|
IMPRESSIONISME
, naar overzicht
kunsthistorie
Impressionisme, Lat.
impressio = indruk, is de benaming voor een hoofdzakelijk Franse stroming en was de reactie van jonge schilders
tegen de nog classicistische opvattingen van de tijd. Reeds in 1863 wordt het
Parijse kunstmidden geschokt door de weigering van het officiële salon aan vele
jongeren, die van Napoleon III de toestemming bekomen voor het oprichten van een
Salon des refusès. Manet stelt er zijn doek tentoon
Le dejeuner sur l'herbe dat door zijn onderwerp maar ook door zijn
techniek een inbreuk is op de gangbare normen. Halve tonen en overgangen zijn
geweerd, alleen volle tonen worden gebruikt. De schaduwen zijn niet meer bruin,
grijs of zwart, maar nemen de kleur van voorwerp en atmosfeer aan.
De geweigerden van het Salon, onder wie Monet, Renoir, Pissarro, Sisley,
Cézanne, Degas, Guillaumin en Berthe Morisot, organiseren in 1874 een
tentoonstelling in het atelier van de fotograaf Nadar. De journalist L. Leroy
geeft hen spottend de naam van impressionisten, naar de titel van een werk van
Monet,
Impression, soleil, levant.
Hun doel was de onmiddellijke weergave van het geziene, als een momentopname,
zonder toevoeging van literaire of andere bestanddelen. Wegbereiders zijn hierin
geweest Boudin, Jongkind en Manet.
Impressionisme is het resultaat
van een realistische waarneming, een momentopname zoals die gebeurt door de
fotografie, die in dezelfde periode in gebruik is. Louis J.M. Daguerre
(1787-1851), kunstschilder en mede-uitvinder van de fotografie, werkt sinds 1829
samen met Nicéphore Niépce (1765-1837), de eerste die houdbare fotografische
afbeeldingen maakte. In 1839 vindt bij een procédé waarbij fotografische beelden
op gecodeerd zilveren of verzilverd-koperen plaatjes worden vastgelegd. Het is
trouwens opvallend dat vele van de impressionisten zelf fotograferen en de foto
als hulpmiddel bij hun schilderen gebruiken.
Vluchtige weergave van de atmosfeer belangrijk
Feitelijk vangen onze ogen alleen lichttrillingen op. We zien alleen
kleurvlakken, geen omtreklijnen, diepte en massa, die door het verstand en de
verbeelding worden toegevoegd. Alle kleuren die we zien zijn dus vormen van
licht. Verf is echter een lichtloze massa en hoeveel wit of geel er ook wordt
toegevoegd, het zal nooit de natuurlijke lichttrilling benaderen. Door het
verplaatsen van hun schildersezel van het atelier naar de open lucht, op de
boorden van de Franse rivieren en kanalen worden de impressionisten aandachtig
voor het dynamisme van de lichtweerkaatsingen op watervlak en bladgroen. De
oplossing voor de chemische weergave van deze indruk vinden ze in de wetten van
de natuurwetenschappen. De toetsen worden gefragmenteerd zodat niet meer met
effen vlakken wordt gewerkt, maar met kleine borsteltrekken in kommavorm. De
tonen worden gescheiden, gedivisioneerd, op basis van de zuivere kleuren volgens
de wet van de complementairen. Het palet wordt helder en de schaduwen zelf
worden gekleurd. Grijzen en bruinen worden vervangen door zuivere kleuren. De
omtreklijnen verdwijnen evenals het clair-obscur en duidelijke details. De
impressionisten schilderen kleurvlekken naast elkaar en met die kleurvlekken
bouwt de toeschouwer de vormen op.
Eigen impressionistische onderwerpen
Daar het impressionisme enkel wil weergeven wat het oog waarneemt, heeft het
als thema's: bij voorkeur landschappen en waterpartijen, in mindere mate
portretten en taferelen; geen constructies van de geest zoals historische
stukken en allegorieën. Renoir blijft regelmatig de menselijke figuur
gebruiken. De kennismaking met het werk van Turner en Constable versnelt de
ontwikkeling van de impressionistische techniek.
Kenmerken
- er is een realistische waarneming, weergeven wat het oog ziet,
- weergave is een momentopname,
- licht en sfeer wordt op aparte wijze weergegeven,
- de kleur staat onder invloed van het licht,
- korte en kleurige kwaststreken,
- onderwerpen komen uit de natuur,
- er worden geen grijze, bruine of zwarte kleuren gebruikt,
- onderwerpen hebben geen probleemstelling of boodschap,
SCHILDERKUNST
De voorloper : Eduard Manet (1832-1883)
Bestudeert aanvankelijk de schilderkunst of inspireert zich op thema's van
Raffaël (Déjeuner sur l'herbe), Velasquez en Goya, maar ontwikkelt een zeer
persoonlijke stijl die, zoals uit zijn Déjeuner sur l'herbe (1863) is gebleken,
een hele vernieuwing meebracht. Het onderwerp verandert, maar ook de techniek:
het doek wordt gecomponeerd met kleur en niet met figuren. De kleurwaarden
worden tegen elkaar afgewogen, fris en in levendige harmonie. Ook zijn
Olympia, geïnspireerd op de Venus van Titiaan, krijgt een vernietigende
kritiek, omwille van de zonder overgang en zonder schaduw naast elkaar
geplaatste kleuren. De manier waarop hij het wit in zijn doeken aanwendt zal
door de impressionisten, vooral Monet en Renoir, worden overgenomen. Pas in 1866
vindt Manet in Emile Zola een ernstige verdediger.
De ontdekkers: Renoir en Monet
Als volgelingen van Courbet gaan ze 's zomers de landingssteigers van
Bougival schilderen. Ze trachten de waargenomen lichtreflexen en de veelkleurige
drukte van het tafereel, zojuist mogelijk weer te geven. Dit kunnen ze niet met
de traditionele techniek, maar ze ontdekken dat ze de beweeglijke glans van het
leven kunnen treffen en weergeven door de voorwerpen op te lossen tot een
wemelend spel van kleurvlekken.
Auguste Renoir (1841-1919)
Bestudeert in zijn vroege werken de oude meesters in het Louvre, Titiaan en
Rubens; men voelt nog zeer goed de invloed van Delacroix, Corot en Courbet. Maar
hij verblijft veel in de natuur, o.a. in gezelschap van Monet, en wordt geboeid
door de zon en het licht. Zijn werk is vol levensblijheid, zijn coloriet is warm
en rijk, maar nooit zal hij de vormen volledig laten oplossen in het licht,
zoals Monet. Omdat zijn doeken dikwijls het licht- en schaduwspel onder het
lover weergeven in gulden zonnevlekken en violette schaduwen, noemt men ze met
schimmel bestrooid zoals in
Le Moulin de la Galette . Meer dan andere
impressionisten heeft hij belangstelling voor de mens en speciaal voor de vrouw;
het pastel verleent hem hierbij een bijzondere gevoeligheid. Na zijn reis naar
Italië in 1881 komt er verandering in zijn werk. Hij legt zich weer toe op de
tekening, de compositie wordt compacter en de kleuren koeler. Na 1890 vindt hij
een synthese tussen beide schilderwijzen.
Claude Monet (1840-1926)
Is de meest impressionistische van de impressionisten. Herkomstig van Le Havre
en ook later aan het water gevestigd, zoals te Bougival, is de lichtweerkaatsing
in het water voor hem bepalend. Hij tracht een ogenblik vast te leggen in een
door licht en atmosfeer steeds veranderend landschap. Met zijn doek
Impression: soleil levant, treedt de nieuwe visie in het volle licht.
Onvermijdelijk denkt men aan Turner, die hij tijdens een verblijf in Engeland
leert kennen. Zoals bij deze laatste worden water en licht van groot belang. Hij
schildert hetzelfde onderwerp in reeksen, telkens bij een andere belichting
zoals de Kathedraal van Rouen. In latere jaren schildert hij de bloemen,
waterlelies en rozen op het donkere vijvervlak in de tuin van zijn villa te
Giverny. Hij drijft hierbij de fragmentering en kleurtrilling zover, dat zijn
composities de voorlopers schijnen van de latere abstracte kunst.
Camille Pissarro (1830-1903)
De invloed van Corot in het vroege werk maakt hem aandachtig voor de
realistische waarneming. Aangesloten bij de groep van impressionisten rond
Manet, ontpopt hij zich als de eigenlijke leider die door initiatieven en
doorzettingsvermogen, door zijn organisatie van tentoonstellingen de groep doet
stand houden. Ook hij bestudeert Turner tijdens zijn verblijf te Londen, maar
laat de compositie nooit helemaal door de lichttrillingen oplossen. Hij werkt
enkele jaren niet Cézanne te Pontoise. Omstreeks 1886 volgt hij zelfs de
stippeltechniek van het neo-impressionisme, maar na 1890 keert hij terug naar
een lossere factuur. Zijn werk krijgt een gesloten opbouw, zonder iets van het
lichtspel en de atmosfeer weer te geven.
Uitstraling van het impressionisme
Zoals in Frankrijk groeit in België een impressionistische visie uit een
realistische ervaring. Het luminisme laat het licht door de vochtige atmosfeer
en de grijze luchten parelen. Guillaume Vogels (1836-1896) vat de
wisselende stemmingen van het landschap. Emiel Claus (1849-1924)
ondergaat de invloed van de Franse impressionisten tijdens een verblijf te
Parijs en wordt leider van het Belgische luminisme. Hij is bekend om het
zonovergoten Leielandschap.
James Ensor (1860-1949)
Draagt in zijn vroege werken herinneringen aan Manet en Renoir. Tot ca 1884 is
zijn palet somber en bedrijft hij een intimistisch impressionisme, met
interieurs en portretten gebaseerd op licht- en donkerpartijen. Hij komt echter
onder invloed van Turners lichtweergave en van dan af gebruikt hij heldere
kleuren, gelijkmatiger over het hele doek verdeeld en opgelost in de omringende
lucht. Dame in blauw illustreert de eerste periode, Karnaval op het
strand de tweede. Zie
hier voor afbeeldingen
In
Nederland
zet George Hendrik Breitner (1857-1923), leerling van Joseph Israëls en
bevriend met Van Gogh, het naturalisme van zijn meester verder, maar verrijkt
met de ervaringen van Manet. Jan Toorop (1858-1928) benadert in zijn
vroege werken het intiem impressionisme van Ensor, met wie hij te Brussel
contacten heeft.
Duitsland
kent eveneens een impressionistische tendens met Fritz von Uhde (1848-191
l), maar vooral met Max Liebermann (1847-1935), die zon en lucht vermengt
en een lichtere klank aan de Duitse schilderkunst geeft.
BEELDHOUWKUNST
Auguste
Rodin (1840-1917) haalt de beeldhouwkunst uit zijn verstijfde vorm.
Wel hadden sommige kunstenaars reeds pogingen gedaan om in een vorm van neobarok
nieuw dynamisme aan het beeld te verlenen. Zo had in België Jef Lambeaux
aan zijn modellen reeds een grotere levendigheid verleend, niet alleen door de
bewegingen, maar ook door de manier waarop hij het oppervlak bewerkt, dat door
het licht een grotere bewogenheid krijgt. Rodin drijft dit veel verder
door. Zijn beelden zijn zware massa's met een beperkte beweging, waarvan bij het
oppervlak zo ruw boetseert, dat er geen zuivere omtreklijn ontstaat, maar het
licht deze in de lucht doet wegzinderen. Hierin is hij impressionistisch, maar
door de innerlijke geestelijke betekenis, werkt bij van binnen naar buiten, in
tegenstelling tot de impressionistische schilder, die louter uiterlijk blijft.
In 1877 wekt zijn Bronzen tijdperk, nog onder invloed van Michelangelo,
sensatie, maar het is de groep van de Burgers van Calais, die hij voor
deze stad maakt, die zijn uitzonderlijk emotionele kracht tot uiting brengen.
Zijn Balzac is wel zijn meest indrukwekkend beeld. Van zijn hand zijn ook
nog De denker, De kathedraal, De hellepoort. Zie
hier voor afbeeldingen
Basis bron: Het boek "Kunst van Altamira tot heden", F. Adriens c.s..
A'dam, 1980
Bouwkunst
Impressionistische bouwkunst is er niet.
Aanbevolen boek
De wereld van RODIN.
Parool/Life, Bibliotheek der kunsten / R. Harris, Geschiedenis van het
impressionisme, Amsterdam 1977 / H. Jaffe, De wereld van het
impressionisme, A'dam 1975
** Zie hier voor: "Hoe
maak ik een printversie van een pagina?"
** Zie
hier voor: "hoe kan ik de
leesbaarheid van de tekst verbeteren"?
19th-Century Art
Zeer uitvoerige index uit de Witcomb site. Hieronder een sterk ingekorte index
van het impressionisme
Schilderkunst
Impressionisme
Claude
Monet -1
| Claude
Monet - late Impressionism
| Monet
at Giverny
| Pierre-Auguste
Renoir
Jacques
Collas, Belgian Impressionist painter,
1903-1986
Bienvenue chez
Claude Monet, Monet at Giverny
** Via
Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een accommodatie in
92 landen. Laagste prijsgarantie, maximale keuze, tevreden gasten,
onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw taal is mogelijk!
** Hoe maak ik een
printversie van de
pagina"?
** Door
Tekengrootte te wijzigen
kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
▲
|