|
KUBISME, naar overzicht
kunsthistorie
Naam en
ontstaan
Kubisme is de beweging die in 1907 door George Braque en Pablo
Picasso werd ontwikkeld. Het is Louis Vauxcelles die, op de
tentoonstelling van Braque van 1908 de spotnaam 'cubes' gebruikt. Daaruit
ontstond de naam kubisme.
Een jonge kunsthandelaar D.H. Kahnweiler verdedigt in zijn Parijse galerij
de kubisten. Als reactie op de fauven richten de kubisten alle aandacht op
de vorm. De kleur is bijkomstig. De ontdekking van de primitieve kunst, de
retrospectieven van Seurat en Cézanne bereiden het klimaat voor. In 1907
maakt Picasso zijn Demoiselles d'Avignon waarvan de vormen in
facetten schijnen uitgehakt. Alleen de tekening zonder schaduwspel, duidt
de vorm aan. Hij komt in contact met Braque en samen ontwikkelen ze een
stijl, die zo nauw verwant is, dat ze sommige werken zelfs niet tekenen om
zich aldus niet te onderscheiden.
Ontwikkeling
Men onderscheidt drie perioden in het kubisme. In de geometrische periode,
die tot ca. 1909 de ideeën van Cézanne benadrukt, zijn de geometrische
vorm en de structuur hoofdzaak. In de analytische periode tot ca. 1912,
worden de vormen ontleed in facetten en vanuit verschillende
gezichtshoeken tegelijkertijd opgebouwd (compositions simultanées).
In de synthetische periode worden, na de deconstructie van het analytisch
kubisme, de voorwerpen en de werkelijkheid terug opgebouwd. Hierbij zijn
lijn en teken, kleur en geometrisch vlak belangrijk. Er is geen
perspectief. Het is in deze periode, in 1912 dat Picasso en Braque hun
eerste collages maken: schilderijen waarin andere matières worden
aangebracht zoals hout, krantenpapier enz. Picasso ontwerpt zijn reliëfs
die de Rus Tatlin sterk zullen beïnvloeden.
Kenmerken
* Alle vormen worden herleid tot basisvormen
* Vormen zijn vooral hoekig en kubusachtig.
* Verschillende standpunten in een beeld.
* In het begin overheersen de kleuren bruin en grijs.
* Later meer kleuren en collage techniek.
* Ruimte suggestie wordt minder belangrijk.
Aanbevolen: lees "Vooraf"
over de schilders en internet!
Schilderkunst
Georges
Braque, 1882-1963, sluit zich aanvankelijk bij de fauven
aan, maar wendt zich in 1908 van hun uitbundigheid af, om naar constructie
te zoeken, samen met Picasso. Hij geeft uiting aan zijn observatiegeest,
zijn ontleding en zijn eerbied voor vakmanschap, gepaard aan een verfijnd
aristocratisch gevoel. Picasso brengt zijn hartstochtelijke intuïtie en
gevoel voor stevigheid mee. Braque maakt aanvankelijk analytische,
simultane composities. Hij is de eerste die in 1911 een collage ontwerpt.
Na de oorlog 1914-18, bewaart hij van de kubistische ontledingen van de
voorwerpen slechts de omtrek van de vormen, hun doorsnede en hun projectie
op het vlak, in effen kleurvlakken. Zijn werk getuigt van een grote
voornaamheid en er worden hem muurschilderingen voor zalen van het Louvre
opgedragen.
Pablo
Picasso, 1881-1973, (Bij
Olga's Gallery veel afbeeldingen)
is te Malaga geboren en studeert eerst te
Barcelona en Madrid, waar hij traditioneel klassiek schildert. In 1900
komt hij naar Parijs en is onder de indruk van Van Gogh en
Toulouse-Lautrec. Van deze laatste is de invloed vooral voelbaar in zijn
zgn. blauwe periode (1901-1904), gekenmerkt door de blauw-groene kleur, de
voorstelling van armoedige figuren en harlekijnen in expressieve
lijnvoering. In de roze periode (1905-1906) wordt het zwaarmoedige blauw
vervangen door een rustig rose.
Maar het is vanaf 1907, met
Les
Demoiselles d'Avignon, dat er een wezenlijke verandering komt en zijn
eigenlijke kubistische periode aanvangt. Zoals werd vermeld past hij zowel
analytisch als synthetisch kubisme toe en onderscheidt zich door collages
en reliëfs. Maar zijn onrustige,geest doet hem steeds nieuwe vormen
zoeken. Van 1918 tot 1923 maakt hij, naast abstracte werken, vooral
klassieke figuren, geïnspireerd op antieke voorbeelden en
Ingres. In 1925
sluit hij aan bij het surrealisme af.
Geschokt door de Spaanse
burgeroorlog ontwerpt bij in 1937 één van zijn meesterwerken
Guernica,
waarin zijn expressionisme, door het geweld van de vormen en de aanklacht
van het beeld duidelijk wordt. Van dan af doorloopt Picasso opeenvolgende
stijlen en werkwijzen maar wordt steeds duidelijker expressionist, omdat
het spontaan-brutale en intuïtieve aan zijn Spaans gemoed voldoet, zoals
dat ook bij een Goya tot uiting kwam. Niet alleen in schilderijen, maar
ook in beelden, etsen, litho's en keramiek toont bij zich een meester!
Juan
Gris, 1887-1927
Fruitschaal en karaf, 1914, olieverf, houtskool, geplakt
papier op doek. Kröller-Müller Museum
Is eveneens van Spaanse afkomst en is één van de grondleggers van het
synthetisch kubisme. Hij streeft naar een eenvoudig overzichtelijke vorm,
door een stevige constructie. 'Ik begin met mijn schilderij te organiseren
en daarna denk ik er aan, de voorwerpen aan te duiden. Cézanne maakte van
een fles een cilinder, ik maak van een cilinder een fles'. Het geheel
harmoniseert hij in volle tonen van blauw, groen, grijs en bruin.
Fernand
Leger (1881-1955)
Tot 1908 wordt hij door impressionisme en Cézanne beïnvloed. Daarna
ontwikkelt hij een eigen stijl, die gekenmerkt wordt door het gebruik van
de buisvorm, waarover het licht genuanceerd verglijdt, en door de
voorstelling van onderdelen uit de technische wereld. De machine neemt
trouwens in de hele kunst van deze periode een belangrijke plaats in: ook
bij constructivisten en dadaïsten. Het is niet meer in de natuur, maar in
een dreigend gemechaniseerd heelal dat de mens, die de allures van een
robot krijgt, woont. Maar toch blijven organische natuurelementen, zoals
een bloemtuil of een boomstronk naast de machines afgebeeld. Hij engageert
zich sociaal voor de massa en ontwerpt in die geest muurschilderingen,
tapijten en glasramen. Op het einde van zijn leven behandelt bij ook
religieuze onderwerpen, o.a. voor de kerk van Assy.
Robert
Delaunay, 1885-1941
Maakt al de ontledingen en hersamenstellingen van het kubisme mee, maar
ervaart dan de natuur en het leven op een poëtische manier. Hij verleent
zijn composities een dynamische vorm en kleur, tussen expressionisme en
kubisme in, zoals in zijn Stad en zijn Eiffeltoren (1910).
In 1912 wordt hij in zijn Fenétres simultanées prismatiques
abstract.
Guillaurne Apollinaire noemt deze kunst Orfisme en verdedigt hiermee de
suprematie van de kleur op de vorm en van het vitaal dynamisme op de
strengere harmonieën van Braque en Picasso. Deze exaltatie van de
dynamische kleur leidt naar een abstracte visie en heeft veel invloed
gehad op het milieu van de Blaue Reiter, o.a. op Marc, en op
abstracte kunstenaars uit de jaren twintig, o.a. de Belg Joseph Lacasse
(1894-1975).
De Section d'Or (gulden snede)
Is de groepering van de kubisten in 1912, die de wiskundig geometrische
vorm, tussen analytisch en synthetisch kubisme in, voorstaan en de gulden
snede als constante nemen: naast Braque en Picasso behoren
hiertoe Gris, Léger, Gleizes, Metzinger, Lhote, Delaunqy,
Louis
Marcoussis ,
de la Fresnay, Marcel Duchamp, Jacques Villon en
Raymond Duchamp-Villon .
Amadeo Modiglani (1884-1920)
Is een figuur die tussen kubisme en droom staat. Geboren uit de hogere
burgerij van Livorno, komt hij naar Parijs, waar hij een vreemd, door
alcoholzucht beheerst leven leidt. Hij is bevriend met Picasso en Chagall.
Hij schildert vooral menselijke gestalten. Door lijnenspel van grote
voornaamheid, willekeurige arabesk, die de figuren verlengt en
vergeestelijkt, wordt zijn kunst zeer aristocratisch; de warme, tere
kleuren geven aan deze enkele arabesk een achtergrond van rijke dromerige
meewarigheid.
Beeldhouwkunst
De beeldhouwers ontdekken opnieuw de materie, de stof in haar meest
eenvoudige vorm: graniet, marmer, brons, hout, enz. Nu leert men opnieuw
het eigen karakter van elk materiaal eerbiedigen en opnieuw in 'taille
directe' werken.
Henri Laurens 1856-1954
Deze Fransman begint als realist, maar gaat over tot het kubisme. Hij
waagt zich aan composities uit verschillende materialen, bv. hout en blik
samen, waarin elk bewerkt is volgens zijn eigen karakter. Zijn menselijke
gestalten behandelt hij met dezelfde vrijheid als de kubisten, om ze te
doen gehoorzamen aan een geheel van menselijke, mathematische proporties.
Dikwijls berust zijn compositie hoofdzakelijk op de tegenstellingen van
licht en schaduw.
Jacques Lipchitz 1891-1973
Geboren in Litauen, leeft hij in Frankrijk en Spanje, tenslotte in de
Verenigde Staten. Zijn werk steunt op het volgende beginsel: sculptuur is
niet alleen een opbouw van plastische vormen, maar een spel tussen
plastische vormen en de omgevende ruimte. Dit verklaart een sterk
vooruitspringende, uitgeholde, voor de ruimte terugwijkende vorm. Zijn
beelden zijn van een geweldige vitaliteit en organische kracht, en openen
op de ruimte.
Ossip
Zadkine 1890-1967
De kunst van deze Rus, genaturaliseerd Fransman, steunt op dezelfde
principes als die van Lipchitz. Bij alle onafhankelijkheid van vormopbouw,
zijn in zijn werk het organische leven en het gemoed toch sterker
aanwezig, en benutten vaak expressionistische kenmerken. Ook hij opent
zijn beelden op de ruimte.
Images.google.Ossip+Zadkine
Alexander Archipenko 1887-1966
Ook een Rus, in Moskou en Parijs gevormd, wordt de grote verspreider van de
kubistische sculptuur met haar ritmen van convexe en concave vormen. Is
van 1913 af één der invloedrijkste kunstenaars van Berlijn en sticht er
een eigen school, die hij enkele jaren later naar New York overbrengt. Hij
wordt professor te Washington en te Chicago.
Kubisme = Google+zoeken -
Images.google.Alexander+Archipenko
** Via
Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een
accommodatie in 92 landen. Laagste prijsgarantie, maximale
keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw
taal is mogelijk! |