|
TOSCAANSE GESCHIEDENIS
Naar regio Toscane,
naar Toscane links
PREHISTORIE
Uit
overblijfselen blijkt dat 3000 v. C.
het huidige Toscane reeds bewoond werd. Rond 1600 v. C. begon de bronstijd en
vanaf die tijd zijn er, met name op heuvels, nederzettingen. In de ijzertijd,
ca. 1000 v. C. is er de eerste belangrijke Villanovacultuur. Deze mensen
kwamen uit het noorden. In de nabijheid van hun dorpen zijn op begraafplaatsen
veel vondsten gedaan.
ETRUSKEN
Op
de Villanovacultuur verschijnt de
beschaving van de Etrusken. Dat is tussen 800 en 750 v. C.. Klik
Etrusken. en veel
meer over de Etrusken vindt u
hier
ROMEINSE TIJD
▲
In
de loop van de 4e en 3e eeuw v. C. vestigen de Romeinen
hun macht in Toscane. Rond 250 v. C. was het hele gebied in handen van de
Romeinen. De steden hielden een zekere autonomie. Rond 100 v. C. werd her
Romeinse burgerrecht ingevoerd. De Romeinen stimuleerden openbare werken zoals
de aanleg van wegen. Voorbeelden hiervan zijn: Via Aurelia, Via Clodia en de Via
Cassia.
Door burgeroorlogen raakte het gebied ontvolkt. De moerasgebieden, zoals
Maremmeer, breidden zich uit en de mijnbouw ging achteruit.
In de eerste eeuw na C. stichtte keizer Augustus kolonies. In enkele steden zijn
nog Romeinse resten te zien. : Pisa, thermen van Nero; Arezzo, amfitheater;
Volterra, theater en resten van thermen; Fiesole, met bekende opgravingen; Cosa,
vroeger de belangrijkste havenstad.
VROEGE MIDDELEEUWEN, 500-1000
▲
Rond
500 na de val van het West Romeinse Rijk, kwam Toscane onder de heerschappij van
de Oost-Goten.
In de 6e eeuw is er een sterke achteruitgang. De Oost Romeinse keizer
Justinianus streefde naar hereniging van het Oost- en West Romeinse Rijk deze
oorlog voltooide de verwoesting en verarming van Toscane. Aan het eind van de 6e
eeuw overspoelden de Longobarden vanuit het noorden Toscane en dat betekende een
definitieve breuk met de Romeinse tradities zowel op bestuurlijk als cultureel
niveau.
In de 7e eeuw groeide het contact tussen de Longobarden en de
onderworpen volkeren.
In de 8e eeuw is het Longobardische Rijk redelijk georganiseerd met
Pavia als echte hoofdstad. Aan het eind van deze eeuw verovert Karel de Grote
het rijk van de Longobarden, op verzoek van de paus. De Italiaanse gebieden
werden een deel van het Karolingische Rijk. Op veel plaatsen verrezen
vestigingen, castelli.
Deze boden bescherming aan de omwonende plattelands bevolking.
Hieruit kwamen tal van Toscaanse dorpen voort. In de 9e en 10e
eeuw komt het tot een begin van stedelijk leven en tot onderlinge handel. De
wegen werden hersteld en grote landgoederen werden opgedeeld in kleinere
stukken, podere,
die bebouwd werden door pachters, mezzadri.
Ze bewerkten het land voor de helft van de opbrengst
TIJD VAN DE COMMUNE (L. communis = gemeenschappelijk).
▲
In de 11e eeuw zette economisch en sociaal herstel door. Pisa was in
Toscane de eerste stad die tekenen van herstel toonde. De eerste dom werd in
1063 gebouwd. Textielindustrie en geldhandel komen met name in Florence en Siena
tot ontwikkeling. De stedelijke burgerij streeft naar stadsbestuur en wil dus
onafhankelijk zijn van keizer en kerk. Tegen 1150 waren alle Toscaanse steden
onafhankelijke communes. De burgers kozen de consuls en de
volksvergaderingen.
De Toscaanse commune was een stadstaat en omvatte het gebied van de stad en het
land er omheen, contado
= platteland. Door uitbreiding van de contado raakten steden met elkaar
in conflict. Zo veroverde Florence in de 12e eeuw het nabij gelegen
Fiesole. Ook in de stadstaat zelf kwam strijd voor met name tussen de Guelfen, van Welfen = oud Duits geslacht en de Ghibellijnen,
partij van de Hohenstaufen.
De Guelfen waren pausgezind en verbonden met het Franse koningshuis. In
Florence, Lucca en San Gimignano overheersten de Guelfen. De Ghibellijnen, in
Siena, Pisa en Pistoia, waren trouw aan de Duitse keizer. Dit alles leidde tot
de aanstelling van een onpartijdige figuur, podesta
(L.= macht), aan het hoofd van het stadsbestuur. De podestà kwam vaak van
buiten de commune en werd voor zes maanden benoemd met een vaste taakstelling.
