|
Venetië, SESTIERE CASTELLO
en een deel van Cannaregio
terug naar Venetië
U bezoekt bij deze wandeling:
Santa Maria dei Miracoli -
Scuola di San Marco -
Monument voor Colleoni
- Santi Giovanni e Paolo (Venetiaanse Pantheon) -
Ospedaletto -
Santa Maria Formosa -
Galleria
Querini-Stampalia - Fam. Lombardo
- Zie
het kaartje
Santa Maria dei Miracoli
We beginnen de wandeling in Sestiere Cannaregio waar het absolute meesterwerk van de
familie Lombardo, de kerk van Santa
Maria dei Miracoli, een van de mooiste gebouwen ter wereld, staat.
Vanaf de Campo San Bartolomeo, aan de San Marco-zijde van de
Rialtobrug, bereikt u het via de Salizzada San Giovanni
Crisostomo, over de gelijknamige brug, rechtsaf de Salizzada San
Canciano in, en dan weer rechtsaf over de Campo Santa Maria Nova,
waar u eindelijk aan de herrie en de drukte van de winkelstraten
ontsnapt. Hier wacht u ook de eerste betoverende confrontatie met het
oosteinde van de kerk. Van onder tot boven gehuld in panelen wit, grijs
en warm geel marmer, bekroond door een fiere koepel, die de hoekige, aan
een juwelenkistje herinnerende opbouw aanvult en afrondt, lijkt ze op
het eerste gezicht te mooi om waar te zijn - geen echte kerk, maar iets
op de achtergrond van een schilderij van Bellini of Carpaccio.
De Santa Maria dei Miracoli is tussen 1481 en 1489 gebouwd om onderdak
te bieden aan een wonderdadige afbeelding van Maria. Aan de buitenzijde
creëert een trefzeker evenwicht tussen rechte en gebogen lijnen een
effect van harmonische rust, dat zich slechts laat vergelijken met de
langzame, precieze frasen van een Gregoriaanse melodie, gezongen door
een kloosterkoor. Bij nadere beschouwing blijkt het vernuftige
raffinement van het ontwerp. Om de kerk groter te laten lijken dan ze in
feite is, heeft Pietro Lombardo verscheidene optische illusies
toegepast. Hij heeft bijvoorbeeld de ramen niet midden onder de
rondbogen geplaatst, maar aan de zijkant, waardoor de indruk ontstaat
dat ze achter de bogen liggen, zo- dat de vlakke gevel voor het oog aan
diepte wint. Door veel meer pilasters aan te brengen dan voor een
bouwwerk van deze afmetingen gebruikelijk was, heeft hij bovendien het
perspectivische effect bereikt van een zijgevel die zich over een
aanzienlijke afstand langs de gracht uitstrekt. Voorts heeft hij door
lichte variaties in het kleurgebruik het exterieur op subtiele wijze
verlevendigd: het oosteinde is uitgevoerd in schakeringen blauwgrijs en
wit, maar de noord- en de zuidzijde hebben door toepassing van panelen
rossiggeel marmer een rozige tint gekregen. De decoratie van de
voorgevel is uiteraard uitvoeriger, met platen poffier en groen
serpentijnmarmer. De werking van het gebouw is natuurlijk voor een groot
deel te danken aan de schoonheid van het materiaal, dat Lombardo
wijselijk voor zich heeft laten spreken. Gebeeldhouwde versiering is
spaarzaam toegepast en dat weinige is meesterlijk gehouwen: de
halffiguur van een heilige midden op de oostgevel, de levendig
uitgehouwen panelen lofwerk rond de deuren en de kleine medaillons op de
deurstijlen.
