SIXTIJNSE KAPEL, Capella Sistiana, is beroemdste zaal van de Musei Vaticani, die Giovanni de'Dolei in 1475-1481 in opdracht van Sixtus IV heeft gebouwd. De monumentale ruimte, met zijn indrukwekkende afmetingen van 40,5 x 13,2 m en een hoogte van 20,7 m wordt door zes vensters aan de lange zijden verlicht. Naar Vaticaanse Musea, naar regio Latium. Naar: Alle steden Italië. Naar uw accommodatie!

    

Andrea Bregno schiep het marmeren hek, dat de kapel in een aan geestelijken voorbehouden altaar ruimte en een ruimte voor leken verdeelt, en de beroemde zangerstribune ernaast.
De vloer wordt gesierd door inlegwerken van meerkleurig marmer, terwijl de sokkelzone van oudsher met tapijten was behangen.
Rome: Vaticaanse Musea, Sixtijnse kapelOnder Sixtus IV waren de muurvlakken onder de vensters al in 1481-1483 door Botticelli, Ghirlandaio, Cosimo Roselli, Piero di Cosimo, Perugino, Pinturicchio, Luca Signorelli en Bartolomeo della Gatta van fresco's voorzien.
Op eenvoudige, rechthoekige muurvlakken zijn links scènes uit het leven van Mozes en rechts episoden uit dat van Jezus afgebeeld. De beschilderde nissen tussen de vensters bevatten portretten van pausen. De inrichting wordt bekroond door het plafondgewelf, dat Michelangelo 25 jaar later voor Julius II vormgaf, en zijn fresco Het Laatste Oordeel op de altaarmuur. Deze fresco's maakten de kapel tot het hoogtepunt van de renaissanceschilderkunst en vormen ook nu nog een van de grootste trekpleisters voor elke bezoeker van Rome. En toch is de Cappella Sistina geen museum, maar maakt hij deel uit van het kerkelijk leven: hij wordt nog altijd door de paus gebruikt voor privémissen en het conclaaf dat een nieuwe paus kiest, zetelt hier.

Michelangelo_Buonarroti  (1475-1564), plafond,1508-1512 fresco, 40,23 x ca. 13,30 m 
Toen Julius II in 1508 Michelangelo de opdracht gaf het plafond te decoreren, was het gewelf alleen beschilderd met een sterrenhemel. De schilder was niet tevreden met zijn oorspronkelijke opdracht, de twaalf apostelen af te beelden, en overreedde de paus tot een radicale verande­ring van de plannen. Daarbij liet hij de aanwezige architectuur los en bracht over het plafond een enorme schijnarchitectuur aan, waarbij hij alleen vasthield aan de twaalf steekkappen en de bijbehorende lunetten. De zones tussen de steekkappen beschilderde Michelangelo zo, dat er een schijnbare attiekzone ontstond, met nissen waarin hij de grote zittende figuren kon plaatsen. Daardoor ontstond de indruk dat zich over het hele plafond jukbogen boven de geschilderde pilaren spanden, waartussen het firmament zichtbaar werd. De zo ontstane negen beeldvlakken vatte Michelangelo samen tot drie thema's: de 'Schepping van de wereld', zijn 'Verdrijving uit het paradijs' en het 'Verhaal van Noach'. Aan beide zijden werden de beeldvlakken in de driehoekige zwikvlakken begeleid door profeten en sibillen en scènes uit het Oude Testament. Door de ritmische verdeling in grote schuine beeldvlakken en kleinere scènes ernaast ligt het zwaartepunt op de vier hoofdschilderingen, die chronologisch aan de kant van het altaar beginnen: Scheiding van licht en duisternis, Schepping van Adam, Zondeval en verdrijving uit het paradijs en Zondvloed.. De beelden zijn zo gerangschikt dat de toeschouwer ze staande bij de ingang goed kan zien. Zo schilderde Michelangelo de zittende profeten en sibillen, net als de 'ignudi', de mannelijke naakten, naar het altaar toe steeds groter en verminderde hij eveneens het aan­tal figuren in de afgebeelde scènes. Na slechts vier jaar was deze enorme klus geklaard en het plafond kon op Allerheiligen 1512 worden onthuld.

