NATUUR EN LANDSCHAP van UmbriŽ. UmbriŽ strekt zich uit tussen Toscane, Latium en de Marken. Het is een klein maar gevarieerd gebied: 8456 vierkante kilometers, bestaande uit zacht glooiende heuvels, imponerende bergen, groene valleien, vruchtbare vlakten, van gedaante veranderd door duizenden jaren landbouw, meren en majestueuze rivieren. Naar regio UmbriŽ. Naar Stedenlijst ItaliŽ.   Naar  Regiokaart ItaliŽ. Naar uw accommodatie!

    

Dit buitengewoon landelijke en schilderachtige erfgoed, 
rijk aan een oneindige variŽteit aan flora en fauna, wordt beschermd en in stand gehouden door 7 regionale parken en ťťn nationaal park: het park van het Trasimeno meer, het park van de Monte Subasio, het park van de rivier de Nera, het park van de rivier de Tiber, het park van Colfiorito, het park van de Monte Cucco, het S.T.I.N.A. park en het nationale park van de Monte Sibillini. Optimaal genieten van een landschap met zovele kwaliteiten, maar wel met respect voor de natuur, is mogelijk gemaakt door de aanleg van een goed doordacht netwerk van wandelpaden voor trektochten en door het organiseren van water- en bergsporten.

Het oude woud van DunarobbaHet oude woud van Dunarobba 

De paleontologische opgravingen van Dunarobba, gelegen nabij Avigliano Umbro, voeren terug tot meer dan twee miljoen jaar geleden, toen bossen van enorme sequoia bomen groeiden op de oevers van het Tiberino meer, een bekken dat in de prehistorie een groot deel van de huidige regio overspoelde. Het uitzonderlijke van het woud van Dunarobba, waardoor dit versteende woud uniek is op het gebied van nationale en internationale fossiele vondsten, schuilt in de verticale positie van de gigantische boomstronken, die uit de aarde oprijzen als totempalen.

Vlakbij deze buitengewone locatie,  
 ontdekt tussen 1970 en 1987, is het Documentatie Centrum van het Fossiele Woud van Dunarobba gehuisvest. Hier houdt men zich bezig met studie naar en onderzoek van (ondersteund door de vondst van dierlijke en plantaardige fossielen) veranderingen in het vroeg historische landschap, voortkomend uit de aanwezigheid van het Tiberino meer.

Bergen en kleurige hoogvlakten  

Het berglandschap van UmbriŽ is vooral geconcentreerd in de oostelijk gelegen bergketen van de Apennijnen, die UmbriŽ scheidt van de Marken. In de Monti Sibillini (enkel in het deel dat behoort tot het Umbrisch gebied) verheffen zich de hoogste toppen van deze bergen die, met de indrukwekkende en massieve berg Vettore, en de berg Redentore, een hoogte van 2476 m bereiken. We zijn in het hart van het Nationale Park van de Monti Sibillini, een gebied van uitzonderlijk naturalistisch belang, waar de Apennijnse wolf en de koningsadelaar nog een toevluchtsoord vinden, en waar men nog schitterende bloeiende orchideeŽn, lelies, edelweiss en zeldzame gele Apennijnse papavers kan bewonderen. In de lente echter, komt de Pian Grande (hoogvlakte) van Castelluccio, een karstgebied dat een prachtig amfitheater is geworden, gedomineerd door de hoogste toppen van de regio, in bloei te staan: duizenden kleuren en even zoveel geuren komen tot leven.

Ongerept landschap en ontoegankelijke bergkloven zijn te zien  
in de kronkelige loop van de rivier de Nera, die ťťn van de mooiste Apennijnse dalen van ItaliŽ heeft uitgeslepen: de Valnerina. Hier vindt men ommuurde stadjes en kastelen, gebouwd door mensen, afgewisseld met grote bossen met steeneiken, pijnbomen en eikenbomen. Minder ruig is het noordelijke gebergte van UmbriŽ, met de stroomgebieden van Gubbio en Gualdo Tadino, terwijl het noordelijke Tiberdal onmiskenbaar vlak is.

Hier heeft van oudsher landbouw plaatsgevonden, zoals de tabakteelt  
welke in 1575 in San Giustino werd geÔntroduceerd en die zich vandaag de dag concentreert in het gebied rond Cittŗ di Castello. Het berglandschap van de regio loopt verder, met andere contrasten die eveneens gebieden van groot historisch en natuurbelang vertegenwoordigen: van het Coscerno≠Aspra massief, in het gebied tussen Sant'Anatolia di Narco en Monteleone di Spoleto, tot aan de Monti Martani tussen Spoleto en de Todi, en van de Monte peglia boven Orvieto tot aan Monte Subasio boven Assisi. Deze laatste bevat nog talrijke sporen van het pad dat de Heilige Franciscus volgde, naar de oases waar hij zijn toevluchtsoord zocht om te bidden, alleen en met zijn eerste volgelingen..