Interieur
Aan de binnenzijde zijn de wanden van de kerk bekleed met panelen grijs
en koraalrood marmer, die haar een koel en bijna onderzees aanzien
geven. Wanneer je ogen aan de schemering beginnen te wennen, doemen de
gezichten van heiligen en profeten op, die onbewogen neerblikken vanaf
het zwaar vergulde plafond. Aan het oosteinde leidt een steile trap naar
het koor, dat van het schip gescheiden wordt door een elegante
balustrade met een ambo links en rechts. Op de balustrade staan bustes
van St. Franciscus, de aartsengel Gabriël, Maria en de H. Clara. De
voetstukken van de pilasters die de koorboog dragen, zijn voorzien van
een ingewikkelde decoratie van zeemonsters, putti en tussen bladeren
verborgen gezichten. Vergelijkbare motieven - sterk verwant met de
architectuur op de latere altaarstukken van Giovanni Bellini - sieren de
pilasters en de wanden. Rond het altaar staat een laag scherm van
marmeren kantwerk, dat in zijn verfijning herinnert aan de Byzantijnse
ivoorsnijkunst.
Op het altaar zelf staat het wonderdadige schilderij waarvoor de kerk is
gebouwd. Boven ons hoofd, op de pendentieven van de kleine koepel, zijn
in bas-reliëf de evangelisten afgebeeld. Slechts één voorwerp ontbreekt
in deze volmaakte synthese van kunstvormen uit de vroege renaissance: de
door Giovanni Bellini voor de orgelluiken geschilderde Annunciatie,
gesitueerd in een evenals de kerk met marmer bekleed vertrek, die in
1807 door cultuurbarbaren is weggehaald en zich thans in de Accademia
bevindt.
We vervolgen nu onze weg, vanwaar we aangekomen waren. Steken de Rio
S. Canciano over en komen via Calle Larga op Campo Santi
Giovanni e Paolo.
Scuola di San Marco
▲
Rechts van het kanaal staat de Scuola di San Marco, tegenwoordig het
stadsziekenhuis van Venetië. Het is belangrijk dat wij de scuola van
deze kant naderen, want zo komt het
trompe-l'oeil-effect van de gevel
goed tot zijn recht. Het onderste deel van de façade is ontworpen en
gebouwd door Pietro Lombardo, wiens zoons de grote reliëfs hebben
gemaakt waarop St. Marcus de latere St. Anianus, de schoenlapper uit
Alexandrië, geneest en doopt. Het bovenstuk, met de smaller wordende
vensters en de bultige, halfronde frontons, is ontworpen door Lombardo's
rivaal Mauro Coducci.
Bij Scuole leest
u meer over de betekenis van de Scuole!
Ruiterstandbeeld van Bartolomeo Colleoni
▲
Op het plein staat een van de mooiste monumenten van Venetië, het
ruiterstandbeeld van Bartolomeo Colleoni. Bij zijn dood in 1475 liet de
condottiere - generaal van de huurlingen - Bartolomeo Colleoni, die de
landmacht van de republiek had aangevoerd, het grootste deel van zijn
vermogen na aan Venetië, op voorwaarde dat te zijner nagedachtenis op de
Piazza San Marco een ruiterstandbeeld zou worden opgericht. De traditie
liet niet toe dat er op een zo prominente plaats een beeld voor een
particulier werd opgericht, maar omdat de Senaat de nalatenschap niet
graag wilde mislopen, bepaalde hij dat de formulering van het testament
hem toestond het beeld voor de Scuola di San Marco neer te zetten. De
opdracht voor het monument ging in 1479 naar de Florentijnse beeldhouwer
Andrea Verrocchio, die in 1483 een model op ware grootte voltooide, maar
stierf voor het in brons gegoten was. Het gieten werd toevertrouwd aan
Alessandro Leopardi, die zijn naam opvallend op de buikriem van het
paard aanbracht en tevens de sokkel ontwierp, waarna het geheel ten
slotte in 1496 werd onthuld. Het paard straalt een vitale, krachtige
beweging uit die in de westerse kunst nauwelijks wordt geëvenaard.