Michelangelo Buonarroti, plafond (detail), De schepping van Adam fresco, 280 x 570 cm
Michelangelo Buonarrotti, altaarmuur, Het Laatste Oordeel. 1535 fresco, 13,70 x 12,20 m

Sixtijnse  kapel: Laatste Oordeel
In 1535 kreeg Michelangelo van paus Paulus III de opdracht de altaarmuur van de CappeIIa Sistina te beschilderen. Terwijl engelen bovenaan de lijdenswerktuigen van de Passie dragen en onderaan met bazuinen het Laatste Oordeel verkondigen, troont te midden van een zee van naakte lichamen Christus, omringd door apostelen en andere heiligen. Zijn Oordeel lijkt zo vreeswekkend dat zelfs Maria zich afwendt. Links van Christus stijgen de uitverkorenen naar de hemel op, terwijl rechts de verdoemden in de diepte storten, waar de veerman van de onderwereld, Charon, hen over de rivier de Styx naar de Hades roeit. Precies op de plek waarop de blik valt van degene die de mis leest, heeft Michelangelo de duistere ingang van de onderwereld geplaatst, alsof hij zijn afschrikwekkende visie op het Laatste Oordeel, die aan de beschrijving van de hel in Dante’s Divina Comedia herinnert, nog wilde versterken.
Eerst werd het fresco enthousiast ontvangen, maar later nam men aanstoot aan de vele naakte figuren, zodat Daniele_da.Volterra, die als 'broekenschilder' in de kunstgeschiedenis bekend staat, en Girolamo da Fano op aanwijzing van paus Paulus IV de naakten moesten bedekken.

Renaissance van kleuren - over de restauratie van de Sixtijnse Kapel 
'Je opent langzaam een venster in een donkere ruimte, waarachter een zonovergoten panorama verschijnt' - zo beschreef Carlo Pietrangeli, de voormalige algemeen directeur van de Vaticaanse Musea, de restauratiewerkzaamheden aan het plafond, de lunetten en de altaarmuur van de Sixtijnse Kapel. Inderdaad heeft het resultaat zowel vakmensen als kunstliefhebbers over de hele wereld verbijsterd: wat tot dan toe als de 'donkere kleuren' en 'monochromie' van Michelangelo Buonarroti werd opgevat, ontpopte zich als een in de loop der eeuwen door stof en walm van kaarsen ontstaan grijsbruin patina. Toen dit eenmaal was verwijderd, kwamen daaronder heldere, lichtgevende, krachtige kleuren tevoorschijn, die een totaal nieuw beeld van Michelangelo en zijn werkwijze geven. Hij heeft de kapel beschilderd in de techniek van 'buon fresco', het aanbrengen van de verf op een nog vochtige ondergrond, en daarbij voor het plafond een breed kleurenspectrum gekozen - violet, roze, emailblauw, rood oker en goudbruin omber naast scherpe contrasten van geel, blauwen groen, helder vermiljoen en lavendelgrijs. De wirwar van naakte figuren op de altaarmuur plaatste hij tegen een diepblauwe ach­tergrond.

Niet iedereen raakte echter overtuigd door de lichtintensiteit van de kleuren en de kritiek die de restauratie van het begin af aan begeleidde, is nog altijd niet verstomd. 
 De New Yorkse professor James Beck sprak van een Tsjernobyl van de kunstge­schiedenis' en een 'aanslag op Michelangelo' en gaf daarmee uitdrukking aan zijn bezorgdheid dat de 'echte' Michelangelo door de reiniging onherroepelijk verloren was gegaan. Het nieuw ontdekte kleurengebruik van Michelangelo is echter tegen de ach­tergrond van de Florentijnse schildertraditie volstrekt begrijpelijk en vindt directe navolging in het koele kleurenspectrum van de zogenaamde maniëristen in Florence, geboortestad van de grote meester
Michelangelo Buonarroti, altaarmuur van de Sixtijnse Kapel, detail van het Laatste Oordeel, Vaticaanse Musea, Vaticaan
Michelangelo Buonarroti, plafondfresco van de Sixtijnse Kapel in ongerestaureerde toestand,1508-1512, Vaticaanse Musea, Vaticaan

Hoe alles begon 

De geschiedenis van de restauratie van de Sixtijnse Kapel is bijna net zo oud als de fresco's van Michelangelo zelf. Reeds vijftig jaar na de voltooiing van het plafond waren de kleuren door roet van kaarsen en oliekachels donker geworden en waren er door binnendringend regenwater barsten en schimmels in de schilderingen ontstaan. Pius V (pontificaat 1566­/1572) nam het daarom op zich de eerste herstelwerkzaamheden uit te voeren, waarmee hij Domenico Carnevali, een schilder uit Modena, belastte. Op dit tijdstip moeten de kleuren al sterk vervuild zijn geweest, want Carnevali heeft meermalen - zoals bij recent onderzoek is gebleken - veel donkerder tinten gebruikt dan die van het origineel. Zo'n 150 jaar later ondernam Annibale Mazzuoli een nieuwe restauratie, waarbij hij de fresco's probeerde schoon te maken met een spons en witte wijn. Vervolgens overdekte hij ze met een vernis van dierenlijm, om zo de schimmels onzichtbaar te maken en de kleuren op te frissen. Al deze bemoeienissen hielpen echter weinig, de kleuren namen na korte tijd weer hun donkere, vergeelde tint aan en er leek geen oplossing te zijn voor een alomvattende reiniging. Pas nadat in de jaren zestig van de twintigste eeuw een restauratiecampagne tot reiniging van de 15de-eeuwse fresco's aan de muren een groot succes was geworden, durfde men zich ook te wagen aan het werk van Michelangelo.