In de 13e eeuw komt de groepering van de rijke kooplieden en
handwerkslieden naar voren, in de vorm van de zogenaamde populo
(L. = volk) tegen de macht van adel en de heersende klasse. De populo stelt een
leider aan genoemd, capitano
del populo, vergelijkbaar met de podestà. Hoofd van de politie was
de bargello,
had soms ook een eigen paleis
In de 14e eeuw raakte het volk geleidelijk de macht weer kwijt aan
adel en magnaten. De macht komt in handen van een individu, signore
(L. = heer) of familie. De
verantwoordelijkheid voor het stadsbestuur lag vaak in zijn handen. In nog al
wat gevallen ontpopte de signore zich als tiran. In de 15e eeuw is de
signore ingeburgerd.
De tijd van de commune was voor de meeste steden een periode van grote
bloei. Handel, industrie en handwerk ontwikkelden zich. Deze tijd heeft op de
meeste steden zijn stempel gedrukt. Er kwamen paleizen voor: stadsbestuur, podestà
en capitano. De dom was het trotse symbool van de stad. Voor bedelorden
werden kerken gebouwd. Rijke kooplieden stichtten kapellen. De adel liet
woontorens en paleizen bouwen. Bij zo veel rijke opdrachtgevers kwamen de
kunsten tot bloei.
Florence kreeg een universiteit met als faculteiten: retorica of
welsprekendheid, filosofie, astronomie, recht, medicijnen en literatuur. Bekende
namen zijn: Dante, Petrarca en Boccacio. Petrarca was leraar in humanitas:
retorica, grammatica, poesia, historica, filosofia en moralis.
SIGNORIA, 14e - 15e eeuw
▲
De
signore, aanvankelijk gekozen in een crisistijd, werd na enkele generaties een
erfelijke vorst. Florence kwam steeds meer als dominante stad naar voren. Steeds
meer steden kwamen onder de heerschappij van Florence; Fiesole, Pistoia, Prato,
Sam Gimignano, Volterra en ten slotte Pisa en Cortona. Siena en Lucca alleen
bleven zelfstandig.
In Florence kwamen uit de machtsstrijd de rijke families de Medici naar voren.
Onder hen maakte de stad een ongekende bloei door. In de 15e eeuw
werd Florence toonaangevend in heel Italië en uiteindelijk in heel West-Europa.
In deze tijd komt de renaissance tot ontwikkeling. Midden 16e eeuw
wordt een van de Medici door paus en keizer benoemd tot Groothertog van Toscane
en spreken we van Hertogdom Toscane.
Twee eeuwen blijft dat zo. Begin 19e eeuw werd het ingelijfd bij het
napoleontische rijk. Tot slot komt het in Italië tot een geheel en wordt
Florence de hoofdstad.
STEDEN IN MIDDEN ITALIE
▲
Steden
als Volterra, San Gimignano, Assisi en Gubbio zijn sinds de Middeleeuwen weinig
veranderd. Het centrum wordt gevormd door een plein, Piazza. Hier liggen de
belangrijkste gebouwen, die in de Middeleeuwen gebouwd zijn, aan. In grote
steden als Florence, Siena en Orvieto staan deze gebouwen aan meerdere pleinen.
In het gebouw van de commune was het stadsbestuur en de podesta gevestigd. Dan
was er een gebouw voor de capitano del populo. Het derde openbare gebouw was de
dom. Daarnaast staat vaak een aparte doopkerk, baptisterium.
De kerken zijn vaak rijk versierd met didactische voorstellingen. De gelovige
kon zo zijn geloofskennis op doen.
In de gebouwen, palazzi,
van commune en capitano zijn nu vaak musea gevestigd. De versieringen duiden
vaak op de goede eigenschappen die de bestuurders hadden of zouden moeten
hebben.
In de straatjes die uitkomen op de Piazza staan de particuliere huizen.
De torenhuizen
van San Gimignano, Florence en Volterra, zijn de oudste gebouwen. Het zijn
versterkte woonhuizen. Later toen men zich veiliger voelden bouwden de gegoede
burgers palazzi, in prachtige renaissance stijl.
Aan de rand van de stad treft men grote kerken uit de 13e eeuw van de
bedelorden, dominicanen en franciscanen. In deze hallenkerken hielden deze orden
hun predikingen. Bij de hallenkerken zijn de zijbeuken even hoog of bijna even
hoog opgetrokken als het middenschip. Een lichtbeuk ontbreekt.
Om de steden bouwden men grote muren ter bescherming. Op het hoogste punt stond
een fort, rocca
genoemd.