Colleoni werpt een trotse blik omlaag, waaruit zo te zien ook na vele
eeuwen nog zijn karakter spreekt. Het is geen gedenkteken voor een
persoon maar voor een klasse, het is de huurling aller tijden - trots,
verraderlijk, inhalig, roofzuchtig en alleen ridderlijk tegen mensen die
er contant voor konden betalen of tegen lieden van zijn eigen slag, van
wie hij naar de code van de onderwereld een gelijke behandeling
verwachtte. Dat maakt het beeld zo fascinerend. Het brengt de verre
wereld van het vijftiende-eeuwse Italië in al haar pracht en rauwheid
tot leven en biedt zo een hoognodig tegenwicht tegen de indruk van milde
luchtigheid die de kerk van Santa Maria dei Miracoli bij ons heeft
gewekt. Het feit dat Colleoni de herinnering aan hem in een
ruiterstandbeeld wilde laten voortleven, is het enige interessante dat
wij van hem weten, want hij wilde onsterfelijk worden in de gedaante van
een Romeinse held. Verrocchio greep de kans met beide handen aan, niet
alleen om Donatello naar de kroon te steken, wiens Gattamelata zo'n 25
jaar tevoren in Padua was opgericht, maar ook de onbekende maker van het
beroemde antieke bronzen beeld van Marcus Aurelius in Rome. De
Venetiaanse Staat was maar al te blij de stad te kunnen sieren met een
beeld dat het Romeinse Rijk waardig was, en haalde zich daarmee een
berisping van een dominicaan op de hals, die opmerkte dat men 'de
gebruiken van heidense naties navolgde'. Het beeld belichaamt in
ongekend zuivere vorm het streven van de renaissance naar een
herschepping van de luister van de oude wereld.
Santi Giovanni e Paolo
▲
Is bij de Venetianen bekend als San Zanipolo en is een van de grootste
van de stad. Aan het einde van de dertiende eeuw is men met de bouw van
deze bakstenen kolos in Venetiaanse gotiek begonnen, maar pas in 1430 is
hij voltooid en ingewijd. De buitenkant is pittoresk, het inwendige
groots, met een imposant hoog schip en een door slanke, dubbele
lancetvensters verlichte apsis
. Meer nog dan de architectuur zijn het
echter de vele beelden en schilderijen die hier de aandacht opeisen.
Gedenktekens
Onder de vele opmerkelijke gedenktekens is het vroegste dat voor doge
Marco Cornaro of Corner (10): een groep figuren uit een veel grotere
compositie, door Nino Pisano kort na 1360 in Pisa vervaardigd, boven een
houterig, liggend beeld van de overledene, kennelijk Venetiaans werk. De
Madonna in het midden, die heel sierlijk in een lichte S-curve staat, is
misschien wel het mooiste gotische beeld van Venetië. Aan de tombe van
doge Antonio Venier (gestorven in 1400), een werk van Pierpaolo dalle
Masegne, kunt u de niet zeer geslaagde stijl van de Venetiaanse gotische
beeldhouwkunst van een jaar of veertig later aflezen (11). Dit monument
is dan ook vooral van betekenis om zijn typisch Venetiaanse opbouw, die,
met geringe wijzigingen, omstreeks 1425 door de Toscaanse beeldhouwers
Pietro di Niccolò Lamberti en Giovanni di Martino in hun gedenkteken
voor doge Tommaso Mocenigo (15) is toegepast. Deze curieuze mengeling
van Toscaanse en Venetiaanse, gotische en renaissancemotieven -
waaronder een op het beroemde beeld van Donatello in Florence gebaseerde
St. Joris -, deze voorzichtige poging tot een soort bastaardrenaissance
heeft tot de komst van de Lombardi voor de monumentale beeldhouwkunst in
Venetië de toon gezet.