Het landschap van de Valle Umbria  

Het landschap in deze streek is bovenal heuvelachtig en groen, met een opeenvolging van brede, onregelmatige valleien en vriendelijke contouren van heuvels bezaaid met middeleeuwse gehuchtjes, die samen de steentjes vormen voor het mozaÔek dat UmbriŽ heet.

De emotie van de Heilige Franciscus,  
geconfronteerd met de schoonheid van de Spolentino vallei, zoals de Umbrische Vallei werd genoemd, over≠valt ook de bezoeker die rijdt door dit weidse dal, dat zich uitstrekt in een bocht van Torgiano tot aan Spoleto. De Etrusken en later de Romeinen gaven als eersten vorm aan dit land, plantten er wijn- en olijfgaarden in gelijkmatige rijen, en schilderden zo het adembenemende panorama van deze streek.

Zuster water  

Water speelt een cruciale rol in de vormgeving van dit decor, bij het ont≠staan van vlakten en smalle dalen, spiegelende meren of buitengewoon mooie ravijnen en bergkloven. Sinds de oudheid ging de verheerlijking van het water gepaard met oude rites: de Fonti del Clitunno (Clitunno bronnen) werden geroemd om de weldadige werking van hun water, zodat de mensen in die tijd hun dieren hier naar toe brachten om ze onder te dompelen ter zuivering alvorens ze te offeren. Maar van oudsher werden tevens waterreservoirs gebouwd voor de opslag van water, absoluut noodzakelijk om te leven, en omdat men in de stad Orvieto bezorgd was een tekort aan water te hebben, heeft Paus Clemens VII de befaamde Put van San Patrizio laten bouwen.

Duizenden jaren bekend zijn ook de minerale bronnen in UmbriŽ,  
met hun weldadige en helende werking, die heden ten dage worden gebruikt om drinkwater te bottelen en voor kuren in de thermale baden. De belangrijkste thermale kuuroorden zijn te vinden in San Gemini, San Faustino di Massa Martana, in Fontecchio bij Cittŗ di Castello, in Spello en bij Aquasparta.

Het decor van de Cascata delle MarmoreRivierpark van de nera en het decor van de Cascata delle Marmore   

Een symbool van het waterrijke UmbriŽ is de Valnerina, een dal dat met de Nera, zijn zijrivieren en de Cascata delle Marmore (Marmore waterval) een soort Waterpark vormt.

De Marmore waterval wordt gevoed door de Velino  
die in de Nera stort op drie niveaus, waarvan de hoogste 80 meter bedraagt en daarmee de grootste in ItaliŽ is. De waterval, kunstmatig gecreŽerd door de Romeinse consul Curio Dentato in 271 voor Christus, biedt een onvergetelijk decor, onsterfelijk gemaakt door de Franse schilder Corot en verheerlijkt door de dichter Lord Byron. Rondom de waterval is een rijke en gevarieerde vegetatie te vinden, bestaande uit beuken, wilgen, populieren en zwarte elzen.

In het gebied van de Cascata is een Toeristisch Centrum 
 
actief, waar bezoekers nuttige informatie, hulp en gespecialiseerde gidsen kunnen vinden voor excursies over de paden die langs de rotswand omhoog lopen.

De grote oase van het natuurpark van de S.T.I.NA 

In de zuidwest hoek van UmbriŽ ligt het park van de S.T.l.N.A. (Sistema Territoriale di Interesse Naturalistico e Ambientale, stelsel van gebieden van natuur en omgevingsbelang), dat drie verschillende en belangrijke beschermde natuurgebieden bevat: de "Selva di Meana-Allerona", bossen die marters, dassen en orchideeŽn huisvesten; het "Bosco della Melonta" met dichte steeneikbossen met de koningsuil als eregast; en het beschermde gebied van "San Venanzo".
Het naturalistische erfgoed van dit uitgestrekte gebied  
gaat samen met de schoonheid van de stadjes in dit gebied: Allerona, Ficulle, Castel Viscar≠do, Monte Rubiaglio, Parrano, San Venanzo.



Il Monte Cucco, park van de verborgen grotten 

Honderden verspreid liggende grotten, van allerlei vormen en afmetingen, zijn te vinden in het regionale Park van de Monte Cucco, dat zich uitstrekt rondom de plaatsen Scheggia en Pascelupo, Costacciaro, Sigillo en Fossato di Vim.

Grotten, diep verborgen in de indrukwekkende bergen,  
gedurende miljoenen jaren door ondergrondse waterlopen stilletjes uitgehold. Het meest imponerende karstverschijnsel is de Grot van de Monte Cucco, een ondergronds stelsel dat zich uitstrekt over 30 km en een maximum diepte van 945 meter heeft. In deze grot is het mogelijk om onder begeleiding van de School voor Speleologie van Costacciaro, een waar spektakel van stalactieten en stalagmieten te bewonderen.

