|
TOSCAANSE CULINARIA,
, naar overzicht
regio
Toscane
Maak uw keuze
Inleiding
Evenwichtig, eenvoudig, wortelend in eigen bodem en toch
geraffineerd - dat is de keuken van Toscane. Niet heel opzienbarend,
eerlijk en toch levendig en vol ironie - net als de mensen die er wonen.
Zachtglooiende heuvels, olijfboomgaarden en stille bergen geuren naar
loof en kruiden. De geur van pas gekapt harsachtig hout hangt reeds in
de lucht voordat het vuur aangestoken wordt om wild- of
vleesspecialiteiten te grillen of te roosteren. De culinaire cultuur van
de grote steden is weliswaar wat luxueuzer dan de landelijke keuken,
maar dat betekent niet dat er overvloedige gerechten klaar staan, zoals
in het naburige Emilia-Romagna. In Florence bestaat de luxe slechts uit
een bijzonder mooi stukje vlees, de bistecca alla fiorentina of een
spiedino toscano, een met olijfolie en rozemarijn gekruide spies. In
andere gevallen wordt vastgehouden aan de Toscaanse en de op de nog
altijd hooggehouden Italiaanse Renaissance gebaseerde waarden van
eenvoud, duidelijkheid en natuurlijkheid. Overdreven verfijnde gerechten
zijn er nauwelijks te vinden en zelfs in de beste restaurants wordt de
verplichte soep in rustieke schalen van aardewerk geserveerd. Op het
platteland wordt de eenvoudige keuken nog echt beoefend. Hier staan
peulvruchten, brood, kaas, groente en vers fruit op het menu. Ribollita,
panzanella, pappa col pomodoro - het zijn allemaal typische gerechten
van het afgelegen, landelijke Toscane. Het bewust zonder zout gebakken
brood, dat als neutraal bijgerecht net zo goed smaakt bij de heerlijke
worstspecialiteiten als bij een pittige pecorino, is hier werkelijk nog
een basisvoedingsmiddel dat de Toscanen de hele dag gebruiken. Maar
ondanks alle bescheiden ingrediënten zal niemand beweren dat de
Toscaanse keuken armoedig of saai is, want het geduid en de kennis van
de koks is spreekwoordelijk. Zelfs de meest tijdrovende specialiteit
wordt liefdevol en volgens de traditie bereid. Daarnaast permitteren de
Toscaanse gourmets zich ook een kleine ijdelheid. Ze beweren onomwonden
dat het wereldberoemde Italiaanse ijs hier uitgevonden is. De
renaissancearchitect Bernardo Buontalenti, zo zegt men, heeft het
tijdens het ontwerpen van de verdedigingscomplexen van het fort
Belvedere gemaakt om de banketten te verrijken. Het in de andere delen
van Italië heersende idee dat de Arabieren het ijs mee hebben genomen
naar Sicilië en dat het zich van daaruit over het hele schiereiland
heeft verspreid, stuit in Toscane op dovemansoren.
De keuken van de Renaissance
▲
Ook de culinaire renaissance in Italië wortelt in de herontdekking van
de Oudheid. In de keukens van de kloosters en de intussen tot enige
welstand gekomen adellijke paleizen bezon men zich op de getuigenissen
van de Griekse en Romeinse kookkunst, vooral Apicius werd een veel
gelezen auteur. Koks en banketmeesters "Probeerden de in de Renaissance
hooggehouden idealen van ordening, proportie, harmonie en maat culinair
te vertalen. Invloeden uit de Levant, waarmee levendig handel werd
gedreven, en ook van de Arabische bezetting van Sicilië werden
bereidwillig en zonder vooroordeel opgenomen. In de Middeleeuwen bestond
er een duidelijke voorliefde voor prestigieuze gerechten die eerst
gekookt, dan gebraden en ten slotte onder een met veel dure specerijen
verrijkte saus werden begraven. Koks in de Renaissance daarentegen
hielden zich bezig met de ontwikkeling van ongecompliceerde recepten en
zachte gaarmethoden die de eigen smaak van de ingrediënten eerder
moesten ondersteunen dan aantasten. Overvloedig gebruik van specerijen
en kunstzinnig opgediende gerechten raakten steeds meer uit de mode en
in plaats daarvan kon iedere gourmet zonder al te veel raadsels
herkennen wat er op zijn bord lag.