De familie Lombardo is hier met vijf monumenten uit de periode 1460-
1510 vertegenwoordigd. Het oudste is dat van Pietro, voor de doge
Pasquale Malipiero (14), dat, afgezien van een gotisch baldakijn, in
zuivere renaissancestijl is opgetrokken, met fijnzinnig gebeeldhouwd
lofwerk en een prachtig timpaan met een door engelen ondersteunde dode
Christus. Daar in de buurt bevindt zich het monument voor Marcello (16)
van rond 1475, waar Pietro Lombardo in een strenger classicistisch werk
het gotische baldakijn heeft laten maken, al heeft het geheel te lijden
van de ongelukkige verhouding tussen de groot uitgevallen figuren en de
architectonische omlijsting. In het monument voor doge Pietro Mocenigo
(2), dat tussen 1476 en 1481 is opgericht, hebben de Venetiaanse
beeldhouwkunst en architectuur van de renaissance ten slotte een
zelfbewuste, rijpe stijl gevonden. Alle van Toscaanse monumenten
gekopieerde elementen zijn verdwenen, de verhouding tussen de beelden en
de omlijsting is zuiver getroffen en de robuuste strijders die de
sarcofaag dragen en de herrezen Christus bovenaan stralen een heroïsche
en toch persoonlijke vitaliteit uit. Onderaan ziet u twee reliëfs van de
Werken van Hercules - typerende staaltjes van het streven om de heidense
mythologie voor christelijke doeleinden in te zetten -, waarin men de
hand van Tullio en Antonio Lombardo heeft herkend. De laatste twee
Lombardo-monumenten in de kerk zijn hoofdzakelijk het werk van Tullio:
het ene herdenkt doge Andrea Vendramin (9), het andere doge Giovanni
Mocenigo (1); ze dateren respectievelijk uit de jaren 1492-1495 en
1500-1510. Beide getuigen van zijn wens om te komen tot een visie op de
oudheid door te werken in klassieke trant, zonder echter te blijven
steken in slaafse imitatie van antieke voor- beelden. Dezelfde opvatting
spreekt uit het proza van Pietro Bembo, die liever probeerde in
Ciceroniaans Toscaans dan in Ciceroniaans Latijn te schrijven en die,
samen met vele collega-humanisten, de volkstaal het prestige van een
klassieke taal heeft gegeven. Tullio Lombardo had ten minste één
klassiek beeld in zijn bezit en heeft zich door vele andere laten
inspireren. Ook de statige allegorische figuren op het grafmonument voor
Mocenigo zijn onmiskenbaar door Grieks-Romeinse voorbeelden beïnvloed,
al zijn ze niet op bepaalde beelden gebaseerd. Op datzelfde monument
komen twee bijzonder mooie naakten voor, op het reliëf St. Marcus doopt
Anianus. Oorspronkelijk hebben op het monument voor Vendramin een naakte
Adam en Eva gestaan, maar die zijn in de preutse negentiende eeuw
verwijderd en hun plaats is ingenomen door beelden van Lorenzo Bregno
(de Adam bevindt zich thans in het Metropolitan Museum in New York).
In vergelijking met de voorjaarsfrisheid van het werk van de familie
Lombardo doet een grafmonument als dat voor doge Leonardo Loredan (8),
dat in 1572 is voltooid, denken aan de volle zomer. Het is ontworpen
door de architect Girolamo Grapiglia; het beeldhouwwerk is van Danese
Cattaneo, die verantwoordelijk is voor de fraaie bronzen reliëfs, en
Girolamo Campagna, die de centrale figuur van de doge heeft gemaakt. De
zomer gaat over in de herfst en statigheid maakt plaats voor hol vertoon
in het reusachtige mausoleum voor Valier (4), dat tussen 1705 en 1708
door een groep vooraanstaande Venetiaanse beeldhouwers is vervaardigd.
De elegantie van de achttiende eeuw komt tot uiting in de reeks
fijnzinnige bronzen reliëfs van Giuseppe Mazza in de kapel van San
Domenico (5), van omstreeks 1720, en in de reeks haut-reliëfs van
Giovanni en Antonio Bonazza, G.M. Morlaiter en anderen in de Cappelia
del Rosario (12). Het kleine romantische monument voor Marchese Chastler
(18) van Luigi Zandomeneghi vormt een gracieuze epiloog bij de
geschiedenis van de Venetiaanse beeldhouwkunst in deze kerk.
Schilderijen Zie zeker
Olga's
Gallery! voor werken van Bellini in deze kerk.
Hoewel de kerk minder rijk is aan schilderijen dan aan beeldhouwwerk,
bevat ze toch een aantal belangrijke stukken. Op een van de altaren in
het schip (3) staat een veelluik van Giovanni Bellini, een heel vroeg
werk, waarschijnlijk uit de jaren zestig van de vijftiende eeuw. Een
vergelijking tussen de hoekige, halfnaakte St. Sebastiaan en de reliëfs
van Hercules op het naburige Mocenigo-monurnent (2) doet vermoeden dat
Bellini in dit stadium van zijn loopbaan het naakt meer zag als een
ietwat pijnlijke iconografische noodzaak dan als iets dat op zichzelf
mooi kon zijn. Later zou hij zich door de Lombardi laten inspireren. Het
mooiste schilderij in de kerk is misschien wel
St.
