|
KAROLINGISCHE KUNST, naar overzicht
kunsthistorie Karolingische
'renaissance'
Karel de Grote streeft niet alleen naar staatkundige eenheid van
West-Europa, maar bevordert ook het opbloeien van de cultuur. Uitstekend
bestuur en rechtspraak, maar ook degelijke economische uitbating der
domeinen en beter onderwijs staan op het programma. Het Romeinse voorbeeld
is het ideaal, zonder dat hierdoor de Germaanse aard wordt prijsgegeven :
al wordt Karel te Rome tot keizergekroond, Aken is de hoofdplaats van zijn
rijk.
Zowel de Romeinse, de vroegchristelijke als de byzantijnse kunst in Italië
hebben bevruchtend ingewerkt op de Karolingische kunst. Deze heeft als
kenmerken : 1. meer zin voor monumentaliteit;2. meer aandacht voor de
menselijke figuur.
KAROLINGISCHE BOUWKUNST
Vóórkarolingische bouwkunst
Waar nog Romeinse bouwwerken overeind stonden, worden deze aangepast tot
kerkbouw, o.m. de vroegere markthalle en de Porta Nigra te Trier.
De vroegchristelijke basiliek is het model voor kerken in streken, die het
dichtst bij Italië lagen : kleine en weinig hoge kerkjes met drie beuken
en één of drie koorapsiden. Ten noorden van de Loire worden in houten
vakwerk met leem, of later in natuursteen kleine zaalkerkjes opgetrokken :
een rechthoekige zaal met aan- sluitend smaller en minder hoog
priesterkoortje.
Karolingische centraalbouw
Het streven naar schoner en groter bouwwerken gaat uit van het keizerlijk
hof te Aken. Model voor de paltskapel aldaar is de byzantijnse koepelkerk
van San Vitale te Ravenna. Rond de achtzijdige middenkern met koepelgewelf
loopt een gang, waarvan de buitenwand op zestienhoekig plan is
opgetrokken. De bovengalerij heeft dwarse tongewelven, die tegen de kern
omhooglopen en de zijwaartse drukking van het koepelgewelf opvangen. Een
nieuwigheid is de blokvormige aanbouw aan de westzijde, geflankeerd door
twee traptorens. Van de overdadige binnenversiering met kleurrijk
stucreliëf en wandschildering bleef niets bewaard. Zuilen van de gaanderij
en hun kapitelen worden uit Italië aangevoerd en deels ter plaatse volgens
antiek voorbeeld gekapt.
Enkele navolgingen worden in brede straal rond Aken gebouwd, meestal als
burchtkapel, verdwenen St.-Donaaskerk te Brugge, ca. 900; Valkhof te
Nijmegen, ca. 1030) of als doopkerk. Dit type dat over Ravenna teruggaat
naar voorbeelden uit de oostelijke gebieden rond de Middellandse Zee,
blijft uitzondering en zal zich niet verder ontwikkelen.
Karolingische abdijkerken
Meer geschikt als kerkgebouw is het vroegchristelijke, basilicale plan. De
koordienst der monniken vereist echter een groot koor en een ruim
dwarspand : de oorspronkelijke T-vormige plattegrond der basiliek krijgt
de vorm van een Latijns kruis. Een nieuwigheid is de blokvormige aanbouw
aan de westzijde, waarvan de lage benedenverdieping de ingang tot de kerk
vormt en waarvan de eerste verdieping, door een open boog met het schip
verbonden, als tweede koor dienst doet. Bij dit westblok horen twee
traptorens en soms sluit een westelijk dwarspand hierbij aan.
Gewelven worden alleen geslagen over kleinere ruimten b.v. zijbeuk, krocht
onder het oostelijk koor, terwijl de grotere afgedekt worden door een op
dwarsbalken rustende houten zoldering.
Inwendig bestaat de Karolingische basiliek uit een opeenvolging van
ruimten -westkoor, hoofdbeuk, dwarsbeuk, koor-, die door dwarse bogen met
elkaar verbonden maar ook van elkaar gescheiden worden. Uitwendig is ze
samengesteld uit naast elkaar geplaatste massa's. Dit volumespel zal later
in de Romaanse bouwkunst verder worden uitgewerkt.
Verspreiding van de Karolingische basiliek
In het gehele gebied dat overwegend door Franken bevolkt was, wordt dit
nieuwe kerktype toegepast. Zowel de abdijkerken in Picardie, Saint-Riquier
of Centula, 789; Corbie, als deze in het Rijnland, Sankt Gallen, ca. 820;
Werden aan de Ruhr; Fulda, ca. 800; Hersfeld, 831 vlg.) en zelfs te Corvey
aan de Weser, 822, ca. 875, volgen dit scherna. In België bleef de St.
-Ursmaruskerk te Lobbes, de vroegere abdijkerk uit de 9e eeuw, bewaard,
naast grondvesten van de oude abdijkerk van Sint-Truiden.
BEELDENDE KUNST EN SIERKUNT
Algemeen karakter
Karel de Grote beschouwt zich als de erfgenaam van de eerste christelijke
keizers van Rome en als de gelijkberechtigde van de Oost-Romeinse keizers.
Ook de kunstenaars grijpen naar oude voorbeelden met christelijke
voorstellingen, byzantijnse voorwerpen van klein formaat uit Rome, Syrië
of Egypte, 3e-5e eeuw, ofwel uit Ravenna of Byzantium, 6e-8e eeuw. Deze
voorbeelden worden op eigen wijze vertolkt in vrij zeldzame
steensculptuur, maar vooral in edelsmeedwerk, ivoorsnijwerk en brons,
meestal van geringe afmetingen. In de bloeiende abdijscriptoria tekenen
monniken het Evangelie in levendige lijnen en kleuren op perkament.
Brons en edelsmeedwerk
In de weinige bronzen kunstwerken die wij nu nog bezitten o.m. de bronzen
deuren en de borstwering in de Dom te Aken, spreekt duidelijk het
laatklassieke voorbeeld : evenwichtige vlakverdeling, omlijstingen met
rustig en geordend ornament, akantbladeren, eierlijst. Het ruiterbeeldje
uit Metz, dat Karel de Grote zou voorstellen, getooid met open bandkroon,
rijksappel en zwaard, einde 9e eeuw, Louvre, Parijs, is een verkleinde
weergave van een Romeins ruiterstandbeeld, maar de Frankische kunstenaar
keek ook naar de werkelijkheid uit zijn tijd : de vorst heeft een
Germanenkop en draagt Germaanse kleding.
Het grootste nog bestaande Karolingisch edelsmeedwerk is de zgn. paliotto
of altaarbekleding van de Sint-Ambrosiuskerk te Milaan, ca. 840 gemaakt
door de Frankische edelsrnid 'magister phaber' Wolvinius. De vier zijden
van het altaar zijn bekleed met vlakgedreven zilveren reliëfs : aan de
voorzijde het leven van de Verlosser met in het midden de byzantijnse
voorstelling van Christus op de troon, Maiestas Domini; op de achterwand
het leven van de H. Ambrosius, bisschop van Milaan, ca. 339-397; op de
twee zijwanden de verering van het H. Kruis, waarvan een relikwie in de
kerk bewaard werd. Deze altaarbekleding, met het aan de lokale
omstandigheden aangepaste programma van de Verlossing, is de voorloper van
de in beelden uitgewerkte bijbel aan de Romaanse en gotische kerken.
Ivoorsnijkunst
De ivoren plaatjes met snijwerk uit Byzantium of Ravenna, nu nog bewaard
in de schatkamers van de oudste kerken in het Westen, dienen als model
voor de Frankische ivoorsnijders (menselijke gestalte, houding en kleding
der figuren, manier van voorstellen). Deze platen met religieuze
voorstellingen worden ingelegd in de wanden of het deksel van
reliekkistjes en in de boekplatten van evangelieboeken. Het meest
voorkomende thema is de triomferende Christusfiguur, een verschristelijkte
weergave van de verheerlijking van de keizer op laatklassieke ivoren.
Vroege middeleeuwen
De ivoorsnijders, die in contact staan met het hof van Karel de Grote,
houden zich nauw bij de laatklassieke of byzantijnse voorbeelden.
Sedert de tweede helft van de 9e eeuw worden ook locale legenden en
gebeurtenissen uit meer recente tijd voorgesteld. De compositie en de
uitwerking van figuren, planten en dieren wordt vlotter en decoratiever.
Deze meer volkse richting, deze bewerking van oudere voorbeelden naar
eigen aard, zal op het einde van de 10e eeuw in de Ottoonse ivoorsnijkunst
uit de Moezel- en Rijn- gebied de Romaanse beeldhouwkunst op schitterende
wijze inzetten.
Miniaturen
Opvallend zijn de grote figuren op de volbladminiaturen van de toen in
groot aantal geschreven en verlichte perkamenten, handschriften uit het
schrijfatelier van de Paleisschool te Aken of uit de scriptoria van
bisschoppen en abdijen. Het streven om het blad op een evenwichtige manier
te vullen brengt de kunstenaar ertoe, een figuur of groep in een bepaalde
houding of opstelling te dwingen, maar de mensengestalte blijft natuurlijk
en levendig.
Is de invloed van de klassieke kunst (natuurlijke weergave van de
mensengestalte) en van de byzantijnse stijl (zin voor het plechtige) niet
te loochenen, de Karolingische miniaturen verrassen door rijke
kleurenweelde en levendige vlotte soms karikaturale tekening, beide
erfgoed van de Franken.
Door het streven naar sterke uitdrukking vertoont elk centrum eigen
kenmerken. De scholen van Aken, Trier, Reichenau, Sankt Gallen, Metz,
Reims, Tours, Saint-Denis bij Parijs, zijn zovele polen uit het gebied
tussen Loire en Rijn, waar de scheppende krachten aanwezig zijn, die de
ontwikkeling van de kunst in een nieuwe richting zullen sturen.
Zie voor links de site van Christopher
Witcombe:
Stave Church, Medieval
Wooden Churches in Norway, Jørgen H. Jensenius
** Via
Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een
accommodatie in 92 landen. Laagste prijsgarantie, maximale
keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw
taal is mogelijk!
** Hoe maak ik een
printversie van
de pagina"?
** Zie ook de boekenpagina
eens!
** Door
Tekengrootte te
wijzigen kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
▲
|