SICILIň CULINAIR, onder levenskunst wordt op SiciliŽ naast gezelligheid, familiegevoel en een zonnige dag aan het strand in de eerste plaats de kunst van het culinair genieten verstaan.   Naar regio overzicht. Naar Stedenlijst ItaliŽ.   Naar  Regiokaart ItaliŽ. Naar uw accommodatie!
 
Siciliaanse levenskunst De Mattanza
Tonijn Tonijndelicatessen
Vis uit drie zeeŽn Zout
Het witte goud Primi piatti uit negen provincies
De overvloedige keuken Pompoen en courgette
Siciliaanse groenten Kappertjes
Citrusvruchten Cactusvijgen
Siciliaanse bambini en de ossa dei morti Het zoete kerkelijke jaar
Cassata, of feesttaart Geschiedenis van ijs
IJssoorten, warenkennis Italiaanse ijssoorten
Wijnbouw en mythologie SiciliŽ boeken
ItaliŽ boeken SiciliŽ info
    
Levenskunst van de Sicilianen
   ▲
Onder levenskunst wordt op SiciliŽ naast gezelligheid, familiegevoel en een zonnige dag aan het strand in de eerste plaats de kunst van het culinair genieten verstaan. Hoe belangrijk goed eten en drinken hier zijn, is niet in de laatste plaats af te lezen aan het feit dat de aandacht veel meer uitgaat naar het lichamelijk welzijn dan naar de schone kunsten. In zijn roman De Luipaard -waarin eigenlijk een heel ander thema wordt behandeld, namelijk de binnenlandse politieke verwarring van het nog niet verenigde ItaliŽ- portretteert Giuseppe Tomasi di Lampedusa de eetgewoonten van de Siciliaanse adel minutieus en liefdevol. En de zanger Domenico Modugno -die, ondanks eigen zeggen, geen Siciliaan is- heeft de zwaardvisvangst aan beide zijden van de Straat van Messina in een lied vereeuwigd.

De voorliefde voor culinair genieten heeft op SiciliŽ een lange traditie.
Reeds in de prehistorie, toen in het Middellandse-Zeegebied nog de Dea Madre werd vereerd, werden er al rituele taarten voor de grote moedergodin gebakken. Toen kwamen de Grieken, koloniseerden het oostelijke Middellandse-Zeegebied, lieten de vrouwelijke goden in vergetelheid raken en bekommerden zich vooral om de drankcultus van Dionysus. Met de Romeinen kwamen er extravagante ganzenrecepten op het eiland, de Byzantijnen brachten hun voorliefde voor het zoetzure mee en de verovering door de Arabieren tussen de 9e en 11 e eeuw zorgde zelfs voor een kleine culinaire revolutie: nog steeds zijn abrikozen, suiker, citrusvruchten, zoete meloenen, rijst,  saffraan, rozijnen, nootmuskaat, kruidnagels, peper de pijlers van de Siciliaanse keuken. De Noormannen en de Hohenstaufers kozen op hun beurt voor vleesgerechten en de Spanjaarden lieten SiciliŽ grootmoedig delen in hun innovatieve verworvenheden uit de nieuwe wereld: cao, maÔs, kalkoen, maar ook tomaten en andere nachtschadengewassen. En dan waren er nog de Bourbons, de Italianen van het 'vasteland' en vele andere volken die hun steentje aan de Siciliaanse menukaart hebben bijgedragen.

Eten en drinken in het hart van het Middellandse-Zeegebied betekent
ook altijd een reis door de tijd en de cultuur van lang vervlogen tijdperken. De fantasie van de Siciliaanse koks staat er borg voor dat het een hoogst individuele interpretatie van een veelzijdige keuken wordt: bont, zoet, stevig, geurig, exotisch, wortelend in eigen bodem en vaak geheimzinnig. Precies als het eiland zelf.