MUSEA
▲
In
Toscane en Umbrië zijn veel kunstverzamelingen in kerken en musea. Elke plaats
heeft wel een museum. De Etruskische cultuur vind je in de musea van Volterra,
Florence, Grosseto, Arezzo, Chiusi, Perugia en Orvieto.
Behalve voor klassieke kunst zijn er ook musea met middeleeuwse en renaissance
collecties. In Florence bijv. de Uffusi, het Pittipaleis en San Marcoklooster.
In Siena en Perugia zijn pinacotheek, musea voor schilderijen. De dommusea van
Prato, Siena en Florence hebben ook veel kunst in huis.
In kerken kan ook veel kunst tot 1200 en van 1500-1900 bekeken worden.
Klik
hier voor
algemene links Toscane en musea in Toscane
WELFEN EN GHIBELLIJNEN
▲
Wanneer de huidige bezoeker in middeleeuwse Toscaanse plaatsen toevallig
omhoogkijkt, vallen hem onwillekeurig de verschillende kantelen van stadsmuren,
raadhuizen en paleizen op: rechthoekig met rechte rand, Welfisch, of mooi
gebogen, zwaluwstaartvormig, Ghibellijns. Alleen daaraan valt al af te lezen tot
welke van de twee elkaar vijandig gezinde partijen een plaats, gemeente of
familie behoorde - als de huidige bouwsels tenminste niet door latere
restauraties of veranderingen door de vijand werden aangepast.
Vanaf 1240 duiken de begrippen Welfen en Ghibellijnen in de
geschiedenisdocumenten op. Toscane vormde in die tijd absoluut geen politieke
eenheid; het gebied was verdeeld in afzonderlijke stadsstaten, die elkaar om het
minste of geringste in de haren vlogen en die in de machtsstrijd tussen keizer
en heilige stoel verstrikt waren.
Welfen-steden
Voerden dan ook een pausvriendelijke politiek en keerden zich tegen
inmenging van de keizer en het rijk in gemeentelijke kwesties. Ze dulden geen
keizerlijke vicarissen binnen de muren en wilden daarom ook geen belasting aan
de keizer afdragen.
Tot de Ghibellijnen
Rekende zich de oude landadel, die overigens al lang geleden zijn
landgoederen voor stadspaleizen verruild had en van pacht en
belastingopbrengsten leefde. De edelen hoopten van de keizer steun te krijgen
bij hun pogingen het verouderde ideaal van het leenstelsel te handhaven en o de
economische politieke macht van de steeds sterker wordende koopmannen en
handelaren te keren.
Oorsprong van het conflict
Het conflict tussen paus en keizer had zijn oorsprong in de 11de
eeuw: de bisschop van Florence, Hildebrand, was benoemd tot paus Gregorius VII,
en hij verbood de zogeheten lekeninvestituur. Dit was het sinds Karel de Grote
vastgelegde recht van de keizer – de gezalfde des Heren - om bisschoppen en
abten te benoemen. Met de afschaffing van de lekeninvestituur was ook verbonden
de opheffing van het recht van een wereldlijk heer om kerk- of
kloosterbelastingen te innen. De afloop van het verhaal is bekend. Hendrik IV,
derde Duitse koning en rooms keizer uit het Frankisch-Salische huis verklaarde
met de woorden: "Ik, Hendrik, door Gods genade koning, zeg u samen met al mijn
bisschoppen treed af!” De koning werd daarop in 1077 door de paus verbannen en
was gedwongen de spreekwoordelijke “zware” gang naar Canossa te maken.
De strijd om de investituur werd in de regeringsperioden van keizer Frederik I
Barbarossa uit het huis Hohenstaufen, van zijn zoon Hendrik VI en van zijn
kleinzoon Frederik II, nog verscherpt, omdat zij de suprematie van de paus
afwezen. Nadat paus Innocentius 111 zich in 1201 had uitgesproken voor de
benoeming van een tegenkandidaat, de zoon van Hendrik de Leeuw, Otto IV uit het
geslacht der Welfen, stond de toekomstige benaming van beide partijen vast.
