VenetiŽ, Marciana en Museo Archeologico  - Correr - Risorgimento, terug naar  VenetiŽ. Naar Stedenlijst ItaliŽ.   Naar  Regiokaart ItaliŽ. Naar uw accommodatie!

     

LIBRERIA SANSOVIANA
Aan de zijde van de Piazzetta tegenover het Dogenpaleis staat de Libreria Sansoviniana, volgens Palladio het prachtigste en luisterrijkste gebouw dat sedert de oudheid was verrezen. Het is ontworpen door Jacopo Tatti, genaamd Sansovino, die in 1540 met de bouw begon; na zijn dood is het door Vincenzo Scamozzi voltooid. Omdat Sansovino een Florentijn was en hij Vasari voldoende stof bood voor een biografie, staat zijn persoonlijkheid ons veel duidelijker voor ogen dan die van zijn Venetiaanse tijdgenoten. Ten tijde van Julius II en Michelangelo had hij zich in Rome een reputatie verworven als beeldhouwer en restaurateur van antieke beelden. Bij de plundering van Rome in 1527 vluchtte hij naar VenetiŽ, met het plan om door te reizen naar Frankrijk. Meteen vroeg men hem de centrale koepel van de San Marco te repareren, wat hij zo goed deed dat hij tot eerste architect en ingenieur van de republiek werd benoemd. Behalve de bibliotheek en de Loggetta aan de voet van de campanile heeft hij diverse paleizen, de kerk van San Giuliano en die van San Francesco della Vigna gebouwd. Toen de bibliotheek in 1545 bijna af was, ondervond Sansovino een plotselinge tegenslag. De koepel van het bouwwerk stortte in en Jacopo werd in het cachot gegooid als een condottiere die een veldslag had verloren - Titiaan en Aretino moesten al hun overredingskracht aanwenden om hem er weer uit te krijgen. Volgens Vasari was hij als jongeman bijzonder knap, met blond haar en een rode baard, en 'werden vele vrouwen van stand verliefd op hem'. Zelfs op zijn oude dag had hij nog iets van een dandy. Hij was opvliegend van aard en Benvenuto Cellini meende hem zowaar een snoever te kunnen noemen. Hij was gezegend met een bijzonder sterk gestel en overleefde vier beroertes voor hij ten slotte in 1570 stierf in de leeftijd van 84 jaar. Vasari vermeldt ook dat Sansovino op zijn oude dag 's zomers bijna alleen maar fruit en groente at en dat hij dikwijls 'achter elkaar drie komkommers at met een halve cederappel' (een citrusvrucht). Zulke intieme gegevens over in VenetiŽ geboren kunstenaars zijn met een kaarsje te zoeken.

Hoewel de Libreria geheel opgaat in het Venetiaanse stadsbeeld, is ze opvallend uitheems van stijl, bevat ze geen verwijzingen naar oudere gebouwen in de stad en komt ze aan geen enkele andere Venetiaanse behoefte tegemoet dan die aan overdaad en decoratie.  
Met een stortvloed van zuilen, beelden en reliŽfs roept zij een beeld op van antieke Romeinse luister en zij heeft dan ook onontkoombaar invloed uitgeoefend op latere Venetiaanse architecten, vooral tijdens de zeventiende eeuw. Sansovino's werk als beeldhouwer kunt u bewonderen in de fraaie classicistische bronzen beelden van Pallas, Apollo, Mercurius en de Vrede op de Loggetta aan de voet van de campanile. (het gebouwtje is later wel gewijzigd en het is bedolven toen de campanile instortte, waardoor de meeste beelden beschadigd zijn). Evenals de Libreria illustreert dit gebouw het streven van Sansovino om beeldhouwkunst en architectuur te integreren op een wijze die tot dan toe in VenetiŽ, buiten de grafmonumenten van de Lombardi, niet was verwezenlijkt.