Vis uit drie zeeŽn        
SiciliŽ beschikt over drie grote kustgebieden. Het oostelijke gebied dat de vissers naar de Ionische zee leidt, begint met de Straat van Messina, waar traditioneel zwaardvis gevangen wordt en gaat verder tot Capo Passero. De Riviera dei Ciclopi, de kust van de cyclopen, tussen Aci Trezza, Aci Reale en Catania is rijk aan grote zeebaars, zaagvis, brasem, mosselen en een alalunga (langvleugel) genoemde makreelsoort. Tussen Pozallo en Marsala strekt zich de zuidkust uit. Hier zijn de mensen vooral dol op grote zeebaars die op de wijze van Agrigenta met sinaasappelmayonaise geserveerd wordt. Op de westpunt van SiciliŽ bevindt zich het centrum van de visvangst: van tonijn tot ansjovis wordt hier alles uit het water gehaald wat de monding van de Ionische en de Tyrrheense Zee te bieden heeft. Langs de noordelijke stranden vinden we brasem, een geliefde vis die het hele jaar door gevangen wordt en ook in andere kustwateren voorkomt. Het overvloedige aanbod op de vismarkten wordt door inktvis, calamari, schaaldieren en mosselen aangevuld.

Vis en zeevruchten hebben een vaste plaats op de Siciliaanse menukaart.
Ze worden gekookt, gebakken of gegrild -wat maar lekker is- gegeten. Vis komt niet alleen meer als hoofdgerecht op tafel, maar is in een pastasaus een smakelijke eerste gang. Pasta e pesce is een lievelingscombinatie van de eilandbewoners - hoewel veel ongewone recepten, zoals de anekdote van een ongelukkige Toscaanse bewijst, beslist wrevel kunnen opwekken. De donkere saus van sepia was inderdaad de aanstichter van een ongelukkige geschiedenis. Gisela, een jonge onderwijzeres uit Florence, trok rond de eeuwwisseling onder leiding van de veristische schrijver en geboren Siciliaan Giovanni Verga naar Catania om daar aan een meisjesschool te gaan onderwijzen. Al snel viel ze de dichter Mario Rapisardi op en hij begon haar het hof te maken. Ten slotte trouwden ze en de jonge bruid moest bij haar schoonmoeder intrekken. Nog tijdens de wittebroodsweken beging ze de onvergeeflijke fout niet een beetje van de door haar schoonmoeder klaargemaakte spaghetti met een donkere saus van inktvis te willen proeven. Uiteindelijk begon de dichtende echtgenoot -waarschijnlijk vanwege de troosteloze stemming- ook nog een verhouding met contessa Lara. Gisela wist zich echter uitstekend te redden en herinnerde zich haar voormalige vriend Verga. Op een dag ontdekte Rapisardi een vurige liefdesbrief van zijn schrijvende collega aan zijn vrouw, die haar de brief verstopt in een krant deed toekomen. Het onmiddellijk bijeengeroepen familieberaad in huize Rapisardi besloot eenstemmig de ontrouwe echtgenote uit het noorden te verstoten. Gisela zocht en vond aanvankelijk opnieuw troost bij Verga, die ze evenwel kort daarna verliet. Het door de inwoners van Catania zo vurig verwachte duel bleef uit. Vermoedelijk verzoenden de twee dichters zich met elkaar boven een grote pan dampende spaghetti al nero seppia.