De kleur komt terug 

Onder leiding van Gianluigi Colalucci, hoofd restaurator van de Vaticaanse Musea, begonnen in 1980 de werkzaamheden aan het meesterwerk. Eraan voorafgegaan waren ingrijpende chemische en natuurwetenschappelijke onderzoeken, tijdens welke men de bestanddelen van de fresco's had geanalyseerd en de reinigingsprocedure in het laboratorium had gesimuleerd. De restauratie werd gevolgd door camera's van een Japans televisiestation, dat het grootste deel van het project door de aankoop van de rechten op al het film­en fotomateriaal financierde. Dankzij een andere sponsor kon een krachtige computer worden aangeschaft, waarin gegevens over het formaat, de schilderstechniek, de toestand van de fresco's en de voortgang van de restauratie werden opgeslagen. Deze uitvoerigste documentatie die ooit is samengesteld werd nog aangevuld door geluidsbanden, waarop de restauratoren hun werk van commentaar voorzagen.

Michelangelo Buonarroti, plafond van de Sixtijnse Kapel, detail met de Libische Sibille, 15l1. Vaticaanse Musea, Vaticaan, Rome 
De eigenlijke restauratie bestond uit het afnemen van de fresco's met een speciaal, in de jaren zeventig in het Vaticaanse Istituto Centrale del Restauro ontwikkeld schoonmaakmiddel. Met een onderbreking van 24 uur werd deze oplossing tweemaal enkele minuten lang op de 'al fresco' uitgevoerde schilderingen aangebracht, waardoor eeuwenoude afzetlagen als roet, vuil en vernis werden losgeweekt en konden worden verwijderd. Deze handelwijze was echter niet geschikt voor de paar 'al-secco'­ plaatsen - die men van tevoren via een computergrafiek had gelokaliseerd. Deze waren op een droge pleisterlaag aangebracht en daardoor veel slechter houdbaar, waardoor ze door deze manier van schoonmaken onherroepelijk zouden worden beschadigd. In plaats daarvan werden ze eerst met een acryloplossing ge­fixeerd en vervolgens met een hard penseel en organische, watervrije middelen gereinigd. Ter conservering van de aldus herkregen kleurenpracht bedekte men de gerestaureerde fresco's niet, zoals Michelangelo had gedaan, alleen met een eenvoudige beschermende glazuurlaag, maar gebruikte nog extra technische hulpmiddelen: nieuwe lampen met afgeschermd koud licht zorgen voor een veilige belichting. Bovendien controleert een computergestuurde airconditioning voortdurend de vochtigheidsgraad en de temperatuur in de kapel en houdt ze constant.

Aansluitend op het plafond en de altaarmuur werd opnieuw begonnen met de restauratie van de 15de-eeuwse fresco's van Perugino, 
Botticelli, Ghirlandaio, Roselli en Signorelli op de zijmuren. Het werk is pas gereedgekomen en de  Sixtijnse Kapel straalt nu weer volledig in zijn oude glans.
Men kan alleen maar hopen dat de fresco's nu voor een aanzienlijk langere periode hun heldere kleuren behouden, op het belang waarvan Giorgio Vasari ooit al eens in overdrachtelijke zin heeft gewezen: 'Dit werk was en is werkelijk het licht van onze kunst. Het heeft de schilderkunst zo veel licht en hulp gebracht, dat het genoeg was om de wereld te verlichten die zo veel eeuwen in duisternis gehuld is geweest.

BrononUitgeverij Könemann is ons geen URL, WAP of EMAIL bekend d

** Accommodaties in Rome en omgeving
** Uw accommodatie in geheel Italië kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Booking/Italie. Geen reserveringskosten, laagste prijsgarantie, maximale keuze, onpartijdige hotelbeoordelingen, website en klantenservice in het Nederlands en nog veel andere talen.
** Booking is meer dan alleen hotels: zie eens ”Alle accommodatietypes”!