DUIZEND JAAR OUDE CULTUUR, naar overzicht regio Umbrië

Umbrië koestert zijn duizend jaar oude cultuur waarin geschiedenis en kunst zich hebben vervlochten met de tradities van de mensen die van oudsher deze regio hebben bewoond: van de Umbriërs tot de Etrusken en van de Romeinen tot de Longobarden tot aan de Pauselijke Staat. Elke kerk, plein, wijk of zelfs steen van de steden en borghi van Umbrië vertelt de bezoeker de geschiedenis van deze glorieuze regio. Belangrijkste component van de culturele identiteit van de inwoners van Umbrië is hun gevoel van nauwe verbondenheid met hun land en de herinnering aan het verleden. Niet voor niets vindt men in vele steden musea en schilderijenverzamelingen die, divers wat betreft samenstelling en grootte, juweeltjes van kunst van alle tijden ten­toonstellen.
De oorsprong
Aan het begin van het eerste millennium voor Christus, domineerden de Umbriërs, volgens Plinius de Oude de oudste stam van Italië, onbetwist een gebied dat veel groter was dan het huidige Umbrië. Met de komst van de Etrusken vanuit het Westen werd dit gebied kleiner. Vanaf de 9de eeuw v. Chr. was het gebied in tweeën verdeeld: het gebied rechts van de Tiber met Perugia en Orvieto waren Etruskisch, terwijl de Umbriërs het grondgebied op de linkeroever bezet hielden, van Gubbio tot Todi en Gualdo Tadino, Assisi, Terni , en Narni. Dit volk heeft kostbare documenten achtergelaten zoals de Tavole Eugubine die in het Palazzo dei Consoli te Gubbio bewaard worden en ons over de gebruiken en tradities van het oude volk de Umbriërs vertellen, terwijl de verfijnde Etruskische beschaving kan worden gezien in de suggestieve necropoli van Orvieto, waar de graftombes perfect in kaarsrechte weggetjes staan opgesteld, of in het Ipogeo dei Volumni bij Perugia, één van de belangrijkste monumenten van Etrurië. Maar onder de Romeinen werd Umbrië verenigd en kreeg het een meer bepaald uiterlijk. De Romeinen hebben het platteland voor bebouwing geschikt gemaakt, het ontgonnen en gekoloniseerd, en er wegen aangelegd. De Via Flaminia, die het hele grondgebied van Umbrië doorkruist, wordt dan de belangrijkste communicatieverbinding en spil voor nieuwe vestigingen. Ook de stedelijke centra ondergaan belangrijke stadsvernieuwingen, waarvan het bekendste de bouw van imposante stadwallen is, waarvan nu nog delen zijn te zien in Spoleto, Assisi en Spello..
Invasie van de barbaren en de verspreiding van het Christendom
Na de val van het West Romeinse rijk ondervond ook Umbrië de gevolgen van de verhuizingen van de barbaarse volkeren; de komst van de West-Gothen van Alaricus en de bloedige oorlog tussen de Goten en de Byzantijnen brachten de regio in een zorgelijke toestand.
Met de komst van de Longobarden werd het politieke en territoriale evenwicht nog diepgaander veranderd: Opnieuw werd de regio in tweeën gedeeld: links van de Tiber behoorde aan de Longobarden en de rechterkant aan de Byzantijnen. De belangrijkste centra van deze gebieden, ook vanuit artistiek en cultureel oogpunt, waren respectievelijk het Byzantijnse Perugia en Spoleto als hoofdstad van het hertogdom van de Longobarden.
Vanaf de IVe eeuw begon het christelijke geloof voet aan de grond te krijgen. Rondom Spoleto verrezen de eerste christelijke gebouwen, zoals de Tempietto van Clitunno of de Basiliek van San Salvatore, terwijl de kloosters in de dalen aan de wieg stonden van de westerse kloosterorden. In de mooiste delen van de regio zijn nog steeds sporen te vinden van de vele benedictijnse abdijen die zich, dankzij de heilige Benedictus van Norcia (4e eeuw), verspreidden over heel de regio.
Tussen het ongerepte platteland en de onherbergzame bergen van de Valnerina rijst de abdij van San Pietro in Valle in Ferentillo op, gesticht door de Longobardische hertog Faroaldo 11 in 720, en in het hart van de Valcastoriana, een vallei die Preci met Norcia verbindt, ligt de Abdij van Sant'Eutizio, spirituele wieg van de roeping van Sint Benedictus en zijn orde.