Primi piatti uit negen provincies       
De eerste gang, dus dat wat na een eetlustopwekkende antipasto de grote trek stilt en tegelijkertijd de spanning voor het hoofdgerecht opwekt, wordt ook in SiciliŽ serieus genomen. De primi piatti zijn bijna zoiets als een gemeenschappelijk Italiaanse hartstocht. Toch of misschien wel daarom laten de culinaire voorliefden van de negen provincies waarin het eiland verdeeld is, zich aan hun 'eerste bord' aflezen.
In de provincie Enna, de graanschuur in het hart van het eiland,  
wordt polenta met groente geserveerd. Ook bij de buren in Caltanissetta is dat wat de eigen bodem brengt favoriet en worden er gnochetti met varkensvlees op tafel gezet. In Messina, het centrum van de zwaardvisvangst, wordt een passende pastasaus gekookt. Palermo is bekend om de gerechten met ansjovis en Trapani kiest voor ongecompliceerde pasta met schapenkaas. In Agrigento wordt zelfgemaakte pasta met een rode saus van aubergines bijzonder gewaardeerd en Catania heeft zijn beroemde pasta alla norma. In Ragusa worden bonen gebruikt en Siracusa is trots op zijn pasta fritta alla siracusana - een van de oudste pastarecepten van SiciliŽ.
 
De overvloedige keuken        
Voordat ItaliŽ in de jaren '70 van de 19e eeuw een liberale eenheidsstaat werd, heerste op SiciliŽ het majoraatrecht, het erfrecht van de eerstgeborene. Jongere broers en zusters moesten zich dus zien te redden, zelfs als ze uit een adellijke familie stamden. De gedachte aan geld verdienen door het uitoefenen van een beroep was verregaand onbekend en zo bleef het blauwe bloed van de tweede generatie vaak niets anders over dan te kiezen voor een carriŤre in de Kerk. Om hun lot wat te verzachten bleven de zoons en dochters van de Siciliaanse vorsten, baronnen en graven natuurlijk vasthouden aan een bepaalde levensstijl binnen de kloostermuren. Zo is het ook te verklaren dat de feodale keuken op SiciliŽ in de 19e eeuw door twee stijlen werd gekenmerkt, die echter op veel punten verrassend gelijk zijn. Aan de ene kant staat de keukentechnische pracht en praal van de grote paleizen en aan de andere kant de overvloedige cuisine van de kloosters, die zich graag een Franse monzu, een soort sterkok, permitteerden. 

Een van de machtigste en rijkste kloosters was San Nicola in de havenstad Catania,
na de Portugese Cisneros de grootste abdij in de wereld. Federico de Roberto tekende in 1894 in zijn monumentale roman De onderkoning een ontluisterend beeld van het vrome doen en laten: "de monniken leefden volgens het motto 'drinken, eten en een wandelingetje maken niet vergeten'. Na het opstaan las iedere monnik zijn mis in de kerk, vaak in een afgesloten portaal om niet gestoord te worden. Teruggekeerd in zijn cel, nam hij in afwachting van de middagmaaltijd, waarmee zich in de enorme keuken meestal niet minder dan acht koks bezighielden, een kleine tussenmaaltijd tot zich. Omdat het vuur in de keuken niet uit mocht gaan, werden er iedere dag vier ladingen brandhout afgeleverd. De keldermeester stelde alleen al voor de gefrituurde gerechten dagelijks vier porties reuzel ter beschikking, elk Š twee rotolo, en verder twee kafis olie, een hoeveelheid die in een huishouding van een vorst voldoende was voor zes maanden. De vuurplaats bood plaats aan een half kalf of aan een zwaardvis in zijn hele lengte. Twee keukenhulpjes raspten een uur om twee kazen te raspen. Ook het hakblok was zo gigantisch dat twee mannen het niet konden ontspannen. Bovendien moest een timmerman tegen een vergoeding van vier tari en een half flesje wijn er iedere week twee vingers dik afschaven, opdat het oppervlak glad zou blijven. Zo werd het blok belast. In de stad was de keuken van de benedictijnen met hun overvloedige delicatessen op ieders lip. Zo was er de timballo di maccheroni, een pastagerecht met een korst van bladerdeeg, de arancini genoemde rijstballeijes, zo groot als meloenen, verder nog gevulde olijven en honingzoete crespelle ... En voor ijs, bijvoorbeeld spumone en de diepgevroren cassata, lieten de monniken Don Tino, de jongeman uit cafŤ Benvenuto, in Napels komen." In de literatuurgeschiedenis was er zonder De onderkoning geen Luipaard geweest, dus geen boek over de vorsten van Lampedusa, over het leven van de fictieve vorst Salina. Giuseppe Tomasi di Lampedusa wist klaarblijkelijk waarover hij schreef. Opgegroeid bij zijn grootouders van moederszijde in Palazzo CutÚ-Filangieri in Santa Maria Belice en op het slot van Palma di Montechiaro, wist Lampedusa alles over de keuken van zijn tijd. Zijn roman leest dienovereenkomstig als een verhandeling over de gastronomische bevlogenheid van de Siciliaanse adel, die zich na een jarenlange overheersing door de Bourbons op de drempel van een nieuw, verenigd ItaliŽ hervindt. De vorst van Salina, de luipaard, wordt door koning Ferdinand naar Napels ontboden, omdat zijn neef Tancredi nieuwerwetse liberale ideeŽn verspreidt. Nadat de monarch zijn -rechtvaardige- verwijten heeft geuit, schenkt hij de Siciliaanse gast minzaam genade en vergiffenis, waarna hij hem voor een kleine maaltijd onder vier ogen -natuurlijk met macaroni en aangenaam vrouwelijk gezelschap- uitnodigt om hem duidelijk te maken dat hij wenst dat de zaak hiermee is afgedaan.