Ook talrijk zijn de verspreide karstverschijnselen in UmbriŽ:    
in Castelluccio het verzonken Mergani kanaal dat ondergronds verdwijnt, in het kalkbekken van Colfiorito wonen watervogels en koningsuilen in het moeras en de dichte rietkragen.

De Tiber 
UmbriŽ is ook de regio van de Tiber, die ontspringt op de Monte Fumaiolo en, na Toscane, UmbriŽ binnenstroomt. De Tiber wordt gevoed met het water van de rivieren de Paglia, de Chiascio met de Topino en bovenal de Nera, die op zijn beurt weer wordt gevoed door de Velino. In de loop van de eeuwen is de rivier de Tiber, lang bevaarbaar, de belangrijkste transportader geweest voor de verspreiding van beschaving en geschiedenis.

Tijdens de Romeinse overheersing werden via de rivier landbouwproducten
 producten die voorzagen in de eerste levensbehoeften en elegante handwerkproducten vervoerd naar Rome. Vooral hierom werden enkele rivierhavens gebouwd, zoals Pagliano, gelegen in de samenloop van de Tiber met de Paglia, en bovenal de Oliehaven nabij Otricoli, de haven waar de olijfproductie van de gehele regio werd omgeslagen. Vlakbij de oevers van de Tiber zijn steden ontstaan die beroemd zijn in de hele wereld om hun kunst en geschiedenis, zoals Todi en Orvieto.

Tegenwoordig is de lager gelegen middenloop van de rivier
 vanaf Ponte di Montemolino tot aan de zuidgrens van het bekken van Alviano, beschermd als regionaal Rivierpark. De belangrijkste vegetatie bestaat uit mediterrane maquis, maar er zijn ook loof- en naaldbossen.

Spiegelende meren 

Het Trasimeno meer, omsloten door lieflijke heuvels, is het vierde grootste meer van ItaliŽ.
De mythe vertelt het verhaal van de jonge Trasimeno, zoon van de koning van Lydia Tirreno, die hartstochtelijk verliefd werd op een nimf en besloot om met haar mee het meer in te gaan, dat vanaf die tijd zijn naam draagt.

Het gehele gebied van het Trasimeno meer  
(inclusief de drie eilanden) trekt elk jaar weer duizenden Italiaanse en buitenlandse bezoekers, en wordt in stand gehouden als regionaal Park ter bescherming van het delicate natuurlijke evenwicht. De vegetatie is bijzonder rijk: uitgestrekte rietkragen doorkliefd door kanaaltjes worden afgewisseld met oude olijfgaarden en rijen bomen, bossen en heidevelden.
Vele vissoorten herbergt het meer, zeelten, koningsbaarzen, snoeken en palingen.

Anders is het landschap dat men tegenkomt bij een bezoek aan het meer van Piediluco
 waar de hellingen, bedekt met steeneiken, zich spiegelen in het azuurblauwe en rustige water dat is gelegen op de grens met Latium. Dit is een ideale bestemming voor diegenen die houden van zeilen en waterskiŽn. Het meer van Corbara daarentegen, bij het pittoreske dorpje Corbara, is kunstmatig aangelegd om het verloop van de Tiber te reguleren. Het meer van Alviano wordt gekenmerkt door zijn zeer rijke vogelpopulatie.

NATUURLIJK SPORT    

In UmbriŽ kan men zijn favoriete sport beoefenen in een zo rijke en gevarieerde natuurlijke omgeving, dat er voor elk wat wils is. Deze natuur leent zich bij uitstek voor velerlei activiteiten en het beoefenen van een sport in deze streek wordt niet alleen een bron van welzijn, maar tevens een belevenis voor het leven, tussen bergen en heuvels, platteland, watervallen, meren, waterstromen, bossen en vaak ongerepte rotspartijen.