Volgens de geslachtsnaam werden de keizergetrouwen Waiblingen genoemd:
Waiblingen in Würtemberg is het stamslot van de Hohenstaufen. Daar werd in het
Italiaans Ghibellini van gemaakt. De Welfen als aanhangers van de paus werden
Guelfi, 'Welfen', genoemd. De toch al met elkaar rivaliserende Toscaanse steden,
waarvan het inwonertal in de loop van de 13e eeuw sterk toenam door de handel
overzee en de oprichting van nauwelijks concurrentie kennende Noord-Italiaanse
banken, namen de politieke verdeeldheid tussen keizer en paus in hun
regeringsstatuten op. Dit betekende voor een inwoner van Florence of Siena dat
het niet in eerste instantie belangrijk was in welke stad hij het levenslicht
had aanschouwd, maar of zijn familie tot de Welfen of de Ghibellijnen behoorde
en wat de positie was van het zittende stadsbestuur. Pas in de loop van de
geschiedenis kozen de afzonderlijke steden ondubbelzinnig partij. Florence en
Lucca -als belangrijke handelscentra- stonden aan de kant van de op Rome
georiënteerde Welfen, terwijl Pisa, Siena en Pistoia door keizergezinde families
werden geregeerd die, wanneer de keizer over de Alpen trok, hem en zijn gevolg
maandenlang onderdak in hun paleizen boden. De politieke situatie in Toscane
werd echter nog gecompliceerder.
Vererging van het conflict
Tijdens een spel verwondde een zoontje van de machtige Cancellieri-familie
uit Pistoia een kind van een familielid licht met een zwaard. Toen de kleine
onverlaat door zijn vader naar de ouders van het gewonde kind werd gestuurd om
zijn excuses aan te bieden, werd het kind van de familie Cancellieri zonder
pardon de hand afgehakt. Hij werd teruggestuurd met de boodschap: "Alleen met
ijzer, niet met lege woorden, worden wonden aangebracht door een zwaard
geheeld." Onder de Ghibellijnen in Pistoia ontstond daarop tweespalt en daarna
werden ze de 'witten' en de 'zwarten' genoemd.
Welfisch Florence
Deze stedelijke twisten sloegen echter ook over op het Welfisch Florence,
waar een soortgelijke familievete ontstond toen een zekere Buondelmonte dei
Buondelmonti, vriend van de eerbiedwaardige familie Donati, vanwege een niet
ingeloste huwelijksbelofte werd vermoord door familieleden van het meisje. Corso
Donati, een van de invloedrijkste mannen van Florence en een directe verwant van
de 'zwarte' Cancellieri uit Pistoia, stichtte daarop de partij van de 'zwarte'
Welfen in Florence. De vijand van Donati, de rijke handelsfamilie Cerchi, werd
daardoor onvoorzien een representant van de 'witte' Welfen. Er werden toen
allerlei verbonden gesloten; politieke tegenstanders die in andere Italiaanse
steden in ballingschap leefden, huurden huurlingenleiders in; buitenlandse
geïnteresseerden mengden zich in de verdeling van de machtsverhoudingen;
overwonnen steden werden aan de hoogste bieder verkocht. Verraad van de kant van
achtergebleven verwanten of vrienden van verdrevenen was aan de orde van de dag
en na zonsondergang was er een avondklok. "Bloed stroomt door de straten en de
honden likken het uit de goot", zo beschreef Dante beeldend de gevaarlijke
situatie in het Florence van zijn tijd. Als 'witte' Welfische
stadsgevolmachtigde werd bij ten slotte zelf het slachtoffer van de situatie:
bij binnenkomst van de pauselijke troepen moest hij Florence voor altijd
verlaten.
De Ghibellijnen
Verloren met het uitsterven van het geslacht Hohenstaufen een machtig
aanhanger. Ook de jonge keizer Hendrik VI, die samen met zijn bondgenoten uit
Pisa en Siena de paus wilde afzetten, bereikte zijn doel niet meer: hij stierf
tijdens zijn tocht naar Rome. Toscaanse stedelingen organiseerden zich in
toenemende mate in gilden en drongen op een algemene verkiezing voor het
stadsbestuur aan. Toen in 1250 de Welfen wonnen en voor de eerste maal
ambachtslieden en kleine handelaren, popolo minuto, aan de regering deelnamen,
werd niet alleen het vermogen van de Gbibellijnse families in beslag genomen,
maar nam men ook een wet aan waarin de adel politieke functies werd ontzegd en
het leenstelsel werd opgeheven. Een wet in het staatsarchief van Florence van 6
augustus 1289 verbiedt de koop en verkoop van mensen als arbeidskracht en
garandeert vrijheid en zelfbeschikking. Dit was een eerste aanzet tot de
constitutie van mensenrechten, onafhankelijk van goddelijke wetten of
keizerlijke bepalingen.
▲
** Uw
accommodatie kunt U goed boeken via
Hotels/Appart./Tuscany. Er zijn 1237 hotels online boekbaar.
** Uw accommodatie in geheel Italië kunt U goed boeken via
Hotels/Appart.Italië.
** Via
Hotels.Appart.Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in
71 landen.
** Hoe maak ik een
printversie van de pagina"?
** Door Tekengrootte
te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst
sterk verbeteren.
** Met het vernieuwde zoekveld
kunt u zoeken in "Stedentips".
▲
|