|
VATICAANSE MUSEA, Musei
Vaticani,
naar regio Latium
Maak uw keuze
Wanneer u de Vaticaanse Musea bezoekt, bevindt u zich te
midden van de grootste en schitterendste kunstcollectie ter wereld, die de
pausen op grond van hun kunstzinnige en religieuze ambities in de loop der
eeuwen bijeenbrachten. De kunstschatten hebben een plaats gekregen in delen van
het enorme Vaticaans Paleis en in een nieuw museumdeel. De collectie van de
Musei Vaticani, waarin zich talrijke belangrijke kunstwerken uit alle eeuwen
bevinden, geeft bovendien inzicht in de ideeën en idealen van de pausen. Van
hieruit hebt u toegang tot de Sixtijnse Kapel, die geldt als een van de
artistiek en historisch indrukwekkendste delen van het pauselijk paleis. De
eigenlijke oprichter paus Julius II (pontificaat 1503 1513) liet in de Cortile
van het Belvederepaleis een klassieke beeldentuin aanleggen met de mooiste en
in die tijd beroemdste beelden uit de Klassieke Oudheid, zoals de Apollo
Belvedere, de Laocoön en de Torso van Belvedere. De Cortile del Belvedère, het
eerste archeologische openluchtmuseum, trok in de loop der eeuwen een enorme
stoet reizigers en kunstenaars die een grote liefde voor de klassieken
koesterden. Onder Julius II en zijn opvolgers werkten de beroemdste Italiaanse
kunstenaars, zoals Michelangelo, Leonardo en Rafaël, aan het pauselijke hof,
waar zij voor de vertrekken van het paleis de prachtigste versieringen maakten.
In de loop der tijd werd de collectie uitgebreid met andere klassieke stukken,
maar ook met contemporaine kunstwerken en andere objecten. Toen men in de 18de
eeuw voor veel kunstverzamelingen musea bouwde, die voor het publiek werden
opengesteld, begon men ook in het Vaticaan de collectie te ordenen en werd deze
voor iedereen toegankelijk.
Cortile
della Pigna
▲
Dankzij het Museo Gregoriano Egizio, dat in 1839 door paus
Gregorius XVI werd opgericht. groeide de belangstelling voor de' Egyptische
cultuur. Als u voor het museum staat, kijkt u op de Cortile della Pigna met de
beroemde 'Nicchione', de drie verdiepingen hoge nis van Pirro Ligorio. Het plein
dankt zijn naam aan een enorme bronzen dennenappel ('la pigna') uit het atrium
van de oude St.Pieter. Sinds de sloop van de kerk siert de dennenappel de trap
van Michelangelo, die naar de Nicchione leidt. Vermoedelijk komt de dennenappel
uit het Isisheiligdom. In de cultuur van de Egyptische godin is de dennenappel
immers het symbool van de onsterfelijkheid.
Museo Pio-Clementino
▲
Het Museo Pio-Clementino herbergt een onvergetelijke
collectie klassieke sculpturen. Een van de mooiste beelden is de enige goede
marmeren kopie van een brons meesterwerk van de Griekse beeldhouwer Lysippos
(omstreeks 330/320 v.C.). Bij de Apoxyomenos (schraper) is de olympische winnaar
niet als stralende held neergezet. De uitputting na de inspanningen van de
strijd is duidelijk van zijn lichaam af te zien. Vermoeidheid straalt uit zijn
ogen, die doelloos in de verte kijken, terwijl hij ondertussen het stof van de
arena verwijdert. Zijn rechterarm houdt hij gestrekt om met de 'strigilis'
(schraapijzer) in zijn linkerhand het vuil van de strijd van zijn lichaam te
schrapen.
http://www.christusrex.org/www1/vaticano/C-Clementino.html
Cortile
Ottagono
▲
In de Cortile Ottagono kunt u een van de beroemdste
beelden uit de westerse kunstgeschiedenis bewonderen, dat al ten tijde van
Julius II hier werd tentoongesteld - Apollo Belvedere, Romeinse kopie naar
Grieks origineel uit de 4de eeuw v.C. marmer, h. 224 cm -. Licht schrijdend
treedt de god uit de diepte naar voren, terwijl hij zijn blik in de verte richt.
