecten wisselende functies hebben vervuld, is niet helemaal duidelijk wie precies voor welk onderdeel verantwoordelijk is geweest, maar vast staat wel dat Vignola uiteindelijk de favoriete architect van Julius III werd. overeenkomstig de voorschriften van het Concilie van 'I'rente ondernam hij de bouw van een aan de buitenkant streng ogende villa, waarvan het interieur echter weelderig en met veel fantasie was ingericht.
De Villa Giulia werd na de dood van Julius III leeggeplunderd en fungeerde eeuwenlang als opslagruimte voor landbouwwerktuigen.

Sinds 1889 is het gebouw de zetel van het
Museo Nazionale Etrusco,    
dat over een belangrijke verzameling Etruskische vondsten uit de regio's Latium, UmbriŽ en Toscane beschikt. Achter de strenge, gesloten gevel met een ingang in de vorm van een triomfboog liggen twee aansluitende binnenplaatsen - ťťn in de vorm van een rechthoek en ťťn in de vorm van een halve cirkel. Een lichte loggia met gebogen, twee verdiepingen tellende zijvleugels omsluit als een amfitheater de eerste binnenplaats in de vorm van een halve cirkel. Deze gaat over in de tweede, rechthoekige, die is uitgerust met een door Ammanati ontworpen, dieper gelegen nymfaeum. De halfronde vorm van de eerste binnenplaats zorgt voor een origineel ruimtelijk effect in het hoofdgebouw, waarvan de geschilderde decoraties voor rekening komen van de broers Federico en Taddeo Zuccari.
Binnenplaatsloggia
Een goede indruk van de vroegere pracht van het interieur geven de plafondschilderingen in de loggia die de eerste binnenplaats omsluit. Ze zijn gemaakt door Pietro Venale. Het hele tongewelf is bedekt met weelderig, groen rankwerk waarin putti en vogels dartelen. De decoraties veranderen de loggia als het ware in ťťn groot prieel. De wanden zijn verfraaid met rechthoekige, door pilasters begrensde velden beschilderd met grotesken en mythologische figuren.
Nymfaeum
Een zuilenhal geeft toegang tot het beroemde, uit twee verdiepingen bestaande nymfaeum, dat een verzonken binnenplaats omsluit. In de nissen van het bouwwerk stonden ooit talloze beelden, waarvan alleen die van de liggende riviergoden Arno en Tiber bewaard zijn gebleven. Een balustrade omgeeft het dieper gelegen deel van het nymfaeum, met een door kariatiden ondersteunde loggia verfraaid met grotten en een fontana segreta, geheime bron, waarvoor Julius III zelf de Aqua Vergine, waterleiding, naar de villa heeft laten verlengen. Ofschoon het nymfaeum reeds lang is ontdaan van zijn vroegere rijkdom aan decoraties, waaronder marmeren inlegwerk, fijn geciseleerd metaal, verguldsels, sierstucwerk en antieke beelden, maakt het nog steeds diepe indruk op de bezoekers.
Etruskische sarcofaagEtruskische Sarcofaag van de Echtgenoten
eind 6de eeuw v.C. terracotta, 141 x 220 cm
Een van de meesterwerken in het Museo Nazionale Etrusco is de uit 400 fragmenten samengestelde terracotta sarcofaag uit Cerveteri, die, afgaande op zijn grootte, voor een buitengewoon machtige en rijke man en zijn vrouw moet zijn gemaakt. De afgebeelde man en vrouw liggen met -op- gericht bovenlichaam en steunend--op de linkerarm op een rustbank met een hoog matras waarover een deken ligt. Ze zijn door hun houding en gebaren nauw op elkaar betrokken en lijken in een gesprek verwikkeld te zijn. De gevulde lichamen, de ronde vormen van de ledematen, de typische vom van de scheefstaande ogen, de glimlach rond de mond en de min of meer schematisch weergegeven plooien in de gewaden doen denken aan de Ionische beeldhouwkunst uit het Griekenland van het eind van de 6de eeuw v.C., met dien verstande dat de vormkenmerken in dit werk zwaarder zijn aangezet. Wat de sarcofaag verder tot een Etruskisch in plaats ,van een Grieks werk maakt, is het feit dat de door de gewaden bedekte onderlichamen en benen van beide figuren plat op het oppervlak liggen en dat de rugzijden slechts oppervlakkig bewerkt zijn. De terracotta sarcofaag was oorspronkelijk beschilderd en is in vier stukken gebakken: de twee helften van de kist en de twee helften van het deksel. Het gaat in feite om een monumentale versie van de urn met af neembaar deksel waarin van oudsher de as van de doden werd bewaard.

