BAROK BOUWKUNST, naar overzicht kunsthistorie

VORMENTAAL en KARAKTER
Vrije toepassing van renaissance vormen
Alle bouwelementen uit de renaissance worden overgenomen, maar behandeld op zeer vrije wijze. Zuilen en pilasters krijgen verdikte banden of worden geschroefd, frontons worden doorbroken. De zwelling van de zuilen wordt groter, het lijstwerk overmatig zwaar, de gebeeldhouwde versiering is voller en doorbreekt het door de architectuur geboden kader. De gevels hebben sterk uitspringende delen of zijn soms op golvende lijn gebouwd. Alle vormen worden meer bewogen en berekend op lichtinval en schaduwwerking. Op de gevels worden deuren en vensters in een doorlopende muurversiering gevat. De barok architect denkt niet zuiver bouwkundig en zoekt door schilderachtige middelen aan zijn werk het beoogde feestelijk uitzicht te geven.
Onstuimige vaart naar omhoog
Het ideaal van de renaissance bouwkunst was een evenwicht bereiken met beklemtoning van rustgevende horizontale lijnen. De barok heeft een voorkeur voor opgaande lijnen. De kolossale orde, die twee of meer verdiepingen omvat, richt de blik naar omhoog. Koepels steunen nu op hoog uitgewerkte trommels. De in de renaissance ontbrekende torens komen opnieuw in zwang. De horizontale werking van het klassieke lijstwerk wordt door brekingen gemilderd.
Gebouw en omgeving worden als één geheel uitgewerkt
De bouwmeesters zien groots en streven naar eenheid tussen het door ben ontworpen gebouw en het kader waarin het geplaatst wordt. Monumentale trappen en omsluitende galerijen verbinden bouwwerk en omgeving. Pleinen, tuinen en parken worden opgevat als voortzetting van het gebouw dat zij omringen. De Franse tuinarchitectuur is uit dit streven ontstaan, stedenbouw wordt een opgave.
TRIOMFANTFLIJKE VOLBAROK     
Het kerkgebouw als afstraling van de hemelse heerlijkheid
Zoals in de renaissance gaat de voorkeur naar een grote binnenruimte met bekronende koepel. De centrale aanleg echter moet in het begin wijken voor de basilicale aanleg om meer ruimte voor de gelovigen beschikbaar te hebben. De jonge jezuïetenorde heeft een voorkeur voor een kort koor of een op de kruising aansluitende koornis om het altaar zo dicht mogelijk bij het volk te kunnen plaatsen. Buiten wordt de klemtoon gelegd op de voorgevel, als een scherm vóór het gebouw aangezet. Van binnen wordt een speciale sfeer geschapen door afwisselend hel verlichte en duistere ruimten. Het goed zichtbare hoofdaltaar wordt zeer hoog in de vorm van een zuilenportiek opgetrokken, versierd met een groot schilderij of beeldentafereel. Vooral na 1650 wordt het altaar een echt theater podium met schermen en lichteffecten. Gewelfschilderingen vol zwevende figuren geven de illusie dat de ruimte tot in de hemel doorloopt.
Romeinse barok kerken
Reeds Michelangelo had de weg gewezen naar de barok door de voorkeur voor de kolossale orde en door de plastische opbouw van de Sint-Pietersbasiliek te Rome. Maar Vignola’s Gesùkerk, 1568-1575, werd het werkelijke uitgangspunt van de Italiaanse barok kerk. De eenheidswerking van het ruime schip zonder zijbeuken, de overvloedig licht doorlatende koepel, samen met het later aangebrachte zware beeldhouwwerk en de drukke koorversiering, geven aan deze ruimte een triomfantelijke sfeer, die beantwoordt aan de vernieuwde geloofsijver na het concilie van Trente. De voorgevel, 1572, van Giacomo della Porta, 1541-1608, had reeds de in de barok veel gebruikte S-vormige vleugelstukken, die het hoogteverschil tussen schip en lagere zijpartijen moeten opvangen.
Aan de als centraalbouw bedoelde Sint-Pietersbasiliek worden door Carlo Maderna, 1556-1629, twee schiptraveeën toegevoegd, waarvoor een machtig voorportaal, als barok uitwerking van een antiek tempelfront. Beeldhouwer Bernini, 1598-1680, ontwerpt de colonnade in ellipsvorm, 1657-1660, om een ruim voorplein, waardoor het grootse bouwwerk op passende wijze aansluit met de omgeving.
Latere bouwmeesters houden niet van een lange beuk, maar maken de koepels steeds wijdser. De hoofdruimte wordt in ellipsvorm of volgens een meer gecompliceerde golvende lijn uitgewerkt. Zowel Bernini als Francesco Borromini, 1599-1667, houden van voorgevels op in- en uitzwenkende lijn. . Overladen binnen- en buitenversiering verdoezelt steeds meer de bouwvormen : beeldwerk en ornamenten, gebeeldhouwd of geboetseerd in een mengsel van gips en marmerpoeder (stucco), veelkleurig marmer en beschildering.
Zuid-Nederlandse barok kerken
De door Beeldenstorm en opstand vernielde kerken worden heropgebouwd. De jezuïetenorde heeft een voorkeur voor een zeer kort koor of een halfronde koornis. Later bouwen ook de premonstratenzers abdijkerken in een nieuwe stijl met behoud evenwel van een langgerekt koor, Averbode, Grimbergen. De bedevaartskerk van 0.-L.- Vrouw van Scherpenheuvel op last van de Aartshertogen gebouwd, 1609-1618, is een barok koepelkerk op zevenhoekige plattegrond; het nieuwe stadje er rond is aangelegd in stervorm. Bouwmeester is de veelzijdige Wenzel Coberger, 1560-1637, die geruime tijd in Italië de nieuwe opvattingen had kunnen bestuderen.
De kerk van de Jezuïeten, nu St.-Carolus kerk te Antwerpen, 1615-1621, wordt door broeder Peter Huyssens, 1577-1637 en pater Aguilon ontworpen als een zuivere basiliek zonder dwarsschip, maar met gaanderijen boven de zijbeuken.
Door de rijke versiering in veelkleurig marmer, zolderschilderingen van P. P. Rubens en houtsnijwerk is dit gebouw alsdan de meest geroemde bezienswaardigheid van Antwerpen : de voorgevel is geïnspireerd op deze van de Gesùkerk te Rome. Eigen vinding is de 'geboetseerde' toren met opengewerkt koepeltje, de best geslaagde barok toren. Bij de meeste kerken wordt een gotische structuur bekleed met barok vormen. De meest typische barok kerkgevel staat voor de Sint-Michielskerk te Leuven, vroeger jezuïetenkerk, 1650-1666 gebouwd door pater Willem Hesius, 1601-1683.

Wij ontvingen van Frits Schetsken de volgende aanvullingen c.c. correcties:

op uw pagina kunsthistorie-barok haalt u als voorbeeld van barokke kerken in België de Antwerpse sint-carolus borromeuskerk aan. daar hebt u het over de plafondschilderingen van pieter paul rubens. helaas zijn deze 39 fresco's bij de grote brand van 1718 volledig verloren gegaan, zodat ze vandaag niet meer te bezichtigen zijn. hetzelfde geldt trouwens voor een groot deel van het destijds rijkelijk aanwezige marmer. wel is bij die brand de kapel van de familie houtappel in deze kerk gespaard gebleven. in die vrij grote ruimte is nog wel veel van de uitbundige versiering te zien. van de oorspronkelijke vier schilderijen achter het altaar, die via een katrollensysteem konden wisselen - ze kunnen in de vloer wegzakken - zijn er drie in de oostenrijkse tijd meegenomen naar wenen, maar er zijn enkele nieuwe voor in de plaats gekomen en het systeem zelf is nog intact.
voor een interieur met veel marmer kan je nog terecht in de naamse jezuïetenkerk (rue du collège 17), die vandaag bekend staat als de saint-loup, omdat hij een afgebroken parochiekerk van die naam vervangt. oorspronkelijk is het echter de kloosterkerk van het jezuïetencollege, waarnaar de straatnaam nog verwijst. de voorgevel is niet meer origineel, maar een identieke herbouwing uit 1865-\'67. het interieur wordt gerestaureerd en is thans enkel zichtbaar via een glazen portiek achter de ingang. de saint-loup is net als de sint-carolus borromeus een ontwerp van de jezuïetenbroeder pieter huysens, een bruggeling, die zelf metselaar was geweest voor hij intrad. de saint-loup is gebouwd in de jaren 1621-1645, dus na de antwerpse jezuïetenkerk. die antwerpse kerk heette trouwens in de tijd van rubens ook niet carolus borromeus, want die naam dateert ook hier van de periode na opheffing van de jezuïetenorde, toen de kerk van kloosterkerk tot parochiekerk werd.
van de naamse kerk is bekend dat die door de franse dichter charles baudelaire is bezocht toen deze bij félicien rops op bezoek was. zijn commentaar was: \"saint-loup, merveille sinistre et galante, un terrible et délicieux catafalque.\" hij zag al dat marmer dus op zijn manier. de uitspraak is hem overigens slecht bekomen, hij kreeg een beroerte en is daaraan uiteindelijk in brussel overleden. en dat is natuurlijk ook een barokke manier van theatraal sterven.
met vriendelijke groet,
frits schetsken.


PLECHTSTATIGE KLASSICERENDE BAROK      
Afgemeten grootsheid
Nooit hebben de Franse architecten hun zin voor maat verloren. Zij geven toe aan het streven naar grootsheid, maar blijven trouw aan de zuivere klare lijn, aan de overzichtelijkheid van de opbouw. Trouwens de in 1671 opgerichte Académie d'Architecture draagt er zorg voor dat alle gebouwen op passende wijze uitdrukking geven van de waardigheid van de absolutische vorst. De rechte lijn is overheersend met zo klassiek mogelijk gehouden zuilen, hoofdgestellen en driehoekige frontons als hoofdelementen. Zij blijft ook bewaard n de hoge koepeltrommels, de bekronende balustrades, de terrasdaken ofwel de tweeledige mansardedaken, naar architect François Mansart, met vlakke helling en steil benedendeel, waarin staande dakramen. Naast de kolossale orde worden ook twee of drie zuilenorden boven elkaar toegepast.
Franse koepelkerken
De zuiverste uitdrukking van de Franse kerkelijke barok bouwkunst zijn deze op centrale aanleg - rond, vierkant of Grieks kruis - met hoge koepel, die als het ware de gevelpartij bekroont. De mooiste belichaming hiervan is de kerk van St.-Louis-des-Invalides, 1693-1706,  te Parijs door Jules Hardouin-Mansart, 1646-1708, een voorbeeld van maat en beredeneerdheid.
Vorstelijke paleizen
Aan het kasteel van Versailles hebben verschillende architecten gewerkt, 1624-1710, en toch vertoont het een eenheid. De kern van het paleis is de rechthoekige cour d'honneur, slechts aan drie zijden omgeven door bouwvleugels met in het midden de staatsievertrekken en de monumentale trap. Later worden er nog lange zijvleugels aangebouwd; de totale gevellengte bedraagt meer dan 500 m. De in 1678 door de Vau begonnen en door Hardouin-Mansart voortgezet gevelfront aan de tuinzijde is sober opgevat : op een onderbouw staat de hoge hoofdverdieping met zuilen en pilasters en doorlopende kroonlijst, daarboven een lage attiekverdieping en een balustrade.
Aan het Louvre wordt een vleugel bijgebouwd. De Italiaan Bernini legt een beweeglijk volbarok plan voor in 1665, maar de sobere rechtlijnige en toch indrukwekkende colonnade van Claude Perrault krijgt de voorkeur. De inrichting van de paleizen wordt onder de leiding van de directeur van de Académie Charles Le Brun, 1619-1690, verzorgd door de in 1664 opgerichte Manufacture Royale des Meubles de la Couronne, beter gekend als Manufacture des Gobelins. De met allerlei kostbare houtsoorten en schildpadschelp ingelegde en met verguldkoperen ornamenten versierde, meestal zware meubels en de indrukwekkende reeksen van grote wandtapijten met heroïsche taferelen, geven aan de grote paleizen een plechtstatig karakter, in overeenstemming met de koninklijke hofhouding.
De symmetrische 'Franse tuin'
Vermits het gebouw met de omgevende natuur een eenheid vormde, wordt de parkaanleg aan een strenge ordening onderworpen. Door zijn natuurdecor van Versailles, 'les jardins de I'intelligence', is André Le Nôtre, 1613-1700, de schepper van de symmetrische tuinaanleg, met keurig verzorgde bloemperken volgens statig patroon, goed bestudeerde vijvers en fonteinen, geknipte palmomrandingen, rechte bomenrijen en bosmassieven (jardin français).
Grootse maar strenge gebouwen in Engeland
De Engelse bouwmeesters houden het bij Vitruvius 'theoretische opvattingen en bij Palladio's modelboeken. Inigo Jones, 1573-1652, studeert trouwens zijn vak in Italië. Zijn kleine St.-Paul's in Covent Garden 1635 te Londen in de vorm van een Etruskische tempel bewijst zijn grondige theoretische kennis. Zijn vele bouwwerken voor hof en adel, te Londen en op het platteland, met hun gesloten eenvoudige algemene vorm, met een koele voornaamheid der verhoudingen en uitermate sobere versiering, bepalen voor meer dan een eeuw het karakter van de Engelse bouwkunst. Van het groots ontworpen koninklijk paleis van Whitehall blijft alleen het Banqueting House over, 1619-1621. De strenge rechthoekige gevel met basis in rustica, twee door halfzuilen en pilasters gelede bovenverdiepingen waarboven een balustrade, werkt statig en koel.
Na de grote brand van Londen in 1666 krijgt Christopher Wren, 1633-1723 een grote kans. Zijn groots opgevat algemeen plan van aanleg, tekenend voor het streven van de barok naar samenvatting, kan evenwel niet worden uitgevoerd. Tussen de meer dan 50 door hem herbouwde kerken en kapellen, munt de St.-Paul’s Cathedral, 1675-1710, uit door monumentale uitwerking. Ze is een repliek van de Sint-Pietersbasiliek te Rome, maar zonder het jubelende, triomfantelijke karakter. De vormen blijven droog en streng, de sfeer erg nuchter. Toch zijn hier ook kenmerkende elementen voor de barok aanwijsbaar : de hoge koepel met dubbele trommel, de twee torens naast de portiekgevel, de louter als scherm hoger opgetrokken zijmuren van de zijbeuken om de constructie aan het oog te onttrekken.
Burgerlijke deftigheid in de Verenigde Provinciën
Sterke Franse invloed en degelijke onderlegdheid in Palladio's theorieën hebben vorm gekregen aan de in hoofdzaak stedelijke bouwkunst van het welvarende Holland. Kleine stadhouderlijke paleizen, als het Mauritshuis, 1633-1635, in 's-Gravenhage, of van burgertrots getuigende raadhuizen, zoals dit van Amsterdam, 1648-1662, beide van Jacob van Campen, 1595-1657, hebben brede rechthoekige volumes, door hoge pilasters ingedeelde gevels met eenvoudige omlijste vensteropeningen. Licht- gekleurde zachte natuursteen, soms gecombineerd met baksteen, verhindert al te grote strengheid.
De architectenfamilie Vingboons past deze bouwwijze aan voor brede en smalle stadswoonhuizen, en bepaalt hierdoor het zo typische gelaat van de Hollandse stadskernen. Zij brengen de brede paleisachtige, verfijnde patriciërswoningen in de mode. Het mooiste voorbeeld is het Trippenhuis te Amsterdam door Justus Vingboons, 1660-1662, met basisverdieping, brede gegroefde pilasters van de kolossale orde, een zware gebeeldhouwde fries en een fronton op het middenrisaliet.
Onder de naar Holland uitgeweken Fransen moet Daniel Marot, 1661-1752, vermeld worden, die Franse Louis XIV-siermotieven toepast en aldus aan de nuchtere Hollandse bouwwijze een fleuriger toets toevoegt.     

 ** Via Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in 92 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!
 ** Hoe we met Google naar afbeeldingen van Toulouse Lautrec zochten.
 ** Hoe kunnen we werken met "Google Aangepast Zoeken"?
 ** Kunsthistorische schets geeft een eenvoudig totaal overzicht.
 ** Hoe maak ik een printversie van de pagina"?
 ** Door tekengrootte  te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren. 
 ** Zie ook onze boekenpagina eens
 ** Met het vernieuwde zoekveld kunt u zoeken in "Stedentips".
  



  

29-10-2011