In het gedeelte van de Libreria aan de waterkant was oorspronkelijk de munt gevestigd, 
de zecca, waar de zecchini werden geslagen, evenals 'arsenaal' een Venetiaans woord dat in verscheidene Europese talen voortleeft. Dat deel is echter sinds lang geannexeerd door de Biblioteca Marciana, de voornaamste openbare bibliotheek van de stad, en nu zijn in de voormalige munt de catalogi en de leeszalen gevestigd.

BIBLIOTHECA MARCIANA  
De Marciana is een grote bibliotheek, rijk aan Byzantijnse en middeleeuwse manuscripten, en met een grote hoeveelheid stoffige, onaangeroerde kasten vol schitterend gedrukte incunabelen. De catalogus is, zoals in de meeste Italiaanse bibliotheken, geschreven in een meer bloemrijk dan leesbaar handschrift. De grote, door een koepel overwelfde leeszaal is in de zomer een hete oven en 's winters een van de koudste oorden ten zuiden van Bartlehiem - al moet gezegd dat de overheid heel attent houten voeten- steuntjes ter beschikking stelt om de tenen van de lezers te beschermen tegen de ergste gevolgen van de ijzige tocht van onder de vloer.
Hoewel de tafels in de bibliotheek gewoonlijk bezet zijn - door gebruikers die in elk geval geen beschutting zoeken tegen hitte of kou - heeft VenetiŽ literair bezien geen indrukwekkend verleden.
Petrarca schonk de republiek in 1366 zijn bibliotheek, maar de kostbare banden werden opgeborgen en meer dan honderdvijftig jaar lang vergeten, tot het grootste deel inmiddels tot stof was vergaan. 
In 1468 heeft ook kardinaal Bessarion een onschatbare collectie manuscripten geschonken, maar het duurde vijftig jaar voor de Senaat eraan dacht hiervoor een bibliotheek te laten bouwen. Toch bekleedt VenetiŽ een hoogst belangrijke plaats in de geschiedenis van de drukkunst. Al in 1441 vervaardigde men hier blokdrukken van missalen, speelkaarten en andere artikelen, en nog tijdens het leven van Gutenberg werd hier met losse letters gedrukt. In 1457 begon Johannes de Spira een drukkerij in VenitiŽ, dertien jaar later gevolgd door Jensen, een betere drukker, en in 1477 vestigden de eerste Nederlandse drukkers, Dirk van Rijnsburg en Reynold van Nijmegen, zich in deze stad. Aldus Manutius ten slotte, de grootste drukker aller tijden, haalde hier in 1492 de eerste vers gedrukte bladen van de beroemde Aldijnse pers. Nog voor het einde van de eeuw verscheen daar de Hypnerotomachia Poliphili - het eerste belangrijke geÔllustreerde boek, een bizar-fantasmagorisch, duister-erotisch, mystagogisch bedenksel, dat je evenmin een verhandeling als een roman kunt noemen. Enkele jaren later, in 1508, publiceerde Manutius een uitgebreide versie van de Ada ,gia van Erasmus, die bijna een jaar lang redactiewerk voor hem had gedaan. Tijdens de eerste twee decennia van de zestiende eeuw waren er in VenetiŽ niet minder dan 65 drukkerijen actief; driemaal zo veel als in Rome en zesmaal zo veel als in Florence.
Al die drukkers hebben zich natuurlijk niet in VenetiŽ gevestigd omdat daar zo veel vraag naar boeken was.  
In deze tijd van politieke en religieuze twisten, van pamfletten en contrapamfletten, kwamen zij hun voordeel doen met de liberale houding van de republiek inzake censuur en haar traditioneel vijandige opstelling tegenover het Vaticaan. De staat profiteerde van de levendige export van boeken, die de Senaat op karakteristieke wijze niet alleen bevorderde door de vervaardiging van controversiŽle werken toe te staan, maar ook door aanzienlijke drukkers copyright te verlenen en erop toe te zien dat de reputatie van de stad niet werd geschaad door slechte edities van de klassieken. Erasmus merkte in zijn Adagia op dat van die goede reputatie, die vooral aan Manutius te danken was, door vele slechte drukkers werd geprofiteerd: 'Er is geen andere stad die ons schaamtelozer verminkte uitgaven van de klassieken levert.' En hij schreef woedend dat bakkers een vergunning moesten hebben, terwijl iedere ongeletterde vrijuit boeken mocht drukken!
De bovenzalen van de Biblioteca bevatten een bijzondere collectie Venetiaanse boeken, van door Johannes de Spira gedrukte edities van de klassieken tot de beste voortbrengselen van de Aldijnse pers.  
Ook worden hier geÔllumineerde manuscripten bewaard: Byzantijnse codices uit de tiende eeuw, Venetiaanse gotische evangeliaria in vlammende kleuren, het beroemde breviarium Grimani uit de vijftiende eeuw met zijn Vlaamse miniaturen, en kuis verluchte en elegant geschreven humanistische handschriften. De twee kostbaar ingerichte vertrekken vormen een passend decor voor deze schatten.
In de grote zaal kijken schilderijen van twaalf filosofen, geschilderd door Tintoretto, Andrea Schiavone , Paolo Veronese  en anderen, vanuit eveneens geschilderde nissen op de bezoeker neer. Het zwaar vergulde plafond is door Veronese, Schiavone en anderen van geschilderde allegorieŽn voorzien.
 
MUSEO ARCHEOLOGICO   
Aan het einde van de arcade van de Libreria aan de kant van de campanile leidt een deur naar het Museo Archeologico, geopend van 9-14 uur, op zon- en feestdagen van 9-13 uur; 's maandags gesloten.
Het bevat Grieks, Grieks-Romeins en Romeins beeldhouwwerk, dat zowel interessant is op zichzelf als vanwege de invloed die het op Venetiaanse kunstenaars heeft uitgeoefend. Het belangrijkste deel van de collectie is in de zestiende eeuw door twee leden van de familie Grimani bijeengebracht; dit omvat werken die direct van de Griekse eilanden zijn gehaald en waarschijnlijk ook beelden die al sedert de vijftiende eeuw in VenetiŽ waren. Op de binnenplaats wordt u geconfronteerd met een kolossaal Romeins beeld dat men vroeger voor een portret van Marcus Agrippa hield, en dat zich nog in het Palazzo Grimani bevond toen de andere marmeren beelden reeds lang in staatsbezit waren overgegaan. In de achttiende eeuw heeft een of andere buitenlander, vermoedelijk een Engelsman het beeld van de familie Grimani gekocht, maar juist toen men het zou gaan inschepen, verscheen er een brigadier van politie op het toneel. Hij lichtte de hoed voor het standbeeld en sprak: 'De Hoge Raad van de Inquisitie, die heeft vernomen dat u, Sior Marco, op het punt staat deze stad te verlaten, heeft mij opgedragen u en zijne excellentie Grimani een plezierige reis toe te wensen. Grimani bleef liever in VenetiŽ en de koop ging niet door.

Piano nobile  
Een trap leidt naar de museumzalen op de piano nobile. Veruit de beste werken, zowel uit esthetisch als uit archeologisch oogpunt, zijn de elf beelden - zonder hoofden - van in chitons gestoken meisjes, die plechtig van de wanden van zaal IV naar voren treden. Deze korai, die tegen het einde van de vijfde eeuw v.C. zijn gemaakt, behoorden tot het einde van de achttiende eeuw tot de schaarse Griekse originelen uit die periode die in West-Europa te zien waren. Maar hoewel ze in de zestiende eeuw naar VenetiŽ zijn gehaald, hebben deze prachtige beelden, die het klassieke maatgevoel zuiver belichamen, tot de tijd van Canova vrijwel geen invloed gehad. Evenals in de andere steden van ItaliŽ ontleenden de kunstenaars van de renaissance in VenetiŽ hun inspiratie aan hellenistisch en Romeins beeldhouwwerk, zoals dat in andere zaten van dit museum te bezichtigen is.
Een wandeling door deze zaten is als een bezoek aan de modellen waarnaar de Venetiaanse School heeft getekend.  
De ene figuur na de andere onthult de herkomst van door de schilders en beeldhouwers van de renaissance gebruikte houdingen. In zaal V staat een Apollo die zijn rechterheup opzij zwaait en zijn linkerbeen iets naar voren zet, een houding die door Antonio Vivarini is 'geleend' voor een schilderij van Christus in de San Giovanni in Bragora en door anderen is aangepast voor afbeeldingen van St. Sebastiaan. Een hartstochtelijk liefdestafereel tussen een sater en een nimf op een altaar in zaal VI duikt van Titiaan tot Canova telkens weer op in de Venetiaanse kunst. Zaal VIII bevat beelden van vallende krijgers en een rennende Odysseus, waarmee kunstenaars het probleem van de uitbeelding van het naakte lichaam in beweging te lijf zijn gegaan en die opduiken in het werk van Bellini, Tullio Lombardo, Titiaan en Tintoretto. Er staat ook een onaantrekkelijke groep van Leda en de zwaan, die verrassend genoeg zonder zwaan verschijnt als allegorie van het Geloof in de Instelling van de eucharistie van Tintoretto in de San Marcuola. Dit is een goede illustratie van de wijze waarop de Venetianen zich van de antieke sculptuur bedienden. In tegenstelling tot de Florentijnse kunstenaars, die, toegewijd aan de idee van de oudheid, hun ontleningen aan antieke beelden duidelijk lieten uitkomen, zoals een schrijver de klassieken citeert, hebben de Venetianen de antieken alleen geplunderd om een voorraad poses op te bouwen, zonder ge- leerde bijbedoelingen.
Maar wie deze collectie uitsluitend beschouwt als interessant bronnenmateriaal voor de renaissance, doet haar onrecht.  
Vele van deze werken zijn esthetisch niet minder bevredigend dan de beelden uit de vijftiende en de zestiende eeuw die tegenwoordig zo veel meer aandacht en waardering krijgen. Het museum bevat trouwens ook enkele werken uit de renaissance: de voet van een kandelaar in zaal XII, gekopieerd van die in zaal III, en twee reliŽfs van centauren door Tiziano Aspetti.
De zalen VIII, IX en X bevatten een aantal levensechte Romeinse bustes uit republiek en keizertijd. In zaal VII staat een vitrine met gegraveerde gemmen  - intaglio's en cameeŽn als volmaakte miniaturen -, die de kunstliefhebbers en kunstenaars van de renaissance terecht hebben bewonderd.
Een geheel andere wereld, maar een waarin fijnzinnig vakmanschap niet minder hoog werd aangeslagen, is vertegenwoordigd door twee Byzantijnse ivoren in een vitrine in zaal XI.  
Het ene, dat ten tijde van Constantijn VII Porphyrogenetus, 912-959, in Constantinopel is gemaakt, stelt Johannes de Evangelist en Paulus voor, in lange, schematisch weergegeven gewaden gehuld; het andere, dat St. Theodorus en St. Joris in militair uniform toont, is provinciaal werk van iets latere datum. Beide herinneren ons aan de klassieke elementen die voortleefden in de Byzantijnse stijl en op die manier lang voor de renaissance van de vijftiende eeuw deel uitmaakten van de Venetiaanse kunst.
Te midden van vele andere belangwekkende voorwerpen bevindt zich in zaal XX een kleine verzameling Assyrische reliŽfs uit de achtste en de zevende eeuw v.C.  
Deze zijn in Nimroed opgegraven door Sir Austen Layard, die vele jaren in VenetiŽ heeft gewoond en ze aan dit museum heeft nagelaten. De zaten van het Musco Archeologico zijn verstrengeld met die van het Musco Correr, dat het grootste deel van de Procuratie Nuove in beslag neemt. Om van het ene museum naar het andere te komen moet u echter weer naar beneden gaan en de Piazza oversteken.




MUSEO CORRER   
De ingang van het Museo Correr, op werkdagen, behalve dinsdag, geopend van 10-16 uur, op zon- en feestdagen van 9-12.30 uur,  bevindt zich onder de arcade van de vleugel van Napoleon, die het San Marco plein aan de westzijde afsluit. Dit fascinerende stedelijke museum bevat naast kunstwerken ook herinneringen aan de dogen en aan het leven in VenetiŽ in het algemeen. Wanneer u de verzameling kaarten in de eerste zaal hebt bekeken, waaronder die van Jacopo de' Barbari uit de jaren 1497-1500 en de originele houtblokken waarvan deze is gedrukt, is het raadzaam de zalen op de piano nobile meteen door te lopen en te beginnen met een bezoek aan de Quadreria, de schilderijencollectie op de verdieping erboven. Alles is hier van duidelijke bijschriften. In de eerste twee zalen vindt u schilderijen uit de veertiende eeuw: kleine iconen van heiligen in schitterend gekleurde gewaden die tegen een gouden achtergrond onbewogen voor zich uit staren. Een specimen van de Venetiaanse gotische schilderkunst uit het midden van de vijftiende eeuw is de Madonna met Kind, 1083, van Giambono in zaal VI. In de volgende zaal staat een exquise kleine Pietŗ, 9, tussen 1460 en 1470 geschilderd door CosmŤ Tura uit Ferrara, waar onder het bewind van de familie d'Este tijdens de renaissance een bloeiende en belangrijke schilderschool bestond. Deze Ferrarese school is ook in zaal VIII vertegenwoordigd, met Baldassare Estenses portret van een man bij een venster dat uitziet op een scheepswerf, 53.
De zalen X, XI en XII zijn voornamelijk gewijd aan werken van Vlaamse en Duitse schilders, een blijk van de commerciŽle en artistieke betrekkingen die in de vijftiende eeuw VenetiŽ en de Nederlanden met elkaar verbonden.  
In zaal X hangen enkele schilderijen in de trant van Jeroen Bosch en Pieter Bruegel en in zaal XII ziet u een Verzoeking van de H. Antonius van Herri met de Bles uit Bouvignes bij Dinant, die onder de naam 'Civetta' in ItaliŽ heeft gewerkt. Met het gebruik van olieverf in de plaats van tempera hebben de Vlamingen in de vijftiende eeuw een belangrijke technische bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de schilderkunst. Een van de eerste Italiaanse kunstenaars die hiermee werkten was Antonello da Messina, van wie in zaal XI een Dode Christus, door engelen ondersteund hang, 42. Antonello, die van SiciliŽ afkomstig was, is opgeleid in Napels, waar hij naar het schijnt werk van Jan van Eyck en Rogier van der Weyden heeft bestudeerd. In 1475 arriveerde hij in VenetiŽ. Daar schilderde hij een altaarstuk (waarvan de resterende panelen nu in Wenen zijn) dat het nodige opzien baarde en wellicht de toon heeft gezet voor de grote architectonische altaarstukken van Giovanni Bellini en anderen. Ondanks de zeer slechte staat van conservering laat de Dode Christus - het enige werk van Antonello dat nog in VenetiŽ hangt - iets zien van de kwaliteiten die in de jaren zeventig van de vijftiende eeuw indruk moeten hebben gemaakt op de plaatselijke schilders: de olieverftechniek, die zeer verfijnde kleurschakeringen mogelijk maakt, de moeiteloos verkort en tastbaar driedimensionaal weergegeven ledematen en het kunstig geschilderde landschap dat zich tot in de verte uitstrekt. Het is mogelijk dat Giovanni Bellini in VenetiŽ zelf Vlaamse schilderijen heeft gezien, maar het lijdt weinig twijfel dat hij en alle andere Venetiaanse schilders tot aan Lotto sterk zijn beÔnvloed door het korte verblijf van Antonello in hun stad.
In zaal XIII hangt werk van de familie Bellini en haar navolgers.   
Van Jacopo, de vader, hangt er een kleine Kruisiging 29 van omstreeks 1450, een schilderij waaraan misschien ook Giovanni heeft meegewerkt, voordat hij eerst onder invloed van Mantegna en daarna van Antonello zijn rijpe stijl ontwikkelde. De inwerking van Mantegna spreekt duidelijk uit de monumentale figuren van Giovanniís Transfiguratie, Verheerlijking van Christus, nr. 27; het krachtig gemodelleerde kopje van een heilige, 10, van een onbekende kunstenaar uit de kring rond Bellini verraadt de invloed van Antonello. Op een ander aantrekkelijk anoniem schilderij, 71, zie wij doge Pietro Orseolo en zijn dogaressa knielen op een naar de laatste mode met antiek beeldhouwwerk versierde binnenplaats.
Nog een grote schat van het museum bevindt zich in zaal XV: het fascinerende genrestuk van Carpaccio dat Ruskin om uiteenlopende redenen 'het beste schilderij ter wereld' heeft genoemd, 46.   
Het is kennelijk een fragment uit een groter geheel en het onderwerp is niet duidelijk. Men heeft het 'De twee courtisanes' gedoopt, voornamelijk om de gedurfd laag uitgesneden jurken. Deze waren echter in het laatste decennium van de vijftiende eeuw voor burgervrouwen heel gewoon, en de enorm hoge schoenen werden alleen door fatsoenlijk getrouwde vrouwen gedragen. 'Op die steltschoenen zal het voor uw vrouw moeilijk lopen zijn,' merkte een reiziger eens op tegen een Venetiaan. 'Des te beter,' was het antwoord. Blond haar was in VenetiŽ heel modieus; vrouwen zaten urenlang op het dak hun haar in de zon te bleken, waarbij ze hun gezicht en schouders beschermden door een hoed zonder middenstuk op te zetten, zoals karrenpaarden die vroeger wel droegen.
In zaal XIX staat een bijzondere collectie majolica, dat technisch gesproken neerkomt op aardewerk met tinglazuur. De naam gaat terug op Majorca, waarvandaan deze waar in de vijftiende eeuw werd ingevoerd.  
 In ItaliŽ is de productie van majolica kort voor 1450 begonnen en daarna hebben de pottenbakkerijen van Faenza, de oorsprong van ons woord faience, diverse steden in UmbriŽ en VenetiŽ zelf een eeuw lang aardewerk gemaakt dat in afwerking en verfijning van ornament nergens in Europa werd geŽvenaard. Sommige van deze schalen, die in een door de beschikbare oxiden - kobaltblauw, antimoongeel, roestrood, kopergroen en mangaanpaars - beperkt kleurengamma met religieuze of mythologische taferelen werden beschilderd, behoren tot de kleinere meesterwerken van de renaissance en het maniŽrisme. De verzameling in het Musco Correr omvat stukken uit Facnza, Casteldurante, Urbino en VenetiŽ; een hoogtepunt is een zeventiendelig servies dat door een van de grootste majolicakunstenaars, NiccolÚ Pellipario, in koele tinten is beschilderd.
Via de schitterende achttiende-eeuwse bibliotheek, afkomstig uit het Palazzo Manin, keren wij terug naar de trap en zo naar de eerste verdieping.

MUSEO DEL RISORGIMENTO   
Alvorens de trap af te dalen kunt u dit museum nog het bezoeken, dat de geschiedenis van VenetiŽ sedert de val van de republiek behandelt. In een reeks vertrekken illustreren schilderijen, tekeningen, prenten en andere overblijfselen achtereenvolgens: de kortstondige democratische vrijheid van 1797-1798, met een tekening van Giacomo Guardi van de vrijheidsboom op de Piazza, de volgende acht jaar van Oostenrijks bestuur, de periode van 1809-1814, toen VenetiŽ deel uitmaakte van het rijk van Napoleon, en de lange Oostenrijkse overheersing van 1814 tot 1866. Verscheidene zalen zijn gewijd aan Daniele Manin, die in 1848 de heroÔsche maar vruchteloze opstand tegen de Oostenrijkers leidde. De laatste zaal illustreert de geschiedenis van VenetiŽ tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen de Oostenrijkse troepen de stad tot op schootsafstand genaderd zijn.
Geschiedenis Venetiaanse marine 
Als u onderaan de trap rechtsaf slaat, komt u in een vertrek dat is gewijd aan de geschiedenis van de Venetiaanse marine, met in het midden een onweerstaanbaar achttiende-eeuws model van een galei. De volgende zalen bevatten voorwerpen uit het Palazzo Morosini, die merendeels betrekking hebben op doge Francesco Morosini, de laatste Venetiaanse held. Een overdadig beschilderde en vergulde bidstoel, zijn twee standaards, waarvan een met een afbeelding van de Kruisiging, en de driedubbele lantaarn zijn allemaal afkomstig van zijn galera, zijn vlaggenschip. Ook ziet u hier enkele door hem buitgemaakte Turkse vaandels en in een vitrine staat zijn dogemuts, de cornu. Een reeks onbeholpen schilderijen illustreert de hoogtepunten van zijn carriŤre.
VenetiŽ en het Verre Oosten   
Twee vertrekken staan vol met hellebaarden en ander wapentuig, dat decoratief oogt, maar daarom nog niet minder dodelijk is. Dan volgt een zaal die de betrekkingen van VenetiŽ met het Verre Oosten weergeeft.
Bucintorio   
Het thema van de volgende zaal is de Bucintoro, het pronkvaartuig waarmee de doge jaarlijks op Hemelvaartsdag naar het Lido voer om daar het huwelijk met de zee te voltrekken. Boven de ingang hangt het rood-met-gouden vaandel dat aan de mast wapperde, maar van het schip zelf - het laatste is m 1724 gebouwd en bij de val van de republiek vernield - rest niet meer dan wat houtsnijwerk van Antonio Corradini. Het reliŽfje van St. Marcus sierde de deur waardoor de doge de ring in zee wierp, met de woorden: 'Wij huwen jou, o zee, ten teken van eeuwig durende soevereiniteit.' Maar al in de zestiende eeuw merkte een Franse schrijver op dat de Turk VenetiŽ de horens had opgezet.
Lepanto  
Na de zaal die betrekking heeft op het Venetiaanse aandeel in de overwinning bij Lepanto, met onder meer Vittoria's buste van admiraal Francesco Duodo, volgt een vertrek met munten.
Munten  
Hier liggen exemplaren van munten die zijn geslagen door iedere doge van Sebastiano Ziani (1172- 1178) tot Ludovico Manin. Eťn vitrine is gewijd aan de typisch Venetiaanse penningen die men oselle noemt. Tot de zestiende eeuw verplichtten de dogen zich bij hun kroningseed om iedere patriciŽr als nieuwjaarsgeschenk vijf eenden te geven. Toen echter de omvang van de patriciŽrsfamilies bleef toenemen, werd het steeds moeilijker voldoende vogels te vinden. In 1521 waren er niet minder dan 9000 nodig; daarom kreeg de doge toestemming van de Senaat om in plaats daarvan zilveren penningen uit te delen, die de naam oselle kregen, wat Venetiaanse dialect is voor 'vogels'. De keerzijde van deze penningen, die gewoonlijk een toespeling op de actualiteit inhield werd elk jaar opnieuw met veel vernuft ontworpen.
Dogenportretten  
Deze  hangen in de volgende zaal, die voornamelijk van belang zijn voor de kostuumgeschiedenis. Het portret van Paolo Renier door Ludovico Gallina hangt in een opvallend elegante rococolijst.
Kostuums  
Hierna volgen twee zaten met kostuums van de hoge ambtenaren van de Serenissima. De toga's herinneren eraan dat VenetiŽ in zijn ambtskledij sporen van het oude Rome bewaarde. Die van rode zijde met ingesneden fluwelen stolen werden door de procuratoren van San Marco gedragen; die zonder stool door de senatoren. De donkerblauwe toga's behoorden toe aan de savi, de hoofden van de diverse ministeries. Er is ťťn dogekleed in de zaal, een met rode zijde gevoerd kleed van vuurrode wol, dat alleen op Goede Vrijdag tijdens de mis in de San Marco werd gedragen. Schilderijen tonen andere kostuums, zoals dat van rood goudbrokaat van de opperadmiraal.

Bibliotheek  
De wanden van de bibliotheek gaan schuil achter zeventiende-eeuwse boekenkasten uit het theatijner klooster. In de vitrines ligt een collectie fraai ingebonden benoemingsbrieven die ambassadeurs, admiraals en andere hoogwaardigheidsbekleders bij hun ambtsaanvaarding van de do- gen hebben ontvangen. De dogen vormen het thema van de twee volgende zaten, waar hun voornaamste ceremoniŽle taken op schilderijen zijn afgebeeld. In de vitrine ziet u een dogen-cornu uit het einde van de vijftiende eeuw, een achttiende-eeuwse stembus die bij de stemmingen in het Palazzo Ducale is gebruikt, een van de gevlochten manden die de dogen kregen bij hun jaarlijkse bezoek aan de San Zaccaria en een van de strooien hoeden die ze overhielden aan hun visites aan de Santa Maria Formosa. De volgende zaal bevat fragmenten van beeldhouwwerk, waaronder enkele oude leeuwen van St. Marcus.
De laatste twee zalen  
Zijn in neoklassieke stijl gedecoreerd met verfijnde schilderijtjes van Giuseppe Borsato, voeren ons naar de Napolcontische vleugel. Ze zijn charmant ingericht met stoelen en tafels uit het begin van de negentiende eeuw. Bovendien staan er drie van de vroegste beelden van Antonio Canova. Die van Orpheus en Eurydice heeft hij tussen 1773 en 1776 voor senator Falier, zijn eerste mecenas, gemaakt; in dat laatste jaar werden ze op Hemelvaartsdag op de Piazza tentoongesteld. Deze werken laten zien dat Canova al op zijn negentiende technisch de knapste beeldhouwer van VenetiŽ was. Drie jaar later toonde hij de sierlijk naturalistische groep van Daedalus en Icarus, veruit het beste beeld dat sedert de zestiende eeuw in VenetiŽ was gemaakt. Hij werd bedolven onder bijval en opdrachten. Al spoedig keerde hij echter zijn eerste successen de rug toe en vertrok uit VenetiŽ naar Rome, waar hij, voornamelijk onder invloed van een groep Britse kunstenaars, zijn eerste stijl inwisselde voor het neociassicisme. Binnen tien jaar had hij zijn naam als eerste beeld- houwer van ItaliŽ gevestigd en nog voor het einde van de eeuw werd hij in brede kring beschouwd als de grootste die Europa sedert Michelangelo had voortgebracht. Pausen, koningen en keizers dongen naar zijn gunsten en behandelden hem met een eerbied die sinds Titiaan geen Venetiaanse kunstenaar meer te beurt was gevallen. In zijn rijpe stijl valt echter amper meer een spoor van zijn opleiding in VenetiŽ te bespeuren. Hij was gelijktijdig de laatste van de grote Venetianen en de eerste van de internationale kunstenaars van de negentiende eeuw.  
  
Basis bron: Agon gids voor VenetiŽ. Hugh Honour. Hoofdstuk 7  Van Uitgeverij Agon is ons geen URL, WAP of EMAIL bekend


** Uw accommodatie in geheel ItaliŽ kunt U goed boeken via Hotels/Appartementen/Booking/Italie. Geen reserveringskosten, laagste prijsgarantie, maximale keuze, onpartijdige hotelbeoordelingen, website en klantenservice in het Nederlands en nog veel andere talen.

** U vindt bij Booking meer dan alleen hotels o.a.:
 Appartementen - Resorts  - Villa's  - Hostels  - Accommodaties met onsen - Bed & Breakfasts  - Pensions  - Motels  - Ryokans  -  Vakantieboerderijen  - Vakantieparken  - Campings  -  Botels  - Herbergen  -  Aparthotels  -  Vakantiehuizen  -  Lodges  - Accommodaties bij particulieren  -  Landhuizen  -  Luxe tenten  - Capsulehotels  -  Lovehotels  - Riads  - Luxe Chalets