Antonius deelt aalmoezen uit (6, zevende van boven) van
Lorenzo Lotto , waarvan de warme
kleurschakeringen lijken te zijn ontleend aan de zachte Turkse tapijten
die in de compositie zo'n belangrijke plaats innemen. Het werk is
geschilderd in 1542. In de Cappelia del Rosario (12) zijn enkele
stralende schilderijen van Paolo Veronese in een modern plafond
verwerkt. Een zeventiende-eeuwse kopie van Titiaans Martelaarschap
van Petrus (17) is een magere afspiegeling van wat eens een van de
beroemdste schilderijen van Venetië was, dat echter in 1867 is verbrand.
De kapel van San Domenico (5) heeft een plafondschildering van
Piazzetta, licht van toets en delicaat van kleur.
Ospedaletto
▲
Wanneer u de kerk door de deur aan de zuidzijde verlaat en linksaf
slaat, komt u in een calle die wordt beheerst door de façade van de kerk
van het Ospedaletto, die uitpuilt van de zware, gespierde telamons,
leeuwenmaskers en hoofden van reuzen, waarvan er een zijn tong uitdagend
uit zijn mondhoek steekt. Deze gevel, die tussen 1662 en 1674 naar
ontwerp van Baldassare Longhena is gebouwd, is een tour de force van
groteske architectuur, een meesterwerk van barokke extravagantie en
overdrijving, waaraan alle gebeeldhouwde elementen veel te groot zijn -
met opzet. Hieruit spreekt de wil om de beschouwen te choqueren en van
zijn stuk te brengen tot de rillingen hem over de rug lopen; dit
eigenaardige, surrealistische karakter heeft het Ospedaletto gemeen met
verscheidene andere beelden en bouwwerken die Venetië in de zeventiende
eeuw heeft voortgebracht. Vele elementen van de decoratie gaan terug op
klassieke bronnen, maar een groter verschil met het bedaarde, milde
classicisme van de Lombardi is volstrekt ondenkbaar.
Santa Maria Formosa
▲
Even voorbij de kerk rechts leidt de Calle dell'Ospedaletto via
de Calle Lunga naar de Campo Santa Maria Formosa, waar u
aan de voet van de campanile weer een van de groteske koppen ziet die
zo'n grote rol spelen in het Venetiaanse straatbeeld.
Kerk is gesticht door een bisschop aan wie Maria was verschenen in de
gestalte van een formosa matrone, die hem beval een kerk te bouwen op de
plaats waar een witte wolk tot stilstand zou komen. Het woord formosa is
lastig te vertalen, want het betekent zowel 'mooi' als 'weelderig'.
Misschien heeft
Palma Vecchio ons aan de beste definitie geholpen
met zijn schilderij van St. Barbara, de vlees geworden robuuste
Venetiaanse schone, boven het altaar in het zuiderdwarsschip van de
kerk. St. Barbara was de schutsvrouwe van de artilleristen, wier
scuola in deze kerk haar kapel had, en een passender voorwerp van
militaire devotie laat zich moeilijk denken.
Tegen de zuidmuur van het zuidertransept bevindt zich een grafmonument
voor leden van de Antwerpse familie Hellemans. Stelt u zich de vreugde
van Aernout Hellemans Hooft (een zoon van Pieter Cornelisz.) eens voor
toen hij in 1649, na overal in de stad te hebben gezocht, hier eindelijk
de tombe van 'de ooms' uit Antwerpen aantrof. Natuurlijk schreef hij de
grafschriften zorgvuldig over in zijn reisdagboekje.