Als Garibaldi met zijn troep bij Marsala aan land gaat, trekken de Salina's zich eenvoudig op hun zomerresidentie bij Donnafugata
terug, alsof er niets gebeurd is. Op de avond van de aankomst vindt er een galadiner plaats, dat de luipaard ter ere van de burgemeester en de plaatselijke adel geeft. Lampedusa's beschrijving van het banket laat zich lezen als een uittreksel van de culinaire geschiedenis van een ItaliŽ waarvan de bovenlaag zich de verfijnde, adellijke levensstijl zoals die in Noord-Europa gebruikelijk was, aanmat, maar die in de eerste plaats meer dan voldoende wilde eten en daarom niet van nieuwerwetse experimenten hield. De vorst van Salina houdt hier rekening mee wanneer hij de geldende regels van de haute cuisine kortweg afschaft en de voedzame Siciliaanse burgerpot op tafel laat zetten. Vol spot beschrijft Lampedusa dat de gasten aan het banket maar een zorg kennen:  zal er heldere bouillon als eerste gang geserveerd worden, zoals tegenwoordig in de mode is? Soep als voorgerecht is voor de lokale prominente personen van Donnafugata en omgeving een onverdraaglijke gedachte, er wordt zelfs gesproken van een 'afgrijselijk buitenlands gebruik'. Maar de vrees blijkt ongegrond als de in livrei gestoken bedienden een berg pasta binnendragen, die zich als timballo di maccheroni, als macaronisoufflť ontpopt. Jammer genoeg geeft Lampedusa geen recept van dit kunstwerk, maar aan de hand van de tekst kunnen we ons voorstellen dat het hier om een geweldige aangelegenheid ging.

Pompoen en courgette        
De familie van pompoengewassen, waartoe de verschillende pompoenen, augurken, meloenen en courgettes ook behoren, is niet weg te denken uit de Italiaanse keuken. Gesmoord, gebakken, door bloem gewenteld en gefrituurd, gegrild, als salade of als ingrediŽnt in een zoet gerecht - de mogelijkheden zijn grenzeloos. De vruchten hadden in de Oude Wereld overigens een slechte start. GeÔmporteerd door de Spaanse conquistadores bleven ze aanvankelijk een bezienswaardigheid in de siertuin. Een lot dat de pompoen met de tomaat en de aubergine deelde - de laatste werd zelfs mela insana, ongezonde appel genoemd, waaruit waarschijnlijk de Italiaanse naam melanzana voor de violette vrucht ontstond.
Het woord zucca had aanvankelijk ook niet direct een vleiende betekenis. I
n de volksmond werd daar leeghoofd, domkop of idioot mee bedoeld. Maar als zo vaak zegevierde het gehemelte uiteindelijk en nu de pompoen en zijn verwanten eetbaar zijn bevonden, kan niemand zich nog herinneren dat ze oorspronkelijk werden afgewezen.Vooral de langwerpige groene courgette (zucchino) heeft een voorbeeldige loopbaan achter de rug. En dat niet alleen binnen ItaliŽ, maar ook erbuiten, waar hij nu regelmatig als symbool van de mediterrane keuken geldt.