Hoewel er vanaf die tijd in Italië naar werd gestreefd gerechten eerlijk
en eenvoudig te bereiden, werd de regionale landelijke keuken nog voor
een groot deel genegeerd; liever adopteerden de koks nieuwe
bereidingsmethoden uit verre vreemde landen. Toscaanse boerengerechten
als graanpap of groentepuree met stevige uien of scherp knoflook golden
als onbeschaafde gerechten en dat zouden ze ook lange tijd blijven, want
aan de kookpotten van de minder bedeelden ging de keukenrevolutie bijna
ongemerkt voorbij.
De Renaissance is ook de tijd waarin voor het eerst het pathologische
met de dagelijkse voeding in verband werd gebracht. Wat tot die tijd als
vanzelfsprekend gold, werd plotseling door artsen en fysiologen
onderkend, becommentarieerd, geanalyseerd en ten slotte vanuit een
geheel nieuw gezichtspunt bekeken: eten kan gezond maken maar ook
ziekten veroorzaken of verergeren. En de in het middelpunt van de
belangstelling staan mens werd aan de hand van zijn warme of koude,
zoete of zure, dikke of dunne, groene, zwarte of gele lichaamssappen
ingedeeld in een cholerisch, melancholiek, flegmatiek of sanguinisch
type. De geleerden onderzochten nu ook de speciale eigenschappen van de
verschillende ingrediënten op gelijksoortige criteria en bevalen
bepaalde gerechten of ingrediënten vanwege hun verteringswaarde aan of
raadden ze juist af.
Kruiden
▲
Reeds in de Oudheid was bekend welke kruiden de spijsvertering
bevorderden en welke soorten een geneeskrachtige werking hadden. De
Griekse arts Hippocrates liet nauwkeurige botanische en geneeskundige
beschrijvingen na van bepaalde planten en ook de Romeinse geleerde
Plinius kende beslist de planten in zijn kruidentuin. In de Middeleeuwen
bleef het kweken van kruiden beperkt tot een paar kleine kloostertuinen,
maar de door de Oudheid beïnvloede Renaissance ontdekte opnieuw de
mogelijkheden van kruiden en hun betekenis voor keuken en lichaam. Toen
in de 15e eeuw in Pisa en Padua kruidentuinen werden aangelegd, wilde
Florence niet achterblijven en Cosimo de Medici gaf opdracht voor de
aanleg van de Giardini dei semplici. Lucca en Siena sloten zich bij het
voorbeeld aan. Het kruidige groen werd al snel tot een cultus, want de
onopvallende planten leverden tenslotte veel goeds voor lichaam en ziel.
Peterselie gold als aansterkend middel, hielp tegen nieraandoeningen en,
zoals Plinius beweerde, genas zelfs vis wanneer het kruid fijngehakt in
het aas werd gestopt. Basilicum verhielp maagklachten en hielp bij
misselijkheid. Salie had een antiseptische werking en tijm bestreed door
te veel drank veroorzaakte hoofdpijn. Rozemarijn versterkte de zenuwen,
pepermunt had een opwekkende werking. Dragon zou helpen bij
slangenbeten. Bernage bracht troost, moed en verzachting bij
spierverrekkingen. Venkel maakte kinderen rustig. Het was dan ook
begrijpelijk dat iedereen van de kracht van kruiden wilde profiteren.
Nu wordt aan de keukenkruiden weliswaar geen grote geneeskrachtige
werking meer toegeschreven, maar ze zijn beslist niet meer weg te
denken. Vooral Toscane is een waar kruidenparadijs, er groeien veel
soorten in het wild en zelfs in de steden kweken de bewoners op het
kleinste balkon wat basilicum, salie of rozemarijn in bloembakken of
kleine aardewerken potten om de geurige blaadjes en stengels bij hun
culinaire experimenten paraat te hebben.
Kruiden soorten
▲
Venkel
Venkel (finocchio) groeit in het zuiden van I"ë langs de kant van de
weg. In de keuken kunnen naast de knollen de stengel, bladeren en zaden
gebruikt worden. Venkel brengt de Toscaanse finocchiona op smaak.
Peterselie
Iemand die geen feestje of gebeurtenis overslaat, wordt in Italië
come il prezzemolo genoemd, 'net peterselie', want peterselie wordt ook
overal in gebruikt. Het universele kruid is niet alleen in Toscane
geliefd. Peterselie past goed bij vis, salade, groente en paddenstoelen,
maar brengt ook soep en ingewanden op smaak.
Basilicum
Basilicum (basilico) is een niet weg te denken kruid in de
Middellandse-Zeekeuken. Zodra we het aanraken of zijn blaadjes
afstropen, verspreidt het zijn karakteristieke geur. Basilicum hoort in
een salade, in tomatensaus en bij de typisch Toscaanse bruschetta,
knapperig geroosterde sneetjes brood.
Rozemarijn
De lipbloemige rozemarijn, rosmarino of ramerino, groeit in Italië
in het wild. De spitse blaadjes van het kruid passen goed bij gebraad en
vis, maar ook bij veel zoete gerechten, zoals castagnacrio, de lekkere
kastanjetaart uit de Maremma.
Salie
Salie (salvia) begeleidt vis- of vleesgerechten en brengt de
marinade voor veel wildgerechten op smaak. Gebakken salieblaadjes smaken
eveneens heel goed.
Munt
In Toscane wordt vooral de kleinbladige pepermuntsoort menta nepetella
gebruikt. De blaadjes van deze lipbloemige worden toegevoegd aan
paddenstoelen en smakelijke stoofgerechten. Het krachtige kruid mag ook
in veel salades, groentegerechten en diverse kruidenlikeuren niet
ontbreken.
Dragon
Kip en vis smaken met dragon (estragone, serpentaria) zeer goed. Het
kruid wordt graag gebruikt om azijn te aromatiseren. De blaadjes kunnen
echter ook in beslag gedoopt en in olie gefrituurd worden. Volgens de
legende werd dragon rond 744 voor het eerst door de Fransen in St.
Antimo bij Montalcino gekweekt.
Tijm
Tijm (timo) is een kruid voor vleesgerechten en past goed bij varken,
lam en wild. Hij groeit bijna overal en kan zonder veel moeite verzameld
worden. Tijm brengt ook sauzen op smaak en wordt vaak in kruidenlikeuren
verwerkt.
Bernage
De bloemen van bernage (borragine of borrana, zoals de Toscanen
zeggen) verfijnen salades. De bladeren kunnen net als spinazie bereid of
gebakken worden.
Kaas
▲
Bij pecorino denken we allereerst aan de zuidelijkste streken van
Italië, maar deze geurige schapenkaas is net zo typerend voor
Midden-Italië en Toscane. De cacao, zoals hij hier genoemd wordt,
ontbreekt in geen enkele provisiekamer. Vroeger gold hij als stevige
boerenkaas die graag met een stuk brood en een krachtige Toscaanse wijn
als tussendoortje werd genuttigd. Intussen vinden we hem nu in de
verfijnde keuken. De bekende soorten van de Toscaanse pecorino worden
in het hart van de regio, in Chianti, bij Cortona en Casentino, bij
Pietrasanta en Lucardo, bij Siena of in de Maremma geproduceerd.
Pecorino is er in verschillende rijpingsstadia. Als heel jonge kaas
wordt hij na twee tot vier weken verkocht, de belegen pecorino rijpt
twee maanden en oude pecorino, die in plaats van Parmezaanse kaas als
geraspte kaas wordt verkocht, heeft zes maanden nodig, maar wordt vaak
nog langer opgeslagen. De Toscanen beweren dat de geurige kruiden waar
het gebied om beroemd is, de schapenkaas het onvergelijkbare aroma
verlenen. Daarom letten de kaasmakers erop dat de schapen op zeer
verschillende weidegronden ongestoord kunnen grazen. Pecorino wordt van
december tot augustus geproduceerd. Allereerst wordt de vette
schapenmelk met kalverstremsel gemengd. Na een halfuur is het stremmen
klaar en kan de wrongel geperst worden. De kwarkachtige massa moet nu op
een warme plaats bewaard worden voordat hij in vormen wordt gedaan. De
jonge kaas moet iedere dag zorgvuldig met de hand gezouten en gedraaid
worden zodat er een korst gevormd kan worden. In veel streken behandeld
men de korst met tomatenextract om hem een oranje kleur te geven.
Anderen verven hem met een kleurstof grijs of laten de kaas op
notenbladeren rijpen zodat de korst een bruinachtige kleur aanneemt. Een
bijzondere specialiteit is de marzolino, een kleine, eivormige pecorino
die van de eerste melk in het voorjaar -meestal in maart, vandaar de
naam- wordt geproduceerd. Hij smaakt het best wanneer hij nog erg jong
is. Pecorino is er in zo veel varianten dat er in de Toscaanse keuken
nauwelijks vraag naar een andere soort kaas is. Zo nu en dan wordt er
echter raveggiolo geserveerd, een fijne, milde kaas, die heel jong en
met een beetje olijfolie het beste smaakt.Voor hartige taarten,
krachtige vullingen van allerlei aard, maar ook in zoete gerechten en
desserts gebruiken de Toscaanse koks -net als hun collega's in de rest
van Italië- de van wei gemaakte, op kwark lijkende ricotta.