Deze kerk bevat nog één ander zeer belangwekkend schilderij, namelijk de
polyptiek van de Mantelmadonna van
Bartolomeo Vivarini (zie hier zijn werken) een
gesigneerd werk, dat het jaartal 1473 draagt. Uit documenten is bekend
dat de parochianen voor dit altaarstuk geld bij elkaar hebben gebracht;
de rond Maria samengedromde figuurtjes zijn kennelijk portretten van de
pastoor in zijn beste koormantel, de kapelaan en hun kleine kudde. De
Venetiaanse typen zijn de laatste vijf eeuwen weinig veranderd. De oude
vrouw met de witte hoofddoek kunt u hier elk moment over de markt zien
schuifelen en de koster in de witte superplie zal wel eens het licht
voor u aandoen.
Interieur
Architectonisch gezien is dit interieur zonder weerga. De kerk is in
1492 door Mauro Coducci herbouwd volgens een ouder grondplan,
waarschijnlijk uit de elfde eeuw, en vormt een opmerkelijk
aantrekkelijke kruising tussen de Veneto-Byzantijnse stijl en de
Venetiaanse renaissance- stijl, en laat ons zien waarin de laatste op de
eerste heeft teruggegrepen. Met zijn door schermen van slanke zuilen
gedragen koepeltjes en tongewelven combineert het interieur de elegantie
van de ornamenten uit de vroege renaissance met de ruimtewerking van een
Byzantijnse kerk.
Een van de kapellen in de kerk was oorspronkelijk het oratorium van de
Scuola dei Casselleri - de makers van kisten voor de uitzet -, die een
hoofdrol hebben gespeeld in een van de meer kleurrijke Venetiaanse
legenden. Op een dag in het jaar 944 was een aantal meisjes op weg naar
de kathedraal toen een bende Slaven op het toneel verscheen en hen
schaakte, met de bedoeling hen naar Dalmatië te ontvoeren. De Casselleri
zetten echter de achtervolging in en wisten de meisjes te redden. Als
beloning vroegen zij de doge of hij hen telkens op de verjaardag van het
voorval in hun scuola zou komen bezoeken. 'Maar als het nu regent?'
vroeg de doge. 'Dan geven wij u een hoed.- 'En als ik nu dorst krijg?'
'Dan schenken wij u wijn.' En daarom trok de doge tot 1797 jaarlijks op
Maria-Lichtmis, in gezelschap van zijn hoogwaardigheidsbekleders, in
processie naar de kerk van Santa Maria Formosa, waar hem plechtig een
strooien hoed en een glas wijn werden overhandigd. Een van de hoeden is
te bezichtigen in het Museo Correr en een schilderij van de ceremonie
ziet u in de Galleria Querini-Stampalia.
Campo Santa Maria Formosa
▲
Is een erg aardig pleintje, dat elke morgen vol kleurige fruit- en
groentekramen staat en waar het altijd gezellig is. Hoewel het op
slechts een paar minuten lopen van de Piazza San Marco ligt, heerst er
de sfeer van een van de meer afgelegen wijken van de stad, waar de
toeristen zelden doordringen. Rond het plein staan diverse interessante
paleizen. Nr. 5246, het Palazzo Vitturi, is bezet met enkele
fraaie fragmenten Byzantijns beeldhouwwerk, waaronder een door Ruskin
hogelijk geprezen kruis. Het Palazzo Malipiero-Trevisan (nr.
5250), waarvan de gevel met marmeren schijven is versierd, is een mooi
bouwwerk uit de zestiende eeuw, misschien een werk van Sante Lombardo,
de zoon van Tullio.
Galleria en Biblioteca Querini-Stampalia
▲
Aan de zuidzijde van de kerk leidt een smalle doorgang naar de Campiello
Querini-Stampalia, genoemd naar de Galleria en Biblioteca
Querini-Stampalia, die zijn ondergebracht in het vroeg-zestiende- eeuwse
Palazzo Querini aan de overzijde van de kleine rio. De
bibliotheek, die een grote collectie Venetiaanse boeken en prenten
bezit, bevindt zich op de eerste verdieping, de kunstcollectie op de
tweede (geopend, behalve 's maandags, van 10-16 uur, 's winters tot 15
uur). Dit paleis is met de kunstvoorwerpen in 1868 aan de stad Venetië
vermaakt en de ruime vertrekken op de piano nobile (de 'bel-etage')
laten nog altijd zien hoe een patriciërswoning in het begin van de
negentiende eeuw was ingericht. Dit is een van de minst bezochte musea
van Venetië, maar het is een der aardigste voor wie rondslentert op zoek
naar de sfeer van de oude stad. De meeste schilderijen en andere
kunstvoorwerpen zijn van bijschriften voorzien en de volgende alinea's
zijn slechts bedoeld om de aandacht te vestigen op enkele van de beste
stukken.