Groente uit SiciliŽ        
Maccu di San Giuseppe is een van de oudste recepten van SiciliŽ. Ondanks de katholieke naam werd het gerecht al in de Oudheid door de Romeinen naar SiciliŽ gebracht. Maccu werd bereid met droge, geschilde dikke bonen, die tijdens het koken met een houten lepel ingedrukt werden. Naar men zegt is hier het Siciliaanse woord maccari, fijndrukken, van afgeleid - en hiervan weer de naam 'macaroni'. De maccu zou daarmee de etymologische voorvader van onze pasta zijn. Pas later kwam de toevoeging San Giuseppe erbij, omdat het in de omgeving van Siracusa de gewoonte was tijdens het feest van de heilige Jozef arme meisjes een bord maccu te geven.
Ook caponata -een ander voor SiciliŽ typisch gerecht- kent een lange, roerige geschiedenis.
Nu bestaat caponata alleen uit groente, maar oorspronkelijk was het een visgerecht, geserveerd in de caupone, de herberg van de Siciliaanse havenstad, bereid met inktvis, selderij en aubergine, en op smaak gebracht met een zoetzure saus. De merkwaardigste variant is de caponata san Bernardo: de aubergines worden met een saus van pure chocola, amandelen, suiker, azijn en geroosterde broodkruim op smaak gebracht.  

Kappertjes    
De robuuste en bescheiden kapperstruik groeit overal langs de Italiaanse kust en geeft de voorkeur aan een droge, stenige bodem, bijvoorbeeld oud, zwak metselwerk, om te ontspruiten. Kappertjes zijn niet de vruchten, maar de nog gesloten bloemknoppen van de kapperstruik. Na de oogst in het voorjaar -de kleinste knoppen zijn het beste- moeten de kappertjes eerst eetbaar gemaakt worden. Om hun bittere smaak te verdrijven worden ze enige dagen in pekel of azijnwater gelegd. Beide zijn ook geschikt om de knoppen te conserveren.Voor gebruik moeten de kappertjes gewassen worden, anders blijft er te veel azijnwater of pekel aan hangen. De aromatische kleine knoppen zijn heel geschikt in salades, tomatensaus, pastagerechten en groentespecialiteiten. Als kruidig ingrediŽnt in tonijnsaus voor de beroemde vitello tonnato zijn ze onmisbaar. Kappertjes moeten echter nooit meegekookt worden, maar pas op het laatst worden toegevoegd, anders verliezen ze hun aroma. De beste kappertjes groeien op de Liparische eilanden en op Pantelleria voor de zuidkust van SiciliŽ.