Over de opgeheven linkerarm is de 'chlamys', de schoudermantel, gedrapeerd.
Winckelmann beschouwde de Apollo Belvedere als het 'volmaaktste ideaal van alle
kunstwerken uit de Klassieke Oudheid'. Veel kunstenaars hebben de Apollo in de
eeuwen daarna nagemaakt, in de vorm van sculpturen, tekeningen of gravures. In
al die jaren heerste onduidelijkheid over hoe het oorspronkelijke beeld er nu
werkelijk moet hebben uitgezien en over de exacte datering. Pas in 1924 bevond
het beeld zich weer in de oorspronkelijke staat, toen alle veranderingen waren
verwijderd die de beeldhouwer Montorsoli in opdracht van Clemens VII had
aangebracht. Hij gaf hem in de linkerhand een boog en voegde aan de rechter
onderarm een naar buiten gedraaide, op een boomstam leunende hand toe. Veel
archeologen zouden graag een pijl of een lauriertak in deze hand zien, waarmee
ze Apollo als helende en zich wrekende god kunnen duiden. Lange tijd gold dit
beeld als kopie van een bronzen origineel uit de 4de eeuw v.C. van de Athener
Leochares. Sinds kort wordt dit in twijfel getrokken, vooral door de toevoeging
van de rechterhand. Men twijfelt aan de originaliteit van de pijlkoker, de
'chlamys' en de sandalen. Het beeld onderscheidt zich bovendien stilistisch van
veel andere beelden uit de 4de eeuw v.C. Het lijkt eerder een laathellenistisch
eclectisch werk te zijn.
Antonio Canova (1757-1822), Perseus, 1797-1801 Lunensisch marmer, h. 228 cm
De invloed van de Apollo Belvedere en van de bevlogen beschrijving
van Winckelmann van dit klassieke beeldhouwwerk is terug te vinden in het beeld
van Perseus van Antonio Canova (1797-1801), die geprobeerd heeft Winckelmanns
ideeën over lichamelijke schoonheid plastisch vorm te geven. Daarmee pakte de
beeldhouwer een thema op dat in de beeldhouwkunst tot dan toe nog slechts zelden
te zien was. Zijn weergave van Perseus verschilt in alles van de beroemde
Perseus van Benvenuto Cellini uit de jaren 1545-1554 die in de Loggia dei Lanzi
in Florence staat. Deze houdt bijna peinzend het hoofd van Medusa met gestrekte
arm in de richting van de toeschouwer, terwijl Canova een triomfantelijke en
zelfverzekerde held toont. Doordat hij zijn blik op het hoofd richt, lijkt hij
de 'echte' klassieke Perseus te zijn, die door Medusa recht in het gelaat te
kijken in steen is veranderd. Wat de kunstenaar niet kon weten was dat zijn
Perseus weldra de plaats zou innemen van het beroemdste werk uit de Griekse
beeldhouwkunst: nadat de Apollo Belvedere, net als veel andere kunst, als
gevolg van de Napoleontische plunderingen naar Parijs was verdwenen, besloten de
pauselijke machthebbers het Perseusbeeld aan te kopen. De droom van Canova om in
één naam te worden genoemd met de befaamde beeldhouwers uit de Klassieke
Oudheid ging daarmee in vervulling.
Laocoön, Romeinse kopie naar Grieks origineel, 2de eeuwv. C. wit marmer, h. 242
cm
De beroemde Laocoöngroep, die in 1506 in de Domus Aurea werd gevonden, geldt
door de geniale bewerking van het marmer en de grote uitdrukkingskracht als een
groot meesterwerk. De maker heeft alle fasen van het menselijk lijden in de
doodsstrijd weergegeven. Uitgebeeld wordt het gruwelijke gevecht van de
Trojaanse priester Laocoön en zijn beide zonen tegen de omstrengeling en de
beten van twee slangen. De Griekse godin Athena stuurde de slangen als straf,
nadat Laocoön zijn landgenoten had gewaarschuwd voor het Paard van Troje. Voor
de Romeinen had deze mythe een symbolische betekenis omdat alleen Aeneas gehoor
gaf aan de waarschuwing en naar Italië vluchtte, waar hij de stad Rome stichtte.