Runderen van het Chianadal
▲
Volgens sommige geleerden stamt het chianarund af van het bos
primigenius, het rund dat al voorkomt op de prehistorische
grottekeningen. Etrusken en Romeinen waardeerden het niet alleen vanwege
zijn vlees, maar ook vanwege zijn porseleinwitte vel. Daarom werden deze
mooie dieren vaak ter ere van resten gepresenteerd en aansluitend aan de
goden geofferd. Nu is het chianarund een van de meest begeerde en
waardevolste runderrassen van Italië. Door de optimale voorwaarden die
het Val di Chiana biedt, groeit het dier snel en wordt het relatief
groot. Het is te herkennen aan zijn lichte kleur, de lichte kop met de
korte hoorns en de langgerekte romp met brede schoft- en
lendenpartij.Vlees uit het Chianadal is vetarm maar niet droog en door
de natuurlijke beweiding van de dieren bijzonder kruidig en geurig. De
Toscanen zeggen dat het zoutig smaakt. De jonge dieren, die een gewicht
van 70 kg kunnen bereiken, leveren grote stukken vlees, waaronder de
enorme T-bone-steaks voor de bistecca alla fiorentina. Het vlees is zo
zacht dat het maar kort op het houtskool van de griff hoeft te liggen en
bijna rauw gegeten kan worden. Het woord bistecca komt van het Engelse
beefsteak, dat 'runderkotelet' betekent.Volgens een legende werd er in
1565 ter ere van een feest op de Piazza San Lorenzo in Florence voor de
hele bevolking een rund gegrild. Onder de aanwezigen bevonden zich ook
een paar Engelsen, die bij het zien van het sappige vlees 'beefsteak,
beefsteak' begonnen te scanderen om hun trek in een stuk vlees duidelijk
te maken. De Florentijnen veranderden deze kreet direct in bistecca.
Voor dit feest werden de steaks carbonate, kolensteak, genoemd omdat ze
op houtskool werden gegrild. Deze manier van bereiden was reeds in de
Oudheid bekend' de Etrusken grilden al T-bonesteaks
Het vlees uit Toscane heeft een uitstekende reputatie. Om dat zo te
houden hebben de fokkers van chiana- en maremma-runderen zich in een
consortium verenigd en zorgen ze ervoor dat de runderen hun goede
eigenschappen bewaren en op traditionele wijze vrij in de natuur
gehouden worden. Het resultaat van deze inspanningen zijn gezonde en
stevige dieren die mager, smakelijk en sappig vlees leveren. Het vlees
wordt verkocht in speciaal geselecteerde slagerijen. Let op het
inktstempel of het brandmerk van het consortium.
De runderen uit de Maremma
▲
Zoals duidelijk wordt uit de archeologische vondsten van Cere en de
stierenkop in het museum van Vetulonia, werden er in de tijd van de
Etrusken in de Maremma al runderen gefokt. Als stamvader geldt het
zogenaamde wilde rund waar Plinius al over schrijft. Maremmarunderen
zijn krachtige, robuuste dieren met pregnante hoorns, die in vroeger
tijden, toen er nog geen landbouwmachines waren, werden gebruikt bij het
werk op het land. Nu worden de grijze runderen met de puntige hoorns
-die van de stieren zijn halvemaanvormig en kunnen wel een meter lang
worden, die van de vrouwelijke dieren zijn gebogen als een lier- bijna
uitsluitend vanwege hun zachte, smakelijke vlees gefokt. Voor verdere
veredeling werd het chianarund gekruist met het Franse charolaisrund.
Voor varkens en ham uit Toscane zie hier
Bron
▲
Is Culinaria Italia, Könemann. ISBN: 3-8290-2903-9. U vindt hier
ook een keur van recepten behorend bij bovengenoemde producten. Prachtig
geïllustreerd werk!
** Uw accommodatie kunt U
goed boeken via
Hotels/Appart./Tuscany. Er zijn 1237 hotels online boekbaar.
** Uw accommodatie in geheel Italië kunt U goed boeken via
Hotels/Appart.Italië.
** Via
Hotels.Appart.Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in
71 landen.
** Hoe maak ik een
printversie van de pagina"?
** Door Tekengrootte
te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst
sterk verbeteren.
** Met het vernieuwde zoekveld
kunt u zoeken in "Stedentips".
▲
|