Opbloei tijdens de middeleeuwen
"Europa wordt bedekt door een witte mantel van kerken", zo beschreef de Benedictijnse monnik Rodolfo il Glabro de bouwkoorts van kerken die zich na het jaar 1000 over heel Europa verspreidde. Deze diepgaande vernieuwing kwam voort uit de economische en politieke ontwikkeling van die tijd, die ook Umbrië raakte. De eeuwen van instabiliteit en angst voor continue conflicten lijken voorgoed voorbij en aan het begin van de Xle eeuw breekt Umbrië opnieuw door als belangrijkste kruispunt van verkeer en cultuur en de steden worden opnieuw vitale centra die continu groeien. De religieuze architectuur vermenigvuldigt zich en tussen de XII en XIII eeuw komt het grote tijdperk van de Romaanse beschaving tot bloei. In Spoleto worden de Dom en de Kerk van San Pietro gebouwd, de laatste beroemd om het basreliëf aan de voorgevel. In Bevagna verheft zich de basiliek van S. Silvestro, een juweel van de Umbrische Romaanse kunst. In Assisi wordt het werk hervat aan de Dom van S. Rufino terwijl in Città di Castello de Dom van de Heiligen Florido en Amanzio wordt voltooid en in Nami die van S. Giovenale.
Paleizen van de macht: bloei van communes tot opkomst van de “Signorie” families
Vanaf de XIe eeuw begint ook in Umbrië het tijdperk van de autonome stadstaten. De politieke macht in de steden transformeert haar pleinen die, door de harmonie van de ruimten en de monumentale uiterlijk van de openbare gebouwen, de trots en de macht van de Communes moeten uitdrukken. Op het Piazza IV Novembre in Perugia verschijnt, naast de bewonderenswaardige XII eeuwse Fontana Maggiore van Nicola en Giovanni Pisano en de Kathedraal van San Lorenzo, het Palazzo dei Priori, de zetel van de macht van de stadstaat; in Todi wordt de ontwikkeling van de openbare magistratuur belichaamt door drie schitterende palazzi: naast het oudste Palazzo del Popolo staat het Palazzo van de Capitano del Popolo, terwijl in het midden van de 14e eeuw de bouw van het Palazzo dei Priori begon.
In Gubbio verrijst tussen 1332 en 1349 het Palazzo dei Consoli, een van de mooiste publieke gebouwen van Italië.
Maar in het midden van de 14e eeuw verandert het politieke klimaat: de pauselijke macht vestigt in de hele regio haar heerschappij.
De harde verhoudingen en conflicten tussen de communes en de pauselijke Staat bevorderen de opkomst van de "signorie", de machtigste families in een stad. Stedelijke pleinen en openbare gebouwen veranderen in vestigingen van deze "signorie", symbolen van de pracht en praal en de geraffineerde cultuur van de nieuwe hoven. De Trinci's te Foligno lieten hun paleis decoreren door Gentile da Fabriano, Domenico Veneziano deed dit voor de Baglioni's te Perugia, Pomarancio voor de Della Corgna's in Castiglione del Lago, en de architect Francesco di Giorgio Martini voor de Montefeltro's in Gubbio. Dankzij de familie Vitelli wordt Città di Castello het levendigste kunstcentrum in de streek, waar onder meer Raffaello en Giorgio Vasari werkten.
Twee uitzonderlijke gebouwen: de basiliek van San Francesco te Assisi en de dom van Orvieto
Tussen 1182 en 1226 is het de heilige Franciscus van Assisi met zijn volgelingen die in sterke mate de geschiedenis van Umbrië bepaalt. In 1228, nog geen twee jaar na de dood van de heilige, wordt in Assisi de eerste steen gelegd van de aan hem gewijde Basiliek, onbetwist meesterwerk dat de geboorte van de moderne (gothische) kunst inluidt. Aan de kerk werken Cimabue, Simone Martini, Pietro Lorenzetti en vooral Giotto, de onovertroffen vertolker van het menselijke leven van de heilige Franciscus. De Basiliek stond ook model in de regio voor de nieuwe vorm van architectuur, de Gotiek. Enkele decennia later vond deze zijn hoogtepunt bij de bouw van de elegante voorgevel van de Dom van Orvieto. De binnenkant van de Dom is even beroemd geworden door de fresco's in de Cappella di San Brizio die Luca Signorelli aan het einde van de 15e eeuw schildert.