Chigi-kanChigi-kan,       7de eeuw v.C. klei, h. 26 cm  
De oinochoe, wijnkan, uit het derde kwart van de 7de eeuw v.C., die vroeger deel uitmaakte van de Chigi-collectie, is een uit Corinthe geÔmponeerd stuk dat in EtruriŽ, bij Veji, is gevonden. Vanwege zijn rijke en kwalitatief zeer goede decoraties is de kan een van de beroemdste voorbeelden van de zogenaamde proto-Korintische keramiek. Op de schouder van de kan is het grootste en figurenrijkste tafereel geschilderd. Het verbeeldt een veldslag. Een van de mooiste figuren op deze fries is de jonge fluitspeler die tussen de gelederen staat en met het hoofd in de nek en het instrument om- hooggericht het krijgslied blaast. Een don- kere band scheidt het oorlogstafereel van een tweede fries, waarop drie taferelen zijn afgebeeld: een groep bestaande uit vier ruiters en een vierspan met wagenmenner, een leeuwenjacht en een Parisoordeel - Hermes leidt Hera, Athena en Aphrodite naar Paris, die zal beslissen welke van de drie godinnen de mooiste is. Op de onderste, smalle fries ten slotte is een hazen- en vossenjacht afgebeeld.

Villa Borghese, Museo Borghese   
Op de wijnhellingen van zijn familie voor de Porta Pinciana liet Scipione Caffarelli Borghese, de met grootheidswaanzin behepte neef van paus Paulus V, tussen 1613 en 1616 een villa bouwen. Het gebied veranderde in een uitgestrekte barokke lusthof, die tegenwoordig verbonden is met de Pincio en die uit drie delen bestond. Een met lanen doorsneden tuin met fonteinen, grafmonumenten en architectonische elementen voerde naar het Casino, de villa, met antieke beelden ervoor en geflankeerd door giardini secrcti, geheime tuinen. Daarachter lag een met 600 steeneiken beplant oudhedenpark, waarvan de paden waren afgezet met zittende beelden en hermen. Daarop volgde een natuurpark waarin dieren werden gehouden.

Het Casino werd ontworpen door Flamini Ponzio. 
Na diens dood kreeg Giovanni Vasanzio de leiding over de bouw. Hij besloot de voorgevel naar het voorbeeld van de Villa Medici rijkelijk te versieren met archeologische vondsten opdat van buitenaf onmiddellijk zichtbaar zou zijn dat het hier om een privť-museum ging. Het gebouw moest plaats bieden aan de fabelachtige verzameling schilderijen en oudheden van Scipione Borghese, die hij voortdurend met grote ijver uitbreidde. Aan het einde van de 18de eeuw kwam de villa in bezit van de grote mecenas Marcantonio IV Borghese, die het interieur ingrijpend liet veranderen door Antonlo Asprucci. Elk vertrek kreeg zijn eigen fysionomie, waarbij de schilderingen voor een deel betrekking hadden op de tentoongestelde kunstwerken. In 1902 werden de tuinen en het Casino met de kunstwerken verworven door de Italiaanse koning Umberto I, die ze aan de stad Rome schonk,
Daarmee werd een van de rijkste particuliere kunstcollecties ter wereld plotseling bezit van een openbaar museum:
de tegenwoordig wereldberoemde Galleria en museo Borghese. Marcantonio Borghese liet de barokke tuinen aan het einde van de I8e eeuw door Christoph Unterberger veranderen in een Engelse landschapstuin, die tegenwoordig samen met de Pincio het grootste park van de stad vormt. Zoals in die tijd mode was, werden er verspreid over het gebied gebouwen in pseudo-antieke stijl opgericht, zoals de Tempio di Faustina (genoemd naar de vrouw van keizer Antoninus Pius), het ronde Tempietto di Diana en, midden in een kunstmatig meer, de door Antonlo Asprucci ontworpen Ionische Templo di Esculapio (Aesculapiustempel). Sinds het park in 1902 eigendom van de staat is geworden, biedt het plaats aan verschillende overheidsinstellingen.    
Bron: ROME, Kunst en Architectuur. Brigitte Hintzen-Bohlen. KŲnemann. Boek is helaas alleen nog antiquarisch verkrijgbaar!

** Accommodaties in Rome en omgeving.
** Uw accommodatie in geheel ItaliŽ kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Booking/Italie. Geen reserveringskosten, laagste prijsgarantie, maximale keuze, onpartijdige hotelbeoordelingen, website en klantenservice in het Nederlands en nog veel andere talen.
** U vindt bij Booking meer dan alleen hotels o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets