| KUNSTSTROMINGEN
in de 20ste EEUW, naar overzicht
kunsthistorie
Belangrijke stromingen en stijlen zijn:
Jugendstil,
Kubisme,
Fauvisme,
Expressionisme,
Futurisme,
Dadaïsme
(dada), Surrealisme,
Abstracte kunst, Het
Bauhaus,
Constructivisme,
De Stijl,
Cobra, Materieschilders, Abstract expressionisme,
Colourfield
painting, Popart,
Fotografisch realisme,
Op-art,
Hard-edge,
Minimal Art,
Kinetische kunst,
Concept-art
en Land art.
Met de zoekmachine Google
kunt u goed afbeeldingen zoeken. Het is echter wel even leren om vlot
tot resultaten te komen. We geven wat voorbeelden. Wilt u afbeeldingen die horen bij de Cobra kunststroming klik dan:
Cobra
= Google+zoeken U krijgt nu circa 6000 zoekresultaten en daar kunt u
niet goed mee uit de voeten. Zoek directer bijvoorbeeld
Karel+Appel
= Google+zoeken Dat worden er nog 450, maar dat is al beperkter.
Zoekt u een bepaald schilderij geef dat dan op bijvoorbeeld: Karel Appel
"Vragende kinderen". Resultaat is vier zoekresultaten! Geeft u op: Pablo Picasso dan krijgt u circa 7000 zoekresultaten! Voegt
u toe: "Zittende vrouw met vishoed", dan zijn dat er
twee! Claude Monet, 4120 zoekresultaten, Claude Monet Giverny 640, Claude
Monet "Tuin te Giverny" 2!
Kenmerken van de
Jugendstil
▲ * Sierlijke gebogen lijnen. Ze doen denken aan
plantenmotieven (wijnrank, andere klimplanten, knop, jonge scheut, jonge
boom). * We zien het vooral bij de toegepaste kunsten
zoals edelsmeedwerk, sieraden, glasbewerking, meubels en damesmode. * Ook in de architectuur, maar niet op grote
schaal. * Tijdperk: 1880 - 1925. In latere tijden staat de
stijl steeds weer in de belangstelling. * Benamingen: Duitsland en Oostenrijk Jugendstil,
Frankrijk Art Nouveau, Engeland Modern Style.
Namen geven
aan: nieuw, modern en jeugdig. Kunstenaars Engeland: William Morris, Walter Crane en Aubrey Beardsley. Frankrijk: School van Nancy met Emile Gallé, late schilderwerk van
Seurat en in de doeken van Van Gogh, in de decoratieve composities van
Gauguin, affiche kunst van Toulouse-Lautrec. Spanje: centrum is Barcelona met Antonio Gaudí. Duitsland: de twee centra zijn München en Berlijn. Oostenrijk: centrum is Wenen met
Gustav
Klimt | België: Henry van de Velde, die in 1901 de eerste "Akamie voor
toegepaste kunst" in Weimar stichtte.
Art Nouveau kunstenaars zijn: Peter
Behrens | Hendrik
Petrus Berlage | Antoni
Gaudi | Hector
Germain Guimard | Victor
Horta | Gustav
Klimt | Max
Klinger | Alphonse
Mucha | Egon
Schiele | Jan
(Johan) Thorn-Prikker | Louis
Comfort Tiffany | Henry
van der Velde | Heinrich
Vogeler | Otto
Koloman Wagner
Jugendstil
= Google+zoeken
Fauvisme
▲ Is de eerste artisieke revolutie in de 20ste eeuw. De benaming komt van
fauves, wilde dieren. Is gegeven aan de kunstenaars die zich in 1905
schaarden rond Heri Matisse in het Herfstsalon in Parijs. Dat waren:
Raoul Dufy, Albert Marquet, André Derain, Georges Braque, Maurice de
Vlaminck en later Kees van Dongen. Matisse omschrijft het louter
picturale karakter als "de inspanning om het schilderen uitsluitend
te herleiden tot de kleur en enkele fundamentele elementen, voornamelijk
lijnen en ritmen". *
De vormen zijn vereenvoudigd.
* Kleurgebruik is fel. * Duidelijke lijnen.
* Nauwelijks plasticiteit,
licht-suggestie en ruimte-werking. * Doormiddel
van de kleur zijn het vrolijke schilderijen. Alle fauvistische schilderijen zijn allereerst kleur.