Vooral in de beginperiode van het Keizerrijk speelde de mythe een grote rol.
want de Julische keizer Augustus ging prat op zijn Trojaanse afkomst en
gebruikte deze om zijn aanspraak op de macht te rechtvaardigen. Kunsthistorici
gaan er tegenwoordig van uit dat de beeldengroep een in de vroege Keizertijd
voor Tiberius vervaardigde kopie is naar een brons voorbeeld uit het midden van
de 2de eeuw v.C.
http://www.christusrex.org/www1/vaticano/SC2-Sculptures.html
Galleria
delle Statue
▲
Slapende Ariadne. Romeinse kopie naar Grieks origineel.
midden 2de eeuw v. C. geel marmer, h. 161,5 cm,l. 195 cm
De zittende figuur stelt de door Theseus verlaten Ariadne voor. In slaap
gevallen op een rots op het eiland Naxos, wacht zij op Dionysos, die haar tot
echtgenote zal nemen. De gedraaide opbouw van het beeld lijkt complex. Ariadne
wordt in zijaanzicht getoond, de benen over elkaar geslagen en het hoofd
steunend op de arm, terwijl alle plooien van haar gewaad deze houding nog
versterken. Vermoedelijk is het een kopie van een bronzen beeld uit het midden
van de 2de eeuw v.C.
http://www.christusrex.org/www1/vaticano/SC1-Sculptures.html
Gabinetto delle Maschere
▲
Aphrodite van Knidos, Romeinse kopie naar Grieks
origineel, omstreeks 340v. C. wit marmer, h. 204 cm
In het vooruitstekende gedeelte van het Belvederepaleis, dat enigszins op
een toren lijkt, staat een van de mooiste kopieën van de al in de klassieke
literatuur beroemde Aphrodite van Praxiteles uit de tijd rond 340 v.C. Het beeld
was vroeger te zien in het heiligdom van Knidos. Terwijl zij aanstalten maakt
om in bad te stappen, legt Aphrodite haar gewaad over de 'hydria', haar
waterkruik. Haar blik lijkt dromerig in de verte te zweven. Voor het eerst
verschijnt de godin in de Klassieke Oudheid ook als cultusbeeld naakt, stil en
ongestoord in haar goddelijke bestaan, alsof zij door niemand wordt bekeken en
zelf ook niemand ziet.
Sala delle Muse
▲
Torso van Belvedere, 1ste eeuw v.C. geel marmer, h. 159
cm
'Maar ik ben zelfs geneigd dit overblijfsel te beschouwen als het mooiste
wat ik ooit heb gezien.' Goethe was een van de velen die de Torso van Belvedere
als onovertroffen, blijvende kunstuiting bewonderden. Er is nauwelijks een ander
fragment uit de Oudheid te vinden dat de fantasie van kunstenaars en
kunstliefhebbers zo heeft weten te prikkelen als de marmeren romp van dit op een
rots gezeten, gespierde mannenlichaam. En als geen ander klassiek beeld is dit
werk van onvergelijkbare betekenis geweest voor de westerse kunst. Van
Michelangelo tot Picasso hebben vele kunstenaars zich in dit beeld verdiept en
zich erdoor laten inspireren. Michelangelo zou zelfs op hoge leeftijd en
praktisch blind naar het Belvedere zijn getogen om nog eenmaal de schoonheid
van dit beeld met zijn handen te kunnen voelen. Volgens de signatuur op de
voorkant van het rotsblok, waarop de torso zit, was de Atheense beeldhouwer
Apollonios, die in de 1ste eeuw v.C. in Rome leefde, de schepper van het beeld.