In de in vrolijke kleuren beschilderde en met stucwerk versierde
toegangshal staan onder meer een aard- en een hemelglobe van Willem
Blaeu uit de zeventiende eeuw. Hierna komen wij in een zaal met 69
schilderijen van het leven in Venetië in de tweede helft van de
achttiende eeuw, gemaakt door Gabriele Belia. Er is een afbeelding van
carnavalsvierders op de Piazzetta, met acrobaten en kwakzalvers. Op
andere schilderijen zien wij de trouwpartij van een adellijk paar in de
Santa Maria della Salute en de gemaskerde en in domino's gestoken
figuren in de Ridotto. Er is een gezicht op de Piazza op Hemelvaartsdag,
met kraampjes midden op het plein. Andere schilderijen tonen de
opzichtige officiële ceremonies - de verkiezing van een doge, het bezoek
van doge en Senaat aan de Santa Maria Formosa en wat dies meer zij.
Ondanks, of misschien juist dank zij, hun kinderlijke onbeholpenheid
geven ze een pakkend beeld van het leven in Venetië in de jaren van
koortsachtige uitgelatenheid kort voor de val van de republiek.
Aan de andere kant van de toegangshal bevinden zich achttien vertrekken
die stuk voor stuk wel iets belangwekkends bevatten, nu eens een
schilderij en dan weer een fraai Venetiaans meubelstuk. In zaal III
hangt van Sebastiano Bombelli, de beste Venetiaanse portretschilder uit
de zeventiende eeuw, onder meer een portret ten voeten uit van de jonge
Girolamo Querini, die met een zinnelijke mond staat te pralen in zijn
rode toga.
Zaal VII heeft een geslaagde neoklassieke inrichting, die een passende
achtergrond vormt voor een sprankelend en levendig terracottabeeldje van
Antonio Canova; het is een schets voor het marmeren beeld van Napoleons
moeder (thans in Chatsworth in Derbyshire) of misschien voor dat van
Napoleons zuster Elisa (thans in Wenen).
Zaal VIII is gewijd aan de beste renaissanceschilderijen van de
collectie. Er is een Opdracht in de tempel van Giovanni Bellini,
een nauwkeurige kopie naar een Mantegna, waaraan enkele koppen zijn
toegevoegd (een foto van de Mantegna hangt ernaast, achter een gordijn).
De tondo van
Maria met Kind is een werk van de Florentijn
Lorenzo di Credi en de andere Maria met Kind wordt toegeschreven aan Bellini. De
aangrijpendste schilderijen in dit vertrek zijn echter de onvoltooide
portretten van Francesco Querini en zijn vrouw Paola Priuli, door Palma
Vecchio, die zij kort voor de dood van de schilder in 1528 ter
gelegenheid van hun huwelijk hadden besteld. Vooral het portret van
Palma Priuli is fascinerend, door het mooie zachte kleurengamma van gele
en bruine tinten, en door de weemoedig peinzende gelaatsuitdrukking van
de geportretteerde, die schuchter en verlegen door de eeuwen bet.
In het volgende vertrek hangt nog een werk van Palma, een
idyllische Sacra conversazione (Madonna met heiligen),
geschilderd in zijn gewone palet van herfsttinten, maar na zijn dood
door een navolger voltooid. Het briljante, zij het onaantrekkelijke
middelpunt van deze zaal is echter Vincenzo Catena's Judith.
Evenals Palma is Catena in de voetsporen van Giorgione getreden, maar
hij heeft de warme kleuren en de doezelige factuur van zijn leermeester
laten varen voor een hard, stug palet, dat het schilderij een- ietwat
chirurgisch karakter geeft. Het plafond van dit vertrek is in de
achttiende eeuw zwierig beschilderd, misschien door
Sebastiano Ricci.