Tijdperk van de renaissance: de verheven kunst van Pietro Perugino
De komst van de Renaissance in Umbrië geschiedt in etappes, afhankelijk van het politieke toneel in de verschillende centra in de regio. In de 15e eeuw komen de grootste kunstenaars van Italië op; in Perugia zien we de werken van Domenico Veneziano, van Beato Angelico, van Piero della Francesca en Filippo Lippi, die in de architectuur en beeldhouwkunst hun gelijke vinden in Agostino di Duccio. In Orvieto werken Gentile da Fabriano, Beato Angelico en Benozzo Gozzoli, die in de Kerk van San Francesco te Montefalco in waardevolle fresco's de levenscyclus van de heilige Franciscus heeft uitgebeeld. Het laatste werk van Filippo Lippi is te zien in de Dom van Spoleto. In Todi is naar voorbeeld van de kun­stenaar Bramante de tempel van de Consolazione gebouwd, een juweeltje van renaissance architectuur. Deze illustere kunstenaars vormden in belangrijke mate de inspiratie voor de grootste renaissance schilder van Umbrië: Pietro Vannucci, ook wel il Perugino genoemd.
De poëtische zachtheid waarmee il Perugino zijn personages vorm gaf, in het typische Umbrische landschap, neergezet tegen een achtergrond van licht en schaduw, belnvloedde zijn meest illustere leerling: Rafaël.
Onder invloed van de paus
De 16e eeuw is ook de eeuw waarin de pauselijke macht zich definitief weet te vestigen in Umbrië. Perugia weet zich lang te verzetten en pas in 1540, nadat zij de "zout oorlog" heeft verloren, komt zij onder het gezag van de Paus. Het hele stadsgezicht wordt omgegooid door de bouw van de Rocca Paolina, symbool van de definitieve macht van de Paus in de stad, terwijl streng vormgegeven paleizen verrijzen in plaats van hele middeleeuwse buurten. Umbrië komt in een groot isolement en het gebied wordt onderhevig aan een algemeen economisch en demografisch verval, meer dan andere regio's. De kerkelijke hiërarchie is evenwel vrijgevig om de kunst en de Romaanse figuratieve traditie in stand te houden. Een voorbeeld daarvan is Amelia, dat tussen de 16e en 17e eeuw deze Romaanse laatmaniëristische cultuur uitstraalde, die vanaf 1569 zijn hoogtepunt kent met de bouw van de Basiliek van S. Maria degli Angeli in Assisi.
Decors van de negentiende eeuwI
Op 14 september 1860 valt het Piemontese leger de stad Perugia binnen (de woedende burgers vernielen de Rocca Paolina) en na de overwinning in Castelfidardo werd Umbrië ingelijfd bij de (nieuwe) Italiaanse Staat. Pas in 1927 werd Umbrië opgedeeld in de huidige twee provincies: Perugia en Terni. Het Umbrië van de 19de eeuw stelt zich open voor de meest geavanceerde Europese ontwikkelingen, hetgeen met name leidt tot de industriële ontwikkeling van Terni, het "Manchester" van Italië. De koepel van de grote hamer van de Acciaierie (Staalwerken, n.v.v.] van Terni, is het symbool van de Umbrische industriële revolutie. Terni, geheel herontworpen door de architecten Wolfgang Frankl en Mario Ridolfi wordt na de Tweede Wereldoorlog het toonbeeld van dynamiek en het samengaan tussen oud en modern.
Als belangrijkste kunstenaars in de 19de eeuw onderscheiden zich daarentegen de schilder Gerardo Dottori, meester van het Futurisme: Orneore Metelli, een van de belangrijkste naïeve schilders van Italië, de beeldhouwer Leoncillo uit Spoleto en tenslotte Alberto Burri, geëerd in Città di Castello met 2 musea.
    ▲

** Uw accommodatie kunt U in Umbrië goed boeken via Hotels/Appart./Umbria.  Er zijn 236 hotels online boekbaar.
Hotels in de populairste steden: Perugia  -  Assisi  -  Orvieto  -  Gubbio  -  Spoleto  -  e.a.
Hotels op / nabij luchthaven: Sant'Egidio (PEG)
** Uw accommodatie in geheel Italië kunt U goed boeken via Hotels/Appart.Italië.
** Via Hotels.Appart.Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 71 landen.
** Hoe maak ik een printversie van de pagina"?
** Door Tekengrootte  te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.    ** ** Met het vernieuwde zoekveld kunt u zoeken in "Stedentips".



 

29-okt-2011