Behouden zijn slechts het licht voorovergebogen en gedraaide bovenlichaam en de
bovenbenen. Winckelmann vergeleek hem met 'een grote eik die is omgehakt en van
takken en twijgen is ontdaan (en waarvan) alleen de stam nog is overgebleven.
Sinds de Renaissance hebben kunstenaars en archeologen talrijke pogingen
ondernomen om het raadsel van de voorstelling op te lossen. Op grond van het
over het rotsblok uitgespreide dierenvel veronderstelden sommige geleerden dat
het om Hercules ging, terwijl anderen in hem een mythische vuistvechter uit de
Argonautensage zagen. Weer anderen duidden het laathellenistische beeld als de
lijdende held Philoctetes, die op zijn tocht naar Troje door een slang werd
gebeten. De wond genas niet en stonk zo vreselijk dat zijn Griekse reisgenoten
hem in eenzaamheid achterlieten op het eiland Lemnos.
Sala della Biga
▲
Discuswerper van Mvron, Romeinse kopie naar Grieks
origineel, midden 5de eeuwv. C. Parisch marmer, h. 133 cm
In de koepelruimte, in de Zaal van het Tweespan, met zijn klassieke
triomfwagen, staat een Hadriaanse kopie van de bronzen discuswerper van de
Attische beeldhouwer Myron uit het midden van de 5de eeuw v.C. Het standbeeld,
waarvan het hoofd later is vernieuwd en verkeerd werd teruggeplaatst is
zonder meer een van de hoogtepunten uit de vroegklassieke periode. Myron heeft
voor zijn voorstelling het ultieme moment gekozen: de atleet houdt in gedachten
zijn ogen op het doel gericht en staat op het punt zich om zijn eigen as te
draaien en de discus te werpen. In de gekromde rug, in de beweging van de armen
en in de positie van de voeten, eigenlijk in elke spier is de concentratie van
het totale lichaam te zien.
Cappella
Niccolina
▲
In een van de oudste delen van het pauselijk paleis, de
toren van Innocentius III, ligt de naar paus Nicolaas V genoemde privé-kapel,
die Fra Angelico met zijn assistent Benozzo Gozzoli in 1448-1449 volledig met
fresco's heeft beschilderd. Op het lage plafond zijn de vier evangelisten en in
de hoeken de acht levensgrote figuren van de kerkvaders afgebeeld. Van de
Graflegging op de altaarmuur is tegenwoordig niets meer over, maar de fresco's
op de andere drie muren zijn goed bewaard gebleven. Ze zijn steeds in twee
registers onderverdeeld, met in de timpanen scènes uit het leven van de Heilige
Stefanus en daaronder dat van de Heilige Laurentius.
Stefanus, een Griekssprekende jood, werd door Petrus als een van de eerste
diakenen in Jeruzalem beroepen. Hij was uitstekend thuis in de Schrift en
discussieerde onbevreesd met de stadsoudsten. Met zijn preken haalde hij zich
echter de toorn van zijn tegenstanders op de hals, die hem tot buiten de
stadspoorten verdreven en stenigden. Aan de Heilige Laurentius vertrouwde paus
Sixtus II voor zijn terechtstelling de kerkschat toe. In plaats van de schatten
aan keizer Valerianus over te dragen, verdeelde hij ze echter onder de armen.
Daarvoor werd hij in 258 levend geroosterd. De parallellen in de levensverhalen
van de twee heiligen worden op de fresco's getoond door de volgorde van
diakenwijding, verdeling van aalmoezen onder de armen en de moedige
geloofsbelijdenis die hun marteldood tot gevolg had. Ze moeten de continuïteit
onderstrepen tussen de vroege Kerk in Jeruzalem, die Petrus opzette, en ,de
vroege Kerk in Rome, die door de pausen werd geleid. Bovendien laten de fresco's
overeenstemmingen met het leven van Nicolaas V zien. Zo was het een van de
grootste wensen van deze paus de Eeuwige Stad in zijn vroegere omvang als
'caput mundi' te herstellen. Daarnaar verwijzen de prachtige kerkgebouwen en de
fijne, gedetailleerd vormgegeven friezen en kapitelen in de afgebeelde
architectuur. Aan de bouw van de nieuwe stadsmuren onder Nicolaas V herinneren
bijvoorbeeld de machtige stadspoorten van Jeruzalem in het timpaan met de
Steniging van Stefanus. Deze voorstelling toont eveneens een schisma binnen
de joodse geloofsgemeenschap, waarmee op verdeeldheid binnen de katholieke Kerk
wordt gezinspeeld, waar de latere paus meermalen getuige van is geweest.