Dan volgt een gang, waarna twee zalen gewijd zijn aan werk van
Pietro
Longhi , voornamelijk genrestukken, hoewel een van de
aantrekkelijkste schilderijtjes leden van kloosterorden voorstelt. Wij
zien onder meer een aardrijkskundeles, het interieur van de Ridotto,
feestelijk uitgedoste leden van de familie Sagredo en, als tegenwicht,
Venetianen die de zeven sacramenten ontvangen, van de doop tot het
heilig oliesel. Deze in koele pasteltinten geschilderde, levensechte
kijkjes in het Venetiaanse privé-leven zijn bijzonder charmant.
In de volgende vertrekken staan enkele typisch Venetiaanse meubelstukken
uit de achttiende eeuw - grof gemaakt, maar ontworpen met gevoel voor
fantasie en met fijnzinnige schilderijtjes versierd. In zaal XVIII
hangen een paar bijzonder grote en pompeuze portretten van Querini's uit
de achttiende eeuw, waarvan een van de hand van G.B. Tiepolo.
Familie Lombardo
▲
Zelden hebben in de geschiedenis van de Europese kunst schilders,
beeldhouwers en architecten zo harmonisch samengewerkt als tijdens de
vroege renaissance in Venetië. Zij waren zowel door een uitzonderlijk
eensgezind streven als door een complex netwerk van persoonlijke
vriendschappen met elkaar verbonden. In dat netwerk namen de leden van
het geslacht Lombardo een positie van essentieel belang in, want zij
zijn de uitvinders van de architectonische en sculpturale stijl die op
zo vele schilderijen van Giovanni Bellini en zijn tijdgenoten is
verbeeld. Pietro Solaro, genaamd Lombardo, is rond 1435 in Lombardije
geboren en in Toscane opgeleid; daarna heeft hij een tijdlang in Padua
gewerkt, waar hij in contact kwam met de humanistische geleerden van de
universiteit. Voor een van hen heeft hij een gedenkteken in Florentijnse
stijl gemaakt. In 1475 verzuchtte een schrijver: 'O Padua, je dankt je
luister aan je bouwwerken en je burgers, maar ook aan het werk van de
beroemde beeldhouwer Pietro Lombardo;' Op dat moment had deze echter
Padua al achter zich gelaten en was hij in Venetië werkzaam als
architect. Zijn eerste werkstuk was het koor van de San Giobbe, dat door
zijn uitgesproken Florentijnse karakter echt een buitenbeentje is.
Pietro Lombardo wist zich echter spoedig de Venetiaanse toon eigen te
maken en zijn latere bouwwerken vormen, met hun overvloed van
marmerbekleding en scherp gebeitelde ornamenten, een buitengewoon
geslaagde aanpassing van de stijl van de renaissance aan de behoeften en
de omstandigheden van de lagune. Wat Giovanni Bellini voor de
schilderkunst had gedaan, deed Pietro voor de architectuur, en zijn
zoons Tullio en Antonio, die nauw met hem samenwerkten, brachten
hetzelfde tot stand in de beeldhouwkunst.
De brug op de hoek van de Campiello Querini-Stampalia leidt naar de
Fondamenta Remedio. Via de eerste straat rechts, Calle del
Remedio, de eerste links, Calle del Angelo, en de tweede
rechts, Calle Canonica, bereikt u door smalle steegjes de Piazza
San Marco.
Bron: Agon
gids voor Venetië. Hugh Honour. Uitg. Agon B.V., A’dam. Boek is niet
meer leverbaar. Van Uitgeverij Agon is ons geen URL,
WAP of EMAIL bekend
** Uw accommodaties
in Venetië kunt U goed boeken via
Hotels/Venice. Er zijn 246 hotels online boekbaar.
** Uw accommodatie in
geheel Italië kunt U goed boeken via
Hotels/Appart.Italië.
** Via
Hotels.Appart.Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in
71 landen.
** Hoe maak ik een
printversie van de pagina"?
** Door Tekengrootte
te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst
sterk verbeteren.
** Met het vernieuwde zoekveld kunt u zoeken in "Stedentips".
▲
|