Siciliaanse bambini en de ossa dei morti     
In de nacht van Allerheiligen, dus van 31 oktober op 1 november, zijn de Siciliaanse bambini moeilijk in bed te krijgen, want in de donkere uren van de nacht keren de geesten van de overledenen in de huizen van hun familie terug. Dit zou waarschijnlijk nog geen reden zijn om op te willen blijven, maar de nachtelijke bezoekers uit het hiernamaals brengen zoetigheden en geschenken mee - en dat maakt de zaak ook voor de kleinsten interessant. Net zoals de kinderen ten noorden van de Alpen naar Sint-Nicolaas uitkijken, willen de kleine Siciliaanse jongens en meisjes beslist weten hoe de vrijgevige voorouders eruitzien. Om eerlijk te zijn, in de meeste gevallen zijn het de ouders die voor hun kroost verrassingen in het hele huis verstoppen.
Tijdens de vroege zoektocht zijn vooral de ossa dei morti, harde, zoete koekjes, zeer geliefd. 
Net zo dol zijn ze op de pupi di zuccaro. Deze natuurgetrouwe poppetjes, ridders of danseressen worden van suiker gemaakt. Hiervoor wordt vloeibare suiker in speciale vormen gegoten, die wordt stijf en wordt daarna liefdevol met de hand beschilderd. Omdat de Italiaanse en vooral de Zuid-Italiaanse kerstgebruiken niet in de eerste plaats in grote geschenken voorzien, zoals we dat in Noord- en Midden-Europa gewend zijn, biedt de novembernacht, die in Engelssprekende gebieden als Halloween wordt gevierd, een goede gelegenheid de kinderen een plezier te doen. Het instituut kerstman is vooral in het zuiden erg onbekend. Worden er geschenken gegeven, dan gebeurt dat niet op 24 december, maar op 6 januari, Driekoningen. Het uitvoerende orgaan is zoals gezegd geen heer met een witte baard en rode mantel (hoewel men in Noord-ItaliŽ beslist Babbo Natale, de kerstvader, kent), maar de kerstheks La Befana. In plaats van de geschenken op een slee te pakken, zoals haar noordelijke collega's doen, balanceert ze op haar bezemsteel waarmee ze door de lucht suist.
Een andere geliefde figuur die de kinderogen doet glanzen, is Topolino.  
Dit muisje, dat tot ergernis van de kleintjes net als alle toverfiguren het nadeel heeft niet gezien te willen worden en dus alleen in de nacht opereert, interesseert zich voor uitgevallen melktanden.Voor het slapengaan wordt de tand op de vensterbank gelegd en gaat het desbetreffende kind braaf slapen. De volgende morgen ligt er dan een klein geschenkje, dat Topolino voor de tand in de plaats heeft gelegd. Deze buitengewoon geliefde vorm van 'tandvervanging' wordt nog altijd in vele delen van ItaliŽ gepraktiseerd.

Het zoete kerkelijke jaar     
Op SiciliŽ  wordt graag feestgevierd. Naast de interregionale feesten die het kerkelijke jaar geeft, kent iedere gemeente diverse oogstdankfeesten en worden de naamdagen van patroonheiligen gevierd. Hier komen de kerkwijdingen bij en de geliefde dorpsfeesten, waar iedere willekeurige aanleiding toe kan dienen. Bij al deze feesten mag bijzonder gebak niet ontbreken. In het grijze verleden fungeerde eenvoudig brood als votiefgave. Aan dergelijke overgaven herinneren nog de koeken, taarten en veel meer of minder overvloedige specialiteiten die alleen voor bijzondere gelegenheden gemaakt worden. Bij de circu di pani in Calatafini draagt een ruiter te paard een trofee gemaakt van broodjes door de stad en in Valle del Belice worden er op 11 november muffulette, kleine gistdeegtaartjes, gebakken, die ook bij het wijnproeven gegeven worden. Op 8 december, de dag van de onbevlekte ontvangenis van Maria, is er sfinci, zoet reuzelgebak, terwijl vijf dagen later, op 13 december, de naamdag van de heilige Lucia wordt gevierd, waar Orchi di Santa Lucia bij worden geserveerd. 'Lucia's ogen' bestaan uit in melk gekookte tarwe, gezoete ricotta en stukjes pompoen. Tussen Kerst en Nieuwjaar is er topdrukte in de banketbakkerijen. De cuccidatti di natale zijn met vijgen en amandelen gevulde gistkransjes. De in heel Zuid-ItaliŽ verspreide mustazzoll -de klassieke kerstkoekjes- worden op SiciliŽ in plaats van met druivenmost graag met cactusvijgenmoes gemaakt.
Vroeger werden er traditioneel alleen tijdens carnaval cannoli gegeten.  
De gefrituurde deegrolletjes, die met ricotta, vanillecrŤme of chocola gevuld worden, zijn echter zo geliefd dat bars en bakkerijen ze intussen het hele jaar aanbieden. Voor het feest van de heilige Jozef op 19 maart worden bewerkelijke 'Jozefbroden' en de spera di pani, een altaaropzetstuk van brood, gemaakt. Het volgende liturgische hoogtepunt is Pasen, een feest dat zonder zoete taarten en lammetjes van deeg niet compleet zou zijn. Dan komen de zomerfeesten en in de herfst, met Allerheiligen, krijgen de kinderen suikerbeestjes.

Cassata     
De cassata die we hier voornamelijk als ijsdessert kennen, is in werkelijkheid net als de echte cassata alla siciliane een rijkgevulde feesttaart die bij speciale gelegenheden, zoals Pasen of een bruiloft, op tafel komt. Het kunstige maaksel bestaat uit twee biscuitbodems waartussen een crŤmeachtige laag van gezoet, ricotta, stukjes gesuikerde vruchten, chocoladeschaafsel, noten en gesmolten suiker wordt gesmeerd. Afhankelijk van het recept en de voorliefde van de banketbakker worden er lagen marsepein toegevoegd of wordt de taart later met marsepein bedekt. In andere gevallen komt er een dikke laag suiker overheen. De versiering bestaat uit hele of in stukjes gesneden gesuikerde vruchten, want de bonte kleuren van de vruchten steken mooi af bij het wit van de marsepein. De echte cassata alla siciliana heeft pas geleden haar honderdste geboortedag gevierd. De heerlijke taart werd in de huidige vorm al in 998 in Palermo gebakken, in de stad die in die tijd door de heersende Arabische emir tot hoofdstad van het eiland was benoemd. In de hoofdstad, die als 'vrijzone' voor de verboden en regels van de Koran gold, waren in die tijd meer dan driehonderd nachtcafťs, waar ook alcoholische dranken uit de distilleerkolven, een andere Arabische vinding, kwamen en beeldschone jonge vrouwen de buikdans uitvoerden. Ze wedijverden met succes met de maagden die, volgens het islamitische geloof, de gelovigen in het paradijs als vrouw zouden krijgen. In een tijd waarin het christelijke avondland niet de gedachte 'duizend en niet een meer' met angst en beven de eeuwwisseling tegemoet zag, duldden de muzelmannen in Palermo een door de islam gedulde 'time-out' voor de soldaten. Het gemoedelijke leven zou weldra afgelopen zijn, want de Arabieren trokken tegen elkaar te velde, wat voor de Noormannen weer de deur naar de heerschappij over SiciliŽ opende.

Het lukte de Noormannen zelfs om in het Europa van de Middeleeuwen een multiculturele staat te stichten
en ook in culinair opzicht. Weliswaar brachten ze ook hun eigen recepten mee, maar ze hielden ook de traditionele Siciliaanse gerechten in ere, net als de Arabische suikerbakker. Eloisa Martorana, een Normandische adellijke dame, zou zich al snel niet de verfijning van de productie van marsepein verdienstelijk maken. En de frutti di Martorana smaken de snoepers van tegenwoordig nog steeds even lekker.

Bron Is Culinaria Italia, KŲnemann. ISBN: 3-8290-2903-9. U vindt hier ook een keur van recepten behorend bij bovengenoemde producten. Prachtig geÔllustreerd werk! Van Uitgeverij KŲnemann is ons geen URL, WAP of EMAIL bekend.

** Uw accommodatie kunt U goed boeken via Hotels/Appart./Sicilia.  Er zijn 551 hotels online boekbaar.
Hotels in de populairste steden: Trapani  -  Palermo  -  Cefalý  -  Catania  -  Siracusa  -  e.a.
Hotels op / nabij luchthaven: Fontanarossa (CTA)  -  e.a.
** U vindt bij Booking meer dan alleen hotels o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets