![]() Gotische kunst. "Geraamte" van een gotische kathedraal. Uit W.P. deel 10. Triforium = smalle loopgang onder de vensters van de hoofdbeuk. Is in de dikte van de muur uitgespaard en open naar het schip door bogen. Scheiboog = boog tussen twee beuken. Fiaal = spits bekroningsstuk boven verticale bouwdelen, bezet met hogels en uitlopend in kruisbloem. Hogel = knopvornig siernotief, ook openkrullend bladmotief. Pinakel = siertorentje. Caput=boofd) naar boven breder wordend kopstuk op een zuil. Dient om de last op een smaller draagvlak over te brengen. Dorisch kapiteel: zwaar breed kussen en zware vierkante dekplaat, geen versiering. Ionisch kapiteel: eierlijst onder het kussen, geflankeerd door twee parallelle voluten, spiraalvormige versieringen, en dunne dekplaat. Corintisch kapiteel: korfvorm bekleed met rijen omkrullende acanthus bladeren, vier voluten en uitgesneden dekplaat. Kelkkapiteel: met naar boven uitzwaaiende cilinder met bladknoppen of historische voorstellingen. Terug naar Gotische Kunst |
01-sep-2010 |