Henri Matisse was een
van de eerste fauvisten. Heeft grote invloed op de moderne kunst
uitgeoefend.
Fauvisme
= Google+zoeken
Dadaïsme of Dada
▲ De beschaving is leugenachtig en deze anti kunstbeweging is daar een
protest tegen *
De
dadaïsten wilden anti-kunst maken. * Ze
dreven de spot met wat men belangrijk vond. *
Ze
wilden waarachtigheid terug vinden. * Ze
wilden af van de tradities in de kunst. * Dus:
niet traditioneel, spottend en onzinnig, gevonden voorwerpen,
ready-mades, worden als kunst gepresenteerd. Is een anti-kunstbeweging als protest tegen de leugenachtige
beschaving. Gedurende de eerste wereldoorlog komen kunstenaars,
schrijvers, schilders, beeldhouwers, ongeveer tezelfdertijd in
verscheidene landen tot dezelfde overtuiging: de beschaving preekt
vooruitgang, burgerdeugd, vaderlandsliefde, zedeleer, kunst en andere
mooie idealen, maar brengt vernieling voort. De kunstenaars hebben tot
opdracht de leugen het masker af te rukken, en dus zullen ze zich eerst
richten tegen hun eigen vak, de kunst. Zij willen deze zo grondig
mogelijk belachelijk maken, en slaan sarkastisch een Larousse open om
aan hun beweging een willekeurige naam te geven: dada. Het is een
beweging die tussen 1915-1922 achtereenvolgens te Zürich, New York en
Parijs verschijnt, en naderhand te Berlijn. In 1915 scharen zij zich te
Zürich rond de dichter Tristan Tzara. Nihilisme en onzin Om de bourgeois te ergeren organiseren ze tentoonstellingen, waarin alle
werken één principe huldigen: onzin. Willekeur en toeval beslissen over
de samenstelling van het kunstwerk. Dit is de theorie van het 'objet
trouvé': het wiel van een kinderwagen, een nachtpot zijn sculpturen;
sigarettenstompjes en papierknipsels worden op een schilderij geplakt
als collage. Tot de belangrijkste dadaïsten behoren: Marcel Duchamp,
Hans Arp, Max Ernst, Kurt Schwitters, Francis Picabia.
Marcel
Duchamp (1887-1968) Breekt radicaal met de kunst. Van 1915 tot 1923 realiseert hij zijn, op
glas geschilderde La mariée mise á nu par ses célibataires. Hij
noemt het een mystisch-mechanisch epos van het liefdesverlangen. Hij
houdt op met schilderen en wordt de vader van de ready-made,
voorwerpen die uit het dagelijkse leven worden genomen en tot
kunstobject worden geconsacreerd. Hij ligt aan de basis van meerdere
hedendaagse bewegingen, zowel van de arte povera als van de
conceptuele kunst. Kurt Schwitters (1887-1948) Gebruikt allerlei afvalpapier, krantenknipsels, treinbiljetten enz ...
in collages die de allures van een plastische compositie hebben, maar
door hun matière een andere, kritischer betekenis krijgen. Hij geeft het
tijdschrift Merz uit. In België Is de dichter Paul van Ostaijen zeer verwant met dada, wat ook
kan gezegd worden van Clément Pausaers. De kunstenaar Paul
Joostens (1889- 1960) is naar leven en werk een dadaïst, alhoewel
hij nooit tot dada heeft behoord. Belangrijkste dadaïsten zijn: , Hans Arp, Kurt
Schwitters bekend om zijn collages van afvalpapier en krantenknipsels,
Francis Picabia en Max Ernst..
Encounter with Duchamp
-
Dadaisme
= Google+zoeken
De Stijl
Geest en kenmerken Deze beweging
ontstaat in Nederland, waar zich rond Piet Mondriaan enkele eensgezinde
kunstenaars groeperen, onder wie Theo van Doesburg
en de Belg Georges Vantongerloo, 1886-1965. Het
tijdschrift van de beweging is De Stijl, opgericht in 1917. Het manifest
verschijnt in 1918. De Belg Vantongerloo ondertekent het als enige
beeldhouwer.
De Stijl wil zowel schilderkunst, beeldhouwkunst, bouwkunst als
toegepaste kunsten in zijn visie betrekken.
Piet
Mondriaan, 1872-1944,
schildert aanvankelijk in de sfeer van de Academie te Amsterdam donkere
realistische landschappen, die stilaan lichter van tint worden. In 1912
te Parijs ondergaat hij de invloed van symbolisme en kubisme. Hij komt
tot een grotere abstractie van het onderwerp en vereenvoudiging van
lijnen en kleuren. Zijn studies van de appelboom bv.. illustreren deze
evolutie van de naturalistische weergave tot een abstract ritme van
lijnen en vlakken. Deze manier van schilderen noemt hij
neoplasticisme. Hij herleidt zijn kunst tot de uiterste eenvoud,
primaire kleuren en de rechte horizontale en verticale lijn.
Theo van Doesburg 1883-1931,
is de oprichter van het tijdschrift De Stijl. Aanvankelijk ligt zijn
werk in dezelfde lijn als dat van Mondriaan, maar ontwikkelt zich dan in
een meer soepele stijl. Hij voert de term concrete kunst in. Als
polemist en voordrachthouder draagt hij de ideeën van De Stijl uit. Dank
zij hem past het Bauhaus sinds 1923 de beginselen van Mondriaan toe,
zowel in architectuur als in vormgeving.
Bauhaus
▲ Staatliches Bauhaus Weimar, heette de in 1919 door Gropius
opgerichte hogeschool voor architectuur en toegepaste kunsten te Weimar.
Gropius en de zijnen streefden naar een eenheid van alle kunsten, onder
het primaat van de architectuur, waardoor de kunstenaar zou worden
behoed voor het isolement en werkzaam zou kunnen zijn. Het onderricht
aan het Bauhaus begon met een basiscursus waarin de student inzicht werd
verschaft in kleur, vorm en materiaal. Als middeleeuwse meesters gaven grote kunstenaars van verschillende
disciplines les. Baanbrekend werk werd verricht in de nieuwe, doelmatige vormgeving van
gebruiksvoorwerpen. In 1926 betrok het Bauhaus te Dessau een door
Gropius ontworpen nieuw complex, opgetrokken in staal en glas, dat door
zijn vormgeving beroemd werd. Van 1928 tot 1930 werd het Bauhaus geleid
door de Zwitserse architect Hannes Meyer. In 1930 werd de architect
Ludwig Mies van der Rohe leider van de school. De invloed van het Bauhaus is in de gehele wereld groot geweest. In
Berlijn is het Bauhaus-Archiv gevestigd. Kenmerken zijn.
*
Bauhaus is een soort academie waar onderwijs werd gegeven in allerlei
kunstzinnige vakken: architectuur, beeldhouwkunst, schilderkunst,
grafiek, glasschilderkunst, pottenbakken, metaalbewerking, weven, toneel
en film, fotografie, muziek en danskunst.
*
De vormen en vormgeving zijn zo duidelijk mogelijk.
*
De basisvormen zijn steeds duidelijk herkenbaar.
*
Van 1924 - 1933 en later.
Bauhaus Archiv Museum of
Design, Berlin
-
Het+Bauhaus
= Googl
Cobra
▲ Kenmerken zijn:
*
Vaak tussenvorm,
*
ongeremd
*
kleurrijk en expressief, zoals van een kindertekening,
*
van 1945 - 1965 De naam Cobra is afkomstig van
Copenhagen, Brussel en
Amsterdam. Is opgericht in 1948 te Parijs groep schilders en
schrijvers. Bekende namen zijn: Asger Jorn uit Denemarken, Dotremont uit
België , Karel Appel, Corneille en Constant uit Nederland. De beweging was
een reactie op het esthetisme van de surrealisten. De schilders zochten
een spontane, experimentele en uitbundige schilderwijze. Inspiratie bron
was het ongerepte van de kunst van de natuurvolken en de volkskunst
en de naïviteit van de kindertekeningen. Woordvoerders waren de schrijver Dotremont en de schilders Jorn en
Constant. Leden waren behalve de genoemden, Pierre Alechinsky en de
Nederlanders Eugène Brands, Anton Rooskens en Theo Wolvecamp, die samen
met Appel, Corneille, Constant en Jan Nieuwenhuys. Internationale tijdschrift
was Cobra, waaruit het veelzijdige,
chaotische karakter van de beweging sprak. De eerste Cobra-tentoonstelling was in 1948 te Kopenhagen, de tweede in
maart 1949 in Brussel, onder de naam La fin et les moyens. Het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Stedelijk Museum in Schiedam, het
Cobra Museum in Amstelveen en de musea in Ålborg en Humleback, Denemarken,
bezitten veel werk van de Cobra beweging. De groep is populair geworden door de man die over hen schreef, Sandberg,
in die tijd directeur van het Stedelijk museum.
Constructivisme
▲ Heeft zich vooral in Rusland ontwikkeld. Moderne opvattingen over kunst in
het Westen zijn overgewaaid naar Rusland en hebben zich daar vermengd met
de traditionele kunstvormen. De schilder Vladimir Tatlin is een bekende
vertegenwoordiger. Onder invloed van de collages van Picasso maakte hij
zijn eerste ‘reliëfconstructies’. Zijn constructies werden zwevend ten
toon gesteld, opgehangen aan enkele draden. Naum Gabo en Antoine Pevsner,
beiden teruggekeerd uit het Westen, en El Lissitzky sloten zich aan. In
1920 publiceerden Gabo en Pevsner het constructivistische manifest.
*
Kenmerken.
*
Vooral beeldhouwkunst en bouwkunst.
*
Zuivere ruimtelijke constructies.
*
Er werden moderne materialen gebruikt.
*
Van 1917 - 1931 In Rusland Worden, systematisch vanaf 1913, de uiterste grenzen van het abstracte
benaderd met: Het rayonisme van Mikhail Larionov (1881-1964),
gevolgd door Nathalya Gontcharova (1881-1962). Sinds 1911-1912 schijnt dit
volledig abstract uit het futurisme gegroeid en krijgt zijn manifest in
1913. Het constructivisme van Vladimir Tatlin (1 885-1956) die; na de
reliëfs van Picasso in Parijs te hebben gezien, zijn hangreliëfs in hout
en metaal maakt. Hij gebruikt dan voor de eerste maal de term
constructivisme. Het houdt het begrip in van constructies in de ruimte,
van verschillende materialen en met een sociaal karakter. In 1920
publiceren de gebroeders Pevsner en Gabo de beginselen van
het constructivisme in hun Realistisch manifest. Het suprematisme van Casimir Malevitch (1878-1935). Is de naam
gegeven aan de geometrische abstractie die, afgeleid van het kubisme, in
1913 vorm kreeg. De elementen van het suprematisme zijn het vierkant, de
cirkel en de driehoek. De eerste manifestatie grijpt plaats in 1913 toen
Malevitch een zwart vierkant op witte grond tentoonstelt, maar het
manifest verschijnt pas in 1915. El Lissitzky (1890-1941) verenigt de opvattingen van suprematisrne
en con- structivisme en houdt zich hoofdzakelijk bezig met de ruimtelijke
interpretatie en integratie van zijn werk, waaraan hij de algemene naam
van Proun geeft. Hij was bevriend met Moholy-Nagy (1895-1946) en had langs
hem grote invloed op het Bauhaus.
Constructivisme
= Google+zoeken
Kenmerken van
Pop
Art
▲ *
Figuratief (met beelden werkend of daar uit bestaand).
* De omgeving van de hedendaagse
maatschappij is uitgangspunt en onderwerp. de beeldende middelen verwerken de kunstenaars als bij reclame, affiches
en televisie. * Het uiterlijk is
collageachtig, in zowel twee als in drie dimensionaal Vooral Engeland is in de jaren 50 van de 20ste eeuw de bakermat van de
pop art.Tot de Engelse pop behoren: Richard Hamelton met zijn
grootsteedse collage, Eduardo Paolozzi en Peter Blake.
* Van 1955 - 1971 en later
Pop+Art&btnG=Google+zoeken
Op art
▲
Van Eng. optical art = optische kunst,
stroming in de moderne beeldende kunst die gebruik maakt van gezichts- of
optisch bedrog. De gepresenteerde kleuren, volumes en lijnen worden
gesuggereerd. Op art is verwant met kinetische kunst, maar
onderscheidt zich daarvan doordat de beweging niet werkelijk in het object
plaatsheeft, doch slechts ‘voor het oog’. vooral de kleding
indusstrie maakte er een mode-rage van door stoffen te bedrukken met
patronen die effecten vertoonden als de werken van Op-art Kenmerken zijn:
*
Non-figuratief
*
Suggestie van beweging en
ruimte door kleurcontrasten en geometrische vormen
*
Van 1962 - 1972. Grote invloed op de ontwikkeling van op art hadden Josef Albers en Victor
Vasarely. Bekende op art-kunstenaars zijn Yaacov Agam, Hugo Demarco, Julio
Le Parc, François Morellet, Bridget Riley, Jesus Rafael Soto en Yvaral. Internet:
Vasarely_Victor
|
Morellet_Francois |
Riley_Bridget
|
Jesus-Rafael |
Albers_Josef
Hard-edge ( harde rand) en
minimal art
▲ Kenmerken van de eerste zijn:
*
Non-figuratief * Twee
dimensionaal * Kleur
is zelfstandig beeldend middel, kleur speelt de belangrijkste rol.
* Kleurvlakken
worden strak en gelijkmatig opgebracht. * Geen
verfkwast maar verfspuit wordt gebruikt * Van
1958 - 1969 * Twee
verzadigde gelijkwaardige kleuren worden haarscherp naast elkaar
geplaatst en roepen daardoor een spanning op. Namen: Ellsworth Kelly, Bob Bonies en Stella.
Kenmerken van de tweede zijn:
*
Ook
non figuratief * Drie
dimensionaal. * Eenvoudige
ruimtelijk basisvormen. * Eigen
kleur en kleur van materiaal. * Van
1957 - 1967
Minimal Art
▲
Deze stroming ontwikkelde zich in de Amerikaanse
beeldende kunst jaren zestig van de 20ste eeuw. De term heeft betrekking
op de eenvoudige vormen van de veelal driedimensionale objecten. Zo wordt
gebruik gemaakt van kubussen, rechthoeken en vierkanten en dikwijls van de
herhaling van een aantal identieke vormen binnen één project. Bij sommige
minimal-kunstenaars vallen de grote objecten op. Aan de minimal art verwante stromingen zijn colourfield painting en
hard-edge. Vertegenwoordigers zijn Sol LeWitt, Donald Judd en Robert
Morris.
Minimal+art=Google+zoeken
Kinetische kunst
▲ De beweging (Gr.:
kinèsis) vormt de basis van het kunstwerk vormt.
In de jaren vijftig begon een
aantal kunstenaars zich te specialiseren in bewegende kunst. Een eerste
overzichtstentoonstelling, Le mouvement, werd gehouden in 1955 in
de Galerie Denise René te Parijs, waar werk van Agam, Bury, Calder,
Duchamp, Jacobsen, Soto, Tinguely en Vasarely te zien was. Vertegenwoordigers:
Parijs: José Duarte, Angel Duarte, Augustin Ibarrola en Juan
Serrano. Düsseldorf: Heinz Mack, Otto Piene en Günther Uecker. Groupe de Recherche
d'Art Visuel: Le Parc, Morellet, Sobrino en Yvaral. Padua: Alberto Biasi, Manfredo Massironi, Edoardo Landi. Deze groep
hield zich ook bezig met literatuur, industriële vormgeving en
architectuur. Milaan: Gianni Colombo, Giovanni Anceschi, Davide Boriani, Gabriele
de Vecchi, Grazia Varisco. Moskou: Lev. V. Noesberg, Vladimir Akoelinin, Boris Diodorov,
Vladimir P. Galkin, Francisco A. Infanté, Anatoli Krivotsjikov, Georgi I.
Lopakov, Rimma Sapgir-Janevskaja, Victor v. Stepanov en Vladimir
Tsjerbakov.
Men kan de kinetische kunstwerken indelen in bewegende en beweegbare
werken. Bij de bewegende werken heeft de beweging in het kunstwerk
zelf plaats, hetzij door middel van wind of water, hetzij door een motor
of een magneet. Bij de beweegbare werken ontstaat de beweging door een ingreep van
de beschouwer. Als een overgangsvorm tussen kinetische kunst en op art
kan men de
werken beschouwen waarbij de ‘beweging’ ontstaat doordat de toeschouwer
zich verplaatst. Deze werken zijn zo vervaardigd dat zij sterke of minder
sterke optische effecten teweegbrengen naarmate men er snel of minder snel
langs loopt.
Kinetische+kunst=Google+zoeken
** Via
Hotels/Appartementen/Wereldwijd kunt u goed zoeken naar een
accommodatie in 92 landen. Laagste prijsgarantie, maximale
keuze, tevreden gasten, onpartijdige hotelbeoordelingen, boeken in uw
taal is mogelijk!
** Hoe maak ik een
printversie van
de pagina"?
** Zie ook de boekenpagina
eens!
** Door
Tekengrootte te
wijzigen kunt u de leesbaarheid van de tekst sterk verbeteren.
**
Uw "Tablet-pc" en
Stedentips voor Trips, een ideale combinatie!
▲ |