Watersport 

De wateren van UmbriŽ, van spiegelende meren tot rivieren en onstuimige stroompjes, zijn bij uitstek geschikt voor het beoefenen van veel watersporten.
Het Trasimeno meer is ideaal voor waterskiŽn, windsurfen en zeilen  
(informatie en scholen te Castiglione del Lago en Passignano); het kalme water van het meer van Piediluco trekt vooral roeiliefhebbers aan. Hier is ook de zetel van de Italiaanse Roei Federatie gevestigd, die zowel nationale als internationale roeiwedstrijden organiseert. Ook is dit meer populair bij kano en kayak fans, een sport die ook op het meer van Corbara, de rivier de Nera en in de bovenloop van de Tiber veel beoefend wordt.
Bij de waterval van de Marmore en nabij het rivierpark van de Nera  
kan men doen aan rafting, hydrospeed (met een plankje de rivier afdalen) en canyoning, terwijl men in de ravijnen van de Rio Freddo (Monte Cucco), Pago alle Fosse (Monte San Vito), Casco, Roccagelli, Parrano, Prodo en de kloven van de Valnerina aan "torrenti≠smo" (van stroomversnellingen afdalen, n.v.v.] kan doen.
Op de meren en de talloze stroompjes kan men,  
met inachtneming van de plaatselijke voor≠schriften, heerlijk vissen op snoeken, karpers en zeelten in het Trasimeno meer, het meer van Piediluco en in het meer van Corbara; forellen in de rivieren de Chiascio, de Assino, de Nera en de Corno; kopvoorns en barbelen in de Tiber.

Sport op het land 

Helemaal opgaan in de natuur, deze te voet of per mountain bike door≠kruisen, en al haar bijzonderheden beleven. Trekking en fietsen zijn zo populair geworden dat er een specifieke toeristische sector voor is ontstaan en men dwars door het natuulijk erfgoed van beschermde regionale parken heen mag.
Hier is een serie natuurwandelpaden uitgezet, 
met bewegwijzeringen door het hele gebied, afgestemd op verschillende lichamelijke condities: van wandeltochten tot meer inspannende trektochten voor gevorderden. Dit uitgebreide netwerk van tochten wordt steeds meer uitgebouwd. Meer gedetailleerde informatie kunt u aanvragen bij de Servizi Turistici Territoriali (IAT) of bij de lokale afdelingen van de CAI [Club Alpino ltaliano, n.v.v.].
En verder zijn ook de rustige en veelal goed onderhouden Umbrische wegen, 
 waarover meestal weinig verkeer rijdt, steeds geliefder bij fietsers die zware tochten door de Apennijnen willen maken maar ook bij wie rustig wil fietsen tussen de lage heuvels of langs de oevers van het Trasimeno meer.
In de wintermaanden kan men in de bergen skiŽn en langlaufen
(Monti Sibillini, Monte Cucco, Monte Serra). Verder kan men bergbeklimmen op meer dan 250 trajecten en speciaal hiervoor uitgeruste bergwanden te Pale (Foligno), op de Monte Tezio (Perugia), Monte Vettore (Norcia) en bij Ferentillo.
De bergen in UmbriŽ zijn ook onder de grond een suggestief paradijs voor speleologen,  
met een netwerk van galerijen, putten en grotten onder het massief van de Monte Cucco en onder de Watervallen van Marmore. Ook Narni, Todi, de rots van Orvieto en het gebied van Amelia bieden ondergrondse verrassingen.
Liefhebbers van paardensport kunnen lange en ontspannende rijtochten maken  
op de bewegwijzerde paden in de gehele regio. Met name in het Park van Villa Paolina in Porano (Orvieto), waar prestigieuze nationale en internationale paardensportmanifestaties worden gehouden.
Golfliefhebbers  
kunnen hun hart ophalen op talrijke golfbanen (twee bij Perugia, maar ook bij Panicale, Cittŗ di Castello, San Gemini en Terni).
Tenslotte kunt u er nog aan birdwatching en natuurwandeltochten doen, en trektochten maken  
met een gids in de Oase van Alviano van het WWF, over speciale loopsteigers van waaruit men de fascinerende vogelwereld, rijk aan moerasvalken, zilverreigers en aalscholvers kan waarnemen. Op de rivier de Nera kan men met wat geluk de waterspreeuw, die elders verdwenen is, zien; in de Valnerina en in het massief van de Coscerno-Aspra kan men het geluk hebben de keizerskroon, een zeldzame bloem die op de klokjesbloem lijkt, tegen te komen. Het duizendjarige gesprek tussen mens en omgeving gaat in stilte door in de buitengewone pracht van de Umbrische natuur.

Zweven in de lucht 

Hanggliders en deltavliegers hebben de Monte Sibillini, de Subasio en de Monte Cucco als hun paradijs gekozen. Sportvliegen met voornamelijk ultra lichte motorvliegtuigjes vanaf op de vliegvelden van Terni en Castel Vicario, op de hoogvlakte van de Alfina, vlakbij een oud vliegveldje dat is ontworpen door Pier Luigi Nervi in 1935 trekken veel liefhebbers aan, waardoor zich een nieuwe tak van toerisme ontwikkelt.   

** Uw accommodatie
kunt U in UmbriŽ goed boeken via Hotels/Appart./Umbria.  Er zijn 236 hotels online boekbaar.
Hotels in de populairste steden: Perugia  -  Assisi  -  Orvieto  -  e.a.
Hotels op / nabij luchthaven: Sant'Egidio (PEG)
** U vindt bij Booking meer dan alleen hotels o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets