|
VOLTERRA,
naar overzicht
regio Toscane, zie ook eens
Vakantie in de Maremma Volterra
ligt op een hoogte van 550 m. Het is een oude stad en al bewoond tijdens de
Villanovakultuur, 10e - 8e eeuw voor Chr.. Het Etruskische Velathri was een van
de twaalf stadstaten van de
Etrusken.
In de 3e eeuw v.Chr. was de plaats het Romeinse municipium Volaterrae. Delen van de Etruskische stadsmuren, ooit 7280 m., zijn nog zichtbaar. In
de 5e eeuw na Chr. kreeg Volterra een bisschopszetel en werd daardoor centrum
van de omgeving. De bisschoppen zetelden in het castello, later werd daar een
fortezza gebouwd.
In de Middeleeuwen kwam de macht aan de commune. In de 13e en 14e eeuw was er
strijd tussen de Guelfen en de Ghibellijnen. Stadsbestuur werd gevormd door een
signora. Midden 14e eeuw hebben Florentijnen de macht in handen gekregen. In
1530 werd de stad ingelijfd bij het groothertogdom Toscane.
Piazza dei Priori
In de Middeleeuwen was de Piazza del Priori het centrum van de politieke
macht. Nu geldt het door privé- en openbare paleizen omzoomde plein als een van
de mooiste Toscaanse pleinen van deze tijd. In het streven naar gemeentelijke
zelfstandigheid weigerde de burgerij van Volterra raadsvergaderingen nog langer
in de dom te beleggen en liet daarom in 1208 het Palazzo del Priori bouwen -
het oudste Toscaanse gemeentelijke paleis, dat ook het voorbeeld voor het
Palazzo Vecchio in Florence werd. Aan de wapens die de voorgevel op de beneden
verdieping sieren, kan de geschiedenis van de stad afgelezen worden. De
heersers van de stad, van de priors tot de Florentijnse commandanten, zijn hier
vereeuwigd. Het monumentale gebouw bestaat uit vier verdiepingen. In vroeger
dagen werd het ingedeeld door rondlopende houten galerijen, waarvan de gaten en
consoles nog duidelijk te zien zijn. De afgeronde vorm van de kantelen komt, net
als de tabernakelopbouw van de toren, uit de 19e eeuw. De oostkant van het plein
wordt gedomineerd door het Palazzo Pretorio met de Torre del Podestà. Vanaf 1224
verwierf de gemeente de gebouwen rechts en links van de toren om ze tot zetel
van de Podestà, de opperste rechter, te verbouwen. Naast het gemeentehuis staat
het paleis, dat sinds 1618 als bisschoppelijk paleis dienst doet.
Vanaf de tweede
verdieping waar de Galleria Pittorica is gevestigd, kan men de toren beklimmen.
Men heeft er een mooi uitzicht op stad en landschap.
Duomo Santa Maria Assunta
Voor de bisschopskerk Santa Maria Assunta is de wijdingsdatum 1120
overgeleverd. In 1254 werd de kerk uitgebreid en in het Quattrocento opnieuw
gedecoreerd. Tijdens de verbouwing in de 13e eeuw werd ook de voorgevel
veranderd. De basiliek bestaat uit twee verdiepingen. Vermoedelijk was het de
bedoeling dat ze rijk gedecoreerd zou worden, maar ze is onversierd gebleven. De
domarchitect greep terug op traditionele vormen en nam met de blinde galerij van
de topgevel, net als met het bogenfries onder de schuine dakrand, de vormen van
de voor Pisa kenmerkende Romantiek over. Toch is er vooral door de ronde
vensters en de oculi een heterogene mengeling ontstaan. Op de benedenverdieping
wordt de middenas door een fraai marmerportaal uit 1254 benadrukt. Het timpaan
is eenvoudig maar doeltreffend met op de Oudheid geïnspireerde ornamentele
incrustatie versierd. De klokkentoren met drie boven elkaar liggende rijen
tweelingvensters met dubbele bogen werd pas in de 15e eeuw toegevoegd.
Interieur
De oorspronkelijk met fresco's versierde wanden van het drieschepige interieur
werden in de 19e eeuw beschilderd met imitatiemarmer. Al in de 16e eeuw ware de
eenvoudige Romaanse stenen zuilen met stukken marmer bekleed. Uit dezelfde tijd
stammen ook het cassetteplafond van gesneden, geschilderd en verguld hout en de
meeste altaarpanelen in de zijschepen die voornamelijk taferelen uit het leven
van Maria, de moeder van Jezus Christus laten zien.
Aankondiging,
ca. 1498 olieverf op paneel.
Mariotto Albertinelli (1474-1515)
Nog uit de 15e eeuw stamt het retabel op het tweede altaar in het
linkerzijschip. De afgebeelde 'Aankondiging' komt uit de werkplaats van de
Florentijnse renaissanceschilder Mariotto Albertinelli, die met zijn medewerker
Fra Bartolomeo della Porta gemeenschappelijk werk heeft nagelaten. Het
schilderij behoort door de Vlaamse, emailachtige kleurbehandeling in de figuren
en door zijn exacte, perspectivische compositie. Met opgeheven hand en een
verbaasd gezicht reageert Maria op de boodschap van de engel. Onwillekeurig
glijdt onze blik door het portaal in het midden naar het mooie Toscaanse
landschap dat op de achtergrond is weergegeven. Albertinelli gaf later het
schilderen op om zich aan de enige ware kunst, de kookkunst', zoals hij het
formuleerde, te wijden en onthaalde zijn collega-schilders in zijn herberg in
het centrum van Florence Da pennello ('Naar het penseel'), die nu nog bestaat.
Kruisafname,
13e eeuw hout (gedeeltelijk hersteld en verguld)
Met de 'Kruisafname', die door een Pisaanse kunstenaar vervaardigd is, heeft de
dom van Volterra een van de weinige bewaard gebleven, grote, houten plastieken
van de Middeleeuwen in Italië in zijn bezit. Overeenkomstig de traditie van
grote triomfkruisgroepen staan Maria en Johannes de Evangelist leder aan een
kant van het kruis. Tot de iconografie van de 'Kruisafname' horen bovendien
Jozef van Arimatea, die zijn armen om het lichaam van de Heer slaat om hem op te
vangen, en Nicodemus, die zich voorover buigt om de spijkers uit de voeten van
Christus te verwijderen. De figuren doen enigszins onbeholpen aan en hun greep
is niet echt stevig. Veel fouten kunnen worden toegeschreven aan de
beschildering en vergulding van latere restauraties, maar over het algemeen
lijkt de kunstenaar uit het Duccento te twijfelen tussen Romaanse en gotische
voorbeelden, tussen vormen uit de kleine en de grote sculptuur.
Kansel, 12e eeuw marmer
De domkansel hoort thuis in de rij van grote Romaanse kansels van Toscane. De
lessenaar wordt gedragen door vier granieten zuilen, die rusten op leeuwen en
fabeldieren die mensen en dieren verscheuren. Het vierhoekige balustradereliëf
toont taferelen uit het Nieuwe en Oude Testament: 'Aankondiging', 'Verzoeking',
'Offer van Izaäk' en 'Avondmaal'. Deze worden aan een kunstenaar uit de school
van beeldhouwer Guglielmus toegeschreven, die in Pisa werkte en in het midden
van de 12e eeuw veel invloed op de Romaanse beeldhouwkunst in Toscane
uitoefende. De huidige vorm en opstelling van de kansel stamt uit 1584, toen zij
na lang gedemonteerd te zijn geweest niet goed opnieuw is samengevoegd.
Avondmaal
(detail van de kansel)
Bijzonder gedetailleerd en krachtig is de weergave van het 'Avondmaal': een maal
van vis, brood, borden en messen staat klaar voor de discipelen. Aan het hoofd
rust de lievelingsdiscipel, Johannes, met zijn hoofd op de schouder van zijn
Heer. Op de voorgrond komt Judas naar voren. Als teken van zijn verraad is hij
van de discipelen afgezonderd. De duivel in de vorm van een gevleugeld,
slangachtig wezen zit hem op de hielen.
Battistero San Giovanni
Het laatromaanse baptisterium kreeg in de 16e eeuw een kloostergewelf. Sindsdien
springt het dak achter de buitenmuren terug en dat geeft het baptisterium een
opvallend accent. Het achthoekige gebouw, bestaande uit twee verdiepingen, is
vooral indrukwekkend door zijn eenvoud. Het hele gebouw bestaat uit het
zogenaamde panchina, de lokale lievelingssteen van de inwoners van Volterra'
Alleen de ingangpartij is voorzien van een wit-groen gestreept patroon;
mogelijkerwijs was dit tijdens de verbouwing in de late 13e eeuw voor het hele
gebouw gepland. De architraaf van het mooie, meervoudig geschakeerde portaal is
versierd met een rij sculpturen: naast het gelaat van Christus bevinden zich de
hoofden van Maria, Maria Salome en de elf discipelen - Judas ontbreekt. In het
interieur staat een wijwaterbekken op een vierkante zuil; deze is in de
Middeleeuwen van een cippi, een Etruskische grafstèle, gemaakt. De originele
doopvont staat rechts van het altaar en is van Andrea Sansovino uit 1502,
terwijl het grote bekken pas in het midden van de 18e eeuw werd geplaatst.
Museo Diocesane
Dit bevindt zich in de Via Roma en bevat veel kunstwerken uit de dom.
Porta all'Arco
De Porta all’Arco is de enige, goed bewaard gebleven stadspoort van een 7 km
lange Etruskische muurgordel mura etrusca, die vijf keer zoveel land omsloot als
de poort in de Middeleeuwen. Onder de kerk S.
Chiara zijn ze bewaard gebleven. Alleen in het zuiden van de stad werd de
archaïsche muur verstevigd en hier werd de Porta all’Arco geïntegreerd. Dit
indrukwekkende monument vormt sinds de bouw al ongeveer 2400 jaar de toegang tot
de stad vanuit het zuiden. Het door de zoute zeewind verweerde metselwerk van
grote steenblokken, waarvan we nog een beeld krijgen aan de hand van een urn in
het Guarnacci-museum, komt overeen met de Etruskische stadsmuur uit de 4e eeuw
v. Chr. De poort van tufsteen, die zonder specie gemetseld is, werd pas ruim een
eeuw later toegevoegd en verving de vroegere bekleding van hout. De poort is
versierd met koppen, die intussen door verwering bijna onherkenbaar zijn
geworden. Het is mogelijk dat deze koppen Jupiter en de twee Dioscuren Castor en
Pollux voorstellen of de opperste Etruskische godheden Tinia, Uni en Menvra, die
met de kapitolijnse goden Jupiter, Juno en Minerva overeenkomen en de
beschermgoden van de stad waren. Tegelijkertijd met de poort ontstond het
tongewelf in de doorgang. Aan belde bouwwerken is te zien dat het Etruskische
volk -waarschijnlijk zelfs als eerste in Europa- al het wigvormige wangewelf
gebruikten.
Via's
In de Via Porta all Arco Etrusco zijn veel albastwerkplaatsen en winkels.
Woontorens en middeleeuwse huizen vindt men in Via Ricciarelli. Via Buonparenti
en Via dei Sarti.
Museo
Etrusco Guarnacci
In het paleis van Mario Guarnacci bevindt zich een van de belangrijkste
verzamelingen van Etruskische kunst in Italië. De collectie omvat vondsten van
de prehistorische tot de Romeinse tijd, maar wereldfaam genieten vooral de meer
dan zeshonderd Etruskische urnen. Het museum gaat terug op een schenking van de
kanunnik Pietro Franceschini in het begin van het onderzoek naar de Etrusken in
Italië in 1732. Verzamelaar en onderzoeker Mario Guarnacci, die op de kwaliteit
en het belang van de Etruskische kunst heeft gewezen, liet vervolgens in 1761 de
stad zijn omvangrijke collectie na. Sindsdien heeft de collectie van het museum
zich voortdurend uitgebreid door opgravingen, schenkingen en aankopen. Bij de
nieuwe inrichting is erop gelet dat, met behoud van de oorspronkelijke
verzameling, de bezoeker een thematisch-chronologische rondgang door de
Villanova-tijd kan maken via afzonderlijke etappen van de Etruskische cultuur
tot aan de Romeinse werken. Standbeeld van een jongeman, do zogenaamde 'Ombra
della Sera', 3e eeuw v.Chr. brons, ca. 60 cm Raadselachtig en voor moderne ogen
tegelijkertijd fascinerend zijn de slanke, uitgerekte bronzen figuren die in
Midden-Etrurië in de graven bijgezet werden. Uit Volterra stamt het bijna 60 cm
hoge standbeeld van een jongeman, dat zich al sinds de 18e eeuw in de
Guarnacci-collectie bevindt. Gabriele dAnnunzio, een dichter, noemde het
doeltreffend 'Ombra della Sera' - avondschaduw. Inderdaad doen de proporties aan
door de avondzon verlengde schaduwen denken en de figuur zelf lijkt op een
modern kunstwerk uit de 20e eeuw. Alleen het hoofd, de voeten en de genitaliën
van de naakte figuur zijn plastisch vormgegeven. Overeenkomstige votieffiguren
werden als verzoek of dank aan de goden gewijd en konden als krijger of priester
geïdentificeerd worden. Onduidelijk is of dit type verwijst naar een bepaalde
cultus. De onconventionele haardracht duidt op invloeden van 'de Griekse
portretkunst uit de 3e eeuw v.Chr.
Urn,
De dood van Actaeon, 2e eeuw v .Chr.
De mannen en vrouwen die in een liggende houding op de deksels van urnen
afgebeeld werden, zijn geen portretten van de echte overledenen, maar
decorstukachtige beelden die met kleine variaties seriematig voor dit doel
werden vervaardigd. Hetzelfde geldt voor de op de urnen afgebeelde taferelen,
die voornamelijk episoden uit de Griekse of lokale mythologie tonen en in de
regel thematisch betrekking hebben op een doodsstrijd of een andere ongelukkige
gebeurtenis. De hier afgebeelde kist toont een in de grafplastiek geliefde
voorstelling: de held Actaeon, die door centauren tot jager opgeleid was, slaat
heimelijk de godin Artemis en haar nimfen gade terwijl ze een bad nemen en wordt
dan door hen ontdekt. De vertoornde godin verandert hem daarop voor straf in een
hert en zo wordt Actaeon door zijn eigen honden, die hem niet herkennen,
verscheurd. De voornaam geklede, met sieraden behangen dame op het deksel is
afkomstig uit de Etruskische bovenlaag. Haar haar is kunstig opgestoken, ze
draagt een krans op haar hoofd en er valt een dunne sluier van haar schouders
naar bene- den. In haar rechterhand houdt ze de patera vast, de offerschaal voor
het opvangen van het bloed van het offerdier. Op de voorkant van het deksel is
in Etruskische letters haar naam gegraveerd.
Deksel van een urn, Urna dogli Sposi, 1e eeuw v.Chr. terracotta
Het beroemde urnendeksel uit Volterra toont een echtpaar dat in de voor de
maaltijd gebruikelijke houding op de kline (ligbank) ligt. Ze kijken elkaar
ontspannen aan. Opvallend is de onproportionele ver- houding tussen lichaam en
hoofd. De levensechte uitdrukking van de lichaamshouding wordt benadrukt. De
uitvoering van de overtuigend realistische gezichten en kleding is een spannende
variant uit de late fase in de Etruskische kunst in het begin van de Ie eeuw
v.Chr. en getuigt van grote technische virtuositeit. Dit vakman- schap wordt nog
duidelijker door de keuze van terracotta - materiaal dat door de geringste
aanraking van het modelleermesje de weergave van de kleinste details moge- lijk
maakt. De onderwerpkeuze -een echtpaar aan het banket, wat symbolisch was voor
de waarde van de familiebanden de keuze van het materiaal getuigen van de wens
van de opdrachtgever zichzelf op 'klassieke' wijze te laten vereeuwigen. Met
deze terugblik, deze herleving van de klassieke tradities, omgaf de aristocratie
uit Volterra zich na de belegering van Sulla, aan de vooravond van de opheffing
van de Etruskische stedenbond en de op handen zijnde integratie in de Romeinse
staat. De Etruskische liggende figuur heeft veel invloed op de beeldhouwkunst in
de daaropvolgende perioden gehad; de Romeins- klassieke grafmonumenten, maar ook
de beeldhouwkunst van de Protorenaissance getuigen van nauwkeurige kennis van de
Etruskische voorbeelden.
Fortezza
Deze vesting staat op het hoogste punt en is gebouwd in de 14e eeuw. De
plattegrond heeft de vorm van een trapezium en een toren, de Femina, in de vorm
van een halve ellips. In het westen ligt de vierkante Rocea Nuova met vier
hoektorens en een ronde middentoren, de Maschio. Beide delen zijn door muren
verbonden. Deze burcht, gebouwd door de Florentijnen, diende als dwangburcht om
de plaatselijke bevolking er onder te houden.
Teatro Romano
Toen men in 1950 begon met de opgravingen tussen de middeleeuwse en de
klassieke stadsmuur kwamen ruïnes van een aan de godin Bona gewijde tempel, een
theater en een thermencomplex tevoorschijn. Aan het eind van de 1e eeuw v.Chr.,
in de tijd van Augustus, kreeg Volterra in opdracht van de Etruskische familie
Cecina, die in Volterra woonde, een theater. De steil aflopende, halve cirkel
van de toeschouwers tribune werd in de heuvel gebouwd en er kwamen negentien
rijen stenen zitplaatsen, die via radiaal aangelegde traptreden en een, nu nog
zichtbare, overdekte gang te bereiken waren. Aan de voet van de toeschouwerrang
ligt de halfronde orchestra, waarin ook de hooggeplaatste personen hun zitplaats
hadden. Achter de diepte voor het toneelgordijn ligt het toneel en de toneelwand
(gereconstrueerd). De thermen die daar direct achter liggen, zijn in de 1e helft
van de 4e eeuw n.Chr. met het materiaal van het tussentijds volgestorte theater
aangelegd. Nu nog herkenbaar zijn de kleedruimte en het frigidarium, tempidarium
en caldarium - de afzonderlijke koude, warme en hete baden.
Albast uit Volterra
Chemisch gezien is albast een sulfaat van calciumhydraat,
dat gedurende miljoenen jaren uitgekristalliseerd is in zeewater en later door
aardverschuivingen ingesloten is. De formule zegt echter weinig over dit zachte,
fijn kristallijnen materiaal. De
Etrusken kenden
albast al van de langwerpige, slanke zalfflesjes zonder oren en met een nauwe
hals die ze uit Egypte importeerden en die in het Grieks alabastron
werden genoemd.
Met het winnen van albast in de omgeving van Volterra begonnen de Etrusken zelf
met de verwerking en de ontwikkeling van een bloeiende handel in kunstvoorwerpen
van albast. Voor de verwerking van de naar verhouding zachte steensoort konden
ze dezelfde gereedschappen gebruiken die nodig waren voor de bewerking van hout.
In talrijke werkplaatsen werd het materiaal met grote artistieke vaardigheid tot
sculpturen, urnen, vazen en schalen verwerkt.
Terwijl het minderwaardige, goedkope en bontgekleurde kunstalbast van stof en
cement wordt gemaakt, bestaat natuurlijk asbest in de kleuren melkwit, groen,
geel, oranjerood en barnsteenachtige kleuren, zoals de begeerde agata-albast. De
soms geaderde steensoort onderscheidt zich bovendien door zijn transparantie. Zo
wordt doorschijnend albast, de zuiverste en de duurste soort, bij voorkeur
gebruikt voor lampen en kerk- en mausoleumramen.
Terwijl marmer de indruk van koele gladheid en duurzaamheid maakt en daarom bij
voorkeur voor grafstenen en monumenten wordt gebruikt, is albast met zijn
matzijden glans een levendig, warm materiaal met een bijna erotische
uitstraling. Zonder scherpe kanten lijken de contouren in elkaar over te vloeien
en op te lossen in het onbekende. Metaforen als albasten schouders of een huid
van albast verwijzen naar deze eigenschap. Net als het menselijk lichaam is deze
steensoort aan een verouderingsproces onderhevig en doet niet, zoals marmer,
onveranderlijk aan. De verwering slaat in veel grotere mate toe: zon, water,
hitte en kou zorgen ervoor dat albast met de tijd vergeelt.
Bron: Toscane, Kunst & Architectuur. Uitg. Könemann. Auteurs: Anne
Mueller, Ruth Strasser
Ufficio
de Turismo
Piazza dei Priori 19 – 20 56048
Volterra (Pisa) Italia, Italy. -
Tel.en Fax 0039 0588 87257
E-mail: volterratur@sirt.pisa.it
-
* U kunt een Pianta della città aanvragen.
|