Fra Angelica, Beroeping van de H. Laurentius, 1448 -1449, fresco, 220 x 185 cm
Fra Angelica, Marteldood van de H. Stefanus, 1448 -1449, fresco, 250 x 420 cm
Een van zijn grote voorbeelden was de Heilige Laurentius, reden waarom Fra
Angelico het portret van Nicolaas V enkele malen op de gestalte van zijn antieke
voorganger Sixtus II afbeeldde. Op de scène met de Beroeping van de Heilige
Laurentius bijvoorbeeld overhandigt hij de jonge diaken de akte en de kelk,
terwijl een jonge geestelijke achter hem de kostbare boeken vasthoudt die aan
Laurentius werden toevertrouwd.
Appartamento Borgia
▲
De vertrekken op de eerste verdieping van het pauselijk
paleis zijn naar Alexander VI Borgia (pontificaat 1492-1503) genoemd, die ze
tussen 1492 en 1495 door Pinturicchio en zijn werkplaats liet beschilderen.
Tot de allermooiste fresco's die de schilder heeft ontworpen en voor het
grootste deel ook zelf heeft uitgevoerd, behoren die in de voor
representatiedoeleinden gebruikte Sala dei Santi.
Sa la dei Santi, Bernadino Pinturicchio (rond 1454-1513), Dispuut van de Heilige
Catherina van Alexandrië voor keizer Maxentius. 1492-1495 fresco
Terwijl op de plafondschilderingen, zinspelend op de stier in het wapen van
de Borgia's, scènes uit de Egyptische en Griekse mythologie zijn afgebeeld,
zijn de fresco's in de timpanen gewijd aan de vervolging van christenen door
ongelovigen en hun latere overwinning. Op de tegenover de vensters gelegen muur
zien we een tafereel uit het leven van de Heilige Catherina van Alexandrië. Zij
is onder Maxentius, in 307, de marteldood gestorven, nadat ze tijdens een
offerfeest van de keizer het geloof aan de heidense goden had afgezworen. Het
fresco toont, tegen de achtergrond van de Boog van Constantijn, in een oosterse
ambiance het dispuut tussen de heilige en de keizer, die 50 geleerde heidense
filosofen liet halen om haar te overreden. Catherina slaagde er echter in deze
van de juistheid van haar geloof te overtuigen en bekeerde hen tot het
christendom. Daarop liet Maxentius allen terechtstellen. Catherina zou worden
geradbraakt, maar het rad brak doormidden, waarop de heilige werd onthoofd. Op
dit fresco heeft Pinturicchio veel tijdgenoten geportretteerd. Links voor de
troon staat bijvoorbeeld Andreas Palaiologos, lid van de Byzantijnse dynastie,
en daarachter zijn Antonio da Sangallo en de schilder zelf te herkennen. De
ruiter rechts, aan de rand van het fresco, zou prins Djem kunnen zijn, die als
gijzelaar in het Vaticaans Paleis woonde en die Pinturicchio ook als model voor
oosterse kostuums gebruikte.
Bron: ROME, Kunst &
Architectuur, Könemann. Van Uitgeverij Könemann is ons geen URL,
WAP of EMAIL bekend
**
Accommodaties in
Rome en omgeving
**
Uw accommodatie in geheel Italië kunt U goed boeken via
Hotels/Appart.Italië.
** Via
Hotels.Appart.Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 71
landen.
** Met het vernieuwde zoekveld kunt u
zoeken in "Stedentips".
▲
|